Hoofdstuk XX, derde kwartaal 2018.

Geleidelijk worden op deze pagina de bijdragen uit de Blog van het derde kwartaal 2018 toegevoegd.

Zondag 1 juli 2018

Inderdaad was gisteren in totaal een erg rommelige dag. Toch heb ik het idee dat ik tot op bet laatst van de dag al het mogelijke heb gedaan tegenover ieder aan wie ik verplichtingen had.  Verder de hele dag op pad geweest. En ook weer eens ergens wat verkeerds gegeten, zodat ik weer eens van de kaart raakte en zelfs even dacht dat ik nog even van de kaart raakte. Gelukkig in een veilige omgeving. En intussen  ben ik weer helemaal het ventje. Op naar nieuwe avonturen.

Maandag 2 juli 2018

Dat was dus nog een dagje en nachtje in Maassluis. En er inmiddels ook alweer vertrokken. Een maaltje in de Lantaern. Opnieuw uit de kunst. Verder geen spectaculaire of memorabele dingen gedaan.

Vrijdag 6 juli 2018.

In de loop van zaterdagmorgen 7 juli wordt deze blog weer bijgewerkt.

Zaterdag 7 juli 2018.

Na een pauze van enkele dagen volgt hier nog eerst even het verslag. Eerst twee nachten in Maassluis. Maandagmorgen bijtijds naar Antwerpen getrokken, alwaar ik opnieuw bij de B&B van Cathérine heb geslapen. Aldaar weer leuke contacten gelegd. Wat ik me niet tevoren had gerealiseerd had was dat maandagavond 2 juli het Belgische voetbalelftal speelde tegen Japan op het WK in Rusland. Op de terrasjes en in de restaurants van en rond de Groenplaats was het flink bezet, als het etablissement een tv-scherm had geplaatst en uitgesproken rustig als er geen tv was geplaatst. Per saldo was het er tamelijk rustig of tamelijk druk, zo men wil. In de eerste helft kwam België blijkbaar met 2-0 achter, maar na de pauze scoorde België drie keer. Bij elk doelpunt van België steeg een gejuich op uit de gelegenheden waar men zat te kijken, zodat ik zo toch aardig de wedstrijd kon volgen en ik ook begreep dat op het nippertje België toch had gewonnen. Ik verwachte dus dat er na het laatste fluitsignaal een gejoel en gehos zou losbarsten, maar dat gebeurde niet. Sterker nog: de druk bezette restaurants liepen vanaf het laatste fluitsignaal vrijwel heel geleidelijk leeg. Gejoel en gehos was er totaal niet. Als ik later in Belgische bladen fel beschilderde en uitgedoste plegen zag, dan was dat dus zeker niet in hartje Antwerpen. Wel o.a. in Brussel, zo begreep ik. Antwerpen ligt, althans volgens de Antwerpenaren, blijkbaar niet in België. Het zal Bart de Wever (Burgemeester van Antwerpen en Vlaams-nationalist) deugd doen. Uit zijn huis in Deurne stak, zo begreep ik, dan ook niet de Belgische driekleur, maar de vlag met de Vlaamse leeuw. Ook bezocht ik in Antwerpen de Sint Annatunnel. Dat is een voetgangerstunnel (ook gebruikt door fietsers) onder de Schelde door. Met aan beide zijden twee peilloos hoge roltrappen, die je uiteindelijk 31 meter onder de grond brachten. Als ik het goed weet dateert deze tunnel uit de dertiger jaren van de vorige eeuw en dat was qua stijl ook goed te zien. Veel hout dus. Op zich wel een ervaring. In elk geval was het daar goed koel, vergeleken met de bloedhitte buiten. Aan de andere kant van de Schelde nog een coupe ijs met veel vers fruit van jewelste genomen. Er waren diverse misverstanden met de bedverhuurster, terwijl ik dacht ik het toch schriftelijk waterdicht geregeld had. Toen ik na de vierde uitwisseling van e-mails een bericht kreeg met ‘Beste Kees’, wist ik wel zeker dat mijn tegenvoetster niet kon lezen en ook niet goed kon schrijven. Analfabetisme komt ook in België voor, net als overal elders.

Woensdag via allerlei kleinere Vlaamse plaatsen naar Maastricht gegaan en daar met Tonnie uit eten geweest. Het is er goed toeven. Mijn B&B in Berg en Terblijt, De Limburgse Bergen, met gastvrouw Juul, was helemaal uit de kunst. Voor wandelen was het veel te heet, zelfs de honden van Tonnie liet ze niet uit, hoewel ze daar altijd veel uren de tijd voor neemt. Veel te heet. Maar dan is het goed toeven met een drankje vlak aan de Maas.

Vrijdag 6 juli ging ik dan weer huiswaarts. Eerst nog even via Thorn (foto plaats ik later nog)en daarna geluncht met verre achternicht Patricia in Nijmegen en daarna naar de fietsenwinkel voor mijn mogelijk nieuwe fiets voor 2019. Daarna met enkele stops voor een drankje in kleine plaatsjes langzaam maar zeker naar het noorden teruggegaan, de auto afgetankt en weer weggebracht. En via de notenboer en de Chinees weer naar huis.

Zondag 8 juli 2018.

Voor mijn doen extreem lang uitgeslapen. Pas om precies acht uur wakker, bij normale tijd naar bed. Ik had het weer eens nodig, blijkbaar. Alle was is weer gedaan en ligt weer opgevouwen en wel in de diverse kasten. Voor het eerst in jaren had ik deze keer wel een buitenwasrek nodig, omdat ik de hoeveelheid was gewoon binnen niet kwijt kon.

Intussen heb ik ook uitgezocht waar ‘nicht’ Patricia en ik nu stamboomtechnisch aan elkaar vastzitten en dat bleek bij het echtpaar Johannes van Rossum (1753 – 1828) en Wilhelmina Kerkhof (1754 – 1819) te zijn. Zeven generaties vóór mij aan moederskant. In mijn kwartierstaat op deze website zijn zij de nummers 212 en 213. Ook alweer opgelost.

Het WK voetbal loopt gelukkig weer af. Ik kijk wel af een toe, maar ik heb ook heel wat gemist, al was het maar omdat ik niet thuis was en ofwel uit was ofwel bij anderen. Nu nog vier wedstrijden, als ik het goed heb uitgerekend. Ik zal ze vast wel – tenminste voor een deel – wel zien. Intussen is wel de Tour de France begonnen en dat blijf ik maar een mooie sport vinden. Al kunnen die vlakke etappes me maar niet bekoren. Het dagverloop is uren tevoren voorspelbaar, alleen wie de eindsprint wint is tot het laatste moment onzeker. De spanning komt eigenlijk pas in de laatste minuut. De bergetappes, waar het ieder voor zich is, vind ik vrijwel de hele rit veel spannender en interessanter. De tijdritten zitten daar ergens tussenin. Daar is vooral het laatste hele tot halve uur interessant. Vandaag een vlakke rit en morgen een ploegentijdrit. Dan weet je het wel.

Maandag 9 juli 2018.

Vanmorgen weer een nieuwe pagina aan deze website toegevoegd, bij Hoofdstuk XX van ‘Mijn leven’ over de periode van april en mei 2018 en de betreffende bijdragen uit deze blog in omgekeerde volgorde daar naartoe overgebracht. In omgekeerde volgorde, omdat dan mijn levensverhaal doorlopend en in chronologische volgorde kan worden gelezen. Was weer even een klusje, maar dat is dan maar weer een keer gebeurd.

Opnieuw een lange nacht. Dat is echt heel sporadisch: twee nachten achter elkaar. Daarvoor zou ik tientallen jaren terugmoeten. Ik was me er niet van bewust dat ik zoveel slaap tekort was gekomen. Nu zal de inhaalslag toch wel over zijn. Tegelijk heb ik de afgelopen dagen ook nauwelijks gewandeld. Dus daar kan de vermoeidheid toch niet van komen.  Wel ben ik nu twee etmalen achter elkaar op mijn vertrouwde dieet teruggevallen en dat zorgt opnieuw voor afvallen, al ben ik er na twee etmalen uiteraard nog niet.

Ik trof een foto aan van de wekelijkse boekenmarkt in Bagdad. Daar zouden steeds heel bijzondere boeken te koop zijn. Meteen heb ik even gekeken of er al treinen naar Bagdad gaan, maar dat bleek niet het geval te zijn. Er liggen (of lagen) wel rails en er zijn (of waren) ook stations. Als ik het goed begrepen heb heeft de laatste trein van Istanbul naar Bagdad in 1972 gereden. Bij nader inzien hadden Gerard en ik dat natuurlijk in de zestiger jaren moeten doen: met de trein naar Bagdad, want toen waren we al een heel eind, tot diep in Aziatisch Turkije. Als ik toen had geweten dat hij in 1972, voor tenminste de komende 46 jaar niet meer zou rijden, had ik daarvoor toen wellicht wel gekozen. Nu wordt het afwachten of ik het nog zal meemaken dat alles weer hersteld is.

Dinsdag 10 juli 2018.

Alles komt nu weer in rustiger vaarwater, hoewel ik elke dag en ook vandaag weer, met een lijstje begin, dat ik nog moet afwerken. Dat lijstje ontstaat dan de vorige avond, of in elk geval nadat ik de computer heb afgesloten, doorgaans ergens in de middag. Als ik thuis ben natuurlijk, want bij uithuizigheid vallen al deze mooie voornemens meteen helemaal weg. Vanmorgen was dat lijstje 8 onderwerpen lang en dan reken ik nog niet: het bijwerken van deze rubriek, het brood dat ik aan het bakken ben, de boodschappen die ik nog wil doen en de auto die ik nog moet ophalen. Van die acht overige zaken heb ik er intussen drie alweer afgewerkt. Ik ben dus nog wel even bezig, vandaag.

Voor het eerst heb ik eens nagedacht over de periode dat ik zowel Bewonerscommissie als Platformbestuur achter me heb gelaten. In theorie zou dat een hoop extra tijd moeten opleveren, maar ik weet toch nu al dat de uren zich vanzelf zullen gaan vullen.

Woensdag 11 juli 2018.

En toen stond plots mijn vriend van vele jaren geleden (1967 – 1971 bij benadering), Ernst de Groot, voor mijn huisdeur. Tjonge. Uit een vorig leven dus. Met wie ik vakanties had naar Turkije en Zwitserland (Parkhotel te Interlaken), mee naar het tweede Lowlands in Utrecht in 1968 ging, en het huwelijk van Elli Hag en Gijs van Gortel in Durgerdam bijwoonde. Ik herkende hem totaal niet aan zijn uiterlijk, maar wel aan stem en manier van doen en praten. Het schikte me uiteraard totaal niet, dat is nu eenmaal de Wet van Murphy, maar we gaan zeker afspreken om eens een enorm aantal oude koeien uit de sloot te halen. Met een glaasje karnemelk natuurlijk. Of iets heel anders uiteraard, afhankelijk van persoonlijke smaak, wijze van transport en tijdstip. Toch nog eens binnenkort de bijdragen over hem in mijn levensbeschrijving nalopen. Dat moet natuurlijk nog een keer na onze bijeenkomst, als mijn herinnering van zaken weer terug is.

Verder is het vandaag weer eens uithuizig dagje.

Donderdag 12 juli 2018.

Gisteren weer een dagje Enschede. Het meest opmerkelijke moment kwam bij de mededelingen van de leiding van De Woonplaats. Daar kwam het bericht dat het Managementteam zich voorneemt een besluit te nemen om afscheid te nemen van de Aedes-benchmark. Ik was er zo door geschokt, dat ik niet of nauwelijks reageerde. Aedes is de koepel en het samenwerkingsverband van alle woningcorporaties in Nederland. De benchmark is het vehikel waardoor alle corporaties elkaar kunnen vergelijken op tal van meetpunten van hun prestaties. Al veel vaker heb ik op deze website betoogd (onder andere bij mijn ‘leefregels’), maar ook in de vergaderingen met De Woonplaats dat het onjuist is en ook contraproductief, om jezelf voortdurend te vergelijken met een ander. Het laat me volstrekt koud of en zo ja welke auto de buurman heeft gekocht. Hij doet zijn best maar. Een heel goede vriend van me had eens een koelkast gekocht die zelf zijn eigen ijsklontjes maakte. Je zet je glas in een opening aan de buitenkant van de koelkast en met een druk op de knop vallen er enkele ijsklontjes in je glas. Dat wou ik ook wel. Totdat ik zag wat zo’n koelkast kost. Misschien wel duizend euro meer. Dat heb ik toch echt niet over voor af en toe ijsklontjes in mijn glaasje. Per ijsklontje is me dat gewoon teveel. Zelfs als ik hem tweedehands zou kopen, wat mijn vriend had gedaan, doe ik het nog altijd niet. Ik was er voorgoed van genezen. Maar als die vriend of ieder ander in mijn buurt het wel doet, is dat voor mij nog altijd geen reden het ook te moeten doen.

Veel beter is het om je voortdurend te vergelijken met jezelf. Ik wil het dit jaar beter doen (op welk aspect mag je zelf kiezen) dan vorig jaar en volgend jaar wil ik het beter doen dan dit jaar. Deze nieuwe zienswijze is – logischerwijze – uiteraard nog niet meteen tot alle geledingen van De Woonplaats doorgedrongen. Dat bleek kort na deze mededeling al. We kregen een presentatie over de realisatie van het afrekenen van de servicekosten van onze huurders, die volgens de Wet jaarlijks niet later dan 1 juli moet plaatsvinden. Ons werd gemeld dat dat dit jaar voor 81% was gelukt. Prompt was natuurlijk mijn vraag, hoe hoog dat percentage vorig jaar was en welk percentage voor volgend jaar wordt nagestreefd. Vorig jaar bleek dat percentage even boven de 70 te hebben gelegen en voor volgend jaar wordt 90% nagestreefd. Honderd procent haal je hiermee nooit. Er zijn altijd pas opgeleverde complexen die nog niet helemaal bezet zijn of gerenoveerde complexen, waarbij nog niet duidelijk is wat de verduurzaming heeft opgeleverd of nog zal opleveren. Bovendien is de verhuurder soms ook afhankelijk van derden voor gegevens, die dan zelf niet aan een deadline vastzitten. Maar echt oninteressant is hoe andere corporaties dit doen. Die hebben een andere samenstelling van hun woningenbestand, een andere administratie of een andere prioriteitsstelling. Ik zie deze beleidswijziging, uit de Aedes-benchmark treden (en daarmee ook nog eens tonnen aan kosten besparen) als een succes voor ons.

Vrijdag 13 juli 2018.

Een rustig etmaal hebben we achter de rug. Wel met nog de nodige ‘naweeën’ van de activiteiten van de afgelopen dagen, zoals het moeten schrijven van enkele concept-adviezen. Dat bleek, werkende weg, toch nog een stuk complexer dan ik een etmaal eerder al dacht dat het zou zijn. Relatief veel uitzoekwerk. Pas als je aan het werkelijke schrijven begint realiseer je je pas wat er allemaal (verder) nog bij komt kijken.

Voorts bij AH ontdekt dat de beruchte voedselmaffia het ook bij AH weer eens gewonnen heeft van de normaler denkende mensen. Nog maar enkele maanden geleden maakte Albert Heijn tv-reclame met een nieuwe broodsoort in hun verkoop, die uitsluitend zou bestaan uit water, gist, meel en zout. Ik had die reclame al een tijdje niet meer gezien en dat had me dus te denken moeten geven. Toen ik gisteren bij hun ‘Liefde- en Passiebrood’ bij de ingrediënten keek, zag ik daar – anders dan in het begin – opnieuw allerlei viespeukerij aan toevoegingen. Op de voorkant staat nog altijd “GRAAN, WATER, GIST en ZOUT”, maar er stond niet meer bij dat dat dan alles was. Voor mij was een nieuwtje een nieuwe stof die was toegevoegd (en verder aan alle AH-brood) en wel: acerolapoeder. Wat is dat nu weer? Ik heb noodzakelijkerwijs altijd mijn iPhone bij me als ik boodschappen doe bij een supermarkt, zodat ik meteen kan opzoeken wat een nieuwe aangetroffen voedseltoevoeging of een mij nog onbekend E-nummer bij de ingrediënten staat, precies is. Bij AH moet je dan wel eerst de AH-Wifi uitschakelen, omdat die van zulke slechte kwaliteit dat je er geen enkele website mee kunt openen. Net als bij de NS-Wifi het geval is. Die moet je ook eerst uitschakelen als je een NS- trein instapt.

Enfin, acerola en acerolapoeder bleek een stofje dat in heel Europa niet te koop is, en waarvan het werkzame bestanddeel ascorbinezuur, oftewel vitamine C, is.

Waarom zou AH nu een poeder uit een ander ver continent gaan halen, terwijl het werkzame bestanddeel overal in Nederland volop te koop is? Waarom moet er sowieso vitamine C aan brood worden toegevoegd? Wat heeft dat ook met Liefde en Passie te maken? Zoiets als: wat je van ver haalt is lekker? Waarom moet er bovendien dit Liefde- en Passiebrood: zuurdesem, gries, haver, rijstmeel, moutmeel, en havergluten, roggegluten en tarwegluten bevatten? In de tv-reclame van enkele maanden terug moesten we geloven dat er in dat brood niets anders zat dan graan, water, gist en zout. Inmiddels is overduidelijk dat ook bij Albert Heijn de voedselmaffia het weer eens gewonnen heeft van de eerlijke mensen en weten we nu ook waarom de bedoelde reclame intussen volledig is afgeschaft.

Zaterdag 14 juli 2018.

In bijgaande foto viel me meteen iets op. We hebben het idee dat die Chinezen, zekere Chinese kinderen, met al die uniforme kleren aan, een zekere eenheid uitstralen. Dat viel me bij bijgaande foto ineens vies tegen. Wat mij opviel zal overigens maar een enkeling opvallen, vooral dan de enkeling die ooit, lang geleden, eens op padvinderij heeft gezeten. Het gaat me om de dassen die die kinderen omhebben. Je zag toen het verschil tussen een ‘goede’ groep meteen ten opzichte van een ‘verkeerde’ groep, in de wijze waarop ze hun groepsdas droegen. De correcte wijze is: over de kraag heen. Zoals wel meer uiterlijkheden bij padvinders precies tegenover die van alle andere mensen stonden: bijvoorbeeld elkaar de linkerhand geven (want die zou dichter bij het hart uitkomen) of elkaar niet bedanken voor wat je voor elkaar gedaan heb (het spreekt vanzelf dat je elkaar helpt, daar hoef je dus niet voor bedankt te worden). In ‘verkeerde’ groepen droeg ieder lid op zijn of haar eigen manier de groepsdas. Op of onder de kraag: het maakte niet uit.  Ik heb eigenlijk geen idee of deze ‘ouderwetse’ gewoonten bij padvindersgroepen nog wel bestaat. Of ben ik de laatste der Mohikanen (niet bedoeld is hier de gelijknamige padvindersgroep)?

Deze Chinese kinderen maken er wat mij betreft ook maar een potje van. Ik dacht nog even dat de regel in China zou kunnen zijn dat meisjes de das op de ene manier dragen en jongens op de andere manier, maar dat is toch ook niet het geval. Het is gewoon slordig, wat mij betreft.

Zondag 15 juli 2018.

Eerst even een cartoon die perfect past bij mijn voortdurende kritiek op de voedselmaffia.

Vanmorgen vroeg kreeg ik nog een voorbeeld voor de geest, waarbij padvinders in hun gedrag afweken van wat elders in de maatschappij gebruikelijk was. Dat betreft het oprollen van lange mouwen. Padvinders rollen die naar binnen toe op. Het verhaal dat ik erbij hoorde was, dat als je door het bos rende, je met naar binnen opgerolde mouwen niet aan een tak kon blijven hangen. Door deze herinnering realiseerde ik me ook ineens dat ik eigenlijk nooit geweten heb waarom de groepsdas over de kraag heen moest worden gedragen. En vervolgens met een dasring moest worden vastgemaakt, en zeker niet, zoals bijgaande Chinese kinderen (moeten) doen, met een knoop. Met het inzicht van vandaag zie ik de voordelen van de padvindersmethode wel. Aan een das die onder de kraag doorloopt en ook nog eens met een knoop van voren wordt vastgemaakt kun je jezelf – opnieuw in een bos – makkelijk ophangen. Boven de kraag gedragen en met een dasring vastgemaakt, kun je nergens achter blijven haken. Alles laat meteen los. Deze Chinese kinderen komen blijkbaar niet met hun uniform in een bos. Hun mouwen zijn ook niet opgerold, maar het zijn korte mouwen. Bij precies kijken naar de mouwen viel me wel op dat de meisjes blijkbaar nog een soort hemd aanhebben en de jongens niet.

De dasring kon je zelf maken, maar de techniek beheerste vrijwel niemand. Het heeft mij ook veel moeite en oefenen gekost. Ik betwijfel of ik het nog steeds zou kunnen. De meisjes hadden een andere dasring: kant-en-klaar. Maar die moesten dan weer hun eigen fluitkoord vlechten.

Een riskant modelletje, de meisjesdasring. (N.P.G. betekende Nederlands Padvindsters Gilde). Hiermee kon je overal achter blijven haken. Ze veronderstelden wellicht minder in een bos te komen dan de jongens. Of beter op de paden te blijven.

Maandag 16 juli 2018.

Het is een periode van weinig activiteiten voor mij. Dat is elk jaar zo om deze tijd en dat zal nog wel enkele weken aanhouden. Vanaf morgen gaat het meer spannende deel van de Ronde van Frankrijk beginnen met de ritten door de bergen. Dus vandaag pers ik er nog een aantal dringende zaken uit. Zoals de procedure voor de Huurcommissie over de kosten van de groenvoorziening hier en de procedure voor de rechter voor onze financiën en het ‘overleg’ met onze verhuurder.

Gelukkig is het WK voetbal voorbij. Hoewel ik af en toe wel een stukje wedstrijd gezien heb, hoeft die sport voor mij dus helemaal niet. Als je na twee keer drie kwartier lopen al tenminste drie dagen moet uitrusten. Als je er zulke krankzinnig hoge bedragen mee kunt verdienen. Waar zoveel geld in omgaat, ligt corruptie op de loer. Als het gepaard gaat met zoveel corruptie, met een volgend WK in Qatar, of all places. Als trainen ook maar enkele uren per week hoeft. En de sport zelf ook met heel veel toeval gepaard gaat. In dit spelletje was deze keer Frankrijk de beste. Maar tegelijk ben ik er niet van overtuigd dat Frankrijk de beste voetbalnatie ter wereld is. Aan de omzetten te zien zijn het eerder Engeland, Duitsland of Spanje. Natuurlijk zie ik ook wel de nadelen van andere sporten. Het wielrennen bijvoorbeeld staat al decennia bol van de dopingproblemen. Tegelijk betekent het ook dat – zoals de afgelopen jaren leren – iedere renner dezelfde doping kan gebruiken en vaak ook gebruikt. Totdat het stofje kan worden opgespoord en dan gaat men over op een volgend stofje wat nog niet kan worden ontdekt. Enzovoorts. Alleen bij het langebaanschaatsen, mijn andere favoriete sport, zie ik nog geen belangrijk dopingprobleem. Dat komt waarschijnlijk omdat men de duur van de prestatie in die sport heeft beperkt. Dat verklaart ook waarom je zo weinig hoort van doping in Voetbal. De wedstrijd duurt gewoon te kort. Maar goed: ieder zijn smaak natuurlijk.

Ik verbaas me erover dat de door mij begin april gekochte planten het nog zo goed doen. Ik meen zelfs waar te nemen dat van de vijf planten er zeker drie ook echt groeien. Het geheim zit hem vermoedelijk in de beperking van de hoeveelheid water die ik ze geef. Een ‘slokje’ per week zoals de verkoopster voorschreef. En alleen bij erg warm weer twee keer per week. Dat ‘erg warme weer’ is bij mij in huis – na de isolatie – niet te vinden. Het blijft hier met ijzeren hardnekkigheid maar permanent 20,5 graden, al vallen de mussen dood van het dak.

Dinsdag 17 juli 2018.

Gisteren grotendeels besteed aan allerlei activiteiten en stukken voor de bewonerscommissie en het huurdersplatform. Daar ben ik weer enkele dagen van vrijgesteld, want het is nu eerst wachten op de (eventuele) reacties. Van de stoornis in de watervoorziening, die voelbaar zou zijn vanaf De Punt tot en met Groningen-stad heb ik helemaal niets gemerkt. Gelukkig maar. Of ik woon daar niet tussen.

Als ik geen verplichtingen buitenshuis heb, hou ik er een draconisch dieet op na. Dat heb ik vast wel vaker gemeld. Maar als die periode me te lang duurt en ik ook op gewicht ben zondig ik, qua eten. Nog zeldener komt het voor dat ik niet helemaal op gewicht ben en toch zondig. Dat is vandaag het geval. Van de ruim drie kilo die ik tijdens mijn ‘vakantie’ ben aangekomen is nu weer is nu weer twee kilo verdwenen, maar ik heb vandaag gewoon trek in iets lekkers. Dat wordt dus nasi goreng met saté en satésaus, een gebakken ei en kroepoek emping.  En waarschijnlijk ook nog een ijsje toe. Dat kan ook naar mijn mening omdat ik een periode voor me uitzie komen waarbij ik verder stevig kan vasten, met weinig uitzonderingsmogelijkheden.  Dus dan mag het.

Woensdag 18 juli 2018.

Dat had ik dus niet moeten doen, gisteren. Tussen de middag begon het al met een zoute haring op mijn enige boterham. Die kun je bij de super slechts in verpakkingen van twee of drie kopen en dat werden er dus twee, voor op mijn enige dikke zelf gebakken boterham. De enige haringen die bij de AH te koop waren, waren ook nog eens voorzien van zo’n 35%-sticker, waaruit dus bleek dat diezelfde dag nog hun houdbaarheid zou eindigen. Wie de strenge maatregelen kent die top-haringverkopers, zoals onder andere de firma Koning in Rijswijk, en Simonis in Scheveningen hanteren, zoals ik, had beter moeten weten. Genoemde firma’s (en natuurlijk ook andere) bewaren en transporteren hun haringen een fractie boven nul: alles permanent op ijs. In de verpakking die je meekrijgt worden ook nog  ijsklontjes gestopt, voor je transport naar huis. Bovendien wordt er elke verkochte haring voor je neus en waar je bij staat schoongemaakt. Hoe anders gaat het in een supermarkt. Alle haringen worden al ergens centraal schoongemaakt en met machines verpakt. Bij welke temperatuur dat gaat weten we niet. De voorverpakte haringen worden ongetwijfeld gekoeld getransporteerd naar de winkels, maar uiteraard tussen alle andere spullen die ook gekoeld moeten worden vervoerd. Dat hoeft vast niet allemaal bij 0 graden Celsius en ik veronderstel dat dat ook niet gebeurt. Alles bij bijvoorbeeld 4 graden. Vervolgens worden de kratten met gekoelde waar de winkel ingebracht. Je mag alleen maar hopen dat dat met minimaal tijdsverschil gebeurt. Heeft u wel eens opgemerkt hoe lang zo’n kratje dan soms nog onuitgepakt in de winkel staat? Ik heb zo’n rijdend kratje meer dan eens in de winkel bij bijvoorbeeld de melkwaren zien staan als ik binnenkwam en als ik de winkel weer verliet stond het er een half uur of zo later, nog steeds zo.  Je krijgt bij de supermarkt je haringen uiteraard ook niet mee naar huis verpakt in ijs. Je kunt op deze manier gewoon geen kwalitatief heel goede haringen verkopen. In de inmiddels verdwenen haringtesten van het AD stonden supermarkten dan ook altijd laag, zo niet helemaal onderaan. Onze AH heeft er wel eens ingestaan met een voor een supermarkt extreem hoge 6. Een hoger getal voor een super heb ik nooit gezien, wel veel lager, tot een 1 toe, terwijl er ook genoeg achten en hoger werden uitgedeeld. Ik had dus beter moeten weten.

Meteen al een uur na de lunch kreeg ik maagkrampen. En kort daarna zat ik met diarree op de wc. Dat kan alleen maar van de haringen geweest zijn, want van mijn zelfgebakken brood heb ik nog nooit last gehad. ‘Normaal’ voor mij is dat ik bij het opeten van voor mij verkeerd voedsel ik een uur tot twee uur later op de wc zit en maximaal twee uur later alles weer voorbij is. Deze keer was het anders. Met half één de lunch, zou ik met het ‘wc-werk’ om uiterlijk half drie moeten zijn begonnen en daar dan niet later dan half vijf mee klaar moeten zijn. Maar dat was deze keer niet het geval. Ook om half zes, als ik mijn nootjes mag met een glas wijn, was het rot gevoel in de maagstreek nog steeds niet weg en liep ik nog steeds af en toe naar het toilet voor een volgende portie, die wel steeds kleiner werd. Ik had ook nog eens extra voedsel voor het avondeten ingeslagen, zoals ik gisteren al meldde. Dat ging er best wel in en smaakte me ook goed, maar het was natuurlijk niet alleen meer maar ook anders dan anders. Om half negen was het laatste toiletbezoek. En zelfs toen ik tegen middernacht naar bed ging, had ik weliswaar geen aandrang meer, maar was het vervelende buikgevoel nog altijd niet verdwenen. Ik heb vervolgens prima geslapen, maar ook vanaf vanmorgen tot op dit moment (een uur of elf) is mijn buik nog altijd niet 100%.  Dat weet ik dus voorgoed. Voor mij geen haring meer bij een super en helemaal niet als de verkoopdatum ook de datum van uiterste houdbaarheid is.

