Blog.

Maandag 27 januari 2020.

Dat was weer een dagje thuis. Daar is ook altijd wat te doen. Meer dan genoeg zelfs. Maar bijzondere ontmoetingen krijg je dan meestal niet. En ook geen fraaie staaltjes ondernemingslust of overheidsbemoeienis. Dat gaat veranderen, dat beloof ik alvast. Er staan weer enkele reizen op het programma. Het zijn overigens geen enkele reizen, maar retours, want ik ben wel van plan weer op het honk terug te keren.

Zondag 26 januari 2020.

De reis naar Weener verliep voorspoedig en ik heb dus weer voor enkele maanden spullen in huis die ik liever daar koop.

Het stationnetje van Weener, dat er tot nu toe bijzonder aftands bij lag, en in geen decennia een likje verf had gehad, was sinds mijn vorige bezoek geheel vernieuwd. Alleen het paadje van de trein naar de openbare weg (plm 100 meter) is hetzelfde gebleven: slecht geplaatste kinderhoofdjes, die voor mij echte benenbrekers zijn, zeker met winterweer. Dat pad is vast van de gemeente en het station van de Bundesbahn, of de Duitse Prorail. En onderlinge afstemming is tussen overheden ongebruikelijk, zoals u wel weet.

Direct voorbij de Nederlandse grens in Duitsland is er nog steeds een stuk van een paar honderd meter rails verzakt, zodat de trein daar stapvoets moet rijden en de trein ook vervaarlijk overhelt. Net als de vorige keer dat ik daar was. Dat zou in Nederland nergens mogelijk zijn, zonder dat daar het avondjournaal mee begint. Maar in Duitsland kan dat wel, blijkbaar.

Op het station Groningen viel me op dat de bussen naar Leer een reclametekst bevatten, met de strekking dat vanaf 2024 er rechtstreekse treinen zullen komen van Amsterdam naar Bremen (via Groningen dus, naar ik aanneem). Dat wordt dan de Wunderlinie. Die zal dus waarschijnlijk in Nederland de Wonderlijn gaan heten. Dat lijkt me niet de juiste naam. Want naar mijn mening zullen er meerdere wonderen voor nodig zijn, en niet slechts eentje, om die reclametekst waar te maken. Dus liever: de Wonderenlijn.

Dat zal ik even uitleggen. Ik heb eerst even op internet opgezocht wat de meest actuele stand van zaken is met betrekking tot de brug over de Ems. Die werd eind 2015 door een schip onherstelbaar kapotgevaren en is sindsdien buiten gebruik. De trein van Groningen via Weener naar Leer stopt dus sindsdien in Weener. Voor het transport van Groningen naar Leer rijden er dus sindsdien bussen. Die brug was dus een enkelbaans treinbrug, met een voet/fietspad ernaast. Een nieuwe brug, volgens het nieuwste plan, is wederom een enkelbaans spoorbrug met voet/fietspad ernaast, heeft heel wat voeten in de aarde. Vooral veel figuurlijke voeten dan. Zeker geen letterlijke.

De afgelopen ruim vier jaren is besteed aan allerlei planvorming en bestuurlijk overleg. Dat kost veel tijd, dat snapt u wel. Ruim vier jaar dus. Eind 2019 is dan het definitieve plan ter inzage gelegd en kon dus de inspraakronde beginnen, milieu-rapportages gemaakt, en onderzoek worden gedaan naar de mogelijke schade aan flora en fauna en de archeologie en de diverse toezichthouders komen dan ook in het geweer. Dat alles gaat uiteraard ook enkele jaren duren.

Dan is de bedoeling dat ergens in 2023 (een dag of maand wordt niet genoemd) echt met de bouw van de nieuwe brug begonnen gaat worden, die dan ‘eind 2024’ af zal zijn, aldus de berichten van de Duitse overheid. En dan kunnen er dus weer treinen rijden van Groningen naar Leer en desgewenst verder Duitsland in. Met Europese subsidie moeten er dan nog allerlei aanpassingen aan de route worden gedaan, zodat in 2030 de rechtstreekse verbinding Amsterdam – Groningen – Bremen geregeld kan worden. Zonder over te stappen dus. Aldus de Duitse overheid.

U snapt het al: dit zijn de plannen. Bij grote bouwwerken loopt echter elke planning overal in het Westen altijd heel veel vertraging op en gaat uiteindelijk ook veel meer kosten. Zelfs voor het fietstunneltje onder de spoorbaan in Haren was tweemaal zoveel tijd nodig als gepland: van negen maanden naar achttien maanden, voordat het klaar was. De officiële planning rept van ‘eind 2024’ maar de reclame op de bus meldt: vanaf 2024. Ik durf er wat onder te verwedden, dat ‘eind 2024’ niet gehaald zal worden. Daarvoor is inderdaad een wonder nodig. Maar er zijn ook nog enkele wonderen nodig om te voorkomen dat allerlei mensen en groeperingen zullen gaan procederen. Dat gaat namelijk met absoute zekerheid wel gebeuren. In een zo lange tijd kan er werkelijk van alles gebeuren, van natuurverschijnselen, tot politieke gebeurtenissen, een economische crisis en wie weet oorlog of epidemie. Die laatste twee zaken hoeven niet eens in onze streken te zijn, maar ergens in Verweggistan.

Vrijdag 24 januari 2020.

Gisteren kwam dan, zoals bij heel veel mensen, de zilvervloot weer binnen. U snapt dat ik weer helemaal van slag was: ik kon weer boodschappen doen. Vandaar dat ik ook niet meer toekwam aan een bijdrage voor deze rubriek. Excuus daarvoor.

Toch heb ik ook nog wat zakelijke dingen afgedaan. O.a. een concept-advies voor het huurdersplatform gemaakt. Dat zijn bijna altijd vrij complexe zaken. Pas als je met een precieze tekst bezig bent en je eerst nog eens overleest wat er in de adviesaanvraag staat, kom je soms tot de conclusie dat het er anders staat dan je in de vergadering nog gedacht hebt. En dat je dus soms een andere tekst moet maken, dan oorspronkelijk afgesproken. Dat vraagt natuurlijk extra uitleg, waarom je van de afspraak bent afgeweken. Dat gaat altijd goed. Tot nu toe dan.

Ik moet nu ook weer dringend eens naar Weener toe, voor mijn Duitse boodschappen. In Duitsland hebben ze meer koffiekeus, mooiere keukenrollen, beter blikvoedsel en veel goedkopere wijn (en andere drank) en cosmetica dan in Nederland. Waar bij cosmetica-artikelen in Nederland zo vaak “tweede gratis” in de reclame wordt genoemd, blijkt dat precies hetzelfde potje of tubetje in Duitsland minder dan de helft kost dan de Nederlandse prijs. Met de treinreis mee, kom ik vrijwel op precies dezelfde eindprijs, maar ik heb betere spullen en tegelijk een beter gevoel. En ik zie er even mooi uit als met de Nederlandse spullen.

Woensdag 22 januari 2020.

De afgelopen dag besteed aan diverse sociale contacten: een voormalige medewerkster nam na een jaar of twintig contact op. Altijd leuk zulke verrassingen. Bij diverse buren bezoekjes afgelegd. Dit is niet mijn sterkste kant: ik doe het dus te weinig. Maar af en toe zet ik me er toch weer toe. Het is belangrijk. En dinsdag was het dus weer eens zo ver.

Verder moest ik voor de tweede keer een ‘motivatiebrief’ inleveren voor een taak bij mijn pensioenfonds. Dat had ik eind november al gedaan, maar dat was blijkbaar daarna daar zoekgeraakt.

Het deed me er weer eens aan herinneren, dat ik altijd veel geluk heb gehad met de mensen om me heen. Vooral in mijn KPN-tijd van 1989 – 1994 was het een sport van me, en dat wist ook iedereen, om medewerkers/collega’s op foutjes te betrappen. Dat moest ik ook wel willen, want ik had een forse imago-doelstelling. Een fout naar een buitenstaander toe word je aangerekend en gaat dus ten koste van het imago. Ik had een computer met software waar alle zakelijke handelingen van alle circa 25 medewerkers werden geregistreerd, waar ik wel alles kon zien en volgen, maar ik niet bevoegd was om iets te veranderen. Dat wilde ik natuurlijk ook niet, want dan was er een levensgroot risico geweest, dat ik dan zelf de administratieve fouten ging maken. Dan kwam ik op diverse momenten enthousiast bij een medewerker naar binnen lopen, dat ik dan nu toch echt een fout had ontdekt. Er staat me bij dat een persoon met dezelfde voorletters en achternaam en geboortedatum voor een tweede keer geregistreerd was. Dat kon dus niet. Na onderzoek bleek het om een tweeling te gaan, die van hun ouders precies dezelfde voorletters, maar wel verschillende namen hadden gekregen. Ze hadden allebei gesolliciteerd. Geen fout dus. Een andere keer had een kandidaat een psychologisch onderzoek gehad, terwijl er nog geen kennismakingsgesprek was geregistreerd. Je laat toch een persoon niet testen als je hem nog helemaal niet kent? Eindelijk een fout dus, dacht ik. Na onderzoek bleek dat de kandidaat een goede bekende was van de recruiter/selecteur. Hij kende hem zo goed dat hij deze volgorde wilde, omdat het kennismakingsgesprek slechts een formaliteit zou zijn en de kandidaat meteen na de test op reis naar het buitenland ging. Het officiële kennismakingsgesprek kwam dan later wel, als hij weer terug in Nederland was. Geen fout dus en ik heb zelfs de betrokken selecteur en de anderen aangemoedigd om, net als bij deze kandidaat, vooral praktische problemen praktisch op te blijven lossen. Deze werkwijze was juist bevorderlijk voor het imago: het kon allemaal als de einduitkomst maar goed was. Ik heb in al die jaren niemand ooit op een foutje kunnen betrappen. En ik heb er echt wel mijn best voor gedaan ze te vinden.

Dinsdag 21 januari 2020.

Voor het eerst heb ik gisteravond de ‘bottenbouillon’ gegeten, zoals De Woeste Grond dit product noemt. Dat is uitsluitend gekookte runderbotten met wat zout. Daar heb ik dan zelf wat soepgroenten bijgedaan en ook wat soepvlees. En ik moet het zeggen: prima. Dat spaart je urenlang trekken van schenkel met mergpijpjes. Het enige ‘probleem’ is nu: hoe kom ik nu aan gaar soepvlees? Want als je dat eerst moet gaar krijgen ben je alsnog twee uur bezig. Nu hebben ze bij de Jumbo ook pakjes met gaar draadjesvlees en dat is volgens mij heel geschikt. Je kunt natuurlijk ook kleine gehaktballetjes nemen. Zelf maken of kant en klaar kopen. Die zijn ook heel snel gaar.

Ik heb er dan zelf twee harde luxe (maar verder kale) broodjes bijgenomen, om nog wat vulling te krijgen. Zo heb je een simpele, lekkere maaltijd die snel klaar is en waar je vast niet van zult aankomen.

Verder valt me in deze dagen zo op dat, als ik alles wat ik moest doen ook gedaan heb en heb weggewerkt, ik letterlijk de volgende dag tegen weer nieuwe taken aanloop. Ook vandaag is dat het geval, terwijl ik gisteravond nog dacht dat ik alles gedaan had wat moest gebeuren. Ik doe het natuurlijk gewoon mezelf aan, maar het is wel opvallend.

Maandag 20 januari 2020.

Het spijt me voor de mensen die het niet interesseert, maar ik raak steeds meer geboeid door wat er nu gebeurde na het vertrek van de Romeinen, plm 270 na Chr. Wat me dan vooral bezig houdt is dat geen twee historici hetzelfde vinden en vertellen van dezelfde gebeurtenissen. Ze plaatsen ze in de tijd tot wel honderden jaren uit elkaar en/of honderden kilometers van elkaar af, meestal zonder te verklaren waar ze hun wijsheid vandaan hebben gehaald. Blijkbaar zijn er uit die periode (270 – plm 600) geen bronnen, ook niet bij de Romeinen, die toch veel hebben geschreven.

Zo was er gisteren, op Discovery Science meen ik, een documentaire over Trier in de romeinse tijd. Trier werd wel de tweede hoofdstad van het Romeinse rijk genoemd, na Rome uiteraard. Er is – nog altijd – veel bewaard gebleven uit die tijd. Onderzoekers hebben in en om Trier duizenden graven uit die tijd gevonden en als eerste hun ouderdom bepaald. Er is nog een berg met deze botten te doen: tientallen grote kisten staan in pakhuizen om nog verder onderzocht te worden. De opmerkelijkste bevinding was wel dat er vrijwel geen skeletten gevonden zijn, in de periode tussen plm 400 en plm 600. Ze zijn, op dezelfde begraafplaats, ofwel van vóór 400 of van na 600. (Jaartallen bij benadering uiteraard). Tussen 400 en 600 kwamen ze wel voor, maar in heel kleine aantallen vergeleken met wat er voor en na die tijd gebeurde. Blijkbaar raakte Trier na het vertrek van de Romeinen bijna helemaal ontvolkt, terwijl Trier weer en zelfs snel een steeds grotere bevolking kreeg vanaf ongeveer 600. Dat is dus hetzelfde wat er in ons land gebeurde: ‘steden’ bij ons, o.a. Katwijk, Leiden, Woerden, Utrecht naar Nijmegen, langs de Oude Rijn, raakten geheel ontvolkt na het vertrek van de Romeinen, bij ons vanaf het jaar 270 of daaromtrent, totdat ze vanaf ongeveer 600, onder Frankisch bestuur, weer geleidelijk opnieuw werden opgericht.

In de documentaire kwam ook voor dat Trier in het jaar 451 door de Hunnen onder Atilla werd geplunderd. Dat is blijkbaar wel gedocumenteerd, maar met de kennis van de begrafenissen van die tijd, weten we dan nu dat ze een vrijwel lege stad plunderden. Raadsels dus. Dan toch nog maar even Wikipedia geraadpleegd, waar het plunderen door Atilla de Hun in 451 werd bevestigd, maar een verrassende toevoeging was hier dat Trier in 475 (inderdaad precies in dat jaar en niet ‘ongeveer’) onder het bestuur kwam van het Frankische Rijk. Geen letter onderbouwing van dit standpunt, zoals gebruikelijk. Merkwaardig. Dan moet dat dus onder de toen heersende koning Childerik gebeurd zijn. Childerik ging dus een verlaten en vervolgens uitgeplunderde stad bezetten, maar dat leidde vervolgens niet tot een groei van de bevolking, want er kwamen niet meer begrafenissen.

Dan toch nog ook maar even Luit van der Tuuk in zijn boek “De Franken” geraadpleegd, die de enige historicus is die ik heb gevonden, die zijn stellingen over deze periode poogt te onderbouwen. De andere historici roepen maar wat over deze periode. En ze roepen allemaal iets anders. En in het kaartje van deze Van der Tuuk in zijn boek met het grondgebied dat Childerik bezet heeft, blijkt dat deze Frankische koning de Maas naar het oosten toe nooit heeft overschreden. Dus in Trier is hij nooit geweest, net zoals hij ook niet naar de verlaten steden langs de Oude Rijn is gegaan. Er was voor hem in beide gebieden gewoon niks te halen. Pas zijn opvolger Chlodovech (Frans: Clovis) heeft – volgens Van der Tuuk – ergens tussen 481 en 511 Trier weer bezet. Maar ook toen heeft het dus nog zo’n 100 jaar geduurd voordat er weer een bevolking van enige betekenis in Trier was. Nog meer raadsels dus.

Juist omdat er zoveel raadsels zijn, prikkelt dat me, om hierover meer te weten te komen, of logische verklaringen voor te vinden.

Zondag 19 januari 2020.

Dat was zaterdag weer eens een wat onrustiger dagje. Na een schoonmaakbeurt van mijn huis, had ik om 12.05 uur de trein richting Utrecht. Naar het Utrechts Archief. Om kwart over twee begonnen daar dan lezingen bij mijn Hollandse Genealogische Vereniging “Ons Voorgeslacht”, ter gelegenheid van de uitkomst van het 8e deel van de serie “Utrechtse parentelen.” Centraal figuur in dit deel is een zekere Eerst van Royen, begin 16e eeuw. Ik had al eerder gehoord dat het zou gaan om een zekere Van Royen, maar de zinnen die anderen uitspraken vatte ik op als het gewone woord ‘eerst’ (we bespreken Eerst van Royen….) en vroeg met dus steeds af wie er dan daarna nog bijkwam, als ‘eerst’ van Royen aan de orde kwam. Niemand en dat vond ik toch wat raar. Het bleek dus dat ‘Eerst’ de voornaam van die meneer Van Royen was. Zoals Ernst, bijvoorbeeld. Er volgden interessante betogen. Elke keer dat ik zo’n bijeenkomst bezoek steek ik er wat van op. Deze Utrechtse parentelen gaan over genealogisch onderzoek vóór 1650, genealogisch gezien dus over een tijd dat er nog geen geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters bestonden. En de onderzoeker dus andere bronnen moet raadplegen. Ik had een deel gereserveerd, dus ik kon het meteen meekrijgen. Het was druk, misschien wel honderd mensen of nog meer. Dat komt ongetwijfeld omdat het bestuur er altijd voor zorgt iets interessants te bieden te hebben en ook volledig bestaat uit echte liefhebbers. En goede organisatoren. Opvallend is dat een lezing bij hen ook echt begint op het vastgestelde tijdstip, bijvoorbeeld.

Na dit bezoek had ik afgesproken met vrienden voor een diner. En ook dat verliep in elk opzicht naar wens. Daarna weer naar huis, alwaar ik nog voor middernacht aankwam.

Opvallend was dat alle vervoer zaterdag stipt op tijd verliep. en ik had toch heel wat treinen en ander vervoer. Dat is met de trein overigens wel vaak het geval, maar ik waardeer het toch elke keer.

Zaterdag 18 januari 2020.

Nog een keer een vrij rustige dag. Mag ook wel. Ik vind het wel prettig om lange dagen met veel te doen af te wisselen met dagen waarop vrij weinig gebeurt. Ik verveel me daarbij nooit. Ik ben zelfs het afgelopen etmaal helemaal de deur niet uit geweest. Zover het oog reikt blijf ik de komende periode drukke met (zeer) rustige dagen afwisselen.

Vrijdag 17 januari 2020.

Opnieuw heb ik meerdere vuilniszakken met papier uit de werkkamer naar de container gebracht. Het is niet te zien. Die enorme papiertroep blijft zichzelf maar vermenigvuldigen en moet regelmatig gewied worden. Ik streef ernaar om opnieuw een kastje te verwijderen, want dat schept meer ruimte. Wellicht in plaats daarvan een tafeltje, groot genoeg om een foto van een boek te kunnen maken, als ik weer verder ga met volgende boeken op de website www.qatraze.nl te zetten.

Het raadsel wanneer nou in ons land iets van een bestuur of organisatie van de grond kwam, begint nu toch langzaamaan opgelost te raken.

