Overpeinzingen, anekdotes etc. , deel III, vanaf maart 2022.

maart 2022. Zwart of wit.

Mijn moeder had een voor ons, haar kinderen, onbegrijpelijke voorkeur of afkeur van artiesten die op de radio of later op de tv verschenen. Het was of helemaal niks, maar dan ook helemaal, of het was de absolute top, maar dan ook absoluut. Zo behoorden vader en dochter Alberti (Willy en Willeke) tot het absolute nulpunt, maar waren Maria Callas en Edith Piaf de absolute top. Ik heb wel eens geprobeerd te achterhalen wat voor haar redenen waren voor nul punten of het maximum, maar ik ben daar nooit achter gekomen. Het is de vraag of ze het zelf wel wist.

Zo zei ze eens dat een zanger of zangeres met zijn of haar stem niet mocht vibreren (trillen) en dat het anders foute boel was, maar Edith Piaf was nu juist de vleesgeworden trilling, en stond bij haar toch helemaal aan de top.

Ik moest hieraan denken toen ik kennis nam van de gebeurtenissen in de afgelopen nacht bij de Oscar-uitreiking. Acteur Will Smith gaf presentator Chris Rock een stevige dreun op het gezicht op het podium, toen de laatste een opmerking maakte over de vrouw van Smith. Ik heb Will Smith nooit gemogen. Ik heb geen enkele film van hem gezien en zodra ik zijn naam bij spelers zie, kijk ik niet, ook niet als ik bij iemand anders ben. Ik heb daar geen enkele reden voor. Hij zal vast wel een goed acteur zijn, want hij gaat al jaren mee en wint daarvoor ook prijzen, zoals dit jaar nog een Oscar. Maar ik heb hem altijd gemeden, al weet ik zelf niet waarom. Van andere acteurs, zoals onder andere Morgan Freeman en Denzel Washington, ken ik zelfs alle films en heb ze vaak meerdere keren gezien. Behalve dan als ook Will Smith meespeelt, want dan zie ik die film niet, ook niet als er wel een door mij wel gewaardeerde acteur meespeelt. Die voor- of afkeur zit hem dus niet in het spel, maar moet wel in de persoon zitten, al kan ik die factor of factoren niet noemen. Dat is dus blijkbaar toch iets dat ik van mijn moeder heb geërfd.

En kort geleden kwam dan die klap van Smith. Voor mij een brug te ver, ik haat geweld, maar ook het vervolg was voor mij onacceptabel. Hij maakte excuses aan de organisatoren en zijn mede-genomineerden, maar niet aan slachtoffer Chris Rock. Als je moet slaan om je gelijk te krijgen ben je voor mij een minderwaardig mens, en als je daar geen afstand van kunt nemen, deug je niet. Ik hoef dus ook verder geen film met Will Smith te zien, maar die zag ik dus toch al niet. Nu weet ik ook waarom.

28 maart 2022. Een eigenaardig voorval.

Toen ik zondag met de bus naar Assen ging, voor zomaar een uurtje vanwege het mooie weer, kwam er in de bus na enkele haltes al, een enorme heisa op gang. Een zwarte vrouw, van rond de dertig zette een enorme keel op, met gillen en schreeuwen, waar de honden geen brood van lustten. Het gemiddelde magere speenvarken had er vreemd van opgekeken. Ik zat te ver weg om te zien wat er nu aan de hand was, maar het werd me duidelijk dat een eveneens zwarte man met haar ‘bezig’ was. Ik had eerst het idee dat deze man haar aanviel of zo, want anders zou ze toch niet zo’n enorme keel opzetten. Maar naarmate de seconden verstreken werd het me duidelijk dat hij haar juist probeerde te kalmeren. Er was ook nog een kind van een jaar of 5 bij. De chauffeur zette de bus stil langs de kant van de weg en ging poolshoogte nemen. Eerst probeerde hij de man te helpen met het tot bedaren brengen van de vrouw, maar zag blijkbaar snel in dat dat naar zijn mening zinloos was en ontfermde zich vervolgens over het kind dat er wat zielloos bij stond. Hij leidde het kind af en dat leek me een goede handeling. Hij belde ook, naar ik aannam met de politie. Maar u snapt wel hoe het dan gaat. Op de vroege zondagmiddag heeft de politie uiteraard andere prioriteiten, net als op andere dagen en momenten, en ik begreep al meteen dat die niet snel zou komen, of misschien zelfs wel helemaal niet. Met min of meer zachte hand, werkte de chauffeur samen met de man, de vrouw die maar bleef gillen en krijsen, samen met het kind en een buggy, naar buiten. Hij bleef nog even kijken naar het tafereeltje op de stoep, en het leek wel een beetje te kalmeren, maar stil en rustig heb ik het niet gezien. Na enkele minuten besloot de chauffeur dan toch maar verder te gaan rijden, want wachten op de politie is in die situatie een tamelijk zinloze bezigheid. Dan zou hier de ene na de andere bus gaan stranden, zonder dat er hulp kwam. En met alle respect voor buschauffeurs, hun specialiteit ligt toch ergens anders, dan bij het tot rust brengen van overduidelijk onrustige patiënten. Het totale oponthoud was ongeveer een kwartier en we kwamen dan ook iets te laat op de bestemming aan. Ik had een overvloed aan tijd, dus het maakte me niets uit en ik heb dus mijn wandelingetje gemaakt.