Donderdag 19 juli 2018.

Alle voedsel- en darmproblemen zijn weer achter de rug. Het is toch wel frappant dat ik gisteren de neiging kreeg om te gaan stofzuigen en de keuken een grote beurt te geven, terwijl heel Nederland ligt te puffen van de hitte. Ik kan me nog goed herinneren dat ik op zulke dagen in het verleden doorgaans met geen stok in beweging was te krijgen, anders dan voor het allernoodzakelijkste. Maar dit keer ging ik ook echt aan de slag. Dat is toch echt het gevolg van de isolering die we hebben meegemaakt. Die houdt niet alleen de kou maar ook de hitte buiten. Het stofzuigen heb ik gisteren beperkt tot de bank waarop ik zo vaak zit: ernaast, eronder, en er ruim omheen. Daar ligt toch steeds weer van allerlei ongein. Van die ene boterham per dag die ik er eet, van de dagelijkse nootjes ook en van allerlei ongeregeld. In de loop van de dagen loopt het gekruimel toch op. In de keuken heb ik me beperkt tot het kooktoestel, het aanrecht en de gootsteen. Dat zijn de delen die ik elke dag die ik thuis ben in gebruik heb. De dag ervoor had de koelkast al een grote beurt gekregen, waar ik ook al elke dag mee bezig ben. Vandaag neem ik me voor om de slaapkamer weer eens grondig te gaan stofzuigen. De volgende plek is de badkamer, die ik ook al elke dag dat ik thuis ben gebruik. Want ook daar ben ik dus immers regelmatig te vinden, al eet of drink ik nooit in bed of in de badkamer. Stoffig en vettig wordt het sowieso toch. Inderdaad zag ik vanmorgen voor vanaf volgende week woensdag nog hogere temperaturen aankomen, met geen schijn van kans op regen van enige betekenis. Waar dat nou nog naartoe moet……..

Zo. Vanmorgen dus inderdaad reeds besteed aan het grondig schoonmaken van mijn slaapkamer. Grondig stofzuigen en nat afnemen. De verzameling voorraad sanitaire hulpmiddelen, heb ik ook weer eens helemaal uitgeruimd, opgeruimd en schoongemaakt. Die staat er al jaren en wordt af en toe aangevuld als ik weer een tube tandpasta, douchegel of dergelijke ververs en/of vernieuw. Nu bleek mij pas weer dat ik dit jaren geleden voor het laatst zo grondig moet hebben gedaan, want er stonden tubes, spuitbussen en potjes tussen die ik nooit gebruik.  Dan is er de keuze: alsnog gaan gebruiken of weggooien. Het merendeel heb ik weggegooid. Twee tubes ga ik toch eens proberen. Eentje voor mijn gevoelige huid op mijn onderbenen en een andere tube voor op mijn gezicht na het scheren. Alle overige zaken die ik nooit gebruik heb ik weggegooid. Dat ruimde flink op en het ziet er nu weer een stuk schoner en overzichtelijker uit.

Vrijdag 20 juli 2018.

Vandaag is dan de badkamer aan de beurt. In de tijd van de eetclub maakte ik deze ruimte (net als de rest van het huis) wekelijks, veertiendaags of maandelijks grondig schoon, afhankelijk van de volgende afspraak. Nu komt er vrijwel nooit meer iemand in mijn badkamer. Het meeste bezoek is nog van mijn eigen buurtje en die mensen blijven doorgaans niet lang. Al zeker een jaar geleden ben ik aan een ander doucheregime begonnen. Jarenlang spoot ik dagelijks een straaltje doucheschuim op de badspons en waste me daar van top tot teen mee. Bij het wekelijkse schoonmaken ontstond er dan eerst aan de randen van de badruimte een gelige aanslag. Van de zeep, weet ik nu. Dat waste ik dan steeds weer weg. Eerst boenend, later met stoom. Het veranderde doucheregime zit hem erin dat ik al een hele tijd slechts een druppeltje douchegel op de spons laat vallen. Dat ene druppeltje geeft meer dan genoeg schuim om het hele lijf mee schoon te maken. Er zijn zelfs mensen die vinden dat gewoon water ook al genoeg is om je lijf schoon te krijgen. Echt vuil word je immers maar zelden. Je wast toch vooral zweet en stof weg. En indien het lijf toch een keer echt vuil is,  kun je altijd nog zeep gebruiken. De overgang naar een druppeltje per dag in plaats van een straaltje, heeft natuurlijk gevolgen voor het schuimgebruik. Ik tel de dagen, weken en maanden niet, maar ik doe nu makkelijk vele maanden met een fles. Ik zal de start van de volgende flacon toch eens een keer gaan noteren. Een ander en onbedoeld en ook onverwacht effect is wel dat die gelige zeepaanslag niet meer op de vloer komt. Zelfs na een maand is de vloer – op het oog – nog net zo schoon als in het begin. Ik gebruik ook slechts pakweg eentiende van de hoeveelheid zeep van vroeger. Vandaag krijgt dus de badkamer een grote beurt. Eens kijken of het van dichtbij nog even schoon is (of lijkt) als dat ik er staand naar kijk.

Ik meld deze zaken, omdat ik in principe de deur niet uit wil, met dit hete weer. Dan kom ik halfdood weer binnen en heb de rest van de dag nodig om weer een beetje bij te komen.

Ik begin ook na te denken over de herinrichting van mijn woonkamer. Nog maar een half jaar geleden of zo heb ik er een nieuw dressoirblad gemonteerd, vooral om meer bergruimte er onder te krijgen, maar inmiddels is de ontstane bergruimte vrijwel helemaal leeg. Dus ik kan dit weer afbreken, met inbegrip van de kastjes die eronder zitten en nu leeg zijn. Dat gaat zeker gebeuren, als ik ook weet wat ik ervoor in de plaats wil hebben. Daar ben ik nog niet uit. Ik heb zelfs nog geen alternatieven. Het heeft ook nog geen haast, want ik zal toch alle sloopafval moeten wegsjouwen en dat gaat ook al niet gebeuren met dit weer. Dit blijft dus nog even in het stadium van plannen maken.

Zaterdag 21 juli 2018.

Het schoonmaken van de badkamer viel toch wel tegen. De badkamer kwam gisteren zelfs niet helemaal af. Het schone deel, de eigenlijke douchecel, is nu dan wel schoner dan ooit. Ik doe net zo mijn best als anders bij veel minder vuil. Vooral de vloer, een antislipvloer speciaal voor bejaarden, is lastig schoon te maken. Alle kleedjes, doeken en doekjes en het douchegordijn zijn ook in de was geweest, dus alles blinkt me vandaag weer tegemoet. Ik neem me wel voor om de badkamer voortaan wat systematischer schoon te gaan maken. Dan gaat het makkelijker en sneller. Ik weet alleen nog niet hoe dan. Mogelijk begin ik dan eenmaal per maand op een vaste dag, bijvoorbeeld de 21e. Uiteraard afgezien van de dagelijkse borstel en het doekje door de toiletpot en de wastafel.

Gisteren was het dus weer nootjesdag en ik had het knap warm onderweg en weer terug. Zodra ik de deur weer inkwam kwam de frisse en koele geur van het huidige huis me meteen tegemoet. Dat geeft de burger moed. Voorlopig heb ik eten en drinken genoeg voor een aantal dagen in huis, maar juist volgende week zou het extra heet gaan worden. Dus ik neem me voor om toch maar vrij snel meer spullen in huis te gaan halen. Ik wil toch ook wel weer een paar dagen weg. Ik zie me nog niet zo gauw naar het strand gaan met dit weer, want ik haat zowel mensenmassa’s als de volle zon bij hitte, maar een boswandeling is wel een alternatief. Ik merk ook thuis hoeveel het scheelt dat mijn huis zo onder de bomen staat. Dat houdt zowel de warmte als de kou buiten. Ik kijk het gewoon nog even aan. Gelukkig hoef ik aan niemand verantwoording af te leggen.

Zondag 22 juli 2018.

Opnieuw had ik een typische schoonmaak- en huishouddag. Elke dag doe ik wel wat, maar toch nooit erg veel. De Tour de France is – nu met de bergen – spannend, bijvoorbeeld. Bovendien heb ik het afgelopen etmaal onder meer ook besteed aan het opschonen – en vooral veel weggooien – van mijn opgenomen films. Ook boodschappen heb ik weer gedaan.

Al enkele maanden geleden heb ik het vanille-ijs van Jumbo in deze rubriek gepresenteerd, als misschien wel het betrouwbaarste ijs dat ik tot nu toe ben tegengekomen. Dat zit hem dan vooral in het gebrek aan toevoegingen, maar zeker ook in het verschijnsel dat het erop lijkt dat in dit ijs echte vanille is verwerkt. Vanille is namelijk donkerbruin van kleur, terwijl alle vanille-ijs, vanillevla, vanilleyoghurt en overige vanilleproducten egaal wit of geel van kleur zijn. En dat al zo lang ik het ken. Waarom is vanillevla nou geel van kleur? Vanille is niet geel en vla ook niet. Maar in het vanille-ijs van Jumbo zit een overvloed aan donkerbruine puntjes. Dat is misschien voor sommigen niet zo’n lekker gezicht, maar voor mij juist wel. Zo ziet namelijk vanille er echt uit: bruine puntjes. Bij veel ijssoorten, zeker die van Albert Heijn, wordt een hoofdingrediënt op de verpakking vermeld, met een fraaie foto ervan op de verpakking, terwijl het betreffende product er nauwelijks of zelfs helemaal niet in voorkomt. Dat heb ik al bij heel wat soorten ijs (en ander verpakt en samengesteld voedsel) al meerdere keren aangetoond. Wie schetst vervolgens mijn verbazing- of zeg maar blijde verrassing – dat de Consumentenbond precies het door mij vaker geprezen vanille-ijs van Jumbo tot het beste ijs heeft uitgeroepen. Daar maakt Jumbo inmiddels ook reclame mee. Ik ga toch weer eens een litertje halen. Dat kan ik best wel hebben met het komende hete weer.

Maandag 23 juli 2018.

Eindelijk is dan de badkamer helemaal af. De warmtegolf is begonnen. Met mijn plannen voor buiten huis, vraag ik me wel af hoe dat nu toch zal gaan. Je kunt nu wel stellen – zoals de overheid doet – dat je je als oudere niet moet inspannen, maar buiten komen is sowieso inspannen al was het maar om te lopen. Er moeten toch boodschappen in huis. Binnen is het hier tegenwoordig een stuk aangenamer. Buiten moet ik maar erg voorzichtig zijn.

Gisteren kwam de ‘jobstijding’ dat de Raad van Commissarissen van mijn woningcorporatie nog dit jaar twee leden gaat missen, terwijl een derde lid – naar ik begreep – kennelijk gezinsproblemen in de gezondheidssfeer heeft en dus even niet beschikbaar is. Aangezien beide eerstgenoemde leden op voordracht van de huurders zijn zullen we waarschijnlijk toch weer – midden in de vakantie – aan de bak moeten. Ik heb al aangedragen dat we wellicht een kandidaat die we bij de vorige selectie geschikt vonden opnieuw kunnen vragen, maar uiteraard is niet bekend of deze persoon nog beschikbaar is. Zo ja dan zijn we tamelijk snel klaar. Zo nee, dan moet er weer van alles gebeuren vooral ook ter plaatse. Nog even afwachten maar.

Woensdag 25 juli 2018.

Wat een hitte. Gisteren ben ik nog even om 08.00 uur naar de Jumbo geweest, toen het nog te doen was, maar daarna ben ik het huis niet uit geweest. Ik heb het geen moment te warm gehad. De temperatuur binnen kwam niet hoger dan 22,5 graad Celsius, terwijl het buiten 32 graden werd. Niet inspannen, dat is het motto. Vandaag zou het hier een heel klein beetje frisser worden, maar donderdag en vrijdag komt het heteluchtkanon pas echt in werking. Het weekend wordt het dan weer een beetje koeler, maar vanaf maandag gaat het dan toch weer naar boven de 30 graden, met waarschijnlijk nieuwe dagrecords. Eind volgende week wordt het dan opnieuw ruim boven de 30 graden. Gelukkig worden de dagen korter, maar dat helpt vast niet erg veel. Het is het enige waar ik me aan vast houd, behalve dan aan mijn relatief koele huisje.

Toch zal ik er ook nog regelmatig uit moeten. En bovendien: de Waddeneilanden schijnen relatief koel te zijn en aan de westkust moet het ook iets beter toeven zijn.

Na de derde poging bij ING om mijn zakelijke rekeningen op orde te krijgen is het nu inderdaad gelukt om de derde rekening toegevoegd te krijgen aan mijn zakelijke internetaccount. Hij kwam tevoorschijn op een onverwachte plek in het beeldscherm, maar dat is nog tot daar aan toe. Ergerlijker is dat ik nu mijn tweede zakelijke rekening, die nog wel op de oude vertrouwde plek op het scherm staat nu niet meer kan benaderen. Nu is het ook de minst gebruikte rekening, maar ook hier kunnen nog wel degelijk – ook onverwachte – mutaties bij voorkomen. Nu zal ik dus voor de vierde keer naar ING toe moeten, om ook deze rekening weer voor mij zichtbaar en beïnvloedbaar te maken. Waarom werken er bij sommige organisaties zoveel overduidelijke prutsers? Wie garandeert me nou dat het vierde bezoek aan ING voor dezelfde kwestie wel succesvol zal zijn?

Bij de Jumbo had ik onder andere een bak Vanille-ijs gehaald, dat me zo goed was bevallen. Met echte vanille dus. En bovenaan eindigend bij diverse tests, onder andere van de Consumentenbond. Bij nadere bestudering thuis, bleek me echter dat inmiddels ook dit ijs weer geheel egaal van kleur was. Geen spikkeltje vanille was er meer in te zien. Het zoveelste bedrog dus van de voedselmaffia. Zal het ooit een keer ophouden?

Donderdag 26 juli 2018.

Dat was een gezellig en overheerlijk etentje, gisteren met enkele buren. Intussen loopt ook hier, buiten dan, de temperatuur flink op tot boven de dertig graden en het is nog niet eens 12.00 uur. Vanmiddag zou het dan nog een stuk heter moet worden, maar binnen blijft het tot nu toe constant 23 graden. Wat een weelde, vergeleken met veel anderen. Geen inspanning verrichten en geen vinger naar buiten steken als het niet echt hoeft.

Vrijdag 27 juli 2018.

Binnen is de temperatuur gisteren nog opgelopen tot 24,0 graden bij een temperatuur van 35 graden buiten. Mijn verwachting voor vandaag, met opnieuw 35 graden of meer buiten, is dat het toch nog een halve graad extra binnen kan gaan worden. Dus 24,5. Bij 23 graden merk je binnen nog niets. Ook in de wintertijd wil ik het wel eens op 22 graden stoken, tegen normaal 21,0 of 21,5  en een graad meer of minder merk je dan niet heel erg. Maar bij 24 graden kom je toch op een temperatuur die ik ook in de strengste winter niet gewend ben en dat merk je dan ineens wel. Niet dat je dan ineens de neiging krijgt om alles maar meteen uit te trekken, of een koude douche te nemen. In feite doe je dan nog steeds alles dat je anders ook deed, alleen dan binnen en niet buiten. En je loopt iets minder snel en minder vaak.

Wat me vanmorgen wel meteen opviel is het volgende. Het bezoek aan de websites bij deze hitte daalt tot vrijwel helemaal nul. Hooguit een handjevol blijft over.  Je zou toch denken dat internetten maar heel weinig inspanning vergt en van allerlei inspannende andere activiteiten komt natuurlijk bij hitte juist veel minder terecht. Dat laatste is ongetwijfeld waar, maar dat er vervolgens bij hitte ook nauwelijks nog wordt geïnternet blijft voor mij toch een verrassing. Wellicht zoeken mensen dan toch vaker de buitenlucht op, omdat ze het binnen juist niet te harden vinden.  Het verschijnsel deed zich overigens niet alleen gisteren voor, maar viel me al vaker voor bij heet weer: ook internetten wordt dan niet veel meer gedaan. Ik ben natuurlijk zelf een bevoorrecht mens, dat ik in een zo goed geïsoleerd huisje woon, zodat ik buiten nooit de temperatuur kan vinden die ik binnen al heb. Dus ik blijf binnen. Tenzij ik natuurlijk echt naar buiten moet, zoals vandaag op nootjesdag. Gelukkig is het na vanmiddag een stuk minder heet, volgens de verwachting, al blijft het wel zomeren met temperaturen rond de 25 graden.

Zaterdag 28 juli 2018.

Gisteravond was het om half acht de eerste keer dat ik met die helse temperaturen (33 graden op dat moment) buiten kwam. Dat was een schok, vanwege de maximaal 24 graden die ik thuis gewend was. Na een half uurtje buiten en mijn nootjes met mij samen binnen, was ik weer terug, zwetend als een otter. Neergezegen op de bank en vervolgens bewegingsloos uithijgend. Na een uurtje opgestaan en toen vastgesteld dat als gevolg van het binnentreden van die straalkachel de temperatuur in huis inmiddels was gestegen naar 25 graden. Vanmorgen vroeg was hij weer terug op 24 graden en inmiddels was het buiten 23 graden geworden en intussen om 10.15 uur toch alweer 27 graden. Het zou vanaf nu moeten gaan afkoelen, maar ik wil het graag ook even meemaken en zien.

Opnieuw was het een etmaal met slechts een handjevol bezoekers. Als dat inderdaad met het weer te maken heeft, dan zou het morgen toch een stuk moeten zijn aangetrokken.

Net als bij zovelen kwam ik het afgelopen etmaal ook weer niet tot veel activiteiten. Wel heb ik gisteren nog gepoogd, als gevolg van een klusje voor de woningcorporatie dat ik nog moest doen, om op de websites van andere woningcorporaties te vinden wat zij te melden hebben over huurders in het bestuur en het beleid van de organisatie. Ik heb een stuk of twaalf van deze opgezocht, waaronder die van Vestia en Rochdale, beide woningcorporaties met de grootste bestuurlijke ellende van de afgelopen jaren in deze wereld, en aanleiding voor de parlementaire enquete. Vestia vanwege grootschalige financiële malversaties en Rochdale bekend geworden van de Maserati-directeur. Ik had – naïef natuurlijk – verwacht dat juist deze organisaties nu, na de vele publiciteit, de parlementaire enquete en de sindsdien zwaar verscherpte wetgeving, plus de diverse veroordelingen van leidinggevenden daar –  een toonbeeld zouden zijn van zoals het moet. Niets bleek minder waar. Bij Rochdale kon ik zelfs helemaal niets vinden over de positie van de huurders, terwijl dat bij Vestia weliswaar wel het geval was, maar uitsluitend vanuit de zienswijze van de huurders(organisatie). De corporatie zelf lijkt wel helemaal los te staan van de bijdragen van de huurders. Over zoiets als het inmiddels verplicht voorgeschreven zogenaamde tripartite-overleg, waarbij volgens de huidige Wet, huurders, gemeente en woningcorporatie als gelijkwaardige partners met elkaar moeten overleggen: geen woord. Zoals de geschiedenis zo vaak heeft geleerd: van schandalen leert men maar vrij weinig of zelfs op sommige terreinen: helemaal niks. Dan doen we het bij De Woonplaats in Enschede helemaal niet zo slecht. We hebben dan ook echt een mooi, divers en behoorlijk compleet bestuur.

Zondag 29 juli 2018.

Vandaag dus de herdenking van de Slag bij Vlaardingen, 29 juli 1018, toen graaf Dirk III een veel groter leger van keizer Hendrik II versloeg. Hendrik werd zelfs nog bijgestaan door legereenheden van de bisschoppen van Utrecht en Luik, maar het baatte niet. De Heer was blijkbaar noch de keizer, noch die beide bisschoppen gunstig gezind. Graaf Dirk III was van het Hollandse Huis, maar Holland bestond in 1018 nog niet. De naam ‘Holland’ zou pas in 1101 onder zijn nazaat Floris II gebruikt gaan worden. De streek van Vlaardingen heette bij mijn beste weten nog West-Frisia. Ik zal vandaag dus niet bij die viering in Vlaardingen zijn. Je kunt ook niet alles hebben, natuurlijk. Het duurt dus nog even voordat we het duizendjarig bestaan van Holland kunnen vieren: in 2101. Helaas kon ik zo snel de precieze datum in 1101 niet vinden van de akte waarbij Floris II de eerste Graaf van Holland werd. Het heeft uiteraard ook nog helemaal geen haast. Het duurt nog ongeveer 83 jaar voordat we dit feest hebben. Dus we hebben nog even de tijd om de precieze datum op te zoeken.

Gisteren wel weer vijf nieuwe boeken besteld. Eentje had de boekhandel al in voorraad: Pax Romanum en die heb ik dan ook meteen aangeschaft. Dit is ook weer een pil van een dikke 500 pagina’s. De vier andere zouden er begin volgende week moeten zijn. Het boek Geschiedenis van de Joden van Simon Schama heb ik over enkele dagen wel uit. Dat betreft overigens nog pas het eerste deel: vanaf het begin tot 1492. Er is inmiddels ook een tweede deel (van 1492 – 1900) en een derde deel van 1900 tot de tegenwoordige tijd. Ik vond het eerste deel overigens behoorlijk zware kost, dus ik stel de aanschaf van het tweede en derde deel nog even uit.

Dan is de hitte gisteren weer uit huis verdreven. Tot op zekere hoogte dan. Dat viel overigens bepaald niet mee. De isolatie zorgt er ook voor dat, als de temperaturen eenmaal gaan dalen, de hitte in huis ook langer blijft hangen. Bovendien bleef het hier ook buiten het grootste deel van de dag 25 graden of hoger, zodat het openzetten van ramen geen enkele zin zou hebben gehad voor de temperatuur, behalve dan voor de ‘frisse’ lucht. Pas toen aan het eind van de middag de temperaturen echt begonnen te zakken, had het zin om de ramen tegen elkaar open te zetten. Deuren houd ik liever dicht, vanwege de dan binnenlopende katten en wie weet wat voor andere dieren, die ik dan weer moeilijk het huis weer uit krijg. Enfin, was de binnentemperatuur des morgens nog 24,5 graden, en in de namiddag nog steeds, bij het slapen gaan was hij gezakt tot 23,5 graden. Een hele graad gedaald dus na urenlange openstelling. De warmte gaat natuurlijk niet alleen in de binnenlucht zitten, maar ook in de meubels en al het andere dat binnen staat.  We krijgen nu een week van temperaturen tussen de 25 en 30 graden en voor daarna lijken het toch weer hogere temperaturen te worden. Afwachten maar weer.

Maandag 30 juli 2018.

De temperaturen zijn nog altijd zomers, maar niet meer zo superheet. Ze zijn nog te hoog (25 – 30) voor lange wandelingen, maar laag genoeg om weer probleemloos boodschappen te kunnen doen en weer reizen te gaan maken. Een van mijn komende bestemmingen zal dus Musselkanaal zijn, de Woeste Grond, voor aanvulling van mijn meukvrije vlees.

Ik moest nu toch eindelijk een digitale pasfoto naar de NS sturen voor mijn nieuwe OV-chipkaart. Daarvoor dacht ik dan toch makkelijk de pasfoto te kunnen gebruiken die ik in mei van dit jaar mij ook digitaal heb laten aanleveren. Dat was een pasfoto gemaakt volgens alle regelen van de kunst en volgens de nieuwste techniek. Maar de NS dacht daar dus heel anders over. Bij het digitaal invullen van het formulier en het uploaden van deze foto bleek hij te klein te zijn. Hij was slechts 16 kB en hij moest tenminste 150 kB zijn. Wat heb ik nou toch weer aan mijn fiets hangen? Pogingen om de foto groter te maken mislukten, omdat het plaatje bij voldoende grootte meteen ook te onscherp bleek te zijn. Wat nu? Dus heb ik eens geprobeerd de allereerste selfie van mezelf te maken. En dat lukte me meteen bij de eerste poging. Ik moest er nog wel wat aan boetseren, voordat alles naar NS-wens was, maar ook dat verliep goed. Na enkele uren kreeg ik bevestiging van NS. Blijkbaar zit er bij de NS een mannetje of vrouwtje alle digitaal ingezonden foto’s afzonderlijk handmatig na te kijken, waarschijnlijk om te voorkomen dat er iemand een foto van zijn kat stuurt, al dan niet met een vergiet op zijn kop. NS meldde echter na enkele uren dat mijn foto in orde was bevonden en dat ik mijn nieuwe kaart binnen vijf weken tegemoet kon zien. De huidige verloopt inderdaad begin oktober, dus ik ben nog mooi op tijd. Weer een probleem opgelost.

Vervolgens de BTW-aangifte voor het tweede kwartaal gedaan en de bijbehorende betaling verricht. Dus ben ik daarmee nóg een verplichting nagekomen.

Dinsdag 31 juli 2018.

Het werd toch weer een warme dag, met temperaturen ruim boven de 30 graden. Voorlopig zou dit dan wel de allerlaatste (van deze zomer?) moeten zijn, maar we wachten af.

Gisteren ben ik dan eindelijk weer verdergegaan met het vullen van mijn boekensite. Dat project lag al enkele maanden stil. Ik ben eerst maar eens begonnen met een zodanig systeem opzetten, dat ik elk volgend boek makkelijk in het systeem kan plaatsen en vervolgens ook weer kan terugvinden. Nog een hele klus met nu ongeveer 250 boeken die er al op staan en een veelvoud daarvan dat nog zou moeten volgen. Verdere aanvulling verwacht ik pas als dit stukje reorganisatie klaar is en dat zal pas eind van deze week of het komende weekend zijn. Dezer dagen begin ik dan ook weer aan mijn reizen. Ik neem me voor daarbij ook weer foto’s te gaan maken, voor op deze site.

Woensdag 1 augustus 2018.

Ook de maand juli 2018 gaven de bezoekersaantallen van deze website, gemeten naar het 12maandelijks gemiddelde, weer een lichte stijging te zien, met opnieuw een absoluut record (afgezien van de periode eind 2000 – begin 2001). De toename was overigens wel heel licht, maar toch betekenisvol.  Ook voor de maand augustus 2018 verwacht ik opnieuw een lichte stijging, maar dat is op dit moment uiteraard nog vooral koffiedik kijken. Overigens lijkt me dat ook een leuke hobby: koffiedikkijken. Ik ga me daar toch eens verder in verdiepen. Zie voor de statistische details de betreffende pagina op deze website.

Al eerder meldde ik in deze rubriek de diverse vrachttreinen die vanuit China Europa aandoen, maar dan uitsluitend uit Chinese bron. Vanmorgen had het Engelse The Guardian daar een artikel over. Het volgende baseer ik op hun informatie en weet ik niet uit Chinese bron.  De Duitse stad Duisburg is de bestemming van niet minder dan 30 vrachttreinen uit China per week, ofwel 4 á 5 per dag. Duisburg is bij 80% van alle Chinese vrachttreinen de bestemming in Europa. Er moeten dus ook nog wekelijks 7 (dus elke dag eentje) andere Chinese vrachttreinen naar Europa zijn, die dan niet naar Duisburg gaan. Waar deze 7 dan heengaan wordt niet vermeld, maar blijkbaar ook naar Antwerpen, volgens de Chinezen dan. De treinen naar Duisburg doen er een kleine 12 dagen over. Een schip doet er, voor de helft van de prijs, 45 dagen over. Vracht per vliegtuig is meer dan twee keer zo duur als de reis per trein en duurt 5 dagen. Een probleem is nog dat de treinen helemaal vol van China naar Duisburg gaan, maar slechts halfvol weer terug. Een ander opmerkelijk feitje is dat van de twaalf dagen er 5,5 nodig zijn om de 10.000 kilometer van China naar de Pools-Witrussische grens te komen en zes volle dagen nodig hebben om van Polen naar Duisburg te komen. Vooral de Chinezen zelf maar ook de Kazakken/Kazachen (hoe heten de inwoners van Kazakstan?) doen er alles aan en werken ook keihard om de trein zo snel mogelijk door te loodsen. Aldus The Guardian. Daaruit kun je dus opmaken, hoewel dat er niet met zoveel woorden staat, dat de Russen, Witrussen en Polen en mogelijk ook nog de Duitsers daar niet zo vlot aan meewerken. Gegeven het eerste punt van stagnatie moeten dat dus vooral de Polen zijn. Ofwel de toegang tot de EU. De Duitsers zijn bezig om die vertragingen binnen Europa op te sporen en weg te werken.

Zoals Wim Kan al zei: “De Chinezen komen eraan. Je kunt dan wel elke dag Chinees gaan eten, maar dat helpt niet, want het zijn er zoveel.”

Verder wil de hete zomer maar niet wijken. Nog altijd blijft het, zover het oog reikt, zeker een dag of veertien, maar heet: temperaturen van 25 – 30 graden en zelfs af en toe nog meer dan 30 graden.