Eerst kregen we Caesar plm 50 vChr. tot aan de Oude Rijn (Katwijk – Woerden – Utrecht – Nijmegen). Ten noorden van de Oude Rijn zijn de Romeinen, afgezien van verkenningstochten, niet permanent geweest. Vanaf plm 270 naChr. verlaten de Romeinen geleidelijk de Oude Rijngrens en trekken zich naar het zuiden terug. Na de val van het Romeinse Rijk (476) zou Chlodovech (Frans: Clovis) ‘onze streken hebben bestuurd,’ volgens mijn schoolgeschiedenisboek. Dat is niet waar zo weet ik nu. Chlodovechs (overleden 511) gebied liep van Parijs tot ongeveer de huidige taalgrens Frans/Nederlands in België. Van ‘België’ bezette hij dus nog niet de helft en van het huidige Nederland waarschijnlijk alleen Maastricht. Pas onder koning Dagobert I (629 – 639) werd het bestuur naar het noorden verlegd, tot ongeveer de huidige Belgisch/Nederlandse grens. Daarna rukten de Merovingen verder op tot wederom de Oude Rijn, waar hofmeier Pepijn van Herstal de Friese koning Radboud in de slag bij Dorestad versloeg (eind 7de eeuw). Het huidige Zeeland, Noord-Brabant en Limburg (m.u.v. Maastricht), bleven dus van 270 en eind 7de eeuw onbestuurd, net zoals het voor de komst van de Romeinen was. Er heerste kennelijk geen enkel bestuur of gezag. Ten noorden van de Oude Rijn kennen we vanaf ongeveer 600 enkele Friese koningen: Audulf (omstreeks 600), Aldgisl (ca 650 – ca. 680) en Radbod (ca. 680 – 719). Maar of en hoe ze aan elkaar verwant waren en over welk gebied ze precies hebben geregeerd, daar weet ik nog weinig van. Ze kwamen wel tot aan de Oude Rijn en zelfs daar nog voorbij en hebben dus contact gehad met en gestreden tegen de Franken. En wanneer de Merovingische Koningen (of wellicht pas de Karolingen) de Oude Rijn overstaken en de rest van wat nu Nederland is gingen bezetten is mij ook nog niet duidelijk.

Donderdag 16 januari 2020.

Dat was opnieuw een dagje in Twenthe. Auto gehuurd en voor mijn doen extra vroeg vertrokken. Ik realiseerde me pas dat het nog zo vroeg was, in plaats van een half uur voor de uiterste vertrektijd naar drie kwartier voor de laatst mogelijke vertrektijd. Ik ben toch maar vertrokken, want om eerst nog een kwartier terug naar huis te gaan, was ook zo wat.

Ik had dus achteraf bezien een voorspellende geest. Nog amper vertrokken meldde de routebegeleider van de auto dat hij een herberekening van de route maakte, in verband met verkeersproblemen onderweg. Welke problemen dat waren vertelde hij niet. En welke route ik nu zou krijgen meldt het systeem dan ook niet. Gewoon braaf de opdrachten van het systeem gaan volgen. We komen wel een keer aan op de bestemming. Kort daarna, maar toch pas ter hoogte van Beilen, meldde de verkeersinformatie op de radio dat er een file stond van Wierden tot Enschede. Dat is dan echt een joekel. Bij Hoogeveen werd ik dan richting Zwolle gestuurd in plaats van richting Twenthe. Maar kort voor Zwolle stond ik dan toch in een file, veroorzaakt door drie rode kruisen boven de weg. Blijkbaar was er een ongeval gebeurd en moest iedereen naar de uiterste linkerbaan, hoewel deze verkeershinder niet op de radio kwam. Dat gaf zeker een kwartier extra vertraging. Een paar honderd meter nadat alles één baan had, bleven de kruisen boven de rijweg uit en kon de hele rijweg weer worden gebruikt. Een ongeluk heb ik niet gezien. Geen enkele gestrande auto. Geen enkele hulpverlener. De file ontstond blijkbaar door een storing in het kruisensysteem.

Daarna stuurde het navigatiesysteem me naar Arnhem en van daar via Doetinchem naar Aalten, de bestemming. Dat was dus inderdaad een heel stuk om. Vrijwel precies op tijd kwam ik de gespreksruimte binnen. Ik had bij elkaar drie kwartier vertraging gehad.

Op de terugweg weer eens langs De Woeste Grond in Sellingen gegaan en heb er weer flink ingeslagen. Naar huis. De vriezer puilde aan alle kanten uit en ik kreeg maar amper alles dicht. Zeker een maand kom ik niks te kort. Vervolgens de auto weggebracht en terug naar de Chinees, vlakbij mijn huis. Tegen half acht was ik weer binnen.

Woensdag 15 januari 2020.

De to-do-list is nu wel heel erg geslonken, maar alles wijst er op dat er weer nieuwe taken zullen gaan bijkomen. Het geeft wel een hoop rust: dat niemand iets van me verwacht. Andersom verwacht ik nog wel enkele zaken die anderen hadden afgesproken te zullen doen. Daar kan ik dan weer eens achteraan gaan.

Dinsdag 14 januari 2020.

Gisteren heb ik weer een flink aantal documenten gemaakt en opgestuurd voor de diverse clubs waar ik voor werk. Als ik er dan eenmaal aan begin, nadat ik het eerst een tijdje heb uitgesteld, krijg ik ook meteen iets fanatieks over me: dan moet het ook af. En het kwam ook af. Op het laatste documentje na, dat ik wel heb afgewerkt, maar nog niet heb verzonden. Ik wil het eerst nog even na een nachtje slapen overlezen. Het wordt straks dus verstuurd. Gevolg was wel dat ik aan deze rubriek niet meer toekwam. Ook geen man overboord.

Dan heb ik nu dus geen enkel achterstallig onderhoud meer. Ofwel een lege agenda voor wat mij huiswerk betreft. Wel kreeg ik een document in handen met een stamreeks van Van Leeuwens die al midden dertiende eeuw begint. Tjonge. Zulke oude Van Leeuwens had ik nog niet eerder. Ik weet al heel lang dat ‘Van Leeuwen’ een stokoude familienaam moet zijn. De naam hebben we overgeërfd uit het oudgermaans en oudsaksisch dat ziet als ‘grafheuvel’ betekent. Je zou die naam nu niet meer zo verzinnen. Anders zou je ook Van Tijgers of Van Beren hebben. Er is natuurlijk ook nog het dorp (Boven- en Beneden)Leeuwen, met dezelfde oeroude betekenis. In mijn redenatie moet de (familie)naam Van Leeuwen zijn ontstaan toen er in onze streken nog oudgermaans of oudsaksisch werd gesproken. De oudst bekende schrijver die een tekst in het ‘Nederlands’ heeft achtergelaten was Hendrik van Veldeke (ca 1150 – na 1186). Hij was dus de ‘uitvinder’ van het Nederlands. Opvallend genoeg wordt hij ook in Duitsland gezien als de ‘uitvinder’ van het Duits. Hij schreef in beide talen. Het Nederlands zal zonder enige twijfel nog wel een stuk ouder zijn, alleen kennen we daarvan geen enkele overgebleven tekst. Hetzelfde geldt voor het Duits. In de Romeinse tijd en de tijd van de Merovingen (tot plm 750) was de volkstaal nog oudgermaans of oudsaksisch, wat noordelijker. Geschreven stukken waren allemaal nog in het Latijn. Ergens in of na de Karolingen-tijd, dus na 750 , is dan heel geleidelijk onze huidige volkstaal ontstaan. Maar toen moet de familienaam Van Leeuwen dus al in gebruik zijn geweest.

Zondag 12 januari 2020.

Eindelijk heb ik mijn sloffen weer terug. De schoenmaker ken ik niet als een breedsprakig man. Hij reageert en dan nog zo kort mogelijk, alleen als het echt niet anders kan. Prima natuurlijk. Zo lang hij zijn werk maar goed doet is daar niks mis mee. Bij het brengen van de sloffen maakte ik hem er attent op dat beide sloffen een verschillende grootte hebben. Het zijn immers maatsloffen. Ik zou het zonde vinden als hij voor de kleinste slof een stuk leer zou afsnijden en vervolgens voor de andere slof een stuk van dezelfde grootte zou nemen. Dat is dan leerverspilling, want dan past het stuk niet op de grootste slof en moet hij nog een stuk leer afsnijden. Hij reageerde er nauwelijks op, hetgeen ik ook had verwacht. Bij het afleveren gisteren, begon hij ineens te praten: “Ik heb meteen maar even beide sloffen even groot gemaakt.” Het duurde een aantal seconden voordat ik doorkreeg dat hij een grapje maakte. We moesten allebei even lachen. Zo zag ik ineens een geheel onverwachte kant van de man.

Mijn hulp ontdekte gisteren dat bij een van mijn planten heel kleine beestjes over de aarde liepen maar niet op de plant zaten. Het waren dus geen bladluizen. Kijk, dat bedoel ik nou. Het was mij pas gaan opvallen als die beestjes over mij boterham zouden lopen of over mijn warme maaltijd. Dat kon nog wel een hele tijd duren. Als het me al ooit zou opvallen. De grond moest volgens haar worden ververst. Ik heb dus maar meteen een flinke zak potgrond gekocht, bij tuincentrum Tubantia, hier vlakbij, benevens een potje Pokon, dat ook al op was. Ze heeft meteen de plant verpot. Gelukkig had ik nog een tuinschepje en een paar tuinhandschoenen, zodat ze ook goed gewapend aan de slag kon. Weer een probleem opgelost.

Zaterdag 11 januari 2020.

Donderdagavond hadden we dan weer de jaarlijkse nieuwjaarsborrel van de Bewonerscommissie. Het was niet zo druk als een jaar geleden, maar het was wel heel gezellig. Er werd heel wat afgelachen. Terwijl de meesten elkaar helemaal niet kenden. Een deelnemer die ik de volgende dag in de Jumbo aantrof schoot me direct aan met de melding: wat was het gezellig hè, gisteravond? Ik kon het alleen maar bevestigen en ook vaststellen dat ik blijkbaar niet de enige was die er zo over dacht. Degenen die wegbleven omdat ze er niets aan vonden hebben ongelijk gekregen.

Gisteren waren mijn sloffen, die ik naar de schoenmaker had gebracht om te verzolen en te verhakken, nog niet af en dat moet dan zaterdag het geval zijn. Ik heb ze al een jaar of tien als het niet langer is en het was de eerste keer dat dit moest gebeuren. Nu met mijn nieuwe vaste vloerbedekking verbeeld ik me dat dit ook minder slijtage aan de sloffen zal geven. Dus wie weet was dit dan de laatste keer? Of ik laat over een jaar of tien nog een paar nieuwe maken?

Donderdag 9 januari 2020.

Het was weer eens een uitslaapdag. Kwart voor tien deze keer. Het lijkt wel alsof ik steeds vaker uitslaap. Het is maar zo. Ik ga er zeker niet de wekker voor zetten.

Vandaag zitten we dus op het dieptepunt van de nootjesdeficiëntie: morgen is de notenboer er weer, na een afwezigheid van dan drie weken. Ik heb tussendoor nog wel een klein zakje uit de supermarkt geprobeerd, maar ik kreeg het niet eens leeg. Zeker de helft heb ik weggegooid. Ik kreeg het niet weg. Kan dat nou niet beter? Dus nu nog een etmaal afzien. Ik kan alvast gaan aftellen.

Ook het fietsgebeuren is voorlopig weer af, dus ik kan weer aan nieuwe taken beginnen. Die voel ik al weer aankomen.

Woensdag 8 januari 2020.

Gisteren had ik eens Boer’nvla (vanillevla) als toetje genomen, van het merk Zuivelhoeve, sinds 1981. Die hele presentatie moet de koper de indruk geven dat dit een ouderwetse degelijke vanillevla is, zonder allerlei moderne fratsen.

Nu heb ik gelukkig al jaren de gewoonte om bij het verorberen van een voor mij onbekend product eerst een pauze van twee uur in acht te nemen, zodat ik kan beoordelen dat als ik weer darmproblemen krijg, dat het van het laatste product moet zijn. Als ik binnen twee uur geen problemen heb, dan komen ze ook niet meer. Dat had ik dus gisteren ook gedaan. Na het avondeten eerst twee uur gewacht, voordat ik aan mijn Boer’nvanillevla begon. En warempel, een half uur na de eerste hap vla had ik weer darmproblemen. Dat moest dus aan de vla liggen. Dus begon ik de superkleine lettertjes van de ingrediënten te raadplegen. De lettertjes zijn niet alleen superklein, de verpakking is ook nog eens doorzichtig, dus met een aangebroken pak is lezen hiervan onbegonnen werk. Dus eerst moest de beker leeg en vervolgens afgewassen. En er stonden weer verrassend veel ingrediënten op. Geen enkel E-nummer is vermeld. Dat geeft uiteraard een betrouwbare indruk. De meeste ingrediënten kende ik wel, als voor mij doorgaans onschuldig. Maar eentje sprong er ineens uit als voor mij onbekend. En dat was: verdikkingsmiddel (carrageen). Toch maar eens in Wikipedia opzoeken wat dat nu is. Nu is Wikipedia op het terrein van voedseltoevoegingen aanzienlijk milder dan meer kritische media. Soms denk ik wel eens dat Wikipedia samenwerkt met de voedselmaffia. Maar je hebt in elk geval wat basisinformatie voor verder onderzoek. Dit zegt Wikipedia van carrageen:

Carrageen is een gecompliceerd mengsel van polysachariden.

Carrageen wordt toegepast in zeer veel voedingsmiddelen als verdikkingsmiddel en stabilisator. Carrageen moet als ingrediënt gedeclareerd worden met E-nummer 407 of 407a. Een bekende toepassing is bijvoorbeeld chocolademelk.

Gebruik van hoge concentraties carrageen kan leiden tot flatulentie.

Wetenschappers[1] hebben ernstige bezorgdheid geuit over de veiligheid van carrageen in voedsel, gebaseerd op laboratoriumstudies met dieren die gastro-intestinale ontsteking, ulceraties en op colitis lijkende ziekte vertonen bij dieren die carrageen van voedselkwaliteit in hun drinkwater of dieet kregen. Sommige artsen adviseren om de consumptie van voedingsmiddelen met carrageen te vermijden, vooral voor mensen met gastro-intestinale symptomen.

Wordt in Nederland vaak gebruikt in slagroom. Kan allergische reacties veroorzaken.

Nee maar, het is dus toch een E-nummer, maar dat staat niet op de verpakking. En de altijd zo milde Wikipedia als het om voedseltoevoegingen gaat, is zelfs uitgesproken kritisch over deze toevoeging. En je kunt vaststellen dat de reclamejongens en -meisjes er weer uitstekend in geslaagd zijn om een product als oerdegelijk en ouderwets neer te zetten, terwijl het dat bepaald niet is. Boer’nvla is de gebruikelijke gifmengerij. En zelfs de altijd kritische ik ben er in getrapt. Ik had al het algemene beleid om alle producten die ik van de reclame herken in de schappen te laten staan, wegens de waarschijnlijke of zekere sterke invloed van de chemische industrie c.q. de voedselmaffia. Daar is nu nog een merk aan toegevoegd: Zuivelhoeve (sinds 1981).

Dinsdag 7 januari 2020.

Het werk voor de beide huurdersclubs is nu weer af. Er komt zonder twijfel volgend werk achteraan. Nu moet ik nog één akkefietje oplossen en wel de kwestie driewielfiets. Daarvoor moet ik nog twee e-mails beantwoorden en een bezwaarschrift maken. Dat moet vandaag af kunnen zijn. Dan ga ik de komende dagen deze website verder reorganiseren. Eén van mijn goede voornemens is om in de Hoofdstukken grotere tijdvakken te gaan maken. Dat geeft dan minder Hoofdstukken. In de blog staan vaak mijn dagelijkse beslommeringen, die niet zo relevant zijn om voor de ‘eeuwigheid’ te bewaren. Dus veel kan later weer worden weggelaten en een jaarverslag of een verslag over meerdere jaren wordt dan natuurlijk een heel stuk korter, maar ook leesbaarder. Dan beperk ik me tot de hoofdzaken. Hoewel op het moment zelf je niet altijd herkent wat later zo belangrijk bleek te zijn. Het blijft dus toch een beetje schipperen en bovendien moet je de oefening steeds weer herhalen.

Nu ben ik toch alweer goed onderweg met het boek “De Franken” van Luit van der Tuuk. Het wordt me steeds duidelijker dat tussen het vertrek van de Romeinen, vanaf het jaar 270, tot aan de hervestiging van alle daarna verloren gegane steden, vanaf ongeveer 700 er hier helemaal niets gebeurde, dat de moeite van het vertellen waard is. De drie noordelijkste vestigingsplaatsen van de Merovingen waren Maastricht, Tongeren en Doornik. Noordelijker zijn de Merovingen honderden jaren lang niet gekomen. En zelfs deze ‘grensplaatsen’ ging het niet goed. Ook Tongeren kromp bijvoorbeeld in tot een flink dorp, maar hield zijn 4500 meter lange stadsmuur. In Doornik werd Childerik, de vader van Chlodovech begraven, dus dat zal wel stevig in Merovingische handen zijn geweest. Van Maastricht ben ik minder zeker. Dat bleef wel bestaan, dat staat wel vast, maar de eerste Merovingische koning zette er ook pas in 597 zijn voeten in. Het blijft me maar boeien, onze geschiedenis.

Maandag 6 januari 2019.

Dat was hem dan, toen ik er al aan was begonnen:

En ook de smaak was prima. Gisteren heb ik dan eindelijk mijn huiswerk voor de Bewonerscommissie afgemaakt. Vandaag moet dan het huiswerk voor het Platformbestuur af. Zodat ik morgen kan beginnen aan wat voor mij persoonlijk is blijven liggen.

Mijn vaste telefoon is naar de Challemiezen. Straks even een nieuw setje kopen. Waar de Challemiezen precies liggen is mij niet bekend. Ik kon het ook zo snel niet op Google vinden. De uitdrukking komt wel veelvuldig voor, daarom heb ik spelling ook juist, maar waar het ligt…. Geen idee.

Zondag 5 januari 2020.

Het werd me gisteren pas duidelijk dat generaal Salami al de chef was van de overleden Soleimani. Salami is de commandant van de Islamitische Revolutionaire Garde (plm 150.000 man sterk) waarvan de Quds (= Jeruzalem) force (plm. 5.000 man sterk) een onderdeel is. Die Qudsforce is verantwoordelijk voor het ondersteunen van buitenlandse groepen, zoals Hezbollah in Libanon, Hamas en Islamitische Jihad in Gaza, de Houthi’s in Jemen, vriend Assad in Syrië en ongetwijfeld nog meer van dit soort sympathieke clubs. Er is dus maar nauwelijks een promotiekans voor Salami, of het moet ‘president’ zijn.

Vandaag ga ik eens een appeltaart maken. Ik heb van oudjaar nog enkele goudreinetten over en die krijgen zo nog een goed doel als bestemming. Ik ben dol op goede doelen, zoals bekend. Zo heb ik daaraan straks opnieuw een steentje bijgedragen.

