Hoofdstuk XX, van 1 tot en met 30 september 2018.

Zaterdag 1 september 2018.

Na een inspannende dag nu weer een rustig dagje thuis. Het mocht ook wel, want ik merk nu toch zelf ook wel, dat ik na zo’n drukke dag een heel rustig dagje wel fijn vindt. Wel even kans gezien om wat boodschappen te doen en om mijn favoriete nootjes weer te halen. Dat blijft elke week een feestje.

Wel kwam gisteren de tevoren aangekondigde uitslag van mijn DNA-onderzoek. Het bevestigde in hoofdlijnen het vorige onderzoek, uitgevoerd door of namens National Geographic (NG). Het NG-onderzoek had een ander doel. Dat keek ook naar superoude treksporen door de wereld. Maar ook uit dat onderzoek bleek wel dat ik al duizenden jaren uitsluitend Europese voorouders had gehad. Ook dat er enkele procenten Neanderthal-bloed en Denisovanbloed door mijn aderen zou vloeien. Neanderthalers en Denisovans waren andere mensensoorten die al zeker 10.000 jaar geleden zijn uitgestorven, niet te verwarren met de diverse mensenrassen die vandaag de dag nog de wereld bevolken. Dit recente MyHeritage-onderzoek ging eigenlijk uitsluitend over mogelijke andere verwanten met thans levende mensen, waar ook ter wereld. Dus zijn die eventuele andere mensensoorten uit een extreem ver verleden niet interessant. En ook deze keer bleek ik voor 100% Europees bloed te hebben. Dat was ook wel te verwachten. Verdeeld in 50,6% Westeuropees (Nederlands, Belgisch, Luxemburgs, Duits, Zwitsers en Frans) 26,4 % Scandinavisch (Deens, Noors en Zweeds) en 23% Engels. Maar net als bij het NG-onderzoek weet ik opnieuw niet precies wat met die groeperingen bedoeld is. Heb ik nu zowel Nederlands, Belgisch, Luxemburgs, Duits, Zwitsers én Frans bloed in de aderen, of gaat het om die groep als geheel,  dus bijvoorbeeld wel alle soorten, maar geen Frans bloed. Dan kun je ook op 50,6% komen. En kan het Scandinavische deel bijvoorbeeld uitsluitend Deens bloed zijn, of zit er zeker ook Zweeds en Noors bloed bij? Ik heb uiteraard wel een vermoeden, maar dat staat nergens.

Uit het schriftelijke genealogische onderzoek weet ik bijvoorbeeld dat ik ook voorouders zou moeten hebben afkomstig uit België, Duitsland en Zwitserland. Luxemburgse en Franse voorouders heb ik nog niet gevonden, hoewel ik in Den Haag bijvoorbeeld diverse Letterie’s als voorouder heb, die oorspronkelijk ongetwijfeld Le Thierry hebben geheten en dus uit een Franstalig gebied zijn gekomen, waarschijnlijk Frankrijk zelf. Dus dat deel klopt wel. Scandinavische voorouders heb ik nog niet gevonden. Probleem is natuurlijk dat onze voorouders zeker tot en met delen van de 20e eeuw, zodra ze uit het buitenland of zelfs maar uit Friesland kwamen, meteen in hun nieuwe vestigingsplaats gingen vernederlandsen. En ook een Nederlandse naam aannamen die dan leek op of klonk als de oorspronkelijke naam. Gewoonte was dat de pastoors of dominees in de diverse registers opschreven wat ze hoorden. Bijvoorbeeld Le Thierry werd Letterie. Scandinavische namen lijken vaak meteen al op Nederlandse. Johansson werd dan bijvoorbeeld Johansen of zelfs Jans(s)en. Dus je ziet bij Scandinavische namen niet zo snel dat ze oorspronkelijke Scandinavisch waren. Ik heb wel een heel rijtje voorouders waar ik met geen mogelijkheid in Nederland de doopakte van heb kunnen vinden. Die zouden dus best eens uit een ander land kunnen zijn gekomen, maar vrijwel meteen een Nederlandse of Nederlands klinkende naam hebben aangenomen of gekregen.

Een apart probleem vormen de Engelsen. Ik heb meerdere familienamen bij mijn voorouders waarvan ik al heel lang vermoed dat ze oorspronkelijk uit Engeland kwamen, omdat ik opnieuw hun doop niet kon vinden en we die naam in Nederland niet kennen. Halleward bijvoorbeeld. Dan eindigt ook het spoor, verder naar het verleden. Zodra je zo’n ‘buitenissige’ naam ziet verschijnen, weet je al dat het spoor waarschijnlijk verder dood zal gaan lopen. En dat deed het bijna altijd ook. Dus dat ik Engelse voorouders heb geloof ik wel, maar ik had het percentage toch niet zo hoog geschat.

Tot hier toe is alles goed verklaarbaar en ook traceerbaar in het schriftelijke onderzoek. Er blijft dan maar één echt probleem over. In het DNA-systeem van MyHeritage is er een aparte categorie, naast de Engelse en wel Schots/Iers/Welsh. En daarvan zou ik dus 0% bloed hebben. Hoe verklaar ik dan de tak van de Kennedy’s die volgens de aktes in mijn  bloed zit, en waarvan ik tot nu toe ook aannam dat die oorspronkelijk uit Schotland afkomstig zou moeten zijn? Er zijn namelijk Schotse en Ierse Kennedy’s. De Ierse Kennedy’s zijn Katholiek (afstammer is o.a. de Amerikaanse president John F. Kennedy), terwijl de Schotse Kennedy’s juist protestant zijn. ‘Mijn’ Kennedy’s zijn allemaal protestant hetgeen verklaart dat ik aannam dat toen de oudst bekende voorouder Kennedy op het continent aankwam, zover ik weet rond  1750, hij ook al protestant was. De schoonmoeder van mijn opa was een Kennedy.  Volgens de gegeven percentages heb ik 0% Ierse/Schotse of Welshe voorouders, maar als je  het bijgeleverde kaartje bekijkt dan staat er toch wel degelijk over het zuiden van Schotland een lichte gloed, aangevende dat daar ook ‘Engelse’ voorouders vandaan zijn gekomen, hoewel daar vooral Schotten woonden en wonen, onder andere de Kennedy’s. Dus volgens de geleverde percentage klopt het niet, maar volgens het bijgeleverde kaartje klopt het wel. Of ergens in mijn voorgeslacht is er bij de Kennedy’s iets ‘verkeerd’ gegaan en klopt dus een geboorteakte niet helemaal. Dit ‘probleem’ ga ik toch maar eens voorleggen aan MyHeritage.

Naast deze percentages kreeg ik niet minder dan 2170 personen met een website op MyHeritage die aan mij verwant zouden moeten zijn, op basis van ons DNA. Als ik het goed snap gaan ze daarbij niet verder dan de 5e graads neef of nicht, maar ik moet eerst nog even uitpluizen wat dat precies betekent.

Zondag 2 september 2018.

Dit was toch wel heel bizar en/of toevallig. De vrouw van mijn naamgever Jacobus Pieter van Leeuwen, was Anna Maria Arendse en was geboren op 8 augustus 1913 in Delft. Dus toen ik via via een overledene ‘tegenkwam’, begraven in Ter Apel, Groningen, in 1990 met de naam Anna Maria Geertruida Arendse, geboren 8 augustus 1913 dacht ik dat het dezelfde moest zijn. Ik had blijkbaar in het verleden eens haar derde voornaam: ‘Geertruida’ over het hoofd gezien.  Even die derde voornaam toevoegen, een foto van de grafsteen bestellen en plaatsen en klaar is Koos. Totdat gisteren de door mij bij het CBG bestelde GBA-kaart van Anna Maria Arendse met de post bezorgd werd. Daaruit bleek toch zonneklaar dat Anna Maria Arendse, dus inderdaad zonder ‘Geertruida’, getrouwd was met Jacobus Pieter van Leeuwen, maar overleden was in Maastricht in 1987. Maar de geboortedatum was inderdaad nog steeds dezelfde als van die andere Anna Maria (Geertruida) Arendse. Mijn tweede veronderstelling was dan dat het blijkbaar een tweeling moet zijn geweest, waarvan de tweede bij de geboorte een extra naam had meegekregen.  Maar bij het invullen van de correcte gegevens op de diverse websites bleek ook nog eens dat de ouders van beide vrijwel gelijkluidende en op dezelfde dag geboren vrouwen verschillend waren en tenslotte de geboorteplaatsen van de twee enkele honderden kilometers uit elkaar lagen. Dus ook de tweede veronderstelling dat het om een tweeling moest gaan kon onmogelijk waar zijn.  Het zijn dus twee totaal verschillende vrouwen, uit verschillende gezinnen, die toevallig precies hetzelfde he(et)ten, op de derde voornaam na en die toevallig op precies dezelfde datum waren geboren. Zo zie je maar weer hoe ‘gevaarlijk’ het is om te snel onjuiste conclusies te trekken en dat zelfs twee keer achter elkaar.  Daar kun je in een andere situatie heel grote misverstanden van krijgen.

Gisteren ook besteed, voor het eerst sinds de laatste eetclubbijeenkomst bij mij thuis, aan het stofzuigen en stoffen van mijn hele huis. Van voordeur tot achterdeur: zelfs de plafonds en de muren. Dat ga ik dus vaker doen. Mogelijk elke 1e van de maand, want die dag is makkelijk te onthouden.  Elke tiende is dan voor een grote beurt van de keuken en elke twintigste voor een grote beurt van de badkamer. Of een dag daarbij in de buurt want ik ben niet altijd op de ‘vereiste’ dag thuis. Uiteraard wordt vrijwel dagelijks tussendoor ook gestofzuigd, gepoetst en gesopt, maar alleen met een aanleiding. Een pas gebakken brood, bijvoorbeeld, snij ik direct na het bakken in plakken, de zogenaamde boterhammen. Zoals ik brood bak, met alleen water, meel en gist krijg je onherroepelijk kruimels. De gifmengers van de voedselmaffia doen enkele tientallen chemicaliën in elk brood, met als doel dat het brood dan niet zo kruimelt, mooi bruin ziet, langer vers blijft, het beslag beter rijst etc. etc., vaak onder de titel: broodverbeteraar.  Maar als je brood bakt, zoals mensen het al tienduizend jaar doen, krijg je onherroepelijk kruimels. Die zuig ik dan uiteraard meteen weer weg.

Het wordt ook de hoogste tijd om mijn aardbeiplantjes weer helemaal bij te snoeien en winterklaar te maken. Ook een goede klus voor vandaag.

Maandag 3 september 2018.