Donderdag 2 augustus 2018.

Al eerder meldde ik hier dat ik het boek ‘Geschiedenis van de Joden’ van Simon Schama maar zware kost vond. Het betrof het eerste deel (van drie) over de periode van het begin tot 1492. Gisteravond kreeg ik het uit. En met een zekere opluchting legde ik het opzij. Hoewel ik Simon Schama’s eerste boek over de Franse tijd in de Nederlanden (1795 – 1813) heel erg goed vond, beviel me dit laatste boek een stuk minder. Het zal er wel mee te maken hebben dat ik – sinds mijn schooltijd – al de nodige voorinformatie over de Franse tijd had, het ook nog eens over de Lage Landen gaat en dat gaf dus veel bekends en herkenning. Ik wist daarentegen vrijwel niets van de (geschiedenis van de) Joden. Hoe zou dat nou toch komen? Blijkbaar is hieraan ook in mijn schooltijd geen enkele aandacht besteed. Joden moesten blijkbaar in de historisch volgorde gezien, blijkbaar eerst zoveel mogelijk vernietigd worden om daarna zoveel mogelijk te worden verzwegen. Hoe bizar kan geschiedenis toch zijn. Daar komt dan nog bij dat Simon Schama bij dit boek over de Joden een ‘moderne’ verhaaltrant voor historici heeft gevolgd, die mij totaal niet aanstaat.  Geschiedenis is voor mij een verhaal dat je van achteren naar voren moet vertellen of lezen. Dus: eerst gebeurde er dit en daarna gebeurde er dat. Maar die vertelwijze is blijkbaar ouderwets. Het wordt eerder thematisch ingevuld: bijvoorbeeld: eerst de geschiedenis van het Joodse broodbakken en daarna van het breien van Joodse sokken en vervolgens bespreken we een of andere heerser, liefst in vergelijking met andere heersers van veel later en/of veel eerder, maar uiteraard alleen hun economische beleid. Hun politieke en militaire beleid staat dan enkele honderden pagina’s verder beschreven en hun familieleven weer ergens anders. En zo gaat het verhaal dan verder, hot en her door de geschiedenis heen.  Zo raak ik totaal de verhaallijn en daarna ook nog de kluts kwijt. Ik moet voortdurend terugbladeren, of doorbladeren of een door de schrijver bekend verondersteld gegeven eerst even nazoeken op het internet, voordat ik een verhaal kan plaatsen en begrijp. Zo begint het boek met het contingent Joodse militairen op het Egyptische eiland Elephantine. Alsof elke lezer wel weet waar dit eiland ligt en wanneer daar Joodse militairen hebben gelegen. Was dat eiland  aan een Egyptische kust of ergens in de Nijl? Omdat dit het begin van het boek is denk je dan dat hiermee de Joodse geschiedenis begint. Maar nee. Die militairen lagen daar plm 500 jaar voor Christus, terwijl de eerste historische vermelding van ‘Israëlieten’ al van zo’n 700 jaar eerder was. Dat moet je dan wel ergens anders opzoeken, want Schama vertelt dat niet. Dan is er bij deze geschiedenis natuurlijk ook nog het verschijnsel dat de Bijbel niet altijd geheel overeenstemt met archeologische vondsten. Of dat die beide bronnen elkaar juist compleet tegenspreken. Bij de lezer wordt een flinke bekendheid met de Bijbel verondersteld, alsmede met een lawine aan Joodse/Hebreeuwse/Bargoense begrippen en woorden. Door de door de schrijver gekozen chaotische benadering van het onderwerp was het lezen van dit boek een moeizame toestand. Als hij overigens eenmaal met een verhaal begint, dat je ook kunt plaatsen, kun je dat stuk wel weer moeiteloos in één adem uitlezen. In die zin is Simon Schama een begenadigd schrijver.

Voor de liefhebbers: de eerste historische vermelding van Joden (Israëlieten) was op de stèle van Merenptah, een Egyptische farao, van 1208 jaar voor Christus, (niet te verwarren met een andere Egyptische farao die volgens historici (en de Bijbel) te maken had met de uittocht van de Joden uit Egypte naar Kanaän). De genoemde stèle van Merenptah is 310 cm hoog, 160 cm breed en 32 cm dik, dus een flinke knaap. Hierop staat dat deze Farao drie landen heeft veroverd en een volk: Israel. Israel is hier dus geen land, maar een volk. ‘Zijn zaad bestaat niet meer’, aldus Merenptah. Daarna worden de Israëlieten nog op meerdere stèles en andere informatiebronnen vermeld en honderden jaren later treffen we ze dan onder andere op Elephantine, een Egyptisch eiland in de Nijl, dichtbij het huidige Soedan, aan, waarmee Simon Schama zijn boek over de geschiedenis van de Joden begint.

Een voornemen om gisteren nog een keer naar de slager in Musselkanaal te gaan heb ik op het nippertje niet uitgevoerd. Het was me toch te heet om te gaan sjouwen, temeer omdat ik ook nog voor pakweg een dag of veertien vlees en vis in huis heb. Dus echt urgent was en is het niet.

Een ander plan van me om de extreem lage waterstanden van de Rijn eens te gaan bekijken kreeg het afgelopen etmaal wat meer vorm. Het verbaast me al vele jaren dat de Maas, als ik bij Tonnie ben, die pal aan de Maas woont, eigenlijk altijd dezelfde hoogte heeft. Ook volgens de ‘Waterstanden’ trouwens, dus dat klopt wel. Tonnie vertelde dat zij ook herkent dat de Maas bij haar altijd hetzelfde eruit ziet. Maar volgens haar is dezelfde Maas bij Smeermaas (België) inmiddels vrijwel droog gevallen. Je kunt er naar de Nederlandse overkant (Borgharen) gewoon lopen, over de kiezelsteentjes. Dat betekent dus dat het Maaswater bij sluizen wordt gestopt en ergens anders wordt heen geleid. Dat moet dan wel het Julianakanaal zijn. Hoe dan het Albertkanaal wordt gevoed begrijp ik dan nog niet. In elk geval heeft deze informatie nu wel mijn plan wat veranderd. Het wordt nu dus: eerst de lage Rijn bekijken en vastleggen, ergens ten oosten van Arnhem/Nijmegen en vervolgens naar de Maas lopen, om die ook nog even op de gevoelige plaat vast te leggen. En daarna met de trein naar de volgende bestemming in het westen des lands. Het wordt die dag wel onvoorstelbaar vroeg opstaan, om dit plan op dezelfde dag te kunnen uitvoeren. De precieze planning komt later. Het is ook nog niet zover.

Vrijdag 3 augustus 2018.

Het bericht van de gemeente over de verdwenen tuinen kwam gisteren binnen! Bij beide klachten zijn we in het gelijk gesteld! De ene klacht was dat we hier geen persoonlijke tuin hebben en dat is nu erkend. De andere klacht ging dat de vergelijking van onze huizen met andere huizen binnen de gemeente werkelijk nergens op slaat. Bij de vergelijkbare huizen gaat het om vrijstaande villa’s, terwijl wij hier aan elkaar  gebouwde en gestapelde woningen hebben. Ook in die klacht zijn we in het gelijk gesteld. Er volgde dus een andere vergelijking met inderdaad volgens mij woningen die wat meer op de onze lijken. Maar de grootste verrassing was wel dat beide – volgens mij toch vrij grove fouten – niet hebben geleid tot een andere waarde van de woningen: die blijft hetzelfde.  Eerst maar eens verspreiden binnen de club, en dan met elkaar maar eens gaan bedenken wat we hiervan vinden.

De aanhoudende hitte heeft al geruime tijd tot gevolg dat ik relatief weinig beweeg. Het zou het weekend minder heet moeten worden, dus hopelijk is er dan kans op een stevige wandeling. Begin volgende week gaat de hittegolf dan wel gewoon verder, zeker tot en met woensdag, dus mijn eerder beschreven tocht van kort daarna zou nog steeds moeten kunnen, zelfs bij redelijk aangename temperaturen. Het is nog erg vroeg voor definitieve uitspraken hierover, dus hier kom ik nog vaker op terug in de komende dagen.

Gisteren stuitte ik – op een hulpverzoek van achterneef Piet – op een merkwaardig verschijnsel. Van een echtpaar uit de achttiende eeuw (van Leeuwen – Piek) weten we zowel de doopdatum en -plaats als hun overlijdensdatum en -plaats als hun huwelijksdatum en -plaats. Bij die plaatsen gaat het alle keren over Aarlanderveen. Piet kon alleen geen kinderen van dit echtpaar vinden, die je dus toch in Aarlanderveen zou verwachten, als beide echtelieden er geboren, getrouwd en overleden zijn. In mijn stukken kwam ik eerst een lidmaatschapsregister van de kerk uit die tijd tegen. En inderdaad worden beide echtelieden in de gehele periode genoteerd als lid van de gemeente Aarlanderveen. De vrouw overlijdt als eerste, in 1818 te Aarlanderveen. Ook dat klopt met het lidmatenregister. Dan wordt de man in 1819 vermeld met een andere vrouw. Blijkbaar was de man dan hertrouwd na het overlijden van zijn eerste vrouw. Maar als de man 1838 overlijdt, opnieuw in Aarlanderveen, wordt hij in de overlijdensakte genoemd als weduwnaar van zijn eerste vrouw. Heel merkwaardig. Vervolgens ben ik alle doopinschrijvingen van Aarlanderveen stuk voor stuk doorgelopen, en geboortes vanaf 1811, maar geen enkele keer komt daar inderdaad het eerste echtpaar in voor, maar ook het tweede echtpaar niet. Beide echtparen (als het inderdaad twee echtparen waren) hebben dus blijkbaar inderdaad geen kinderen gehad. Omdat de kindersterfte in die tijd hoog was, heb ik ook alle begrafenis- en overlijdensinschrijvingen doorgenomen, of er soms kind van deze echtparen in voorkwam, maar ook dat was niet het geval.  Dit is dus raadselachtig, vooral omdat ze daar toch hun leven lang gewoond hebben.

Ineens realiseerde ik me dat bij al mijn genealogisch onderzoek, waarbij ik van enkele duizenden echtparen hun kinderen, ouders etcetera heb opgezocht, ik heen enkele keer eerder heb meegemaakt dat een echtpaar geen kinderen had gekregen. Dat is natuurlijk ook een gevolg van het feit dat ik met een kwartierstaat bezig was en ben: steeds weer de vaders en moeders van steeds verdere voorouders opzoeken. Die mensen moeten dan ook uiteraard steeds kinderen hebben gehad. Piet is bezig met de omgekeerde procedure: van een oudst gevonden rechtstreekse voorouder steeds weer alle nazaten vinden. En dan kom je natuurlijk wel mensen tegen die geen kinderen hebben gehad. Ook mensen die wel getrouwd zijn geweest. Vandaag de dag hoor je met de regelmaat van de klok over echtparen die geen kinderen kunnen krijgen en waarbij de tegenwoordige techniek moet worden ingeschakeld. Ik ben toch benieuwd naar zijn ervaring: hoe vaak kwam hij dat nou tegen met zijn onderzoek? Zoals ik er nu tegenaan kijk kregen mensen in vroegere eeuwen vrijwel altijd kinderen. Tegenwoordig is dat lang niet meer zo vanzelfsprekend.

Uiteraard ga ik nog verder met het uitzoeken van die raadselachtige voorouders te Aarlanderveen. Ik heb nog wel enkele ideeën hoe we (nog) dichter bij de waarheid kunnen komen.

Zaterdag 4 augustus 2018.

Je bent nooit te oud om te leren. Dat geldt voor elke leeftijd, zelfs als je ruim boven de negentig bent. Dat bleek gisteren weer. Een buurvrouw op zeer hoge leeftijd, maar altijd zeer bij de tijd, stond voor mijn deur met het bericht dat ze haar huissleutel was kwijtgeraakt. Ergens bij het winkelen was ze die verloren. Wellicht in de taxi, wellicht in een winkel, wellicht ergens op straat. Ze had ook aan niemand in de buurt een reservesleutel gegeven, voor in geval van nood. Dat doen de meesten hier wel en ik heb dat zelf toevallig nog enkele dagen geleden gedaan. Voor het eerst zelfs. Dus heb ik haar naar binnen gevraagd en ben eerst gaan bellen met het taxibedrijf. Die konden niets in de betreffende taxi vinden en die persoon was zo vriendelijk om nog naar de winkel te gaan waar mevrouw geweest was. Maar bij terugbellen enige tijd later bleek haar sleutel nergens gevonden te zijn.

Wat nu? Er zat niets anders op dan een firma te bellen die gespecialiseerd is in het openen van gesloten deuren. Eerst eens naar een fietsenwinkel gebeld, waar mevrouw heel goede ervaringen mee had en waarvan ze wist of dacht dat zij haar zeker zouden willen helpen. Echter bleek het dat deze winkel precies deze week zijn vakantiesluiting had en dus onbereikbaar was. Daarna volgde míjn keus: de doe-het-zelf-zaak waar ik nou zulke goede ervaringen mee had en waarvan ik verwachtte dat zij ons wel zouden willen helpen. Die had ik nog nooit eerder gebeld, want als ik wat technisch nodig heb en had ben ik daar zelf altijd persoonlijk naartoe gegaan. Deze winkel was wel gewoon geopend en het verrassende was dat de medewerker die de telefoon aannam meteen mijn stem herkende en mij ook persoonlijk begroette. Dat gaf de burger moed. En inderdaad was het zo dat ze dit soort werk ook deden, zeker voor een goede klant als ik. Al ging het over een buurvrouw. Maar helaas. Weliswaar was de winkel geopend, maar er was wel personeel met vakantie en de medewerker stond er vandaag alleen voor en kon dan ook voor deze kwestie de winkel niet sluiten. Hij deed de suggestie voor een collega enkele kilometers verderop. Bij Google bleek echter dat deze firma een vast tarief had van tussen de 125 en 175 euro, afhankelijk van het precieze tijdstip, waarbij dan uiteraard ook nog een nieuw slot moet komen en eventueel de kosten voor het herstellen van opgelopen schade. Mevrouw deed de suggestie om de politie te bellen. Die hakken toch vaker met zo’n bijltje? Ongetwijfeld, maar ik zou dat zelf nooit doen. Maar voor een buuf doe ik dat uiteraard wel, als zij het wil. Ik werd verassend snel met een echt mens doorverbonden. Het plaatselijke politiebureau was – uiteraard – gesloten en na enig heen en weer vragen, deed deze politieman de suggestie om de firma te vragen, die ook al door mijn doe-het-zelfbaas was aanbevolen. Intussen waren we zeker anderhalf uur verder en zaten we al ruim in etenstijd. Goede raad bleek dus inderdaad duur. Dus hebben we dan toch maar die dure, maar door zowel de politie als een vertrouweling los van elkaar aanbevolen firma gebeld. Die zouden er binnen een half uur zijn, waarmee ze trouwens ook adverteerden. En inderdaad na exact een half uur stond de persoon aan mijn deur. Geweldig. Er zijn dus toch echt nog betrouwbare mensen op de wereld, die gewoon hun beloftes en afspraken nakomen.

We liepen gedrieën naar haar voordeur, die boven gelegen was. Ik kom uiteraard vrijwel nooit boven in deze woningen. Bij haar voordeur aangekomen trof hij echter naast die deur een kastje van de thuiszorg aan, waarvan hij wist dat daar haar voordeursleutel in zou moeten zitten. Nu moet je natuurlijk nog wel de code weten. Die wist ze helaas niet. De slotenmaker heeft nog de zorginstelling gebeld en is daarna onverrichter zake vertrokken, zonder dat hij kosten zou gaan berekenen. De zorginstelling kon natuurlijk niet aan mij of de slotenmaker de code geven. Logisch. Privacy, u weet wel. De medewerker van de zorginstelling moest daarvoor persoonlijk langskomen en men kon uiteraard niet vertellen hoe lang dat kon gaan duren. Dus heb ik de buuf opnieuw bij mij uitgenodigd om daar dan maar op de medewerker van de zorginstelling te gaan wachten. Buuf vertelde dat ze geen seconde aan dat kastje had gedacht, dat er overigens nog maar enkele dagen was. Ze had wel de code per post thuisgekregen, maar dacht die nooit nodig te zullen hebben, dus had ze hem ook niet onthouden. Ze kwam immers zelf altijd met haar eigen sleutel naar binnen. Na pakweg een half uur of iets langer belde inderdaad een medewerkster van de zorginstelling bij me aan, die mevrouw haar eigen huis in kon loodsen. Probleem opgelost, maar een ervaring rijker. Dat gold dan zowel voor mij als de buurvrouw.

Zondag 5 augustus 2018.

Al vroeg gistermorgen belde de winkel waar de dag ervoor nog naar de sleutel was gezocht, met de mededeling dat de sleutel inderdaad gevonden was. Ik heb hem meteen opgehaald en de buuf gemeld dat de sleutel weer terecht is.

Gisteren heb ik me dan toch maar aangemeld bij MyHeritage. Ook voor een DNA-kit. Maar vrijwel meteen kwam ik voor vragen te staan. Na het invullen van mijn ouders en grootouder kreeg ik meteen een aanbod voor aanvulling van deze gegevens met 50 namen met één foto. Dus ik accepteer meteen. Wel zo makkelijk. Het ging om familie van mijn grootmoeder van vaderskant, verzameld door een zeker Erica. Ik zag vrijwel meteen dat ik inderdaad diverse mensen van deze 50 al wel kende, en die ook in mijn kwartierstaat voorkomen. De meesten kende ik overigens niet. Die ene foto was overigens geen portret maar een document: een doopinschrijving.  Ik ben zelf ook ooit begonnen met gegevens te noteren die ik in de stukken en registers vond, zonder die documenten ook te verzamelen. Mijn stelling was dat ik niemand van mijn gelijk hoefde te overtuigen, behalve mezelf. Maar van dat standpunt ben ik dus teruggekomen. Op den duur wist ik zelf ook niet meer hoe ik aan een bepaald gegeven was gekomen, ook aan mezelf niet kon ik het niet meer uitleggen, zodat ik zelf ook niet meer verder kon zoeken, of ik deed alles twee of meer keren over. Dus ben ik op zeker moment toch maar documenten als bewijsstukken gaan verzamelen, zodat ik zelf ook weer kan terugzoeken waar ik iets vandaan heb gehaald en anderen daar desgewenst ook weer kennis van konden nemen.  In de gisteren aangevulde gegevens zat dus maar één document, dus hoe betrouwbaar de rest van de 50 aanvullingen is weet ik ook niet.

Ook viel me op dat er meerdere gaten zaten in de gegevens die ik zelf ook al had. Zo ontbrak er nogal eens een overlijdensdatum. Overlijdensdata zijn inderdaad in mijn ervaring vaak lastig te vinden. Je weet niet hoe oud iemand geworden is en lang niet iedereen overlijdt ook in de plaats waar hij of zij geboren of getrouwd is. Dus waar moet je het overlijden van die persoon zoeken en wanneer ongeveer?  Elk overlijden is (althans van vóór 1939, want vanaf dat jaar kun je de GBA-gegevens opvragen) mogelijk te vinden en kost vaak sloten met tijd. Vandaar dat dat nogal eens achterwege blijft. En dat zie je dus ook terug in de gegevens van ‘Erica’.  Ik heb er geen probleem mee als mensen mijn gegevens overnemen, want doorgaans zullen ze wel kloppen. Maar ik moet dus uitkijken met het overnemen van gegevens van anderen. Als ik werkelijk dit MyHeritage-bestand wil volmaken, ook met alle documenten, is dat een levensproject op zichzelf. Ik weet nog niet of ik dat helemaal ga doen. Eerst maar eens met ervaringsdeskundige Piet gaan overleggen.

Vandaag is het – qua weer en temperatuur – een wat mildere tussendag hetgeen de gelegenheid geeft om het huis weer eens goed door te luchten. Maandag tot en met woensdag zouden dan weer superheet worden. Mijn plannen voor daarna lijken goed samen te gaan vallen met de weersverwachting: droog en draaglijk.

Maandag 6 augustus 2018.

Vandaag opnieuw een bloedhete dag, maar het lijkt erop dat het einde van de extreem lange heetweerperiode nu in zicht is. Ook morgen zal het nog gloeiend heet zijn, een van de heetste dagen ooit, maar woensdag zou het al een stuk minder heet worden en vanaf donderdag blijven de temperaturen dan steken tussen 20 en 25 graden, normaal voor de tijd van het jaar. Als de verwachtingen uitkomen uiteraard. Het is nu dus nog de vraag of we wel het laagste punt in de Rijn ooit nog dit jaar zullen halen. De stand is nu precies 7,00 meter, terwijl de laagste stand ooit 6,89 meter was. Nog maar 11 centimeter dus. Hij zakt vast nog wel enkele dagen, maar het is heel goed mogelijk dat hij al vanaf donderdag of vrijdag toch weer gaat stijgen. Als ik dat laagste punt nog wil meemaken zal ik mijn plannen moeten veranderen. Ik kijk het nog even aan en dan maak ik eventueel nieuwe plannen. De bezoeken aan Piet en Jan gaan uiteraard gewoon door, omdat ik nu eenmaal mijn afspraken nakom, zoals je dat van veel anderen – zoals in dit geval het weer – niet kunt zeggen.

De ervaringen met MyHeritage. Het wordt me toch wel steeds duidelijker dat deze website centraal moet blijven staan voor mijn kwartierstaat. Nog los van de enorme hoeveelheid gegevens die hier op staan en die ik nog allemaal zou moeten overbrengen, hetgeen nog vele jaren zal vergen. Ik krijg nu al batterijen met matches, die ik maar amper allemaal kan checken of ik er echt iets aan heb. Dat alleen al is bijna een dagtaak. Er is – zoals overal – ongelooflijk veel kaf onder het koren.

Het linkse activisme heeft in de loop der jaren wel een heel ander gezicht gekregen. Dat is in België niet anders.

Dinsdag 7 augustus 2018.

Dit zou dan de laatste superhete dag van deze zomer moeten worden. Op dit moment is het al 32 graden en het zou nog wat meer moeten worden. Gisteren was de laagwatervoorspelling bij Lobith in de Rijn zo, dat hij drie dagen lang, woensdag, donderdag en vrijdag op 6,95 zou staan en dan zaterdag naar 7,10 zou moeten stijgen. De laagste stand ooit was daar 6,89 meter. Vanmorgen was de voorspelling dan zo dat hij zaterdag juist verder zou gaan dalen naar 6,85 meter. Dat zou dan echt de laagste stand ooit zijn. Kortom, ik moet het echt heel goed en frequent in de gaten blijven houden. En pas op het laatste moment beslissen wanneer ik dan ga. Die laagste stand, welke die ook mag zijn, wil ik dit keer toch niet missen. De kans is klein dat ik het nog eens vaker zal gaan meemaken en indien wel, kan het wel eens over vele jaren zijn.

De invulling van MyHeritage gaat ook gestaag verder. Het blijft nog wel even wennen. Ook dit systeem heeft het manco dat niemand controleert of het wel klopt wat jij (en alle anderen) hier invullen. Zo zag ik een vertrouwenwekkende documentatie over een persoon, met meerdere ondersteunende documenten, die ik graag overnam. Maar bij nadere beschouwing bleek de dame in kwestie nog zeker drie kinderen gekregen te hebben nadatze was overleden. Een nogal ongebruikelijke gang van zaken, kan men wel zeggen. Bovendien kunnen de opgegeven sterftedatum en -plaats onmogelijk kloppen. In deze sterftedatum heb ik onnoemlijk veel energie gestoken en ik weet wel heel zeker dat hij niet op die datum en in die plaats kan kloppen. Kortom: je moet altijd gevonden gegevens blijven checken op waarheid, ook al lijkt het allemaal nog zo vertrouwenwekkend.

In een nieuwsbericht stond dat een dame met haar auto tegen een lantaarnpaal was gebotst op de  Oterlekerweg  in Stompetoren.

Er werd een printje uit Google Street View bijgevoegd. De vraag is nu: zoek de lantaarnpaal. Je vindt hem wel, maar het zal toch een hele tour zijn om hem met je auto te raken.

En als u hem vindt: hoe krijg je het voor elkaar daar op deze weg tegenaan te botsen?

Woensdag 8 augustus 2018.

Eindelijk is dan de heftige hitte verdreven. Tegelijk is de zomer nog niet weg, want ook de komende week en zelfs weken lijken de temperaturen nog altijd rond de 25 graden te zijn. Tegelijk ben ik wel heel benieuwd of nu het aantal kijkers op deze website weer gaat aantrekken. Zo niet dan is het nu lopende dipje echt, zo ja zullen er vanaf vandaag duidelijk meer kijkers/bezoekers moeten zijn.

Gistermiddag kreeg ik dan de DNA-set van MyHeritage en inderdaad exact op de tweede werkdag na de aanvraag, zoals ze ook beloofd hadden. Meteen heb ik maar het wangslijm op twee wattenstaafjes verzameld en in de bijgeleverde verpakking weer teruggestuurd naar Houston in de V.S. Over vier tot zes weken, ergens in september dus 2018 naar verwachting dus, zouden we dan de effecten mogen verwachten.

Het verder invullen van MyHeritage levert inderdaad veel verrassingen op. Maar helaas tot nu alleen maar de negatieve. Onvoorstelbaar veel mensen, de grote meerderheid vermoed ik zelfs, doet maar wat, als ze bezig zijn met voorouderonderzoek. Men neemt heel vaak niet de moeite om een geboorte- huwelijks- of overlijdensdatum echt op te zoeken, maar men gokt maar wat op een jaartal of zelfs een datum en/of de bijbehorende plaats. Het toppunt bereikte ik gisteren toen ik een veelbelovende aanvulling importeerde, waarbij bleek dat de eerste vraag bij een persoon was om zijn e-mailadres op te geven. Voor een persoon die in het midden van de 18e eeuw was geboren. Een ruime 250 jaar geleden dus. Bij mijn weten hadden ze toen nog helemaal geen e-mail, in elk geval niet in Nederland. Het bleek bij goed nakijken dat op het documentje was ingevuld dat de persoon nog in leven zou zijn. Ja, dan snap ik wel dat je dan ook nog een e-mailadres kunt hebben. Waarom niet? MyHeritage maakt er dus geen enkel probleem van om een nog levende 250-plusser in zijn registers op te nemen. Zie doen dus duidelijk niet aan leeftijdsdiscriminatie bij MyHeritage. En/of ze zijn hun tijd ver vooruit. Gisteren hadden we dan de vrouw die nog jaren na haar overlijden kinderen kreeg. Het kan allemaal bij MyHeritage.

Donderdag 9 augustus 2018.

Een onverwacht vroege afwezigheid vandaag, maar in de loop van vandaag alweer terug. Hopelijk nog voor de verwachte regen. Vandaar op dit moment slechts een korte bijdrage.

Vrijdag 10 augustus 2018.

Gisteren ging ik dan inderdaad vrij onverwacht al vroeg met de trein naar Nijmegen. In Nijmegen bus 80 genomen naar Millingen aan de Rijn, hoewel deze plaats niet aan de Rijn ligt, maar aan het Bijlandsch kanaal. Aan de bushalte Millingen Grensstation, op enkele passen van de grens met Duitsland, uitgestapt. Ik heb daar overigens geen grensstation gezien, wat dat ook mag zijn. De reis met deze bus 80 was op zich al een uitje. Ik zat vrijwel de hele busreis alleen in deze bus en kreeg zo een privé-rondleiding. De rit voert door de gemeente Berg en Dal en deze gemeente doet inderdaad zijn naam eer aan. Hij lijkt in veel opzichten op Wassenaar of Bloemendaal, met vele grote vrijstaande huizen, tussen veel groen, maar het verschil is wel dat veel van deze huizen een ver en vrij uitzicht hebben over een glooiend landschap. Schitterend. In Wassenaar en Bloemendaal kijk je toch vooral uit op je eigen tuin of op de heg van de buren. Vanaf de grens Duitsland inlopend kom je al na een paar honderd meter bij het dorpje Bimmen.

Op de achtergrond zie je de Rijndijk al liggen. Bimmen is een dorpje van niks. Hooguit een paar honderd huizen, waar absoluut niets te beleven is. Geen winkel of winkeltje, geen kroeg of café, geen enkele attractie. De enige attractie die mijn iPhone meldde was een brievenbus van de Deutsche Bundespost. Die wordt waarschijnlijk elke dag een keer geleegd, en dat kun je dan desgewenst bijwonen. Dat is alles. Zelfs een bankje om op te zitten heb ik niet gezien. Mijn iPhone meldde overigens nog wel een ‘kroeg’ met de naam Bei Gemma, maar daar aangekomen bleek het pand niet alleen gesloten maar zelfs in afbraak te zijn, zonder vermelding of en zo ja wat er dan voor in de plaats zou komen. Volgens mij kan geen enkele ondernemer hier een droge boterham verdienen.  Enfin, in het dorp de toegang naar de Rijndijk opgezocht en gevonden en die vervolgens opgegaan.

