Vrijdag 25 oktober 2024. Gerrit.
Intussen heb ik gemerkt dat de luchtzuiveraar echt zijn werk doet. Hij is ingesteld op ‘automatisch’ zodat hijzelf bepaalt wanneer er een of twee tandjes bijmoeten. Meer tandjes heeft hij niet. Tot nu reageerde hij niet als ik bezoek had, bij het douchen of bij het eten koken en afwassen. Hoewel er dan ongetwijfeld meer troep in de lucht hangt. Hij bleef steeds op de laagste stand staan. Gisteravond had ik mezelf getrakteerd op eigen gemaakte Fou-jong-hai. Dat betekent dan het koken van rijst, van het bakken van een omelet, het bereiden van de omeletvulling en van de saus. Vier pannen tegelijk op het vuur dus. En dat werd hem toch te gortig. Plots begon hij zichzelf in een hogere stand te zetten en nog wat later koos hij zelfs voor de hoogste stand. Dan verkleurt de ring op het toestel van blauw, waarop hij tot nu toe onafgebroken stond, eerst naar oranje en tenslotte naar rood. En zelfs in de hoogste stand vond ik het lawaai nog erg meevallen. Als het middenin de nacht zou zijn, vroeg ik me af of ik er niet gewoon doorheen zou slapen. Daar heb ik hem ook niet voor gekocht, maar het zou wel handig geweest zijn. Tip voor de Nederlandse fabrikant van het apparaat: als hij midden in de nacht rood wordt gaat er tegelijk een sirene af. Hij merkt het immers als eerste als het huis in brand staat. Wel uitzetbaar, want anders kun je geen nachtelijk feestje organiseren. Vervolgens duurt het dan nog wel even voordat hij weer terug is naar zijn laagste stand. Ik ben dus maar meteen na de maaltijd alles gaan opruimen en afwassen en een half uurtje later was hij weer helemaal op zijn gemak gesteld met de ring weer blauw gekleurd. Het apparaat – mijn luchtzuiveraar- moet dus nog een naam hebben. En ik noem hem verder voortaan Gerrit. Dat voorkomt dat ik hem steeds ‘mijn luchtzuiveraar’ of iets dergelijke moet noemen.
Zondag 3 november 2024. De koffiemachine. Graden en centimeters.
De soap van de koffiemachine. Inmiddels heb ik uiteraard nu ook de diverse temperaturen gemeten van het vervangende apparaat. Weliswaar wist ik al – op 30 oktober – dat de temperatuur van gewone koffie tussen 77 en 86 graden schommelt, maar nu mat ik het toch ook nog eens bij het tappen van espresso. De indruk in de winkel was, dat de espresso bij mijn apparaat heter wordt dan gewone koffie. Dus een kopje espresso getapt op de vervangende machine. En wat blijkt? Deze keer was juist de espresso een stuk minder warm. Maximaal 68 graden. Bij mijn eigen machine was het precies omgekeerd: daar was de espresso juist een stuk warmer dan gewone koffie. Met mijn machine heb ik eigenlijk nauwelijks espresso gemaakt. Een enkele gast die daar de voorkeur aan geeft. De verwarming van de koffie loopt – binnen het apparaat – blijkbaar verschillend bij gewone koffie of espresso. En bij de soort die je het meeste tapt gaat de temperatuur naar beneden. Dat is de enige logica die ik kan bedenken. En het bijzondere is dat ze dat bij de speciaalzaak voor koffiezetters niet weten. Gek toch dat ze bij de Apple-winkel-speciaalzaak geen centimeter in huis hebben om de omvang van je pols te meten en bij de koffiespeciaalzaak geen thermometer hebben om de temperatuur van de koffie te meten. Ze hadden mij als klant nodig om respectievelijk een centimeter en een thermometer in huis te halen. Blijkbaar wil geen enkele andere klant de graden en de centimeters weten.
Maandag 4 november 2024. De CEO’s van PostNL en KPN Telecom.
Vanmorgen het bericht dat de CEO van PostNL, Herna Verhagen, per 15 april 2025 aanstaande aftreedt als CEO van PostNL. Voor mij is dat een belangrijk bericht. Zij kwam immers voort uit de door mij bedachte en gerealiseerde selectieprocedure bij KPN. Ik had toen de opdracht om jonge academici aan te trekken, waarvan er uiteindelijk ook eentje CEO zou moeten worden. En dat is dus met Herna Verhagen gelukt. Ook KPN Telecom heeft een bestuursvoorzitter die afkomstig is uit hetzelfde selectietraject, toen Post en Telecom nog één bedrijf waren: Joost Farwerck. Ik heb dus meteen even gekeken naar het CV van de beoogde opvolger van Herna Verhagen en dat is ene Pim Berendsen, zoals dat CV op LinkedIn staat. Wie weet is dat ook weer iemand die uit ‘mijn’ selectie voortgekomen is. Maar op het eerste gezicht lijkt dat niet het geval. Helaas heeft hij geen sluitend CV bij LinkedIn staan, zodat zijn precieze opleiding en loopbaan mij niet bekend zijn. Zo op het eerste gezicht zou hij in die tijd onder mijn bewind, de briefselectie niet hebben doorstaan. En was dus ook nooit op gesprek gekomen, dus was hij ook niet aangenomen. Maar ik wil nog een stap dieper gaan graven, en behoud me voor op deze mening in de komende dagen terug te komen. Dat hij niet door de selectie en zelfs niet door de briefselectie zou zijn gekomen, betekent echter niet dat hij naar mijn mening niet geschikt zou zijn voor zijn nieuwe rol. Als voorbeeld voor deze stelling neem ik dan altijd mezelf. Ik had dan wel alle criteria bedacht waar een kandidaat aan zou moeten voldoen en het hele project was mede daardoor uiterst succesvol, maar ik voldeed zelf aan vrijwel geen enkele eis die ik van anderen wel verwachtte: ik had geen universitaire opleiding gehad, en zelfs geen enkele opleiding met succes afgerond. Ik wist absoluut niets van marketing, daar had ik geen dag en geen uur ervaring mee gehad, terwijl voor een opdracht om het bedrijfsimago voor mijn sector (de universiteiten) op topniveau te brengen, dat absoluut noodzakelijk werd geacht. Toch stond KPN (toen zowel KPN Telecom als Post NL omvattend) bij mijn vertrek helemaal bovenaan de lijstjes als het ging om voor het bedrijf relevante studierichtingen. Ik voldeed dus aan geen enkel criterium dat ik wel van anderen eiste en toch werd de taak een groot succes, met thans twee CEO’s die beiden uit mijn selectiesysteem zijn voortgekomen. Dus Pim Berendsen kan heel goed een eersteklas CEO worden. We wachten het af. Hier kom ik dus mogelijk nog op terug. Voor details over deze selectiemethode zie mijn website www.invictusbv.nl
Donderdag 7 november 2024. De verkiezing van Trump.
Nu de overwinning van Trump vaststaat, is het de moeite waard om te bezien hoe het zo gekomen is en wat kennelijk de doorslag heeft gegeven, ondanks de vele bezwaren die er tegen hem waren. Talloze leugens vertellen, tegenstanders en willekeurige anderen, waaronder grote groepen zoals o.a. vrouwen, zwarten, democraten zwaar beledigen, het stond zijn verkiezing blijkbaar absoluut niet in de weg.
Hoe kon dat nou gebeuren?
Daar is eigenlijk maar één antwoord op mogelijk: Trump’s charisma. Want daartegenover stond een persoon die dat nou juist helemaal niet had: Kamala Harris. Het zegt overigens ook veel, zo niet alles over de keuze die Biden had gemaakt wie zijn vice-president moest worden. Bij zijn keuze toen, vier jaar geleden, vroeg ik me al af, of dit nu wel een goede president zou zijn, voor het geval de toen ook al oude Biden zou uitvallen. En mijn oordeel was toen al: nee. Het is toch een merkwaardige formule, die als het erop aankomt betekent, dat een door niemand – op één persoon na – gekozene, zomaar president van Amerika kan worden. Bizar.
Ik heb nog een tijd gehoopt dat Harris het toch zou redden, maar uiteindelijk tegen beter weten in.
Niet dat ik Harris een goede president zou hebben gevonden: absoluut niet.
Het doet me natuurlijk denken aan hoe we (aankomende) topmanagers hebben geselecteerd.
De criteria waren : 1. Verstand 2. Interpersoonlijke effectiviteit en 3. Stevigheid (bij Unilever heette dit: Persoonlijke kracht, waardoor Unilever naar VIP’s zocht terwijl ik VISte). Trump maakt een goede kans dat hij alleen op Verstand een lagere score zou hebben gehaald, maar bij beide andere factoren juist heel hoog had gescoord. Terwijl Harris juist op verstand hoger had gescoord dan Trump, maar veel lager op Interpersoonlijke effectiviteit, terwijl zij op stevigheid in elk geval nog wel op een (ruime) voldoende was gekomen.
Ik heb altijd al gedacht, zolang ik hiermee bezig was, dat Interpersoonlijke Effectiviteit (wat brengt iemand teweeg bij anderen) het sleutelbegrip was. Hoe beter deze kwaliteit was ontwikkeld, hoe hoger iemand zou scoren en deste steilere carrière hij zou maken. Verstand was doorgaans de rem op een hoge eindscore, als de IE goed tot zeer goed was.
We kennen uit de geschiedenis natuurlijk diverse figuren met een zeer sterke IE en met niet zo’n sterk of zelfs zwak ontwikkeld verstand. Hitler staat in deze categorie uiteraard helemaal bovenaan, die heeft in zijn eentje al een soort buiten-categorie, maar ook Mussolini mocht er op dit punt wel zijn.
Van de potentaten die we van de afgelopen honderd jaar en ook nog wel vandaag nog wel kennen, zoals o.a. Stalin, Chroestsjow, Breznjew, Kim-jong-un, Poetin, Khomeini, Khamenei, Mao-tse-Tung, Xi, zijn geen van allen door een verkiezing onder het volk aan de macht gekomen en baseerden (en baseren) hun macht op hun regerings- en/of hun partijapparaat. Evenmin als Hitler en Mussolini verkozen waren, want die kwamen door een staatsgreep aan de macht.
Een sterke IE is volgens mij absoluut geen garantie voor eerlijkheid en rechtvaardigheid, ook niet in combinatie met een sterk verstand en grote stevigheid. Ik heb zelfs vaak gedacht dat het selectiesysteem juist bepaalde personen met narcistische neigingen en andere psychologische of psychiatrische afwijkingen zou aantrekken en in zo’n selectie juist heel hoog zouden kunnen scoren. Ik ben ervan overtuigd dat aan het hoofd van vele ondernemingen, ook beursgenoteerde ondernemingen, narcisten zitten. Die vooral bezig zijn met hun eigen belangen te dienen. Kijk maar naar de exorbitante salariseisen die er voor deze categorie soms worden gevraagd. Er moeten dus andere selectiecriteria of besturingsmiddelen bijkomen, om tot een betere selectie te komen
Ik had in mijn KPN-tijd toch vaak het gevoel dat ik een soort tovenaarsleerling was, die niet precies wist wat zijn acties allemaal teweeg zouden brengen. Tot nu toe ging dat goed met zelfs twee CEO’s van beursgenoteerde ondernemingen uit dat systeem van mij.
Zaterdag 30 november 2024. Het opschrijfboekje
Een totaal ander onderwerp is een foto die me deed denken aan mijn eigen geschiedenis.

Links een Russische delegatie en rechts de Noord-Koreaanse delegatie. Merk op dat alle Noord-Koreanen met een schrijfblok voor zich zitten met een pen in de aanslag en bij de Russen zijn dat er slechts drie van de zeven. Het deed me denken aan een discussie die ik wel eens met een baas van me had. Hij ergerde zich aan mij, zo sprak hij me eens aan, dat bij een stafbespreking ik de enige was die geen opschrijfblok gebruikte of zelfs maar bij me had, om aantekening te maken van het besprokene. Ik deed dat niet eens bewust, maar zo ben ik. Ik onthou echt wel wat er gezegd is, vooral dan door mijn baas, en ik voer echt wel uit wat er is afgesproken. Daar heb ik geen blocnote voor nodig. Is er dan wel eens iets niet goed gegaan? Maar dat antwoord beviel hem helemaal niet. Het was volgens hem een principekwestie. Hij droeg me in scherpe bewoordingen op om bij een volgende bespreking een blocnote en een pen mee te nemen. Zo gezegd zo gedaan en voortaan had ik altijd bij een gesprek waar hij bij was een blocnote en een pen bij me. Ik schreef alleen nooit wat op. Of ik tekende wat figuurtjes op het papier. Ik weet wel zeker dat de Noord-Koreanen ook van hun baas de opdracht hebben om altijd – in een gesprek met hem, maar zelfs ook zonder dat hij erbij is – ook een blocnote en een pen mee te nemen en aantekening te maken van het besprokene. Dan kan er namelijk geen enkel misverstand ontstaan over wat de Grote Leider heeft gezegd en bedoeld. En door ze ook zonder hem te verplichten hetzelfde te doen. Dan kan hij achteraf controleren – of laten controleren – wat er is afgesproken en of ze wel alle zes hetzelfde hebben begrepen. Let maar eens op als er weer eens een foto van de Grote Leider verschijnt, op de mensen om hem heen. Velen of zelfs allemaal met een blocnote(je) en een pen. Ik heb ook zo’n baas gehad die, overigens voor alle duidelijkheid, verder helemaal niets gemeen had met Kim-jong-un.
Zondag 15 december 2024. Verjaardagen.