De vakanties zijn nu toch echt voorbij. En de werkzaamheden op de spoorlijn Groningen – Assen zijn uitgelopen, zodat er nog geen treinen rijden. Wel bussen, maar – zoals ik al vaker heb uitgelegd – die zijn voor mij een ramp. Gelukkig heb ik geen afspraken die ik met de trein moet halen, dus ik heb nog wel even de tijd, voordat ze weer gaan rijden. Gisteravond was de verwachting nog dat de werkzaamheden dan wel om 12.00 uur vandaag zouden zijn beëindigd, en het treinverkeer weer zou beginnen, maar inmiddels kwam het bericht dat het ‘tenminste’ vanavond om 20.00 uur zal zijn. De toevoeging van ‘tenminste’ geeft NS/ProRail de ruimte om het nog verder op te schuiven. Het zoveelste voorbeeld dat geplande werkzaamheden heel vaak uitlopen. Blijkbaar is het bijzonder lastig of vaak zelfs onmogelijk om hiervan een betrouwbare prognose te maken. Hier kun je een wetenschap van maken. Of is er een simpele uitleg mogelijk?

Gisteren ook weer (grotendeels) mijn aardbeiplantjes voor de wintertijd klaargemaakt. Bij de oorspronkelijke aankoop van de leverancier, gespecialiseerd in aardbeiplantjes, werd mij al gemeld dat dat elk jaar eind augustus zou moeten. Toen ik een jaar later op 31 augustus vroeg hoe dat dan moest met de zogenaamde doorlopers (die tot eind oktober aardbeien geven), kreeg ik de mededeling: wat bent u laat met winterklaar maken!! Ik deed het toch volgens het boekje. Dit jaar heb ik een heel kleine oogst aan aardbeien gehad, maar ik heb ze dan ook slechter verzorgd, bewaterd en regelmatig geplukt dan in voorgaande jaren. Dat wil ik het komende seizoen echt een heel stuk beter gaan doen. Als dat niet meer goed lukt, dan ga ik iets anders verzinnen om met de ruimte te doen. Of dat een of andere kweek wordt of iets heel anders, weet ik nog niet. Ik heb nog een heel najaar, een hele winter en een compleet voorjaar om daar over na te denken. Ik zal t.z.t. vast wel hier melden wat hiervan de uitkomst is, bij leven en welzijn.

Dinsdag 4 september 2018.

De treinen in het Noorden rijden weer vanaf gisteravond. Ik moet nu natuurlijk snel nog even gaan kijken, want met zulke grondige verbouwingen is er ook een fikse kans dat de toegang tot station en perrons veranderd is. Als je dan aan het begin van een straat loopt met aan dat begin een bord dat de straat is afgesloten voor alle verkeer, dan weet je nog niet of het station dan nog wel voor voetgangers bereikbaar is. Je loopt dan het risico dat je op het laatste moment merkt dat het ook voor voetgangers doodloopt, hetgeen dan betekent dat je dan enkele blokken om moet lopen en dan mis je uiteraard de bedoelde trein. De enige manier om dat te voorkomen is om de de voorafgaande dag een soort verkennende wandeling te gaan maken. Die procedure gaat nu al een hele tijd zo, en naar verwachting blijft dat dan zo tot in mei 2019, als de verbouwing helemaal klaar zou moeten zijn. Er is een goede kans dat, zoals met zoveel bouwwerken, die planning niet gehaald zal worden en dat het nog tot na de volgende zomer kan duren. Zolang er verbouwd wordt blijft er het risico op afgesloten wegen en paden.  Ik heb er geen hoop op dat ook mededelingen voor voetgangers dan ook op de toegangswegen zullen verschijnen, zodat je niet nodeloos hoeft om te lopen. Voor de komende dagen moet ik daar dus nog wat op verzinnen.

Deze dagen heb ik het gewoon te druk, en dat blijft ook nog wel enkele dagen zo, om me verder op de stamboom en de ontelbare administratieve en DNA-matches die ik heb gekregen te storten. Niet alleen heb ik deze week meerdere afspraken in Twente en de Achterhoek, die ik ook nog goed moet voorbereiden, maar ik wil bijvoorbeeld ook nog naar zowel een Duitse supermarkt als naar de winkel voor meukvrij vlees in Musselkanaal, en dan wil ik ook nog allerlei zaken en zaakjes voor mijn eigen wijkje regelen. Wat me gaat redden is dat ik zeker weet dat er hierna ook weer een rustiger tijd zal aankomen, al zou ik die dag nu nog niet kunnen aanwijzen.

Woensdag 5 september 2018.

Gisteren is er weer een raadsel opgelost. Bij de nieuwe ondergang merkte ik al eerder dat het ‘gebouw’ dat ik maar zag oprijzen, en waar je inmiddels zonder te bukken onderdoor kon lopen, nergens in de plannen voorkwam. En dat blijkt nu ook te kloppen. Wat daar was, was een opeenstapeling van betonnen ‘binten’, die juist bedoeld waren voor het nieuwe viaduct over de nieuwe onderdoorgang heen. Het nieuwe ‘gebouw’ is inmiddels helemaal verdwenen, terwijl de onderdoorgang nu een feit is. Het andere verschijnsel, dat er maar heel weinig tijd nodig zou zijn, om onder vier uit elkaar lopende sporen onderdoor te komen was een juiste waarneming. Zover ik het kon overzien, is het voorafgaande weekend alleen onder de beide sporen voor passagierstreinen een onderdoorgang gemaakt. De onderdoorgang onder de volgende twee sporen, bedoeld voor rangeren en goederentreinen, moet nog gemaakt worden. Daar hoeft waarschijnlijk het passagiersverkeer niet voor te worden stilgelegd.

Voorts staan we weer aan de vooravond van veel afspraken achter elkaar, te beginnen vandaag. Dus voor vandaag laat ik het hier weer even bij. Voor zover te overzien is, zal ik toch wel elke dag op deze plek een aanvulling kunnen geven. Dat kan tegenwoordig vanaf elke plaats, zelfs vanuit een rijdende trein.

Tenslotte toch nog een fraai plaatje, van een Chinees zoutwinningsgebied.

Donderdag 6 september 2018.

Opnieuw een succesvolle dag gehad, hoewel in Twente en de Achterhoek blijkbaar een nieuwe doorgaande weg is geopend, de N18, die nog niet in het navigatiesysteem was opgenomen. En ook de ANWB was nog maar nauwelijks langs geweest, want op het eerste moment dat het navigatiesysteem me in de steek liet stond er wel een wegwijzer, maar naar geen van alle aangegeven plaatsen wilde ik heen. Effect was uiteraard dat ik daar de verkeerde rijrichting koos. Dan kun je die weg ook vele kilometers lang niet meer af, omdat er gewoon geen afrit is en je ook niet kunt keren omdat er ononderbroken een vangrail tussen de rijstroken zit. Toen het dan eindelijk kon ben ik via een viaduct gekeerd en dan hetzelfde kilometerslange stuk weer terug. En vandaar ging het wel weer goed. Op het moment van verkeerd rijden had ik nog 25 minuten over op het schema en toen ik weer terug was op hetzelfde punt kwam ik enkele minuten te kort. Dus ik heb echt wel een flinke afstand verkeerd gereden. Ik kon de verloren tijd niet meer helemaal goed maken, dus ik kwam inderdaad enkele minuten te laat op mijn afspraak. Balen. Ik ga als ik met de trein ergens heen ga altijd zo vroeg van huis dat ik een aansluiting kan missen en dan nog steeds op tijd ben. Als ik met de auto ga houd ik ook altijd een extra marge van 20 – 30 minuten in acht, zodat een file onderweg, slecht weer of ander ongemak me nooit in paniek brengt. Maar je kunt moeilijk, als je met de auto gaat, een heel uur extra tijd gaan reserveren om echt helemaal zeker te zijn. Dan wordt reizen per openbaar vervoer toch nog sneller dan per auto.

Voor de terugweg had ik mij voorgenomen, nu ik toch een auto had, nog een keer langs te gaan bij de Woeste Grond in Musselkanaal voor nog wat extra meukvrij vlees. Ik had bedacht om niet rechtstreeks het adres in Musselkanaal in te tikken, omdat ik dan het risico liep dat het apparaat de route via Duitsland zou gaan nemen. En van een vorige keer wist ik nog dat ook de weg uit Duitsland naar Musselkanaal via splinternieuwe wegen gaat, die een navigatieapparaat ook nog niet kent. Met verdwalen tot gevolg. Dus de terugreis werd een tweetrapsraket. Eerst naar Hardenberg en daarna naar Musselkanaal. En inderdaad kende het apparaat alle tussenliggende wegen nu wel, zodat ik mooi op tijd om kwart voor vijf in de winkel aankwam. Bij het vorige bezoek van een week geleden had ik ze aangekondigd dat ik deze dag tegen hun sluitingstijd om vijf uur weer zou bezoeken.  Ook hier heb ik dus de traditie gevestigd dat ik mijn afspraken nakom. Het was niet alleen een goede aankoop, maar ook weer een leuk bezoek. Op de een of andere manier klikken medewerkster Eugénie en ik gewoon goed. Dat is voor mij een belangrijke reden om daar heen te gaan.

Na dit bezoek eerst naar huis gegaan om alle aankoop weer in de vriezer te leggen, de auto af te tanken en weer weg te brengen en vervolgens weer naar huis te gaan, via de Chinees. Al met al een heel goede dag, meetbaar één bezwaar: ik had weer veel te veel gegeten.

Nog een foto van weer zo’n fantastisch Chinees landschap.

Vrijdag 7 september 2018.

Opnieuw een drukke dag gehad en opnieuw laat thuis. Op de receptie te Enschede vele nieuwe en oude contacten gelegd, respectievelijk hernieuwd. En met een berg huiswerk weer naar huis gegaan. Daar ga ik dan maar meteen mee beginnen, want het merendeel zou vandaag al af moeten zijn. Liefst alles al, want dan heb ik een rustiger komend weekend.

Zaterdag 8 september 2018.

Het lukte dus niet om al het huiswerk gisteren al af te hebben. Gelukkig wel alles dat ik echt weg wilde hebben. Nog twee klussen nu. Gistermiddag kwam er op de valreep nog een megastuk van De Woonplaats binnen, met excuses voor de late verzending, dat dan nog wel. Het stuk gaat over de landelijke huurontwikkeling tegenover die in Twente/de Achterhoek. Met pagina’s vol statistieken en getallen. Met het verzoek of we uiterlijk maandag commentaar willen geven. Een leuke activiteit is altijd prima, maar het moet natuurlijk niet op werken gaan lijken. Gelukkig waren medebestuursleden het met me eens: dit is van de zotte. Wij zijn maar een handvol amateurs en kunnen zo gewoon niet op tegen 200 professionals. Daar moet ik dus nog iets slims op verzinnen. Ik begin al ideeën te krijgen hoe we dit moeten gaan tackelen.