Ik had dit plekje uitgezocht omdat de Rijn bij Lobith (aan de overkant) vandaag op ongeveer 6,97 meter stond: de laagste stand in tientallen jaren. De laagste stand ooit was 6,89 maar het zou vanaf vandaag gaan regenen. Toen ik Duitsland weer uitliep zag ik toen ik mij omkeerde het onderstaande bordje staan.

Pas bij maken van dit artikel veel me op wat voor vlaggen er op de achtergrond hangen. De Duitse vlag is de Duitse staatsvlag, niet de zogenaamde civiele vlag, die het moet stellen zonder wapen in het midden en die wordt gebruikt door burgers en bijvoorbeeld bij sportwedstrijden. Merkwaardig. Daar achter hangt de Nederlandse vlag maar wel ondersteboven. Waarom bezoekers in dit plaatsje (toch) zo welkom zijn en wat er dan voor ze te zien of te doen is, is mij een raadsel. De brievenbus die dagelijks geleegd wordt is volgens mij het enige vertier en de enige bezienswaardigheid in Bimmen. Meteen over de grens in Nederland staat dan een bankje waarop je desgewenst kunt zitten. Let ook even op de bijzondere steentjes van deze Duitse weg: het zijn precies dezelfde steentjes die ook liggen direct na de grensovergang met Duitsland bij Nieuweschans in Groningen.

Een paar honderd meter verder in Nederland staat dan De Gelderse Poort: een behoorlijk groot restaurant, vlakbij de pont naar de overkant van de Rijn, naar Lobith. Die pont was trouwens uit de vaart, vanwege de lage waterstand. Bij dit restaurant een uitsmijter ‘De Gelderse Poort’ besteld en genuttigd. Verrukkelijk, maar ontzettend groot. Aldaar ook onderstaande foto’s gemaakt van de Rijn (of het Bijlandsch Kanaal) bij zeer laag water.

Staande op de aanlegplaats van het pontje. Let op de scheefgezakte boot.

Op dezelfde aanlegplaats staand, maar dan naar rechts, richting Duitsland, kijkend.  Ik nam deze foto’s vanaf een vast punt, zodat ik later, als de Rijn juist heel hoog staat, deze foto’s ter vergelijking kan maken.

Tot hier was het nog altijd droog en had ik nog geen drupje regen gezien. Van hieruit naar de bushalte bij het Millingse gemeentehuis gelopen en daar de bus naar station Nijmegen genomen. Aldaar op de Arrivatrein naar Mook Molenhoek gestapt. Het geluk zat me weer eens mee want de trein zou niet verder gaan dan Cuijk, wegens panne, maar zover hoefde ik ook niet. Vanaf station Mook Molenhoek naar de Maas gelopen, omdat ik ook daar het laagwater wilde zien en vastleggen.

Eerst de foto naar links genomen van de Maasdijk:

Let op het bordje: De Limburgers heten u welkom.  Daar zal dus de grens tussen Gelderland en Limburg liggen.

Vervolgens vanaf dezelfde plek een foto naar rechts, van de splitsing van de Maas en het Maas-Waalkanaal.

Vanaf hier naar Van der Valkrestaurant Molenhoek gelopen en daar gebruik gemaakt van het toilet. Terug naar de bushalte van lijn 83 voor de terugweg naar station Nijmegen. De vijf minuten dat ik daar moest wachten begon het net lichtjes te regenen en ook te onweren. Eenmaal in de bus zittend begon het te stortregenen en heftig te bliksemen en te donderen. De buschauffeur reed compleet ongestoord verder, alsof er niets aan de hand was, al kon hij volgens mij niet veel door zijn voorruit zien omdat zijn ruitenwissers het watergeweld niet aankonden. Hij kende blijkbaar de weg op zijn duimpje. Aangekomen op het busstation Nijmegen stortregende het nog steeds en in de twintig meter lopen naar de stationshal werd ik nog mooi even kleddernat. Daar de trein terug naar het noorden genomen.  Om half zes kwam ik weer terug aan op het station en liep nog even naar de supermarkt. Het regende lichtjes, maar met bij elkaar een minuut of twintig lopen, werd ik toch nog flink nat. Nog voor zes uur was ik terug in huis.

Dat waren dus mijn avonturen van gisteren.

Zaterdag 11 augustus 2018.

Met zoon Jeroen uit eten geweest bij een Italiaan. Hij vertelde dat hij voor zijn werk de voorgaande dag ook dezelfde trein had genomen, maar dan een half uur later dan ik. Op de terugweg gisteren was mijn trein in Zwolle enkele minuten te laat, waardoor ik twee minuten overstaptijd over had, zodat ik aannam dat ik de trein naar Groningen dan niet meer kon halen, met als gevolg dat ik dus maar meteen naar de volgende trein, de stoptrein op een ander perron ben gelopen.

Jeroen vertelde nu dat hij in de trein had gezeten die ik niet meer zou kunnen halen, maar dat in de trein werd omgeroepen dat de trein iets later zou vertrekken om de mensen uit de vertraagde trein vanaf Deventer de gelegenheid te geven de trein naar Groningen nog te halen. Ik had dus achteraf bezien die trein ook kunnen hebben en zou dan Jeroen zijn tegengekomen. Zowel op de heen- als de terugweg hebben we elkaar dus maar net gemist, zonder dat uiteraard van elkaar te hebben geweten. De wereld is klein en toeval bestaat niet, bleek maar weer eens.

Dan ga ik nu weer op weg naar volgende avonturen. Het weer laat het prima toe en de temperatuur ook. Als ik het niet vergeet, hetgeen bij mij nog wel eens het geval is, zal ik toch eens vaker foto’s van mijn avonturen gaan maken en hier plaatsen.

Dinsdag 14 augustus 2018.

Dat waren weer enkele dagen uit. En dus ook uit eten. Met alle gevolgen van dien. Eerst twee keer Maassluis, met twee keer mosselen. Voortreffelijk. Anders waren we natuurlijk ook geen tweede keer gegaan, hetgeen ik – als mijn geheugen nog goed is – nog nooit eerder heb gedaan. Ondertussen een bezoek aan het plaatselijke Atlantikwall Museum:

Oerdegelijk Duits constructiewerk, zoals men ziet. Staat er mogelijk straks net zo lang als nu de Egyptische piramiden. Alleen het fietsje, het naambord en de meeuwen zijn niet authentiek, terwijl ik van de zendmast niet helemaal zeker ben. Waarvoor zou die tegenwoordig dienen, als hij actueel is? Camera’s?

Dan nog een stukje oerdegelijke Duitse constructie. Een stuk slanker, maar iets minder duurzaam. De tijden veranderen.

Alleen zou ik nooit met zo’n verfrommelde nummerplaat in zo’n mooie auto gaan rijden. Wat zou er gebeurd zijn?

Daarna doorgereisd naar Leusden en daar opnieuw gastvrij ontvangen. Tenslotte weer naar huis. Niet alleen opnieuw goede ervaringen rijker, maar ook enige goede ervaringen zwaarder geworden. Dat zat er in. Nu weer streven naar de uitgangspositie.

Woensdag 15 augustus 2018.

Het is weer wennen aan de wat lagere temperaturen, maar dat gaat snel. En weer tot rust gekomen na enkele inspannende dagen. Ik heb niet het gevoel dat ik dat echt nodig heb, maar het lijkt me gewoon wel verstandig. Dan heb ik dus ook niet zo veel te melden. Voor de komende week heb ik tenminste nog twee wat verdere bezoeken gepland, al staat de dag nog niet vast: een bezoekje aan een Duitse supermarkt, hier net over de grens, omdat koffie en soepen nu snel op dreigen te raken. En een bezoekje aan de meukvrije slager, omdat ook mijn vleesvoorraad nu toch fors begint te slinken.

Gestaag werk ik nu door aan het invullen van mijn vrij nieuwe account bij MyHeritage. Sinds gisteren ben ik dan begonnen met Generatie IX, zoals die ook op deze website staat. Het plan is om voorlopig alleen de eigenlijke leden van de kwartierstaat over te brengen, zonder broers, zussen en alle kinderen, die wel op deze website staan. Dat heeft tot voordeel dat ik in elk geval alle familienamen krijg die in mijn kwartierstaat voorkomen, zonder alle aanverwanten van hen. Daarna volgen geleidelijk vanaf het heden naar steeds verder terug in het verleden ook alle ‘gezinsreconstructies’ zoals dat heet, waar ik voorlopig alleen het echtpaar zelf vermeld.

Je krijgt bij het invullen een eindeloze reeks ‘matches’ van personen die andere invullers hebben vermeld. Dan kun je wel kijken of je dan echt meer weet van een persoon en of je het ermee eens bent dat zijn of haar gegevens dan aan jouw stamboom worden toegevoegd. Aanvankelijk bekeek ik ze serieus, maar steeds vaker ontdekte ik dat heel veel mensen ontzettend slordig zijn met het opschrijven en uitzoeken van de gezochte gegevens. Velen vullen maar wat in, of varen compleet blind op wat iemand anders te melden heeft, blijkbaar zonder zelf na te denken. Er zullen vast ook wel zinnige suggesties tussen zitten, maar met inmiddels meer dan duizend suggesties en hard onderweg naar de tweeduizend suggesties is het onbegonnen werk geworden om alles na te kijken. Van de twintig of zo ‘matches’ die ik serieus heb nagekeken (het nakijken en uitzoeken van elke zogenaamde ‘match’ vraagt tussen een minuut en uren onderzoek), bleek dat bij zeker vijftien er barre onzin staat, dat onmogelijk waar kan zijn, drie tot vier matches veel te veel tijd vragen, met dagen of zelfs weken onderzoek om het precies uit te zoeken, en één of twee er iets staat waar je werkelijk iets aan hebt. Andersom zullen ook van mijn gegevens andere leden wel hun matches krijgen. Ik verbeeld me niet dat er geen fouten in mijn gegevens zullen zitten, maar wel denk ik dat 90 tot 95 % correct moet zijn. De merkwaardigste suggestie die ik kreeg is wel dat er iemand in mijn lijst geboren zou zijn in België in 1710. En tientallen anderen nemen dat zeer unieke gegeven dan over en geven ook die suggestie. Helaas voor hen bestond er in 1710 nog helemaal geen België, want dat ontstond pas in 1830 of 1831. Bovendien is de geboorteplaats ‘België’ sowieso vreemd. Er bestaat ook van na 1830 helemaal geen Belgisch geboorteregister, wel van plaatsen die tegenwoordig in België liggen. En hele volksstammen nemen dan deze ‘match’ klakkeloos, zonder verder onderzoek of zelfs zelf nadenken, over.

Het idee van deelname aan MyHeritage was en is dat bloedverwanten, die ook met voorouderonderzoek bezig zijn, mij ontdekken en ik hen. Bovendien kunnen we zo DNA het werk laten doen. De basis van mijn familiegeschiedenis was en blijft dan ook deze website. Ik moet er intussen wel blind op varen dat MyHeritage er echt voor zorgt dat nog levende mensen niet in het ‘openbare’ deel verschijnen. Het is zelf haast niet na te gaan wat anderen precies van de door jou vermelde gegevens kunnen zien. Zodra iemand overleden is, houdt ook zijn of haar privacy op. Maar nog levenden wil ik niet graag voor het hoofd stoten.

Vrijdag 17 augustus 2018.

Zou ik toch bijna een tweede dag overslaan, om deze blog bij te werken zonder echte reden, behalve dan: …..vergeten bij te werken. Tegelijk betekent het ook dat er niet zoveel bijzonders is gebeurd.

Zo heb ik intussen een oude tante ‘ontdekt’: Maria Arendse, die getrouwd was met die andere Jacobus Pieter van Leeuwen, naar wie ik in 1946 vernoemd ben. De ontdekking betrof trouwens haar grafsteen, die staat of heeft gestaan in de RK-begraafplaats te Ter Apel. Deze Maria is kennelijk na het overlijden van deze J.P. van Leeuwen, naar Groningen verhuisd, wellicht als gevolg van een volgend huwelijk.  Nieuw was ook voor mij dat deze ‘tante Maria’ (niet te verwarren met ‘tante Marie’ van moederskant) katholiek bleek te zijn (geworden?). Haar overlijden was trouwens al in 1990 dus er is een goede kans dat haar graf er niet meer is. Wel zou bij Graftombe.nl er nog een foto van de grafsteen moeten zijn, die ik intussen heb opgevraagd, maar nog niet heb ontvangen. Verder moet ik natuurlijk ook nog haar GBA-kaart opvragen. Aangezien ze vóór 1994 overleden is en al meer dan tien jaar geleden, krijg ik dan ook alle woonadressen van haar. Allemaal niet zo superspannend, maar toch in elk geval een stukje van mijn verleden dat ik nog niet kende. Als ik de foto krijg plaats ik hem uiteraard hier ook. Wellicht dus morgen al.

Zaterdag 18 augustus 2018.

Intussen kreeg ik bericht van MyHeritage dat ik een volgende fase heb bereikt bij mijn DNA-onderzoek. Ik zal u de technische details besparen, omdat ik ze zelf ook totaal niet begrijp. Ik moet nu nog drie of vier fases krijgen. Ook kreeg ik voor het eerst een vrij concrete mededeling over wanneer ik de (eerste) resultaten mag verwachten: in de periode tussen 4 en 11 september. Ik kan me er nog steeds niks bij voorstellen. Ik snap natuurlijk wel dat je op het DNA kunt bepalen of je familie van elkaar bent. En dat is dan echt zo. Dat kan uiteraard afwijken van wat alle geboorte- en huwelijksaktes je vertellen. Bij mijn voorouders zullen ook wel exemplaren gezeten hebben die het niet te nauw met de echtelijke trouw genomen hebben.  Dat schijnt ook in de beste families voor te komen. Je wordt wel aangeraden zoveel mogelijk voorouders op je MyHeritagesite te plaatsen, dat maakt vergelijken beter mogelijk. Ik verwacht ook niet dat mij verwanten worden aangewezen met naam, huisadres en telefoonnummer en hoe we precies aan elkaar verwant zijn. Maar wat ik dan wel krijg?? Ik heb geen idee.  Afwachten maar. Nog een week of drie.

Intussen volg ik hun raad maar op door zoveel mogelijk voorouders op mijn MyHeritage-‘website’ te plaatsen. Ik hoop vandaag de eerste negen generaties (inclusief mezelf als eerste generatie) er op te hebben staan. Ik ben als eerste generatie vertegenwoordigd met alleen mezelf, dus dat is één persoon. Mijn ouders bezetten dan de tweede generatie met twee personen. Enzovoorts tot en met de negende generatie. Dat moet dan vandaag al over ruim 500 individuen gaan. Vanaf de achtste generatie vanaf mij gerekend beginnen overigens wel de eerste gaten te vallen, als niet meer is na te gaan wie de ouders zijn van een persoon uit de zevende generatie. Die gaten worden vanaf de negende generatie, omdat we immers steeds verder terug in de tijd gaan, steeds groter.  Onze voorouders hebben namelijk de voorschriften van hun diverse kerken niet op elke plaats even trouw en snel opgevolgd. Er kan wel honderd jaar verschil zijn in het moment wanneer een gemeente of parochie met de registratie begon. Soms beginnen de registraties al vrij kort na 1600 terwijl in andere plaatsen de registratie pas meer dan honderd jaar later begonnen. Dat was heel anders in de Franse tijd. Toen zijn in heel Nederland precies op 1 januari 1811 tegelijk alle burgerlijke registraties begonnen. Soms was dat zelfs eerder, zoals in delen van Limburg en Zeeland, die al eerder door Frankrijk bezet waren en waar de registraties al vanaf 1796 kunnen zijn begonnen.

Bij het Concilie van Trente (1545 – 1563) kwamen er al voor de R.K.-parochies voorschriften om dopen en huwelijken te gaan registreren, en kort daarna kwamen er dezelfde voorschriften voor protestante gemeenten. Ik heb bij mijn jarenlange onderzoek geen enkele registratie gezien die al vanaf 1563 begonnen is. De oudste registers beginnen ongeveer in 1630. En de laatste parochies en gemeente die ermee begonnen deden dat pas rond 1730. Het blijft een vraag waarom het tenminste 70 jaar en ten hoogste 170 jaar heeft geduurd voordat de kerken hun eigen voorschriften hadden uitgevoerd.  De registratie van begrafenissen werd overigens bij genoemde geloven pas veel later voorgeschreven. Op 1 januari 1811 namen vervolgens de gemeenten deze taak over.

Als ik straks de kwartierstaat tot en met de negende generatie zoveel mogelijk compleet heb, ga ik verder met alle zogenaamde ‘gezinsreconstructies’: het vermelden van alle kinderen (met hun eventuele aanhang) van elk bij mij bekend echtpaar. Alles staat al op deze website en doorgaans ook meer dan dat, ook van nog oudere generaties, voor zover er gegevens over bestaan en door mij zijn gevonden.

Omgekeerd heb ik tot nu na meer dan 500 mensen te hebben ingevoerd, nog maar één datum gevonden dankzij MyHeritage die ik zelf nog niet op een andere manier had gevonden. We gaan dus onverdroten door.

Zondag 19 augustus 2018.

Inmiddels heb ik het tellertje ontdekt dat aangeeft hoeveel personen ik al op mijn nieuwe MyHeritage-‘website’ heb opgenomen: 632. Door het voortdurend aanleveren van het MyHeritagesysteem van wat zij ‘Matches’ of zelfs ‘Smart matches’ noemen (wat ook het verschil mag zijn) heb ik opnieuw enkele foutjes uit mijn gegevens van deze website kunnen corrigeren. Zo liet ik een meisje van 10 jaar trouwen, terwijl dat 10 jaar later moest zijn. Ook veronderstelde ik al jaren dat een persoon geboren in 1921 al overleden zou moeten zijn, maar die bleek nog te leven. Inmiddels is die dus al 97 en die best – wat mij betreft – nog wel tien jaar of nog meer verder kan. Het verschil bij MyHeritage is dat bij nog levende personen de informatie wordt geblokkeerd. Je ziet dan in de stamboom alleen nog dat er wel een persoon is en zijn of haar verbinding met één of meer overledenen, maar verder geen enkel gegeven. Zelfs niet of het een man of een vrouw is. Van deze persoon had ik dus aanvankelijk, door aan te geven dat deze overleden was, diens gegevens openbaar gemaakt. Niet dat er nou zoveel van iemand op staat. Behalve naam, geboortedatum en -plaats, eventueel huwelijk en kinderen  verder niets. Zeker geen contactgegevens, adres of zo.  Maar zorgvuldigheid eist uiteraard wel dat ook de wel vermelde gegevens onbereikbaar moeten zijn, zo lang iemand nog leeft. En dat is dus intussen gebeurd. Voortaan moet ik er maar vanuit gaan dat zolang een persoon nog geen 120 jaar is, hij of zij nog kan leven. Wellicht in combinatie met een beleid dat ik van elke 100+-er bij het CBG zijn GBA-gegevens kan opvragen. Als betrokkene nog leeft krijg ik die gegevens niet en als betrokkene is overleden wel en dan kan ik hem of haar zichtbaar maken.

Op deze website, waar u nu naar kijkt,  staan makkelijk 2000 personen bij mijn kwartierstaat. Als het goed is zijn ze allemaal overleden, tenzij betrokkene toestemming heeft gegeven. Ik heb ze nooit geteld. Met elke dag enkele tientallen namen bij MyHeritage toegevoegd aan de huidige 632, ben ik nog makkelijk een paar jaar bezig voordat alles is overgebracht. Ik zal vast niet zover komen, want lang voor die tijd weet ik wel ‘alles’ van mijn DNA-project en zou ik met MyHeritage kunnen stoppen. Dat beslissen we later wel.

Intussen heb ik twee Wordfeudvriendinnen, die allebei telkens weer met mij willen spelen. Ik had niet eerder zulke trouwe klanten. Met dit spel dan. De ene is mij, behalve bij haar voornaam, en zelfs die zou nog fake kunnen zijn, totaal onbekend en de andere is een buurtbewoonster die ik wel ken. We zijn alle drie goed aan elkaar gewaagd.

Maandag 20 augustus 2018.

Langzaam maar zeker krijg ik nu ook steeds meer aanvullingen op mijn kwartierstaat. Vooral van overlijdensdata en -plaatsen. Bij het opbouwen van de kwartierstaat ben ik bij de huwelijken begonnen, omdat in die akten doorgaans meteen zowel het paar als van beide echtelieden de ouders worden vermeld. Daarna kwamen de geboortes van hun kinderen aan de beurt. En pas als laatste de overlijdensdata en -plaatsen. Deze volgorde was overigens ook de aanpak van alle websites, waaronder die van genlias.nl (tegenwoordig Wiewaswie.nl), toen genealogie op het internet begon. Nu komen ook steeds meer begrafenissen op het internet, dus die data en plaatsen kunnen we nu ook bij steeds meer mensen invullen. En werkende weg haal ik dan meteen ook maar eventuele kleine andere tik- en beoordelingsfoutjes eruit en verbeter ze. Van een tweetal personen heb ik gisteren ook – per post, want dat moet zo – de gegevens aan het CBG gevraagd. Dat duurt enkele weken, voordat we die krijgen.

Op de Chinese website vond ik dan nog foto’s van het feest in Leeuwarden. Het blijft toch heel opmerkelijk dat je foto’s van wat er in Nederland gebeurt van een Chinese website moet halen. Reizen naar alle mogelijke exotische plaatsen in de hele wereld zijn vandaag de dag de gewoonste zaak van de wereld, ook voor journalisten, maar een reis van het westen van dit land naar het Noorden van Nederland blijft toch een onoverkomelijke barrière. Veel te lang voor een normaal mens, ook voor journalisten. Voor zulke foto’s hebben we Chinezen nodig. Die zijn nog wel in staat en bereid zo’n extreem lange reis als naar Leeuwarden te maken.

Dinsdag 21 augustus 2018.

Al een aantal dagen staat mijn leven vooral in het teken van het bijwerken van mijn MyHeritagesite. Ik heb inmiddels  al 720 personen geplaatst. Het is vakantietijd, dus ik heb vrij veel tijd over.  Intussen wordt mijn e-mailbox ‘overstroomd’ met berichten van andere gebruikers dat ze een match hebben met mijn gegevens. Gefeliciteerd. Of ik er ook iets aan heb kan ik dan niet zo snel nagaan, omdat ik intussen met een heel ander stuk van de stamboom bezig ben. Intussen ben ik bezig met het opstellen van enkele lijstjes: 1. Een lijstje met 100+-ers van wie ik nog niet weet of ze overleden zijn. Dat lijstje zal ik ook periodiek moeten vernieuwen, want volgend jaar zijn er weer nieuwe 100-+-ers bijgekomen. 2. Een to-do-lijstje van wat ik nog in archieven moet uitzoeken, omdat de gegevens nog niet op het internet staan. Het gaat dan voornamelijk over ontbrekende kinderen uit huwelijken en overlijdensdata, maar ook om andere kwesties. Dat lijstje levert dan t.z.t. nog de nodige bezoeken op aan vele plaatsen in het land. 3. Eens serieus gaan kijken naar al die ‘matches’. Ik verbeeld me dat ik het allemaal veel beter voor elkaar heb, dan de meeste anderen. Al zullen ook bij mij wel fouten voorkomen. De meeste andere ‘onderzoekers’ rommelen volgens mij maar wat aan. Een rechtstreekse voorouder van me, een Van Leeuwen dus, was bekend bij zeker tien andere onderzoekers. Acht van de tien ‘onderzoekers’ hadden een overlijdensdatum in 1848 in Leiden en slechts twee ‘onderzoekers’ hadden een overlijdensdatum een jaar eerder in Mijdrecht. Ik vermoedde al dat Mijdrecht wel eens de juiste plaats van overlijden zou kunnen zijn, omdat vele Van Leeuwens daar vandaan komen, en betrokkene zelf ook, terwijl er zelden een Van Leeuwen (uit mijn takken) in Leiden terecht is gekomen. Wel dan weer een keer een broer van me. Omdat ik graag juiste gegevens wilde hebben heb ik beide aktes van Leiden en Mijdrecht maar eens opgezocht en inderdaad: het kan niet missen: Mijdrecht en een jaar eerder geeft de correcte overlijdensplaats en -datum. Het betekent vooral ook dat acht van de tien deelnemers een foute overlijdensdatum en -plaats zonder nader onderzoek klakkeloos van elkaar over hebben genomen.

Dan heb ik onder andere ook nog de kwestie van de gebroeders Ed en Rob Hol, volle neven me, beiden iets jonger dan ik.  Eén van hen is inmiddels overleden, weet ik inmiddels, dankzij het CBG, maar hoe vind ik nu die andere? Er blijken bij MyHeritage zeker vier onderzoekers te zijn die de familienaam Hol onderzoeken. Ze hebben alle vier Hollen in hun systeem die ook bij mijn gegevens staan en zelfs vrij dicht bij mij. Maar geen van vieren hebben ze deze twee broers. Dat ik wel van hun bestaan weet komt niet eens omdat ik zei wel ken, maar omdat ik nichten heb die ze – tientallen jaren geleden – wel gekend hebben. En vervolgens vraag ik hun gegevens dan op bij het CBG. De weg via het CBG bewandelt vermoedelijk maar weinig mensen, die kost ook geld als is het niet zo veel, maar hij levert wel informatie op die je op een andere manier niet kunt krijgen.

Naast dit alles heb ik natuurlijk ook nog mijn huishouden en mijn Wordfeud-vriendinnen.

Over veertien dagen beginnen de activiteiten voor platform en bewonerscommissie weer, en dan gaat dit onderzoek weer op een lager pitje. Kortom: met mij gaat het nog steeds uitstekend.

Woensdag 22 augustus 2018.

De zomer houdt nog steeds niet op en blijft nu ‘hangen’ bij temperaturen tegen de 25 graden. Pas in het komende weekend gaart we echt omlaag naar zo’n 15 graden. Dat wordt dus zeker truien- en vestenweer en misschien zelfs al de kachel. Maar voor daarna lijken de temperaturen toch weer te gaan stijgen. Ik moet ook nog twee dagen in de komende tijd weg: een dagje Duitse supermarkt en nog een dagje Musselkanaal en Ter Apel, voor het meukvrije vlees.

Het invullen van mijn stamboom op MyHeritage gaat ook gestaag verder. We zitten nu op circa 750 mensen. De meeste tijd in het afgelopen etmaal ging toch zitten in het verbeteren van foutjes en het uitzoeken van ontbrekende gegevens. Ik ontdekte namelijk dat de gemeente Den Haag eindelijk nieuwe gegevens op het internet heeft gezet, waar we al zeker vanaf 2007 op hebben gewacht. Dus dat gaf meteen aanleiding voor nieuwe zoektochten en ook weer nieuwe vondsten.

Verder gewerkt aan het schoonmaken van mijn huisje. Het lijkt wel alsof ik daar ook steeds fanatieker in word. En deze keer, voor het eerst, niet omdat iemand anders dat gevraagd of ongevraagd van me verlangt, maar omdat ik dat zelf heb bedacht.  Nu nog volhouden. Het goede voornemen is er alvast en het is nog niet eens 1 januari.

Donderdag 23 augustus 2018.

Ook Brussel is voor het journaille geen interessante plek: te dichtbij. Terwijl er in Brussel zo ontzettend veel te doen is, maar je hoort er vrijwel nooit iets over. Nederlandse journalisten gaan liever naar Irak, Venezuela, Senegal of nog een hele reeks andere landen: als het er maar ver weg, (dus)exotisch en liefst ook gevaarlijk is. Groningen en Leeuwarden zijn te ver weg en bovendien saai, terwijl Brussel weer te dichtbij is. Gelukkig hebben we onze Chinese vrienden nog om ons op de hoogte te houden.

Het Brusselse koninklijke paleis is weer enige tijd voor het publiek geopend. Zo te zien houdt ook het Belgische Koningshuis van sobere optrekjes en lijkt elke euro daaraan ook erg goed besteed. De Chinese editor had ook enige moeite om een goed plekje te vinden voor hun eigen logo.

Intussen zijn bij MyHeritage in één etmaal tijd (ik check het elke morgen) twee stappen gezet bij de analyse van mijn DNA-gegevens. Gistermorgen was men er nog niet begonnen aan de stap ‘Microarray bewerking in behandeling’ en vandaag blijkt hij alweer achter de rug en is men reeds begonnen aan de stap ‘Ruwe gegevens geproduceerd’. De laatste stap is dan ‘Resultaten geproduceerd’. De datum waarop ik de gegevens krijg is onveranderd ‘tussen 4 en 11 september’, dus men heeft blijkbaar 12 tot 19 dagen de tijd nodig om van ‘ruwe gegevens’ naar ‘resultaten’ te komen, terwijl men voor alle voorgaande stappen samen nauwelijks een week nodig had.  We hebben niet veel andere keus dan afwachten, maar heel misschien komen de resultaten toch nog iets eerder dan voorspeld.