En toen werd ik alweer 78. Tjonge wat oud. Maar zo voel ik het helemaal niet, want ik voel me nog net zo vief en vers als toen ik 20 was. Intussen ben ik wel een stuk wijzer geworden. Ik heb helaas te veel situaties meegemaakt waarbij ik anderen ontmoette die minder eerlijk, oprecht en betrouwbaar waren als ikzelf altijd heb gedacht te zijn. Daar trap ik dus niet meer zo snel in. Ik ben gewoon een stuk voorzichtiger geworden bij het aangaan van nieuwe relaties. En die nieuwe relaties houd ik dan vooral zoveel mogelijk zakelijk. Ik had van jongsaf aan al een bloedhekel aan verjaardagen. Vooral die van mezelf. Ik weet ook nog dat ik voor mijn 21e verjaardag, dat moet dus 15 december 1967 zijn geweest, bij moeder vaststelde dat ze al van alles al in huis wilde halen, maar dat ik haar, zodra ik dat merkte, vertelde dat ik op die 15e december niet thuis zou zijn. Met 21 werd men in 1967 pas meerderjarig. En die dag was dus de eerste dag dat ik voor het eerst helemaal zelf mocht beslissen waar ik was en niet was. En dat was dus niet thuis voor mijn verjaardag. Evengoed wilde ik ook niet op een ander zijn verjaardag zijn. Voor mijn afwezigheid bij verjaardagen is er een mix van oorzaken. Het heeft ongetwijfeld veel te maken met mijn stijve rechterbeen. In elke huiskamer van die tijd (en ook bijna altijd in die van tegenwoordig) is het druk op een verjaardag. Extra stoelen worden aangesleept. En ik kan dus nergens zitten, zonder dat dat been rondom een tafel, anderen in de weg zit. Of dat een gast over dat uitgestrekte been struikelt en niet alleen zichzelf maar ook mij ernstig kan verwonden. Niemand rekent erop dat er iemand in het gezelschap zit, die zijn been gestrekt houdt en het ook niet wil intrekken als ie langs komt. Het is ook altijd zo, dat na het inschenken van de koffie en het uitdelen van het gebak er altijd mensen opstaan die nog melk, suiker, een lepeltje, een vorkje en/of een servetje willen hebben, daarvoor opstaan en uiteraard over mijn been moeten stappen en dan dezelfde weg weer terug gaan. Sommigen doen dat bij elk item opnieuw, in plaats van dat ze meteen alles halen wat ze nog moeten hebben. Dus het is een schier eindeloos heen en weer gedraaf van mensen rondom zo’n drukke tafel, en ze kiezen allemaal, zonder uitzondering, de route – zowel heen als terug – via mijn been. Het is gewoon wachten op een ongeluk. Omlopen via de andere kant van de tafel doet niemand. Daarom wil ik er het liefst helemaal niet bij zijn. Dat is het veiligst voor iedereen. En vooral daarom koos ik dus steeds ervoor er niet te willen zijn. Om precies dezelfde reden kwam ik dus ook nooit op de verjaardag van iemand anders, want daar ben ik zelfs nog minder thuis dan bij mezelf. Bovendien zou ik, als ik wel zou komen, me bijna verplicht voelen om diezelfde persoon ook uit te nodigen voor mijn partijtje, dat ik dan niet heb.
Zaterdag 4 januari 2025. De Friesenbrücke.
In november 2015 voer een schip tegen de Friesenbrücke, een treinbrug over de rivier de Ems bij Weener aan, waardoor deze geheel werd uitgeschakeld: hij kon niet meer worden gebruikt en de treinverbinding van Groningen naar het Duitse Leer en verder, hield daardoor op te bestaan. Er kwam een busverbinding daarvoor in de plaats. Blijkbaar kon hij niet meer worden gerepareerd, en moest hij geheel vervangen worden door een nieuwe brug. Je kon intussen nog wel met de trein naar Duitsland, maar die eindigde in Weener, vlak voor de oude rivierovergang. In Weener is mijn favoriete supermarkt, Combi, waardoor ik af en toe daar toch boodschappen kon doen. Sinds begin vorig jaar is ook deze treinverbinding gestopt. En ook hiervoor kwam dan vanaf Bad Nieuweschans een busverbinding. Als ik een auto had, ging ik ook wel eens naar Weener of het dichter bij Nederland liggende Bunde voor de boodschappen. Met openbaar vervoer is het vanaf Haren sinds begin vorig jaar niet meer te doen naar Bunde of Weener. De busverbinding vanaf Bad Nieuweschans is namelijk bijzonder onbetrouwbaar. Op die bus heb ik zowel heen als terug intussen meerdere keren uren staan wachten. Nu is het bouwen van een brug bijzonder tijdrovend. Daarvoor moeten allerlei procedures worden doorlopen, met inspraakrondes voor iedereen die iets te mekkeren heeft. In Duitsland is dat niet anders dan in Nederland. Trek daar maar rustig een jaar of tien voor uit. Er was een tijd dat Duitsers zo’n zelfde brug bij tientallen of misschien wel honderden achter elkaar binnen enkele uren maakten. En zowel in het binnenland als in het buitenland. Maar die tijd is gelukkig voorbij.
Het zou zo maar eens kunnen dat de nieuwe brug nog dit jaar in gebruik kan worden genomen. Volgens de website van de NS is er nog treinvervangend vervoer tot eind augustus 2025. Maar er staat ook meteen bij dat die datum nog erg onzeker is. In de Duitse regionale media stond al een tijdje dat de nieuwe brug al vóór de zomer van 2025 in gebruik zou kunnen worden genomen. Dezer dagen las ik daar al dat de nieuwe brug er waarschijnlijk al dit voorjaar zou kunnen zijn. Het wordt een enkelspoorsbrug en meteen ook de grootste draaibrug van Europa. Die brug zelf ligt er al sinds de vorige maand. Nu moeten nog alle aansluitingen worden gemaakt. De Ems is best wel een heel brede rivier en aan die rivier ligt een werf (Meyer) waar zelfs oceaanstomers worden gebouwd: van die enorme schuiten voor duizenden passagiers. Die moeten ook langs die brug kunnen. Behalve voor de trein komt er ook een fiets- en voetpad van 2,5 meter breed en ook een dienstweg. Voor onderhoudswerk moet er toch ook een auto bij kunnen komen. Anders moeten de schilders en andere techneuten op de fiets naar hun werkplek. Er komen nieuwe stations in Bunde (vóór die sloot) en Irrhove (over die sloot). Ik ben benieuwd wanneer ik mijn eerste ritje met die trein kan gaan maken.
Dinsdag 7 januari 2025. Informatie aan de klanten van het Openbaar Vervoer.
De bus die langs mijn huis gaat van Groningen naar Assen en omgekeerd, rijdt al enkele maanden om, wegens verbouwingen aan de route. Totdat ergens in oktober de mededeling op de vervallen haltes verschijnt dat de halte tijdelijk is opgeheven en de oude route weer wordt hersteld vanaf 20 december om 15.00 uur. Toen ik dat las wist ik al dat dat niet waar was en dat dat niet zou gaan gebeuren. In het openbaar vervoer worden gewoon nooit zolang vantevoren afwijkingen gepland. En al helemaal niet zo precies. De dienstregeling wordt doorgaans goed uitgevoerd, maar zodra er een afwijking plaatsvindt, om welke reden ook en hoe lang van te voren ook bekend, dan houdt elke planning helemaal op. Er is wel het besef dat je je passagiers moet informeren, maar het maakt verder niet uit wat er in die mededeling staat. Waar hoeft het in elk geval niet te zijn. Half december verscheen er dan een nieuwe tekst op de betreffende haltes dat het herstel van de oude route zou plaatsvinden op 31 december om 23.59 uur. Je ziet meteen al dat ook dit niet waar is en ook niet zal gebeuren. Op of vlak voor oudjaarsdag kwam er een volgend bericht op de haltes: de halte wordt opgeheven ’tot nader bericht’. En de ervaren ov-gebruiker weet dat ook dit niet waar is. Er zal namelijk geen nader bericht komen. Het werkt altijd zo, dat zodra de laatste schroef erin is gedraaid (figuurlijk gesproken) de bussen meteen weer gaan rijden. Het is dan onzinnig nog een mededeling op de haltes te gaan doen, want de bussen rijden alweer. Gisteravond liep ik op een deel van de route dat gestremd was. En op elke halte hing nog de hoes met de mededeling dat de halte ’tot nader bericht’ was opgeheven. Toen ik vanmorgen wakker werd was het eerste dat ik deed, alsof ik een voorgevoel had, even in de app nakijken of de bussen nog omreden. En warempel. De omleiding was al vanaf de eerste bus opgeheven. Het is precies gegaan zoals het altijd gaat: zodra het weer kan rijden de bussen weer. Er is geen nader bericht geweest. Drie keer een mededeling aan de passagiers en drie keer een leugen. Zou het een functie-eis bij veel functies in het openbaar vervoer: glashard kunnen liegen zonder gewetensproblemen? Ik ga het bijna geloven.
Woensdag 8 januari 2025. Koffiedrinken.
Soms doe ik iets geheel per ongeluk, helemaal goed. Zo las ik vanmorgen in de krant dat men 40.000 mensen tien jaar lang heeft gevolgd bij hun koffieconsumptie. En wat bleek? De koffiedrinkers leven een stuk langer en met minder kwalen dan de niet-koffiedrinkers. Maar toen kwam het venijn: het effect verdween helemaal bij de koffiedrinkers die de hele dag door koffie drinken. Het effect op levensduur en gezondheid is er alleen maar bij koffiedrinkers die uitsluitend hun koffie ’s morgens drinken en in de rest van de dag niet meer. En dat is precies zoals ik het al tientallen jaren doe: koffie alleen ’s morgens. Ik probeer dan terug in de tijd te gaan, met wanneer ik daarmee dan begonnen ben. Dat was in elk geval al vanaf 1 oktober 1994, dus dat is inmiddels toch al meer dan 30 jaar geleden, toen ik voor mezelf begon en ontslag nam uit mijn vaste baan. Het is heel goed mogelijk dat ik daarmee eerder ben begonnen, maar zeker is dat niet. Op kantoor is koffie namelijk in veel gevallen het enige drinkbare. Zowel ’s morgens als ’s middags. Je kunt dan waarschijnlijk ook wel thee of frisdrank krijgen, maar ’s middags thee dronk ik alleen bij vlagen en frisdrank dronk ik nooit. Dus het zal daar toch ook vaak ook ’s middags koffie zijn geworden. Maar onderweg of bij een klant koos ik ’s middags vaak niks en als ik thuis ben kan ik uiteraard kiezen wat ik wil. En ’s middags is dat doorgaans water of heel af en toe ook wel eens melk. Ik maak wel eens een uitzondering en dat is als ik uit eten ben. Dan wil ik nog wel eens na de maaltijd een kopje koffie nemen. Ik ga dus maar door met mijn vaste gewoonte: koffie alleen in de morgen. Maar nu weet ik ook waarom.
Donderdag 9 januari 2025. Het kleinst mogelijke kwaaltje.
Vandaag begin ik een nieuwe traditie, neem ik me voor. Vandaag precies een jaar geleden had ik het laatste contact met mijn huisarts. Dat ging toen – zoals het al tientallen jaren gaat – over het kleine plekje aan mijn linker onderbeen, dat heel af en toe de kop opsteekt. Daar heb ik dan een crème voor in een heel kleine tubetje, dat vele maanden meegaat. Misschien wel een half jaar of nog langer. Het is mijn enige gezondheidsprobleem. Ik zal dus niet klagen, als ik dit probleem vergelijk met wat mijn beide broers elke dag aan medicijnen moeten slikken. Dus een kleiner probleem kan haast niet. Ook de huisarts, net als haar voorgangers, weet eigenlijk niet wat het is. Het medicijn is vele jaren geleden uit een test gerold met misschien wel tien andere smeerseltjes, als enige dat werkelijk hielp. Maar waarom kan eigenlijk niemand me vertellen. Het mag dan een superklein kwaaltje zijn, maar toch moet ik ook hiervoor heel af en toe een nieuw tubetje hebben. En daar trek ik dus voortaan de 9e januari voor uit. Dan kan ik meteen even melden dat het verder qua gezondheid helemaal goed met me gaat. Dat hoop ik dus nog tenminste 22 jaar vol te houden.
Dinsdag 14 januari 2025. Rinnen – ron – geronnen.
En ik heb weer een leuk taalverschijnsel ontdekt. Dat kwam omdat ik in een Duits boek het zinnetje: “Wie gewonnen, so zerronnen” las. Dat lijkt wel heel erg op de Nederlandse uitdrukking: “Zo gewonnen, zo geronnen”. Het moet wel verwant zijn en ongeveer hetzelfde betekenen. Ofwel: wat je makkelijk kon winnen, kun je ook weer even makkelijk verliezen. Maar waar komt dan dat woord ‘geronnen’ vandaan? Het moet wel een voltooid deelwoord zijn, maar van welk werkwoord? Na opzoeken, want ik kon het niet bedenken, bleek het te gaan om het Nederlandse werkwoord ‘rinnen’. Het is dus rinnen – ron – geronnen. ‘Verouderd’ zegt het woordenboek dan. Maar het betekent zoiets als ‘vloeibaar worden’. Wegvloeien dus ook. Er zijn maar twee uitdrukkingen waarbij ‘geronnen’ kan worden gebruikt. Ten eerste bij de vaste uitdrukking ‘zo gewonnen, zo geronnen’, en ten tweede bij ‘geronnen bloed’. Waarbij ‘geronnen’ dan wel ineens het tegenovergestelde betekent, namelijk: gestold bloed. Wat is het Nederlands toch een mooie maar knap ingewikkelde taal.
Woensdag 15 januari 2025. Mijn wandelroutes.
Ik probeer om per week, per maand, per half jaar en per jaar steeds gemiddeld 5 kilometer te lopen. Dat wisselt natuurlijk dagelijks en ik loop wel eens achter en minder vaak, ook wel eens vóór. Toch zitten er geen vaste afstanden in mijn hoofd. Zoiets als: heen en weer naar X is precies 5 kilometer. Ik merk af en toe ’s avonds wel een keer of ik nog iets te kort kom of iets over heb. Hardlopen schijn je minder lang te hoeven doen, maar dat kan ik nu eenmaal niet. Toch verraste het me gisteravond dat met de wandeling van gisteren ik precies 5,0 kilometer gelopen had. Dat is met een wandeling, via een bepaalde en niet de kortste, route naar de Oostwijk en mijn favoriete twee winkels daar. De andere kant uit, richting stad, ben ik daar nog niet uit. Ik weet het wel ongeveer. Heen en weer naar de voormalige gemeentegrens is vermoedelijk ook 5 kilometer. Dat ik dat niet precies weet, komt omdat ik die kant uit lopend zoveel winkels tegenkom. En de ene keer wil ik naar de slager, de andere keer naar de lampenwinkel en/of de Action, etc., etc., en dat is iedere dag anders. Naar de Oostwijk zijn er maar twee winkels: de Jumbo en de supergroenteboer. En als ik daar ben doe ik ze allebei aan. Ik blijf toch maar bij de gewoonte om af en toe ’s avonds te kijken of ik nog te kort kom of over heb.