April 2022. De wolf.

Intussen las ik dat er een wolf in een woonwijk in Amersfoort is gesignaleerd, en ook eentje, mogelijk dezelfde, in Leusden. Ik ga al een tijdje niet meer wandelen op de Veluwe, wat ik zo graag deed en ook de Drentse bossen zijn voor mij taboe, om dezelfde reden: de wolf. Nu zijn ze ook al in woonwijken, mogelijk zelfs eentje waar ik af en toe kom. Het moet niet gekker worden. Kan ik straks nog veilig boodschappen doen? Wat zijn het voor halve zolen die vinden dat de wolf een dier is dat bij ons thuishoort? Dezelfde halve zolen die beweren dat roofdieren, zoals wolven, alleen doden om te kunnen eten en dat mede daarom mensen er niet bang voor hoeven te zijn. Hoe komt het dan in een weiland onlangs 26 dode schapen zijn aangetroffen? Allemaal door één wolf. Bestaat een wolvenmaaltijd dan uit 26 schapen, of uit 6 reeën, op een andere plek? Wie gelooft dat nu nog? Een ander bericht geeft aan dat in heel Europa het afgelopen jaar slechts zes mensen aan een wolvenaanval zijn bezweken. Dat valt dus ontzettend mee, zeggen dan de voorstanders. Ik wil toch echt niet graag dit jaar bij de volgende zes horen.

April 2022. Het sturen van vrouwen en meisjes.

Volgens een krantenbericht, is de laatste tijd het karten bij meisjes erg populair. Ik heb het zelf ooit ook wel eens gedaan. Het is een soort veredeld botsautootje op een binnenbaan. Mogelijk toch ook wel op een buitenbaan. Max Verstappen is ooit ook zo begonnen. Een directeur van zo’n baan vermeldde dat het hem vooral opviel dat meisjes veel preciezer kartrijden dan jongens. En dat is precies wat mijn ervaring met meisjes en vrouwen ook is. Er is hier in de buurt een rotonde, die volgens mij met de kleinst mogelijke afmetingen gebouwd is, zodat ook de grootste toegelaten vrachtauto’s en uiteraard ook bussen daar nog net precies overheen kunnen. De bus die ik regelmatig neem, moet daar dus ook overheen. Rondom het middenpleintje van die rotonde liggen langs de rand verhogingen, waarvan het niet de bedoeling is dat verkeer daar overheen rijdt. De maten van die rotonde zijn zo krap, dat het de meeste buschauffeurs niet lukt om die rotonde zonder zo’n hobbeltje met een achterwiel mee te pakken. Je voelt dat ook als je in die bus zit. Bijna elke keer dat er een vrouw achter het stuur van de bus zit, lukt het haar wel om die rotonde te passeren zonder een hobbeltje te nemen, terwijl van de mannelijke chauffeurs – inschattend uiteraard – zo’n 70 tot 80% dat niet lukt. Ik vraag me dus al lang af, hoe dat toch komt. Vrouwen rijden preciezer en mannen rijden slordiger is al lang mijn conclusie. Nu hoorde ik het ook eens van iemand anders.

April 2022. Wat schoolkinderen allemaal moeten leren.