Gisteren was ik toch ronduit verbijsterd over het nieuws van de vondst van de waarschijnlijke moordenaar van Nicky Verstappen: Jos Bulch. Er zijn frappante overeenkomst met de mij bekende criminele figuur Paul Jacobs, op deze website uitgebreid beschreven. Net als Jos Bulch waren tegen Paul Jacobs al veel jaren eerder al aangiftes gedaan en voor beiden geldt ook dat het OM de zaak had geseponeerd. En ook geldt in beide gevallen dat er geen stukken van die oude zaak bewaard zijn gebleven. En tenslotte geldt voor beiden dat ze daarna opnieuw ernstig in de fout gingen. Paul Jacobs is daarna veroordeeld, niet voor moord maar wel voor kindermisbruik en Jos Bulch helaas nog niet, maar iedereen hoopt en verwacht dat dat nog wel gaat gebeuren. Hoe eerder hoe beter. Het OM en de rechterlijke macht hebben kennelijk decennia lang het beleid gehad om kindermisbruik niet serieus te nemen, en vervolgens alle stukken daarover te vernietigen. Toch is volgens mij op beide instanties de Archiefwet van toepassing, die alle overheden verplicht stukken tenminste vijfti jaar te bewaren. en daarna aan het Nationaal Archief  over te dragen, dat vervolgens nagaat of en wanneer het materiaal gepubliceerd mag worden. Maar OM en Rechterlijke macht staan kennelijk naar eigen inzicht boven de Wet. Heel merkwaardig allemaal.

Vrijdag 24 augustus 2018.

Dat was weer een volgend reisje naar Duitsland. Dit keer Weener. Aanleiding was om weer een voorraad van mijn koffie in te slaan, die in Nederland niet te koop is en bij mij op een dag na op was. Daarnaast hebben ze aldaar heerlijke soepjes. Dus met een voorraadje voor de komende maanden ben ik weer terug naar huis gegaan.  Voordeel van de Combimarkt in Weener, boven die van Bunde, is dat die in Weener een invalidentoilet heeft en bovendien een stuk rustiger is. En het is een stuk simpeler, met minder lopen te bereiken. De trein stopt op een paar honderd meter van de winkel. Voor de winkels in Bunde, in principe dichterbij, moet ik kilometers lopen. Tegelijk is merkbaar dat Weener wel een beetje verder van Nederland ligt dan Bunde, dat net over de grens ligt. In Bunde kun je (dus) alles pinnen, terwijl je in Weener voor allerlei artikelen nog contant moet betalen. Alleen bij de kassa van de supermarkt in Weener is een pinbetaling mogelijk. Duitsland is – zoals Merkel het zelf zei – nog een internetwoestijn. Internetten en mobiel bellen al meteen over de grens is er niet of nauwelijks mogelijk. En een pinbetaling is alleen weggelegd voor klanten van zeer vooruitstrevende winkeliers.

Voor het eerst sinds op 3 december 2015 de Friesenbrücke bij Weener door een vrachtschip werd stukgevaren, en treinverkeer over de Ems, dus verder Duitsland in, onmogelijk werd, ben ik er eens een kijkje gaan nemen. Er is in bijna drie jaar nog helemaal niets gebeurd. Ik had al uit media begrepen dat herstel of vervanging van die brug tot wel acht jaar kan gaan duren. Na drie jaar zijn ze dus inderdaad de planfase nog niet uit. Het ging en gaat om een spoorbrug voor enkel spoor met fietspad. Een idee om er maar meteen een dubbelsporige brug van de maken is door de Duitsers van tafel geveegd. Niet zozeer omdat dat duurder zou zijn, want aan geld hebben Duitsers geen gebrek, maar omdat dat de totale bouw met nog een aantal jaren zou gaan vertragen.

Waar is de tijd gebleven dat Duitsers door heel Europa binnen de kortste keren, soms in enkele uren,  jarenlang wel honderden bruggen hebben gebouwd, waar ze ook nog eens met tanks overheen konden? Ook alleen geschikt voor eenrichtingsverkeer, dat dan weer wel. Nu doen ze over een brug over een vrij kleine rivier acht jaar. Als het niet langer wordt. Zoveel is de techniek in die tijd toch echt niet veranderd?

Twee foto’s. De eerste ter vergelijking met de foto die ik volgend jaar om deze tijd wil gaan maken, de andere die iets vertelt over de geschiedenis van deze brug.

Zaterdag 25 augustus 2018.

Vanmorgen om 7.00 uur stond de Rijn bij Lobith op een stand van 6.87 meter. De laagste stand die daar ooit is gemeten. Aan de droogte is dus nog altijd geen einde gekomen, al zou je dat, als je naar buiten kijkt, vandaag niet zeggen.

Gisteren heb ik dus weer mijn geliefde nootjes gehaald, want mijn notenboer was weer terug.  Vorige week was hij nog weg, dus was daar noten kopen helaas niet mogelijk. Mijn notenboer heeft het altijd gierend druk als hij slechts maximaal een uur of vijf per week in mijn woonplaats staat. Hij staat ook zo’n korte tijd in een reeks andere plaatsen in de wijde omtrek. Hij moet hiermee wel een mega-omzet halen. En ik gun hem dat ook, want hij heeft eersteklas spullen met een eveneens eersteklas bediening. Om de zoveel weken gaat hij dan ook een weekje met vakantie en ook dat gun ik hem, hoewel dat wel betekent dat ik het dan zonder zijn nootjes moet doen. Dat worden dan vervangende nootjes. Die zijn hier ook op vele plaatsen te koop, onder andere in alle supermarkten. Maar zodra ik daar maar een hap van neem, weet ik meteen weer wat ik dan mis. Ze zijn meestal minder vers, doorgaans veel te zout en te vet, en er zit ook altijd een licht bijsmaakje aan. Alsof met dezelfde olie achter elkaar heel verschillende producten zijn bereid. Vanavond dan weer mijn vaste portie nootjes in de vertrouwde kwaliteit. Ik verheug me er nu al op.

Intussen heb ik meer dan 800 personen ingevoerd in MyHeritage. Werkende weg kom ik dan allerlei kleine foutjes of onvolkomenheden uit deze website tegen, die ik dan maar meteen corrigeer. Of ik zie ineens iets interessants, dat ik al jaren eerder had kunnen zien, maar me nooit eerder is opgevallen. Zoals gisteren met Hendrik Kloot (1734 – 1814) die zijn leven lang in Bodegraven heeft gewoond. Hij trouwde in 1760 eveneens te Bodegraven – op 25-jarige leeftijd – met de op dat moment 34-jarige Bodegraafse Catharina van Horik. Een beetje een afwijkende combinatie van leeftijden, die je niet zo vaak ziet. Het paar kreeg in 1763 een kind: Jan Kloot. Omdat ik van nieuw naar oud werkte, nam ik op het moment dat ik dat vond, zeker tien jaar geleden, daar genoegen mee. Ik wist toen wie de ouders van Jan Kloot waren en kon dan verder naar het verleden. Ik nam me voor – zoals bij veel echtparen – om later wel eens uit te zoeken of ze nog meer partners en/of kinderen hebben gehad. Ik zag gisteren plots dat Catharina in 1767 al overleed en wilde toch even uitzoeken of Jan Kloot nog  een broer of zus heeft gehad en met wie Hendrik Kloot later nog getrouwd is, gegeven het feit dat hij pas in 1814 overleed. En met enige uren gesnuffel in de oorspronkelijke registers kwam ik tot de conclusie dat Jan Kloot hun enige kind moet zijn geweest, terwijl ik ook een volgend huwelijk van Hendrik Kloot niet kon vinden.  Vervolgens nog even zijn overlijdensakte van 1814 opgezocht, waar hij genoemd wordt : ‘weduwnaar van Catharina van Horik’. Hij is dus inderdaad nooit meer getrouwd geweest en heeft bijna vijftig jaar te Bodegraven als vrijgezel geleefd, aanvankelijk nog samen – naar ik aanneem – met een jong kind: Jan Kloot.  En vervolgens gaat mijn fantasie met me op de loop: wat zou Hendrik Kloot voor persoon zijn geweest? Iedereen in Bodegraven moet hem toch gekend hebben als vrijgezel? Ofwel geen enkele vrouw ‘lustte’ hem, ofwel hij wilde zelf niet meer trouwen of geen (vaste) relatie meer. Maar waarom dan niet? Ofwel hij was een doorgewinterde einzelgänger ofwel hij zette permanent de bloemetjes buiten. Maar ook kan hij met de VOC zijn gaan reizen of in de gevangenis hebben gezeten. De kans dat je dan nog trouwt was dan toch ook niet zo groot.

Zondag 26 augustus 2018.

Het kan dus toch nog lager. Zojuist stond de Rijn bij Lobith 6,84 meter. Opnieuw de laagste stand ooit.

Tot mijn verrassing kreeg ik vanmorgen bij zowel het lezen van de Guardian als van de Gazet van Antwerpen (GvA) een advertentie van het Nederlandse ProRail in beeld, met informatie over de werkzaamheden aan en bij mijn plaatselijke spoorstation. Inhoudelijk verraste de advertentie me ook. Er stond in deze advertentie dat in augustus 2018 de betonnen wanden van de nieuwe tunnel zouden worden gestort en in november de trappen en liften in gebruik zouden worden genomen. In mei volgend jaar moet dan alles klaar zijn. Nu was ik daar nog maar enkele dagen geleden en je ziet dan wel een bouwplaats, maar ik kon aan helemaal niets zien waar dan eventueel die tunnel moet komen, laat staan waar dan dat beton moet worden gestort. Waar die liften dan zouden moeten komen: ik heb geen flauw idee: daar is nog geen begin van een opbouw van. Ik veronderstel dan maar dat ook bij dit bouwwerk de planning weer eens gierend uit de hand aan het lopen is, zoals bij zoveel bouwwerken van enige omvang.  Maar waarom dan deze advertentie? Desinformatie lijkt me toch geldverspilling. Ik ga er gauw weer eens een kijkje nemen. Als het toch anders is, laat ik dat uiteraard meteen weten. Anders dan bij veel anderen het geval is, beken ik altijd graag en snel mijn ongelijk, als het zich aandient. Maar ook de plaatsing van deze advertenties vond ik opvallend. The Guardian weet wie ik ben en waar ik woon, dus daarvan kan ik me nog voorstellen dat deze advertentie voor mij bestemd is. Maar bij de GvA weiger ik vrijwel dagelijks en vaak meerdere keren op een dag hun verzoek om aan hen mijn locatie op te geven. Dus als het klopt weet de GvA niet waar ik uithang. En toch krijg ik een passende regionale advertentie. Als je het zou vragen weten ze het antwoord niet of ze zeggen dat het toeval is. Geen van beide is waar. De mensheid wil bedrogen worden.

Maandag 27 augustus 2018.

Opnieuw een conflict met een leverancier. Dit keer NUON, sedert april van dit jaar mijn nieuwe energielevencier.  Ik heb de – voor mijn gevoel bijzonder simpele – eis dat ik van een leverancier een rekening krijg voor wat ik moet betalen. Dan kan ik die rekening netjes op tijd betalen en dan wachten op de volgende rekening. Dat mag natuurlijk tegenwoordig ook per internet, dat spaart portokosten. Maar deze denkwijze is voor NUON veel te moeilijk. Ze willen liever dat je per automatische incasso betaalt of met iDeal, maar in beide gevallen heb je dan geen rekening, wel een betalingsbewijs. Vervolgens blijkt na raadpleging van de helpdesk dat je bij NUON alleen een rekening krijgt als je een account maakt op MijnNuon en dan zou ik daar de rekening moeten kunnen vinden.  Zo gezegd, zo gedaan. Alleen als je dan op MijnNuon het pdf-tekentje aanklikt zou je de rekening moeten kunnen krijgen. Dat tekentje aangeklikt – met linker- of met rechtermuisknop – zorgt ervoor dat het document razendsnel op je computer wordt gedownload, zonder dat ik dan weet waar hij tussen duizenden andere documenten en bestanden staat.  Je kunt niet tevoren opgeven waar je het document wil hebben. Dat wordt dus een zoekpartij tussen duizenden documenten en andere downloads, waarbij je alleen op datum kunt zoeken, omdat geen enkele afkorting ‘NUON,’rekening’, ‘juli’ of nog iets anders je naar het document toe leidt. Na een zoekpartij heb ik dan inderdaad het document gevonden en wil het vervolgens openen. Maar bij de volgende klik krijg je meteen een foutmelding. Het document is niet te openen. Ook het document ergens anders plaatsen of per e-mail aan jezelf sturen werkt niet. Bij elke poging het te openen krijg je onherroepelijk dezelfde foutmelding te zien. Dus voor de zoveelste keer maar naar de helpdesk van NUON gebeld. Echter de helpdeskmedewerkster kon het document na vele pogingen en veel ruggespraak met haar achterban met lange wachttijden voor mij tot gevolg, uiteindelijk ook niet openen. Gelukkig maar. Dan voel ik me tenminste niet zo’n sukkel, als de afzender het na veel en lang proberen ook niet voor elkaar krijgt.  Ze moesten het uitzoeken en dat kon wel even duren. Ik zou uiterlijk na een week worden teruggebeld. U snapt het al: na een week werd ik niet teruggebeld. Na twee weken overigens ook nog niet. Voordat ik – na twee weken dus – opnieuw naar de helpdesk ga, wil ik het eerst zelf nog een keer proberen. Misschien hebben ze het wel hersteld, maar alleen vergeten mij dat te berichten. Ik blijf – tegen beter weten in – in de goedheid van mensen geloven. En warempel: na nieuwe pogingen bij MijnNuon, het aanklikken en opzoeken van het document en na nog een volgende omweg lukt het me toch het document te openen. Halleluja. Meteen maar even een printje maken en meteen ook maar even de rekening betalen. Maar bij het betalen per internet van deze rekening blijkt: op deze rekening staat van alles vermeld: mijn naam en adres, mijn klantnummer, het bedrag, de termijn, de datum, contactgegevens van NUON, en zelfs het in te vullen betalingskenmerk, maar geen rekeningnummer waarop ze het gestort willen zien. Daar stopte dus mijn poging om deze rekening te  betalen. Als ik niet weet op welke rekening ze het willen hebben, hoe kan ik de rekening dan betalen? Moet ik het dan contant gaan betalen voorzien van een briefje met het betalingskenmerk en mijn klantgegevens? Dus dat wordt toch weer het volgend gesprek met de helpdesk van NUON. Intussen houd ik het voor gezien. Mijn energiecontract met energiedirect heb ik vrij snel verbroken, omdat energiedirect het niet voor elkaar kreeg om mij een rekening, of zelfs maar een acceptgiro te sturen met het afgesproken maandbedrag. Elke maand stond er een ander bedrag op en inderdaad elke maand weer hoger dan dat van de vorige maand. En dat dan zes maanden lang. Ook hier waren helpdeskcontacten achteraf bezien totaal zinloos.

Op naar de volgende energieleverancier die wel in staat is om afspraken na te komen en zijn administratieve organisatie op minimaal niveau heeft ingericht. Ik schat dat groep zeven basisonderwijs hiervoor genoeg moet zijn.

Intussen heb ik het volgende gesprek met de helpdesk van NUON gehad. Ook deze gesprekspartner was het helemaal met me eens  dat het heel vreemd is dat op een rekening niet staat op welke bankrekening je het verschuldigde moet storten. Ze zou het doorgeven. Ze kon alleen niet beloven dat het de volgende keer dan wel goed was geregeld. Op mijn beurt stelde ik dan weer vast dat ik dan niet kon beloven dat ik de volgende nota dan op tijd zou betalen.

Ik had nog een tweede probleem met NUON. Hoewel ik, ondanks het ontbreken van correcte betalingsgegevens of zelfs maar een rekening, ik toch mijn  niet-bestaande rekeningen op tijd had betaald, stond in het overzicht op MijnNuon  in het rood  dat ik inmiddels twee maanden achter zou lopen met mijn betalingen. Ze bevestigde nog voordat ik was uitgesproken dat ik inderdaad alles netjes op tijd had betaald en geen enkele betalingsachterstand had. Maar waarom het betalingsoverzicht bij MijnNuon dan iets heel anders meldde kon ze me ook niet verklaren. Ongetwijfeld ook de schuld van de computer, veronderstelde ik.  Ik wist natuurlijk wel wat het probleem was. Bijna iedereen betaalt hetzij met automatische incasso of met iDeal en dan is er een automatische koppeling gebouwd naar ‘Mijn Nuon’ om je eventuele achterstand meteen goed bij te werken. Voor wie afzonderlijke rekeningen betaalt, zoals ik, is verzuimd om die koppeling te maken. Dus blijft mijn ‘schuld’ daar gewoon staan en wordt zelfs steeds groter.

Mijn volgende patiënt was dus DSW, mijn ziektekostenverzekeraar. Hier moest ik plots ook nog een nabetaling doen van een bedrag aan ‘eigen risico’. Aanvankelijk begreep ik dit helemaal niet. Ik had toch al de volle mep voor 2018 betaald?  Dat was ook zo. Maar het betrof hier eigen risico over 2017. De ziektekostenverzekeraar is bevoegd om nabetalingen voor het eigen risico tot maximaal vijf jaar terug alsnog in rekening te brengen. Bizar, maar het is niet anders. Het volgende probleem was dat ook op de rekening van DSW wel alle mogelijke gegevens vermeld staan, tot en met het betalingskenmerk aan toe, maar ook weer geen bankrekeningnummer waarop je het verschuldigde kan storten. En ook hier bevestigde de helpdeskmedewerkster dat zij ook zelf dat nummer op die rekening niet kon vinden. Ook zij was het met me eens dat het wel had gemoeten, maar zei meteen dat ze – net als haar collega bij NUON – ook niet kon garanderen dat het de volgende keer er wel zou staan.

Voor mij staat wel vast dat NUON en DSW werken met hetzelfde computerbureau. En zelfs met dezelfde bouwer. Het is het zoveelste voorbeeld, waarvan ik er zo veel heb meegemaakt en verteld: men neemt iemand aan met relevante ervaring, zodat die persoon bij zijn volgende werkgever of klant, dezelfde fouten kan gaan maken als bij de vorige. Het belang van ervaring voor een job wordt altijd zwaar overdreven. Er is ook geen enkel wetenschappelijk onderzoek, op de hele wereld niet, waaruit zou blijken dat iemand mét ervaring een klus beter zou dan een persoon zonder die ervaring.  Integendeel. Bij KPN heb ik laten uitzoeken wie een klus (van allerlei aard en soort) nu het beste doet: degene met veel ervaring, degene met weinig ervaring of degene zonder ervaring. De uitkomst was – bij enige duizenden klussen: degene zonder ervaring deed een klus significant beter dan de persoon met weinig of veel ervaring.  Door iemand met (veel) ervaring voor een klus te kiezen heb je automatisch ook alle fouten ingehuurd die die persoon bij een vorige klant, werkgever of project heeft gemaakt. Toch heb ik, als ik voor een zware operatie naar het ziekenhuis zou moeten, ook liever iemand die het bij mij doet, die dezelfde operatie al eens eerder, succesvol, bij iemand anders heeft gedaan.

Dinsdag 28 augustus 2018.

Gisteren toch maar weer even gaan kijken naar de voorgang van de werkzaamheden bij het station. En ook hier weer: warempel. Ik zag hier inderdaad dat er onlangs van die metalen ‘damwanden’ waren geplaatst die in een soort zwaluwstaart aan elkaar waren geregen, zodat je nu wel kon zien waar dan blijkbaar het fiets- en voetpad zouden moeten komen. In de reclame las ik overigens dat voor eind augustus dan het beton zou moeten worden gestort, maar ik kon maar niet bedenken waar dan. Dat kan dus nog. Komend weekend ligt dan het treinverkeer tussen Groningen en Assen weer stil, waardoor ik aanneem dat dan wordt gewerkt aan deze onderdoorgang. Wellicht dat we dan na komend weekend ook kunnen zien waar die liften moeten komen. Welke bebouwing dan op het voorplein moet komen, kan ik ook nog niet bedenken. In de maquette komt daar helemaal geen bouwwerk. Spannend wel.

Bij MyHeritage heb ik nu meer dan 900 personen (familieleden/voorouders)  ingevoerd. Op naar de duizend!!

In Asharq-al-Awsat een foto uit Den Haag van gisteren. Heb ik ook nergens in in een Nederlandse krant gezien. Zo’n foto moet je ook weer uit een of ander exotisch tijdschrift halen, want voor Nederlandse journalisten is Den Haag te dichtbij en het nieuws te saai: Het Internationale Hof van Justitie.

Members of the International Court of Justice attend a hearing for alleged violations of the 1955 Treaty of Amity between Iran and the US, at the International Court in The Hague, Netherlands August 27, 2018. REUTERS/Piroschka van de Wouw

Woensdag 29 augustus 2018.

Gisteren ben ik weer eens in een voorgeslacht-geschiedenis gedoken. Op zoek naar raadselachtig afwezige doop- of huwelijksgegevens. En opnieuw – net als tien jaar geleden, toen ik met dit soort werk stopte – liep ik op tegen de weerbarstigheid van de historische administraties. Het kost sloten met tijd, om vervolgens een nog totaal onverwacht nieuw gegeven op te duikelen, maar wat je oorspronkelijk zocht niet te kunnen vinden. Tien jaar terug stelde ik me nog voor dat zoeken op het internet in de loop van de tijd steeds makkelijker zou moeten gaan worden,  maar intussen heb ik dat idee opgegeven. Dat zal wel een keer gaan gebeuren, maar ver na mijn tijd. Verschil tussen nu en tien jaar terug is wel dat ik voor het zoekwerk niet meer naar het betreffende provinciale archief hoef. Ik kan de films nu vaak vanachter mijn bureau doorbladeren. Maar de zoektijd wordt er niet minder om. Dat komt vooral omdat de namen in die films vaak nog niet zijn geïndexeerd, dus je moet voor een enkel gegeven tientallen jaren doorbladeren en allemaal lezen, al was het maar op de gezochte voor- of achternaam. Tegen de tijd dat ik echt niks meer te doen weet, is dit altijd nog een klus om te doen, die veel tijd kost, maar met weinig inspanning.

Nu ben ik toch een verwoed krantenlezer. Elke dag trek ik daar tenminste een uur voor uit, vaker veel langer. En dan heb ik al maandenlang belangrijk nieuws geheel gemist: het aantreden van een nieuwe CEO voor KPN Telecom: Maximo Ibarro, een Italiaan, tevens Colombiaan. En dat al per 18 april 2018. Hij heeft dan ook, zo zag ik net in een snelle rondgang, slechts twee interviews gegeven. Eentje aan het AD, dat ik niet vaak heb betrapt op veel eigen nieuwsgaring, dus als ik die niet vaak bezoek mis ik ook niet zoveel, dacht ik, en eentje in de NRC die kwalitatief wel een stuk beter is, volgens mij, maar zijn meeste stukken achter een betaalmuur verstopt, dus die ik om die reden niet vaak raadpleeg.

Ik heb toch wel met groeiende verbazing het interview met hem in het AD gelezen. Mijn leerstuk bij KPN was immers dat ik ontdekte dat het bij selecties niet zozeer gaat om de aanwezigheid van vele positieve factoren, maar dat het juist gaat om de afwezigheid van negatieve kenmerken in iemands cv. Zonder de minste twijfel is ook deze nieuwe CEO aangetrokken door bemiddeling van een headhunter, hoogstwaarschijnlijk Egon Zehnder. Dat is immers de meest vooraanstaande headhunter van het land, en mogelijk ook van Europa of zelfs de wereld. En ik heb geen hoge pet op van het selecterend vermogen van headhunters, ook niet van Egon Zehnder en ook nooit gehad, zolang ik met hun werk op de hoogte kwam, vanaf eind 1988. Op de hoogste niveaus vindt er eigenlijk ook helemaal geen selectie plaats. Het zijn uitsluitend gesprekken.  En de persoon die zichzelf het beste verkoopt en vooral: het beste klikt met zijn nieuwe baas, wordt het. Op CEO-niveau moet de kandidaat natuurlijk ook al elders al voldoende fouten hebben gemaakt, zodat hij die in zijn nieuwe job kan herhalen. Hoewel ik niets weet van het verlangde en verkregen inkomen van deze heer Ibarro geldt meestal ook als eis dat de persoon voldoende hoge graaiambities moet hebben.

Als we nu naar de feiten kijken dan valt het volgende op. Hij heeft een brede ervaring in meerdere takken van sport. Hij komt van Wind Tre, een Italiaanse Telecombedrijf, vast zowel als mobiel,  met niet minder dan 32 miljoen klanten, tegen ongeveer 7 miljoen klanten voor KPN Telecom. Wind Tre bestaat pas, door een fusie, vanaf 1 januari 2017 en al vanaf het najaar van 2017 is Ibarro in gesprek over de positie van CEO van KPN Telecom.  Merkwaardig. Heeft iemand de vraag gesteld waarom hij zo snel weg wilde bij een bedrijf dat maar amper enkele maanden bestond? De AD-journalist vroeg het maar hij kreeg geen antwoord. Hij vertelde zelf dat Wind Tre weliswaar veel meer klanten heeft, maar dat de omzet van KPN Telecom ongeveer even hoog is.  Omdat KPN Telecom zoveel meer diensten zou hebben. Dus hij is het geworden nadat is vastgesteld dat hij met de toegevoegde waarde van KPN Telecom geen enkele ervaring heeft. Het is de moeite waard daar eens in te duiken, maar dat heeft zover ik kon nagaan niemand gedaan. Ook zou ik eens in Italië en elders waar hij gewerkt heeft gaan rondvragen naar zijn prestaties. Wind Tre meldt op zijn eigen website dat zijn kredietwaardigheid door de verschillende ratingbureaus varieert rond de B- met heel verschillende vooruitzichten, van positief tot negatief. Het is dus een typisch Italiaans bedrijf.

Het is toch altijd wat verdacht als een persoon van groot naar klein gaat, zonder aantoonbare prestaties te hebben geleverd, en ongetwijfeld met tenminste hetzelfde of waarschijnlijker een (veel) hoger inkomen. Maar net als Ben Verwaayen en Wim Dik, is ook deze Maximo Ibarro ongetwijfeld een innemende en vlot van de tongriem gesneden man en kan op die manier iedereen inpakken. Zo werken headhunters nu eenmaal en  daarop selecteren ze ook vooral. Maar als het om geleverde en te leveren prestaties gaat is mij niets duidelijker geworden. Ik houd mijn hart vast.

Donderdag 30 augustus 2018.

Gisteravond laat bereikten we dan het punt dat we met zekerheid weten dat ook aan het eind van de maand augustus 2018 er weer een groei zal zijn van het aantal bezoekers van mijn websites, gemeten naar het voortschrijdend 12-maandelijks gemiddelde. Het wordt zeker geen absoluut nieuw maandrecord, verre van dat. Met nog twee volle etmalen te gaan is de continue groei wel verzekerd. Gegeven de relatief lage aantallen bezoekers van september en oktober 2017 heb ik er ook veel vertrouwen in dat de groei ook in de komende twee maanden zal doorzetten. Komende zaterdag, 1 september 2018, verschijnen de definitieve cijfers van augustus 2018 op de betreffende pagina van deze website.

Gisteren had ik dan mijn avontuurlijke reis naar de Woeste Grond in Musselkanaal. Het moest ook wel gebeuren, want mijn vrieskist was helemaal leeg geraakt. Dit was mijn derde bezoek. Mijn eerste twee bezoeken deed ik per auto en dit was dus het eerste bezoek met openbaar vervoer. Het werd een avontuur. Op de heenweg wel vier keer overstappen, met overigens goed aansluitende ritten. Ik heb nog altijd geen beeld waar ik allemaal geweest ben, maar het was dus zeker geen rit over de kortste weg, om het maar eens eufemistisch te zeggen. Telkens verschenen er weer nieuwe dorpjes en uitzichten voor mijn ogen, die ik nog nooit eerder had gezien. De app zal me wel naar de juiste eindbestemming leiden. En dat gebeurde ook. De terugweg was een stuk ‘saaier’, met slechts één keer overstappen op het hoofdstation van Groningen. Maar toch ging de terugweg over weer andere wegen met opnieuw andere uitzichten. De terugweg duurde, hoewel in theorie rechtstreekser, toch langer: vrijwel precies twee en een half uur. Ik had meegenomen: twee grote boodschappentassen, twee vriestassen en twee oversized badhanddoeken. Het inpakken duurde dus wel even. Alle spullen in de vriestassen, die vervolgens in een badhanddoek gewikkeld en het geheel dan in de tassen. Het was bovendien knap benauwd / warm in de bus. Elke moment verwachtte ik dus een natte plek op de bank (van de meegevoerde bevroren en dan ontdooiende bouillonnetjes) of opstijgende heerlijke geuren uit de tassen, omdat de handel aan het ontdooien was, maar dat gebeurde niet. Bij thuiskomst bleek dat alle meegevoerde spullen nog altijd keihard bevroren waren. Ook met de pakjes vleeswaar had ik onderweg nog steeds een gevaarlijk wapen in de hand gehad, voor het geval er onderweg een handgemeen zou zijn ontstaan.  Ik zou niet weten met wie dan, maar je weet het maar nooit.  Er loopt namelijk veel gewetenloos tuig rond op ’s Heren wegen, zoals bekend. Dus ik heb nu weer voor gemakkelijk drie weken vlees en vis in huis. Als ik volgende week weer een auto heb, hoop ik nog een keer bij die winkel langs te gaan om op te halen wat ik nog vergeten ben.