Zondag 19 januari 2025. Het assortiment van de supermarkt.
Gisteren heb ik me voor de zoveelste keer weer verbaasd over het assortimentsbeleid bij mijn dichtstbijzijnde Jumbo. Al vele keren heb ik meegemaakt dat een artikel dat ik gebruik daar plots uit het assortiment wordt genomen. Waarschijnlijk omdat de vraag niet zo groot is. Dat zal in mijn geval ook wel kloppen, want mijn keus voor spullen is sowieso niet alledaags en is dus ook niet wat de meeste mensen zullen aanschaffen. Dit keer ging het dus om het wasmiddel voor de witte was van het merk Neutral. Daar zitten geen geur- kleur- en smaakstoffen en andere viespeukerij in. Hetzelfde merk maar dan voor de bonte was, was er dan weer wel, maar er was ook geen plaats meer op het schap voor de witte variant: het kaartje ontbrak. Daaraan zie je dat het uit het assortiment is genomen. In dit geval heeft dat beleid het effect dat ik naar de AH ga, waar ik misschien al in geen jaar meer ben geweest. En daar stond de witte variant nog volop in het schap. En als ik dan toch bij de AH sta, haal ik daar meteen ook andere boodschappen die ik nodig heb. Dag Jumbo. Juist in een plaats als Haren, met veel klanten die zich iets meer kunnen veroorloven, moet je natuurlijk niet de iets exclusievere zaken uit je assortiment nemen. Dan ben je juist die klanten meteen helemaal kwijt. Ik zal dat binnenkort toch maar eens tegen een pief daar vertellen. Als ik een keer zin heb.
Dinsdag 21 januari 2025. Mist, vroeger en nu.
De lucht blijft vervuild, omdat het blijft misten. Het moet toch wel heel lang geleden zijn dat het zo lang dagelijks heeft gemist. Ik kan me nog een mist herinneren, het moet tussen 1969 en 1972 geweest zijn, want ik werkte bij de R.P.D., en het was sinterklaasavond. Ik liep de deur van mijn werkplek aan de Stadhouderslaan de straat op en meteen al kon ik bijna letterlijk geen hand voor ogen zien. Er reed ook helemaal geen openbaar vervoer meer. Ik had geen andere keus dan maar naar huis op de Groot-Hertoginnelaan te gaan lopen, een dikke kilometer. Het moeilijkste was uiteraard: oversteken. Al was het straatje nog zo klein, er kon altijd op het laatste nippertje een auto uit komen. Laat staan als het een grote straat was, zoals de Statenlaan, of de Groot-Hertoginnelaan zelf, want ik woonde aan de overkant. Dat ging dan vooral op het gehoor. Gelukkig reed er (vrijwel) geen verkeer, zelfs fietsen was levensgevaarlijk. En ik heb het inderdaad gehaald. Maar zo erg heb ik het nooit eerder of later meer meegemaakt.
Woensdag 22 januari 2025. De klantensystemen van bedrijven. Nu: de ING.
En toen had ik weer een probleem met ING. Ik had een nieuwe toegangscode plus wachtwoord nodig voor mijn zakelijke rekening, en die kun je dan via het internet aanvragen. Zo gezegd zo gedaan, en dan verschillen er een bericht dat ik de aangevraagde gegevens in separate enveloppen binnen vijf dagen toegestuurd zou krijgen. Nu werd het nog kerst- en oudejaarstijd, dus het zou wel iets langer kunnen gaan duren. Maar ook half januari was er nog niets gekomen. Dus ga ik maar eens rappelleren. Dan ga je de zakelijke hulplijn bellen en dan moet je zo kort mogelijk je probleem aan een automaat vertellen. Maar elke keer als ik het probeerde met weer nieuwe woorden begreep de automaat het niet en werd verbinding verbroken. Je kunt ook niet zomaar ‘nieuwe toegang’ of ‘nieuw wachtwoord’ inspreken, want dan word je doorverwezen naar het internet waar je dat kunt doen. Maar dat had ik al gedaan en dat werkte niet. Na zoveel gestrande pogingen heb ik dan maar een brief geschreven en naar het dichtstbijzijnde ING-kantoor gestuurd. Dat zal vast wel fout zijn, maar ik kon ook nergens vinden waar het dan wel naartoe moest. Zodra je een niet-alledaagse vraag hebt loop je vast in de automatische systemen. En je kunt ook niet naar een ING-kantoor in de buurt, want die zijn allemaal opgeheven. Ik heb er nu ook op gestaan dat ik een schriftelijk antwoord krijg omdat ik op andere wijze niet bereikbaar ben.
Zaterdag 1 februari 2025. Schaatsschoenen.
Heb dus nu weer een paar nieuwe met schaap gevoerde schoenen, alsmede een eveneens met schaap gevoerd nieuw paar pantoffels. Laat nu de winter maar komen!! Toen ik toch bij de firma Groothuis te Groningen was, mijn schoenenleverancier, begon ik nog even het gesprek over hun specialiteit: schoenen voor schaatsers. Als je al bij ze binnenkomt, prijken er grote foto’s van schaatsers aan de muur en zie je overal om je heen op planken en andere bergruimten schaatsschoenen staan, naast gewone orthopedische schoenen. Ik wist al dat ze schoenen aan (top)schaatsers leveren, maar ik wist eigenlijk niets van de omvang van deze business. Topschaatsers moeten niet alleen een ‘snel’ kostuum hebben en eersteklas schaatsen, maar uiteraard ook perfect passende schoenen. Waar kun je dan beter terecht dan bij een orthopedische schoenmaker. Die doet immers niet anders dan elke dag schoenen maken die op de millimeter precies moeten passen. Zoals de baas van deze tent, de oude Groothuis zal ik maar zeggen, al bij eerste kennismaking tegen me zei: schoenen voor schaatsers is eigenlijk een uit de hand gelopen hobby van ons. Gisteren vroeg ik aan de jongere Groothuis die mij hielp, hoe groot hun schaatsbusiness nu eigenlijk is. Ik hoefde uiteraard geen omzetcijfers te weten, maar wou wel graag een idee hebben. Welnu, zij schatten dat van alle Nederlandse wedstrijdschaatsers ongeveer 70% met hun schoenen schaatst. Maar ze leveren ook over de grens: ze hebben ook de Noren, de Italianen en de Kazakken als klant. En dat is geen compleet rijtje. De nieuwe wereldkampioen all-round van vorige maand, de Noor Sander Eitrem, reed ook op de schoenen van Groothuis. “Volgende week gaan we weer naar Italië, om weer voeten op te meten.” Ook bij de buitenlandse topschaatsers zitten we nu op zo’n 70%. Tjonge. Waar een klein land niet groot in kan zijn. Maar je kunt een schoen van ons ook herkennen. Ons logo zit altijd op de achterkant van de schoen. Aldus de jonge Groothuis.

Ga daar zeker op letten. Al vraag ik me af hoe vaak je van een schaatser de achterkant op de TV zult zien.
Woensdag 5 februari 2025. De Saksen.
Plots ontdekte ik dat Luit van der Tuuk, een schrijver van wie ik veel boeken heb over de vroege middeleeuwen, een nieuw boek heeft uitgebracht geheten : De Saksen. Dus bij mijn wandeling liep ik ook nog even mijn boekwinkel binnen en bestelde dit boek. “U weet wel, die van die worst”. Ik heb deze schrijver zelfs ontdekt in deze winkel en hem daarna af en toe op het internet gevolgd. Maar deze uitgave hadden ze dan weer niet in hun eigen voorraad opgenomen. Ik heb uiteraard geen enkel idee waarom niet en ik hoef dat ook niet te weten. Wie weet waren uitgaven van zijn vorige boeken wel winkeldochters geworden. Dan zou ik ook geen volgende publicatie meer opnemen. Maar ik smul ervan. Van de Saksen weet ik – uit mijn schooltijd – eigenlijk alleen dat Karel de Grote (ruim rondom het jaar 800) tegen ze heeft gestreden. Karel wilde de Saksen met alle geweld bekeren tot het christendom. Letterlijk. Hij wilde namelijk een wit voetje bij de paus halen. De Saksen bivakkeerden toen ten oosten van de Elbe. En uiteindelijk, zo heb ik steeds begrepen, is hem die bekering ook gelukt. Helaas wel ten koste van enige duizenden doden en nog meer gewonden, zowel aan zijn kant als aan de kant van de Saksen, maar die Saksen verzetten zich ook zo hevig. Dan krijg je dat. Hadden ze dat maar niet moeten doen. Straks ga ik dus kennis nemen van wat er precies is gebeurd en waarom. En of mijn schoolgeheugen klopt.
Vrijdag 7 februari 2025. Vergeven.
En inmiddels heb ik het boek over de Saksen al in huis, samen met een al veel eerder besteld boek van een zekere Amanda Ann Gregory geheten: You don’t need to forgive. Al eerder heb ik op deze webside een betoog gehouden over het nut van vergeven. De Christelijke traditie vraagt, op grond van de Bijbel, dat je je vijanden moet vergeven en zelfs de andere wang moet toekeren. En hoewel ik niet christelijk ben heb ik er toch het nut van ingezien. Zolang je niet vergeeft blijven de jou aangedane zaken en de personen die dat gedaan hebben, maar door je hoofd zweven. En dan krijgen de snoodaards nog meer hun zin dan ze al hadden gedaan: je blijft lijden. Als je het ze vergeeft ben je het kwijt en hoef je er ook niet meer over te piekeren. Maar deze dame, die een psychotherapeut blijkt te zijn, heeft inmiddels 17 jaar ervaring met de behandeling slachtoffers van allerlei trauma’s. Zij beweert dat in haar vakgebied het de standaard is om je vijanden te vergeven wat ze je hebben aangedaan. Wellicht in Amerika. Ik moet het boek nog lezen. Haar boek stelt nu dat het helemaal niet nodig is om je vijanden te vergeven en dat je ook zonder dat te doen, je goed kunt herstellen van opgelopen trauma’s. Ben benieuwd hoe ze dat onderbouwt.
Dinsdag 11 februari 2025. Het KNMI.
Vanmorgen kreeg ik al vroeg de melding dat de hoeveelheid PM2.5 in de lucht was opgelopen tot 59 deeltjes per m3. Met de kwalificatie: unhealthy. Ofwel ‘ongezond’. Dat is de hoogste stand die hier gemeten is sinds ik ben begonnen het een beetje te volgen. In het kleurenpallet is dat ‘code rood’. En nog altijd geen woord van uitleg van het KNMI over wat er nu toch aan de hand is in onze atmosfeer. Want al vanaf medio november zie ik hier forse overschrijdingen van de norm van de WHO, vooral tijdens mist. Maar het is niet alleen mist, want het mist nu helemaal niet. De meest voor de hand liggende verklaring is dat ze het bij het KNMI ook niet weten. Het alternatief is dat ze het niet mogen vertellen van de regering. Het is me ook opgevallen dat mijn luchtzuiveraar gisteravond plots in een hogere stand kwam en dat duurde vervolgens uren. Zonder dat ik een aanleiding kon bedenken, want er gebeurde in die tijd niets in mijn huis.
Zondag 16 februari 2025. Duizend jaar weer.
Eindelijk is dan gisteren het 8e deel van de serie “Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen.” verschenen. Het verschijnen daarvan is enkele jaren lang door de uitgever vooruitgeschoven. Dat moest blijkbaar wachten op het overlijden van de schrijver, Jan Buisman, die afgelopen november het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde, terwijl hij deze maand 100 jaar zou zijn geworden. Die man heeft blijkbaar gewerkt tot dicht tegen zijn honderdste verjaardag. Komt vast in het Guinness Book of Records. Dit werk zou aanvankelijk in totaal zo’n tien delen gaan omvatten, maar na ontvangst van deel 8, gisteren, weet ik wel zeker dat dit niet gaat lukken. Deel 7 omvatte al 25 jaar (van 1800 – 1825), terwijl deel 6 nog over 50 jaar ging (1750 – 1800). Na deel 6 zouden er dan nog 5 delen van elk 50 jaar moeten volgen, maar door plots over te gaan op delen van 25 jaar elk, kon je al uitrekenen dat er dan nog 10 delen zouden moeten bijkomen. In een eerdere aankondiging van het verschijnen van deel 8 werd al vermeld dat deel 8 over 12 (en een half?) jaar zou gaan. Als dat was gebeurd zouden er zelfs nog 20 delen bij moeten komen. Ik vermoed dat de uitgever dat niet zag zitten. Jan Buisman werd, met het vorderen van het werk steeds gedetailleerder. Maar nu – na zijn overlijden – een andere redacteur zijn werk heeft overgenomen, zijn we toch weer op delen van 25 jaar elk terecht gekomen, met deel 8 van 1825 tot 1850 en dit deel omvat ook nog eens bijna 1000 pagina’s. Dat betekent dat er toch nog steeds zeven delen bij zullen gaan komen. Met een verschijningstempo van één deel per 3 jaar zijn we dan nog altijd 21 jaar bezig. Dus tot 2046. Dan word ik honderd. Hebben we twee feestjes vlak na elkaar. En dan is er intussen weer ruimte voor nog een deel van 2025 – 2050. Dus dat worden er dus nog 8. Wellicht kan de nieuwe redacteur, een zekere S. Cobelens, in een iets hoger tempo werken als een bijna honderdjarige. Ik heb overigens geen idee hoe oud de heer of mevrouw Cobelens is en hoop maar dat hij of zij wel de eindstreep haalt in 2050. Anders zou er nog een derde redacteur bij moeten komen. Het wordt wel (en is in feite nu al) een monumentaal werk. De standaard over het weer in het verleden in de komende eeuwen. Ik zie nog niet zo snel gebeuren dat er nog iemand komt die dit gaat herhalen.
Dinsdag 18 februari 2025. Keukenspullen.