Zaterdag 4 januari 2020.

De opvolger van de gedode generaal Soleimani werd dus niet generaal Salami, zoals ik gisteren voorspelde. Jammer. Hij krijgt vast nog wel een keer een kans.

Gisteren ging ik voor alle zekerheid nog maar even kijken of mijn favoriete notenboer weer terug is van vakantie. Die is er alleen maar op vrijdagmiddag, maar gisteren dus niet. En vorige week vrijdag was hij er ook al niet. Hoe moet dat nu verder? Ik ga onherroepelijk leiden aan een ernstige vorm van notendeficiëntie met allerlei serieuze bijwerkingen. Het enige dat ik kan doen is beginnen met aftellen tot komende vrijdag. Een andere optie is er niet. Nootjes bij een supermarkt kopen is geen alternatief. Als je dat doet en je proeft maar één nootje, dan is het net alsof je een mep in je gezicht krijgt. En vervolgens werp je de overige nootjes vol walging in de prullenmand.

Gisteren heb ik ook voor het eerst – je moet toch wát – een verse pizza bij de Jumbo genomen. Die liggen daar in de koeling en dus niet in de vriezer. Ze zijn ook een stuk duurder. De gewone bevroren pizza’s kosten 3 tot 4 euro, maar deze kost meteen € 5,55. Een merkwaardig bedrag, waar Karel V trots op geweest zou zijn. Die hield ook zo van vijven. Hij regeerde hier van 1515 tot 1555. Tot 25-10-1555 om precies te zijn. Deze pizza hoeft ook maar zeven minuten bij 240 graden. En na precies zeven minuten was hij ook helemaal perfect. Het had zeker geen minuut langer of korter mogen duren. En hij smaakte ook verrukkelijk. Met een dunne en toch harde bodem, goed belegd ook, waar je makkelijk punten uit sneed die je ook gemakkelijk kon oppakken en opeten, zonder dat de helft weer terug op je bord viel. Ik ben niet zo’n pizzaman, maar dit zal ik nog wel eens een keer nemen.

Vrijdag 3 januari 2020.

Vanmorgen was prominent in het nieuws het overlijden van de Iraanse generaal Soleimani, baas van de gevreesde Iraanse Quds strijdkrachten, door een Amerikaanse raketaanval. De olieprijzen schieten omhoog en de beurzen gaan naar beneden. Merkwaardig, deze opwinding en ook nog eens wereldwijd. De Amerikanen hebben al vanaf hun ontstaan de leiders van hun tegenstanders gedood. Bij de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd tegen de Britten (1775 – 1783) maakten ze er al een gewoonte van om vooral Britse officieren, en hoe hoger hoe beter, te vermoorden. Daar is zelfs nog een film over gemaakt: The Patriot met o.a. Mel Gibson. Er komt gewoon een opvolger en mijn tip is generaal Salami. U weet wel, van de worsten, waarover ik het in deze rubriek wel vaker heb gehad. Andere naties hebben ook zoveel mogelijk van hun vooraanstaande tegenstanders gedood. Taheri heeft daar onlangs nog een mooie analyse aan gewijd. Vrijwel alle potentaten in de geschiedenis kwamen vrijwel nooit uit hun centrale kwartieren, uit vrees vermoord te worden. Ze waren baas over hooguit enkele vierkante kilometers. Er is dus niets nieuws onder de zon. En wie gaat reizen, zoals Soleimani deed, loopt risico. Dat is maar weer eens gebleken. Daarom blijf ik voorlopig maar even thuis.

Donderdag 2 januari 2020.

Mijn websites, waarvan deze veruit de belangrijkste is, werden in 2019 5305 keer bezocht, tegen 6172 keer in 2018. Dat is dus best een flinke vermindering, van meer dan 10 procent. De eerste twee kwartalen lieten nog een groei zien ten opzichte van 2018, maar in het derde kwartaal van 2019 liepen de aantallen bezoekers duidelijk terug, terwijl de bezoekersaantallen in het vierde kwartaal weer toenamen. Oorzaak van dit alles: geen flauw idee.

Verder heb ik intussen het boek ‘De Bourgondiërs’ nu uit. Dit boek gaf me zoveel stof tot nadenken, met name over wat er nu gebeurde tussen het vertrek van de Romeinen uit ‘Nederland’, vanaf circa 270 nChr., en de vestiging van de Merovingen in ‘onze streken’, dat ik besloot nog maar eens het boek ‘De Franken’ te gaan lezen. Volgens De Franken heeft koning Chlodovech (Frans: Clovis) zijn rijk enorm uitgebreid naar het oosten, zuiden en westen, maar kwam hij geen stap naar het noorden en bleef zijn bereik daar beperkt tot de lijn Maastricht, Tongeren, Doornik. Pas zeker honderd jaar na Chlodovech gingen zijn opvolgers heel langzaam noordwaarts. Alle steden langs de Oude Rijn van Katwijk tot Nijmegen verdwenen weer na het vertrek van de Romeinen en werden, met uitzondering van Maastricht dus, dat onafgebroken bleef bestaan, pas vanaf de achtste eeuw weer opnieuw opgericht. Wat gebeurde er dan tussen plm 270 en plm 700 nChr. in wat nu Nederland en België (boven de lijn Maastricht, Tongeren, Doornik) is? Liepen mensen daar opnieuw in berenvellen en met knuppels rond, zoals Caesar ze in 50 vChr had aangetroffen? De grote veroveraar Chlodovech, die zijn rijk zeker vervijfvoudigde, naar alle windstreken behalve het noorden, had geen enkele belangstelling voor ‘onze streken.’

Woensdag 1 januari 2020.

Allereerst wens ik alle lezers een gelukkig en voorspoedig, maar vooral gezond 2020 toe.

Kon ik vorig jaar op 31 december bij de Ekoplaza alhier nog oranjesnippers kopen, nadat de supermarkten met de verkoop al jaren geleden gestopt waren, dit jaar waren er alleen nog zakjes waarbij de bedrukking aangaf dat het om toch net zoiets moest gaan: sinaasappelschillen. De neringdoende legde uit dat gekonfijte sinaasappelschillen niet meer worden geleverd, en dat dit evengoed sinaasappelschillen waren, maar dan niet gekonfijt maar doordrenkt met sinaasappelolie. De zakjes waren nogal klein, dus ik nam er maar twee. Toen ik zo’n zakje bij het bereiden van het oliebollenbeslag openmaakte, bleek het om een oranje poeder te gaan. Dus nadat de sinaasappelschillen waren doordrenkt met sinaasappelolie, werden ze vervolgens gedroogd en tenslotte gemalen. Die laatste twee handelingen had de neringdoende niet verteld.

Ik had natuurlijk geen flauw idee hoe sterk dit poeder zou zijn, dus ik heb volstaan met één zakje. De oliebollen lukten weer prima. En inderdaad, als je goed proefde, proefde je ook sinaasappel. Vrij goed zoals het ook moest. Maar waarom deze traditie nou kapot moest weet ik nog steeds niet. Als ik weer eens naar Duitsland ga, ga ik daar toch ook eens op zoek naar oranjesnippers, die daar ongetwijfeld heel anders zullen heten. Maar met een goed signalement herken ik ze vast wel. In grote winkels in Nederland is het dus niet meer te koop, maar ik zag dat bij diverse webshops van bakkers en molens het nog wel te koop is.

Enfin, de haring-met-bietjesslade, de bollen en de flappen gelukten verder wel prima. Maar dat mag ook wel na pakweg 55 jaar ervaring hiermee. Het was wel even rekenen. Mijn eerste oliebollen bakte ik begin januari 1965 voor de nieuwjaarsbijeenkomst van de padvinders van de Wegelaergroep. En het waren er ook meteen enkele honderden, naast de traditionele boerenkoolmaaltijd (40 liter?), die ik uiteraard ook bereidde. Sindsdien is er geen jaar voorbij gegaan zonder het bakken van oliebollen, waarbij dat geleidelijk verschoof van begin januari naar 31 december. De appelflappen kwamen er pas later bij, maar toch ook nog wel vanaf eind zestiger jaren. De haring-met-bietjessalade is van veel latere datum. Pakweg midden negentiger jaren.

Dinsdag 31 december 2019.

Alles is weer in huis voor de traditionele jaarwisselingsceremoniën. Dat is bij mij dan de traditionele bieten-met-haringsalade, oliebollen en appelflappen. Wat bij anderen ook nog traditie is, zoals vuurwerk en champagne of andere bubbels, daar doe ik niet aan mee. Van de 74 jaarwisselingen die ik na vandaag heb meegemaakt heb ik maximaal vijf keer op klokslag twaalf getoast met iets bubbelachtigs, maar dat kwam omdat ik dan bij anderen was en ik meehuilde met de wolven in het bos. Vuurwerk heb ik zelfs helemaal nooit afgestoken. Zelfs geen enkel rotje. Het zwaarste vuurwerk dat ik ooit heb aangestoken waren sterretjes en die vond ik al knap gevaarlijk. In mijn jongere jaren ging ik nog wel rond de klok van twaalf nog even naar buiten, maar ook dat zit er al jaren niet meer in: te link. Ook bij het langslopen van al dat knal- en sierwerk kun je al een rondslingerend stuk vuurwerk in je oog of elders krijgen. Mij niet gezien. Vorig jaar ben ik nog wel even buiten geweest, meegetroond door enkele buren, en dat is hier knap risicoloos. De dichtstbijzijnde knalplaats is gauw honderd meter van je vandaan. Dat durf ik dan wel.

Tenslotte wens ik alle lezers een veilige en gezellige jaarwisseling en een goede start van 2020.

Maandag 30 december 2019.

Dat was weer eens een relatief druk weekend. Eerst op vrijdagavond naar broer Jan om even twee bouillonnetjes af te leveren, afkomstig van de meukvrije slager uit Sellingen. Dan ben ik toch meer dan vier uur onderweg in de trein en dan komen ze nog altijd stijf bevroren aan. Daarna samen naar andere broer Arie in Leiden. En vervolgens gedrieën naar de Chinees voor ons verlate kerstdiner. Dat was weer een tijdje terug dat we als drie broers weer eens samen waren.

Daarna terug naar Maassluis voor de overnachting. De eerste verrassing was dat kennelijk, na de jarenlang vertraagde ingebruikname van de Hoekse Lijn (Rotterdam – Hoek van Holland), vrijwel alle overige openbaar vervoer te Maassluis is weggevallen. Tijdens de vertragingsperiode was er juist een forse overmaat aan bussen en buslijnen naar alle windstreken. De gemeente Rotterdam heeft achteraf bezien alles uit de kast gehaald om de ergernis van de vertraging te overcompenseren. Nu de Hoekse Lijn gerealiseerd is, zijn al die lijnen weer opgeheven, inclusief de lijnen die er sinds jaar en dag waren, zoals naar Naaldwijk en naar Delft. Althans dat was zondag 29 december het geval, waarin ook nog eens een schoolvakantie samenviel met een zondag, op beide waarvan er veel minder openbaar vervoer is. Het enige openbare vervoer waarvan ik op loopafstand gebruik kon maken was de nieuwe metrolijn. Daarmee dus twee haltes gegaan tot Maassluis-Centrum, alwaar de enige overgebleven bus van Maassluis vertrok, naar Delft in dit geval.

In Delft aangekomen heb ik eerst de tram genomen, lijn 12 meen ik, naar station Ypenburg. Aldaar gaan lopen naar station Voorburg, waar ik een bescheiden lunch heb genoten.

Onderweg daar naartoe komt je over een fietspad, het Guldenpad. Dat had natuurlijk al lang het Europad moeten zijn, maar de gemeente Den Haag loopt nog wat achter. Dat is bekend. Op dit fietspad is er een bruggetje, waarop je met je fiets maximaal 18 ton mag wegen. Je kunt maar gewaarschuwd zijn. Voor je het weet zak je met fiets en al door dat bruggetje heen. De bewijzen:

Vanaf Voorburg de trein naar Amersfoort genomen, waar ik werd opgehaald door achterneef Piet. Daar de rest van de dag doorgebracht en weer naar huis gegaan. Om kwart voor twaalf was ik weer terug op het honk. Ik viel als een blok in slaap en werd pas om half tien weer spontaan wakker. Ik had het nodig, blijkbaar.

Zaterdag 28 december 2019.

Het vroor vanmorgen. Dat hebben we al lang niet meer meegemaakt. Maar opnieuw is er, zover het oog reikt, tot zeker 10 januari 2020, geen enkele winter van enige betekenis in zicht.

Intussen heb ik op de NS-site een document ontdekt met geplande werkzaamheden tot en met juni. En daar kom ik ook twee periodes in tegen, dat er geen treinen rijden tussen Groningen en Assen, respectievelijk Groningen en Hoogeveen. Handig om maar vast rekening mee te houden, voor het geval ik reisplannen maak. De eerste periode is het weekend van 25 en 26 januari en de tweede periode is de hele pinksterweek, de eerste week van juni. Ik weet natuurlijk wel dat dit geen definitieve plannen zijn, en bovendien is juni me op dit moment nog te ver weg, maar je weet maar nooit. Ik noteer ze maar vast in mijn agenda, dan kan ik er rekening mee houden.

Vrijdag 27 december 2019.

Kerstmis 2019 zijn we dus ook weer zonder schade doorgekomen. Zelfs aan het maken van de to-do-list ben ik niet toegekomen. Ik heb niet het idee dat ik daardoor mensen te kort doe of zo.

Verder heb ik me nog verbaasd over de Goliath V. een Duits militair wapen, een rijdende mijn, die op afstand werd bediend en tot ontploffing werd gebracht.

Hij

Hij haalde op de weg 10 km/h en reed dan 1,5 kilometer. Het oorspronkelijke ontwerp was overigens Frans. Na de bezetting in 1940 werd het prototype door Duitsers uit de Seine bij Parijs gevist. Hij werd gemaakt door Zündapp, die na de oorlog grasmaaimachines ging maken. Mogelijk met het ontwerp van de Goliath V als basis.

Donderdag 26 december 2019.

Dat was opnieuw een rustig etmaal. Het enige dat ik vandaag nog ga doen, is – in de loop van de dag – een lijstje maken van alle zaken die ik vanaf morgen nog moet en ga doen. En het is natuurlijk een prima dag voor een wandelingetje.

Woensdag 25 december 2019, Eerste Kerstdag.

Dat hebben we dus ook weer gehaald: mijn 74e Kerstmis. Volgend jaar maken we er dus een extra groot feest van. Bij leven en welzijn uiteraard. Ik neem me al een hele week voor, als het niet langer is, om beide kerstdagen rustig door te brengen en te volstaan met te doen wat ik heb afgesproken. Maar ook niets meer. En zeker niet te werken. Alle papieren blijven deze dagen rusten. Die hebben dat ook verdiend en ik gun het ze ook. Maar dan valt er ook weinig over te vertellen.

Dinsdag 24 december 2019.

Maandag kreeg ik dan een enveloppe met iets hards erin. Er stond geen afzender op de enveloppe. Ik maak de envelop open en er bleek een houten hartje in te zitten, bedekt met iets bontachtigs. En met een snoertje met een kraaltje er aan. Ook in de envelop verder geen tekst of afzender.

Op het poststempel is alleen een W vrij duidelijk zichtbaar. Er zijn tegenwoordig zes sorteercentra bij PostNL: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Nieuwegein, Den Bosch en Zwolle. Hij moet dus in Zwolle gestempeld zijn. En dus afkomstig zijn uit de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en delen van Flevoland en Gelderland. Het handschrift komt me vaag bekend voor, maar vergelijkingen die ik nog wel kon maken met mij bekende handschriften leverden geen match op. Ra, ra van wie kreeg ik dit?

Het is me eerder overkomen. Het moet in 1963 of daaromtrent geweest zijn. Ik zat op school op het Grotiuslyceum en ik woonde aan de Wieringsestraat in Duindorp. Ik kreeg thuis een klein felicitatiekaartje voor mijn verjaardag, maar ook zonder afzender. Toen mijn tante Tonia dit vernam nam ze me mee naar een helderziende op het Zieken in Den Haag. Het is de enige keer in mijn leven geweest dat ik naar een helderziende ben geweest. In een zaaltje stonden stoelen voor plm 25 mensen. Aan de kant stond een tafel waarop iedere bezoeker een voorwerp legde: een foto, een sleutel, een sierraad of een brief. En dus ook mijn kaartje. De artiest kwam als laatste het zaaltje binnen en hij kon onmogelijk weten welk voorwerp van wie in de zaal was. Eén voor één pakte hij een voorwerp op en begon erover te vertellen. Maar als hij over dat specifieke voorwerp begon meldde zich wel een persoon in de zaal. Toen hij mijn kaartje pakte zei hij als eerste dat het kaartje in veel handen was geweest en dat maakte het lastiger om het kaartje te duiden. Niettemin begon hij te vertellen dat hij een school zag met aan de ene kant van de gangen de klaslokalen en aan de andere kant van de gangen glas. In de gangen stonden dikke palen. Het klopte precies met het Grotiuslyceum. Achter zo’n paal, aldus de pratende kunstenaar, zag hij twee meisjes staan te giechelen. Aha. Het kaartje kon dus wel eens afkomstig zijn van twee meisjes. Vervolgens kreeg hij een ander ‘visioen’. Hij keek nu vanuit een huis naar buiten en zag duinen, met een pad de duinen in, richting zee. Bij dat pad stonden langs de hekken vele fietsen. Frappant. Hij beschreef perfect waar ik woonde en wat ik zag als ik naar buiten keek: de Wieringsestraat in Duindorp. Ik kom er nog wel eens met de Duinenmars en de situatie is nog steeds precies zo. Hij vroeg me wel in het vervolg mijn voorwerp niet iedereen in handen te geven. Dat vertroebelt het beeld. Meer wist hij daardoor niet te vertellen. Al vond ik het heel goed zoals hij zowel mijn school als mijn huis beschreef. Ik heb nooit geweten wie de persoon (of die twee meisjes?) waren van wie ik dit kaartje heb gekregen.

En nu gebeurt het me dus voor de tweede keer. Ik heb een buurvrouw van wie ik weet dat ze graag knutselt en ik zie haar er wel voor aan om mij en anderen zo’n kaartje te sturen. Deze ‘oplossing’ heeft twee bezwaren. Het handschrift is 100% zeker niet van haar. En bovendien woont ze vlakbij en waarom zou ze dan een nieuwjaarsgroet per post verzenden? Ik heb het haar dus rechtstreeks gevraagd. En ze zei meteen dat het van haar kon zijn, maar dat ze het niet zeker wist. Ze is wel eens wat vergeetachtig, heb ik van horen zeggen, maar in gesprekjes met mij heb ik dat nooit gemerkt. Dat zou dan nu voor het eerst zijn. Dus ze kan de afzender zijn, maar ik denk toch al met al, dat de kans groter is dat ze het niet is.

Vandaar dat ik dit bericht toch ook maar even op Facebook zet.