Ik moet soms denken aan wat allemaal aan schoolkinderen zou moeten worden geleerd. Dat hangt er namelijk vanaf welke belangengroep je raadpleegt. Zo moeten kinderen op de basisschool al seksuele voorlichting krijgen, zwemles, verkeersles, emancipatieles, democratieles, maatschappijles, en voorlichtingsprogramma’s krijgen over alcoholgebruik, drugs en nog een hoop andere uiterst belangrijke zaken die kinderen allemaal moeten weten, zoals de belangrijkste feestdagen en andere zaken van alle wereldgeloven. Op een keer bleek het schoolprogramma voor basisschoolkinderen zo overbeladen, dat er helaas nog maar weinig ruimte over was om ze taal (lezen en schrijven) en rekenen te leren. Voor zaken als aardrijkskunde en geschiedenis was dus helaas echt geen tijd meer beschikbaar. En inmiddels dalen we elk jaar steeds verder af op de ladder van landen waar de taal- en rekenvaardigheid van kinderen wordt gemeten. We zitten daar bij de laatste meting al lager dan menig ontwikkelingsland. Corona speelt uiteraard hierbij ook nog een rol, maar dat probleem was er in alle andere landen ook, dus dat beïnvloedde de onderlinge verhoudingen niet zo erg. Naar mijn mening moeten kinderen naar school om te leren lezen, schrijven en rekenen. Als er tijd over is moet er enige ruimte voor aardrijkskunde en geschiedenis zijn. Voor alle overige zaken kan onmogelijk de basisschool (en andere scholen) worden ingezet. Dat moet de politiek nou eens oplossen en niet gemakshalve maar alles op het bordje van het onderwijs schuiven. Want dat brengt ons als maatschappij alleen maar achteruit.

19 april 2022. De oudste top-5 in mijn familie

Mijn vader werd 82 jaar, 11 maanden en 12 dagen. Van alle rechtstreekse voorouders van mij van de afgelopen 100 jaar had hij tot voor kort de derde plaats. In maart 2022 werd mijn oudste broer Arie namelijk 83 en die heeft nu dus het stokje van de derde plaats van hem overgenomen. Het is de vraag of hij zich dat wel heeft gerealiseerd, maar dat ga ik hem nog wel vertellen.

De tweede plaats op deze erelijst is voor onze moeder. Die bereikte de leeftijd van 93 jaar, 7 maanden en 28 dagen. Arie is nog meer dan tien jaar bezig voordat hij die tweede plaats kan veroveren, maar hij heeft uiteraard nog alle tijd.

De hoofdprijs is voorlopig nog altijd weggelegd voor onze opa van vaderskant, die de leeftijd van 95 jaar, 10 maanden en 11 dagen bereikte. Uiteraard hobbelen mijn andere broer Jan en ik nog een hele eind achter deze familie-coryfeeën aan. Hoewel Jan, die nu nog vijfde staat, begin april 2024 al de vierde plaats kan krijgen. Mijn eigen positie op deze lijst is uiteraard nu nog onbetekenend. Ik heb zelfs nog geen zin om mijn precieze plek te gaan uitrekenen. Voor de eerste plaats heb ik nog meer dan 20 jaar nodig!! Dus dat duurt echt nog wel even.

We moeten nu nog alleen voor de eerste drie plaatsen een passende onderscheiding bedenken. Goud, zilver en brons zijn wat te afgezaagd. Dat moet creatiever kunnen.

22 april 2022. Dromen van premier Rutte.

Ik zal – net als iedereen – ongetwijfeld veel dromen, waarschijnlijk zelfs elke nacht, maar het is maar heel zelden dat ik me een droom bij het wakker worden nog herinner. En al die herinnerde dromen zijn even bizar en even onverklaarbaar als onuitlegbaar. Al is het een hele bedrijfstak, die poogt aan dromenuitleg te doen, en ook al probeer ik dat zelf in voorkomend geval meestal ook.

Sigmund is er ooit mee begonnen, de dromenuitleg een wetenschappelijk sausje te geven, en ik heb zelfs nog een boek van zijn hand hierover. Uit een tijd dat ik zelf ook nog de illusie had dat dromen op wetenschappelijke wijze uitgelegd moeten kunnen worden. Dat geloof ik nu niet meer, zoals ik zoveel wetenschappelijks van Sigmund niet meer geloof.