Plotseling ging ik dan gistermiddag op pannenjacht. Het gaat steeds weer zo. Ik zie langzaam aan mijn meest gebruikte pannen, een klein koekenpannetje en een steelpannetje, aftakelen en op zekere dag vind ik het wel genoeg en ga ik nieuwe kopen. Nu is Blokker verdwenen en de keus bij Action is niet geweldig groot. Ze hebben er bijvoorbeeld geen steelpannen, van geen enkel formaat. Nu is er in de Stad een gespecialiseerde keukenwinkel in de Brugstraat, en dat was dus mijn volgende bestemming. Hier heb ik zo ongeveer alle bijzondere keukenuitrusting gekocht. Van een patévorm tot mijn keukenmachine, en van een rookoven tot mijn super-de-luxe garde. Eerst ging ik nog even naar Dille en Kamille, waar ik ook graag kom voor keukenspullen, zonder een concreet doel, want pannen hebben ze er niet. En ik ging er toch weg met een glazen potje voor mijn thee, en met enkele cederhouten blokjes als mottenbestrijder. Ze ruiken helemaal nergens naar, dus ik vroeg me af hoe het zou werken. Wellicht is het reukvermogen van een mot veel beter dan dat van een mens. Ik leer er altijd graag wat bij. Bij de kassa en het afrekenen begon de medewerkster spontaan over het gebruik. Ik moest ze eerst met een heel licht schuurpapiertje iets opschuren want dan komen de motonvriendelijke geurstoffen vrij. En dat dan af en toe herhalen. Volgende probleem is dan dat ik geen schuurpapier in huis heb, sinds ik besloten heb zoveel mogelijk weg te gooien. Dille en Kamille verkoopt het niet en in Haren is de laatste doe-het-zelfzaak gestopt. Ik kon geen winkel in mijn wijde omgeving bedenken waar ik dat vandaan zou kunnen halen. Daar zal ik dan toch een keer voor naar zo’n superbouwmarkt moeten gaan. Want het zijn tegenwoordig allemaal van die joekels. Dan moet je honderden meters door zo’n winkel sjouwen om een miniverpakking dun schuurpapier te pakken en daarmee dan weer terug naar de kassa gaan en betalen. Voor mijn kilometers is dat natuurlijk wel goed.
De laatste bestemming was dan de keukenwinkel in de Brugstraat. En hier hebben ze, zoals ik al wist, wel een grote keus. Eén van mijn talenten is, dat ik in een winkel bij het aanschaffen van iets nieuws, zonder aarzeling en binnen enkele seconden het allerduurste artikel van de hele winkel zie en meteen ook wil hebben. Het is een gave en ik ben er niet erg trots op. Bij kledingwinkels is dat eigenlijk altijd zo. In een rek met tientallen – vul maar in: vesten, kostuums, broeken etc. – pak ik meteen de duurste van allemaal uit het rek. Hoe ik dat precies doe kan ik niet uitleggen. Ik wilde dus een steelpannetje met deksel en een klein koekenpannetje zonder deksel. En toen ik er eenmaal stond bedacht ik me dat ik toch ook nog graag een klein gietijzeren stoofpannetje wilde hebben. De stoofpan die ik heb is veel te groot voor mij alleen. En ik maak graag stoofpotten, maar niet ook meteen voor een weeshuis. Daarom pakte ik meteen een gietijzeren steelpannetje met deksel eruit: die leek me ideaal. En bovendien twee vliegen in één klap. Het koekenpannetje was ook geen moeilijke keus, en ik koos ook hier een degelijk exemplaar, dus inpakken, afrekenen en wegwezen. Maar bij de kassa kwam de verrassing. En ik had het kunnen weten. Twee pannen voor iets meer dan 300 euro. Ik had ook in deze winkel binnen enkele seconden weer twee topproducten gevonden. Ik heb ze toch maar afgerekend.
Vrijdag 21 februari 2025. Het zuiveren van de lucht.
Heb op de website van het RIVM artikelen gevonden over onze luchtvervuiling en wat een luchtzuiveraar daarmee te maken kan hebben. Ik moet het nog verder uitpluizen, maar hier alvast enige eerste indrukken. Het eerste wat me opviel was, dat het – zonder luchtzuiveraar – binnen altijd een stuk vervuilder is dan buiten, maar dat het mee kan vallen naarmate het huis beter geventileerd wordt. Met een luchtzuiveraar wordt het binnen duidelijk schoner dan buiten. Dat scheelt zelfs veel. Buiten zijn er dan misschien wel acht keer zoveel onzuivere deeltjes per m3 dan binnen. Wat het RIVM vervolgens heeft gedaan is in huizen, bij mooi weer, de achterdeur naar de tuin openzetten, met de zuiveraar aan. Dan steeg de vervuiling binnenshuis weer, maar niet zover tot wat er buiten aan de gang was. Dat was natuurlijk ook te verwachten. De eerste les is dus, dat het bij mooi weer, als je een luchtzuiveraar in huis hebt, je wel goed moet ventileren (dat moet uiteraard altijd), maar dat je ook niet tegelijk de buitendeuren of -ramen moet opendoen. Dat moest toch al niet, omdat het bij heet weer dan binnen net zo heet wordt als buiten. Ik ben nog op jacht naar een meter binnen en een meter buiten. Al was het maar voor PM2.5, want dat is hier toch de grootste boosdoener, waarbij we de laatste maanden met grote regelmaat fors boven de norm zaten.
Maandag 24 februari 2025. Duitse verkiezingen en de kiesdrempel.
De Duitse verkiezingen. Pas deze keer drong het tot me door wat de zegeningen zijn van een kiesdrempel. Door de 5% – drempel in Duitsland, bij een lagere landelijke score krijg je geen enkele zetel, is daar nu een situatie ontstaan dat de grootste ‘democratische’ partij, deze keer CDU/CSU, de vanzelfsprekende leider kiest (deze keer dus Merz) en dat er meteen ook maar één coalitiepartner is: de SPD. Door het uitsluiten van zowel uiterst rechts (AfD) als uiterst links (Die Linke) van regeringsdeelname blijft er maar één mogelijkheid over: CDU/CSU plus SPD. Alle overige mogelijke combinaties halen geen meerderheid in het parlement. Dat verplicht die beide partijen het eens te worden over het regeerprogramma. Bij ons met 45 partijen in het parlement (ik weet dat het er maar 25 zijn, maar als het er 25 kunnen zijn, dan kunnen het er ook 45 worden), kan iedereen uit elke onderhandeling weglopen, want iedere partij denkt nog mogelijkheden te hebben bij de 44 andere partijen. En wordt ook nog eens elke regering die je vormt wankel, zoals we vandaag ook meemaken. Met zo’n drempel weet je ook meteen na de verkiezingen welke regering er gaat komen.
Nu wil het toeval dat ik bezig ben met de memoires van Angela Merkel, en ben daar inmiddels aangekomen bij 2018. Ze bleef aan tot december 2021. Pas gisteravond begreep ik dat Merkel in Duitsland pas aan de macht kwam na een strijd met Merz, ja dezelfde die gisteravond won. Dat staat me niet zo bij uit haar boek, maar misschien moet ik nog even terugbladeren. Wat ik intussen wel weet, is dat Merkel en Merz weliswaar tot dezelfde partij horen, namelijk de CDU, maar wel heel verschillende personen zijn, zeker als het om hun politieke visie gaat. Merkel komt in haar boek tevoorschijn als een duidelijk linkse Christendemocraat, terwijl Merz, voor wat ik er nu van weet, veel rechtser is dan zij moet worden geplaatst. Dat is dezelfde tweestrijd die wij al decennia bij het CDA kennen. Ben heel benieuwd waar dat nu heengaat.
Woensdag 26 februari 2025. Internationale politiek
Dan heb ik toch een stukje moderne geschiedenis compleet gemist. Na het einde van WO II werden de Verenigde Naties opgericht, met als belangrijk orgaan de Veiligheidsraad. Daarin waren er 5 permanente leden (de V.S., de Sovjet-Unie, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en China), aangevuld met nog eens tien landen die bij toerbeurt deelnemen. De permanente leden kregen een vetorecht. Als een besluit een permanent lid niet beviel, dan kon dit lid een veto uitspreken en dan ging het besluit niet door. Met name de V.S., de Sovjet-Unie (later Rusland) en China hebben dat talloze malen gedaan. Gisteren kwam dan een door de V.S. ingediende resolutie over Ukraine in stemming, zonder een veroordeling van agressor Rusland. En hoewel zowel Frankrijk als het V.K. hier tegen waren gebruikten ze hun vetorecht niet. En, zo las ik, die twee landen hebben hun vetorecht als sinds 1989 niet meer gebruikt. Blijkbaar vinden deze landen van zichzelf dat ze te onbelangrijk zijn, tegenover de echte grote drie (de V.S., China en Rusland) om van hun vetorecht gebruik te maken. De laatstgenoemde drie deden dat als het ze zo uitkwam, juist wel. Vele keren zelfs. Er is dus iets veranderd op het internationale strijdtoneel en het is me totaal niet opgevallen. En ik ben toch echt een nieuwsverslinder.
Dinsdag 11 maart 2025. In de pers.
Gisteren ben ik het met een journalist van Haren de Krant, een plaatselijke gratis weekkrant, eens geworden over de te plaatsen tekst van een interview met mij. Want ik schijn, naar zijn zeggen, zo langzaam aan een bekende inwoner geworden te zijn. En dus willen mensen weten, zo zegt hij, waarom ik zo moeilijk loop, en wie ik verder ben. En ik loop inderdaad wat af bijna elke dag. Dus velen zullen mij inderdaad met mijn loopje wel kennen. En ik ben ook wel met enige regelmaat door allerlei mensen aangesproken. Zoals met de vraag: of ik pijn heb. Nou nee, pijn heb ik niet, behalve dan in mijn portemonnee. Of waar ik woon. En dan komt ook onherroepelijk mijn kwaal ter sprake en hoe ik er zo aan gekomen ben. In Katwijk in de vijftiger jaren. En dat was best een avontuur. Ik weet niet precies wanneer hij uitkomt, wellicht komende donderdag of zo. En nog minder weet ik wat de gevolgen zijn. Komen er reacties op en zo ja hoeveel en wat voor? We wachten het rustig af.
Woensdag 12 maart 2025. Dorien.
En toen was ik weer eens bij de tandarts. Ik heb een geweldige tandarts. Misschien wel de beste tandarts die ik ooit gehad heb. En het is lastig om uit te leggen, waarom dan. Ze komt steeds als superdeskundige bij me over, vertelt alles dat ik weten wil, maar is spontaan niet erg mededeelzaam. Ik zit of lig ook niet te wachten op allerlei kletspraatjes. Doe je werk en als ik iets weten wil, vraag ik het wel. Ze werkt al jaren alleen maar op maandag, want de rest van de week is ze docent op de universiteit. Ik had een keer van dezelfde praktijk een vervangster toen ik iets urgents had, dat niet tot de volgende maandag kon wachten. Ik herinner me dat bezoek nog steeds. Deze tandarts wist alles beter dan ik en zei wel steeds spontaan wat ze dacht. Ook als het niet zo vriendelijk was. Na afloop van de behandeling deze week, vroeg ik haar of ik nu weer gewoon over een half jaar terug moet komen. Ze zei toen: ‘ja, alleen ben ik dan niet meer hier, dus dat zal bij een andere tandarts zijn’. En op mijn vragende blik, vulde ze het aan met: ‘ik ga verder full-time op de universiteit werken.’ Ik wilde beslist niet bij de vervangster komen die ik eerder in deze praktijk had en herinnerde haar aan mijn eerdere gesprek met haar daarover. Ze overlegde even met haar assistente, die ook nog in de ruimte was en zei: u moet aan de balie vragen om een afspraak over een half jaar met Dorien. Ik wenste haar verder succes in haar loopbaan, groette haar en ging naar de balie. Daar zitten altijd twee dames en dat was ook deze keer zo. De linker dame was bezig met een telefoongesprek, dus ik wendde mij tot de andere dame: een nogal jong exemplaar. Ze zei spontaan tegen me: u wilt een nieuwe afspraak maken? En ik: ja, inderdaad. Zij: dan moet u even wachten tot mijn collega klaar is met haar gesprek. En ik: ok, ik heb geduld. Toen haar collega het telefoongesprek had beëindigd en nadat zij nog even wat aantekeningen daarvan moest maken, richtte ze zich tot mij. Een afspraak:? Ik: Ja, over een half jaar en met Dorien. Ik weet overigens niet wie dat is en ik ken ook haar achternaam niet. De dame: Dorien zit naast me en ze wees opzij. Toen drong het dus zowel tot mij als tot Dorien door dat we door dokter Bergsma aan elkaar gekoppeld waren. Het jonge exemplaar was dus tandarts. En ik werd haar patiënt. Ze stond even spontaan als eerst meteen op en gaf me een hand om zich voor te stellen: ik ben dus Dorien. En ik ben Koos. Ik vermoed dat ze een beginnende tandarts is en ik misschien wel een van haar eerste patiënten, of misschien zelfs wel de eerste. Al is het dan over een half jaar. Ze zat daar dus om kennis te nemen van de administratieve organisatie bij deze praktijk, voordat ze aan de slag gaat. Ik voel aan alles: dat gaat helemaal goed komen tussen Dorien en mij. Mevrouw Bergsma is behalve een heel goede tandarts ook nog een voortreffelijke koppelaarster.
Maandag 17 maart 2025. Oud worden.