Door de inkoop van een flinke voorraad vlees en vis van de afgelopen weken, bijna allemaal meukvrij, hoef ik waarschijnlijk geruime tijd geen vlees en vis meer te kopen. Ook spullen voor mijn zelfgebakken broden, in feite alleen meel en gist, heb ik al voor een hele tijd in huis, zodat ook dat voorlopig ruim verzorgd is. Blijft over dat ik regelmatig groente en fruit moet kopen. Helaas zit ook alle fruit en groente bomvol met chemicaliën, bijvoorbeeld om de verkoop te vergemakkelijken, zoals glansmiddelen en antischimmelmiddelen. De consument wil immers mooi glanzende sinaasappels en appels en ander fruit zonder plekje. Zolang het los verkocht wordt hoeft dat ook niet op het product te staan.  Maar ook tijdens het verbouwen worden er de nodige chemicaliën opgespoten. ‘Gewasbeschermingsmiddelen’ noemen ze dat.  Dat valt onder andere regelgeving dus dat hoeft, zolang het fruit nog niet is geoogst, zelfs nooit op de verpakking te staan. Zo krijg ik nog steeds veel te veel viespeukerij binnen. Ik weet dat er een soort natuurgroentewinkel bestaat in een buitengebied vlakbij een afgelegen dorp op een kilometer of tien of vijftien van hier. Maar dat is te ver om regelmatig naartoe te lopen, en ik heb niet vaak genoeg een auto of ik denk er gewoon niet aan als ik er wel eentje beschikbaar heb. Merkwaardig eigenlijk dat ik nooit heb bedacht om eens uit te zoeken of daar geen bus naartoe gaat. Dat is dus nu nóg een goed voornemen voor vandaag of morgen.

Zondag 9 september 2018.

Een slechte nacht gehad. Dat gebeurt me toch maar erg weinig. Ik kon en kan er ook helemaal geen reden voor bedenken. Ik heb over niets de halve of hele nacht liggen piekeren. Telkens maar weer een stukje verder gaan lezen in het boek waar ik mee bezig ben, maar dat hielp niet echt. Uiteindelijk heb ik wel enkele uren slaap gehad. Ik zal het wel overleven, hoogstwaarschijnlijk. Bovendien slaap ik dan de komende nacht weer beter.

Verder gisteren een dag gehad met afwisselend: werk voor de Woonplaats, het volgen van een bergetappe in de Vuelta en het spelen van een spelletje Wordfeud met een bekende. Voor het overige geen opmerkelijke ervaringen opgedaan, geschikt voor deze column.

Maandag 10 september 2018.

Dat was weer een weekend en weer relatief rustig. Nog wel boodschappen gedaan, maar verder geen wandeling of andere uithuizigheid. Mijn wandelmoyenne loopt sowieso terug de laatste maanden. Ik weet nog niet of ik dat erg vind en of ik er nog wat aan ga doen. De meukvrije worst genoten. Mijn eerste. Hij is uitstekend van smaak, maar wat aan de dunne kant, vergeleken met andere worsten. Dat vind ik geen probleem. Ik heb hem niet gewogen, maar ik vermoed toch wel dat dit de lichtste vleesbijlage is die ik heb. En dat is natuurlijk alleen maar goed voor de lijn. Ik weet ook nog niet wat hij kost, maar het zou ook zo maar eens de voordeligste vleesbijlage kunnen zijn. Dus ga ik t.z.t. beslist meer van deze worsten halen.

Dinsdag 11 september 2018.

Heel af en toe weet ik me bij het wakker worden nog te herinneren wat ik gedroomd heb. Ik schrijf ze dan – liefst meteen, anders vergeet ik ze weer – op bij mijn aantekeningen op mijn iPhone, maar er kan makkelijk een jaar of nog meer voorbijgaan, voordat het weer wordt aangevuld. Het zijn eigenlijk altijd heel bizarre verhalen, waar geen kop of staart aan te bedenken is, en die ik ook nooit heb kunnen duiden. Ik heb ook wel eens een droomuitleg-app gedownload of op het internet gezocht naar een uitleg, maar ik kon er nooit chocola van maken.

Het pannetje.

Vanmorgen was het dan weer eens zover. Ik herinnerde me de volgende droom van vannacht. Het gebeurde – zoals altijd – op een voor mij totaal onbekende plaats of stad. Er kwam geen enkele bekende in voor, hetgeen soms wel eens gebeurt, maar deze keer dus niet. Ik liep af op een Italiaans afhaalrestaurant. Het was er binnen en buiten erg druk, en buiten hing aan de gevel een grote menukaart, die je ook van een afstandje nog goed kon lezen.  Het was allemaal in het Nederlands, dus ik veronderstel dat het ergens in Nederland of België was. Bovenaan op de menukaart stond de dikgedrukte zin, dat je bij bestellen een pannetje bij je moest hebben,  zodat het bestelde daar in kon worden meegenomen. Toevallig (?) had ik een pannetje bij me, in elk geval groot genoeg voor één portie, dus ik was blijkbaar van plan alleen en thuis of ergens alleen binnen te gaan eten. Ik vroeg me wel meteen af hoe dat dan zou moeten gaan als je een pizza wilde bestellen (grote pan mee, of krijg je die dan toch in een doos?), maar aangezien ik geen pizza wilde bestond dat probleem dus niet voor mij. Ik ging met mijn pannetje naar  binnen en kon plaatsnemen aan een grote tafel, met mijn pannetje voor me op de tafel, waar bij elkaar wel enkele tientallen mensen rondom omheen aan zaten, maar geen van alle anderen had een pannetje bij zich. Achter de zitters stonden nog ten minste evenveel staande klanten, die ook geen van allen – zo te zien – een pannetje bij zich hadden.  Een bijzonder zenuwachtige en sterk zwetende medewerker (het was een warme zomerdag) nam de bestellingen op. Hij gebruikte daarbij een voor mij totaal onnavolgbare volgorde van de bestellingen. Hij sloeg mij over. Ik had geen idee waarom, maar ik werd er in het geheel niet ongerust van. Tenslotte kon ik zitten en dan kan er van mij altijd veel. Hij heeft hier vast ervaring mee en dus ook een soort plan of aanpak, al begreep ik niet wat dat plan of die aanpak dan zou kunnen zijn. Na verloop van enige tijd werden de bestellingen aan de bestellers afgeleverd, in eigen verpakkingen van het restaurant, bij niemand werd hun (niet) meegenomen pannetje gebruikt. Er verschenen dus lege plekken aan de tafel en ook rondom de staanders om ons heen. Meteen kwam er een volgende ronde voor het opnemen van bestellingen en opnieuw werd ik overgeslagen. Ik vond het nog altijd heel gewoon. Ik moest gewoon wat meer geduld hebben. Bij de derde of vierde bestelronde, inmiddels was de ruimte behoorlijk leeg geworden, zag de medewerker voor het eerst mij zitten en vroeg me wat ik kwam doen. Ik legde uit dat ik graag iets wilde bestellen en dat ik daarom ook een pannetje bij me had, precies zoals het ook op de buitenmuur was voorgeschreven. Hij keek me aan alsof ik van een andere wereld kwam.  Einde droom.

Woensdag 12 september 2018.

Dat was weer een rustig dagje, zonder opmerkelijke gebeurtenissen. Door een bezoekje aan een buurvrouw voor een glaasje wijn, miste ik de zeer goede tijdrit in de Vuelta van Kruijswijk, die daardoor van de vijfde naar de derde plaats in het Algemeen Klassement steeg. De ingeblikte versie daarvan bekijken beviel me opnieuw niet. Je kent dan de uitkomst al en ik heb dan steeds de neiging iets anders te gaan doen. Het geeft niet. Er komen nog een aantal interessante etappes en na komende zondag is er dan op sportgebied weer een hele tijd voor mij niets te doen, totdat het schaatsseizoen weer aanbreekt. Doorgaans in de tweede helft van december. Dus vanaf volgende week worden er weer nieuwe plannen uitgebroed en daarna weer uitgevoerd.

Donderdag 13 september 2018.

Kruijswijk is weer terug op plaats 5. Zo zie je maar weer: alles is vergankelijk.

Voor het eerst was ik eens voor een echt praatje met onze enige groenteboer. Weliswaar is er bij zijn los verkochte sinaasappels, mandarijnen en citroenen geen etiketje wat erop en wat erin zit, maar dat blijkt wel op het kistje te staan. En inderdaad staat op al die citrusvruchten dat ze behandeld zijn met Izamalil. In zijn herinnering is dat inderdaad nog niet zo heel lang het geval, in tegenstelling tot Thiabendazole, dat er al zolang op zit als hij in het groente- en fruitvak zit en dat is al tientallen jaren.  Dat heeft hij zelfs al in zijn jeugd op de opleiding gehad. Maar Izamalil is relatief nieuw en wordt pas enkele jaren gebruikt.  Het bleek op al zijn citrusvruchten te zitten: sinaasappels, mandarijnen, citroenen en grapefruits. En op internet wordt het zelfs op nectarines gebruikt. Ik ga al van slechts één sinaasappel langdurig aan de dunne.  Als je op het internet naar de schadelijkheid van Izamalil zoekt rijzen je de haren te berge. Het is er ook niet met wassen af te krijgen. En tenslotte blijkt het door te dringen in de vrucht zelf, terwijl het op de schil hoort te blijven. Dat het in de vrucht terechtkomt wist ik uiteraard al, want ik eet nooit de schil en wordt er toch ziek van. Hoewel…… In heel wat recepten komt voor dat je er geraspte sinaasappel- of citroenschil in moet doen. Dat heb ik vaak genoeg ook gedaan. Dat kun je dus maar liever helemaal laten. Alleen van biologische sinaasappels word ik niet ziek. Ik geloof overigens niet dat daar helemaal niets op zou zitten, maar in elk geval een stuk minder. Helaas zijn de biologische sinaasappels van AH en Jumbo bijna permanent uitverkocht. Ze hebben daar maar één kistje van en dat is al leeg, zeer kort nadat het er is neergezet. Daarnaast staan er wel tien kistjes met gewone sinaasappels, die ook permanent worden bijgevuld. Biologische mandarijnen, citroenen en grapefruits verkopen ze zelfs helemaal niet. Nu maar eens afwachten waar de groenteboer mee kan komen. Ik ben benieuwd.

Dat was – voor de afwisseling – wel een wat somberder bijdrage.

Vrijdag 14 september 2018.