Ik was zelfs even van mijn stuk gebracht door de medewerkster Eugénie, toen ze voorstelde voor mijn komende erwtensoep een varkensstaart mee te nemen, in plaats van een varkenspoot. Dat recept kende ik nog niet, trouw als ik ben aan de receptuur voor erwtensoep (en ander lekkers), zoals ik die ooit van mijn moeder heb geleerd.

Vrijdag 31 augustus 2018.

Gisteren werd het weer een heel lange dag. Al bijtijds in de trein gestapt en zonder problemen ruim op tijd in Enschede aangekomen, voor een overleg met de Raad van Commissarissen over de procedure rond de vacaturevervulling van twee vacatures in die Raad. Het liep weer soepeltjes en we maakten goede afspraken. Opnieuw in de trein gestapt richting Utrecht, voor een bezoek aan goede vrienden. En ook die afspraak om 18.00 uur haalde ik met gemak. Onderweg heb ik vast voor onze clubgenoten even een verslagje geschreven van wat zich bij het overleg te Enschede had voorgedaan. Bij de vrienden heel lekker gegeten van een maaltijd waar de gastvrouw en -heer geen naam voor hadden en het was ook erg gezellig. Op de terugweg naar huis stopte rond middernacht de trein ergens midden in een bos in Drenthe en niemand wist waarom. Na een kwartiertje of zo, kwam de mededeling dat de trein iets had geraakt, maar waarschijnlijk was het een ree of een hert. En we gingen weer verder. Die mededeling hield me nog wel een tijdje bezig. ‘Waarschijnlijk’. Blijkbaar konden ze niet definitief vaststellen waarmee we nu in botsing waren gekomen, en het kon dus blijkbaar ook nog iets anders dan een ree of een hert geweest zijn. Gedenkwaardig was wel dat, hoewel ik in de 1e klasse zat, het geschreeuw en soms zelfs gegil van één of enkele vrouwen in de aangrenzende 2e klasse coupé onophoudelijk misschien wel een uur of zo doorging. Deze vrouwen, dames waren het zeker niet, waren overduidelijk stomdronken.  Kort voor aankomst in Meppel meldde de conducteur nog dat we op basis van ervaring mochten verwachten, dat een gezelschap dronken jongeren zou willen meereizen, maar dan in Hoogeveen weer uit de trein zouden gaan. We konden ons schrap zetten. Maar het verwachte gezelschap was er niet. De schreeuwende vrouwen bleven helaas ook in Hoogeveen nog zitten. Ik heb er tot aan het eind van de reis nog van kunnen genieten. Ik kon niet verzinnen hoe de NS dit had kunnen oplossen. Moet je ze dan op een willekeurig station gewoon uit de trein zetten? Als er daarna wat met ze gebeurt heeft de NS het gedaan. Openbaar vervoer bestaat wel bij de gratie van het feit dat mensen op een klein oppervlak zich kunnen gedragen en ook elkaar kunnen gedragen. Wat doe je dan met mensen die overduidelijk niet aan die norm willen voldoen?  Tegen een uur of één was ik weer thuis.

Zaterdag 1 september 2018.

Na een inspannende dag nu weer een rustig dagje thuis. Het mocht ook wel, want ik merk nu toch zelf ook wel, dat ik na zo’n drukke dag een heel rustig dagje wel fijn vindt. Wel even kans gezien om wat boodschappen te doen en om mijn favoriete nootjes weer te halen. Dat blijft elke week een feestje.

Wel kwam gisteren de tevoren aangekondigde uitslag van mijn DNA-onderzoek. Het bevestigde in hoofdlijnen het vorige onderzoek, uitgevoerd door of namens National Geographic (NG). Het NG-onderzoek had een ander doel. Dat keek ook naar superoude treksporen door de wereld. Maar ook uit dat onderzoek bleek wel dat ik al duizenden jaren uitsluitend Europese voorouders had gehad. Ook dat er enkele procenten Neanderthal-bloed en Denisovanbloed door mijn aderen zou vloeien. Neanderthalers en Denisovans waren andere mensensoorten die al zeker 10.000 jaar geleden zijn uitgestorven, niet te verwarren met de diverse mensenrassen die vandaag de dag nog de wereld bevolken. Dit recente MyHeritage-onderzoek ging eigenlijk uitsluitend over mogelijke andere verwanten met thans levende mensen, waar ook ter wereld. Dus zijn die eventuele andere mensensoorten uit een extreem ver verleden niet interessant. En ook deze keer bleek ik voor 100% Europees bloed te hebben. Dat was ook wel te verwachten. Verdeeld in 50,6% Westeuropees (Nederlands, Belgisch, Luxemburgs, Duits, Zwitsers en Frans) 26,4 % Scandinavisch (Deens, Noors en Zweeds) en 23% Engels. Maar net als bij het NG-onderzoek weet ik opnieuw niet precies wat met die groeperingen bedoeld is. Heb ik nu zowel Nederlands, Belgisch, Luxemburgs, Duits, Zwitsers én Frans bloed in de aderen, of gaat het om die groep als geheel,  dus bijvoorbeeld wel alle soorten, maar geen Frans bloed. Dan kun je ook op 50,6% komen. En kan het Scandinavische deel bijvoorbeeld uitsluitend Deens bloed zijn, of zit er zeker ook Zweeds en Noors bloed bij? Ik heb uiteraard wel een vermoeden, maar dat staat nergens.

Uit het schriftelijke genealogische onderzoek weet ik bijvoorbeeld dat ik ook voorouders zou moeten hebben afkomstig uit België, Duitsland en Zwitserland. Luxemburgse en Franse voorouders heb ik nog niet gevonden, hoewel ik in Den Haag bijvoorbeeld diverse Letterie’s als voorouder heb, die oorspronkelijk ongetwijfeld Le Thierry hebben geheten en dus uit een Franstalig gebied zijn gekomen, waarschijnlijk Frankrijk zelf. Dus dat deel klopt wel. Scandinavische voorouders heb ik nog niet gevonden. Probleem is natuurlijk dat onze voorouders zeker tot en met delen van de 20e eeuw, zodra ze uit het buitenland of zelfs maar uit Friesland kwamen, meteen in hun nieuwe vestigingsplaats gingen vernederlandsen. En ook een Nederlandse naam aannamen die dan leek op of klonk als de oorspronkelijke naam. Gewoonte was dat de pastoors of dominees in de diverse registers opschreven wat ze hoorden. Bijvoorbeeld Le Thierry werd Letterie. Scandinavische namen lijken vaak meteen al op Nederlandse. Johansson werd dan bijvoorbeeld Johansen of zelfs Jans(s)en. Dus je ziet bij Scandinavische namen niet zo snel dat ze oorspronkelijke Scandinavisch waren. Ik heb wel een heel rijtje voorouders waar ik met geen mogelijkheid in Nederland de doopakte van heb kunnen vinden. Die zouden dus best eens uit een ander land kunnen zijn gekomen, maar vrijwel meteen een Nederlandse of Nederlands klinkende naam hebben aangenomen of gekregen.

Een apart probleem vormen de Engelsen. Ik heb meerdere familienamen bij mijn voorouders waarvan ik al heel lang vermoed dat ze oorspronkelijk uit Engeland kwamen, omdat ik opnieuw hun doop niet kon vinden en we die naam in Nederland niet kennen. Halleward bijvoorbeeld. Dan eindigt ook het spoor, verder naar het verleden. Zodra je zo’n ‘buitenissige’ naam ziet verschijnen, weet je al dat het spoor waarschijnlijk verder dood zal gaan lopen. En dat deed het bijna altijd ook. Dus dat ik Engelse voorouders heb geloof ik wel, maar ik had het percentage toch niet zo hoog geschat.

Tot hier toe is alles goed verklaarbaar en ook traceerbaar in het schriftelijke onderzoek. Er blijft dan maar één echt probleem over. In het DNA-systeem van MyHeritage is er een aparte categorie, naast de Engelse en wel Schots/Iers/Welsh. En daarvan zou ik dus 0% bloed hebben. Hoe verklaar ik dan de tak van de Kennedy’s die volgens de aktes in mijn  bloed zit, en waarvan ik tot nu toe ook aannam dat die oorspronkelijk uit Schotland afkomstig zou moeten zijn? Er zijn namelijk Schotse en Ierse Kennedy’s. De Ierse Kennedy’s zijn Katholiek (afstammer is o.a. de Amerikaanse president John F. Kennedy), terwijl de Schotse Kennedy’s juist protestant zijn. ‘Mijn’ Kennedy’s zijn allemaal protestant hetgeen verklaart dat ik aannam dat toen de oudst bekende voorouder Kennedy op het continent aankwam, zover ik weet rond  1750, hij ook al protestant was. De schoonmoeder van mijn opa was een Kennedy.  Volgens de gegeven percentages heb ik 0% Ierse/Schotse of Welshe voorouders, maar als je  het bijgeleverde kaartje bekijkt dan staat er toch wel degelijk over het zuiden van Schotland een lichte gloed, aangevende dat daar ook ‘Engelse’ voorouders vandaan zijn gekomen, hoewel daar vooral Schotten woonden en wonen, onder andere de Kennedy’s. Dus volgens de geleverde percentage klopt het niet, maar volgens het bijgeleverde kaartje klopt het wel. Of ergens in mijn voorgeslacht is er bij de Kennedy’s iets ‘verkeerd’ gegaan en klopt dus een geboorteakte niet helemaal. Dit ‘probleem’ ga ik toch maar eens voorleggen aan MyHeritage.

Naast deze percentages kreeg ik niet minder dan 2170 personen met een website op MyHeritage die aan mij verwant zouden moeten zijn, op basis van ons DNA. Als ik het goed snap gaan ze daarbij niet verder dan de 5e graads neef of nicht, maar ik moet eerst nog even uitpluizen wat dat precies betekent.

Zondag 2 september 2018.

Dit was toch wel heel bizar en/of toevallig. De vrouw van mijn naamgever Jacobus Pieter van Leeuwen, was Anna Maria Arendse en was geboren op 8 augustus 1913 in Delft. Dus toen ik via via een overledene ‘tegenkwam’, begraven in Ter Apel, Groningen, in 1990 met de naam Anna Maria Geertruida Arendse, geboren 8 augustus 1913 dacht ik dat het dezelfde moest zijn. Ik had blijkbaar in het verleden eens haar derde voornaam: ‘Geertruida’ over het hoofd gezien.  Even die derde voornaam toevoegen, een foto van de grafsteen bestellen en plaatsen en klaar is Koos. Totdat gisteren de door mij bij het CBG bestelde GBA-kaart van Anna Maria Arendse met de post bezorgd werd. Daaruit bleek toch zonneklaar dat Anna Maria Arendse, dus inderdaad zonder ‘Geertruida’, getrouwd was met Jacobus Pieter van Leeuwen, maar overleden was in Maastricht in 1987. Maar de geboortedatum was inderdaad nog steeds dezelfde als van die andere Anna Maria (Geertruida) Arendse. Mijn tweede veronderstelling was dan dat het blijkbaar een tweeling moet zijn geweest, waarvan de tweede bij de geboorte een extra naam had meegekregen.  Maar bij het invullen van de correcte gegevens op de diverse websites bleek ook nog eens dat de ouders van beide vrijwel gelijkluidende en op dezelfde dag geboren vrouwen verschillend waren en tenslotte de geboorteplaatsen van de twee enkele honderden kilometers uit elkaar lagen. Dus ook de tweede veronderstelling dat het om een tweeling moest gaan kon onmogelijk waar zijn.  Het zijn dus twee totaal verschillende vrouwen, uit verschillende gezinnen, die toevallig precies hetzelfde he(et)ten, op de derde voornaam na en die toevallig op precies dezelfde datum waren geboren. Zo zie je maar weer hoe ‘gevaarlijk’ het is om te snel onjuiste conclusies te trekken en dat zelfs twee keer achter elkaar.  Daar kun je in een andere situatie heel grote misverstanden van krijgen.

Gisteren ook besteed, voor het eerst sinds de laatste eetclubbijeenkomst bij mij thuis, aan het stofzuigen en stoffen van mijn hele huis. Van voordeur tot achterdeur: zelfs de plafonds en de muren. Dat ga ik dus vaker doen. Mogelijk elke 1e van de maand, want die dag is makkelijk te onthouden.  Elke tiende is dan voor een grote beurt van de keuken en elke twintigste voor een grote beurt van de badkamer. Of een dag daarbij in de buurt want ik ben niet altijd op de ‘vereiste’ dag thuis. Uiteraard wordt vrijwel dagelijks tussendoor ook gestofzuigd, gepoetst en gesopt, maar alleen met een aanleiding. Een pas gebakken brood, bijvoorbeeld, snij ik direct na het bakken in plakken, de zogenaamde boterhammen. Zoals ik brood bak, met alleen water, meel en gist krijg je onherroepelijk kruimels. De gifmengers van de voedselmaffia doen enkele tientallen chemicaliën in elk brood, met als doel dat het brood dan niet zo kruimelt, mooi bruin ziet, langer vers blijft, het beslag beter rijst etc. etc., vaak onder de titel: broodverbeteraar.  Maar als je brood bakt, zoals mensen het al tienduizend jaar doen, krijg je onherroepelijk kruimels. Die zuig ik dan uiteraard meteen weer weg.

Het wordt ook de hoogste tijd om mijn aardbeiplantjes weer helemaal bij te snoeien en winterklaar te maken. Ook een goede klus voor vandaag.

Maandag 3 september 2018.

De vakanties zijn nu toch echt voorbij. En de werkzaamheden op de spoorlijn Groningen – Assen zijn uitgelopen, zodat er nog geen treinen rijden. Wel bussen, maar – zoals ik al vaker heb uitgelegd – die zijn voor mij een ramp. Gelukkig heb ik geen afspraken die ik met de trein moet halen, dus ik heb nog wel even de tijd, voordat ze weer gaan rijden. Gisteravond was de verwachting nog dat de werkzaamheden dan wel om 12.00 uur vandaag zouden zijn beëindigd, en het treinverkeer weer zou beginnen, maar inmiddels kwam het bericht dat het ‘tenminste’ vanavond om 20.00 uur zal zijn. De toevoeging van ‘tenminste’ geeft NS/ProRail de ruimte om het nog verder op te schuiven. Het zoveelste voorbeeld dat geplande werkzaamheden heel vaak uitlopen. Blijkbaar is het bijzonder lastig of vaak zelfs onmogelijk om hiervan een betrouwbare prognose te maken. Hier kun je een wetenschap van maken. Of is er een simpele uitleg mogelijk?

Gisteren ook weer (grotendeels) mijn aardbeiplantjes voor de wintertijd klaargemaakt. Bij de oorspronkelijke aankoop van de leverancier, gespecialiseerd in aardbeiplantjes, werd mij al gemeld dat dat elk jaar eind augustus zou moeten. Toen ik een jaar later op 31 augustus vroeg hoe dat dan moest met de zogenaamde doorlopers (die tot eind oktober aardbeien geven), kreeg ik de mededeling: wat bent u laat met winterklaar maken!! Ik deed het toch volgens het boekje. Dit jaar heb ik een heel kleine oogst aan aardbeien gehad, maar ik heb ze dan ook slechter verzorgd, bewaterd en regelmatig geplukt dan in voorgaande jaren. Dat wil ik het komende seizoen echt een heel stuk beter gaan doen. Als dat niet meer goed lukt, dan ga ik iets anders verzinnen om met de ruimte te doen. Of dat een of andere kweek wordt of iets heel anders, weet ik nog niet. Ik heb nog een heel najaar, een hele winter en een compleet voorjaar om daar over na te denken. Ik zal t.z.t. vast wel hier melden wat hiervan de uitkomst is, bij leven en welzijn.

Dinsdag 4 september 2018.

De treinen in het Noorden rijden weer vanaf gisteravond. Ik moet nu natuurlijk snel nog even gaan kijken, want met zulke grondige verbouwingen is er ook een fikse kans dat de toegang tot station en perrons veranderd is. Als je dan aan het begin van een straat loopt met aan dat begin een bord dat de straat is afgesloten voor alle verkeer, dan weet je nog niet of het station dan nog wel voor voetgangers bereikbaar is. Je loopt dan het risico dat je op het laatste moment merkt dat het ook voor voetgangers doodloopt, hetgeen dan betekent dat je dan enkele blokken om moet lopen en dan mis je uiteraard de bedoelde trein. De enige manier om dat te voorkomen is om de de voorafgaande dag een soort verkennende wandeling te gaan maken. Die procedure gaat nu al een hele tijd zo, en naar verwachting blijft dat dan zo tot in mei 2019, als de verbouwing helemaal klaar zou moeten zijn. Er is een goede kans dat, zoals met zoveel bouwwerken, die planning niet gehaald zal worden en dat het nog tot na de volgende zomer kan duren. Zolang er verbouwd wordt blijft er het risico op afgesloten wegen en paden.  Ik heb er geen hoop op dat ook mededelingen voor voetgangers dan ook op de toegangswegen zullen verschijnen, zodat je niet nodeloos hoeft om te lopen. Voor de komende dagen moet ik daar dus nog wat op verzinnen.

Deze dagen heb ik het gewoon te druk, en dat blijft ook nog wel enkele dagen zo, om me verder op de stamboom en de ontelbare administratieve en DNA-matches die ik heb gekregen te storten. Niet alleen heb ik deze week meerdere afspraken in Twente en de Achterhoek, die ik ook nog goed moet voorbereiden, maar ik wil bijvoorbeeld ook nog naar zowel een Duitse supermarkt als naar de winkel voor meukvrij vlees in Musselkanaal, en dan wil ik ook nog allerlei zaken en zaakjes voor mijn eigen wijkje regelen. Wat me gaat redden is dat ik zeker weet dat er hierna ook weer een rustiger tijd zal aankomen, al zou ik die dag nu nog niet kunnen aanwijzen.

Woensdag 5 september 2018.

Gisteren is er weer een raadsel opgelost. Bij de nieuwe ondergang merkte ik al eerder dat het ‘gebouw’ dat ik maar zag oprijzen, en waar je inmiddels zonder te bukken onderdoor kon lopen, nergens in de plannen voorkwam. En dat blijkt nu ook te kloppen. Wat daar was, was een opeenstapeling van betonnen ‘binten’, die juist bedoeld waren voor het nieuwe viaduct over de nieuwe onderdoorgang heen. Het nieuwe ‘gebouw’ is inmiddels helemaal verdwenen, terwijl de onderdoorgang nu een feit is. Het andere verschijnsel, dat er maar heel weinig tijd nodig zou zijn, om onder vier uit elkaar lopende sporen onderdoor te komen was een juiste waarneming. Zover ik het kon overzien, is het voorafgaande weekend alleen onder de beide sporen voor passagierstreinen een onderdoorgang gemaakt. De onderdoorgang onder de volgende twee sporen, bedoeld voor rangeren en goederentreinen, moet nog gemaakt worden. Daar hoeft waarschijnlijk het passagiersverkeer niet voor te worden stilgelegd.

Voorts staan we weer aan de vooravond van veel afspraken achter elkaar, te beginnen vandaag. Dus voor vandaag laat ik het hier weer even bij. Voor zover te overzien is, zal ik toch wel elke dag op deze plek een aanvulling kunnen geven. Dat kan tegenwoordig vanaf elke plaats, zelfs vanuit een rijdende trein.

Tenslotte toch nog een fraai plaatje, van een Chinees zoutwinningsgebied.

Donderdag 6 september 2018.

Opnieuw een succesvolle dag gehad, hoewel in Twente en de Achterhoek blijkbaar een nieuwe doorgaande weg is geopend, de N18, die nog niet in het navigatiesysteem was opgenomen. En ook de ANWB was nog maar nauwelijks langs geweest, want op het eerste moment dat het navigatiesysteem me in de steek liet stond er wel een wegwijzer, maar naar geen van alle aangegeven plaatsen wilde ik heen. Effect was uiteraard dat ik daar de verkeerde rijrichting koos. Dan kun je die weg ook vele kilometers lang niet meer af, omdat er gewoon geen afrit is en je ook niet kunt keren omdat er ononderbroken een vangrail tussen de rijstroken zit. Toen het dan eindelijk kon ben ik via een viaduct gekeerd en dan hetzelfde kilometerslange stuk weer terug. En vandaar ging het wel weer goed. Op het moment van verkeerd rijden had ik nog 25 minuten over op het schema en toen ik weer terug was op hetzelfde punt kwam ik enkele minuten te kort. Dus ik heb echt wel een flinke afstand verkeerd gereden. Ik kon de verloren tijd niet meer helemaal goed maken, dus ik kwam inderdaad enkele minuten te laat op mijn afspraak. Balen. Ik ga als ik met de trein ergens heen ga altijd zo vroeg van huis dat ik een aansluiting kan missen en dan nog steeds op tijd ben. Als ik met de auto ga houd ik ook altijd een extra marge van 20 – 30 minuten in acht, zodat een file onderweg, slecht weer of ander ongemak me nooit in paniek brengt. Maar je kunt moeilijk, als je met de auto gaat, een heel uur extra tijd gaan reserveren om echt helemaal zeker te zijn. Dan wordt reizen per openbaar vervoer toch nog sneller dan per auto.

Voor de terugweg had ik mij voorgenomen, nu ik toch een auto had, nog een keer langs te gaan bij de Woeste Grond in Musselkanaal voor nog wat extra meukvrij vlees. Ik had bedacht om niet rechtstreeks het adres in Musselkanaal in te tikken, omdat ik dan het risico liep dat het apparaat de route via Duitsland zou gaan nemen. En van een vorige keer wist ik nog dat ook de weg uit Duitsland naar Musselkanaal via splinternieuwe wegen gaat, die een navigatieapparaat ook nog niet kent. Met verdwalen tot gevolg. Dus de terugreis werd een tweetrapsraket. Eerst naar Hardenberg en daarna naar Musselkanaal. En inderdaad kende het apparaat alle tussenliggende wegen nu wel, zodat ik mooi op tijd om kwart voor vijf in de winkel aankwam. Bij het vorige bezoek van een week geleden had ik ze aangekondigd dat ik deze dag tegen hun sluitingstijd om vijf uur weer zou bezoeken.  Ook hier heb ik dus de traditie gevestigd dat ik mijn afspraken nakom. Het was niet alleen een goede aankoop, maar ook weer een leuk bezoek. Op de een of andere manier klikken medewerkster Eugénie en ik gewoon goed. Dat is voor mij een belangrijke reden om daar heen te gaan.

Na dit bezoek eerst naar huis gegaan om alle aankoop weer in de vriezer te leggen, de auto af te tanken en weer weg te brengen en vervolgens weer naar huis te gaan, via de Chinees. Al met al een heel goede dag, meetbaar één bezwaar: ik had weer veel te veel gegeten.

Nog een foto van weer zo’n fantastisch Chinees landschap.

Vrijdag 7 september 2018.

Opnieuw een drukke dag gehad en opnieuw laat thuis. Op de receptie te Enschede vele nieuwe en oude contacten gelegd, respectievelijk hernieuwd. En met een berg huiswerk weer naar huis gegaan. Daar ga ik dan maar meteen mee beginnen, want het merendeel zou vandaag al af moeten zijn. Liefst alles al, want dan heb ik een rustiger komend weekend.

Zaterdag 8 september 2018.

Het lukte dus niet om al het huiswerk gisteren al af te hebben. Gelukkig wel alles dat ik echt weg wilde hebben. Nog twee klussen nu. Gistermiddag kwam er op de valreep nog een megastuk van De Woonplaats binnen, met excuses voor de late verzending, dat dan nog wel. Het stuk gaat over de landelijke huurontwikkeling tegenover die in Twente/de Achterhoek. Met pagina’s vol statistieken en getallen. Met het verzoek of we uiterlijk maandag commentaar willen geven. Een leuke activiteit is altijd prima, maar het moet natuurlijk niet op werken gaan lijken. Gelukkig waren medebestuursleden het met me eens: dit is van de zotte. Wij zijn maar een handvol amateurs en kunnen zo gewoon niet op tegen 200 professionals. Daar moet ik dus nog iets slims op verzinnen. Ik begin al ideeën te krijgen hoe we dit moeten gaan tackelen.

Door de inkoop van een flinke voorraad vlees en vis van de afgelopen weken, bijna allemaal meukvrij, hoef ik waarschijnlijk geruime tijd geen vlees en vis meer te kopen. Ook spullen voor mijn zelfgebakken broden, in feite alleen meel en gist, heb ik al voor een hele tijd in huis, zodat ook dat voorlopig ruim verzorgd is. Blijft over dat ik regelmatig groente en fruit moet kopen. Helaas zit ook alle fruit en groente bomvol met chemicaliën, bijvoorbeeld om de verkoop te vergemakkelijken, zoals glansmiddelen en antischimmelmiddelen. De consument wil immers mooi glanzende sinaasappels en appels en ander fruit zonder plekje. Zolang het los verkocht wordt hoeft dat ook niet op het product te staan.  Maar ook tijdens het verbouwen worden er de nodige chemicaliën opgespoten. ‘Gewasbeschermingsmiddelen’ noemen ze dat.  Dat valt onder andere regelgeving dus dat hoeft, zolang het fruit nog niet is geoogst, zelfs nooit op de verpakking te staan. Zo krijg ik nog steeds veel te veel viespeukerij binnen. Ik weet dat er een soort natuurgroentewinkel bestaat in een buitengebied vlakbij een afgelegen dorp op een kilometer of tien of vijftien van hier. Maar dat is te ver om regelmatig naartoe te lopen, en ik heb niet vaak genoeg een auto of ik denk er gewoon niet aan als ik er wel eentje beschikbaar heb. Merkwaardig eigenlijk dat ik nooit heb bedacht om eens uit te zoeken of daar geen bus naartoe gaat. Dat is dus nu nóg een goed voornemen voor vandaag of morgen.

Zondag 9 september 2018.

Een slechte nacht gehad. Dat gebeurt me toch maar erg weinig. Ik kon en kan er ook helemaal geen reden voor bedenken. Ik heb over niets de halve of hele nacht liggen piekeren. Telkens maar weer een stukje verder gaan lezen in het boek waar ik mee bezig ben, maar dat hielp niet echt. Uiteindelijk heb ik wel enkele uren slaap gehad. Ik zal het wel overleven, hoogstwaarschijnlijk. Bovendien slaap ik dan de komende nacht weer beter.

Verder gisteren een dag gehad met afwisselend: werk voor de Woonplaats, het volgen van een bergetappe in de Vuelta en het spelen van een spelletje Wordfeud met een bekende. Voor het overige geen opmerkelijke ervaringen opgedaan, geschikt voor deze column.

Maandag 10 september 2018.

Dat was weer een weekend en weer relatief rustig. Nog wel boodschappen gedaan, maar verder geen wandeling of andere uithuizigheid. Mijn wandelmoyenne loopt sowieso terug de laatste maanden. Ik weet nog niet of ik dat erg vind en of ik er nog wat aan ga doen. De meukvrije worst genoten. Mijn eerste. Hij is uitstekend van smaak, maar wat aan de dunne kant, vergeleken met andere worsten. Dat vind ik geen probleem. Ik heb hem niet gewogen, maar ik vermoed toch wel dat dit de lichtste vleesbijlage is die ik heb. En dat is natuurlijk alleen maar goed voor de lijn. Ik weet ook nog niet wat hij kost, maar het zou ook zo maar eens de voordeligste vleesbijlage kunnen zijn. Dus ga ik t.z.t. beslist meer van deze worsten halen.

Dinsdag 11 september 2018.

Heel af en toe weet ik me bij het wakker worden nog te herinneren wat ik gedroomd heb. Ik schrijf ze dan – liefst meteen, anders vergeet ik ze weer – op bij mijn aantekeningen op mijn iPhone, maar er kan makkelijk een jaar of nog meer voorbijgaan, voordat het weer wordt aangevuld. Het zijn eigenlijk altijd heel bizarre verhalen, waar geen kop of staart aan te bedenken is, en die ik ook nooit heb kunnen duiden. Ik heb ook wel eens een droomuitleg-app gedownload of op het internet gezocht naar een uitleg, maar ik kon er nooit chocola van maken.

Het pannetje.