Vandaag is mijn oudste broer 86 geworden. Voorwaar een mooie prestatie. En hij heeft er werkelijk weinig aan gedaan. In elk geval heeft hij zich al decennia, of zelfs ooit, zich met iets als sport of bewegen bezig gehouden. Hij heeft waarschijnlijk ook nooit een auto gehad, dus hij was wel verplicht voor boodschappen en andere buitenshuis aangelegenheden, zich te voet en/of met openbaar vervoer te bewegen. Maar ik heb het idee dat hij dat al heel lang niet of nauwelijks meer doet en hij ‘alles’ thuis laat bezorgen. Van zijn eetgewoonten weet ik vrijwel niets, maar ik heb hem daarover ook nooit gehoord. En als ik erbij was, at hij met alles mee. Een bal gehakt was zijn lievelingsvoedsel, en dat is bepaald niet het gezondste voedsel. Mijn jongere broer wordt volgende maand dan 84. Hij had altijd wel een auto en vertelde onlangs geheel spontaan dat hij een leven lang voor elke boodschap altijd de auto nam, ook al was de winkel dichtbij. Ook hij heeft zich nooit bezig gehouden met sport of bewust bewegen en mogelijk zelfs nog minder dan onze oudere broer. Hij moet binnenkort weer leren lopen, of is daar inmiddels weer mee begonnen, nu hij opnieuw herstellende is van een val, eind 2023. Met eten en drinken heeft hij natuurlijk last van zijn suiker en dat geeft beperkingen aan zijn keuzes. Voorlopig loop ik nog 6 tot 8 jaar achter op mijn broers. En ik beweeg wel heel veel en let permanent op wat ik eet. Vooral geen superprocessed food. Het doet me vaak denken aan die Engelsman, die – ik meen als oudste man op aarde – op zijn 107e werd geïnterviewd. Uiteraard ook met de vraag waarom hijzelf denkt zo oud geworden te zijn. Daar krijg je van zeer oude mensen altijd de meest uiteenlopende antwoorden op. Een dame wist zeker dat dat kwam omdat ze elke dag een glaasje advocaat nam. Maar de genoemde 107-jarige man vond dat allemaal maar onzin. Hij heeft ‘vroeger’ wel veel gelopen, maar dat deed hij al vele jaren niet meer. Daar zat het hem dus niet in. En ook zat het hem niet in eten en drinken. Wel at hij al vele jaren elke vrijdag fish and chips, maar hij gelooft niet dat dat ook maar iets met zijn leeftijd te maken heeft. Voor het overige at hij alles ‘wat ze hem voorzetten’. Dus daar zat ook al helemaal geen aanknopingspunt in. Volgens hem was het simpel: de één wordt nu eenmaal ouder dan de ander. Daar valt niets aan te veranderen. Niet met voeding en ook niet met bewegen.
20 maart 2025. De Saksen.
Ik ben begonnen met een boek over de Saksen. U weet wel: de uitvinders van een bepaald soort leverworst. Erg lekker, als je er van houdt. Weet niet of het plaatje ook echte Saksen moeten voorstellen. Ik neem aan van wel, Luit een beetje kennende. Maar we zullen het in het boek nog wel ergens lezen. Ik houd U op de hoogte.

Die knielende figuur heeft een kroontje op en zal dus wel een koning moeten voorstellen. Dat soort knielende koningen kennen we tegenwoordig niet meer. Die dame of heer rechts met die jurk aan wil die knielende koning slaan met een soort knots lijkt het wel. De knieler heeft ook iets in zijn handen en wellicht is het een bloem. Mogelijk een uitgebloeide zonnebloem. Die wil hij blijkbaar aan die slaande figuur geven. Het is niet makkelijk om die oude schilderijen goed te begrijpen.
Maandag 31 maart 2025. De Oranjes.
Intussen heb ik – na het boek over Wilhelmina – ook het boek over Bernhard weer uit en ben inmiddels begonnen met het boek “Oranje Zwartboek” van dezelfde Aalbers. Ik weet nu al dat ik Aalbers ook een brief zal schijven. Ik heb – tot nu toe – maar één echte fout ontdekt. En het is een microfoutje. De boeken hebben ontzettend veel voetnoten, en dat komt omdat het uiterst kritische boeken zijn over de Oranjes. Dan moet je natuurlijk wel elke bewering die je doet, onderbouwen met waar je dat vandaan hebt. Anders wordt het een losse verzameling van wandaden zonder dat het ergens op gebaseerd is. In zo’n voetnoot verwijst hij naar pagina 465 van deel 2 van het standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog van Loe de Jong. Nu heb ik dat deel, en het staat me bij dat het een vrij dun boek is. Zijn het dan toch nog 465 bladzijden? Ik loop dus meteen maar even naar de boekenkast, pak het inderdaad vrij dunne deel en ga naar pagina 465. En wat blijkt? Het boek eindigt bij pagina 460. In elk boek dat ik lees staat wel een fout, dus ook in dit boek. Daarover ga ik uiteraard geen brief schijven. Wel over de vraag of onze huidige koninklijke familie wel echte Oranjes zijn. Het gerucht ging immers dat Koning Willem III (geboren 1819) na het overlijden van zijn vrouw trouwde met de zeer jonge Emma zu Waldeck und Pyrmont. Willen III was toen al flink aan het sukkelen in 1879 maar ze kregen in 1880 toch nog een kind in de persoon van Wilhelmina. Het gerucht ging toen al dat hijzelf helemaal niet meer bij machte was nog een kind te verwekken en dat dus geschiedde dankzij de hulp van een bevriende adellijke, wiens naam (bij geruchte uiteraard) wel bekend is, maar mij nu ontschoten is. Al voor de val van de Sovjet – Unie werden de stoffelijke resten van de Romanovs in Jekaterinenburg gevonden, maar pas na de val in 1991 werd dat bekend gemaakt. De vraag was dus hoe je zeker kunt weten dat dit de Romanovs zijn, temeer omdat er twee lichamen uit dit gezin ontbraken? In 1991 bestond er nog geen DNA-onderzoek. Maar in 2007 wel en toen is aan prins Philip (de echtgenoot van koningin Elisabeth II van G.B.), die zelf van een Romanov afstamt, maar naar verluidt ook aan Beatrix, die ook (via de vrouw van koning Willem II, Anna Paulowna) Romanovbloed heeft, gevraagd met een DNA-staal te willen helpen vaststellen of het inderdaad om de Romanovfamilie ging. Philip werkte meteen mee, maar Beatrix weigerde. En zo staat het nu vast en is overal te vinden: het waren inderdaad de Romanovs, vastgesteld dankzij de bereidwillige medewerking van prins Philip. Toen kon men verder zoeken naar de ontbrekende twee stoffelijke overschotten en die werden inderdaad gevonden, op korte afstand van de overige lichamen. Maar deze geschiedenis is niet bij Aalbers te vinden.
Dinsdag 20 mei 2025. Orthopedische schoenmakers.
Al vanaf december 1957 draag ik orthopedische schoenen. Dat doe ik dus nu al ruim 67 jaar. Ik heb dus wel enige ervaring met orthopedische schoenen en wat daaromheen gebeurt en gebeuren moet. Zoals ieders rol: de verzekeraar, de dokter, de schoenmaker en de hulpverlener, voor als je in een of andere instelling (o.a. ziekenhuis, verpleegtehuis, revalidatiecentrum of fysiotherapeut) ) ligt. En ik weet het dus ook altijd (veel) beter dan vooral wat hulpverleners doen. De anderen kennen hun rol doorgaans wel. Zo had het revalidatiecentrum waar Jan ligt, bedacht dat een bepaalde orthopedische schoenmaker de opdracht moest krijgen. Dat was al de eerste fout, want de patiënt bepaalt wie de schoenmaker is, en niet de instelling. De maten werden opgemeten, en er moest en proefmodel worden gemaakt. Dat is gebruikelijk. Toen echter het proefmodel er volgens afspraak moest zijn, waren die er niet. Het bleek na enig gezoek en gedram, dat het model op de Filippijnen zou worden gemaakt en dat daar geen contact mee mogelijk was om te vragen wat er aan de hand was. Dus ben ik wat gaan graven. En het bleek me al snel dat de betreffende schoenmaker behoorde bij de schoenmakersgroep waar ik zulke slechte ervaringen mee heb gehad. Die groep was daarna ook nog eens failliet gegaan en daarna overgenomen door een andere groep. En ja, er moest dan natuurlijk bezuinigd worden en op de Filippijnen zijn uiteraard de uurlonen het voordeligst. De instelling baalde hier uiteraard ook van, verbrak de relatie met de schoenmaker en koos ook maar meteen een volgende schoenmaker uit. Weer fout uiteraard. Ik heb deze schoenmaker en ook enkele andere even gegoogeld en vervolgens getracht contact met ze te leggen. Bij de door de instelling nieuwe gevonden schoenmaker kreeg ik bij een poging tot telefonisch contact een keuzemenu. Ik haat keuzemenu’s. De eerste vraag was: bent u een zorgverlener, kies dan 1 en bent u geen zorgverlener kies dan 2. Ik ben geen zorgverlener dus kies ik 2. Daarna komt de volgende vraag met vier mogelijkheden en dan komt er nog een vraag met nog eens vier mogelijkheden. Daarna komt het automatische bericht: al onze medewerkers zijn in gesprek, u moet nog even geduld hebben, alstublieft. Na tien minuten wachten aan de telefoon, zonder het minste uitzicht op een verbinding, heb ik het opgegeven. Ik had al de ervaring dat bij twee schoenmakers in het Rotterdamse die ik zelf had uitgezocht, de telefoon meteen werd opgenomen door een levend mens. Die ook meteen al mijn vragen kon beantwoorden. De door de instelling uitgekozen schoenmaker heeft onder andere een totaal verkeerde instelling. Als je zorgverlener bent kies je bij de eerste vraag een 1 en krijg je ook meteen een mens aan de telefoon. Daar ga ik vanuit. Alle klanten moeten geduld hebben, en moeten eerst door een stroom van vragen heen om vervolgens voor onbepaalde tijd in de wachtstand te staan. Het is de omgekeerde wereld. Nu moet ik dus met de instelling gaan strijden om van hun keuze af te komen.
Zondag 25 mei 2025. Boeken en andere tijdsbesteding.
The Admiral’s Bookshelf heb ik ook weer uit. Dit zijn dus de 25 beste boeken volgens de schrijver, uit zijn verzameling van bijna 5000 boeken, zoals hij schrijft. We hadden er al drie gemeenschappelijk: A Crusade in Europe van Eisenhower, A Confederacy of Dunces van John Kennedy Toole (mijn persoonlijke favoriet) en ik ontdekte nog een derde boek in zijn lijst en wel Nineteen Eighty-Four van George Orwell. Ik overweeg nog te kopen uit zijn lijst To Kill a Mockingbird van Harper Lee, Nimitz at War van Craig Symonds en The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald. Nimitz at War omdat ik vrijwel niets weet van het Pacifische deel van W.O. II. Dit moet de tegenhanger zijn van A Crusade in Europe. Bovendien kwam dit boek pas uit in 2022 dus dat moet nog goed verkrijgbaar zijn. The Great Gatsby omdat het al uitkwam in 1925 en na honderd jaar nog altijd ‘in print’ is, volgens Stavridis. Ik vond het al zo bijzonder dat Eisenhower’s boek uitkwam in 1948 en nog steeds nieuw verkocht wordt. Hoe bijzonder moet dan The Great Gatsby wel niet zijn.
Ik heb zelf zo’n 1000 boeken, en aan 5000, zoals Stavridis heeft, zal ik de rest van mijn leven dus vast niet meer toekomen. Maar hij vertelde wel over zijn leesgewoonten. Hij kijkt TV alleen maar voor af en toe het nieuws. Hij heeft nog vele overdagse afspraken, dus hij leest vooral veel ’s avonds als hij thuis is. Hij meldt dat hij goede boeken, waaronder zijn top-25, vaker leest. Bij een goed boek, aldus Stavridis, zie je elke volgende keer dat je het leest weer nieuwe aspecten die je de vorige keer nog niet had opgemerkt. Ik lees zo’n anderhalf uur per etmaal. En vrijwel nooit een boek voor de tweede keer. ’s Avonds kijk ik wel regelmatig TV en juist niet voor het nieuws. Dat heb ik de rest van de dag al geconsumeerd via mijn gsm. Op de TV probeer ik elke dag de interessante documentaires te zien. Daar heb ik mijn vaste zenders voor: Discovery, National Geographic, Arte, History en Discovery Science. Voor de actuele dag neem ik die documentaires op, want dan hoef ik al die reclames en bedelpartijen niet te zien en ik kijk dan naar enkele opgenomen programma’s. Ik heb al een tijdje het gevoel dat ik mijn dagen en vooral mijn avonden anders moet gaan inrichten. En Stavridis gaf me wel een duwtje in de richting dat ik ook in de avond wat meer kan gaan lezen. Dan moet ik nog wel een comfortabele leeshouding bedenken.
Maandag 26 mei 2025. Paling.
Tot mijn stomme verbazing stond er ineens in het centrum een palingstalletje. Die heb ik hier nog nooit gezien, zowel geen palingstalletje als paling. Ik heb dus maar meteen een pondje voor 19 euro gekocht. Opnieuw werd ik verrast, omdat ik hiervoor enkele hele palingen kreeg. Met kop en vel. Ik heb, als ik de kans kreeg, vaker paling gekocht in mijn leven, maar altijd de filets. Dus die hoefde ik dan niet zelf eerst schoon te maken. Dat ga ik dus straks voor het eerst in mijn leven doen. Voor de zoveelste keer blijkt weer eens: je bent nooit te oud om te leren. Ik weet ook dat je paling uitstekend kunt invriezen, want ik zie me nog geen pond paling achter elkaar opeten. Dus het merendeel gaat straks de vriezer in. En tussen de middag: paling op brood. De bediening bij het stalletje door twee heren vond ik niet erg klantvriendelijk. De heren werkten goed en snel en daar was niets op aan te merken. Maar elke opmerking of vraag (bijvoorbeeld, “wat leuk dat u er bent” of “komt u nu ook vaker?”) werd begroet met stilzwijgen. Mogelijk waren het Oegandezen of Noordkoreanen.
Vrijdag 30 mei 2025. Bewegen.
Verder las ik van een 105-jarige Japanner. Die nog elke dag hardloopt, discus werpt en aan speerwerpen doet. Hij haalde de 100 meter onlangs nog in 38 seconden. Hij is hiermee pas op zijn 94e begonnen in navolging van zijn inmiddels 74-jarige dochter. Hij deed onlangs nog mee aan atletiekwedstrijden, voor ouderen, waarbij hij overigens bijna in zijn eentje meedeed in de categorie 100+. Hij haalde vier gouden plakken. Zijn formule: in beweging blijven (hij doet dat zowel met onderlijf als met bovenlijf, net als ik wil), gezond eten, met veel groenten en fruit en zoveel mogelijk frisse lucht. Dat is precies de formule waarmee ik ook bezig ben. Ik ben hiermee overigens veel eerder begonnen dan op mijn 94e en ik ben inderdaad van plan mijn huidige dagindeling ook zo lang mogelijk vol te houden. Ik kan overigens niet de dag of zelfs niet het jaar aanwijzen, waarmee ik hiermee begonnen ben. Het is geleidelijk aan ontstaan.