Vanmorgen dus maar weer eens begonnen om een volgende enorme pan erwtensoep in elkaar te knutselen.  Dat ritueel begint dan in de vroege morgen, meteen na het opstaan met het in de week zetten van de hele groene erwten. Die zijn tegenwoordig ook van de overbekende firma HAK, die zoveel reclame maakt voor zijn peulvruchten, met die TV-kok. Bonen erbij.  Van mijn moeder heb ik ooit geleerd dat je erwtensoep maakt met half om half hele erwten en spliterwten. Dat recept is nergens meer te vinden. Alle receptenmakers gebruiken voor 100% spliterwten voor erwtensoep. De blikken erwtensoep, zeker die van Unox en andere A-merken, hebben inderdaad wel een groenkleurige inhoud, maar daar is geen erwt meer in te herkennen. Dat krijg je namelijk als je 100% spliterwten voor de erwtensoep gebruikt. Dan kook je alles tot pap en wordt alles egaalgroen. Hetzelfde effect, van een egaalgroene substantie, krijg je uiteraard ook prima voor elkaar met chemische middelen, met de nodige kleur- en bindmiddelen. Dan nog wat chemicaliën erbij die zorgen voor de juiste geur en smaak, en uiteraard de nodige conserveringsmiddelen en vooral ook zoetstoffen natuurlijk en tenslotte nog een chemisch stofje om die zoete smaak weer weg te krijgen erbij en zie daar: erwtensoep. Voor het gezicht doen we er dan nog wat snippertjes wortel en snippertjes van iets dat op vlees lijkt bij en het is niet van echt te onderscheiden. Helaas zijn hele erwten, van de firma HAK of andere, niet meer te koop bij de Albert Heijn en de Jumbo. Aan HAK ga ik maar eens vragen waar die hele erwten van ze te koop zijn. De hele erwten moet je natuurlijk wel eerst 8 uur inweken. Bij de meukvrije vleeswinkel had ik al een varkenspoot en een stevige hamschijf gekocht. Die liggen nu te ontdooien. De rookworst is al ontdooid. Nu moet ik nog knolselderij, wortel, ui en prei op de kop tikken. En alles vanmiddag of vanavond in de juiste volgorde in een enorme pan met water en wat zout erbij op het vuur en tenslotte alles in diepvriesbakjes en in de vriezer mikken.  Met af en toe zo’n bakje als avondmaaltijd kan ik weer maanden vooruit. In december of zo volgt dan de volgende pan. Dan heb ik erwtensoep waar de lepel rechtop blijft staan als je hem erin steekt.

De erwtensoep van de Aldi zou nog het beste zijn, heb ik me laten vertellen. Ik houd het toch maar liever op mijn zelfgemaakte.

Zaterdag 15 september 2018.

De erwtensoep is opnieuw gelukt en volgens mij zelfs beter dan ooit. Ik heb zeker tien porties alweer in de vriezer staan en heb gisteren dan uiteraard alweer teveel ervan gesnoept. En alles is ook weer schoon en opgeruimd.

Een van mijn ‘problemen’ is hoe ik toch op gewicht blijf. Het probleem van mijn huidige weegschaal is, ik berichtte het al eerder, dat hij zo gevoelig is, dat hij op een niet volkomen vlakke ondergrond, ook niet het juiste gewicht aangeeft. Dat is geen probleem, zolang hij maar op altijd dezelfde plaats staat. Dan wijkt hij wel, maar steeds hetzelfde dus dan kun je toch vergelijken. Vrijwel nergens in mijn huis is het echter helemaal vlak. Heel bewust ligt er namelijk overal tapijt. Ik ben als de dood voor vallen en thuis is dan de gevaarlijkste plek. Eigenlijk is dan vlak bij mijn aanrecht en in de badkamer de beste plek om het ding neer te zetten, maar die plekken zijn natuurlijk ook het vochtigst en/of vlakbij het raam. Als de weegschaal maar een centimeter van plaats verandert merk ik dat direct aan het afwijkende gewicht. Eigenlijk is er maar één echte norm, heb ik deze dagen gemerkt, en dat is in welk gaatje van mijn riem(en) ik hem dichtdoe. Dat moet beslist het laatste gaatje zijn. Als ik hem per ongeluk wel eens een gaatje minder ver sluit, dan merk ik dat meteen, zodra ik buiten loop. Dan dreigt mijn broek af te zakken. Zolang ik het laatste gaatje nodig heb om de riem te sluiten, en dat ik anders onherroepelijk wordt gestraft met een afzakkende broek zit ik goed. Een andere aanwijzing is dat ik de afgelopen twee weken door zeker twee mensen ben gecomplimenteerd met mijn slankheid. ‘Je bent zo echt wel slank genoeg.’ En in de derde plaats ben ik wel tevreden over mijn dieet. In de dagen dat ik niet op pad ben, eet ik nooit voor 12.00 uur. En dan steevast één zelf gebakken boterham met vrijwel altijd iets slanks: vis, vleeswaar of ei. Vervolgens een appel. Daarna tot 17.15 uur weer helemaal niets, behalve eventueel wat water. Dan begin ik met mijn portie van 25 gram nootjes en tegen zeven uur het avondeten: meestal een afgepaste hoeveelheid van 450 ml ingevroren zelfbereide maaltijd. Met een glaasje wijn erbij. Daarna een sinaasappel en verder helemaal niks meer tot de volgende dag om 12.00 uur.  Dat is dus het systeem van het ‘periodiek vasten’ zoals ik het maar noem: elk etmaal een periode van zeker 16 uur helemaal niets, behalve dan water, thee of koffie (uiteraard zonder suiker of melk). Daar móet je vanaf vallen. Dat moet ook wel, want op dagen dat ik uithuizig ben eet ik elders wat de pot schaft en dat is vrijwel altijd een stuk meer. Het bijzondere is ook dat met deze methode ik ook als het klokje 12.00 uur slaat en ik met mijn eerste eten van de dag begin, heb ik doorgaans nog helemaal geen trek. Soms ook wel, als ik de voorgaande dag flink heb gezondigd. ‘Tussendoortjes’, zoals een snackje, of snoepen, neem ik dus helemaal nooit, behalve dan heel af en toe als mijn dag zo ontregeld is, dat ik echt even iets met eten om niet van mijn stokje te gaan.

Maandag 17 september 2018.

Dat liep dus het afgelopen etmaal behoorlijk uit de hand. In verband met het jaarlijkse dagje uit van het platformbestuur, dat deze keer voor het eerst op een zondag was, had ik de wekker vroeg gezet. Op zondag komt het openbaar vervoer laat en traag op gang, omdat er immers dan maar weinig tot geen passagiers zijn. Het plan was om de eerste trein van kwart over zeven te nemen, dan was ik ruim op tijd in Enschede en vervolgens ook in Haaksbergen, op de afgesproken plek. Als ik de wekker zet, wil ik ruim de tijd hebben om de dagelijkse dingen te doen, zoals deze blog. Nog maar nauwelijks had ik na wekker, douchen en aankleden de computer aangezet en ik wierp nog even een blik op de wekker in mijn werkkamer. Dan heb ik even een idee hoeveel tijd ik nog heb voordat ik het huis moet uitlopen. Ik verwacht dan een periode van nog zeker drie kwartier tot meer dan een uur te hebben en ga dan verder rustig mijn gang met af en toe een volgende blik op diezelfde of een andere klok. Bij de eerste blik op die klok zag ik dat het al tien over zeven zou zijn en ik was verbaasd. Dit kon niet kloppen. De batterijen in deze klok zouden wel weer aan vervanging toe zijn, want dat was al een tijd niet gebeurd. Voor alle zekerheid stond ik toch maar even op om een andere klok te raadplegen, hoe laat het nu echt was. Ik moest immers nog steeds even weten hoeveel tijd ik nog had.  De volgende klok – aangesloten op het elektriciteitsnet – gaf dezelfde tijd aan als de eerste: tien over zeven. Het drong tot me door dat ik de wekker een uur te laat had gezet: om 06.30 uur in plaats van om 05.30 uur. De eerste trein had ik dus inmiddels al gemist!!! De tweede trein, om kwart voor acht, was nog wel haalbaar, maar dan moest ik wel ineens heel veel haast maken!! Alles uit mijn handen laten vallen, en wegrennen. Daardoor kwam onder andere ook deze blog gisteren niet tot stand. Ik haalde de tweede trein precies op tijd. Die eerste trein zou overigens een trein ‘voor alle zekerheid’ geweest zijn, omdat de tweede trein, die ik nu echt had, maar een overstaptijd te Zwolle bood van 5 minuten. En ja hoor, het was weer zo ver. Toen ik het net niet kon hebben, kreeg deze trein bij Hoogeveen vertraging. Eerst een minuut, vervolgens twee minuten, daarna drie minuten en tenslotte vier minuten. Met nog maar één minuut overstaptijd in Zwolle was de aansluitende trein richting Enschede in feite niet meer haalbaar. Maar toen gebeurde het wonder: ik haalde deze trein op het allerlaatste nippertje toch nog, twee seconden na mijn instappen sloten de deuren. Het hele vertraagde vertrek was daarmee – wonder boven wonder – toch nog op de valreep opgelost en ik zat toch nog in de trein die ik had willen halen met de gemiste trein van kwart over zeven bij mijn vertrek. Zonder geluk vaart niemand wel.

Om kwart voor tien kwam ik, precies op tijd, aan in Enschede. De geplande buurtbus naar Haaksbergen bleek echter op zondag niet te rijden. Geen nood, want de ook mogelijke gewone lijnbus reed wel, al moest ik daar dan wel drie kwartier op wachten. In zo’n lange wachttijd heb ik nooit zin en ik ga dan liever alvast een stukje lopen langs de route van die bus en kies dan een latere halte om op die bus te stappen, waar ik altijd ruim op tijd ga aankomen. Inderdaad kwam ik ruim op tijd bij de gekozen halte aan. Tot hier ging het goed. Want over het haltebord was een oranje plastic zak getrokken met de mededeling dat deze halte tijdelijk was opgeheven. Op de plaats waarop had moeten staan waar je dan de halte kon vinden waar de bus wel zou stoppen, stond … helemaal niets. De passagiers moesten het vanaf hier blijkbaar maar helemaal zelf uitzoeken. De weg ter plaatse was opgebroken, en de bus kon er dus ook niet rijden. Er zat niets anders op dan de route verder af te lopen, dan moest er natuurlijk op zeker moment wel weer een halte komen, waar de bus wel weer kon en zou stoppen.  Maar ook de volgende paar haltes waren nog onbereikbaar voor deze bus. Eindelijk was daar de eerste bushalte na de wegopbreking waar alle verkeer weer gewoon gebruik van kon maken en dus ook weer reed en ook de bus weer kon rijden en stoppen. Maar ook de haltes vanaf hier waren voorzien van een oranje hoes met vermelding dat ze tijdelijk waren opgeheven, maar nu stond er wel bij waar je wel kon opstappen: bij de Kerk van Usselo. Intussen kreeg ik wel door dat ik de bus die ik had willen en moeten hebben, niet meer kon halen. De volgende bus zou me na een uur wel naar de plaats van bestemming brengen, maar dan was ik wel duidelijk te laat voor mijn afspraak. Toen wreekte zich dat ik van geen van de leden van onze club een mobiel telefoonnummer had opgeslagen, zodat ik niemand kon bellen met de melding dat ik te laat zou zijn, tenzij iemand me vanaf de kerk van Usselo, nog plm 8 kilometer van de eindbestemming, wilde komen ophalen. Op dat moment werd ik gebeld door een lid van het gezelschap en kon ik mijn verblijfplaats melden. Ik werd inderdaad opgehaald en ik kwam zo nog redelijk op tijd op mijn plaats van bestemming aan. Ook op de bestemming was men tot de conclusie gekomen dat er met mij iets aan de hand moest zijn, omdat ik altijd aan het begin van een gegeven tijdframe er was en deze keer voor het eerst in al die jaren niet. Niemand van hen had ook mijn mobiele nummer opgeslagen, zodat via een enorme omweg alsnog mijn mobiele nummer moest worden gevonden.  Enfin: eind goed al goed.