Maandag 23 december 2019.

Gisteren was er dus weer eens een ouderwets gezellige veldrit op de TV. Te Namen in België. Eerst de elitedames en daarna de eliteheren. Het was een ongelooflijk modderig parcours, zodat na enige tijd alle deelnemers er niet meer uitzagen. Er was een trap naar beneden opgenomen, waarover de organisatie een lading klei-achtig zand had uitgestort, omdat er een meer vlakke helling naar beneden ontstond. Doordat het regende spoelde geleidelijk het zand naar beneden, met als gevolg, vooral bij de heren dan, die later reden, het steeds lastiger werd om deze trap te ‘nemen’. Bij elke nieuwe ronde was de toestand veranderd en ook verslechterd. Er ontstonden ook steeds meer plassen, zodat ook steeds minder duidelijk was wat de beste route door hem onder was. De dames vielen bij bosjes. Er waren er maar weinigen die de hele rit overeind bleven. Als ik me niet vergis was daar ook winnares, de Belgische Sanne Cant bij. De heren vielen ook af en toe, maar duidelijk minder dan de dames hadden gedaan. Bij de heren won de vrijwel steeds ongenaakbare Nederlander Matthieu van der Poel, die ook de hele tocht overeind was gebleven. Wat me ook opviel was dat zowel de dames als de heren zo vrolijk aan de finish kwamen, hoewel je toen niet meer kon zien wie wie was. Ze vonden het blijkbaar wel leuk zo’n modderrit. Ieder zijn meug natuurlijk. Ik blijf dan liever binnen.

Zondag 22 december 2019.

En toen was ik weer eens even een nachtje weg. Naar Het Oude Jachthuis in Eursinge, samen met zoon en schoondochter. Goed eten, maar niet uitzonderlijk goed en heerlijk slapen. Het was erg gezellig.

Daarvóór was ik op eigen gelegenheid nog even in Leer, Duitsland. Ik kwam tot de conclusie, na het bezoeken van vijf banketbakkerijen en twee grote supermarkten, dat de Christstoll (onze voormalige Kerststol) in Duitsland wel bestaat, maar toch wel behoorlijk schaars is. In zeggen en schrijven één winkel kon ik hem vinden. Heb hem uiteraard meteen gekocht. Er is ook geen Feststoll of zoiets voor in de plaats gekomen. Die heb ik in elk geval nergens gezien.

Tweede vaststelling is dat Duitsers geen kerstkransjes kennen, ook niet onder een andere benaming. Die hebben dus niet de problemen die wij hebben. Het afschaffen van de Christstoll zal vermoedelijk daar niet veel mensen echt pijn doen.

In Nederland teruggekomen trof ik wel bij Albert Heijn een kerstkrans-ijstaart aan. Ook met een doorsnee van meer dan 20 centimeter. En tenslotte ontdekte ik bij de Jumbo een Kerststaaf en kerstboompjes (gebak) aan. Ik kwam tot de conclusie dat er bij zowel Jumbo al bij Albert Heijn intern verzet is tegen het afschaffen van het begrip kerst-. Er is dus bij beide firma’s een oekaze uitgegaan dat kerstkransjes en kerststollen worden afgeschaft, om onze islamitische medeburgers niet voor het hoofd te stoten. Maar van andere etenswaren is dat niet gezegd, dus zijn er bij beide winkels nu artikelen voorzien van het voorvoegsel kerst- die dat nooit eerder hadden. Zo hadden wij tot voor kort de kerstkrans (groot gebak), naast de banketstaaf. Dat is dus nu de feestkrans en de kerststaaf geworden. Kerstboompjes (klein gebak) hadden we nooit en die zijn er nu ineens wel, evenmin als de kerstkrans-ijstaart en die is er nu dus ook ineens wel. Iemand mag me eens gaan uitleggen waarvoor dit alles nu nodig was en is.

Vrijdag 20 december 2019.

We gaan weer een iets onrustiger tijd in, met diverse afspraakjes en bezoekjes, alsmede een bezoekje aan Duitsland. Ik vind de kerstversiering in Duitse steden vaak een stuk mooier dan in Nederlandse steden. Gemiddeld dan, want er zijn aan beide zijden van de grens vast wel uitzonderingen op deze regel. Nu kom ik wel vaker in kleine plaatsjes vlak over de grens, zoals in Bunde en Weener, maar daar stelt de kerstversiering ook nog niet zoveel voor. De eerste iets grotere plaats is dan Leer, en daar is het wel goed verzorgd. Bovendien ben ik er benieuwd naar of die merkwaardige wending waarbij het begrip ‘kerst-‘ zo nodig moet worden afgeschaft, ook in Duitsland te zien is. En er is natuurlijk geen beter moment om dat te bekijken, als het tegen Kerstmis loopt.

Vanaf de Kerst wordt het dan weer een stuk rustiger, agendatechnisch gezien.

Donderdag 19 december 2019.

Dan hebben we het nog niet gehad over de kerstboom en last but not least Kerstmis zelf. Dat zal op een dag ook wel het ‘midwinterfeest’ of ‘lichtjesfeest’ gaan worden, net als in vóórchristelijke tijden. Wat ik je brom. Als dat geregeld is komt de Paashaas aan de beurt. Want die kan natuurlijk ook niet. Zo’n mandje met eieren op zijn rug is namelijk dierenmishandeling. We gaan nog mooie tijden tegemoet.

Verder heb ik al gezien dat met de weersverwachtingen het verst vooruit er nog geen spoortje winter in aantocht is. Tot zeker begin januari 2020, is er zelfs niet of amper nachtvorst. Blij toe. Ik haat gladheid, zoals bekend.

Woensdag 18 december 2019.

De jacht op de Kerststol is nog niet voorbij. Ik had verwacht dat Jumbo ze wel zou hebben, maar die hebben ook alleen maar feeststollen. Bij Jumbo alhier zit er op Sinterklaasdag ook altijd de echte Zwarte Piet achter de kassa, dus die zijn wat minder politiek correct dan bij Albert Heijn. Maar nee. Ook Jumbo heeft geen Kerststol. Ik heb wel van de gelegenheid gebruik gemaakt of ze ook nog kerstkransjes hebben. Want die vind ik ook wel lekker. Zeker in deze tijd. Ze hebben in talloze varianten wel zogenaamde ‘kransjes’. Van chocola, deeg en in allerlei kleuren en maten, maar geen kerstkransjes. Ik vond in het totale assortiment zegge en schrijve één echte kerstkrans. Die was van chocola en in megaformaat. Zeker 20 centimeter doorsnee. Hij was wel mooi versierd, opgemaakt en verpakt. En er stond echt ‘Kerstkrans’ op de verpakking. Bij Jumbo weet je nooit of dat een bewuste provocatie is, of dat deze enkeling aan de censor is ontsnapt. Intussen meldde een goede vriend me wel dat de Kerststol in Duitsland Weihnachtsstoll heet, maar toen ik dit woord ging googelen, kreeg ik uitsluitend Christstollen van allerlei merken te zien. Nu nog zien te achterhalen wat Kerstkransje in het Duits is. Wellicht Christkränzchen ? Een tongbreker, dus daar zullen de Duitsers wel iets op gevonden hebben. Of ze bestaan er niet, omdat ze er geen woord voor hebben.

Dinsdag 17 december 2019.

Gistermiddag het ‘wereldnieuws’ dat de beruchte crimineel Ridouan Taghi gearresteerd is in Dubai. Die heeft – naar men zegt – een hele reeks moordopdrachten op zijn kerfstok. Dat gaat nog heel lang duren, voordat hij in hoogste instantie berecht en veroordeeld is. Trek daar gerust maar tenminste twee jaar voor uit en dan ben ik erg optimistisch. Voorlopig is hij zelfs nog niet in Nederland. Nederland heeft met de VAE geen uitleveringsverdrag.

Het zou nu toch echt zo zijn dat de bushalte station Haren in gebruik is genomen. Terwijl de werkzaamheden aldaar al zeker een maand geleden zijn beëindigd. Ik ga gauw eens kijken.

Ik ben nog op jacht naar een Kerststol. Ik heb alleen nog maar feeststollen gezien. Die vind ik niet lekker. Als ik al etend naar de doos kijk, dan stel ik me toch voor dat ik het eet omdat het feest is. En het is helemaal geen feest. Het is wel kersttijd. En dat wil ik wel weten. Misschien moet ik wel voor een Kerststol naar Duitsland. Dat moet dan maar.

Maandag 16 december 2019.

Ik kreeg 12 felicitaties, tegenover 17 vorig jaar. Met alle vijf die me vorig jaar nog wel feliciteerden en dit jaar niet heb ik echter een prima relatie, wat mij betreft en vrijwel zeker ook van de andere kant. Ook met 12 felicitaties gaat deze 15e december toch nog zeker in de top-5 terechtkomen en misschien wel in de top-3.

Ik heb immers vele tientalen jaren gekend waarop (nagenoeg) niemand me feliciteerde. Omdat ik dat zelf niet wilde en dat ook te pas en te onpas uitstraalde. Al een aantal jaren moedig ik niemand meer aan- of ont-. Ik laat het gewoon gebeuren. Niemand is jegens mij ergens toe verplicht en omgekeerd ook niet.

De hoofdmaaltijd was gisteren toch captain’s dinner: spekblokjes, kapucijners, gebakken aardappelblokjes en piccalilly. Met wat losse bakjes (augurkjes, zilveruitjes, appelmoes) er omheen. Een koningsmaal. Als lunch roggebrood met katenspek.

Zondag 15 december 2019.

Het is dus gelukt. Vandaag 73 geworden. En ik voel me dus nog steeds 20. In veel opzichten dan. Ik ben, vooral de laatste jaren, wel een stuk voorzichter geworden. Zowel bij beweging als bij eten en drinken en overig gedrag. Je bent toch kwetsbaarder en ik wil nog een stuk langer mee.

Voor vandaag staan er allerlei lekkere hapjes op het menu. Zowel binnen als buiten de deur. Nieuw van de laatste jaren is ook, dat ik behalve lekker wil eten en drinken, ik me ook wil beperken. Ook op een dag als vandaag.

Nu de achterwand helemaal af is, heb ik de meubels weer tegen de muur aangeschoven, en heb ik ineens weer veel meer ruimte in de huiskamer. In de huiskamer moet ik nog aan de andere kant, bij de achterdeur, nog één baantje behangen. En dan is de hele woonkamer af. Dat kan vanaf komende dinsdag als ik weer nieuwe lijm heb.

Zaterdag 14 december 2019.

Vandaag is de verjaardag van mijn moeder. Ze zou vandaag 112 geworden zijn. Het is erg om te zeggen, maar naarmate ik ouder word krijg ik toch steeds minder waardering voor mijn moeder. Ergens op deze website schrijf ik dat ik het oordeel over mijn moeder nog wil uitstellen. En daar ben ik nog niet mee klaar. Ik weet ‘natuurlijk’ niets van wat zich allemaal tussen mijn vader en moeder heeft afgespeeld. Het enige dat ik daarvan weet is de versie van mijn moeder. En die was – uiteraard – heel negatief over mijn vader. Ik begrijp nog altijd niet waarom ik dat niet aan hem ben gaan vragen toen het nog kon.

Verder is natuurlijk morgen mijn verjaardag aan de orde. Ik werd geboren op de koudste 15e december sinds het begin van de metingen. En die dag is nog altijd de koudste 15e december sinds het begin van de metingen. Het was – 15 graden als ik het goed heb. Het ziet er niet naar uit dat we in 2019 dat record nog gaan verbreken. Daar zullen we nu nog tenminste een jaar op moeten wachten.

Vrijdag 13 december 2019.

Vanmorgen werd ik wakker met het nieuws dat in het V.K. Boris Johnsons conservatieven een enorme overwinning hebben behaald bij de verkiezingen aldaar. Dat betekent dus definitief een Brexit. Als dat gaat falen, hoor je daar verder niemand meer op het continent over. Maar als het een succes wordt dan zal in Europa het geluid aanzwellen bij meer landen om uit te treden. Niet bij Duitsland voorspel ik alvast. Duitsland zit nog veel te veel vast aan zijn verleden en wil absoluut niet los van Europa. Bang als ze zijn voor zichzelf. Voorlopig vieren de beurzen feest, mede als gevolg van overeenstemming tussen de V.S. en China over hun handelsconflicten.

Intussen snellen we nu in hoog tempo op het einde van het jaar af, met de diverse nog komende hoogtepunten. Het meest verkochte Kerstartikel blijkt de feeststol te zijn. Dat is de opvolger van de ouderwetse Kerststol. Ik wil dus geen feeststol, maar als ik vandaag of morgen nog een Kerststol kan vinden dan koop ik die. Al is hij dan blijkbaar met Kerst niet populair. Apple kent overigens het woord ‘feeststol’ niet en maakt daar steeds feestatol van. Ik heb dus maar eens in Google opgezocht wat toch in vredesnaam een feestatol is. Dan krijg je maar een beperkt aantal hits, vier meen ik. Dan blijkt dat bij Super Deen, maar ook bij Albert Heijn in hun folder dit woord voor te komen en verder nergens. Ook Deen en AH werken dus blijkbaar met dezelfde tekstverwerker als ik. Maar bij beide winkels zit blijkbaar niemand die het even corrigeert.

Donderdag 12 december 2019.

Dat was dus weer eens een Enschedees dagje. De verschillende vergaderingen verliepen voorspoedig, met een deel onder mijn voorzitterschap. Voor het eerst in jaren kregen we weer een klein kerstpakketje. Een zeer geslaagd initiatief van onze penningmeester, vond ik. Ook de reis erheen en weer terug verliepen voorspoedig. Via Duitsland teruggegaan en meteen nog maar weer wijn en koffie ingeslagen. Wijn is er veel voordeliger dan in Nederland en zeker net zo goed. Koffie is er wat pittiger. Bij mijn favoriete koffie, Lavazza, is er sterkte tot en met waarde 8 te koop, terwijl die in Nederland niet verder gaat dan 5. Maar deze keer was er van Lavazza alleen maar 5 en 7 te koop. Dus volgende keer, naar verwachting over enkele maanden, ga ik ook eens naar die winkel in Weener, in plaats van Bunde.

Verder heb ik nog even opgezocht om hoeveel kinderen het jaarlijks gaat, die door hun moeder het Parental Alienation Syndrome (PAS) wordt toegebracht, door kwaad te spreken over hun vader met als gevolg dat die kinderen vervreemden van hun vader. PAS is ongeneeslijk en onbehandelbaar en dat houdt het kind voor de rest van zijn of haar leven. Er zijn jaarlijks circa 83.000 minderjarige kinderen betrokken bij scheidende ouders. Bij 15%, aldus beide Kamerleden, is sprake van ouderverstoting, vrijwel uitsluitend vaderverstoting. Het gaat dan dus om circa 13.000 kinderen. Elk jaar weer. Het kan gestopt worden, weten we nu.

Woensdag 11 december 2019.

Tot mijn verbazing trof ik vanmorgen bij het nieuws aan, dat twee Kamerleden, van D66 en de SP, vragen hebben gesteld aan de Minister over ouderverstoting. Nauwelijks een maand geleden heb ik voor het eerst kennis genomen van de opvatting uit het DSM-5 over ouderverstoting na echtscheiding en dat daarvoor vrijwel altijd de moeders verantwoordelijk zijn, als ze kwaad spreken over de vader van de kinderen en als gevolg daarvan de kinderen niet meer naar de vader gaan. In de V.S. lopen daarover al honderden rechtszaken. En in 82% van de gevallen worden die moeders veroordeeld: ze verliezen de voogdij over de kinderen, die vervolgens aan de vader wordt toegekend. In Mexico gaan ze ook direct voor 6 jaar de gevangenis in. Die moeders hebben de bedoeling de vaders (hun ex) te treffen met hun kwaadsprekerij, maar dat gebeurt nu juist niet. De schade komt terecht bij de kinderen, die daarvoor, aldus de Amerikaanse psychiaters, een levenslang en ongeneeslijk syndroom krijgen: het Parental Alienation Syndrome. Het enige dat tegen deze kwaal helpt is die moeders strafrechtelijk vervolgen. Aldus nog steeds die psychiaters. Ik stelde nog maar enkele weken geleden, dat het een kwestie van tijd is voordat deze aanpak ook in Nederland gaat gelden. En zowaar: genoemde Kamerleden bepleiten dat in die gevallen altijd de politie moet worden ingeschakeld. En het mooie is ook: je hebt er geen nieuwe wetgeving voor nodig. Het is nu eenmaal verboden en strafbaar om mensen en zeker kinderen voor het leven te beschadigen. Het zou volgens deze Kamerleden gaan om 15% van de kinderen van gescheiden ouders, die hun vader niet meer zien, omdat die moeders de uitspraken en afspraken daarover aan hun laars lappen. Interessante ontwikkeling!! Hij komt te laat voor mij en mijn kinderen, maar het geeft toch genoegdoening dat onrecht nu toch lijkt te worden rechtgezet voor toekomstige gevallen.

Dinsdag 10 december 2019.

Dat was weer eens een dag van voorbereiding van de komende vergaderingen. Veel papier doorworstelen. Dat doe ik altijd wel, maar deze keer moet ik ook voorzitten en dan wil ik toch wel helemaal snappen waar het allemaal over gaat.

Voorts ben ik nog naar de boekhandel gegaan om een nieuw boek over de geschiedenis van Nederland in kaarten te bekijken. Ik ben een groot liefhebber van landkaarten en dat betekent dan ook dat je volgens mij goede en minder goede en ook erg slechte kaarten hebt. Voordat ik hieraan geld uitgeef wil ik het boek toch eerst even inkijken.

Tenslotte bracht ik nog een bezoekje aan mijn administratiekantoor. De aangifte VB moest op 6 december binnen zijn bij de fiscus en ik had nog niks gezien. Ik werd gerustgesteld. Er komt eerst nog een aanmaning van de fiscus. Ik laat het liever niet zover komen, maar ik ben toch een beetje afhankelijk van dit bureau. Ze zijn goed en voordelig, dus ik mag niet mopperen. Ze beseffen uiteraard zelf ook wel dat ik niet op een boete zit te wachten.

Maandag 9 december 2019.