Vanmorgen was het weer eens zover. Bij het ontwaken wist ik mijn droom in hoofdtrekken nog. Ik verkeerde in een beschaafd gezelschap, van ongeveer 35 personen. De enige andere persoon die ik hiervan – uit de media uiteraard – kende was onze premier Rutte. Het is mij in de hele droom niet duidelijk geworden wat voor soort gezelschap dit nu precies was, noch begreep ik waarom we bij elkaar waren. Een inhoudelijk onderwerp is niet besproken. We zaten in een ruimte rondom een stuk of zes of zeven tafeltjes voor elk 4 tot 6 personen. Op zeker moment wordt er door de bediening een schaal met kroketten naar binnen gedragen, alsmede een kleiner schaaltje met mosterd. Er was ruim voldoende voor iedereen. Met de verdeling van de kroketten en de mosterd over de tafeltjes liep het bijzonder rommelig. Het was mij een raadsel wie daarin wat deed en waarom. Na de verdeling hadden wij aan het tafeltje waaraan ik zat nog geen kroket of mosterd gezien, terwijl bij andere tafeltjes gemord werd dat het er voor dat tafeltje te weinig waren. Tegelijk waren er genoeg kroketten over. Premier Rutte greep in. Samen met enkele hem bekenden, die ik uiteraard niet kende, ging hij naar een aparte tafel waar hij op een groot vel papier tekeningen begon te maken. Hij tekende evenveel cirkels als er tafeltjes waren en schreef rondom elke cirkel namen. Die namen rond die cirkels – zo bleek mij later van anderen in het gezelschap – hadden overigens niets te maken met de werkelijke tafelbezetting van dat moment. Op voor mij en anderen onnavolgbare wijze werden vervolgens de overgebleven kroketten (en de mosterd) herverdeeld over degenen die nog niets hadden gehad. Toen dit achter de rug was hadden ik en enkele anderen nog altijd geen kroket of mosterd gekregen. Ik ging dus naar Rutte toe en kreeg de kans om even naast hem te komen zitten. Ik legde hem geduldig uit dat ook na de herverdeling van kroketten en mosterd, er nog altijd deelnemers waren, waaronder ik, die nog altijd geen kroket of mosterd hadden gekregen. Hij antwoordde mij daarop, met de van hem zo bekende glimlach:”Maar de bijeenkomst is nu afgelopen.”. Ik reageerde nog met de opmerking dat dat het formele antwoord was, maar dat dat het probleem van de niet goed verdeelde kroketten niet oploste. En op dat moment werd ik wakker.

Voor wie toch wil proberen een uitleg te bedenken: ik heb niets met kroketten, ik eet ze hoogst zelden. Hetzelfde geldt voor de mosterd. Ik heb ook niets tegen premier Rutte, al kan ik ook bij hem wel zaken aanwijzen waarmee ik het oneens ben. Maar dat geldt voor bijna iedereen. Ik had ook geen bijzondere trek bij het wakker worden.

Zaterdag 23 april 2022. Sint Jorisdag.

Het is een van de vele raadsels uit mijn verleden. Hoewel de padvindersgroep waarvan ik deel uitmaakte, de Van Laergroep, een zogenaamde Gi-groep was, dus van protestants-christelijke snit, vierden we dit ‘feest’ toch elk jaar met diverse plechtigheden en met veel groepen tegelijk. Ook op het Haagse Binnenhof bijvoorbeeld, met honderden tegelijk. Terwijl heiligenverering toch echt een typische R.K.-aangelegenheid was en is. Het staat me ook niet bij dat de KV (Katholieke Verkenners) aan deze plechtigheden meededen. Ik vraag me zelfs af of het überhaupt nog wel gevierd wordt. Zelfs op de website van de St. Jorisgroep kom ik het niet tegen. Ik zal niet alles oplossen van wat ik in het leven ben tegengekomen. Dit is daar ook een voorbeeld van.

Woensdag 27 april 2022. De olielamp.