Na koffie met plaatselijke krentenmik zijn we in de museumspoorlijn van Haaksbergen naar Boekelo gestapt. Een oerouderwetse treinrit. Met houten bankjes in een derdeklassecoupé. Met even oerouderwetse conducteurs die de kaartjes knipten. In de stations van zowel Haaksbergen als die van Boekelo, waren grote ‘remises’, als dat bij treinen zo heet, met allerlei stoomlocs en wagons in allebei soort, die voor een deel in de revisie – door kennelijk allemaal heel goede amateurs –  waren. In Boekelo waren ook twee flinke modeltreinbanen, waarvan eentje het ook echt deed. De bizarste ervaring van ieder van ons – zo bleek later bij de lunch – was de ‘veewagen’ (al stond dat woord er niet bij)  met van die grote van links naar rechts openschuivende deuren en verder een lege ruimte daarachter. Iedereen die dit heeft gezien associeerde die wagon met de plaatjes die we allemaal kennen van WWII met dit soort wagons volgepropt met Joden die werden afgevoerd naar de concentratiekampen. Iedereen die deze wagons gezien heeft had precies dezelfde associatie en liepen de koude rillingen over de rug, hoewel er bij die wagon geen woord of aanwijzing stond over zijn geschiedenis, aard en bestemming.

De rit heen en weer was ook wel grappig. Bij vrijwel alle overgangen waren geen slagbomen en reed de trein er stapvoets overheen, maar de door een conducteur vertelde man met rode vlag die voor de trein bij een overgang zou uitlopen, heb ik niet gezien. Het is een prachtig gebied. Zeer geschikt voor één of meer wandelingen. Daarna de markt van Haaksbergen bezocht. Niet spectaculair, maar toch wel de moeite waard. Daarna getrokken naar Ahaus, Restaurant Altmühle, ons dinerplekje, nog geen 500 meter over de Nederlandse grens gelegen. Wat was dat een groot terrein, voor opnieuw zo’n klein Duits grensplaatsje, met ontelbare parkeerplaatsen, voornamelijk bevolkt door Nederlanders. Bij nadere beschouwing bleek dit complex uit drie verschillende restaurants te bestaan. Ik heb hetzelfde verschijnsel nu gezien op meerdere plaatsen langs de Duits/Nederlandse grens: kleine Duitse grensplaatsjes met meerdere megagrote supermarkten en restaurants, voornamelijk voor de Nederlanders.  Ook viel meteen op dat in dit restaurant alle verbindingen met de buitenwereld totaal verbroken waren. Je kon er niet meer bellen of internetten. Alle verbindingen zijn daar dood. Zelfs van Wifi hebben ze daar nog nooit gehoord, terwijl in Nederland elk kippenhok dat publieke toegang heeft eigen gratis Wifi heeft.  Even na elf uur was ik weer thuis.

Dinsdag 18 september 2018.

Vanmorgen heb ik een nieuwe website ontdekt: www.23andme.com  Dat is ook een firma waar je je DNA kunt laten onderzoeken, maar dit keer niet alleen je gebied van oorsprong, maar ook waarvan je je percentage Neanderthaler en je beide haplogroepen (van vader en moeder) krijgt. Ook die gegevens heb ik al, van mijn eerste DNA-onderzoek bij NationalGeographic. Daar kan dus geen verrassing in zitten, behalve dan dat zij een ander klantenbestand hebben dan MyHeritage, dus is er een kans om andere mogelijke naaste familieleden te ontdekken.  Maar echt extra is hier dat je ook bericht krijgt over je eventuele erfelijke eigenschappen en ziektes. Je krijgt van een vijftal ziektes (Alzheimer en Parkinson en nog 3 andere, voor mij onuitspreekbare kwalen) of je die hebt of kunt krijgen. Voor Parkinson en Alzheimer is dat niet te verwachten, want we kennen geen enkel familielid dat dit heeft gehad. Van de overige drie: geen flauw idee. Daarnaast krijg je nog van meer dan 40 kwalen melding of je daarvan de drager bent. Dan krijg je het niet zelf, maar kunnen anderen, naaste familieleden het wel hebben of nog krijgen. Tenslotte krijg je nog over meer dan 90 lichamelijke eigenschappen mededelingen. Dat lijkt me nou wel handig. Stel je voor dat ik straks voor de rechter sta voor een diefstal, dan kan ik verwijzen naar dit rapport dat ik nu eenmaal aanleg heb voor lange vingers. Ik ben dan onschuldig en ga dan vrijuit. Behandelen heeft dan immers toch ook geen zin. En als hij vraagt waarom ik op zeker moment zo geprikkeld reageer, dan verwijs ik opnieuw naar dit rapport naar mijn aanleg voor lange tenen.  Het kost een paar centen, 149 euro begreep ik, maar dan  krijg je ook wat.

Woensdag 19 september 2018.

Inderdaad heb ik mij gisteren aangemeld bij 23andme. Hier trekken ze zes tot acht weken uit voordat je de de resultaten krijgt, na ontvangst van de stalen. Dus dat kan wel ergens medio november worden. Ik heb natuurlijk geen haast. Ik heb wel alvast de broers geïnformeerd, omdat zij immers hetzelfde DNA hebben als ik en de uitkomst ook voor hen interessant kan zijn. Al was het maar dat we geen belangrijke genetische afwijking hebben. Uiteraard als blijkt dat dat resultaat is van het onderzoek.

Gisteren was ook de dag dat ik weer eens naar de kapper ben geweest. De vertrouwde kapsalon, maar een nieuwe kapster: Angela. Ik heb nog van niemand een commentaar gehad over mijn nieuwe haardos, maar ik ben er zelf (nog) niet ontevreden over. Op de heenweg naar de kapper kreeg ik nog van een bejaarde medebewoonster het compliment dat mijn tegenwoordige haardos me zo goed stond. Daardoor twijfelde ik meteen of ik wel naar de kapper zou doorlopen. Maar aangezien ik mijn afspraken nakom, ben ik toch maar doorgestapt. Ook de kapster was vol lof over mijn haardos. Nu zal ik mogelijk weer een tijdje moeten wachten voor het volgende compliment, nu het weer korter is geworden.

Over het weer gesproken: een tijdje had ik het vage plan om, met mijn recent geïsoleerde huis,  niet te gaan stoken tot 1 oktober. Dat leek en lijkt me wel een mooie begindatum voor het nieuwe stookseizoen. Tot en met vandaag is dat goed gelukt, maar vanmorgen zag ik toch echt dat de temperaturen gaan zakken tot maximaal zo’n 14 of 15 graden overdag, en dan wordt het me toch echt te fris. Ook al duurt het nog even voordat het binnen ook zo fris is. Dus ik vrees dat die 1e oktober als start van het stookseizoen niet haalbaar zal zijn. We wachten het nog rustig even af.

Donderdag 20 september 2018.

Opnieuw een rustig dagje gehad.

Zojuist het bericht dat te Oss een moeder met drie kinderen op een bakfiets door een trein gegrepen is, op een bewaakte spoorwegovergang, waarbij alle vier het leven hebben gelaten en er ook nog eens twee zwaargewonden zijn. Het zijn voor mij van die onbegrijpelijke berichten. Het kan toch niet zo vreselijk moeilijk zijn om te snappen dat je bij gesloten of zelfs bij zich sluitende spoorbomen niet door moet rijden en echt even moet stoppen. Nu valt me elke dag weer op dat vooral fietsers de slechtste en onverantwoordelijkste weggebruikers zijn. Geen fietser die nog bij het afslaan zijn hand uitsteekt, fietsers die ongegeneerd op voetpaden en stoepen fietsen, en je kunt de hele rij van mogelijke overtredingen wel opnoemen, want fietsers maken ze allemaal en elke dag. Fietsers staan boven de wet en veroorloven zich werkelijk alles, ten koste van alles en iedereen. Ook vaders en moeders met kinderen op de fiets geven die kinderen dagelijks het slechte voorbeeld: alle wegen en paden zijn van ons, en alle andere mensen daarop zijn totaal onbelangrijk en kun je aandoen wat je maar wil. ‘Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken’, is blijkbaar hun motto en zo voeden sommige, ja veel te veel ouders,  ook hun kinderen op.  Het komt natuurlijk ook omdat er op het gedrag van fietsers geen enkele controle is. De politie heeft namelijk andere prioriteiten, zoals bekend. Welke dan, kan ik ook niet vertellen. Als je dit gebruikelijke fietsersgedrag ook vertoont bij een spoorwegovergang die zich sluit of al gesloten is, dan krijg je de vreselijkste ongelukken. Want die trein kan niet zo vlug voor jou stoppen en is ook nog eens erg hard. Sommige fietsers en ook ouders van kinderen is mijn ervaring, verwachten blijkbaar dat die trein wel rekening met jou zal houden.

Het kan ook pure domheid zijn. Nog onlangs in mijn woonplaats wilde een dame een trein halen die net kwam aanrijden, dook daarvoor onder de gesloten spoorbomen door, en werd gegrepen door een sneltrein die van de andere kant kwam. Ook zij heeft dat niet overleefd. Dat is zelfs op meerdere manieren dom. Treinen zijn in Nederland nagenoeg nooit te vroeg weg, wel af en toe iets en zeldener langer te laat. Wie dit soort capriolen uithaalt om een trein te halen, is gewoon te laat van huis gegaan. Dat is voor mij ook de reden dat ik altijd ruimschoots te vroeg van huis ga om een trein te halen. Een bijkomende reden is ook dat ik dan niet heel snel hoef te lopen om de trein te halen, met als gevolg dat ik kan struikelen en vallen. Op tijd van huis gaan en rustig lopen. Maar die boodschap is aan sommigen niet besteed. In de jongste versie op het nieuws is eindelijk de conclusie dat de remmen niet hebben gewerkt weggelaten.