Vanmorgen was het dan weer eens zover. Ik herinnerde me de volgende droom van vannacht. Het gebeurde – zoals altijd – op een voor mij totaal onbekende plaats of stad. Er kwam geen enkele bekende in voor, hetgeen soms wel eens gebeurt, maar deze keer dus niet. Ik liep af op een Italiaans afhaalrestaurant. Het was er binnen en buiten erg druk, en buiten hing aan de gevel een grote menukaart, die je ook van een afstandje nog goed kon lezen.  Het was allemaal in het Nederlands, dus ik veronderstel dat het ergens in Nederland of België was. Bovenaan op de menukaart stond de dikgedrukte zin, dat je bij bestellen een pannetje bij je moest hebben,  zodat het bestelde daar in kon worden meegenomen. Toevallig (?) had ik een pannetje bij me, in elk geval groot genoeg voor één portie, dus ik was blijkbaar van plan alleen en thuis of ergens alleen binnen te gaan eten. Ik vroeg me wel meteen af hoe dat dan zou moeten gaan als je een pizza wilde bestellen (grote pan mee, of krijg je die dan toch in een doos?), maar aangezien ik geen pizza wilde bestond dat probleem dus niet voor mij. Ik ging met mijn pannetje naar  binnen en kon plaatsnemen aan een grote tafel, met mijn pannetje voor me op de tafel, waar bij elkaar wel enkele tientallen mensen rondom omheen aan zaten, maar geen van alle anderen had een pannetje bij zich. Achter de zitters stonden nog ten minste evenveel staande klanten, die ook geen van allen – zo te zien – een pannetje bij zich hadden.  Een bijzonder zenuwachtige en sterk zwetende medewerker (het was een warme zomerdag) nam de bestellingen op. Hij gebruikte daarbij een voor mij totaal onnavolgbare volgorde van de bestellingen. Hij sloeg mij over. Ik had geen idee waarom, maar ik werd er in het geheel niet ongerust van. Tenslotte kon ik zitten en dan kan er van mij altijd veel. Hij heeft hier vast ervaring mee en dus ook een soort plan of aanpak, al begreep ik niet wat dat plan of die aanpak dan zou kunnen zijn. Na verloop van enige tijd werden de bestellingen aan de bestellers afgeleverd, in eigen verpakkingen van het restaurant, bij niemand werd hun (niet) meegenomen pannetje gebruikt. Er verschenen dus lege plekken aan de tafel en ook rondom de staanders om ons heen. Meteen kwam er een volgende ronde voor het opnemen van bestellingen en opnieuw werd ik overgeslagen. Ik vond het nog altijd heel gewoon. Ik moest gewoon wat meer geduld hebben. Bij de derde of vierde bestelronde, inmiddels was de ruimte behoorlijk leeg geworden, zag de medewerker voor het eerst mij zitten en vroeg me wat ik kwam doen. Ik legde uit dat ik graag iets wilde bestellen en dat ik daarom ook een pannetje bij me had, precies zoals het ook op de buitenmuur was voorgeschreven. Hij keek me aan alsof ik van een andere wereld kwam.  Einde droom.

Woensdag 12 september 2018.

Dat was weer een rustig dagje, zonder opmerkelijke gebeurtenissen. Door een bezoekje aan een buurvrouw voor een glaasje wijn, miste ik de zeer goede tijdrit in de Vuelta van Kruijswijk, die daardoor van de vijfde naar de derde plaats in het Algemeen Klassement steeg. De ingeblikte versie daarvan bekijken beviel me opnieuw niet. Je kent dan de uitkomst al en ik heb dan steeds de neiging iets anders te gaan doen. Het geeft niet. Er komen nog een aantal interessante etappes en na komende zondag is er dan op sportgebied weer een hele tijd voor mij niets te doen, totdat het schaatsseizoen weer aanbreekt. Doorgaans in de tweede helft van december. Dus vanaf volgende week worden er weer nieuwe plannen uitgebroed en daarna weer uitgevoerd.

Donderdag 13 september 2018.

Kruijswijk is weer terug op plaats 5. Zo zie je maar weer: alles is vergankelijk.

Voor het eerst was ik eens voor een echt praatje met onze enige groenteboer. Weliswaar is er bij zijn los verkochte sinaasappels, mandarijnen en citroenen geen etiketje wat erop en wat erin zit, maar dat blijkt wel op het kistje te staan. En inderdaad staat op al die citrusvruchten dat ze behandeld zijn met Izamalil. In zijn herinnering is dat inderdaad nog niet zo heel lang het geval, in tegenstelling tot Thiabendazole, dat er al zolang op zit als hij in het groente- en fruitvak zit en dat is al tientallen jaren.  Dat heeft hij zelfs al in zijn jeugd op de opleiding gehad. Maar Izamalil is relatief nieuw en wordt pas enkele jaren gebruikt.  Het bleek op al zijn citrusvruchten te zitten: sinaasappels, mandarijnen, citroenen en grapefruits. En op internet wordt het zelfs op nectarines gebruikt. Ik ga al van slechts één sinaasappel langdurig aan de dunne.  Als je op het internet naar de schadelijkheid van Izamalil zoekt rijzen je de haren te berge. Het is er ook niet met wassen af te krijgen. En tenslotte blijkt het door te dringen in de vrucht zelf, terwijl het op de schil hoort te blijven. Dat het in de vrucht terechtkomt wist ik uiteraard al, want ik eet nooit de schil en wordt er toch ziek van. Hoewel…… In heel wat recepten komt voor dat je er geraspte sinaasappel- of citroenschil in moet doen. Dat heb ik vaak genoeg ook gedaan. Dat kun je dus maar liever helemaal laten. Alleen van biologische sinaasappels word ik niet ziek. Ik geloof overigens niet dat daar helemaal niets op zou zitten, maar in elk geval een stuk minder. Helaas zijn de biologische sinaasappels van AH en Jumbo bijna permanent uitverkocht. Ze hebben daar maar één kistje van en dat is al leeg, zeer kort nadat het er is neergezet. Daarnaast staan er wel tien kistjes met gewone sinaasappels, die ook permanent worden bijgevuld. Biologische mandarijnen, citroenen en grapefruits verkopen ze zelfs helemaal niet. Nu maar eens afwachten waar de groenteboer mee kan komen. Ik ben benieuwd.

Dat was – voor de afwisseling – wel een wat somberder bijdrage.

Vrijdag 14 september 2018.

Vanmorgen dus maar weer eens begonnen om een volgende enorme pan erwtensoep in elkaar te knutselen.  Dat ritueel begint dan in de vroege morgen, meteen na het opstaan met het in de week zetten van de hele groene erwten. Die zijn tegenwoordig ook van de overbekende firma HAK, die zoveel reclame maakt voor zijn peulvruchten, met die TV-kok. Bonen erbij.  Van mijn moeder heb ik ooit geleerd dat je erwtensoep maakt met half om half hele erwten en spliterwten. Dat recept is nergens meer te vinden. Alle receptenmakers gebruiken voor 100% spliterwten voor erwtensoep. De blikken erwtensoep, zeker die van Unox en andere A-merken, hebben inderdaad wel een groenkleurige inhoud, maar daar is geen erwt meer in te herkennen. Dat krijg je namelijk als je 100% spliterwten voor de erwtensoep gebruikt. Dan kook je alles tot pap en wordt alles egaalgroen. Hetzelfde effect, van een egaalgroene substantie, krijg je uiteraard ook prima voor elkaar met chemische middelen, met de nodige kleur- en bindmiddelen. Dan nog wat chemicaliën erbij die zorgen voor de juiste geur en smaak, en uiteraard de nodige conserveringsmiddelen en vooral ook zoetstoffen natuurlijk en tenslotte nog een chemisch stofje om die zoete smaak weer weg te krijgen erbij en zie daar: erwtensoep. Voor het gezicht doen we er dan nog wat snippertjes wortel en snippertjes van iets dat op vlees lijkt bij en het is niet van echt te onderscheiden. Helaas zijn hele erwten, van de firma HAK of andere, niet meer te koop bij de Albert Heijn en de Jumbo. Aan HAK ga ik maar eens vragen waar die hele erwten van ze te koop zijn. De hele erwten moet je natuurlijk wel eerst 8 uur inweken. Bij de meukvrije vleeswinkel had ik al een varkenspoot en een stevige hamschijf gekocht. Die liggen nu te ontdooien. De rookworst is al ontdooid. Nu moet ik nog knolselderij, wortel, ui en prei op de kop tikken. En alles vanmiddag of vanavond in de juiste volgorde in een enorme pan met water en wat zout erbij op het vuur en tenslotte alles in diepvriesbakjes en in de vriezer mikken.  Met af en toe zo’n bakje als avondmaaltijd kan ik weer maanden vooruit. In december of zo volgt dan de volgende pan. Dan heb ik erwtensoep waar de lepel rechtop blijft staan als je hem erin steekt.

De erwtensoep van de Aldi zou nog het beste zijn, heb ik me laten vertellen. Ik houd het toch maar liever op mijn zelfgemaakte.

Zaterdag 15 september 2018.

De erwtensoep is opnieuw gelukt en volgens mij zelfs beter dan ooit. Ik heb zeker tien porties alweer in de vriezer staan en heb gisteren dan uiteraard alweer teveel ervan gesnoept. En alles is ook weer schoon en opgeruimd.

Een van mijn ‘problemen’ is hoe ik toch op gewicht blijf. Het probleem van mijn huidige weegschaal is, ik berichtte het al eerder, dat hij zo gevoelig is, dat hij op een niet volkomen vlakke ondergrond, ook niet het juiste gewicht aangeeft. Dat is geen probleem, zolang hij maar op altijd dezelfde plaats staat. Dan wijkt hij wel, maar steeds hetzelfde dus dan kun je toch vergelijken. Vrijwel nergens in mijn huis is het echter helemaal vlak. Heel bewust ligt er namelijk overal tapijt. Ik ben als de dood voor vallen en thuis is dan de gevaarlijkste plek. Eigenlijk is dan vlak bij mijn aanrecht en in de badkamer de beste plek om het ding neer te zetten, maar die plekken zijn natuurlijk ook het vochtigst en/of vlakbij het raam. Als de weegschaal maar een centimeter van plaats verandert merk ik dat direct aan het afwijkende gewicht. Eigenlijk is er maar één echte norm, heb ik deze dagen gemerkt, en dat is in welk gaatje van mijn riem(en) ik hem dichtdoe. Dat moet beslist het laatste gaatje zijn. Als ik hem per ongeluk wel eens een gaatje minder ver sluit, dan merk ik dat meteen, zodra ik buiten loop. Dan dreigt mijn broek af te zakken. Zolang ik het laatste gaatje nodig heb om de riem te sluiten, en dat ik anders onherroepelijk wordt gestraft met een afzakkende broek zit ik goed. Een andere aanwijzing is dat ik de afgelopen twee weken door zeker twee mensen ben gecomplimenteerd met mijn slankheid. ‘Je bent zo echt wel slank genoeg.’ En in de derde plaats ben ik wel tevreden over mijn dieet. In de dagen dat ik niet op pad ben, eet ik nooit voor 12.00 uur. En dan steevast één zelf gebakken boterham met vrijwel altijd iets slanks: vis, vleeswaar of ei. Vervolgens een appel. Daarna tot 17.15 uur weer helemaal niets, behalve eventueel wat water. Dan begin ik met mijn portie van 25 gram nootjes en tegen zeven uur het avondeten: meestal een afgepaste hoeveelheid van 450 ml ingevroren zelfbereide maaltijd. Met een glaasje wijn erbij. Daarna een sinaasappel en verder helemaal niks meer tot de volgende dag om 12.00 uur.  Dat is dus het systeem van het ‘periodiek vasten’ zoals ik het maar noem: elk etmaal een periode van zeker 16 uur helemaal niets, behalve dan water, thee of koffie (uiteraard zonder suiker of melk). Daar móet je vanaf vallen. Dat moet ook wel, want op dagen dat ik uithuizig ben eet ik elders wat de pot schaft en dat is vrijwel altijd een stuk meer. Het bijzondere is ook dat met deze methode ik ook als het klokje 12.00 uur slaat en ik met mijn eerste eten van de dag begin, heb ik doorgaans nog helemaal geen trek. Soms ook wel, als ik de voorgaande dag flink heb gezondigd. ‘Tussendoortjes’, zoals een snackje, of snoepen, neem ik dus helemaal nooit, behalve dan heel af en toe als mijn dag zo ontregeld is, dat ik echt even iets met eten om niet van mijn stokje te gaan.

Maandag 17 september 2018.

Dat liep dus het afgelopen etmaal behoorlijk uit de hand. In verband met het jaarlijkse dagje uit van het platformbestuur, dat deze keer voor het eerst op een zondag was, had ik de wekker vroeg gezet. Op zondag komt het openbaar vervoer laat en traag op gang, omdat er immers dan maar weinig tot geen passagiers zijn. Het plan was om de eerste trein van kwart over zeven te nemen, dan was ik ruim op tijd in Enschede en vervolgens ook in Haaksbergen, op de afgesproken plek. Als ik de wekker zet, wil ik ruim de tijd hebben om de dagelijkse dingen te doen, zoals deze blog. Nog maar nauwelijks had ik na wekker, douchen en aankleden de computer aangezet en ik wierp nog even een blik op de wekker in mijn werkkamer. Dan heb ik even een idee hoeveel tijd ik nog heb voordat ik het huis moet uitlopen. Ik verwacht dan een periode van nog zeker drie kwartier tot meer dan een uur te hebben en ga dan verder rustig mijn gang met af en toe een volgende blik op diezelfde of een andere klok. Bij de eerste blik op die klok zag ik dat het al tien over zeven zou zijn en ik was verbaasd. Dit kon niet kloppen. De batterijen in deze klok zouden wel weer aan vervanging toe zijn, want dat was al een tijd niet gebeurd. Voor alle zekerheid stond ik toch maar even op om een andere klok te raadplegen, hoe laat het nu echt was. Ik moest immers nog steeds even weten hoeveel tijd ik nog had.  De volgende klok – aangesloten op het elektriciteitsnet – gaf dezelfde tijd aan als de eerste: tien over zeven. Het drong tot me door dat ik de wekker een uur te laat had gezet: om 06.30 uur in plaats van om 05.30 uur. De eerste trein had ik dus inmiddels al gemist!!! De tweede trein, om kwart voor acht, was nog wel haalbaar, maar dan moest ik wel ineens heel veel haast maken!! Alles uit mijn handen laten vallen, en wegrennen. Daardoor kwam onder andere ook deze blog gisteren niet tot stand. Ik haalde de tweede trein precies op tijd. Die eerste trein zou overigens een trein ‘voor alle zekerheid’ geweest zijn, omdat de tweede trein, die ik nu echt had, maar een overstaptijd te Zwolle bood van 5 minuten. En ja hoor, het was weer zo ver. Toen ik het net niet kon hebben, kreeg deze trein bij Hoogeveen vertraging. Eerst een minuut, vervolgens twee minuten, daarna drie minuten en tenslotte vier minuten. Met nog maar één minuut overstaptijd in Zwolle was de aansluitende trein richting Enschede in feite niet meer haalbaar. Maar toen gebeurde het wonder: ik haalde deze trein op het allerlaatste nippertje toch nog, twee seconden na mijn instappen sloten de deuren. Het hele vertraagde vertrek was daarmee – wonder boven wonder – toch nog op de valreep opgelost en ik zat toch nog in de trein die ik had willen halen met de gemiste trein van kwart over zeven bij mijn vertrek. Zonder geluk vaart niemand wel.

Om kwart voor tien kwam ik, precies op tijd, aan in Enschede. De geplande buurtbus naar Haaksbergen bleek echter op zondag niet te rijden. Geen nood, want de ook mogelijke gewone lijnbus reed wel, al moest ik daar dan wel drie kwartier op wachten. In zo’n lange wachttijd heb ik nooit zin en ik ga dan liever alvast een stukje lopen langs de route van die bus en kies dan een latere halte om op die bus te stappen, waar ik altijd ruim op tijd ga aankomen. Inderdaad kwam ik ruim op tijd bij de gekozen halte aan. Tot hier ging het goed. Want over het haltebord was een oranje plastic zak getrokken met de mededeling dat deze halte tijdelijk was opgeheven. Op de plaats waarop had moeten staan waar je dan de halte kon vinden waar de bus wel zou stoppen, stond … helemaal niets. De passagiers moesten het vanaf hier blijkbaar maar helemaal zelf uitzoeken. De weg ter plaatse was opgebroken, en de bus kon er dus ook niet rijden. Er zat niets anders op dan de route verder af te lopen, dan moest er natuurlijk op zeker moment wel weer een halte komen, waar de bus wel weer kon en zou stoppen.  Maar ook de volgende paar haltes waren nog onbereikbaar voor deze bus. Eindelijk was daar de eerste bushalte na de wegopbreking waar alle verkeer weer gewoon gebruik van kon maken en dus ook weer reed en ook de bus weer kon rijden en stoppen. Maar ook de haltes vanaf hier waren voorzien van een oranje hoes met vermelding dat ze tijdelijk waren opgeheven, maar nu stond er wel bij waar je wel kon opstappen: bij de Kerk van Usselo. Intussen kreeg ik wel door dat ik de bus die ik had willen en moeten hebben, niet meer kon halen. De volgende bus zou me na een uur wel naar de plaats van bestemming brengen, maar dan was ik wel duidelijk te laat voor mijn afspraak. Toen wreekte zich dat ik van geen van de leden van onze club een mobiel telefoonnummer had opgeslagen, zodat ik niemand kon bellen met de melding dat ik te laat zou zijn, tenzij iemand me vanaf de kerk van Usselo, nog plm 8 kilometer van de eindbestemming, wilde komen ophalen. Op dat moment werd ik gebeld door een lid van het gezelschap en kon ik mijn verblijfplaats melden. Ik werd inderdaad opgehaald en ik kwam zo nog redelijk op tijd op mijn plaats van bestemming aan. Ook op de bestemming was men tot de conclusie gekomen dat er met mij iets aan de hand moest zijn, omdat ik altijd aan het begin van een gegeven tijdframe er was en deze keer voor het eerst in al die jaren niet. Niemand van hen had ook mijn mobiele nummer opgeslagen, zodat via een enorme omweg alsnog mijn mobiele nummer moest worden gevonden.  Enfin: eind goed al goed.

Na koffie met plaatselijke krentenmik zijn we in de museumspoorlijn van Haaksbergen naar Boekelo gestapt. Een oerouderwetse treinrit. Met houten bankjes in een derdeklassecoupé. Met even oerouderwetse conducteurs die de kaartjes knipten. In de stations van zowel Haaksbergen als die van Boekelo, waren grote ‘remises’, als dat bij treinen zo heet, met allerlei stoomlocs en wagons in allebei soort, die voor een deel in de revisie – door kennelijk allemaal heel goede amateurs –  waren. In Boekelo waren ook twee flinke modeltreinbanen, waarvan eentje het ook echt deed. De bizarste ervaring van ieder van ons – zo bleek later bij de lunch – was de ‘veewagen’ (al stond dat woord er niet bij)  met van die grote van links naar rechts openschuivende deuren en verder een lege ruimte daarachter. Iedereen die dit heeft gezien associeerde die wagon met de plaatjes die we allemaal kennen van WWII met dit soort wagons volgepropt met Joden die werden afgevoerd naar de concentratiekampen. Iedereen die deze wagons gezien heeft had precies dezelfde associatie en liepen de koude rillingen over de rug, hoewel er bij die wagon geen woord of aanwijzing stond over zijn geschiedenis, aard en bestemming.

De rit heen en weer was ook wel grappig. Bij vrijwel alle overgangen waren geen slagbomen en reed de trein er stapvoets overheen, maar de door een conducteur vertelde man met rode vlag die voor de trein bij een overgang zou uitlopen, heb ik niet gezien. Het is een prachtig gebied. Zeer geschikt voor één of meer wandelingen. Daarna de markt van Haaksbergen bezocht. Niet spectaculair, maar toch wel de moeite waard. Daarna getrokken naar Ahaus, Restaurant Altmühle, ons dinerplekje, nog geen 500 meter over de Nederlandse grens gelegen. Wat was dat een groot terrein, voor opnieuw zo’n klein Duits grensplaatsje, met ontelbare parkeerplaatsen, voornamelijk bevolkt door Nederlanders. Bij nadere beschouwing bleek dit complex uit drie verschillende restaurants te bestaan. Ik heb hetzelfde verschijnsel nu gezien op meerdere plaatsen langs de Duits/Nederlandse grens: kleine Duitse grensplaatsjes met meerdere megagrote supermarkten en restaurants, voornamelijk voor de Nederlanders.  Ook viel meteen op dat in dit restaurant alle verbindingen met de buitenwereld totaal verbroken waren. Je kon er niet meer bellen of internetten. Alle verbindingen zijn daar dood. Zelfs van Wifi hebben ze daar nog nooit gehoord, terwijl in Nederland elk kippenhok dat publieke toegang heeft eigen gratis Wifi heeft.  Even na elf uur was ik weer thuis.

Dinsdag 18 september 2018.

Vanmorgen heb ik een nieuwe website ontdekt: www.23andme.com  Dat is ook een firma waar je je DNA kunt laten onderzoeken, maar dit keer niet alleen je gebied van oorsprong, maar ook waarvan je je percentage Neanderthaler en je beide haplogroepen (van vader en moeder) krijgt. Ook die gegevens heb ik al, van mijn eerste DNA-onderzoek bij NationalGeographic. Daar kan dus geen verrassing in zitten, behalve dan dat zij een ander klantenbestand hebben dan MyHeritage, dus is er een kans om andere mogelijke naaste familieleden te ontdekken.  Maar echt extra is hier dat je ook bericht krijgt over je eventuele erfelijke eigenschappen en ziektes. Je krijgt van een vijftal ziektes (Alzheimer en Parkinson en nog 3 andere, voor mij onuitspreekbare kwalen) of je die hebt of kunt krijgen. Voor Parkinson en Alzheimer is dat niet te verwachten, want we kennen geen enkel familielid dat dit heeft gehad. Van de overige drie: geen flauw idee. Daarnaast krijg je nog van meer dan 40 kwalen melding of je daarvan de drager bent. Dan krijg je het niet zelf, maar kunnen anderen, naaste familieleden het wel hebben of nog krijgen. Tenslotte krijg je nog over meer dan 90 lichamelijke eigenschappen mededelingen. Dat lijkt me nou wel handig. Stel je voor dat ik straks voor de rechter sta voor een diefstal, dan kan ik verwijzen naar dit rapport dat ik nu eenmaal aanleg heb voor lange vingers. Ik ben dan onschuldig en ga dan vrijuit. Behandelen heeft dan immers toch ook geen zin. En als hij vraagt waarom ik op zeker moment zo geprikkeld reageer, dan verwijs ik opnieuw naar dit rapport naar mijn aanleg voor lange tenen.  Het kost een paar centen, 149 euro begreep ik, maar dan  krijg je ook wat.

Woensdag 19 september 2018.

Inderdaad heb ik mij gisteren aangemeld bij 23andme. Hier trekken ze zes tot acht weken uit voordat je de de resultaten krijgt, na ontvangst van de stalen. Dus dat kan wel ergens medio november worden. Ik heb natuurlijk geen haast. Ik heb wel alvast de broers geïnformeerd, omdat zij immers hetzelfde DNA hebben als ik en de uitkomst ook voor hen interessant kan zijn. Al was het maar dat we geen belangrijke genetische afwijking hebben. Uiteraard als blijkt dat dat resultaat is van het onderzoek.

Gisteren was ook de dag dat ik weer eens naar de kapper ben geweest. De vertrouwde kapsalon, maar een nieuwe kapster: Angela. Ik heb nog van niemand een commentaar gehad over mijn nieuwe haardos, maar ik ben er zelf (nog) niet ontevreden over. Op de heenweg naar de kapper kreeg ik nog van een bejaarde medebewoonster het compliment dat mijn tegenwoordige haardos me zo goed stond. Daardoor twijfelde ik meteen of ik wel naar de kapper zou doorlopen. Maar aangezien ik mijn afspraken nakom, ben ik toch maar doorgestapt. Ook de kapster was vol lof over mijn haardos. Nu zal ik mogelijk weer een tijdje moeten wachten voor het volgende compliment, nu het weer korter is geworden.

Over het weer gesproken: een tijdje had ik het vage plan om, met mijn recent geïsoleerde huis,  niet te gaan stoken tot 1 oktober. Dat leek en lijkt me wel een mooie begindatum voor het nieuwe stookseizoen. Tot en met vandaag is dat goed gelukt, maar vanmorgen zag ik toch echt dat de temperaturen gaan zakken tot maximaal zo’n 14 of 15 graden overdag, en dan wordt het me toch echt te fris. Ook al duurt het nog even voordat het binnen ook zo fris is. Dus ik vrees dat die 1e oktober als start van het stookseizoen niet haalbaar zal zijn. We wachten het nog rustig even af.

Donderdag 20 september 2018.

Opnieuw een rustig dagje gehad.

Zojuist het bericht dat te Oss een moeder met drie kinderen op een bakfiets door een trein gegrepen is, op een bewaakte spoorwegovergang, waarbij alle vier het leven hebben gelaten en er ook nog eens twee zwaargewonden zijn. Het zijn voor mij van die onbegrijpelijke berichten. Het kan toch niet zo vreselijk moeilijk zijn om te snappen dat je bij gesloten of zelfs bij zich sluitende spoorbomen niet door moet rijden en echt even moet stoppen. Nu valt me elke dag weer op dat vooral fietsers de slechtste en onverantwoordelijkste weggebruikers zijn. Geen fietser die nog bij het afslaan zijn hand uitsteekt, fietsers die ongegeneerd op voetpaden en stoepen fietsen, en je kunt de hele rij van mogelijke overtredingen wel opnoemen, want fietsers maken ze allemaal en elke dag. Fietsers staan boven de wet en veroorloven zich werkelijk alles, ten koste van alles en iedereen. Ook vaders en moeders met kinderen op de fiets geven die kinderen dagelijks het slechte voorbeeld: alle wegen en paden zijn van ons, en alle andere mensen daarop zijn totaal onbelangrijk en kun je aandoen wat je maar wil. ‘Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken’, is blijkbaar hun motto en zo voeden sommige, ja veel te veel ouders,  ook hun kinderen op.  Het komt natuurlijk ook omdat er op het gedrag van fietsers geen enkele controle is. De politie heeft namelijk andere prioriteiten, zoals bekend. Welke dan, kan ik ook niet vertellen. Als je dit gebruikelijke fietsersgedrag ook vertoont bij een spoorwegovergang die zich sluit of al gesloten is, dan krijg je de vreselijkste ongelukken. Want die trein kan niet zo vlug voor jou stoppen en is ook nog eens erg hard. Sommige fietsers en ook ouders van kinderen is mijn ervaring, verwachten blijkbaar dat die trein wel rekening met jou zal houden.

Het kan ook pure domheid zijn. Nog onlangs in mijn woonplaats wilde een dame een trein halen die net kwam aanrijden, dook daarvoor onder de gesloten spoorbomen door, en werd gegrepen door een sneltrein die van de andere kant kwam. Ook zij heeft dat niet overleefd. Dat is zelfs op meerdere manieren dom. Treinen zijn in Nederland nagenoeg nooit te vroeg weg, wel af en toe iets en zeldener langer te laat. Wie dit soort capriolen uithaalt om een trein te halen, is gewoon te laat van huis gegaan. Dat is voor mij ook de reden dat ik altijd ruimschoots te vroeg van huis ga om een trein te halen. Een bijkomende reden is ook dat ik dan niet heel snel hoef te lopen om de trein te halen, met als gevolg dat ik kan struikelen en vallen. Op tijd van huis gaan en rustig lopen. Maar die boodschap is aan sommigen niet besteed. In de jongste versie op het nieuws is eindelijk de conclusie dat de remmen niet hebben gewerkt weggelaten.

Update van 12.00 uur.

Intussen las ik dat van de bakfiets waarmee het ongeluk is gebeurd, de remmen zouden hebben geweigerd. Dat kan natuurlijk en dan zou het voorgaande niet van toepassing zijn. Maar anderen wijzen erop dat tussen het eerste signaal bij de overgang en het moment dat de trein passeert er tussen 20 en 25 seconden zitten, terwijl de bestuurster zou hebben stilgestaan voor de slagbomen. Als dat laatste waar is dan waren het dus niet de remmen, maar juist een onverwacht begonnen motor. Kortom: geruchten heb je nu overal, en ze sluiten elkaar ook volledig uit. Als het ene gerucht waar is, kan het andere gerucht niet waar zijn. en omgekeerd. Het onderzoek moet de oorzaak uitwijzen.

In zulke gevallen ga ik steeds over op de statistiek. Zo heb ik het een leven lang gedaan en het is me altijd heel goed bevallen. Dagelijks worden in duizenden van deze bakfietsen honderdduizenden kinderen opgehaald van en naar school of kinderdagverblijf. En dat elke dag en al jarenlang. Zo’n soort ongeluk is nog nooit eerder gebeurd. De apparaten zijn ongetwijfeld goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg. Dus de kans dat plots de remmen niet werkten of het ding onverwacht ging rijden is verwaarloosbaar klein. Aan de andere kant zijn elke dag en ook al vele jarenlang miljoenen fietsers met volstrekt onverantwoordelijk gedrag bezig, daarmee vaak zichzelf en anderen in gevaar brengend. Als de ene kans verwaarloosbaar klein is en de andere kans onwaarschijnlijk groot, ga ik er voorlopig toch maar uit van wat verreweg het meest waarschijnlijk is geweest. Totdat een onderzoek anders uitwijst.

Update 16.00 uur.

De persconferentie is geweest, maar bracht niet veel nieuws. Het enige nieuwtje zat hem erin dat de betreffende trein een frontcamera heeft, die het gebeurde helemaal heeft vastgelegd. Wel weigerden de panelleden (politie, burgemeester, Prorail en NS.) zeer terecht om ook maar iets te willen zeggen over de oorzaak. Raadsel is het waarom dat dan telkens opnieuw werd gevraagd. Dat is iets dat onderzoek nou juist moet uitwijzen. Deste opmerkelijker was het dat in een eindeloze herhaling een jongeman met een pet op vertelde dat hij eerst een klap hoorde, daarna in de richting van de klap keek en het wagentje door de lucht zag vliegen, en tenslotte met de conclusie kwam dat de remmen van het wagentje niet hadden gewerkt. Hoe kun je nou tot die conclusie komen als je het ongeluk niet hebt zien gebeuren, maar pas ging kijken nadat het ongeluk gebeurd was? Waarom, stelt zo’n journalist nou niet gewoon de vraag, waarop hij die conclusie had gebaseerd, als hij het ongeval en de aanloop daar naartoe niet had zien gebeuren? En waarom wordt die totaal ongefundeerde mening vervolgens kritiekloos eindeloos herhaald? Dan gaat deze ‘reden’ toch een eigen leven leiden? Ik houd het dus maar op de officiële lezing dat onderzoek de oorzaak moet uitwijzen en dat we tot die tijd alleen maar over waarschijnlijkheden kunnen praten. En dan heb ik al de mijne.