Maandag 2 juni 2025. Kleurenblind.
Triest feitje: nu word ik ook nog kleurenblind.

Uit de Telegraaf: Onderschrift: Mark Flekken in het shirt van oranje.
Zaterdag 7 juni 2025. Een samenzwering van idioten.
Mijn boekhandel is een soort tentoonstelling begonnen met de favoriete boeken van haar lezers. Een jonge medewerkster vroeg me wat ik zou willen bijdragen. En ik koos dus zonder aarzeling voor A Confederacy of Dunces van John Kennedy Toole. Het bijzondere verhaal rondom dit boek heb ik haar gisteren toch ook nog even verteld. Nadat hij het had geschreven heeft hij vele uitgevers bezocht en gevraagd om het boek uit te geven. Al zijn bezoeken waren vruchteloos: geen enkele uitgever wilde het boek uitgeven. Hij was uiteindelijk zo diep teleurgesteld, dat hij een einde aan zijn leven maakte. Zijn moeder heeft daarna nieuwe pogingen gewaagd het boek uit te geven. En het was na nog eens een jaar of tien proberen raak: ze vond in 1980 eindelijk een uitgever die het boek wilde uitgeven. En het werd meteen ook een bestseller. Het jaar daarop in 1981 kreeg de schrijver – postuum uiteraard – hiervoor de Pulitzer-prijs voor literatuur. En het is tot op de dag van vandaag ‘still in print’, ofwel als nieuw verkrijgbaar. En inmiddels ligt het dus in hun tentoonstellingsruimte met de toevoeging: Koos van Leeuwen, 78 jaar.
Dinsdag 10 juni 2025. De Gele Aardbei.
En ineens, zoals zo vaak bij mij, ging ik tot actie over. Ik had mijn zinnen gezet op een grondbedekker voor mijn te beplanten strookje, en in het bijzonder viel mijn keus op de gele aardbei, vanwege de mooi gekleurde bloemen. Voor alle duidelijkheid: ik ga geen fruit kweken, want de gele aardbei heet zo, omdat de bloempjes zo op een aardbei zouden lijken en niet omdat ze gele aardbeien zouden voortbrengen. Of die bloempjes zo lijken, daar kun je van mening over verschillen. Bij geen enkel Gronings tuincentrum bleken ze gele aardbei-plantjes in voorraad te hebben, maar ik vond ze wel op voorraad bij een tuincentrum in Assen. En wel dichtbij een bushalte van de bus die ook bij mij bijna voor de deur langs rijdt. Dus ik pak mijn twee grootste tassen en neem de bus naar Assen. Het bleek weer een gigantische winkel te zijn. Een zoektocht op de bonnefooi naar de gele aardbei-plant in zo’n enorme winkel is voor mij onbegonnen werk. Dus ik schiet de eerste de beste medewerkster aan en vroeg haar naar de gele aardbei. Ze keek me aan met een blik die ik herkende van de keer dat ik eens bij de slager aan een medewerkster om klapstuk vroeg. Dezelfde blik kreeg ik veel later van een andere medewerkster bij die slager, toen ik vroeg of ze buikspek had. En nu dus weer bij de gele aardbei. In die blik ligt iets van: probeer je me nu te bedotten? Ze zei na enige aarzeling: nee, die hebben we niet. En ik weer: maar volgens jullie website zou je die in voorraad moeten hebben. En zij weer: ik zal het nog even aan een collega vragen. Ze had die collega aan de telefoon en ze hadden een geanimeerd gesprek en na afloop daarvan zei ze: nee meneer, gele aardbei hebben we niet. Ik liep verder die winkel in en kwam daar een wat oudere (plm 40) medewerker tegen, die net afscheid nam van een vragende klant, die nog opmerkte: fijn dat ik toch altijd zulk goed en deskundig advies van je krijg. En ik dacht meteen: die persoon moet ik hebben. Ik vroeg of ze gele aardbei hadden, en hij zei meteen: jazeker meneer, loopt u maar even mee. En een minuut later zag ik ze dan, met een duidelijk bord erbij: GELE AARDBEI. Ze hadden nog 13 plantjes en ik heb ze dus allemaal gekocht. Ik nam ook meteen drie potjes met pinksterbloemen mee. Dat leek me wel gepast op Tweede Pinksterdag. De eerste medewerkster die ik sprak had dus geen echt deskundige collega gebeld maar een ongeveer even oude en even onervaren vriendin die daar ook werkt. Wel gezellig natuurlijk, maar de klant wordt daar niet wijzer van. Daarna met de bus weer naar huis. Volgt nog een plaatje van de gele aardbei.

Woensdag 25 juni 2035. Het recht uitpluizen.
Het project waarmee ik voor mijn VCCS-club bezig ben, is succesvol. Loopt zelfs een beetje uit de hand. Met enige regelmaat vis ik toch weer jurisprudentie eruit, die interessant is voor deze club. Het betekent voor mij vooral dat ik rustig kritisch mag en zelfs moet zijn, met wat ik doorstuur. In het begin twijfelde ik vaak: is deze zaak nu echt zo interessant, of kan ik hem toch maar beter weglaten? Inmiddels ben ik in de fase terechtgekomen: dat een zaak echt toegevoegde waarde moet hebben, wil ik hem doorsturen. Het doet me natuurlijk steeds denken aan mijn vorige periode, waarin ik me zo met het recht en in het bijzonder de jurisprudentie bezighield: in de tachtiger en begin negentiger jaren op het terrein arbeidsrecht voor KPN, waar ik toen werkte. Ik heb er op meerdere plaatsen op deze website over geschreven. Het verschil tussen toen en nu is, niet alleen de verschuiving van arbeidsrecht naar huurrecht, maar dat mijn aanpak van toen een heel stuk amateuristischer was dan ik tegenwoordig doe. Toen was er uiteraard nog geen internet, en bestond dus de website www.rechtspraak.nl nog niet, of het equivalent voor arbeidsrecht. Ik moest het toen doen met eigen casuïstiek (we hadden meer dan genoeg eigen rechtszaken, die vaak ook tegelijkertijd liepen) met daarnaast ook vaklitteratuur en wat ik in de krant las. Nu bezoek ik dagelijks de genoemde website en kijk alleen naar nieuwe uitspraken. Zelfs daarvóór, in mijn RPD-tijd, had ik meer dan gemiddelde belangstelling voor het recht. We kregen toen nog bij elke sollicitant/indiensttreder desgevraagd zijn of haar strafblad toegestuurd. En die las ik altijd helemaal door en probeerde te begrijpen wat er allemaal stond. Het was toen zeker niet zo dat je met een strafblad geen baan bij de overheid kon krijgen. Dus dat was bij elk individu een weegproces. Zijn deze feiten en straffen nu genoeg reden om een sollicitant (voor een bepaalde functie) af te wijzen? Tegenwoordig is deze functie verlegd naar de burgemeester van de kandidaat en dan alleen nog maar voor zover voor die baan een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) nodig is. De burgemeester bepaalt nu of een bepaald strafblad in sommige gevallen reden genoeg is om de sollicitant af te wijzen, namelijk als hij geen VOG krijgt.
Er is ook nog een vervolg. Na mijn verantwoordelijkheden bij KPN voor rechtszaken heb ik vanaf de eerste dag de veranderingen in de wetgeving en de jurisprudentie niet meer bijgehouden. Toen wist ik ‘alles’. Nu kan ik niemand meer bijstaan die iemand zou willen ontslaan, of ontslagen dreigt te worden.
Zo zal het met mijn huidige kennis van het huurrecht ook gaan. Als die verantwoordelijkheid stopt, stopt ook mijn uitpluizerij.
Vrijdag 27 juni 2025. Veldheren en velddames.
In mijn boekhandel, waar ik af en toe binnenloop, zag ik een boek, geheten: Veldheren, geschreven door twee Nederlandse ex-generaals en ik ben benieuwd wat zij nu onder een Veldheer verstaan. Velddames hebben waarschijnlijk nooit bestaan. Maar ik laat me, zoals altijd, graag corrigeren. Ik moet dat ook niet te vaak doen: zomaar een bezoek aan mijn boekhandel brengen. Ik kom daar nooit zonder kleerscheuren vanaf.
Zaterdag 28 juni 2025 te Amsterdam en Assen.
Dit was weer eens een van mijn zeldzame bezoeken aan onze Hoofdstad. Ik heb al zolang ik er kom, toch decennia geleden al voor het eerst, er een unheimisch gevoel, zoals onze oosterburen zouden zeggen. Ik ben altijd weer opgelucht als ik er weer weg ben. Misschien heeft het ermee te maken dat ik er eens – heel lang geleden – heerlijk had gegeten in een Amsterdams Japans restaurant, gelegen in een zijstraatje. De volgende dag las ik in een bekende Amsterdamse krant dat er precies in dat restaurant een schietpartij was geweest, waarbij een dode te betreuren was. Ik had het gevoel dat ik maar heel nipt aan grote ellende was ontsnapt. Maar gisteren was ik er weer, voor een vergadering bij de Woonbond, en ik ben weer schadevrij ontsnapt. Bij aankomst ging het meteen al helemaal fout. Ik had tevoren uitgerekend dat het van Amsterdam CS 22 minuten lopen was naar mijn vergaderplek. En de trein kwam om 38 minuten voor de vergaderaanvang aan, dus ik had alle tijd. We werden uitgeladen uit een trein, op wat niet op een echt perron leek. Het was in elk geval heel ver van de bewoonde wereld. De wandeling, soms in ganzenpas in een heel lange rij, duurde een eeuwigheid voordat we eindelijk voor het eerst een bordje met informatie tegenkwamen. Even later vond ik zowaar ook een bordje met ‘uitgang’ of zoiets. Ik ben in zo’n situatie 100% afhankelijk van de verwijzingsbordjes, want ik herken spontaan tijdens zo’n wandeling helemaal niets. Ik wist dat het Amsterdamse Centraal Station een voor- en een achteruitgang heeft. En ik vond het al verdacht dat ik nergens een verwijzing vond, zoals in heel veel stations, naar twee uitgangen: de ene kant op is dan uitgang A en de andere kant op is dan uitgang B. Deze variant heb ik niet gezien. En plots stond ik dan buiten: uiteraard aan de achterkant van het station. Vervolgens leidt mijn voortreffelijke iPhone me dan alsnog wel naar de voorkant. Echter elke mogelijkheid om af te slaan die mijn telefoon aangaf, werd geblokkeerd, door toegangspoortjes die allemaal een rode X hadden. Je kon er niet verder. Nadat ik zo ongeveer het hele station in de rondte had gelopen, kwam ik uiteindelijk aan de voorkant van het station aan. Inmiddels waren er 22 minuten voorbij voordat ik stond waar ik al na 1 of 2 minuten had willen staan. Ik kwam dus te laat op de vergadering aan.
Verder liep de vergadering zoals gewenst. Ik besloot bij een Italiaan te gaan eten. Dat ging goed en het eten was best heel goed. En ook achteraf heb ik nergens last van gehad. De treinreis verliep voorspoedig. En ik kwam precies op tijd in Assen aan om 20.25 uur. De bus naar huis vertrekt dan volgens schema om 20.35 dus ik was mooi op tijd bij de halte. Het was ontzettend druk in de stationshal, maar buiten mogelijk nog veel drukker. In Assen? Ja, in Assen. Honderden mensen werden er steeds uitgebraakt uit aankomende bussen die vervolgens massaal in een volgende bus stapten. Ook in mijn bus dus, die om die tijd nooit erg vol is. Ik had nog nooit zo’n merkwaardig tafereel gezien. Er zijn in Assen TT-races aan de gang. Maar dat kon er niets mee te maken hebben, want mijn tamelijk volle bus komt helemaal niet in de buurt van het TT-circuit. Er liepen ook zeker wel tien OV-stewards rond (we noemden die vroeger controleurs) alsmede een zestal politie-agenten. Terwijl de bus nog niet was vertrokken en ik maar amper een minuut zat, werden de kaartjes gecontroleerd, ook bij mij. Ook nog nooit meegemaakt. Blijkbaar waren er nogal wat mensen ingestapt die niet hadden ingecheckt. Nadat het vertrek van de bus al zeker tien minuten vertraagd was, nam een controleur het woord en zei met donderende stem: allemaal de bus uit, want dit duurt te lang. Ik voelde me op de een of andere manier niet aangesproken, want ik had immers wel ingecheckt en was daarna bovendien nog gecontroleerd. En snel bleek dat hij mij en diverse anderen in de bus ook niet bedoelde, maar wel degenen die geen geldig vervoersbewijs hadden. En die stroomden inderdaad de bus uit en we konden vertrekken. Ik kwam een minuut of tien later dan gepland thuis. Wat gebeurde er nu op station Assen? Je zou haast denken dat het collectief gedrag van een flinke groep asielzoekers was: een uitje, gratis met de bus. Je kon ze inderdaad niet verstaan, en velen hadden een kleurtje. Ik kan me gewoon geen ander soort lui voor de geest halen die dit zouden doen. Het was al met al een nogal bizarre ervaring.
Zaterdag 28 juni 2025. Amsterdam vs Assen.