Het was vandaag een drukke dag. Eerst met de bus naar Assen, die er een minuut of veertig over doet, dus dat viel nog mee. Daar enkele boodschappen gedaan. Om 10 over twaalf in Assen op de bus naar Leeuwarden gestapt, die daar om 2 minuten over 2 aankwam. Een kleine twee uur dus. Dan een flink eind lopen, omdat ik in een soort industriewijk moest zijn, waar het openbaar vervoer nu eenmaal schaars is. Het betrof de winkel van www.olielamp.nl omdat ik een glas nodig had voor een stokoude olielamp die ik had gekregen. Hiervoor was ik al in vele winkels in de provincie Groningen geweest, van antiekzaken tot scheepvaartwinkels en gespecialiseerde zaken in huishoudelijke artikelen, maar nergens hadden ze zoiets en ze wisten ook nooit wie het dan wel zou kunnen hebben. Ik liet, aangekomen te Leeuwarden in de specialiteitenwinkel, het gebroken oude glas zien aan de neringdoende en deze zei meteen: ‘ah, een tussenmaatje’. Dan merk je meteen dat je bij de vakman staat. Iemand die op alleen het gezicht kan vaststellen welke maat het precies is en ook kan zien dat het een incourante maat is, waar modernere glazen blijkbaar of een pietsie groter of juist een klein beetje kleiner zijn. Zijn vervolg: “Deze maat wordt al heel lang niet meer gemaakt, maar wij hebben ze nog wel. Dit moet wel van een heel oude lamp zijn”. En ik weer: “Naar ik begrepen heb stamt hij uit rond 1900”. Hij gaf daar geen reactie op. Ofwel hij was het ermee eens, of hij wilde niet in discussie gaan met zo’n overduidelijke leek als ik. Begrijpelijk. Het was in elk geval een firma die al heel lang bestaat en met een vakman die al heel lang in het vak zit. Ik kocht er dus meteen maar twee, dan kan ik er gerust nog eentje breken.

Naast het pinapparaat lag een wandtegeltje met de tekst: “Doe geen lampolie in een olielamp.”. Een advies dat mij wel aansprak, omdat ik zelf zeer van onlogisch lijkende adviezen hou en ze zelf ook regelmatig geef. Ik wilde uiteraard ook weten waarom dan niet, en wat er dan wel in moet. De deskundige: “Als je lampolie in een olielamp doet, gaat de lont branden. Effect is dat de lont dan steeds korter wordt en je de lont regelmatig een stukje omhoog moet draaien, omdat de vlam steeds kleiner wordt. Nog los van mogelijke walm, moet je dan regelmatig nieuw lont gebruiken. Als je petroleum gebruikt, brandt niet de lont maar de petroleum en gaat de lont ‘eeuwig’ mee. En hij liet zowel een lont zien die met lampolie gebruikt was als en een lont die met petroleum had gebrand. Is dat dezelfde petroleum die moeder vroeger gebruikte om suddervlees mee te maken? De deskundige: ja, in principe wel, maar tegenwoordig kun je ook gezuiverde petroleum kopen. Die ruikt minder dan de ouderwetse. Waar kun je dan die gezuiverde petroleum kopen? Antwoord: geen idee, maar hier hebben we die wel. Dus heb ik meteen maar een fles gezuiverde petroleum gekocht en een extra lont. Want ik had geen idee hoe de oude lont er bij mij uitzag. En dan nog een keer de vakman: ” Bij dit glas, hoort deze lont.” En hij knipte van diverse rollen met verschillende breedtes aan linten de juiste breedte af. Ik had dat met geen enkele fantasie kunnen bedenken.

Groetende jongedames en anderen.