Vrijdag 21 september 2018.

Het afgelopen etmaal liep qua timing geheel uit de hand. Gisteravond bezoek van enkele commissieleden en een vertegenwoordiger van de Woonbond. Dit gaat nu toch ook weer lopen, nadat het een tijdje stilstond. Het bezoek duurde maar een uurtje en was om even over half negen weer afgelopen. Daarna een rustig avondje. En op de gebruikelijke tijd, middernacht, naar bed. Om kwart over vijf dringend naar het toilet, maar dat gebeurt wel vaker. Direct daarna meteen weer doorgeslapen tot zelfs ruim kwart over negen. Bijna negen uur slaap. Dat komt echt maar zelden voor. En ik had het voorafgaande etmaal geen lange wandeling gemaakt, niets bijzonders gedronken en geen andere stress opgelopen. Ik had het blijkbaar nodig. Hierdoor liep wel het hele ochtendprogramma in de soep: douchen, scheren, aankleden, koffie en het was al over half elf, tegen normaal een uur of acht. Vervolgens het ritueel van alles qua websites en documenten bijhouden. En voor ik het wist was het al over twaalven, mijn normale lunchtijd. Toen had ik deze blog nog niet gedaan. Eerst maar even lunchen.

Om een uur of één bedacht ik dat ik nu toch echt eerst boodschappen moest gaan doen, gegeven de schepen met zure appelen die eraan zaten te komen. Dit keer was de verre groenteboer weer aan de beurt, zodat ik niet voor een uur of drie weer terug was. Eerst even het eten voor vanavond verzorgen, boodschappen wegzetten en opruimen. En dan is plots alweer vier uur en dan moet ik nog deze blog maken. Bij deze. Ik ben wel benieuwd hoe het nou vandaag nog verder gaat. Je zou toch zeggen dat de komende nacht wel een korte zou moeten zijn. Maar de ervaring leert dat dat wel kan, maar helemaal niet hoeft. We wachten het rustig af.

Zaterdag 22 september 2018.

Na de extreem lange voorgaande nacht heb ik toch opnieuw erg goed en zeker ook niet te kort, een dikke zeven uur, geslapen. Het gaat dus goed met mij.

Dankzij mijn recente nieuwe aanvraag voor DNA-onderzoek, bij 23andme, waarbij deze keer mijn genen ook worden onderzocht op mogelijke ziektes (plm. 45) en mijn persoon op meer dan negentig ‘kwaliteiten’, ben ik een nieuw verschijnsel tegengekomen. Een mij bekende leidt volgens de dokters aan coeliakie: glutenintolerantie.  Voordat echter zo’n diagnose wordt gesteld moet de betrokkene een hele batterij aan medische onderzoekingen ondergaan. Sommige ook zeer belastend. Hij passeert ook nog een hele batterij medische specialisten en andere hulpverleners, zoals allerlei -peuten, -ogen en -isten. Diagnose: coeliakie, ofwel: kan niet tegen gluten. Dat wordt dus een aangepast dieet waarin o.a. geen tarwe mag voorkomen.  Ik ken die persoon en hij heeft me herhaaldelijk verklaard dat het eten van tarwe(gluten) nooit een probleem heeft veroorzaakt. Je vraagt je dan als leek af: heeft hij dan eigenlijk wel coeliakie? Temeer omdat coeliakie een erfelijke ziekte is en hij geen enkel familielid van hem kent die die ziekte ook heeft (gehad).  Bij het 23andme-onderzoek komt ook coeliakie te zitten. Bij informatie op hun website staat dat coeliakie, een erfelijke ziekte, herkend wordt aan twee genen. Als je die genen niet hebt heb je naar alle waarschijnlijkheid geen coeliakie en krijg je het ook niet. Het Leids Universitair Medisch Centrum ((LUMC) heeft een pagina over coeliakie waarin staat dat als je die genen niet hebt de kans op coeliakie ‘verwaarloosbaar klein’ is. Datzelfde vertelt ook de Coeliakievereniging. Het Limburgs Universitair Centrum gaat nog een stap verder. Die heeft ook een pagina met coeliakie-informatie waarop staat dat bij een kans op coeliakie je eerst een formulier moet opvragen bij de huisarts, zodat eerst een genenonderzoek kan plaatsvinden om vast te stellen of je de betreffende genen hebt. Als je die genen niet hebt, is verder onderzoek op coeliakie overbodig.  Aldus dit ziekenhuis. Dat is, volgens 23andme, in 40% van de gevallen zoDat is dus een onderzoek met een wattenstaafje voor wat wangslijm. Waarom loopt dit onderzoek eigenlijk via de huisarts en kan de specialist dit niet laten doen? Volgens mij omdat de specialist altijd ervoor zorgt dat de patiënt de eindeloze reeks onderzoekingen ondergaat. Daar verdienen in een ziekenhuis hijzelf en een hele batterij collega’s hun geld mee. Door eerst het genenonderzoek te laten doen, beroof je het hele gezelschap van 40% van hun inkomen. Ik heb de persoon dus maar aangeraden alsnog even een genenonderzoek te laten doen. Via zijn huisarts uiteraard. Want de specialist zal wel proberen het hem uit zijn hoofd te praten. Hij ziet namelijk deze patiënt dan als zijn vijand die hem van 40% van mijn inkomen probeert af te helpen. De huisarts daarentegen is blij. Want die krijgt zo meer omzet.

In The Guardian van gisteren stond ook een interessant artikel hierover. De vorige Britse premier, voorganger van de huidige premier May, was David Cameron. Cameron had en heeft een kind, waarvan de dokters – na talloze onderzoekingen vanaf zijn geboorte –  niet konden uitmaken wat het kind, dat duidelijk ziek en/of gehandicapt was, nu eigenlijk precies mankeerde. De wanhoop nabij liet hij op aanraden van een relatie ook een genenonderzoek bij dit kind verrichten, uiteraard ook weer met een wattenstaafje. En toen was binnen korte tijd wel duidelijk wat het kind mankeerde. Daarna heeft – mede dankzij Cameron – een omslag plaatsgevonden. Vanaf oktober 2018, volgende maand dus, zullen over heel het Verenigd Koninkrijk verspreid 13 centra zijn opgericht, waar mensen een DNA-onderzoek kunnen laten doen. Betaald door de NHS (National Health Service, is de Britse gezondheidszorg). Het spaart veel zieken een hele berg overbodig medisch onderzoek, en de Britse schatkist ook een hoop geld, is de verwachting. De Britse medische stand is het daar vast niet mee eens, maar dat vertelt het verhaal niet. Wel heb ik nog de vraag, die de krant ook niet stelt, waarom dat nu 13 afzonderlijke gebouwen moeten zijn. Dat onderzoek kan een ziekenhuis toch ook laten uitvoeren? Het antwoord is hetzelfde waarom het in Limburg ook aan de huisartsen is opgedragen. Ziekenhuizen en medisch specialisten zullen dit onderzoek afraden. Het scheelt ze namelijk enorm in hun inkomsten.

Ik had al een vrij lage dunk van de medische stand, maar die is er na deze berichten bepaald niet beter op geworden.

Rond het middaguur van vandaag bereikten we met het aantal bezoekers op onze sites, het moment waarop het twaalfmaandelijks gemiddelde van het aantal bezoekers per 1 oktober 2018 opnieuw omhoog zal gaan, zelfs al zou er tot 1 oktober geen enkele bezoeker meer bijkomen, hetgeen uiteraard niet te verwachten is. Mijn voorspelling/verwachting voor september 2018 is dus ruimschoots uitgekomen. Mijn verwachting blijft ook dat ook oktober 2018 weer een verdere groei te zien zal geven. November 2018 is voor een verwachting/voorspelling nog altijd te ver weg.

Zondag 23 september 2018.

Vanmorgen stond ik weer eens verteld van Apple. Ik had er schoon genoeg van dat internetpagina’s regelmatig wegspringen, en bovendien dat ik niet bij machte ben om een ID-account te wijzigen. Een oud e-mailadres heb ik al vele jaren niet meer. Je kunt zelf van alles en nog wat veranderen, maar niet het e-mailadres. Eerst is er dan een formuliertje van Apple op internet, waarin je je naam, e-mail en telefoonnummer moet opgeven, alsmede het typenummer van het apparaat waarover je meer wilt weten. Je drukt op ENTER, en vrijwel onmiddellijk gaat je telefoon. Apple aan de lijn. Eerst een automaat die je twee mogelijke keuzes geeft, waarvan een echte medewerker. Uiteraard kies ik die dan, en ook meteen krijg je dan een echt persoon aan de lijn. Binnen 15 seconden na de eerste poging had ik een echt en deskundig contact. Dat is de kunst: geef de klant het gevoel dat hij de enige is, waarop je nou net aan de telefoon zat te wachten. Geen eindeloze keuzenummerautomaten, eindeloze herhalingen dat je op hun website de veel gestelde vragen kunt raadplegen, en vervolgens de mededeling dat het ‘op het ogenblik erg druk is, waardoor u langer moet wachten dan u van ons gewend bent’. Om vervolgens eindeloos een muziekje te moeten aanhoren. Ik ben het helemaal niet gewend om met die firma te bellen en dus ook niet om er te moeten wachten. En als ik al een op te lossen probleem heb, dan valt me op dat ik op elk willekeurig moment dat ik bel, ‘het op het ogenblik erg druk is, waardoor u langer moet wachten dan u bij ons gewend bent.’ Enfin. Deze Applemedewerker heeft me voortreffelijk door het digitale oerwoud geholpen. En me geholpen alle vragen op te lossen. Hoed af voor Apple.

Gisteren behaalde ik – zoals ik al meldde – het moment waarop over de maand september 2018 ik zeker wist dat het 12maandelijks gemiddelde op 1 oktober aanstaande weer verder zal stijgen, qua bezoekers op mijn site(s). Direct daarna kwam een voor mij weinig voorkomend groot aantal bezoekers op gang, waardoor ik nu al weet dat het spannend zal worden of ik volgend jaar september nog zo’n groot aantal bezoekers zal krijgen. Het was overigens nog net geen dagrecord. Maar goed, september 2019 is nog een heel eind weg uiteraard.

Vanmiddag veel regen. Ik ben wel buiten, voor een groot deel, dus ik hoop maar dat ik het redelijk droog hou. Ik ga vast beginnen met duimen. Wie weet helpt het deze keer.

Maandag 24 september 2018.

Gisteren was er inderdaad veel regen, maar ik heb toch bij elkaar 10,5 kilometer gelopen en nog altijd waren er droge stukjes op mijn kleren en was ik overigens op geen enkele manier ‘verdronken’. Het ging dus wel. De opening van een tentoonstelling van een buur bezocht in Huize Lemferdinge. Ik had nog nooit eerder van dit huis gehoord, maar het lijkt onderdeel te zijn van een hele rij van dit soort historische buitenhuizen, met een daarbij behorend flink wandelgebied in Drenthe.  Het is ook niet zo heel ver hier vandaan, dus ik ga dat – bij het juiste weer natuurlijk – toch eens wat beter verkennen. Een toespraakje van de Directeur van het Drents Landschap, die de eigenaar is van Huize Lemferdinge, vond ik wel informatief. Ik kende het Drents Landschap natuurlijk wel, maar het was mij toch onbekend dat zij behalve veel natuurgebieden ook nog eens zo’n 280 gebouwen beheren. Ik ga me daar toch eens wat beter in verdiepen, neem ik me voor.

De tentoonstelling zelf vond ik wel aardig om een keer te bekijken, maar ook weer niet spectaculair. Het leukst vond ik nog wel de toespraken die de vijf kunstenaressen hielden ter toelichting op het van hen getoonde werk.

Een buuf is op vakantie gegaan en ik kreeg de verantwoordelijkheid voor enkele weken voor haar woning, de vuilafvoer, de post,  etcetera. Het deed me denken aan mijn tijd bij het postdistrict Den Haag. In een zogenaamde piketdienst was ik eens in de zoveel (zes, meen ik) weekends het hele weekend van vrijdag 17.00 uur tot maandagmorgen 08.00 uur eindverantwoordelijk voor alles wat daar met de post gebeurde. Het postdistrict Den Haag omvatte toen, behalve Den Haag, een gebied dat ging tot en met Leiden, Gouda en Delft en het Westland. Er werkten daar toen 6000 mensen, grotendeels in volcontinudienst, waarvan natuurlijk maar een deel in het weekend.  Er reden dan enkele honderden postauto’s in allerlei formaten rond en het ging om vele tientallen gebouwen. Een aantal van de postkantoren van toen was ook op zaterdagmorgen geopend. Je werd verondersteld dat weekend om het expeditieknooppunt in Den Haag te bezoeken, enkele distributie/sorteercentra en enkele postkantoren op zaterdagmorgen. Bij elk ongeval met een postauto of calamiteit bij het personeel of met klanten en burgers werd je betrokken en was je verantwoordelijk voor de goede afloop. Ik had ook een pieper bij me (gsms bestonden nog niet) zodat ik op elk uur van de dag of nacht bereikbaar was. Ik had mezelf in zo’n weekend dan opgelegd dat ik geen enkele afspraak had, het district niet uit ging en ook geen druppel alcohol dronk. Ik kan me niet herinneren dat dat was voorgeschreven, maar ik vond het heel vanzelfsprekend dat je je aan dat soort normen hield. Als ik zo’n verantwoordelijkheid heb dan ben ik ook volledig beschikbaar en ben ik ook altijd helemaal nuchter. Wat dat betreft is het ‘bewaken’ van een enkele woning, natuurlijk maar een peuleschil, zij het dat het nu voor enkele weken achter elkaar is.

Je kunt een vis ook met je blote handen vangen. Ook dat heb ik nooit geweten. Er zijn zelfs wedstrijden in. Ook in China, uiteraard. Hier een foto daarvan.

 

Dinsdag 25 september 2018.

Het zijn drukke tijden voor me. En het duurt ook nog even. Pas vanaf vrijdag klaart de lucht weer en krijg ik de handen weer wat vrijer. ‘Wat vrijer’, want ik moet dan nog aan allerlei verplichtingen voldoen, maar daar kan ik dan tenminste mijn eigen moment voor kiezen. Intussen is de eerste vuilafvoer voor mezelf en enkele buren weer gerealiseerd en staan alle containers weer leeg waar ze horen  te staan. Door het vele gedoe kom ik te weinig toe aan het schoonhouden van mijn huisje. Dat doet me denken aan vroeger, toen ik nog elke dag naar het werk ging. Dan maakte ik elke dag van maandag tot en met vrijdag heel lange dagen en was ik elke avond weer blij dat ik weer tussen de klamme lappen kon kruipen. Om het andere weekend had ik dan mijn kinderen met wie ik dan natuurlijk ook bezig was: boodschappen doen, de maaltijden verzorgen en met de kinderen allerlei clubs, vrienden en vriendinnen aflopen. Elke zondagavond als ik ze weer bij hun moeder had afgeleverd, zeeg ik dan toch behoorlijk afgedraaid op de bank neer en kwam er urenlang ook niet meer vanaf.  In de tussenliggende ‘vrije’ weekends zou ik dan tijd hebben moeten vrijmaken om het huis dan flink op te poetsen, maar daar kwam het dan ook vaak niet echt van. Ik was namelijk ook nog actief voor allebei clubs, vooral de politiek (lid van Provinciale Staten en plaatselijk afdelingsvoorzitter), was een echte tijdvreter.  En ik moest op de zondag de komende week voorbereiden. Mijn huis moet in die tijd voor mijn kinderen wel een rommeltje geweest zijn, heel anders dan ze bij hun moeder gewend waren, waar het ongetwijfeld altijd spic en span was. Maar die werkte of niet, of niet meer dan halve dagen, dus die had ook veel meer tijd dan ik om haar huis op orde te houden. Wat ik de afgelopen dagen dus meemaak is een kleine en korte variant op de tijden van toen. Ik hoop en verwacht de achterstand komend weekend helemaal te hebben ingelopen.

Woensdag 26 september 2018.

Vandaag een superkorte bijdrage. Ik leef en alles gaat wel. Morgen meer.

Donderdag 27 september 2018.

Dat waren dus weer twee lange dagen achter elkaar. Allebei in Enschede. Het is niet zozeer de lange vergadertijd die de dagen zo lang maken, maar in mijn geval komt daar ook nog enkele uren reistijd, zowel heen als terug bij. De zojuist opgeschreven regels zijn niet bedoeld als klacht, maar eerder bedoeld om mijn verbazing te schetsen. Ik kan het namelijk allemaal nog gemakkelijk opbrengen. Ik ben natuurlijk wel blij als ik weer binnen ben en met een kop koffie of een drankje op de bank neerplof, maar ik ben dan zeker niet doodmoe of zo. Terwijl ik dat blije gevoel als een dag weer voorbij was, altijd wel heb gehad. Als dan een buur zou binnenkomen voor een of ander dringend klusje, ga ik ook meteen weer aan de slag. Zo heb ik gisteren na thuiskomt om een uur of acht ook nog even een bezoekje gebracht aan het huis van een buurvrouw die met vakantie is en op wier woning ik pas en heb daar alles weer in orde bevonden, zoals ook te verwachten was.

Er valt over mijn vergaderingen ook niet veel spannends te vertellen, voor wie niet in de materie zit. Wel verbaas ik me erover dat in zo veel woningcorporaties de inbreng van de huurders zo magertjes is. Op hun websites wordt daarover ook zo weinig gemeld. Tegelijk stel ik vast dat wij in Twenthe / de Achterhoek toch wel een heel actieve en goed op elkaar ingespeelde club hebben, waarin ieder zijn eigen rol speelt. Aan alles komt uiteraard een eind, maar dat is bij onze club nog niet in zicht, voor zover het uiteraard mogelijk is om iets over de toekomst te zeggen.

Ook de reizen heen en terug liepen eigenlijk wel redelijk vlekkeloos. Alleen op de terugweg gisteren zaten we in Drenthe weer eens met de intercity achter een trage goederentrein, met vijf minuten vertraging tot gevolg. Maar dat was dan ook meteen het ‘spannendste’ nieuws. Tjonge.

Intussen heb ik gemerkt dat mijn sinds kort zeer favoriete meukvrije slagerij, de Woeste Grond te Musselkanaal tot de grond toe is afgebrand. De brand was in een aanpalende fietsenwinkel begonnen, en daarna overgeslagen naar de andere winkels. Het betreft een blok met wellicht wel tien winkels of zo, met ruime gangen tussen dit blok en de volgende blokken met winkels, dus ik vermoed dat de brandweer het bluswerk heeft beperkt tot het nathouden van de volgende blokken. Ik heb te doen met deze hardwerkende ondernemers en hun gezinnen. Ze roepen op hun website op te blijven bestellen, met levering ‘in november’. Ik zal toch eens kijken of ik dat toch niet kan doen. Het is eerst een hoop bureaucratische gedoe. De verzekering achterna, en vervolgens een andere locatie vinden, alle vergunningen binnenhalen, en weer helemaal inrichten. Ik neem aan dat men niet gaat wachten op volledige herbouw van dat blokje, want dat kan wel eens jaren gaan duren. Mogelijk dat de winkel ook niet in Musselkanaal blijft. De winkel leverde in heel Nederland en België, dus dan is Musselkanaal niet zo’n voor de hand liggend centraal punt, volgens mij. Maar ik weet als geen ander dat de keuze van een standplaats niet alleen wordt gemaakt om zakelijke redenen.

Het is nu dus weer de tijd om alle achterstallige onderhoud weg te werken. Eerst nog enkele stukken voor deze club ontwerpen en versturen, en dan weer hoognodig verder met mijn diverse genealogische activiteiten, waaronder het beantwoorden van een interessante e-mail van een kijker naar deze website.

Vrijdag 28 september 2018.

De dag weer thuis heb ik vooral besteed aan het afgesproken huiswerk voor het platformbestuur. Daar ben ik dan maar meteen vanaf. Relaxed bezig, met af een toe een pauze voor koffie en een ruime lunchtijd, heb ik daar dan toch wel een groot deel van de dag voor nodig gehad.

Verder heb ik een stuk gekeken naar de ondervraging van mevrouw Ford, in een hoorzitting van de Amerikaanse senaatscommissie die gaat over de benoeming van Kavanaugh, het (eventueel) volgende lid van het Amerikaanse hooggerechtshof. En daarna een veel kleiner deel aangehoord van de verdediging van Kavanaugh daartegen. De commentaren in zowel de New York Times en The Guardian daarop kwamen helemaal overeen met wat geleidelijk mijn eigen mening werd: ik weet ook na beide hoorzittingen nog steeds niet wie er gelijk heeft en wie niet.  Dat mevrouw Ford zich sommige dingen heel scherp en tot in details herinnert en andere zaken totaal niet, herken ik ook aan mijn eigen herinnering. Van de gebeurtenissen – bijvoorbeeld – van mij met Ronnie de Wit en Anita Zwart in dezelfde tijd of zelfs nog iets eerder, weet ik ook nog heel kleine details, maar tegelijk weet ik bijvoorbeeld niet in welk jaar het gebeurde en ook niet in welke maand. Wat ik niet begrijp is waarom de FBI geen onderzoek mag doen. Er waren verschillende getuigen aanwezig bij het incident, waarvan  ene Judge (nomen est omen) zegt zich niets hiervan te kunnen herinneren. Ook die mensen moet je onder ede horen. Mevrouw Ford gaf aan dat deze Judge toen bij een bepaalde firma werkte. Als ze zou weten wanneer dat was, kan ze het incident ook beter plaatsen. Kortom: er is nog best wel aanvullende onderzoek mogelijk om te bepalen wie nou gelijk heeft en wie niet. Ze kunnen niet allebei gelijk hebben. Eentje van de twee liegt, maar wie dan? Wel viel me op dat Kavanaugh uitgebreid stil stond bij zijn verdiensten voor de zaak van de vrouw. Hoe mooi dat ook is, het is helaas totaal niet relevant.  Ik neig dus wat meer naar het standpunt van mevrouw Ford, maar een benoeming van Kavanaugh terwijl er nog zoveel onduidelijk is en nog helder(der) gemaakt kan worden lijkt mij toch onverantwoord.

Het is weer ouderwets republikeinen tegen democraten. In een analyse las ik dat het voor de republikeinen veel belangrijker is om een conservatief Hooggerechtshof te hebben dan een republikeinse president. Met een conservatief hooggerechtshof kunnen republikeinen voor tientallen jaren de toon zetten en elke volgende president, of deze nu democratisch is of republikeins, desgewenst de voet dwarszetten. Dat is belangrijker dan tijdelijk een republikeinse president te hebben.

Intussen kreeg ik weer enkele reacties. Eentje over de voor mij nog raadselachtige familienaam Spruit (in de diverse spellingsvarianten). De oplossing van de herkomst van de oudste Spruit die ik nu heb zou me zeer welkom zijn.  Een andere ging over mijn tijd bij het Grotiuslyceum (1964 – 1967). Daar kan ik wel wat mee en vult weer enkele onbekende personen uit die tijd in.

Zaterdag 29 september 2018.

Het onderzoek van de FBI komt er dan toch. Dankzij de republikeinse senator Flake die dit eiste vóórdat de definitieve stemming in de senaat plaats gaat vinden. Terwijl het standpunt van Flake vervolgens weer werd beïnvloedt door de ‘scene in de lift’ in het Capitool. Dit is een historisch filmpje, onder andere te vinden op de website van de Guardian. In die scene spreken twee vrouwen, die zeggen ook aangerand geweest te zijn, Flake op indringende wijze aan op zijn komende stemming, terwijl ze de liftdeur openhielden en camera’s draaiden.  Hij wist zich duidelijk geen raad met zijn houding (Kijk me aan!!!), maar hij was het die meteen daarna de eis van een FBI-onderzoek stelde. Uiteraard heb ik nog geen flauw idee hoe dit gaat aflopen, maar dat we tijden meemaken waar we ook later nog veel van zullen herbeleven is wel zeker. History in the making.

Als geschiedenisliefhebber viel me een ander artikel in diezelfde Guardian op, met een vergelijking tussen het verdrag van München van 30 september 1938 (morgen dus precies tachtig jaar geleden) van Chamberlain, Hitler, Daladier en Mussolini, met de bijeenkomst in Salzburg vorige week, waarbij May haar Brexitplannen verdedigde tegenover de andere EU-leiders. De bijeenkomst van september 1938 was de eerste waarbij de internationale topleiders per vliegtuig op heel korte termijn bij elkaar kwamen en vergaderden. Dat gebeurt vandaag de dag vrijwel dagelijks, overal op de wereld. Hitler sprak alleen maar Duits, Chamberlain alleen maar Engels, Daladier alleen maar Frans, maar Mussolini sprak behalve Italiaans, zowel Engels, Duits als Frans. Aldus dit artikel. Mussolini trad dus op als vertaler tussen de heren. Het was zo’n nieuw soort bijeenkomst, dat men er nog niet aan had gedacht ook tolken mee te nemen. Ook dat is tegenwoordig ondenkbaar. In 1938 werd bij die topconferentie Tsjechoslowakije opgedeeld, en was de vrede gered. Voor even natuurlijk, want een half jaar later bezette Hitler het resterende deel en nog enkele maanden later was de Tweede Wereldoorlog een feit.

Gisteren stond er dan eindelijk weer de oliebollenkraam in ons dorp. Het was natuurlijk de hoogste tijd. Niet dat ik nu zo’n frequente bezoeker van die kraam ben of zal worden, want ik bak ze liever zelf op mijn moment, maar zo’n kraam hoort gewoon bij de oudejaarssfeer in het dorp, vind ik. Het winkelt daar nu toch een stuk prettiger en vooral: sfeervoller.

Zondag 30 september 2018.

De laatste dagen hebben opnieuw twee mensen via deze website contact met me gelegd. De ene over een gemeenschappelijke voorvader, met familienaam Spruit (in de verschillende varianten), met wie ik intussen meerdere gegevens heb uitgewisseld. De andere was een medeleerling uit mijn tijd bij het Grotiuslyceum (lichting 1968, het laatste jaar van het Grotiuslyceum). Hij was er gymnasiast en ik hbs-er. We hebben elkaar toen niet gekend. Dat was ook geen wonder, want er was sowieso niet veel contact tussen de klassen onderling en zeker niet tussen hbs-ers en gymnasiasten.  We hadden wel heel wat leraren gemeenschappelijk  en het is toch altijd weer aardig om dan enkele oude koeien uit de sloot te halen. Ik kon meteen een aantal aanvullingen doen op mijn betreffende pagina. Hij bleek ook de auteur van het artikel over het Grotiuslyceum in Wikipedia, dat ik elders op deze website ook citeer. Hij herkende ook dat Hiemstra, de toenmalige rector, die ook op mijn klassefoto bleek voor te komen, een ware controlfreak was, die elke leerling persoonlijk meende te kennen. Dat heb ik dus inderdaad ook gemerkt. Het enkele feit dat Hiemstra – zonder dat ik dat doorhad – ook op mijn klassefoto stond, betekende dus dat hij ook op alle overige klassefoto’s zal hebben gestaan. Dat zegt op zichzelf wel iets over die man.  Een andere bevinding was dat hij op zijn markt te Emmen, al de kraam van de Woeste Grond had gemist, waar hij altijd wel iets kocht. Op deze website las hij pas dat die zaak door brand compleet was verwoest. Het internet is toch een heel bijzondere uitvinding.

Sinds iOs 12 krijg je ook cijfers over het gebruik van je iPhone. Daar komen dan zaken uit die ik totaal anders zou hebben ingeschat. Mijn meest populaire website blijkt die van het Belgische Het Laatste Nieuws te zijn: www.hln.be Dat is daarom ook zo raadselachtig, omdat deze website voor een belangrijk deel alleen tegen betaling of inschrijving bereikbaar is en die ik dus voor een groot deel helemaal niet kan zien. Terwijl ik websites die ik wel helemaal kan zien, zoals The Guardian en de New York Times, duidelijk minder heb bezocht. Ik ga bijna aan de juistheid van deze statistiek twijfelen. Meer dan de helft van mijn computertijd besteed ik inderdaad aan lezen. Dat klopt vast wel. In de tweede plaats ‘productiviteit’ wat dat ook mag zijn en tenslotte toch nog 8% van de tijd aan spelletjes. Dat moet wel wordfeud zijn dat ik af en toe met een buurvrouw speel. Andere computerspelletjes doe ik niet.

In China wordt vandaag de Dag van de Martelaren gevierd. Met een bosje bloemen, natuurlijk.

Voor recentere bijdragen verwijs ik u naar de ‘Blog’.