Dit was weer eens een van mijn zeldzame bezoeken aan onze Hoofdstad. Ik heb al zolang ik er kom, toch decennia geleden al voor het eerst, er een unheimisch gevoel, zoals onze oosterburen zouden zeggen. Ik ben altijd weer opgelucht als ik er weer weg ben. Misschien heeft het ermee te maken dat ik er eens – heel lang geleden – heerlijk had gegeten in een Amsterdams Japans restaurant, gelegen in een zijstraatje. De volgende dag las ik in een bekende Amsterdamse krant dat er precies in dat restaurant een schietpartij was geweest, waarbij een dode te betreuren was. Ik had het gevoel dat ik maar heel nipt aan grote ellende was ontsnapt. Maar gisteren was ik er weer, voor een vergadering bij de Woonbond, en ik ben weer schadevrij ontsnapt. Bij aankomst ging het meteen al helemaal fout. Ik had tevoren uitgerekend dat het van Amsterdam CS 22 minuten lopen was naar mijn vergaderplek. En de trein kwam om 38 minuten voor de vergaderaanvang aan, dus ik had alle tijd. We werden uitgeladen uit een trein, op wat niet op een echt perron leek. Het was in elk geval heel ver van de bewoonde wereld. De wandeling, soms in ganzenpas in een heel lange rij, duurde een eeuwigheid voordat we eindelijk voor het eerst een bordje met informatie tegenkwamen. Even later vond ik zowaar ook een bordje met ‘uitgang’ of zoiets. Ik ben in zo’n situatie 100% afhankelijk van de verwijzingsbordjes, want ik herken spontaan tijdens zo’n wandeling helemaal niets. Ik wist dat het Amsterdamse Centraal Station een voor- en een achteruitgang heeft. En ik vond het al verdacht dat ik nergens een verwijzing vond, zoals in heel veel stations, naar twee uitgangen: de ene kant op is dan uitgang A en de andere kant op is dan uitgang B. Deze variant heb ik niet gezien. En plots stond ik dan buiten: uiteraard aan de achterkant van het station. Vervolgens leidt mijn voortreffelijke iPhone me dan alsnog wel naar de voorkant. Echter elke mogelijkheid om af te slaan die mijn telefoon aangaf, werd geblokkeerd, door toegangspoortjes die allemaal een rode X hadden. Je kon er niet verder. Nadat ik zo ongeveer het hele station in de rondte had gelopen, kwam ik uiteindelijk aan de voorkant van het station aan. Inmiddels waren er 22 minuten voorbij voordat ik stond waar ik al na 1 of 2 minuten had willen staan. Ik kwam dus te laat op de vergadering aan.
Verder liep de vergadering zoals gewenst. Ik besloot bij een Italiaan te gaan eten. Dat ging goed en het eten was best heel goed. En ook achteraf heb ik nergens last van gehad. De treinreis verliep voorspoedig. En ik kwam precies op tijd in Assen aan om 20.25 uur. De bus naar huis vertrekt dan volgens schema om 20.35 dus ik was mooi op tijd bij de halte. Het was ontzettend druk in de stationshal, maar buiten mogelijk nog veel drukker. In Assen? Ja, in Assen. Honderden mensen werden er steeds uitgebraakt uit aankomende bussen die vervolgens massaal in een volgende bus stapten. Ook in mijn bus dus, die om die tijd nooit erg vol is. Ik had nog nooit zo’n merkwaardig tafereel gezien. Er zijn in Assen TT-races aan de gang. Maar dat kon er niets mee te maken hebben, want mijn tamelijk volle bus komt helemaal niet in de buurt van het TT-circuit. Er liepen ook zeker wel tien OV-stewards rond (we noemden die vroeger controleurs) alsmede een zestal politie-agenten. Terwijl de bus nog niet was vertrokken en ik maar amper een minuut zat, werden de kaartjes gecontroleerd, ook bij mij. Ook nog nooit meegemaakt. Blijkbaar waren er nogal wat mensen ingestapt die niet hadden ingecheckt. Nadat het vertrek van de bus al zeker tien minuten vertraagd was, nam een controleur het woord en zei met donderende stem: allemaal de bus uit, want dit duurt te lang. Ik voelde me op de een of andere manier niet aangesproken, want ik had immers wel ingecheckt en was daarna bovendien nog gecontroleerd. En snel bleek dat hij mij en diverse anderen in de bus ook niet bedoelde, maar wel degenen die geen geldig vervoersbewijs hadden. En die stroomden inderdaad de bus uit en we konden vertrekken. Ik kwam een minuut of tien later dan gepland thuis. Wat gebeurde er nu op station Assen? Je zou haast denken dat het collectief gedrag van een flinke groep asielzoekers was: een uitje, gratis met de bus. Je kon ze inderdaad niet verstaan, en velen hadden een kleurtje. Ik kan me gewoon geen ander soort lui voor de geest halen die dit zouden doen. Het was al met al een nogal bizarre ervaring.
Maandag 30 juni 2025. De eerste Nederlandse plaats die in W.O. II bevrijd werd.
Ik ben inmiddels flink gevorderd met het boek over Nimitz. En intussen ben ik ook aangekomen bij het voorjaar van 1944. Wat een enorme verandering was er intussen gebeurd. In zijn eerste aanval op de Japanners vlak na Pearl Harbor (december 1941), had hij de beschikking over één vliegdekschip (er waren er toen nog 3, die die enorme oceaan moesten bewaken) en enkele andere schepen. Het verlies van één vliegdekschip was een nationale ramp. En dat gebeurde ook echt. Het was letterlijk schipperen met de middelen. Inmiddels ruim twee jaar later, had hij voor één aanval de beschikking over 15 vliegdekschepen met 900 vliegtuigen van allerlei soort en wel 600 hulpschepen (kruisers, destroyers, onderzeeërs en nog veel andere types). Ik kwam nu dus ook toe aan de verovering door de Amerikanen van Hollandia, aan de noordkust van Nederlands Nieuw-Guinea. In alle Nederlandse boeken die ik tot nu toe gelezen heb, zou de eerste Nederlandse plaats die in die oorlog bevrijd werd (overigens ook door Amerikanen) Mesch, in het uiterste zuiden van Limburg zijn, op 12 september 1944. Maar ik had al een boek gelezen waarin gemeld werd dat het Hollandia moest zijn in mei 1944 (zonder een datum te melden). En dit boek, Nimitz, speciaal over de Pacifische Oorlog, ben ik niet wijzer worden, of sterker: is de verwarring alleen maar toegenomen. In de tekst komt wel voor – met vele alinea’s er tussenin – dat het eind april 1944 geweest moet zijn, ook weer zonder de datum te noemen. Wel las ik de naam van die operatie: Operation Reckless. Wat een gekke naam voor een veldtocht: Operatie Roekeloos. Op een bijgeleverd kaartje staat dan weer dat de verovering van Hollandia in mei 1944 was, net als van het eiland Biak (onderdeel van de Schouten eilanden) een flink eind ten westnoordwesten van Hollandia. In boeken kloppen kaartjes en tekst heel vaak niet met elkaar, want dat is de norm bij uitgevers. Maar ook weer geen datum. In Wikipedia las ik dan weer dat het 22 april 1944 was. De enige bron met een concrete datum. Het moet dus ergens tussen eind april en eind mei geweest zijn. Maar het was in elk geval ruim vóór 12 september 1944. Hollandia heet intussen Jayapura, terwijl Biak nog steeds Biak heet.
Vrijdag 4 juli 2025. De toekomst van de wereld.
De Amerikaanse onafhankelijkheids- en feestdag. En The Big Beautiful Bill van president Trump kwam door het Congres. Voornaamste kenmerk van deze wet is wel de werkelijke gigantische belastingverlagingen die erin staan. Waarvan vooral de rijkeren zullen profiteren. Zijn illusie is, en je hoort dat geluid ook hier, dat als rijkere mensen minder belasting gaan betalen, ze meer gaan uitgeven. En dat gebeurt nu juist niet op grote schaal, zo voorspel ik. Rijkere mensen hebben vooral als levensdoel: nog rijker worden. Hierdoor lopen de tekorten op de betalingsbalans ook enorm op. Tot wel enkele triljoenen, waarvan ik niet eens zeker weet met hoeveel nullen een triljoen is. Twaalf? Het zal dus zeker ertoe leiden dat de Amerikaanse dollar verder in waarde zal gaan dalen. De Amerikanen betalen nu al ongeveer 1,18 dollar voor een euro. Trump wil dat de rente ook verder gaat dalen, maar bankchef Powel weigert dat. Een lagere rente heeft tot voordeel dat Amerikaanse bedrijven makkelijker en goedkoper geld kunnen lenen, maar heeft tot nadeel dat ook hierdoor de waarde van de dollar zal gaan dalen. Op de korte termijn zal er veel meer worden uitgegeven, maar op langere termijn gaat het volgens mij helemaal fout. De volgende Amerikaanse president heeft geen andere keus dan de belastingen weer zeer fors te verhogen. Waar dat nou toch heen moet met Amerika en de wereld? Ik heb geen idee. Van het boek over Nimitz herinner ik me wat zijn vader hem had geleerd: maak je niet druk over gedane zaken waar je helemaal niets meer aan kunt veranderen. Maak je liever druk over zaken die nog moeten gebeuren. Ik vind dit een belangrijke levensles. Er gebeuren heel veel foute dingen in de wereld. Elke dag. En ik zal me er niet druk over maken, omdat ik er niets aan kan veranderen.
Maandag 7 juli 2025. Veldheren.
Intussen heb ik het boek Veldheren, van twee voormalige generaals/bevelhebbers van het Nederlands leger, ook weer uit. Elke keer valt me weer op dat mijn geest anders werkt dan die van bijna alle andere mensen. De eerste associatie die ik kreeg bij de titel “Veldheren”, was dat ik me afvroeg wat nu eigenlijk een veldheer is. In mijn hoogbejaarde Van Dale, uit de vijftiger jaren, staat dan: legeraanvoerder, bevelhebber. Maar dat dekt volgens mij niet wat een veldheer is. In nieuwere woordenboeken, staan er wel tien alternatieven: zoals o.a. maarschalk en generaal. Dan gooi je volgens mij alles door elkaar. Een veldheer is volgens mij een legeraanvoerder die een groot deel of zelfs een heel front overziet, namens een land en die bepaalt wat er, wanneer, waar en waarmee moet gebeuren. Kan een admiraal ook een veldheer zijn? Voor mij niet. En een hoogste commandant van de luchtmacht? Volgens mij ook niet. Is een veldheer dan ook de baas over de plaatselijke luchtmacht en marine? Ik denk het wel. Maar als iets bij deze overpeinzingen duidelijk is, is dat wat een veldheer is, je heel verschillend over kunt denken. Het is niet een erg duidelijk begrip. Het tweede dat ik me afvroeg bij het lezen van de titel, seconden na de eerste vraag, was of er dan ook velddames bestaan. In principe wel, zou ik denken, maar er wil me dan niet meteen een voorbeeld daarvan te binnen schieten. Misschien Boudica, die tegen de Romeinen streed in Brittannië. Die hield wel een veldtocht, maar of een veldtocht per se werd gedaan door een veldheer is ook niet zeker. Kortom: ik vind het een nogal onduidelijke titel. Intussen heb ik boek uit. En het las erg makkelijk weg. Voor het eerst begreep ik ook wat er nu gebeurde in de slag bij Cannae van Hannibal tegen de Romeinen. Ik heb daar diverse boeken over, maar de uitleg van de Veldheren is voor mij het duidelijkst.
Vrijdag 11 juli 2025. Een les uit het verleden.
De vreselijke overstromingen in Texas, waarbij meer dan 100 mensen overleden, waaronder tientallen kinderen, voornamelijk meisjes, begreep ik, heb ik eens nader bestudeerd. Onder andere met het voortreffelijke kaartenmateriaal dat de New York Times leverde. En daar viel me meteen iets op. De verblijf- kampeerplaats van die kinderen was werkelijk aan de rand van de rivier gemaakt. Een vriend van me, heeft eens gezegd, dat hij alles dat hij voor de rest van het leven nodig had, van oûbaas Kerner heeft geleerd. In zijn tienertijd dus. Misschien heeft hij het iets te sterk uitgesproken, want ik kende Kerner ook en heb inderdaad heel veel van hem geleerd, maar ik heb ook in latere jaren nog heel wat nieuws opgestoken en doe dat eigenlijk nog steeds. Eén van de zaken die ik van Kerner heb geleerd, is om een kampterrein waar je komt, neer te zetten op het hoogste punt dat je om je heen kunt vinden. Niet zozeer tegen overstromende rivieren, maar wel zodat je tent niet onderloopt als er plots een enorme regenbui op je valt. Dan zakt het water vanzelf naar lagere delen en blijven je spullen droog en bij nacht jijzelf ook. En regen hebben we veel gehad in mijn kampeertijd, als tiener. Nabij Apeldoorn moesten we zelfs een keer het hele kamp opbreken, vanwege de langdurige stortregens die op ons vielen. Bospaden waren toen veranderd in snel stromende rivieren. Maar dankzij het kiezen van het hoogste punt in het terrein voor het kamp aan het begin van het kamp had iedereen bij vertrek nog droge kleren om aan te doen. En deze basisregel is in Texas grof geschonden zodat er zelfs doden door vielen. Het doet me ook denken aan de overstromingen die we hier gehad hebben in de negentiger jaren. Toen bleek dat veel mensen hun huis of hun vakantiehuis hadden laten bouwen of hadden betrokken in de uiterwaarden. Dat is de plek waar ruimte voor de rivier is gemaakt, voordat het water bij de dijken is. En dan maar klagen over de overheid. En over verzekeraars die de schade soms niet wilden vergoeden. Blijkbaar is het een natuurlijke drang van mensen om zich zo dicht mogelijk bij het water op te stellen. Ik heb inderdaad veel van de oude Kerner geleerd.
Zaterdag 12 juli 2025. De 80-jarige oorlog.
En intussen heb ik ook de beide boeken over Den Haag van WBooks ontvangen, samen met een extra boek van hen over de strijd om Breda tijdens de tachtigjarige oorlog (1624-1625). Ik was ook zo onder de indruk van hun boek over de Slag op de Zuyderzee (1572). Op school heb ik over de 80-jarige oorlog niet meer meegekregen van de Slag bij Heiligerlee (1568) de Slag op de Mookerheide (1574) Den Briel op 1 april (toen Alva zijn bril verloor) en het ontzet van Leiden (30 oktober 1573). Verder nog de Vrede van Münster in 1648. En ook nog het Twaalfjarig Bestand (1609 – 1621). Meer niet. Slag op de Zuyderzee ? Nooit van gehoord. De bezetting van Breda (1624 – 1625) ? Ook nooit van gehoord. Ik verheug me enorm op dit boek.
Het nieuwe station Groningen.