Vervolgens ben ik na weer een stuk lopen op de trein naar Groningen gestapt en in Groningen op de bus naar huis, waar ik tegen etenstijd aankwam. Na even bijgekomen te zijn ging ik vervolgens naar onze Chinees, want ik had geen puf meer om nog eten te gaan koken en ik had er ook niks uitgelegd. Daar kwam de volgende verrassing: ik had het er nog nooit zo druk gezien. Alle tafeltjes op één na waren bezet en die nam ik dus in gebruik en bovendien stond er een hele rij mensen om af te halen. Er was de gebruikelijke bediening: de eigenaresse en een extra medewerkster. Ik bedacht al snel dat dit niet goed kon gaan, met misschien wel veertig klanten tegelijk. Toen ik na precies een kwartier zelfs nog geen kaart had gekregen en mij geen blik van herkenning was waardig gegund, terwijl ik er toch regelmatig kom en ze me goed kennen, besloot ik eieren voor mijn geld te kiezen en schuin aan de overkant naar de Italiaan te gaan. Daar was het ook even druk, terwijl zij nog wat meer tafeltjes en plaatsen hebben dan de Chinees, en ook hier had ik nog precies het laatste tafeltje. Alsof het zo moest zijn. Verschil met de Chinees was dat ik al direct na binnenkomst zeker zes bedienende personeelsleden telde en daarnaast ook de eigenaar zelf meedeed in de bediening of het afruimen van de tafels. Het ging dus vrij vlot allemaal. Ik had dus de bospaddestoelensoep, en daarna de varkenshaas met brie in een cognacsaus met bijlagen. Heerlijk. Eén van de bedienende jongedames, sprak me aan. “Ik zie u regelmatig op de Rijksstraatweg lopen, en volgens mij loopt u dan helemaal van het ene naar het andere einde.” Ja, dat klopte. Bewegen is gezond. Dat beaamde ze. Het was te druk voor een uitgebreider praatje, maar dat had ze zeker gedaan, voelde ik. Het is al de zoveelste dame in de afgelopen jaren – van allerlei leeftijden – die me hierover aansprak. Blijkbaar vinden ze dat toch heel bijzonder. Ze liep weer door, maar niet nadat ik nog even vroeg: “Volgende keer even zwaaien hè?” Ze lachte en zei: zal ik doen. Als ze het ooit zal doen weet ik toch niet welke bekende dit dan weer is. Want die belofte is al door meerdere mensen gedaan.

We leven in veranderende tijden. Gewoonten en gedrag waar ik groot mee ben geworden zijn nu aan het veranderen. Op school maakten we kennis met Karel de Grote en Filips (of zelfs Philips) II van Spanje, onze tegenstander in een groot deel van de 80-jarige oorlog. De naam Karel werd voor het eerst gedragen door Karel Martel, de grootvader van Karel de Grote. Karel Martel werd geboren op 23 augustus 686 waarschijnlijk te Herstal, toen alleen nog maar een flink huis, nu een stadje, vlakbij het huidige Luik, als zoon van Pepijn II van Herstal en Alpaida, met wie Pepijn in bigamie getrouwd was, naast zijn eerste echtgenote Plectrudis. Het waren dan wel gedoopte Christenen, maar de normen lagen nog niet zo erg vast. Toen Alpaida moest bevallen van Karel Martel, moest uiteraard ook koning Pepijn worden geïnformeerd. Die was juist bezig met een groot banket, samen met zijn vrouw Plectrudis. De boodschapper kon uiteraard niet zomaar aan hem melden dat hij een zoon had gekregen, waar zijn vrouw niets van wist, die naast hem zat. Dus de boodschapper improviseerde ter plekke en zei tegen Pepijn, maar zodat iedereen het kon horen: “de kerel is gekomen”. Pepijn wist dan dat hij weer een zoon had, al was het geen officiële, terwijl de anderen dachten dat er een bij Pepijn bekende man was gearriveerd. Deze variant werd later bevestigd, maar ‘kerel’ werd snel verbasterd tot ‘Karel’ en zo werd Karel Martel de eerste Karel in de geschiedenis. Er zouden er nog vele Karels volgen, in meerdere landen. Net zoals dezer dagen er weer een volgende Karel is gekomen in de persoon van Karel III van Engeland (Groot-Brittannië). De Britten en de Fransen verbasterden vervolgens die naam tot Charles, en voor Karel de Grote, Karel Martels kleinzoon, tot Charlemagne. Maar die verbasteringen hebben wij hier nooit gevolgd. Zo kennen wij dus de Britse koningen Karel I (1600 – 1649) en zijn zoon Karel II (1630 – 1685). Waarom de volgende Karel dan in Nederland meteen Charles III zou gaan heten, snap ik gewoon niet. Wij kennen hier helemaal geen Charles I en Charles II. Iets dergelijks deed zich niet zo lang geleden in Spanje voor. Elke Nederlander kent Filips II van Spanje, waarnaar ook in het Wilhelmus wordt verwezen. We kennen ook, voor de liefhebbers, Filips I, Filips III, Filips IV en Filips V van Spanje. Dan komt er een volgende Filips van Spanje, die dan logischerwijze Filips VI zou moeten heten, maar die heet hier dan ineens Felipe VI, terwijl we hier geen enkele andere Felipe van I tot en met V kennen. Voor mij zijn het dus Karel III, en Filips VI.