Het was weer eens een ‘lui’ etmaal. Dat heb ik wel vaker in het weekend en dan vooral op zondag. Dat komt vanwege de vele sport die er dan op de TV te zien is. Gisteren dan zowel veldrijden, veldlopen als schaatsen. Veldlopen lijkt dan wel op het eerste gezicht hetzelfde als veldrijden, maar dan zonder fiets. Toch is het een heel andere sport. Je kunt wel zien dat ze heel verschillende vaders en moeders hebben: respectievelijk de Atletiek- en de Wielrenunie, of hoe die clubs ook precies mogen heten. Bij het veldrijden komt een hoop techniek kijken: hoe blijf je op de fiets door modder, mul zand of schuine hellingen. En dat nog zo snel mogelijk. Veldlopen is vooral hardlopen over gras in plaats van op een sintelbaan of op de straat. Bij het veldrijden is België heel dominant aanwezig, met op gepaste afstand Nederland, met toch ook nog een goed zichtbare delegatie. En dan doen er ook nog enkele andere landen aan mee, maar doorgaans is het dan een enkele vertegenwoordiger per land. Bij het veldlopen is er groot aantal landen vertegenwoordigd. België zit daar ook weer bij, met tussen één tot maximaal vier vertegenwoordigers per wedstrijd: onder 20, onder 23 en senioren en dan mannen en vrouwen apart. Dus dat zijn zo’n zes wedstrijden op een middag. Nederlandse vertegenwoordigers heb ik zelfs helemaal niet gezien bij het veldlopen. Het zal vast wel in Nederland gebeuren, maar gisteren was er met een internationale wedstrijd geen enkele Nederlandse deelnemer. Alleen de VRT zendt het uit. Sinds kort, misschien zelfs al maanden, heb ik twee FOX-zenders. Daarop worden ook live- voetbalwedstrijden uitgezonden. Gisteren Groningen – Utrecht. Aangezien mijn zoon Groningen-fan is, kan ik daar nu ook met hem over meepraten, als ik hem binnenkort weer eens zie, hoewel ik zelf geen voetballiefhebber ben.

Zondag 8 december 2019.

Het was weer eens uitslapen geblazen, vanmorgen. Ik had het dus weer eens nodig. En ik heb toch maar weer eens een extra keer een auto gereserveerd. Ik moet enkele vergaderingen voorzitten en bovendien lijkt het die dag te gaan gieten. Dan ben ik toch iets zekerder met een auto.

Bovendien kreeg ik mijn eerste felicitatie voor mijn verjaardag al binnen, een week te vroeg. Al een aantal jaren krijg ik elk jaar weer net iets meer felicitaties binnen, tegen eentje (in 2000 meen ik) als ‘dieptepunt’. Ik wacht het rustig af. Het zal ook wel een natuurverschijnsel zijn, met pieken en dalen.

Gisteren boerenkool met worst, vandaag koolraap met (weet ik nog niet).

Verder ben ik eens op het snijbonenspoor gezet. Ik eet ze eigenlijk nooit. In geen tientallen jaren gegeten. Ik vind ze net zo lekker als andere groenten, dus daar zit het hem niet in. Het probleem is dat er in de winkel nooit bijstaat waar ze vandaan komen. En ik wil geen Egyptische groenten. De Nijl is het enige zoete water wat ze daar hebben. Daar doet half Afrika eerst zijn behoefte in en vervolgens doen ze de was ermee. En daarna wordt het water over je boontjes gesproeid. Het zal allemaal wel verantwoord gebeuren, maar het idee staat me toch tegen. Snijbonen van Nederlandse komaf zijn te koop van mei tot wel in november, maar ik kon nergens vinden of er ook kassnijbonen te koop zijn. Net zoals dat bij sperziebonen het geval is. Dat ga ik dus bij gelegenheid eens aan onze enige echte groenteboer vragen. Ik ben met dat gesnuffel weer heel wat te weten gekomen over de snijboon in de verschillende soorten en rassen. Met inbegrip van de rare snijboon. Ik sta weer beter gewapend in het leven.

Zaterdag 7 december 2019.

Hoewel de aantallen bezoekers op deze website langzaam aan en al enkele maanden wat teruglopen, geldt dat niet voor de reacties erop. Die blijven in ongeveer gelijke mate komen. Blijkbaar worden de trouwere en geïnteresseerde lezers niet afgeschrikt en oppervlakkig waarnemende meer. Vanmorgen kreeg ik bijvoorbeeld een reactie van een persoon die op het Tymstra had gezeten. Zestiger jaren. Wat ik ervan weet, weet ik toch vooral van de papieren en van het algemene gegeven dat je naar het Tymstra ging als je overal elders eerst was weggestuurd. En deze lezer, zelf een leerling van toen, kon me een betere schets geven van het algemeen klimaat op deze school. Het waren vooral ook kinderen van beter gesitueerde ouders die naar deze school gingen. Als het ook maar een druppeltje regende, werden de kinderen met de auto naar school gebracht, hetgeen begin zestiger jaren toch bepaald niet normaal was. Beter gesitueerde ouders met ontsporende of ontspoorde kinderen, welteverstaan. Die zouden op het Tymstra beter in het gareel blijven. Dat heeft bij de kinderen Jacobs dan in elk geval niet geholpen. Niet voor mij waarneembaar dan.

De school moest het financieel ook hebben van de beter gesitueerde ouders. Dat verklaart waarom een leerling nooit voorgoed werd weggestuurd. Dat zou meteen een gat in de begroting hebben geslagen.

Verder heb ik weer eens een grote pan erwtensoep gemaakt en een stuk of acht porties ingevroren. Ik heb dat al vele keren gedaan. Ik vind het altijd een ‘worsteling’ om de snert precies de juiste dikte te geven. En het resultaat is dan soms wisselend. Meestal lukt het prima, maar soms vind ik het eindresultaat net iets te dun. Ik doe dan ook alles op het gevoel, zonder een weegschaal of een maatbeker te hanteren. Wel gebruik ik meerdere pannen voor de verschillende delen of fasen. Gisteren vond ik het eindresultaat juist een klein beetje te dik. Pas bij het schoonmaken van de overblijvende vaat bleek dat op de bodem van de slotpan de soep een heel klein beetje was aangezet. Zelfs met gewoon uitspoelen onder de kraan was alles vrijwel zonder borstel vrij snel weer weg, maar ik had toch nooit eerder meegemaakt dat er een laagje op de bodem overbleef. Dat klopte dus wel bij mijn eerste oordeel dat de soep een pietsie te dik was geworden. Maar hij smaakte zoals anders: verrukkelijk.

Vrijdag 6 december 2019.

Dat was dan weer het Heerlijk Avondje. Deze keer bij onze Chinees. Het was er zo druk als ik dat in jaren niet heb gezien. Dat kwam omdat er twee vrij grote groepen waren: de ene groep van ongeveer acht personen aan de grote ronde tafel. De andere groep aan aan elkaar geschoven tafels, misschien wel zestien personen. Met mijn vermaarde boerenheikneuterinzicht in gelaatstrekken, meen ik dat het bij de eerste groep om Japanners ging en bij de andere, grotere groep, om Chinezen. Maar voor hetzelfde geld waren het Koreanen en Oeigoeren. Dat kan natuurlijk ook. Verder waren er nog de gebruikelijke tafeltjes bezet, met twee tot vier personen, doorgaans tussen drie en vijf tafeltjes. Ook aan de afhaalkant waren er relatief veel afhalers. Met zoveel gasten tegelijk was mijn eerste gedachte dat ik dan waarschijnlijk wel lang om mijn bestellingen moest wachten. Ik had alle tijd dus ik schikte mij op voorhand. Maar dat wachten viel reuze mee. Men had ook een extra hulp in de bediening ingeschakeld. Ik bestelde eerst een biertje, wat ik maar zelden doe, maar op een Heerlijk Avondje natuurlijk wel. Vervolgens een loempia. De supermarktloempia’s halen het op geen stukken na bij deze echte. Hier krijg je pas een echte loempia, zoals de uitvinder de loempia bedoeld heeft. Vervolgens Mihoen Singapore. Dat betekent bij deze Chinees dat je heel veel grote garnalen krijgt en nog allerlei ander lekkers tussen de mihoen. En tenslotte een coupe ijs met lycheevruchten. Ik ben een dolle liefhebber van ijs, zoals bekend, en lycheevruchten krijg je toch ook niet bij de Italiaan. Hoewel ik maar hoogstzelden een toetje neem, maak ik voor dit speciale toetje, er op een Heerlijk Avondje natuurlijk wel ruimte voor. En ik kreeg alles redelijk vlot aangereikt.

Het was een zeer geslaagde avond.

Donderdag 5 december 2019.

Dat is hem dus vandaag: Sinterklaas. Behalve bij de intocht, met allemaal heel zwarte pieten, heb ik hier nog geen Piet of Sint gezien, laat staan zijn schimmel. Er is ons eens wijsgemaakt dat die schimmel Amerigo zou heten. Zo heette het paard van Sinterklaas in mijn jeugd absoluut niet. En pas onlangs bleek me dat we toen wel degelijk wisten hoe het beestje heette, namelijk Ozosnel.

Ik heb het vele keren uit volle borst meegezongen: Hoor de wind waait door de bomen. Verderop in dit lied is de tekst dan:

“Ja, hij rijdt in donk’re nachten,

Op zijn paardje Ozosnel.”

Ik heb het al vanaf heel jong geweten en heb het zelfs vele malen gezongen, maar me nooit gerealiseerd dat Ozosnel dus de naam van het paardje was. En nog steeds is natuurlijk. Want ik veronderstel dat niet alleen Sinterklaas honderden jaren oud is, maar zijn schimmel dan natuurlijk ook.

Woensdag 4 december 2019.

Het komt al op ons af: het heerlijk avondje. En meteen daarna bereiden we Kerstmis voor. In een periode dat ik nog vaker bij onze slijterij kwam, enkele jaren geleden, stond daar op 5 december zelfs al een kleine Kerstman pal na de deur de klanten welkom te heten. Het was een uur of vijf in de middag. Ik maakte daar dus prompt een opmerking over. zoiets als: ‘Hij is nog een dag te vroeg en mag hier morgen pas staan’. Met een glimlach uiteraard. De slijter: “Hij staat er al vanaf dat ik vanmorgen openging en niemand heeft daar tot nu toe wat van gezegd. Je bent de eerste.” En ik weer: “Ik hang nu eenmaal sterk aan tradities.”

Gisteravond hadden we weer eens een bijeenkomst van onze bewonerscommissie bij een buurvrouw. Bij het vertrek vroeg de gastvrouw aan me: ” Neem jij nog een kerstboom dit jaar?” Mijn antwoord was: “Dat beslis ik dus pas na pakjesavond. Het is nu nog te vroeg voor die beslissing.” We namen lachend afscheid. Maar vanmorgen realiseerde ik me ineens toch dat pakjesavond nu toch wel snel komt. En dus mijn beslissing ook. Ik weet het dus nog echt niet. Wel leuk natuurlijk in mijn nieuw ingerichte huis. Weer eens een kerstboom sinds de laatste keer. Die laatste keer moet in 2008 geweest zijn. Toen mijn jongste voor de laatste keer nog minderjarig was en meteen daarna niet meer zo vaak langs kwam. Bovendien vielen bij het opruimen begin januari 2009, grote hoeveelheden naalden uit. Het was een kunstboom die ik al in 1991 of 1992 had gekocht. Ik was vanaf 14 december 1991 uit huis getrokken toen ik ging scheiden en mijn eigen aparte woning betrok. Goede kans dat ik dus al met Kerst 1991 deze boom had. Maar ook van kunstbomen vallen, zo leerde ik in januari 2009, de nepnaalden dus op den duur uit. Daarna heb ik geen kerstboom meer gekocht. Wel een of enkele takjes en een slinger of zo. Ik moet er nu toch snel eens over gaan nadenken.

Dinsdag 3 december 2019.

Dat was weer een rustig dagje. Het voordeel van het vaker thuis zijn is dat je ook minder geld uitgeeft. Dat uitgaansgedrag van mij wisselt nogal sterk. Ik kan soms dagen achtereen weg zijn en dan weer een hele poos thuis. Daar is geen peil op te trekken. En in een periode dat ik minder van huis ben, valt er ook niet zoveel te vertellen. De rustige reisperiode waarin ik nu zit heeft uiteraard alles te maken met mijn behangwerk. Dat wil ik nu wel eens af hebben. Dan kunnen alle meubels weer op hun plaats en kan ik naar nieuwe horizonnen kijken.

Maandag 2 december 2019.

Ineens kreeg ik door waarom het gasverbruik in november zoveel hoger was dan in november vorig jaar. Vorig jaar ben ik gaan stoken als ik het te koud kreeg en dat was misschien op 7 november of zo, vooral omdat ik begin november vorig jaar ook enkele dagen uithuizig was. Dit jaar ben ik precies op 1 november met stoken begonnen. Als dit klopt zal ik op 1 januari aanstaande vaststellen dat ook het gasverbruik in december ten opzichte van december vorig jaar, weer zal zijn teruggelopen, tenzij we natuurlijk deze maand nog een Elfstedentochtwinter krijgen.

Het behangen gaat gestaag verder. Nu nog maar zeven banen te gaan. Het volgende probleem dient zich aan: ik heb niet meer genoeg lijm voor zeven banen. Op nieuwe lijm moet ik een week wachten. Wel zie ik steeds duidelijker dat ik met het ingekochte behang: tien rollen, precies moet uitkomen. Ik hou zelfs nog een strook behang van pakweg anderhalve meter over. Dus de wilde gok bij de start dat het met tien rollen moest kunnen, zonder iets uit te rekenen, komt wonderbaarlijk goed uit. Zonder geluk vaart niemand wel, zo blijkt weer eens.

Zondag 1 december 2019.

Het aantal bezoekers van deze website en mijn andere websites over de maand november, is opnieuw teruggelopen, zij het een stuk minder dan de vorige maand. Ook het twaalfmaandelijks gemiddelde ging iets terug. De teruggang zit hem overigens uitsluitend in deze website, bij de drie andere bleef het bezoekersaantal vrijwel gelijk. Omdat ook december 2018 een relatief zwakke maand was, qua aantal bezoekers, verwacht ik voor deze maand ongeveer een stabilisatie. Maar verrassingen zijn er bij deze statistieken telkens weer. Dus dat kan opnieuw gebeuren, zowel omhoog als omlaag.

Wat mijn energieverbruik betreft, ging mijn elektriciteitsgebruik opnieuw omlaag. Zowel relatief (ten opzichte van november 2018) als absoluut (ten opzichte van de maand oktober 2019). Dat is al een groot aantal maanden zo, misschien wel meer dan 20. Ik heb weliswaar voor 95% van de tijd led-lampen aan, maar dat was in oktober 2019 ook al zo, en het was toch echt in november eerder donker dan in oktober, terwijl de lampen automatisch aangaan tegen zonsondergang. Het gasverbruik liep echter voor het eerst in evenveel maanden juist op, zowel ten opzichte van vorig jaar als de vorige maand. Ik heb nog niet bedacht waar dat aan kan hebben gelegen. Het was in november 2019 niet kouder dan in november 2018 dus dat was het niet. Ook stook en kook ik niet warmer of anders dan anders.

Zaterdag 30 november 2019.

Het is natuurlijk een probleem van niks. Maar in deze fase ben ik helemaal geobsedeerd door de vraag welk gebied de Merovingen (480 – 750) nu precies hebben bezet, nadat de Romeinen vertrokken waren. Na de kaartjes op de Duitse Wikipedia en in het boek van Bart Van Loo, De Bourgondiërs, heb ik nu een kaartje gevonden in mijn boek De Franken van Luit van der Tuuk, over de landverdeling in die tijd. En alle drie auteurs hebben een totaal van elkaar verschillende mening daarover. Het is blijkbaar of nooit bestudeerd, of er is onder historici gewoon een enorme tegenstelling over. Ik vermoed het eerste. De Duitse bron geeft aan dat het om ongeveer het huidige België gaat, met een uitstulping richting Rotterdam (dat uiteraard toen nog niet bestond). Bart Van Loo is van mening dat het inderdaad om het huidige België moet gaan, maar zijn uitstulping van land gaat via Oost-Nederland naar het zuiden van het huidige Friesland. Luit van de Tuuk is van mening dat het maar om een gedeelte van België ging, ongeveer ten zuiden van de lijn Maastricht, Tongeren, Doornik. Een gebied van dit deel van het huidige België plus het aangrenzende deel van Frankrijk tot en met Parijs erfde Chlodovech (Clovis) van zijn vader Childerik I. Chlodovech breidde zijn rijk fors uit, met Frankrijk tot voorbij Toulouse en dicht tegen de Donau aan in Duitsland naar het Zuidoosten. Dat was wel een vervijfvoudiging van het grondgebied wat hij had geërfd. Maar de lijn Maastricht, Tongeren, Doornik ging hij nu juist niet overheen. Er kwam geen enkel slurfje land naar het noorden toe bij. Niet richting ‘Rotterdam’ en niet richting ‘Friesland’. Zelfs steden als Brugge, Gent en Antwerpen zijn door Chlodovech niet bezet, als ik het kaartje goed inschat. Op mijn gevoel vermoed ik dat Luuk van der Tuuk het bij het rechte eind zou kunnen hebben.

Vrijdag 29 november 2019.

Nog tien banen behang. Ik had tien rollen gekocht waar dus in principe ongeveer 40 banen in zouden moeten zitten. Ik ben dus nu op ongeveer op driekwart van het behangwerk. Voor mijn gevoel ben ik een stuk verder, maar dat komt misschien ook omdat ik nu geen moeilijke behangbanen meer heb. Geen ingewikkelde bochtjes of knip- en plakpartijen meer, omdat ik ergens omheen moet. Het is nu nog rechttoe rechtaan. Ik kom precies uit, volgens mijn nieuwste inschatting. Alleen in een hoek moeten nog enkele meters oud behang worden verwijderd, hetgeen volgens de planning morgen gaat gebeuren, maar het meubilair daarvoor moet eerst nog een stuk worden opgeschoven, omdat ik er anders niet bijkan. Dat is dus nog vandaag. Dus bij het laatste stuk komt nog wat sjouwwerk te pas. Maar het is nu zeker flink licht aan het eind van de tunnel.

Donderdag 28 november 2019.

Eindelijk heb ik dan een ‘moeilijk’ deel van het behangwerk af. Het betreft de baan waar niet alleen enkele schakelaars zitten (die zijn niet moeilijk), maar ook de deurbel en de thermostaat. Het moeilijke zit hem dan niet er in dat het ingewikkeld is, maar dat ik staande op een trap heel kleine schroefjes moet losdraaien en vervolgens weer moet vastzetten, terwijl ik me intussen nergens aan kan vasthouden. Toen het laatste schroefje maar niet wilde lukken, vanwege mijn te dikke vingers of voor mij te kleine schroefje, voelde ik mijn lijf al gaan trillen vanwege mijn te langdurige en te ongemakkelijke staande stand. Ik ben dus maar eerst even afgedaald en gaan zitten met een kop koffie en ben een computerspelletje gaan doen. Om even het lijf weer totale rust te gunnen. Na een kwartiertje deed ik een volgende poging en toen lukte het wonderlijk snel wel. Toen ik daarna probeerde of de bel het echt weer deed, stelde ik vast dat dat inderdaad het geval was, maar dat het geluid van de bel wel een stuk zachter was geworden. Dat was niet bedoeld, maar ook weer niet erg. Tijdens alle manipulaties met de deurbel heb ik waarschijnlijk ergens gedrukt waar dat niet de bedoeling was. Ik ben natuurlijk ook geen belloloog. Enfin, nu zit het weer voor jaren. Wat mij betreft voorgoed, want als ik nog eens een nieuwe bel nodig heb of nog een keer wil behangen, over een aantal jaren, laat ik het doen. Ik heb geleerd van mijn vader, die ook op zijn 85e nog het dak van zijn huis op ging om iets te repareren. Dat soort zaken had hij weliswaar zijn hele leven gedaan, dus hij dacht dat hij dat nog wel kon. Niet dus. Hij viel en het werd zijn dood.

