Mijn Bezigheden

Zo ongeveer sinds ik met pensioen ben heb ik het volgende dagritme.

Tenzij ik verplichtingen buiten de deur heb, sta ik elke morgen op ongeveer een half uur nadat ik wakker ben geworden. Meestal ga ik direct na het wakker worden even plassen, maar dan kruip ik meteen daarna weer terug. Het opstaan verschilt per dag, maar vrijwel altijd is dat tussen acht en negen uur.

Ik zet de verwarming hoger, in de winter doorgaans op 21,0 graden, ik zet het koffiezetapparaat aan en ik kruip onder douche en poets de tanden. Ik heb een zandlopertje in de douche hangen om te pogen het douchen bij maximaal 5 minuten te houden, maar dat lukt vrijwel nooit. Een minuut of zeven of acht duurt het doorgaans wel. Ik was met zeep, maar met hooguit een druppeltje doucheschuim. Vroeger was dat een flink straaltje. Ongeveer twee keer per week was ik mijn haren. Doorgaans als het begint te jeuken, na een dag of drie/vier.

Na aankleden kruip ik met een kop koffie achter de computer. Daar loop ik elke dag (tenzij, nogmaals, ik andere verplichtingen heb) enkele tientallen websites na. Op het gebied van nieuws, nationaal en internationaal, het weer, de genealogie, de webstatistieken, de financiën en nog wat losse eindjes, zoals sociale media. De duur hiervan verschilt per dag, omdat ik de ene keer wel een lang artikel lees en ik ze de volgende keer niet tegenkom. I vul ook elke dag mijn blog aan.

De volgende fase kan dus heel verschillend zijn. Meestal ergens tussen tien uur en half twaalf. Die fase is vrij. Dan kan ik een boodschap gaan doen, rekeningen gaan betalen of een ander klusje doen dat op mijn to-do-list staat.

Meestal om twaalf uur, of in die buurt, ga ik dan lunchen. Dat is dan het eerste vaste voedsel van de dag. Het bestaat uit één dikke zelfgebakken boterham, doorgaans goed belegd. Met gebakken of gekookt ei, een visje of wat ik toevallig als broodbeleg in huis heb. Vrijwel nooit iets zoets, behalve als ik net een brood heb gebakken. Niets is zo lekker als een kakelvers gebakken kapje met jam.

De volgende twee uur rust ik. Ik moet namelijk altijd eerst even afwachten hoe mijn buik en darmen reageren. Ik wil niet de deur uitgaan en halverwege darmproblemen krijgen. Vanaf een uur of twee, als ik zeker weet dat ik het kan hebben, heb ik dan activiteiten. Dat kunnen boodschappen zijn of klussen die ik in huis, zoals opruimen of behangen, of voor één van de clubs waar ik lid van ben nog moet doen. Een doodenkele keer doe ik wel eens computerspelletje. Ik eet verder niets en drinken doe ik dan alleen koffie of water.

Streeftijd kwart over vijf heb ik dan mijn portie van 50 gram pistachenoten. Gepeld is dat dan ongeveer 25 gram. Daarna een glaasje wijn. Ik kijk naar een al dan niet opgenomen documentaire op de tv, vaak van het genre True Crime (Investigation Discovery of Crime and Investigation). Dan belt tussen zes en zeven broer Jan om over en weer even te checken of alles goed gaat. Zodra dat gesprek voorbij is duik ik de keuken in om mijn avondmaaltje te bereiden. Het begin en eind daarvan is niet te voorspellen, want compleet afhankelijk van mijn keuze. Als ik een doodenkele keer voorgebakken pannenkoeken neem, dan ben ik ben enkele minuten klaar met bereiden en het eten. Maar ga ik voor een Chinese of Indische maaltijd dan ben ik wel even bezig. Zowel met bereiden als met eten.

Ergens tussen half acht en half negen ben ik dan daarmee klaar, terwijl ik werkende weg zoveel mogelijk onderwijl alvast de afwas doe. En de koffiezetter weer schoonmaak voor de volgende morgen.

In de verdere avond kijk ik naar een film, ik kijk nog volgende documentaires of ik lees verder in mijn boek. Ik streef ernaar om middenacht weer in mijn bed te liggen. En dan eerst nog een stukje te lezen. Om half één sluit ik dan de ogen en slaap de slaap der rechtvaardigen.

Dit stuk heb ik gemaakt op woensdag 27 november 2019 en zo doe ik het al ongeveer vanaf mijn pensionering in december 2011.