Update van 12.00 uur.

Intussen las ik dat van de bakfiets waarmee het ongeluk is gebeurd, de remmen zouden hebben geweigerd. Dat kan natuurlijk en dan zou het voorgaande niet van toepassing zijn. Maar anderen wijzen erop dat tussen het eerste signaal bij de overgang en het moment dat de trein passeert er tussen 20 en 25 seconden zitten, terwijl de bestuurster zou hebben stilgestaan voor de slagbomen. Als dat laatste waar is dan waren het dus niet de remmen, maar juist een onverwacht begonnen motor. Kortom: geruchten heb je nu overal, en ze sluiten elkaar ook volledig uit. Als het ene gerucht waar is, kan het andere gerucht niet waar zijn. en omgekeerd. Het onderzoek moet de oorzaak uitwijzen.

In zulke gevallen ga ik steeds over op de statistiek. Zo heb ik het een leven lang gedaan en het is me altijd heel goed bevallen. Dagelijks worden in duizenden van deze bakfietsen honderdduizenden kinderen opgehaald van en naar school of kinderdagverblijf. En dat elke dag en al jarenlang. Zo’n soort ongeluk is nog nooit eerder gebeurd. De apparaten zijn ongetwijfeld goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg. Dus de kans dat plots de remmen niet werkten of het ding onverwacht ging rijden is verwaarloosbaar klein. Aan de andere kant zijn elke dag en ook al vele jarenlang miljoenen fietsers met volstrekt onverantwoordelijk gedrag bezig, daarmee vaak zichzelf en anderen in gevaar brengend. Als de ene kans verwaarloosbaar klein is en de andere kans onwaarschijnlijk groot, ga ik er voorlopig toch maar uit van wat verreweg het meest waarschijnlijk is geweest. Totdat een onderzoek anders uitwijst.

Update 16.00 uur.

De persconferentie is geweest, maar bracht niet veel nieuws. Het enige nieuwtje zat hem erin dat de betreffende trein een frontcamera heeft, die het gebeurde helemaal heeft vastgelegd. Wel weigerden de panelleden (politie, burgemeester, Prorail en NS.) zeer terecht om ook maar iets te willen zeggen over de oorzaak. Raadsel is het waarom dat dan telkens opnieuw werd gevraagd. Dat is iets dat onderzoek nou juist moet uitwijzen. Deste opmerkelijker was het dat in een eindeloze herhaling een jongeman met een pet op vertelde dat hij eerst een klap hoorde, daarna in de richting van de klap keek en het wagentje door de lucht zag vliegen, en tenslotte met de conclusie kwam dat de remmen van het wagentje niet hadden gewerkt. Hoe kun je nou tot die conclusie komen als je het ongeluk niet hebt zien gebeuren, maar pas ging kijken nadat het ongeluk gebeurd was? Waarom, stelt zo’n journalist nou niet gewoon de vraag, waarop hij die conclusie had gebaseerd, als hij het ongeval en de aanloop daar naartoe niet had zien gebeuren? En waarom wordt die totaal ongefundeerde mening vervolgens kritiekloos eindeloos herhaald? Dan gaat deze ‘reden’ toch een eigen leven leiden? Ik houd het dus maar op de officiële lezing dat onderzoek de oorzaak moet uitwijzen en dat we tot die tijd alleen maar over waarschijnlijkheden kunnen praten. En dan heb ik al de mijne.

Vrijdag 21 september 2018.

Het afgelopen etmaal liep qua timing geheel uit de hand. Gisteravond bezoek van enkele commissieleden en een vertegenwoordiger van de Woonbond. Dit gaat nu toch ook weer lopen, nadat het een tijdje stilstond. Het bezoek duurde maar een uurtje en was om even over half negen weer afgelopen. Daarna een rustig avondje. En op de gebruikelijke tijd, middernacht, naar bed. Om kwart over vijf dringend naar het toilet, maar dat gebeurt wel vaker. Direct daarna meteen weer doorgeslapen tot zelfs ruim kwart over negen. Bijna negen uur slaap. Dat komt echt maar zelden voor. En ik had het voorafgaande etmaal geen lange wandeling gemaakt, niets bijzonders gedronken en geen andere stress opgelopen. Ik had het blijkbaar nodig. Hierdoor liep wel het hele ochtendprogramma in de soep: douchen, scheren, aankleden, koffie en het was al over half elf, tegen normaal een uur of acht. Vervolgens het ritueel van alles qua websites en documenten bijhouden. En voor ik het wist was het al over twaalven, mijn normale lunchtijd. Toen had ik deze blog nog niet gedaan. Eerst maar even lunchen.

Om een uur of één bedacht ik dat ik nu toch echt eerst boodschappen moest gaan doen, gegeven de schepen met zure appelen die eraan zaten te komen. Dit keer was de verre groenteboer weer aan de beurt, zodat ik niet voor een uur of drie weer terug was. Eerst even het eten voor vanavond verzorgen, boodschappen wegzetten en opruimen. En dan is plots alweer vier uur en dan moet ik nog deze blog maken. Bij deze. Ik ben wel benieuwd hoe het nou vandaag nog verder gaat. Je zou toch zeggen dat de komende nacht wel een korte zou moeten zijn. Maar de ervaring leert dat dat wel kan, maar helemaal niet hoeft. We wachten het rustig af.

Zaterdag 22 september 2018.

Na de extreem lange voorgaande nacht heb ik toch opnieuw erg goed en zeker ook niet te kort, een dikke zeven uur, geslapen. Het gaat dus goed met mij.

Dankzij mijn recente nieuwe aanvraag voor DNA-onderzoek, bij 23andme, waarbij deze keer mijn genen ook worden onderzocht op mogelijke ziektes (plm. 45) en mijn persoon op meer dan negentig ‘kwaliteiten’, ben ik een nieuw verschijnsel tegengekomen. Een mij bekende leidt volgens de dokters aan coeliakie: glutenintolerantie.  Voordat echter zo’n diagnose wordt gesteld moet de betrokkene een hele batterij aan medische onderzoekingen ondergaan. Sommige ook zeer belastend. Hij passeert ook nog een hele batterij medische specialisten en andere hulpverleners, zoals allerlei -peuten, -ogen en -isten. Diagnose: coeliakie, ofwel: kan niet tegen gluten. Dat wordt dus een aangepast dieet waarin o.a. geen tarwe mag voorkomen.  Ik ken die persoon en hij heeft me herhaaldelijk verklaard dat het eten van tarwe(gluten) nooit een probleem heeft veroorzaakt. Je vraagt je dan als leek af: heeft hij dan eigenlijk wel coeliakie? Temeer omdat coeliakie een erfelijke ziekte is en hij geen enkel familielid van hem kent die die ziekte ook heeft (gehad).  Bij het 23andme-onderzoek komt ook coeliakie te zitten. Bij informatie op hun website staat dat coeliakie, een erfelijke ziekte, herkend wordt aan twee genen. Als je die genen niet hebt heb je naar alle waarschijnlijkheid geen coeliakie en krijg je het ook niet. Het Leids Universitair Medisch Centrum ((LUMC) heeft een pagina over coeliakie waarin staat dat als je die genen niet hebt de kans op coeliakie ‘verwaarloosbaar klein’ is. Datzelfde vertelt ook de Coeliakievereniging. Het Limburgs Universitair Centrum gaat nog een stap verder. Die heeft ook een pagina met coeliakie-informatie waarop staat dat bij een kans op coeliakie je eerst een formulier moet opvragen bij de huisarts, zodat eerst een genenonderzoek kan plaatsvinden om vast te stellen of je de betreffende genen hebt. Als je die genen niet hebt, is verder onderzoek op coeliakie overbodig.  Aldus dit ziekenhuis. Dat is, volgens 23andme, in 40% van de gevallen zoDat is dus een onderzoek met een wattenstaafje voor wat wangslijm. Waarom loopt dit onderzoek eigenlijk via de huisarts en kan de specialist dit niet laten doen? Volgens mij omdat de specialist altijd ervoor zorgt dat de patiënt de eindeloze reeks onderzoekingen ondergaat. Daar verdienen in een ziekenhuis hijzelf en een hele batterij collega’s hun geld mee. Door eerst het genenonderzoek te laten doen, beroof je het hele gezelschap van 40% van hun inkomen. Ik heb de persoon dus maar aangeraden alsnog even een genenonderzoek te laten doen. Via zijn huisarts uiteraard. Want de specialist zal wel proberen het hem uit zijn hoofd te praten. Hij ziet namelijk deze patiënt dan als zijn vijand die hem van 40% van mijn inkomen probeert af te helpen. De huisarts daarentegen is blij. Want die krijgt zo meer omzet.

In The Guardian van gisteren stond ook een interessant artikel hierover. De vorige Britse premier, voorganger van de huidige premier May, was David Cameron. Cameron had en heeft een kind, waarvan de dokters – na talloze onderzoekingen vanaf zijn geboorte –  niet konden uitmaken wat het kind, dat duidelijk ziek en/of gehandicapt was, nu eigenlijk precies mankeerde. De wanhoop nabij liet hij op aanraden van een relatie ook een genenonderzoek bij dit kind verrichten, uiteraard ook weer met een wattenstaafje. En toen was binnen korte tijd wel duidelijk wat het kind mankeerde. Daarna heeft – mede dankzij Cameron – een omslag plaatsgevonden. Vanaf oktober 2018, volgende maand dus, zullen over heel het Verenigd Koninkrijk verspreid 13 centra zijn opgericht, waar mensen een DNA-onderzoek kunnen laten doen. Betaald door de NHS (National Health Service, is de Britse gezondheidszorg). Het spaart veel zieken een hele berg overbodig medisch onderzoek, en de Britse schatkist ook een hoop geld, is de verwachting. De Britse medische stand is het daar vast niet mee eens, maar dat vertelt het verhaal niet. Wel heb ik nog de vraag, die de krant ook niet stelt, waarom dat nu 13 afzonderlijke gebouwen moeten zijn. Dat onderzoek kan een ziekenhuis toch ook laten uitvoeren? Het antwoord is hetzelfde waarom het in Limburg ook aan de huisartsen is opgedragen. Ziekenhuizen en medisch specialisten zullen dit onderzoek afraden. Het scheelt ze namelijk enorm in hun inkomsten.

Ik had al een vrij lage dunk van de medische stand, maar die is er na deze berichten bepaald niet beter op geworden.

Rond het middaguur van vandaag bereikten we met het aantal bezoekers op onze sites, het moment waarop het twaalfmaandelijks gemiddelde van het aantal bezoekers per 1 oktober 2018 opnieuw omhoog zal gaan, zelfs al zou er tot 1 oktober geen enkele bezoeker meer bijkomen, hetgeen uiteraard niet te verwachten is. Mijn voorspelling/verwachting voor september 2018 is dus ruimschoots uitgekomen. Mijn verwachting blijft ook dat ook oktober 2018 weer een verdere groei te zien zal geven. November 2018 is voor een verwachting/voorspelling nog altijd te ver weg.