Woensdag 27 november 2019.

Kamerijk blijkt trouwens Cambrai te zijn, gelegen in Noord-Frankrijk. Bart Van Loo gebruikt consequent de Nederlandse naam voor deze stad, hoewel hij ‘altijd’ geheel Franstalig is geweest. Ik heb daar geen probleem mee. Voor ons heten de steden Parijs, Berlijn en Wenen, ook al noemen de bewoners die steden anders.

Ik begreep ook ineens waarom graaf Willem van Bart Van Loo geen rugnummer kreeg. Als hij hem wel Willem VI had genoemd, zou iedere lezer zich afvragen waarom hij in zijn betoog de graven Willem I tot en met V had overgeslagen.

In mijn geschiedenisboek van 1955, dat ik in 1963 op school gebruikte, wordt van graaf Willem VI van Holland alleen vermeld dat hij Arkel veroverde en Hoeks was. Hoewel ik heel veel aantekeningen op vrijwel elke bladzijde van dit boek heb gemaakt, van wat de leraar erbij verteld had, stond er bij Willem VI helemaal niets. Blijkbaar kon toen onze leraar er blijkbaar ook niets bijverzinnen. Beide gegevens (Arkel en ‘Hoeks’) meldt Bart Van Loo juist niet, maar juist wel heel veel andere zaken. ‘Hoeks’ was één van de beide toen strijdende partijen van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, die toen woedden. Bart Van Loo vermeldt dat ook niet. Ik vind het superinteressant boek, dat staat al vast, terwijl ik nog niet eens op de helft ben.

Dinsdag 26 november 2019.

Op 12 april 1385 trouwden te Kamerijk zowel Graaf Willem VI van Holland met Margaretha van Bourgondië, als Jan van Bourgondië met Margaretha van Beieren. In ‘De Bourgondiërs’ worden de festiviteiten van dit dubbelhuwelijk geschetst. Waaronder de gigantische hoeveelheden voedsel en drank die werden verorberd. Dit feest heeft enkele duizenden dieren van allerlei soort het leven gekost. Van deze gigantische schranspartij, die vijf dagen duurde, hebben de Bourgondiërs hun naam gekregen dat het zulke smulpapen waren en zijn. Je had natuurlijk ook een uitgebreide taakverdeling. Zo waren de schenkers, onder leiding van de opperschenkheer, verantwoordelijk voor de opslag, menging en verdeling van de dranken, voornamelijk wijnen, alsmede voor het afwassen van de glazen. Maar voor het transport van de wijnen was uiteraard de sommelier verantwoordelijk. De fruitenier was verantwoordelijk voor de aanvoer van fruit, noten en kastanjes, maar ook voor de verlichting met kaarsen. Ze hadden dus een logische combinatie van taken. Ook las ik dat de Kruistochten ervoor hebben gezorgd dat hier vruchten als sinaasappels, bananen, abrikozen en perziken, alsmede een reeks kruiden bekend werden. Fruit van eigen bodem waren slechts appels en kweeperen en natuurlijk ook sommige noten en kastanjes.

Jammer wel dat ik dit nooit op school heb gehad. De Graven van Holland, de diverse Dirken en Florissen heb ik wel gehad en daarna gaat mijn kennis over in Jacoba van Beieren. Bart Van Loo noemt graaf Willem VI van Holland consequent alleen maar Willem en ik moest toch even opzoeken welk rugnummer hij had. VI dus. Nu blijkt Jacoba van Beieren, die vooral hier bekend werd doordat ze geen eieren lustte, het enige kind was van Willem VI en Margaretha. Ik denk en verwacht dat veel Nederlanders wel wilden weten over welke graaf Willem we het nu precies hadden, omdat we er zoveel van hebben gehad, en dat hij de vader van Jacoba was. Dan zou toch bij veel Nederlanders wel een lampje zijn gaan branden

Maandag 25 november 2019.

In het boek van Bart Van Loo, De Bourgondiërs, vorder ik nu gestaag. Op pagina 120 of zo kom ik dan voor het eerst een graaf tegen uit het huidige Nederlandse grondgebied: Arnulf. Tot hier ging het boek vrijwel uitsluitend over Vlaanderen tot eind 14e eeuw. Nu is het inderdaad zo dat Vlaanderen qua beschaving een heel stuk ouder is dan alles wat zich op het Nederlandse grondgebied heeft afgespeeld. Caesar meldde al dat er in het huidige Belgische grondgebied allerlei steden waren toen hij er plm 50 jaar voor Christus arriveerde. In Nederland bestond er toen nog geen enkele stad. Aan de Limes (de romeinse rijksgrens, langs de Oude Rijn) ontstonden vele grensplaatsen, zoals o.a. Leiden, Bodegraven, Woerden, Utrecht en Nijmegen. Ook o.a. Voorburg, Heerlen en Maastricht ontstonden in die tijd. Vanaf het begin van de vijfde eeuw, na het vertrek van de Romeinen, kwam aan de bewoning in al die plaatsen een einde, met uitzondering van Maastricht. Er kwam geen ander gezag voor de Romeinen in de plaats. De Merovingers en in het bijzonder Chlodovech (ook bekend als Clovis) hadden nog wel gezag in het gebied van het huidige België, maar noordelijk daarvan zijn ze volgens mij niet geweest. Er was blijkbaar niets te beleven. Het duurde honderden jaren voordat er in onze streken iets van een organisatie en bestuur kwam. Waar al die bewoners van die steden dan bleven is mij niet bekend. Mogelijk weer terug de bossen in om te jagen en te verzamelen, wat ze ook al deden voordat de Romeinen kwamen. Vierhonderd jaar Romeins bestuur in onze streken leverde blijkbaar helemaal niets blijvends op. Die structuur ontstond pas weer ergens in de achtste eeuw.

Zondag 24 november 2019.

Na de zeer drukke dag van vrijdag volgde, bijna vanzelfsprekend, een superrustige dag op zaterdag. Voor vier euro aan boodschappen gedaan en dat is vermoedelijk ook een laagterecord. Er is dus dan ook niet zoveel te vermelden en dat doe ik dan ook maar niet.

Zaterdag 23 november 2019.

Gisteren was misschien wel de drukste dag van mij in tientallen jaren. Een deel was gepland, maar een deel kwam ook onverwacht. Eerst ben ik begonnen met het bakken van een brood. Dat is niet heel veel werk, maar er komt relatief veel opruim- en afwaswerk vanaf. Meteen daarna ben ik een was begonnen en ben ik met het knetterverse brood gaan lunchen. Daarna ging ik naar mijn administratiekantoor, voor een gesprek over mijn aangifte Vennootschapsbelasting. Vervolgens ging ik naar de nabijgelegen kapsalon voor het maken van een knipafspraak. Het bleek dat mijn vaste kapster sinds jaren de vorige dag was vertrokken. Ik kon meteen gaan zitten, hoewel ik dat eerst niet van plan was. Vervolgens naar mijn huisarts om een afgesproken brief van haar af te halen. Die brief was er echter nog niet. Dat was de tweede keer in korte tijd dat ze een gemaakte afspraak niet was nagekomen. Ik was dus verdrietig. Op de terugweg naar huis boodschappen gedaan in meerdere winkels. Na thuiskomst verdergegaan met behangen. Opnieuw vijf banen geplakt. Eten gekookt. In de vroege avond mijn huis gaan opruimen. Aangezien de volgende morgen mijn hulp zou komen, moest ik het huis ‘schoonmaakrijp’ maken. Door het vele geklus van de afgelopen week was het huis namelijk een warboel. Daar was ik ook enkele uren mee bezig. Ik heb de hele dag nauwelijks een minuut stilgezeten. Ik kan dat nog steeds, hoewel ik dat ook steeds bewijs als ik weer eens een hele dag naar de Achterhoek of Twenthe ga en ook van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig ben.

Vrijdag 22 november 2019.

Na een tip ben ik toch maar eens gaan opmeten hoeveel rollen behang ik eigenlijk nog nodig heb. En dat zal kantje boord worden. Ik heb nog een rol identiek behang, maar met een ander badnummer. Maar wit is wit, en het zal qua kleur niet veel schelen. Ik zie het in elk geval niet, als ik de twee rollen in het licht naast elkaar houd. Twee hele banen aan de achterkant van het huis bevinden zich permanent achter een gordijn, dus daar zal nooit iemand een eventueel kleurverschil opmerken. Die gordijnen zijn al vanaf de start van mijn bewoning in 2005 nog nooit dicht geweest. Bovendien kan ik achter het TV-meubel aan de onderkant van een baan een restantje plakken. Ook dat ziet niemand. Ik heb nog geen keuze gemaakt, maar ik zal wel heel slim moeten knippen en plakken. Misschien komt het dan wel alsnog heel netjes uit.

Intussen heb ik toestemming van de fiscus voor de toepassing van de Kleine Ondernemers Regeling (KOR). Dat betekent dat ik vanaf 1 januari 2020 geen BTW meer in rekening hoef te brengen, maar ook niet meer mag aftrekken. Het zal iets voordeliger voor me worden, maar vooral ben ik blij dat ik van die akelige administratie en die eeuwige aangiftes af ben. De regeling geldt voor drie jaar, dus tot 1 januari 2023. Tegen die tijd zien we wel verder.

Donderdag 21 november 2019.

Het behangen stagneert weer wat, omdat ik de resterende muren eerst nog moe(s)t plamuren, schuren en de donkere plekjes wit moet maken. Met steeds een dag ertussen, voor het drogen. Maar als in het weekend mijn hulp weer komt, zal ze ervan opkijken hoe ver ik dan al gekomen ben. Volgende week moet het echt af zijn. Mogelijk zelfs al begin volgende week.

Het zal tijd worden ook, want veel te veel zaken blijven nu liggen. En kan ik weer wat over andere zaken melden.

Woensdag 20 november 2019.

De achterwand, die de woonkamer van de keuken scheidt, is nu af. Nu heb ik dus nog twee muren te gaan. De hele grote ‘blinde’ muur en de muur naar mijn slaapkamer. En ik heb nog vijf van de tien rollen over. Dat moet dus gaan lukken. Opmerkelijk is wel dat de hoogte van de gang met 250,5 centimeter een stuk lager is dan die in de woonkamer, met 253,5 centimeter. Aangezien een rol 10,10 meter is betekent dit verschil dat ik in de gang vier banen uit een rol krijg, maar in de woonkamer niet meer dan drie. Ik kan nog niet overzien wat voor consequenties dit zal hebben of wat ik er aan ga doen.

Dinsdag 19 november 2019.

Intussen ben ik aan het behangen van de woonkamer begonnen. En zelfs na drie baantjes heeft het al effect. De kamer knapt zichtbaar op. Zitten tussen kale muren is ook niet alles. Maar ik verwacht toch wel nog enkele weken bezig te zijn met het behangen. Na het behangen moet de wandversiering komen. Alsmede het verder inrichten van het huis, met allerlei klein goed, zoals een spiegel in de gang en een bijzettafeltje. Ook de verlichting moet nog beter.

Ik kom zowaar langzaamaan aan het einde van mijn to-do-lijstje. Nieuwe taak is nog wel dat ik deze hele website nog een keer wil nalopen. In de loop van de tijd gaan inzichten op onderdelen misschien wel wat wijzigen. En mogelijk word ik bij het ouder worden ook wel wat milder. Hoewel ik me niet kan voorstellen dat ik over zaken als kindermisbruik, liegen, bedriegen en stelen echt zal veranderen. We zullen wel zien bij het nalopen.

Maandag 18 november 2019.

Bart Van Loo wil, logischerwijze, ook de Nederlanders aanspreken en niet alleen de Belgen. In de eerste plaats omdat die twee in dit boek nauw met elkaar samenhangen alsook voor de omzet. Uit het andere boek dat ik onlangs las over de Merovingen begreep ik niet alleen dat we de naam van Chlodovech al decennia verkeerd spellen, maar ook dat hij als Koning der Franken, bekeerd tot het christendom (tussen 497 en 507), niet of nauwelijks over het grondgebied van wat thans Nederland is heeft geregeerd. Zo was hij wel in Luik, maar kwam hij nooit in Maastricht, waar de Romeinen nog wel waren. Tot aan de (Oude) Rijn reikte het Romeinse Rijk. Blijkbaar is er na de val van het Romeinse Rijk (476) in wat nu Nederland is een soort machtsvacuüm ontstaan dat pas door de nazaten van Chlodovech heel geleidelijk in een paar honderd jaar weer werd terugveroverd. Op een kaartje uit een Duitse bron is zie ik dat Chlodovech nog een soort slurfje land heeft bezet dat via West-Brabant reikte tot ongeveer het huidige Rotterdam. Maar aan de Oude Rijn hebben ze ook volgens deze bron nooit gestaan. Er was blijkbaar volgens de eerste Frankische koningen niets te beleven of de moeite waard in wat nu Nederland is.

Zondag 17 november 2019.

Intussen ben ik begonnen met mijn volgende boek: “De Bourgondiërs: aartsvaders van De Lage Landen”, van de Vlaamse schrijver Bart Van Loo. Het verhaal begint al in de Romeinse tijd. Hoewel het begrip Bourgondië zou stammen vanaf kort na het jaar 500, is het ontstaan ervan wel het gevolg geweest van de volksverhuizingen die aan het eind van de Romeinse tijd bezig waren. De eerste Bourgondiërs kwamen in enkele eeuwen tijd met diverse tussenstappen uit Scandinavië / de Baltische landen en waren ook Germanen. Deze Bart is een zeer goed verteller. Het boek leest makkelijk weg, maar hij spaart de lezer niet met talloze details. Vooral bij de diverse bloedverwantschappen van de Merovingers met de eerste Bourgondiërs duizelde het mij wel. Hij gebruikt dan weer wel de naam Clovis als Frankische koning. Uit een ander boek hierover werd mij duidelijk dat deze Clovis, zoals ik hem ook op school heb leren kennen, helemaal niet zo heette. In alle bronnen uit die tijd wordt hij Chlodovech genoemd. De Fransen hebben – zoals bekend – spraakproblemen en die vonden en vinden dat een onuitspreekbare naam. Twee ch-klanken in één naam is ook teveel voor een Franstalige. Dus die hebben een eigen naam voor deze koning bedacht die ze wel makkelijk konden uitspreken: Clovis. Maar waarom Nederlandstaligen onder dit juk moeten doorgaan begrijp ik niet. Wij kunnen de naam Chlodovech wel makkelijk uitspreken, dus Nederlandstaligen moeten volgens mij de man noemen zoals hij ook echt heette: Chlodovech en hem niet met een of andere Franse fantasienaam aanspreken.

Ik had dit boek al begin dit jaar in de boekwinkel zien liggen en wou het al kopen, ware het niet dat ik nog een hele stapel te lezen boeken had liggen. Inmiddels heb ik de 19e druk te pakken, terwijl de eerste druk verscheen in januari 2019. Er zijn intussen meer dan 100.000 exemplaren van verkocht. Als ik het goed begrijp staat het boek nu in de bestsellerslijst op plaats drie.

Zaterdag 16 november 2019.

Het duurde wel even voordat ik alle aangeschafte spullen weer goed geordend in koelkast en andere ruimtes had staan en liggen. En toch zijn er dan altijd nog wel zaken die je dan nog vergeten bent. Zoals appels voor mijn appelmoes. Vervolgens weer naar de gang getogen om het behangen van de gang te voltooien en dat lukte ook weer. Dus vanaf vandaag kan ik dan aan de woonkamer gaan werken. Eens zien of ik met deze achtergrondkleur (ben nog niet tevreden, maar alle begin is moeilijk) en lettergrootte beter slaag.

Vrijdag 15 november 2019.

ZZZHet was een leerzame en goede dag. Om en nabij half elf stapte ik in de auto met bestemming de Combimarkt in Weener (Duitsland). Het was de hoogste tijd om nieuwe koffie aan te schaffen, keukenrollen, lekkere soepjes, Nivea Soft en deze keer ook wijn. Van een bestuurscollega uit Dinxperlo, die dus pal aan de grens woont, had ik begrepen dat ik in Duitsland voor de Dornfelder Halbtrocken zou moeten gaan. Die vond zij het lekkerst en die was heel voordelig. Ik had hem snel gevonden. Slechts € 2,99 per fles van 0,7 liter. Ik nam er meteen twee. Het is immers niet zeker dat ik dezelfde smaak heb. Tot mijn verrassing stond er een andere fles in het schap vlakbij met Franse Merlotwijn. Het was precies dezelfde fles wijn die ik vorige week bij de Jumbo had gekocht: twee flessen voor € 7,79. En dat waren zelfs flessen met 1,0 liter inhoud. Ik had me er toen al op voorbereid dat ik beide flessen door de gootsteen moest spoelen, maar dat gebeurde niet. Ik vond de wijn heel goed drinkbaar. Geen bijzondere bijsmaak, geen bij- of nawerkingen, geen bijzondere afdronk. Ik ging dus de volgende dag terug naar die Jumbo, maar ze waren inmiddels uitverkocht. Meer mensen hadden inmiddels begrepen dat dit voor zijn prijs heel goede wijn was. En nu, bij die Combimarkt, stond precies dezelfde wijn. Maar nu dus voor € 2,99 per fles van een hele liter. Nóg goedkoper dan bij de Jumbo dus. Er waren in die schappen nog veel meer wijnen voor maar € 2,99 per fles. In Nederland begint de wijn in de supermarkt en bij de slijter pas vanaf 5 á 6 euro. Goedkoper komt bijna nooit voor. Duurdere wijnen zijn er in overvloed. Als ook de Dornfelder Halbtrocken zo lekker is als hij belooft te zijn, ga ik vaker wijn in Duitsland kopen. Alleen als ik een auto onder de kont heb natuurlijk.

De tweede etappe was de Combimarkt in Bunde. Hoewel dit dezelfde keten is, verschilt het assortiment iets. Daar was ik sneller klaar, omdat ik het meeste al in Weener had gekocht. Pakweg half een vertrok ik weer naar mijn derde geplande bezoek van die dag: De Woeste Grond, slager van meukvrij vlees, tegenwoordig gevestigd in Sellingen, vlakbij de Duitse grens. Ik was er lang niet geweest, want hun vorige winkel in Musselkanaal, was door een groot brand volledig verwoest. Ik werd er met koffie en koek ontvangen. En kreeg een rondleiding door gastvrouw Eugénie door het hele gebouw, dat blijkbaar een oude boterfabriek is geweest. Alleen waar het vlees werd ingepakt en gelabeld en in de enorme vrieskamer was alles af en tot in de puntjes verzorgd. In de rest van het gebouw was er ook al een hoop gebeurd, maar moest er ook nog veel gebeuren. Planning is dat het in het komend voorjaar af moet zijn. Ik heb er zoveel vlees van allerlei soort gekocht als ik inschatte dat nog in mijn vriezer zou passen en dat was best een berg.