Maandag 3 oktober 2022. Eenzaam maar niet alleen?

Je leest er wel vaker over dat zoveel mensen, tegenwoordig zelfs heel veel jongeren, zich ‘eenzaam’ voelen. Ik heb daar zelf eigenlijk nooit last van gehad. Geen seconde zelfs. Ik ben wel heel vaak alleen, maar daar kies ik helemaal zelf bewust voor. Ik heb wel genoeg samengewoond, vind ik. “Ik hoef niet meer, want ik ben al geweest.” is een andere slogan van me. Het boek van koningin Wilhelmina heette: Eenzaam, maar niet alleen. Dat heb ik altijd maar een rare titel gevonden. Het is zo somber, zo negatief. zoiets: “Ik heb wel steeds mensen om me heen, maar ik voel me desondanks eenzaam.” Ik draai het liever om: Alleen, maar niet eenzaam. Er gaat bij mij geen enkele dag voorbij, zonder (persoonlijke of digitale) contacten met anderen. Familie, vrienden en min of meer ‘zakelijke’ relaties. Ik zou ook niet zonder kunnen. Maar dat betekent nog niet dat ik met ook maar één van hen zou willen samenwonen. Ammenooitniet, zou mijn moeder gezegd hebben. Daarom trof mij onderstaande poster nogal: hij past heel goed bij mij.

Vrijdag 7 oktober 2022. De Sovjet-Unie.

Inmiddels ben ik met het boek over Gorbachov eind zestiger jaren aangekomen. En ik vind het nu al een openbaring. De schrijver – William Taubman – verklaart dat de tekst de goedkeuring heeft gehad van Gorbachov zelf, en dat neig ik wel te geloven. Ik heb met het gebeuren in de voormalige Sovjet-Unie, verschillende referentiekaders. In de eerste plaats wat ik ervan in het nieuws (radio/televisie/kranten) heb meegekregen, vanaf het moment dat ik me er bewust van werd. Die bewustwording is uiteraard heel geleidelijk gegaan. Ik kwam uit het ziekenhuis eind 1958 toen ik een jaar of 11 was, en toen hoorde ik voor het eerst het nieuws en las ik wel eens een krant. We waren geabonneerd op de Haagsche Courant. Vanaf ongeveer mijn 16e of 17e jaar was ik me bewust van het bestaan van de Sovjet – Unie, vooral ook omdat moeder bekende een sympathisant van de CPN (Communistische Partij Nederland) te zijn. Ze was bij mijn weten nooit lid en bezocht ook geen partijbijeenkomsten. De CPN was uiteraard aanhanger van de Sovjet-Unie. En ik vroeg me al snel af, waarom moeder eigenlijk een sympathisant was, en wat dan mijn positie was. Ik ben nooit – geen dag- sympathisant van de CPN of de Sovjet-Unie geweest. Vanaf dat moment ben ik me ook meer gaan verdiepen wat de sovjet-unie eigenlijk voorstond. Ik weet nog dat ik als tiener een boekje kocht, gepubliceerd door de Neue Zürcher Zeitung (NZZ), met de titel : “Die sozialistische Errungenschaften der Sovjet-Union.” = De socialistische verworvenheden van de Sovjet-Unie. De Moskouse partijleiding beriep zich namelijk vaak op de ‘verworvenheden’ van hun systeem, zonder daarbij uit te leggen wat die verworvenheden dan waren. De NZZ sabelde in hun boekje die zo geroemde ‘verworvenheden’ genadeloos neer. Mijn tweede belangrijke informatiebron over de Sovjet-Unie waren uiteraard de beide lange reizen die ik door dat land maakte, in de zeventiger jaren, waarin ik met eigen ogen kon aanschouwen, hoe dat land er uit zag en door de mensen daar beleefd werd. Ook dat was geen mooi beeld, hoewel ik me kostelijk vermaakt heb, juist vanwege de bizarre uitwassen van hun systeem die we tegenkwamen. Ik weet nog dat we op zeker moment een kolonel (andere rang?) van het Sovjet-leger een lift gaven, die uitgebreid vertelde hoe verschrikkelijk slecht dat leger functioneerde: niets werkte volgens hem volgens de bedoelingen. In het boek stelde Gorbachov, die zelf van boerenafkomst in een klein dorpje ten zuidoosten van Rostov was, toen hij in de vijftiger jaren in Moskou mocht gaan studeren, dat tien jaar na de oorlog, in 1955 dus, niets, maar dan ook niets functioneerde volgens de bedoelingen. Sterker nog hij zag vele zaken die juist het tegendeel waren van wat de bedoeling was of moest zijn. Dat kwam dus precies overeen met het boekje “Errungenschaften” als ook met de verhalen van de liftende officier en wat ik ook zelf kon zien, hoewel die waarnemingen van pakweg 10 tot 20 jaar later waren. En als er van het Sovjet-systeem tussen 1918 en 1980 zo weinig tot zelfs helemaal niets terecht is gekomen, hoe lang kun je dat dan nog volhouden? Blijkbaar toch nog elf jaar, totdat de sovjet-unie in 1991 instortte. En wat moet je verwachten van het Russische leger dat daarna op de vorige traditie is opgebouwd? De vraag stellen is hem beantwoorden.