Zondag 23 september 2018.

Vanmorgen stond ik weer eens verteld van Apple. Ik had er schoon genoeg van dat internetpagina’s regelmatig wegspringen, en bovendien dat ik niet bij machte ben om een ID-account te wijzigen. Een oud e-mailadres heb ik al vele jaren niet meer. Je kunt zelf van alles en nog wat veranderen, maar niet het e-mailadres. Eerst is er dan een formuliertje van Apple op internet, waarin je je naam, e-mail en telefoonnummer moet opgeven, alsmede het typenummer van het apparaat waarover je meer wilt weten. Je drukt op ENTER, en vrijwel onmiddellijk gaat je telefoon. Apple aan de lijn. Eerst een automaat die je twee mogelijke keuzes geeft, waarvan een echte medewerker. Uiteraard kies ik die dan, en ook meteen krijg je dan een echt persoon aan de lijn. Binnen 15 seconden na de eerste poging had ik een echt en deskundig contact. Dat is de kunst: geef de klant het gevoel dat hij de enige is, waarop je nou net aan de telefoon zat te wachten. Geen eindeloze keuzenummerautomaten, eindeloze herhalingen dat je op hun website de veel gestelde vragen kunt raadplegen, en vervolgens de mededeling dat het ‘op het ogenblik erg druk is, waardoor u langer moet wachten dan u van ons gewend bent’. Om vervolgens eindeloos een muziekje te moeten aanhoren. Ik ben het helemaal niet gewend om met die firma te bellen en dus ook niet om er te moeten wachten. En als ik al een op te lossen probleem heb, dan valt me op dat ik op elk willekeurig moment dat ik bel, ‘het op het ogenblik erg druk is, waardoor u langer moet wachten dan u bij ons gewend bent.’ Enfin. Deze Applemedewerker heeft me voortreffelijk door het digitale oerwoud geholpen. En me geholpen alle vragen op te lossen. Hoed af voor Apple.

Gisteren behaalde ik – zoals ik al meldde – het moment waarop over de maand september 2018 ik zeker wist dat het 12maandelijks gemiddelde op 1 oktober aanstaande weer verder zal stijgen, qua bezoekers op mijn site(s). Direct daarna kwam een voor mij weinig voorkomend groot aantal bezoekers op gang, waardoor ik nu al weet dat het spannend zal worden of ik volgend jaar september nog zo’n groot aantal bezoekers zal krijgen. Het was overigens nog net geen dagrecord. Maar goed, september 2019 is nog een heel eind weg uiteraard.

Vanmiddag veel regen. Ik ben wel buiten, voor een groot deel, dus ik hoop maar dat ik het redelijk droog hou. Ik ga vast beginnen met duimen. Wie weet helpt het deze keer.

Maandag 24 september 2018.

Gisteren was er inderdaad veel regen, maar ik heb toch bij elkaar 10,5 kilometer gelopen en nog altijd waren er droge stukjes op mijn kleren en was ik overigens op geen enkele manier ‘verdronken’. Het ging dus wel. De opening van een tentoonstelling van een buur bezocht in Huize Lemferdinge. Ik had nog nooit eerder van dit huis gehoord, maar het lijkt onderdeel te zijn van een hele rij van dit soort historische buitenhuizen, met een daarbij behorend flink wandelgebied in Drenthe.  Het is ook niet zo heel ver hier vandaan, dus ik ga dat – bij het juiste weer natuurlijk – toch eens wat beter verkennen. Een toespraakje van de Directeur van het Drents Landschap, die de eigenaar is van Huize Lemferdinge, vond ik wel informatief. Ik kende het Drents Landschap natuurlijk wel, maar het was mij toch onbekend dat zij behalve veel natuurgebieden ook nog eens zo’n 280 gebouwen beheren. Ik ga me daar toch eens wat beter in verdiepen, neem ik me voor.

De tentoonstelling zelf vond ik wel aardig om een keer te bekijken, maar ook weer niet spectaculair. Het leukst vond ik nog wel de toespraken die de vijf kunstenaressen hielden ter toelichting op het van hen getoonde werk.

Een buuf is op vakantie gegaan en ik kreeg de verantwoordelijkheid voor enkele weken voor haar woning, de vuilafvoer, de post,  etcetera. Het deed me denken aan mijn tijd bij het postdistrict Den Haag. In een zogenaamde piketdienst was ik eens in de zoveel (zes, meen ik) weekends het hele weekend van vrijdag 17.00 uur tot maandagmorgen 08.00 uur eindverantwoordelijk voor alles wat daar met de post gebeurde. Het postdistrict Den Haag omvatte toen, behalve Den Haag, een gebied dat ging tot en met Leiden, Gouda en Delft en het Westland. Er werkten daar toen 6000 mensen, grotendeels in volcontinudienst, waarvan natuurlijk maar een deel in het weekend.  Er reden dan enkele honderden postauto’s in allerlei formaten rond en het ging om vele tientallen gebouwen. Een aantal van de postkantoren van toen was ook op zaterdagmorgen geopend. Je werd verondersteld dat weekend om het expeditieknooppunt in Den Haag te bezoeken, enkele distributie/sorteercentra en enkele postkantoren op zaterdagmorgen. Bij elk ongeval met een postauto of calamiteit bij het personeel of met klanten en burgers werd je betrokken en was je verantwoordelijk voor de goede afloop. Ik had ook een pieper bij me (gsms bestonden nog niet) zodat ik op elk uur van de dag of nacht bereikbaar was. Ik had mezelf in zo’n weekend dan opgelegd dat ik geen enkele afspraak had, het district niet uit ging en ook geen druppel alcohol dronk. Ik kan me niet herinneren dat dat was voorgeschreven, maar ik vond het heel vanzelfsprekend dat je je aan dat soort normen hield. Als ik zo’n verantwoordelijkheid heb dan ben ik ook volledig beschikbaar en ben ik ook altijd helemaal nuchter. Wat dat betreft is het ‘bewaken’ van een enkele woning, natuurlijk maar een peuleschil, zij het dat het nu voor enkele weken achter elkaar is.

Je kunt een vis ook met je blote handen vangen. Ook dat heb ik nooit geweten. Er zijn zelfs wedstrijden in. Ook in China, uiteraard. Hier een foto daarvan.

Dinsdag 25 september 2018.

Het zijn drukke tijden voor me. En het duurt ook nog even. Pas vanaf vrijdag klaart de lucht weer en krijg ik de handen weer wat vrijer. ‘Wat vrijer’, want ik moet dan nog aan allerlei verplichtingen voldoen, maar daar kan ik dan tenminste mijn eigen moment voor kiezen. Intussen is de eerste vuilafvoer voor mezelf en enkele buren weer gerealiseerd en staan alle containers weer leeg waar ze horen  te staan. Door het vele gedoe kom ik te weinig toe aan het schoonhouden van mijn huisje. Dat doet me denken aan vroeger, toen ik nog elke dag naar het werk ging. Dan maakte ik elke dag van maandag tot en met vrijdag heel lange dagen en was ik elke avond weer blij dat ik weer tussen de klamme lappen kon kruipen. Om het andere weekend had ik dan mijn kinderen met wie ik dan natuurlijk ook bezig was: boodschappen doen, de maaltijden verzorgen en met de kinderen allerlei clubs, vrienden en vriendinnen aflopen. Elke zondagavond als ik ze weer bij hun moeder had afgeleverd, zeeg ik dan toch behoorlijk afgedraaid op de bank neer en kwam er urenlang ook niet meer vanaf.  In de tussenliggende ‘vrije’ weekends zou ik dan tijd hebben moeten vrijmaken om het huis dan flink op te poetsen, maar daar kwam het dan ook vaak niet echt van. Ik was namelijk ook nog actief voor allebei clubs, vooral de politiek (lid van Provinciale Staten en plaatselijk afdelingsvoorzitter), was een echte tijdvreter.  En ik moest op de zondag de komende week voorbereiden. Mijn huis moet in die tijd voor mijn kinderen wel een rommeltje geweest zijn, heel anders dan ze bij hun moeder gewend waren, waar het ongetwijfeld altijd spic en span was. Maar die werkte of niet, of niet meer dan halve dagen, dus die had ook veel meer tijd dan ik om haar huis op orde te houden. Wat ik de afgelopen dagen dus meemaak is een kleine en korte variant op de tijden van toen. Ik hoop en verwacht de achterstand komend weekend helemaal te hebben ingelopen.

Woensdag 26 september 2018.

Vandaag een superkorte bijdrage. Ik leef en alles gaat wel. Morgen meer.

Donderdag 27 september 2018.

Dat waren dus weer twee lange dagen achter elkaar. Allebei in Enschede. Het is niet zozeer de lange vergadertijd die de dagen zo lang maken, maar in mijn geval komt daar ook nog enkele uren reistijd, zowel heen als terug bij. De zojuist opgeschreven regels zijn niet bedoeld als klacht, maar eerder bedoeld om mijn verbazing te schetsen. Ik kan het namelijk allemaal nog gemakkelijk opbrengen. Ik ben natuurlijk wel blij als ik weer binnen ben en met een kop koffie of een drankje op de bank neerplof, maar ik ben dan zeker niet doodmoe of zo. Terwijl ik dat blije gevoel als een dag weer voorbij was, altijd wel heb gehad. Als dan een buur zou binnenkomen voor een of ander dringend klusje, ga ik ook meteen weer aan de slag. Zo heb ik gisteren na thuiskomt om een uur of acht ook nog even een bezoekje gebracht aan het huis van een buurvrouw die met vakantie is en op wier woning ik pas en heb daar alles weer in orde bevonden, zoals ook te verwachten was.

Er valt over mijn vergaderingen ook niet veel spannends te vertellen, voor wie niet in de materie zit. Wel verbaas ik me erover dat in zo veel woningcorporaties de inbreng van de huurders zo magertjes is. Op hun websites wordt daarover ook zo weinig gemeld. Tegelijk stel ik vast dat wij in Twenthe / de Achterhoek toch wel een heel actieve en goed op elkaar ingespeelde club hebben, waarin ieder zijn eigen rol speelt. Aan alles komt uiteraard een eind, maar dat is bij onze club nog niet in zicht, voor zover het uiteraard mogelijk is om iets over de toekomst te zeggen.

Ook de reizen heen en terug liepen eigenlijk wel redelijk vlekkeloos. Alleen op de terugweg gisteren zaten we in Drenthe weer eens met de intercity achter een trage goederentrein, met vijf minuten vertraging tot gevolg. Maar dat was dan ook meteen het ‘spannendste’ nieuws. Tjonge.