Bij thuiskomst om een uur of vier bleek inderdaad dat alles er inderdaad nog net bij kon. Vervolgens heb ik de auto afgetankt en naar de garage teruggebracht. Met de bus terug naar huis en terug in mijn woonplaats nog even een boek in de boekhandel afgehaald dat ik besteld had, en daarna nog naar de Jumbo voor de laatste boodschappen. Op slag van zes uur was ik weer thuis. Ik heb de hele dag geen moment op de klok gekeken, want ik had bij vertrek al met de natte vinger ingeschat dat ik om zes uur thuis moest kunnen zijn. Ik heb immers de vaste afspraak met mijn broer Jan dat hij me tussen zes en zeven uur belt (tenzij we iets anders afspreken) en dan moet ik dus om zes uur thuis zijn. Het paste precies. En toch heb ik overal heel relaxed de dingen gedaan die ik wilde doen en verbleef ik in De Woeste Grond onverwacht lang.

Het was dus een fantastische en succesvolle dag. Ik heb voor ten minste een maand of langer vlees in andere spullen in huis. Het enige ‘minpunt’ van de dag was de stand van mijn bankrekening. Die heeft ernstig geleden onder mijn uitspattingen. Maar die krijgt het dus nu een tijdje juist veel rustiger.

Donderdag 14 november 2019.

Dat was weer een dagje Aalten. En zelfs een vrij lang dagje. Ik was rond een uur of zes thuis, en ging meteen naar de Chinees. De dag was begonnen met het stoten van mijn linker kleine teen aan een meubelstuk. Het deed eventjes flink pijn, maar anders dan andere keren, trok de pijn de hele dag niet weg. Pas een uur nadat ik ’s avonds op de bank mijn schoenen had uitgedaan zakte hij wel. Bij het naar bed gaan en nadat ik mijn sokken had uitgetrokken zag ik inderdaad een vrij grote blauwe plek, die zeker een centimeter of zeven mijn voet opging. Zowel naar rechts als naar achteren. De oorzaak was volgens mij de volgende. Bij het wakker worden blijf ik eerst nog vijf minuten tot maximaal een half uur of zo wakker liggen. Het nieuws, het weer of nog iets anders bekijkend. Als het hele lijf goed wakker is sta ik pas op. Zo gaat het ook als ik extra vroeg de deur uit moet. Daar houd ik rekening mee bij het zetten van de wekker. Maar gisteren liep het anders. Ik werd wakker op de wekker zat meteen rechtop, wat ik nooit doe, ging er meteen uit omdat ik zo nodig moest. En eenmaal eruit bleef ik ook op. Dat doe ik (vrijwel) nooit. Dan is het lijf nog niet helemaal wakker, met als gevolg dat er dan plots iets kan gebeuren, zoals het onvoldoende kijken waar ik mijn voeten neerzet. Ik ga wel vaker direct na het wakker worden naar het toilet, maar dan duik er toch weer eventjes in. Als ik nog slaapdronken rondloop kan ik me wel eens stoten. Dat is volgens mij dus gisteren gebeurd. Het zal wel weer wegtrekken.

Woensdag 13 november 2019.

Vandaag even een rustige bijdrage. Er gebeurde het afgelopen etmaal ook niet zoveel vermeldenswaard. De komende dagen heb ik zeker weer het nodige te melden.

Dinsdag 12 november 2019.

Volgens een buurvrouw komen in dit wijkje met Sint Maarten helemaal geen kinderen. Ze heeft ze al in jaren niet gezien. Weer een opluchting.

Dezelfde buurvrouw heeft sinds vanmorgen ook last van muizen. Ik heb haar en anderen meermaals verteld dat je je voor- en achterdeur niet onbewaakt moet openlaten. Ik deed het twee keer en beide keren leverde dat een invasie van muizen op. De eerste keer 5 stuks en de tweede keer 11. Nu had haar hulp de voordeur even open laten staan en het was dus ook bij haar raak. Ze mag mijn vallen uiteraard gebruiken. Ze wil het eerst even aanzien.

Gisteren had ik ook een telefonisch kennismakingsgesprek met de voorzitter en een lid van het Verantwoordingsorgaan. Dat is een club mensen waar het bestuur van ons pensioenfonds verantwoording aan moet afleggen. Een kolfje naar mijn hand: het analyseren van teksten en tabellen om vervolgens de goede vragen te stellen. Daarop ding ik mee. Maar dit is uiteraard het begin van de procedure, die we verder af moeten wachten. Het zal zeker nog een aantal weken kosten, voordat hier uitsluitsel over komt.

Maandag 11 november 2019.

Sint Maarten. Al vanaf het begin doe ik hier niet aan mee, terwijl ik toch een liefhebber van volksfeesten ben. Sinterklaas en Zwarte Piet zal ik nooit overslaan, evenmin als Kerst of de zelfgebakken oliebol Maar Sint Maarten dus wel. Zingende kinderen aan de deur die je dan snoepgoed geeft. Ik vond en vind het maar ongezond en slecht voor die gebitjes. Mandarijntjes kunnen dan ook nog wel, maar veel anders kan ik maar niet verzinnen. Ik kan bovendien totaal niet inschatten hoeveel kinderen er zullen langskomen en ik weet dus ook niet hoeveel snoep en/of mandarijntjes ik moet aanschaffen. Ik zit dus na afloop met een overschot aan mandarijntjes en/of snoep. Ik wil immers geen kind teleurstellen, dus ik sla genoeg in. Ik heb geen idee wat ik daar dan mee moet. Weggooien dus. Het is dus ook nog eens verspilling. Dus ik ben altijd weer blij als die avond, als ik tenminste thuis ben, weer voorbij is.

Ik heb inmiddels behangen tot de lijm op was. Morgen zou ik weer nieuwe lijm kunnen afhalen, maar voor het eind van de week zit het er niet meer in dat ik de gang nog afmaak. Maar aan het eind van de week dus wel. Dan komt de gang af en kan ik aan de woonkamer beginnen.

Zondag 10 november 2019.

Al zeker een week of twee is de onderdoorgang van het station Haren gereed, met een vertraging van ongeveer zeven maanden. Ik ben er al meerdere keren onderdoor gelopen, onderweg naar het winkelcentrumpje Oosterhaar, waar onder ander de enige echte groenteboer in de wijde omtrek zit. De bouwers hebben wel een flink terrein achtergelaten, wel netjes opgeruimd, maar verder helemaal kaal. Op dit terrein hebben ruim anderhalf jaar lang alle bouwmachines en -materialen gestaan. Ik neem toch aan dat dit terrein nog opnieuw zal moeten worden beplant, maar daar heb ik nog geen spoor van gezien. Ook zijn er twee nieuwe plekken gekomen voor de haltes van buslijn 51, die al sinds maart 2018 hier niet meer stopte, vanwege de bouw van de onderdoorgang. De afgelopen twee weken is de betegeling langs de halteplaatsen gemaakt. Daar heb je natuurlijk al gauw twee weken voor nodig. Denk maar eens aan het probleem met welke tegel je moet beginnen. Met een witte of een zwarte? Voor die beslissing heb je al gauw een dikke week nodig. Verder staat er al zeker twee weken een nieuw bushuisje. Dan kunnen mensen schuilen als het regent. Het enige waarop we nog zitten te wachten is de beide haltepalen, met een bordje met de dienstregeling. Gisteren bleek dat er al één haltepaal was geplaatst, zelfs mét bordje voor de dienstregeling, maar nog zonder de dienstregeling en ook is het eigenlijke haltebord nog niet boven op de haltepaal gezet. Bij de andere halte, voor de terugweg, is nog geen paal in zicht. Volgens de website van Qbuzz zullen de haltes nog tot en met 31 december buiten gebruik blijven. Het kost dus nu nog een week of zeven voor het plaatsen van de andere haltepaal en het uitprinten van de dienstregeling. Als er intussen maar niemand overspannen is geworden van zoveel werkdruk.

Zaterdag 9 november 2019.

Het werden gisteren dus zes banen. Met een beetje goede wil komt dit weekend de gang af. Op twee baantjes in een hoek na, die ik pas kan doen als de lekkage verholpen is. Volgende week begin ik dan aan de woonkamer.

Ook ben ik eindelijk uit de BTW-plicht van Qatraze b.v. gekomen. Aangezien ik op voorhand weinig vertrouwen had in de Belastingtelefoon, omdat daar werkstudenten of zo de vragen beantwoorden. Bovendien is een aparte Belastingtelefoon voor ondernemers er niet meer. Aangezien het opnieuw aanmelden van een b.v. via de Kamer van Koophandel gaat, ook volgens de Belastingdienst, ben ik daar maar eens begonnen. Ik ben dan wel niet BTW-plichtig voor Qatraze b.v., maar ik sta nog wel steeds bij de KvK ingeschreven. Ik kreeg een echte deskundige meteen aan de lijn, na de nodige doorkiesnummers te hebben geslecht. Uiteindelijk kwam zij tot de conclusie dat ik toch wel bij de Belastingdienst moest zijn, en ze gaf me aan hoe ik dan de Belastingtelefoon kon omzeilen, omdat die ook volgens haar, het goede antwoord op zo’n ingewikkelde vraag niet heeft. Via de aangegeven weg kwam ik inderdaad terecht bij een deskundige omzetbelasting van de fiscus. En die kon me vertellen wat ik precies moest doen: een brief schrijven met verzoek om Qatraze b.v. weer omzetbelastingplichtig te maken. Dat antwoord moet dan binnen vijf dagen komen en dat zou mooi op tijd moeten zijn om nog tijdig gebruik te kunnen maken van de nieuwe Kleine Ondernemers Regeling. (KOR). Ben benieuwd of dit werkelijk zo gaat uitkomen.

Vrijdag 8 november 2019.

We zijn dus weer verder gegaan met behangen. Het gaat nog altijd maar traag en ik ben dus zo nog wel een aantal weken bezig. Misschien wel enkele maanden. Maar wat er is gedaan zit wel mooi strak.

Al een tijdje probeer ik de beurs te volgen. En ik kan er nog steeds geen enkele chocola van maken. Ik geloof ook niet dat er mensen zijn die het wel snappen. Het gaat volgens mij om de emoties van enkele mensen op zo’n beursvloer. Niet om feitelijke gegevens. De beurs daalt al als er een of andere negatieve ontwikkeling verwacht of vermoed wordt, ook in een ver buitenland, maar als die ontwikkeling er toch niet komt wordt dat niet gecorrigeerd. Dat kan wel, maar dan is de correctie een gevolg van iets anders, bijvoorbeeld mooie cijfers uit Amerika. Zo daalde de afgelopen maanden de beurs steeds en ook vrij fors, als er weer berichten over nieuwe straftarieven kwamen in de handels’oorlog’ tussen de V.S. en China. Gisteravond werden China en de V.S. het eens over een langzame afbouw van een aantal tarieven en had Boskalis vanmorgen vroeg heel mooie winstcijfers. Je zou dus denken dat de beurs dan omhoog zal gaan, maar nee. De AEX daalde. Per saldo doet mijn kleine beleggingsrekeningetje het best goed. Maar rijk zal ik er nooit van worden. Dat hoeft ook niet, zolang ik mijn boodschappen maar kan blijven betalen.

Donderdag 7 november 2019.

Het was gisteren weer eens een superlange dag. Heel vroeg op en op reis naar Enschede. Dus geen tijd voor een bijdrage aan deze rubriek. Zeer uitzonderlijk kregen we geen lunch aangeboden, waarschijnlijk omdat we geen middagsessie hadden gepland. Het was een zogenaamde themabijeenkomst, en het was wederom succesvol. Dan maar ergens in het Enschedese een lunch genomen. Ik heb mij beperkt tot een van de goedkoopste artikelen op de kaart, met een kop koffie. Het waren twee kleine bruine boterhammen, maar wel stevig belegd. Met krokante kip, saus en slablaadjes. Na afloop had ik toch een ‘opgeblazen’ gevoel. Alsof ik een half brood met beleg had opgegeten. Dat heb ik de laatste tijd wel vaker. Ik heb ook het idee dat ik steeds kleinere porties neem. Tot voor kort deelde ik appelmoes gemaakt van een kilo goudreinetten in twee porties. Bij wijze van toetje. Het werden me te grote porties, dus deelde ik ze de laatste keer in drie porties. Dat is een mooie hoeveelheid. Daar houd ik het voortaan bij.

Na de lunch weer richting het noorden getogen, zodat ik om een uur of vier weer terug was in mijn woonplaats. Meteen maar even boodschappen gedaan. Bij de HUBO nog een volgend potje verf gekocht en een volgende bak behanglijm besteld. De pot behanglijm kreeg ik de vorige keer twee dagen na mijn bestelling, maar deze keer komt hij pas komende dinsdag. Nu heb ik nog, maar ik ben er toch niet helemaal gerust op of ik tot en met maandag kan blijven doorsmeren.

Om een uur of vijf weer thuis, mooi op tijd voor mijn dagelijkse portie pistachenootjes. En daarmee zat ik weer in mijn dagelijkse routine. Maar dan wel met veel vroeger op de avond het zogenaamde knikkebollen, omdat ik immers zo vreselijk vroeg was opgestaan. Ik zal vast wel af en toe zijn weggezakt, maar op de gebruikelijke tijd naar bed getogen en vanmorgen weer op de gebruikelijke tijd op. Het avontuur is weer voor even voorbij.

Dinsdag 5 november 2019.

Middagje bezoek aan broer Arie te Leiden. De vorige keer dat ik hem zag was hij een zielig hoopje mens, nauwelijks reagerend. Nu gaat het toch een stuk beter met hem. We spraken weer over van alles, we lachten weer en haalden weer diverse oude koeien uit de sloot. Ook besprak ik met hem onze jeugd en mijn nieuw verworven inzichten in het Parental Alienation Syndrome. We kwamen tijd tekort. Dus dat moet over niet te lange tijd worden voortgezet. Daarna doorgegaan naar Amersfoort voor een bezoek aan verre achterneef Piet. Daar kwam ik dus later aan dan ik had bedoeld. Ruim voor middernacht was ik weer thuis.

Maandag 4 november 2019.

Het begint toch steeds meer te jeuken als het erom gaat verder te gaan met mijn kwartierstaat. Doordat de kinderen van Janna van Leeuwen verkeerd in mijn MyHeritage-stamboom staan, vroeg ik me af hoe die daar terecht zijn gekomen. Op mijn (deze) website heb ik helemaal geen kinderen van haar staan, omdat die niet passen in mijn opzet: elke keer de vader en moeder van een rechtstreekse voorouder opzoeken en vervolgens proberen het gehele gezin van deze voorouder te vinden. Maar deze Janna van Leeuwen is geen rechtstreekse voorouder dus in principe heb ik haar kinderen ook niet. En dat klopt ook: ze staan niet op mijn website. Maar hoe komen ze dan op mijn MyHeritage-stamboom te staan? En uiteraard dan ook nog eens met fouten. Het moet wel betekenen dat ik op het verkeerde knopje druk als ik een zogenaamde ‘match’ krijg. Dan neem ik blijkbaar de gegevens van anderen over. En veel van deze stamboomonderzoekers maken nogal wat fouten, en ik had me al voorgenomen alles wat ik via deze ‘matches’ aangereikt krijg eerst te onderzoeken op juistheid. Dat is natuurlijk ‘a hell of a job’, maar dat moet dan maar.

Voorlopig ben ik natuurlijk nog bezig met het behangen en verder opknappen van mijn huis. Dat gaat veel trager dan me lief is, maar het komt natuurlijk toch wel een keer af. Kerstmis was en blijft het streven. Hoe realistisch dat is, daar komt ik later pas achter. Daarna komt mijn kwartierstaat.

Zondag 3 november 2019.

Een nadeel van het mooie tapijt dat nu in een groot deel van mijn huis ligt, dat ik me totaal niet tevoren gerealiseerd had, is dat er nu geen geschikte plek meer is in mijn huis waar ik mijn weegschaal kan neerzetten. Want die moet natuurlijk op een vlakke ondergrond staan. De badkamer en een stukje van de keuken zijn nog helemaal glad. Verder niets. Het keukenstukje is zo klein, dat de weegschaal bij elk keukengebruik enorm in de weg staat. En dus bovendien een eersteklas struikelobject zal zijn. De badkamer is qua oppervlakte wel een stukje groter, maar zeker de helft komt dagelijks onder water te staan en dat lijkt me niet bevorderlijk voor een goed functioneren. Wat de andere helft betreft, kan het in principe wel, maar ideaal is het nergens. Dus weeg ik me gewoon niet meer. En dat betekent weer dat ik me gewoon altijd moet inhouden met vooral het kopen en natuurlijk ook het eten van lekkers.

Bij zelfgemaakte maaltijden wordt het bij nogal wat gerechten vaak teveel voor één persoon. Vroeger at ik er dan meer van dan goed voor me was en een eventuele rest ging de koelkast of de vriezer in. Sinds ik me niet meer weeg ben ik nu ook hiermee fanatieker. Ik stel bij het opscheppen vast wat mijn portie zal zijn, maar soms maak ik mijn bordje niet helemaal leeg. Restanten gooi ik nu eerder weg of ik vries ze in, afhankelijk van de hoeveelheid. Ik ga niet meer geforceerd alles opeten wat in de pan zit.

Volgens mij blijft mijn gewicht zo ook beter op peil, ook al meet ik dat nooit. Belangrijke meetinstrumenten zijn nu mijn beide broekriemen. Die zijn van kleur verschillend, maar verder identiek. Ik moet altijd het laatste gaatje hebben. Als ik per ongeluk het voorlaatste gaatje kies, voel ik mijn broek zakken, nog voordat ik op de Rijksstraatweg ben. Voordat ik op de weg kom, moet ik dan toch het laatste gaatje opzoeken. Want anders gebeuren er bij het boodschappen doen ongewenste dingen.

Zaterdag 2 november 2019.

Het volgende boek dat ik aan het lezen ben is De Koreaanse Oorlog (1950 – 1953). De Tweede Wereldoorlog was van vóór mijn tijd en daar heb ik honderden boeken van, de Vietnamese oorlogen, heb ik voor een groot deel bewust meegemaakt en gevolgd op radio, tv en in kranten. En alle oorlogen van daarna heb ik ook gevolgd, zelfs tot de dag van vandaag. Van de Koreaanse oorlog weet ik daarentegen vrijwel niets, terwijl die toch ook in mijn leven heeft gewoed. Dat gaatje moest dus nog een keer gevuld worden en daar ben ik dan nu mee begonnen. Het is een voor mijn doen vrij klein boekje: plm 180 pagina’s. De eerste plm 80 pagina’s gaan dan ook nog eens aan wat er in Korea een vooraf ging, vanaf plm 2000 vóór Christus. Dus dat is lang. In de VOC-tijd speelden Nederlanders daarin ook een voorname rol. Allerlei handelaren en andere reizigers van Nederlandse afkomst passeren de revue. Er zijn zelfs nu nog Musea in Korea die Nederlanders als onderwerp hebben. Ook in Gorinchem is onlangs een museum geopend over de Nederlanders op het schip Sperwer en Korea, waarvan er dus al drie of vier in Korea zelf zijn. Daar moet ik toch ook nog eens naartoe. Naar Gorinchem dan. Het valt me opnieuw op dat zovele beroemde Nederlandse handelaren, ontdekkingsreizigers en vloothelden uit van die heel kleine plaatsjes kwamen. De Rijp of Gorinchem bijvoorbeeld. Je ziet zelden lieden uit Den Haag of Utrecht over de wereldzeeën zwerven. Terwijl die kans statistisch juist veel hoger zou moeten zijn.