In de actualiteit in maart 2022, zowel de Nobelprijzen als de energiefacturen.

Uitlegbaarheid van pensioenrechten, is ook een thema waar ik me mee bezig houdt in april 2022. die zijn zo ingewikkeld gemaakt, dat alleen nog deskundigen er iets van snappen.

Zaterdag 15 oktober 2022. Duitse boodschappen.

Heb dus maar meteen de koe bij de horens gevat, en ben naar Duitsland getrokken. Tevoren wel even precies nagekeken, welke beperkingen er nog zouden gelden, en dat bleek er slechts eentje te zijn: in de treinen in Duitsland is het dragen van een mondkapje FFP2 nog verplicht. Dus nam ik zo’n mondkapje mee en voor alle zekerheid nog mijn paspoort. Een vorige keer moest ik dat nog laten zien en had ik het niet bij me. Een ezel stoot zich ……etc. Het was verrassend om te zien hoe de resterende passagiers vrijwel precies bij de grensovergang allemaal tegelijk hun mondkapje opdeden. Blijkbaar zit de schrik voor de Duitse politie er stevig in. Er kwam er echter geeneen tevoorschijn. Ook bij het eindstation in Weener, was geen politie-agent te bekennen. Dat was wel apart, want ook in tijden ruim vóór de coronacrisis stond er altijd wel een agent. Of twee agenten. Het is mij nog steeds niet duidelijk waarom dit ministationnetje zo’n aantrekkelijke werkplek voor Duitse politieagenten is. Maar deze keer waren ze er dus niet. In de super, de Combimarkt, heb ik weer mijn gebruikelijke boodschappen gedaan: uitzonderlijke soepjes van Langman, 3 potten Nivea soft, die daar de helft kosten van wat ze hier kosten, bijzonder fraai keuken- en toiletpapier, en uitzonderlijke alcoholica die daar ook zeker 40% minder kost dan hier. Zoals deze keer hazelnotenlikeur en chocoladelikeur, twee potten Rote Grützen, Lavazzakoffie met sterkte 8 van 10. Allemaal hier niet te koop, of heel veel duurder. En voor de eerste keer: gekleurde eieren, die hier alleen met Pasen te koop zijn en Lindtchocola die hier bij zowel AH als Jumbo al maanden geleden uit het assortiment zijn genomen. De hele reis kostte ongeveer 16,50 maar de besparing was mogelijk wel het dubbele en bovendien had ik diverse exclusieve spullen die hier helemaal niet te koop zijn. Deze keer was ik extra attent op koffiecupjes, van het Nespressoformaat ten behoeve van mijn broer. Die bleken er in deze Gigawinkel alleen te zijn van het merk Nespresso zelf en van het merk Starbucks. Beide in heel kleine hoeveelheden. Terwijl ze er zeker tien verschillende koffiemerken, elk in diverse varianten hebben, (geen Douwe Egberts, wat Duitsers mogelijk niet zo goed kunnen uitspreken), waarvan ik zeker weet dat ze in Nederland ook cupjes hebben van het Nespresso-model. In Duitsland is Nespresso kennelijk nog niet echt doorgedrongen. Hoewel het uiteraard een heel gesjouw was, ging ook de terugweg voorspoedig.