Intussen heb ik gemerkt dat mijn sinds kort zeer favoriete meukvrije slagerij, de Woeste Grond te Musselkanaal tot de grond toe is afgebrand. De brand was in een aanpalende fietsenwinkel begonnen, en daarna overgeslagen naar de andere winkels. Het betreft een blok met wellicht wel tien winkels of zo, met ruime gangen tussen dit blok en de volgende blokken met winkels, dus ik vermoed dat de brandweer het bluswerk heeft beperkt tot het nathouden van de volgende blokken. Ik heb te doen met deze hardwerkende ondernemers en hun gezinnen. Ze roepen op hun website op te blijven bestellen, met levering ‘in november’. Ik zal toch eens kijken of ik dat toch niet kan doen. Het is eerst een hoop bureaucratische gedoe. De verzekering achterna, en vervolgens een andere locatie vinden, alle vergunningen binnenhalen, en weer helemaal inrichten. Ik neem aan dat men niet gaat wachten op volledige herbouw van dat blokje, want dat kan wel eens jaren gaan duren. Mogelijk dat de winkel ook niet in Musselkanaal blijft. De winkel leverde in heel Nederland en België, dus dan is Musselkanaal niet zo’n voor de hand liggend centraal punt, volgens mij. Maar ik weet als geen ander dat de keuze van een standplaats niet alleen wordt gemaakt om zakelijke redenen.

Het is nu dus weer de tijd om alle achterstallige onderhoud weg te werken. Eerst nog enkele stukken voor deze club ontwerpen en versturen, en dan weer hoognodig verder met mijn diverse genealogische activiteiten, waaronder het beantwoorden van een interessante e-mail van een kijker naar deze website.

Vrijdag 28 september 2018.

De dag weer thuis heb ik vooral besteed aan het afgesproken huiswerk voor het platformbestuur. Daar ben ik dan maar meteen vanaf. Relaxed bezig, met af een toe een pauze voor koffie en een ruime lunchtijd, heb ik daar dan toch wel een groot deel van de dag voor nodig gehad.

Verder heb ik een stuk gekeken naar de ondervraging van mevrouw Ford, in een hoorzitting van de Amerikaanse senaatscommissie die gaat over de benoeming van Kavanaugh, het (eventueel) volgende lid van het Amerikaanse hooggerechtshof. En daarna een veel kleiner deel aangehoord van de verdediging van Kavanaugh daartegen. De commentaren in zowel de New York Times en The Guardian daarop kwamen helemaal overeen met wat geleidelijk mijn eigen mening werd: ik weet ook na beide hoorzittingen nog steeds niet wie er gelijk heeft en wie niet.  Dat mevrouw Ford zich sommige dingen heel scherp en tot in details herinnert en andere zaken totaal niet, herken ik ook aan mijn eigen herinnering. Van de gebeurtenissen – bijvoorbeeld – van mij met Ronnie de Wit en Anita Zwart in dezelfde tijd of zelfs nog iets eerder, weet ik ook nog heel kleine details, maar tegelijk weet ik bijvoorbeeld niet in welk jaar het gebeurde en ook niet in welke maand. Wat ik niet begrijp is waarom de FBI geen onderzoek mag doen. Er waren verschillende getuigen aanwezig bij het incident, waarvan  ene Judge (nomen est omen) zegt zich niets hiervan te kunnen herinneren. Ook die mensen moet je onder ede horen. Mevrouw Ford gaf aan dat deze Judge toen bij een bepaalde firma werkte. Als ze zou weten wanneer dat was, kan ze het incident ook beter plaatsen. Kortom: er is nog best wel aanvullende onderzoek mogelijk om te bepalen wie nou gelijk heeft en wie niet. Ze kunnen niet allebei gelijk hebben. Eentje van de twee liegt, maar wie dan? Wel viel me op dat Kavanaugh uitgebreid stil stond bij zijn verdiensten voor de zaak van de vrouw. Hoe mooi dat ook is, het is helaas totaal niet relevant.  Ik neig dus wat meer naar het standpunt van mevrouw Ford, maar een benoeming van Kavanaugh terwijl er nog zoveel onduidelijk is en nog helder(der) gemaakt kan worden lijkt mij toch onverantwoord.

Het is weer ouderwets republikeinen tegen democraten. In een analyse las ik dat het voor de republikeinen veel belangrijker is om een conservatief Hooggerechtshof te hebben dan een republikeinse president. Met een conservatief hooggerechtshof kunnen republikeinen voor tientallen jaren de toon zetten en elke volgende president, of deze nu democratisch is of republikeins, desgewenst de voet dwarszetten. Dat is belangrijker dan tijdelijk een republikeinse president te hebben.

Intussen kreeg ik weer enkele reacties. Eentje over de voor mij nog raadselachtige familienaam Spruit (in de diverse spellingsvarianten). De oplossing van de herkomst van de oudste Spruit die ik nu heb zou me zeer welkom zijn.  Een andere ging over mijn tijd bij het Grotiuslyceum (1964 – 1967). Daar kan ik wel wat mee en vult weer enkele onbekende personen uit die tijd in.

Zaterdag 29 september 2018.

Het onderzoek van de FBI komt er dan toch. Dankzij de republikeinse senator Flake die dit eiste vóórdat de definitieve stemming in de senaat plaats gaat vinden. Terwijl het standpunt van Flake vervolgens weer werd beïnvloedt door de ‘scene in de lift’ in het Capitool. Dit is een historisch filmpje, onder andere te vinden op de website van de Guardian. In die scene spreken twee vrouwen, die zeggen ook aangerand geweest te zijn, Flake op indringende wijze aan op zijn komende stemming, terwijl ze de liftdeur openhielden en camera’s draaiden.  Hij wist zich duidelijk geen raad met zijn houding (Kijk me aan!!!), maar hij was het die meteen daarna de eis van een FBI-onderzoek stelde. Uiteraard heb ik nog geen flauw idee hoe dit gaat aflopen, maar dat we tijden meemaken waar we ook later nog veel van zullen herbeleven is wel zeker. History in the making.

Als geschiedenisliefhebber viel me een ander artikel in diezelfde Guardian op, met een vergelijking tussen het verdrag van München van 30 september 1938 (morgen dus precies tachtig jaar geleden) van Chamberlain, Hitler, Daladier en Mussolini, met de bijeenkomst in Salzburg vorige week, waarbij May haar Brexitplannen verdedigde tegenover de andere EU-leiders. De bijeenkomst van september 1938 was de eerste waarbij de internationale topleiders per vliegtuig op heel korte termijn bij elkaar kwamen en vergaderden. Dat gebeurt vandaag de dag vrijwel dagelijks, overal op de wereld. Hitler sprak alleen maar Duits, Chamberlain alleen maar Engels, Daladier alleen maar Frans, maar Mussolini sprak behalve Italiaans, zowel Engels, Duits als Frans. Aldus dit artikel. Mussolini trad dus op als vertaler tussen de heren. Het was zo’n nieuw soort bijeenkomst, dat men er nog niet aan had gedacht ook tolken mee te nemen. Ook dat is tegenwoordig ondenkbaar. In 1938 werd bij die topconferentie Tsjechoslowakije opgedeeld, en was de vrede gered. Voor even natuurlijk, want een half jaar later bezette Hitler het resterende deel en nog enkele maanden later was de Tweede Wereldoorlog een feit.

Gisteren stond er dan eindelijk weer de oliebollenkraam in ons dorp. Het was natuurlijk de hoogste tijd. Niet dat ik nu zo’n frequente bezoeker van die kraam ben of zal worden, want ik bak ze liever zelf op mijn moment, maar zo’n kraam hoort gewoon bij de oudejaarssfeer in het dorp, vind ik. Het winkelt daar nu toch een stuk prettiger en vooral: sfeervoller.

Zondag 30 september 2018.

De laatste dagen hebben opnieuw twee mensen via deze website contact met me gelegd. De ene over een gemeenschappelijke voorvader, met familienaam Spruit (in de verschillende varianten), met wie ik intussen meerdere gegevens heb uitgewisseld. De andere was een medeleerling uit mijn tijd bij het Grotiuslyceum (lichting 1968, het laatste jaar van het Grotiuslyceum). Hij was er gymnasiast en ik hbs-er. We hebben elkaar toen niet gekend. Dat was ook geen wonder, want er was sowieso niet veel contact tussen de klassen onderling en zeker niet tussen hbs-ers en gymnasiasten.  We hadden wel heel wat leraren gemeenschappelijk  en het is toch altijd weer aardig om dan enkele oude koeien uit de sloot te halen. Ik kon meteen een aantal aanvullingen doen op mijn betreffende pagina. Hij bleek ook de auteur van het artikel over het Grotiuslyceum in Wikipedia, dat ik elders op deze website ook citeer. Hij herkende ook dat Hiemstra, de toenmalige rector, die ook op mijn klassefoto bleek voor te komen, een ware controlfreak was, die elke leerling persoonlijk meende te kennen. Dat heb ik dus inderdaad ook gemerkt. Het enkele feit dat Hiemstra – zonder dat ik dat doorhad – ook op mijn klassefoto stond, betekende dus dat hij ook op alle overige klassefoto’s zal hebben gestaan. Dat zegt op zichzelf wel iets over die man.  Een andere bevinding was dat hij op zijn markt te Emmen, al de kraam van de Woeste Grond had gemist, waar hij altijd wel iets kocht. Op deze website las hij pas dat die zaak door brand compleet was verwoest. Het internet is toch een heel bijzondere uitvinding.

Sinds iOs 12 krijg je ook cijfers over het gebruik van je iPhone. Daar komen dan zaken uit die ik totaal anders zou hebben ingeschat. Mijn meest populaire website blijkt die van het Belgische Het Laatste Nieuws te zijn: www.hln.be Dat is daarom ook zo raadselachtig, omdat deze website voor een belangrijk deel alleen tegen betaling of inschrijving bereikbaar is en die ik dus voor een groot deel helemaal niet kan zien. Terwijl ik websites die ik wel helemaal kan zien, zoals The Guardian en de New York Times, duidelijk minder heb bezocht. Ik ga bijna aan de juistheid van deze statistiek twijfelen. Meer dan de helft van mijn computertijd besteed ik inderdaad aan lezen. Dat klopt vast wel. In de tweede plaats ‘productiviteit’ wat dat ook mag zijn en tenslotte toch nog 8% van de tijd aan spelletjes. Dat moet wel wordfeud zijn dat ik af en toe met een buurvrouw speel. Andere computerspelletjes doe ik niet.

In China wordt vandaag de Dag van de Martelaren gevierd. Met een bosje bloemen, natuurlijk.

Voor recentere bijdragen verwijs ik u naar de ‘Blog’.