Eindelijk staat dan het gangmeubel op zijn plaats. Omdat ik erachter alles behangen heb en ik er niet meer hoef te zijn.

Vrijdag 1 november 2019.

De maand oktober 2019 heeft in het aantal bezoekers op deze website een flinke slag naar beneden te verwerken gekregen. Van 722 bezoekers vorig jaar oktober naar 369 bezoekers dit jaar. Dat is bijna een halvering. Zoals steeds is het gissen naar de oorzaak. Het bijhouden van bezoekerscijfers is sowieso hachelijk, omdat de grilligheid groot is. Dat is ook de reden dat ik 12maandelijkse gemiddelden bijhoud, dat dat de enorme schommelingen wat dempt. Maar ook met deze aanpak bleef oktober 2019 een relatief slechte maand. Ik weet wel dat sinds kort enkele vaste bezoekers aan deze website door ziekte, ongeval of overlijden, langdurig of zelfs helemaal zijn uitgeschakeld. Gewoon afwachten hoe het verder gaat is nu het motto.

Verder is er gisteren nu eindelijk een beetje vaart gekomen in het behangwerk. Een complicerende factor is dat deze lijm het voordeel zou hebben dat je nog zeker twintig minuten na het opbrengen kunt blijven schuiven met de baan. Ik sta natuurlijk niet als een rotsblok op het trapje, dus ik wil voorkomen dat bij het opplakken van een volgende baan, de vorige die net zo netjes zat, toch weer kan gaan schuiven, als ik mijn hand op dat stukje muur zet. Dus na elke baan wacht ik eerst zeker een half uur met de volgende, zodat ik redelijk zeker weet dat die niet meer van zijn plaats zal komen. Dat schiet natuurlijk niet op. Maar het geheel komt ook op deze manier natuurlijk toch wel een keer af. Het streven blijft gericht op Kerstmis. Dat moet ik kunnen halen.

Ook op elke eerste van de maand neem ik de meterstanden op van mijn gas- en elektriciteitsgebruik. Dat deed ik oorspronkelijk, omdat ik wilde weten wat nu het effect is geweest van de isolatie die alweer meer dan een jaar geleden werd uitgevoerd. Dat effect is bekend: het scheelt makkelijk eenderde van de gas- en elktrakosten. Om de vergelijking zuiver te houden hield ik mijn stroom- en gasverbruik twee jaar lang zoveel mogelijk hetzelfde. Nu deze periode alweer een half jaar of meer voorbij is, ben ik deze standen toch maar wel blijven bijhouden, maar nu met het project: “bewuster omgaan met gas- en stroomverbruik”. Negentig procent van mijn verlichting is nu LED. En ik denk erbij na wanneer de kachel hoger moet of lager kan. En het verbruik gaat inderdaad verder omlaag. Het is nu nog 1523 kWh en 1037 m3. Dat is nu bijna de helft van het verbruik van nog maar twee jaar geleden. Mijn verwachting is dat het nog verder zal dalen. Behalve natuurlijk als we een strenge winter krijgen. Want ik ga natuurlijk niet in de kou zitten.

Donderdag 31 oktober 2019.

Waar ik vier keer per jaar enorm tegenop zie, is het doen van aangifte omzetbelasting. Dit keer dus voor het derde kwartaal. Dat moet telkens voor het eind van de op het kwartaal volgende maand gedaan worden. Dus uiterlijk op 31 oktober, 31 januari, 30 april en 31 juli. En ik heb het weer geflikt. Het is weg en betaald. Nieuw was deze keer dat ik voor het eerst met de scanner van ING moest betalen. Gelukkig had ik al in mijn achterhoofd opgeslagen dat ik in het uiterste geval naar de plaatselijke ING-bank kon gaan voor hulp. Maar het was niet nodig. Het was nog wel enkele keren misprikken, maar uiteindelijk was de betaling verwerkt. Als alles volgens plan gaat moet ik dat voor het laatst doen, aanstaande 31 januari 2020, want vanaf 1 januari a.s. hoop ik toch de status ‘kleine ondernemer’ te hebben en ik de BTW-heffing zowel als -betaling voor drie jaar achterwege kan laten.

Gisteravond kwam dan het boek “The British Are Coming” uit. Het eerste deel van een trilogie, betreffende de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd van 1775 tot 1781. Dit eerste deel ging dan tot begin 1777. Ik blijf bij mijn mening van de tussenstand, halverwege dit boek. Het is een uitgebreide en onderhoudende vertelling, maar ik mis toch een beetje de structuur. De onafhankelijkheidsverklaring wordt wel genoemd, maar nauwelijks de inhoud. Ook niet dat ons ‘Plakkaat van Verlatinghe’ van 1571 mede een voorbeeld is geweest. President Obama is er speciaal voor naar Den Haag gekomen, om het document te bekijken. Dat de eerste internationale erkenning van de piepjonge Amerikaanse staat van Nederland kwam is ook niet vermeld. Dat was een begroeting met saluutschoten door een kustbatterij op St Eustatius van een Amerikaans oorlogsschip in het najaar van 1776. Dezelfde Obama is hiervoor een keer naar St. Eustatius gegaan.

Wel geef ik het kaartmateriaal een kleine 8. De kaarten zijn overduidelijk speciaal voor dit boek gemaakt en veel plaatsen in de tekst zijn op de kaarten terug te vinden. Maar niet allemaal. Ik geloof overigens dat ik maar één keer eens een hoger cijfer voor kaarten heb gegeven. Dat was in het boek dat handelde over de strijd in Noord-Brabant in het kader van de strijd om Arnhem in de Tweede Wereldoorlog. Die kaarten vond ik nóg beter. Vrijwel steeds krijg ik in andere boeken het gevoel dat aan het eind van zijn schrijfwerk de schrijver aan een van zijn medewerkers nog de opdracht meegaf, om ook nog kaarten van het gebied waar het boek over gaat, ergens vandaan te halen en in het boek te zetten.

Wel is leuk te lezen dat de Nederlandse invloed nog zo groot was. Talloze Nederlands benamingen, vooral in en ruim rondom New York, maar ook kerken, gebouwen en huizen en andere bouwwerken in Nederlandse stijl.

Woensdag 30 oktober 2019.

Na de tweede muizeninvasie van 19 juni tot eind augustus van dit jaar, was er een slijtageplekje in het tapijt overgebleven, van de laatste muis die er nog was en die heeft geprobeerd onder de woonkamerdeur door te komen, richting gang. Nu mijn huis regelmatig grondig wordt gestofzuigd merkte ik dat het plekje heel langzaam maar zeker steeds groter werd. Vanmorgen heeft de tapijtlegger dit plekje gerestaureerd. Het was eigenlijk in een vloek en een zucht gebeurd. Binnen enkele minuten stond hij weer buiten. Weer een streepje door een taak die ik nog moest doen.

Ik heb mij gekandideerd voor het lidmaatschap van het Verantwoordingsorgaan (VO) van mijn pensioenfonds. Ik had van het begrip VO nog nooit eerder gehoord. Het is blijkbaar een vrij nieuw begrip. Ik was dit jaar lid geworden van de gepensioneerdenvereniging (GVKPN), die pas in de zomer van 2018 is opgericht. Daarna werd ik lid van de Klankbordgroep. Dat is een groep van enkele tientallen leden die af en toe met het Bestuur overlegt. Het Bestuur van GVKPN wil af en toe zijn oren te luisteren leggen bij (een vertegenwoordiging van) de leden. Logisch en verstandig. De wet- en regelgeving rond pensioenen is knap ingewikkeld en je kunt er nauwelijks te veel van weten. Nu er een gepensioneerdenvereniging is heeft ze blijkbaar ook het recht leden van het VO te benoemen. Het Bestuur van het Pensioenfonds moet blijkbaar voor al haar handelen verantwoording afleggen aan dit Verantwoordingsorgaan. Ik hoop dat iemand het nog kan volgen. Als je er geleidelijk inschuift zal ik er op den duur wel steeds beter begrijpen.

In de profielschets van het VO stond als laatste eis:

Maandag 28 oktober 2019.

Voor het eerst kreeg ik het gevoel dat ik echt een stuk op de goede weg kwam met het opnieuw behangen. Ik heb blijkbaar toch voor een vrij bewerkelijk traject gekozen, hoewel dat niet de bedoeling was. Na verwijderen van het behang, nu voor 85% klaar, eerst de gaten vullen met tandpasta. Laten drogen en dan opschuren. Dat betekent in de praktijk de wand van alle overgebleven kleine stukjes oud behang ontdoen. En de gevulde gaten helemaal vlak maken. Vervolgens de witte verf over de stukken of stukjes met vlekjes of potloodaantekeningen die door het nieuwe behang heen kunnen schijnen. Die verf moet uiteraard ook weer drogen. Dan het behang erop. Je moet natuurlijk even de slag te pakken krijgen, maar nu dat het geval is kan ik achter elkaar doorwerken. Toch zal ik er nog wel enkele weken over doen, want ik heb ook nog andere dingen op mijn to-do-lijst staan.

Vandaag gaat in elk geval ook weer de bladblazer aan het werk. Er ligt weer een berg bladeren.

Zaterdag 26 oktober 2019.

De to-do-list werkt prima. Het geeft me een goed gevoel. En ik verbeeld me dat ik zo toch ook wat netter en sneller mijn afspraken nakom.

Gisteravond gegeten in restaurant ’t Regthuys in Wirdum. Een onmogelijk klein plaatsje ten noordoosten van de stad Groningen. Ik dacht eerst dat ze er zelfs geen kerk hadden, maar die bleek er toch te zijn. Maar verder is er volgens mij absoluut niets te doen. Dat kan ik natuurlijk niet beweren, want ik was er van 19.00 uur tot plm 22.00 uur dus ik heb er alleen duisternis gezien. De mobiele telefoon deed het er nauwelijks, zodat ik broer Jan via de vaste lijn van het restaurant moest bellen. Voor zo’n klein plaatsje was het een groot restaurant en toch gemoedelijk. Alle tafeltjes waren bezet en in een soort antichambre bij een open haard wachtten de gasten op een vrijkomend tafeltje. Ietwat overdreven wellicht gesteld, is dat volgens mij het halve dorp er aan het eten was. Het eten was er uitstekend, evenals de bediening. Leuke, open en benaderbare mensen. Heen en terug ging het met de bus. En ook dat beviel goed.

Vrijdag 25 oktober 2019.

Deze week ben ik met een ‘to-do-list’ begonnen. Dat had ik veel eerder moeten doen. Er staan intussen zo’n 15 klussen op die ik nog moet doen. Dat zijn heel uitlopende zaken. ‘Verder gaan met behangen’ is er zo een. Een relatieve megazaak, want daar ben ik nog wel enkele weken mee bezig. Maar ook het verder bijwerken van websites, los uiteraard van deze blog, uiteraard. De BTW-opgave voor het derde kwartaal, uiterlijk eind deze maand in te dienen. Blad blazen na de storm van komende zaterdag. Mijn kwartierstaat en MyHeritage bijwerken. Klusjes voor de bewonerscommissie en het huurdersplatform doen. En zo nog een aantal. Elke morgen kijk ik naar die lijst en bepaal ik wat ik die dag ga doen. Elke avond kijk ik ook naar de lijst en kan er tot nu toe steeds weer enkele posten afvoeren en eventueel weer nieuwe bij zetten. Zo houd ik beter bij wat er gebeuren moet en loop ik niet onnodig achter.

Eindelijk las ik vandaag door een bericht van de fiscus dat de nieuwe Kleine Ondernemersregeling (KOR) ook geldt voor verenigingen, stichtingen en b.v.’s. Dus ook voor mij. Ik werd in de war gebracht door het formulier dat ik daarvoor moest invullen. Het is een supersimpel formuliertje op één A4-tje. De vragen hadden ook wel op een A5-je of A6-je gepast. Je moet natuurlijk je BTW-nummer opgeven een datum zetten en je handtekening plaatsen. Tenslotte is er dan een vraag met ‘Naam’ boven de handtekening. Maar de naam van de stichting, vereniging of b.v. wordt niet gevraagd. Wat moet je dan bij ‘Naam’ invullen? De naam van de b.v. of mijn naam? Normaal is dat het de naam van de persoon is, maar waarom wil men niet de naam van de b.v. weten? Of geldt de regeling wellicht niet voor b.v.’s? Ik vul dus maar voor de zekerheid beide namen in. Ik stuur het papier op en nu maar wachten. Ik moet het wel zeker weten, want als het klopt moet ik mijn declaratiegedrag gaan veranderen. En bovendien wil ik dan enkele bedrijfsinvesteringen naar voren halen, naar dit jaar, want daarvan mag je de komende drie jaar ook de BTW niet meer aftrekken. Dat kan dan nog eenmalig nog dit jaar. Totdat ik vanmorgen een bericht in de Telegraaf van de Belastingdienst las, dat de nieuwe KOR ook geldt voor stichtingen, verenigingen en b.v.’s. Opgelucht dus.

Donderdag 24 oktober 2019.

Mijn schoen, die ik ter reparatie had gebracht bij de plaatselijke schoenmaker, weer opgehaald. Dit was al het derde oogje dat er vanaf was gesprongen in enkele maanden tijd. Dat is geen toeval meer. En mijn vleesvoorraad weer aangevuld. Die was tot een bedenkelijk peil gedaald. Spullen voor een uitgebreide Indische maaltijd gehaald. Die is voor morgen. Elke keer verbaas ik me er weer over dat de Indische spullen van Conimex zoveel chemicaliën bevatten. Doorgaans tientallen. Als je dezelfde spullen van Go-Tan of Inproba of een ander kleiner merk neemt, dan zie je meteen dat het aantal chemicaliën een stuk kleiner is. Van 20 naar vier of vijf ingrediënten of zo. Conimex is van Unilever en veel Unileverspullen hebben zoveel chemicaliën. Maar ook weer niet allemaal. De Knorr-jus in een zakje bijvoorbeeld bevat vrijwel geen meuk. En toch verbeeld ik me dat Conimex veel groter is dan Go-Tan of Inproba. De wereld wil nu eenmaal bedrogen worden en dus bedriegt men haar.

Woensdag 23 oktober 2019.

Gisteren een dag gehad met veel gedoe: een bezoek aan ING om mijn scanner aan de praat te krijgen. Dat ging niet van een leien dakje. Maar na diverse pogingen en hulp van collega’s kwam het dan toch voor elkaar. Vervolgens de tapijtboer. Een kleine vervlakking in mijn tapijt, overgebleven van de muizentijd, waar een muis geprobeerd had onder een deur door te komen. Heel langzaam werd deze vervlakking in de loop van de afgelopen maanden steeds groter, totdat hij afgelopen zondag na het stofzuigen zo groot werd dat je de onder-vloerbedekking kon zien. Het was maar ongeveer een millimeter, maar toch. Daar moet toch maar eens een specialist naar komen kijken. En dat gaat dus ook gebeuren. Vervolgens mijn achterplaatsje maar weer eens ontbladerd en het apparaat bij de buuf gebracht en ook bij haar bladgeblazen of gebladblaasd. Daarna kwam de onderhoudsman van de beheerder om een natte plek in mijn gang, die bij het onthangen (= het tegenoverstelde van behangen) tevoorschijn was gekomen, te komen bewonderen. Hij stelde vast dat het in de gangkast nat was en in de douche rondom het afvoerputje lekte. Hij heeft het alvast provisorisch hersteld, maar het moet nog grondiger worden aangepakt. Dat is voor later. Zo gaan er uren voorbij, met vooral wachten, zonder dat er nou veel uit mijn handen is gekomen. Ook die dagen zitten er dus bij,.

Dinsdag 22 oktober 2019.

De soap rond het behangen gaat verder. In overleg met mijn broer Jan – die verantwoordelijkheden in bouw en verbouw heeft gehad – ben ik naar de plaatselijke doe-het-zelfzaak getrokken. Daar bleek me dat plamuur ontzettend duur is. Twee minitubetjes, samen nog geen halve tube tandpasta, voor € 5,95. Een maxitube ‘tandpasta’ was dan 8,95 euro. En een redelijke pot was € 15,95. Jan had me verteld, wat ik overigens al wist, dat plamuur krimpt na toepassen. Daarom blijft er na drogen altijd weer een verlaginkje over, dat je dan nog een keer moet vullen. Dus dat wordt twee etmalen drogen en wachten. Daarna dus pas verven en dan weer wachten totdat dat weer droog is. En dan pas het behang. Wat een gedoe. Gisteravond had ik mijn broer weer aan de lijn. Ik meldde – een beetje spottend – dat ik net zo goed tandpasta had kunnen gebruiken om de gaatjes te vullen. Dan is het ook meteen wit. Hij reageerde: ‘ Ja dat klopt. De vakman gebruikt voor het vullen van gaatjes in een muur inderdaad tandpasta. En tandpasta krimpt ook niet bij het drogen, zodat je met één keer vullen meteen klaar bent.’ Dat kun je inderdaad alleen maar weten als je dat zelf hebt gedaan of gezien. Had hij me dat nou niet een etmaal eerder kunnen vertellen? Heb ik € 5,95 uitgegeven voor plamuur, terwijl ik voor minder dan een euro klaar had kunnen zijn. De doe-het-zelfvakman vertelt je dat natuurlijk ook niet. Hij verkoopt namelijk geen tandpasta en veel liever plamuur vanaf € 5,95.

Een mens is inderdaad nooit te oud om te leren.

Maandag 21 oktober 2019.

Ben ik toch maar blij dat ik niet meer dan één baan heb gedaan. Bij inspectie van de baan, nadat hij goed was opgedroogd, bleek me toch dat het papier toch een klein beetje doorschijnend is. Vooral donkere kleuren (vlekjes, potloodstrepen, ex-pluggaatjes) als je goed kijkt en met de juiste lichtinval, heel licht zichtbaar blijven. Als je weet waar je moet kijken natuurlijk. Ik ga nu toch maar eens eerst al deze tekenen wegwerken, of wit verven. Die ene behangbaan bevindt zich meteen achter de voordeur, dus die bekijkt niemand van dichtbij. Zowel bij de binnenkomst als bij het vertrek van een gast, staat de opengaande deur ervoor.

Oudere informatie bij Hoofdstuk XXI, het jaar 2019.