Tenslotte ging ik gisteren nog even naar station Groningen. Als het kloppen wil gaan hiervandaan vanaf komende nacht om 02.00 uur de treinen weer rijden, na zo’n twee maanden te hebben stilgelegen. Het viel me als eerste op, staande op het viaduct over de spoorrails, dat het station in feite enkele honderden meters naar het westen is verplaatst. Alle perrons op de hoogte van het busstation zijn verdwenen. En heel in de verte zag ik dan de nieuwe perrons. Die staan dan nu op de hoogte van het oude stationsgebouw. Ik vond het altijd al zo raar dat het oude stationsgebouw, een fraaie erfenis en mooi opgeknapt, uit een ver verleden, in feite grotendeels niet in de buurt lag van de meeste perrons. Dat wordt dan nu blijkbaar hersteld. Het betekent natuurlijk wel een flink eind verder lopen als je met de trein aankomt en verder wil met de bus. Wat vooral ook opviel is dat werkelijk overal op en bij dit station nog volop werd gebouwd. Overal bouwmachines en werkers, voor en achter het station en op het stationsplein. En overal nog spullen, die of nog gebruikt moesten worden of als afval konden worden afgevoerd. Je kunt je amper voorstellen dat over dik een etmaal hier alles weer als vanouds moet verlopen. Weliswaar op een iets andere plek, maar dan toch. Ben heel benieuwd hoe dit allemaal gaat werken.
Dinsdag 15 juli 2025. Een nieuw patiëntensysteem.
Op naar het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft, voor het maken van een scan van Jan zijn been. Daar was een nieuw klantenbehandelingssysteem in gebruik genomen, dat precies voldeed aan de hoge verwachtingen, zoals ik het ook al in andere ziekenhuizen heb gezien: de dokters en andere medewerkers zullen zeer tevreden zijn: alles is rondom hen heen gebouwd. Met de patiënten is daarbij geen enkele rekening gehouden. Patiënten hebben ook niet mee aan tafel gezeten, toen het ontwerp werd besproken. De mensen de daarbij wel aan tafel zaten, hebben geen van allen aan de patiënt gedacht. Consequentie is dat je als wachtende patiënt onafgebroken naar het mededelingenbord moet staren, of je nummertje al aan de beurt is. Je kunt niet intussen een klaarliggend tijdschrift gaan lezen, want dan mis je het bericht dat je aan de beurt bent. Dus waarom die tijdschriften daar liggen is me een raadsel. Of het is bedoeld voor een meereizende. Dan kunnen patiënt en meereizende elkaar afwisselen, tussen tijdschrift lezen en op het bord staren. De patiënt die alleen komt moet verplicht staren, zo lang als het maar mag duren.
Orthopedische schoenen.
In Maassluis heb ik nog even, op verzoek van Jan, alles verteld waar hij bij het bestellen van zijn orthopedische schoenen, allemaal rekening mee moest houden. Ik heb daar een berg ervaring van een jaar of 65 mee en bij elk onderdeel van de schoen heb ik wel een opmerking. Maar het allerbelangrijkste is wel dat de schoen, meteen bij het eerste aantrekken, nergens mag knellen of schuren. Alles dat je dan voelt dat niet 100% OK is is fout. Maar ik heb het ook over de diverse soorten stiksels gehad, het profiel van zool en hak, het aantal klittebanden en de breedte ervan, de voering, bijvoorkeur schaap, en het nut van watertongen.
Zondag 20 juli 2025. Wat kost een oorlog?
Het volgende boek waarmee ik ben begonnen is “Rome, strategy of empire” van James Lacey. Nu heb ik al zeker vier dikke boeken over de Romeinen gelezen, alsmede een heel batterijtje kleinere, dus waarom ik dit boek nu ook heb gekocht, kan ik niet uitleggen. In een opwelling dus. Ik wist al wel dat de theorieën uiteenlopen, tussen: de Romeinen hadden helemaal geen strategie, ze deden gewoon wat in ze opkwam of naar aanleiding van wat er gebeurde. Tot: ze hadden juist een heel geslepen strategie, waarvan alleen nooit iets is overgeleverd. Deze James Lacey komt met een volslagen nieuwe invalshoek: geld. Hij rekent voor wat hun leger moet hebben gekost en wat ze na hun volgende verovering nog bij elkaar roofden van hun voormalige tegenstanders. En het saldo was altijd ruim positief. Zo bekostigden ze hun hele rijk en hielden er nog ruim van over. Het meest opmerkelijke is wel dat geen enkele andere historicus hierover – bij mijn weten – ook maar iets heeft opgemerkt. Ook zeer vermaarde historici niet. Ik had daar nog nooit ook maar een letter over gelezen. Hun strategie moet dus geweest zijn: veroveren, zodat we onze levensstijl kunnen blijven bekostigen. Je kunt haast geen andere conclusie trekken dan dat historici geen talent hebben voor rekenen en/of getallen. En dat past wel weer van wat ik over de diverse studierichtingen weet uit mijn werkverleden.
Dit geeft me ook een nieuw inzicht over WO II. Ik ken wel overzichten hoe de Amerikanen die oorlog hebben gefinancierd, (door schulden te maken), maar hoe de Duitsers (en de Japanners) die oorlog nou hebben betaald, daar heb ik nog nooit iets over gelezen, terwijl ik toch honderden boeken over WO II heb, ook veel Duitse. Terwijl ik me wel vaak heb afgevraagd hoe ze hun oorlog nou financierden. Wel dat de Duitsers de werkloosheid hadden opgelost, maar dan vooral door hun krijgsmacht en de fabrieken die daarvoor nodig waren. Maar dat kostte hun toch alleen maar veel geld?
Ik realiseerde me ook ineens dat de enorme herstelbetalingen voor de Duitsers na WO I, een belangrijke oorzaak waren voor de opkomst van de nazi’s en het uitbreken van WO II. Ook in de afgelopen eeuw was geld een belangrijke en misschien wel de belangrijkste reden voor de gevoerde oorlogen. En waarom hebben historici van naam aan dit verschijnsel, geld, ook bij WO II nauwelijks een tekst gewijd? Money: the root of all evil. Maar niet als het over het ‘evil’ oorlog gaat. Dan speelt het geen enkele rol. Volgens historici dan.
Woensdag 23 juli 2025. ING-avonturen.
Nu moet ik toch nog een exposé geven over mijn avonturen met ING. Ik had liever leukere avonturen gemeld. De kwestie loopt al sinds februari 2025 en inmiddels beheerst het mijn leven. Op zekere februaridag in 2025 krijg ik geen toegang meer tot mijn zakelijke rekeningen. De toegangscode en het wachtwoord gebruik ik al ongewijzigd sinds 2007, dat kan ik ook bewijzen, dus die codes ken ik van voor tot achter en van achteren naar voren. Als dit het probleem is dan meld je je dus bij ING, en krijgt dan de robotbeantwoorder, waar je keuzes kunt maken. Helaas staat de keus: ‘mijn toegangscode en wachtwoord, die ik al tientallen jaren gebruik, werken niet meer’, er niet bij. Dit probleem bestaat namelijk helemaal niet bij ING, dus die hoef je ook niet op te nemen bij de veel gestelde vragen, of in het pallet van de robot op te nemen en ook niet in het inwerkprogramma van nieuwe medewerkers. Aangezien alle telefoontjes hierop doodlopen, zag ik geen andere keus meer dan ze dan maar een brief te schrijven, over wat dan het probleem is. Lekker ouderwets, omdat ING zijn moderne middelen gewoon niet op orde heeft. Ik krijg hierop inderdaad een ING-er – een gewoon mens dit keer voor de verandering – aan de lijn, een zekere Viktor. Die hoort me aan, kan ook herhalen wat ik heb gezegd, dus die begrijpt het en vertelt dat hij me een formulier zal opsturen, dat ik moet invullen, ondertekenen, scannen en aan hem terugsturen. Dat doe ik dus binnen enkele dagen. Allemaal netjes gedocumenteerd, dus dit ligt ook goed vast. Daarna gebeurt er helemaal niks meer. Intussen kon ik mijn zakelijke rekeningen nog wel benaderen en doen wat nodig is, zoals betalingen, maar dan alleen nog via de app. Wat onhandig, maar het gaat. Totdat ik begin deze week probeer op mijn app een privé-betaling te doen, en er geen terugmelding komt op de app. Het advies van ING is dan dat je dan de hele app moet verwijderen en opnieuw moet installeren, en dan lukt het weer wel. Zo gezegd, zo gedaan. En inderdaad werkte het weer. Ik had meteen ook beide zakelijke rekeningen van de app verwijderd, zodat ik zakelijk nu niets meer kon overmaken. Lichte paniek dus. Ik klim weer in de telefoon en ontdek dat ik kan chatten. Dus ik vraag om een chat en na enige wachttijd, begrijpelijk, want het is altijd drukker dan ik van ze gewend ben, krijg ik echt contact. Met een zekere Sjerpje (??!!). Heb ik nu nog steeds een robot aan de lijn of zou dit nu een echt mens zijn? Ik leg het probleem uit. En het wordt onmiddellijk vertaald met – dit is een klant die (wellicht voor de zoveelste keer al) zijn wachtwoord is vergeten en wil nu geholpen worden. Dus het maakt niet uit of het een robot is of een mens van vlees en bloed, want alles en iedereen is bij ING geprogrammeerd op klanten die hun wachtwoord vergeten zijn. En hoe vaak je ook probeert ‘haar’ te melden dat dit het probleem helemaal niet is, want ik ken en gebruik al tientallen jaren dezelfde codes, dat doet er niet toe. Ze gaat gewoon verder met mij te behandelen als iemand die zijn wachtwoord vergeten is. Op zeker moment biedt ze aan om een gesprek met een ‘servicepunt’ te organiseren. Dat dus nooit, want dit zijn bij uitstek kort en oppervlakkig opgeleide mensen, en die gaan mij dus ook behandelen als een klant die zijn wachtwoord is vergeten. Liever met een persoon op een ING-kantoor, want die kan snel collega’s raadplegen. Dat kon ook. Dus dat regelde ze. Bij de bevestiging kreeg ik pas het bericht dat er voor mij een kwartier was uitgetrokken. En ik wist meteen al dat dit voor mijn probleem niet genoeg was. Had maar een uur gepakt. Ik werd dus nog steeds behandeld als iemand die zijn wachtwoord was vergeten. Dat is namelijk snel verholpen. Iets anders weten deze ING-medewerkers namelijk niet. Na de bevestiging kreeg ik nog een bericht van mijn gesprekspartner, met excuses voor het gebruik van de verkeerde smiley. Het was mij niet opgevallen. Maar nu wist ik pas 100% zeker dat ik met een gewoon mens had gecommuniceerd, want robots kiezen niet de verkeerde smiley en bieden ook nooit excuses aan. Uiteraard was ik op tijd op de afspraak en had alles meegenomen, documenten en pasjes vanaf 2007, (nog op briefpapier van de Postbank, zo lang heb ik die codes al), zodat ik goed kon uitleggen wat nu het probleem was. Ik sprak een zekere Steven of Stefan. De verzuchting van deze S. na enkele minuten: waarom hebben ze voor dit probleem maar 15 minuten voor me uitgetrokken? Het had eerder een uur moeten zijn. Dat was precies wat ik zelf ook al had bedacht. En ik legde hem uit hoe dat kwam. Dat kwam door de opleiding van ING-ers die, zodra bij een klant het woord ‘wachtwoord’ valt ze hem of haar meteen in het hokje stoppen, van klanten die hun wachtwoord zijn vergeten. S. bestudeerde de brieven, waarbij ik voor twee zakelijke rekeningen dezelfde toegangscodes gekregen had. Hij zei: maar dit kan helemaal niet: dezelfde codes voor verschillende rekeningen. Dus hier is al vanaf de start in 2007 iets helemaal verkeerd gegaan. Het is nog een raadsel waarom dat pas na 18 jaar is ontdekt. Hij heeft op diverse manieren geprobeerd het allemaal weer in orde te maken, maar het lukte hem niet. S.: ik sta er juist bekend om dat ik problemen altijd binnen de kortste keren oplos en de klanten bij mij ook altijd blij en opgelucht weggaan. Maar dit is voor het eerst in jaren dat het me niet lukt. Er moeten nu nieuwe codes worden aangevraagd voor beide rekeningen apart en daar staan vijf werkdagen voor. Dus we maakten een nieuwe afspraak voor eind volgende week. Nog een vraagje aan S.: waarom moest ik nou die formulieren invullen en terugsturen. terwijl er daarna niets mee gebeurde? Reactie: ook Viktor had niet precies begrepen wat er nu aan de hand was en liep zelf ook vast in de ING-bureaucratie. Tjonge. Wat een ballentent is ING toch.
Zondag 27 juli 2025. Levenslessen overdragen.
Een lunch met een zoon van me. Hem gaat het heel erg goed, zo begreep ik. En het mooiste is dat ik heb vastgesteld, dat hij nu ook zelf enkele levenslessen die ik hem heb bijgebracht, nu ook zelf in de praktijk brengt. Dat is toch het mooiste dat je als vader kunt overkomen. Opvoeden en levenslessen bijbrengen heeft zin en is waardevol. En de kunst hiervan is weer dat dat met matigheid en mildheid moet, nooit met zware middelen. Die laatste werken vrijwel nooit. En werken ook het best als ze echt effect hebben. En je hebt het gewenste effect als je bewust zorgt voor kleine stapjes, en dat telkens weer. Een historische moment. Een moment om trots op te zijn.
Woensdag 30 juli 2025. Een wel heel heftige dag.
Dinsdag had ik diverse plannen. Ten eerste wilde ik nieuwe haakjes voor theedoek, handdoek en ovenhandschoenen voor aan de koelkast kopen. Nu is elk technisch artikeltje, zoals laatst een velletje schuurpapier, of nog iets later een haakje, hier niet te koop, sinds alle doe-het-zelfwinkels vertrokken zijn. De doe-het-zelf-winkels in steden liggen allemaal aan de rand van de steden in industriewijken. Die zijn vrijwel altijd onmogelijk met openbaar vervoer te bereiken. Doe-het-zelfwinkels, ook wel bouwmarkten genoemd, willen alleen maar klanten die over een auto beschikken. Andere klanten hebben ze liever niet. Ik had op de kaart toch een bouwmarkt gevonden, dichtbij een bushalte, in Assen-Noord. De firma Klok. Aan de foto’s op hun website te zien, hadden ze ook flinke schappen, met allerlei ‘klein technisch grut’ dus ik erop af. Helaas hadden ze geen haakjes om een handdoek aan te kunnen ophangen, dus ik droop weer af. Goede raad was duur. Op de kaart in Assen-Noord een ‘echte’ bouwmarkt gevonden en wel een Praxis, maar zonder een bushalte in de buurt. Dus daar maar even heen gewandeld. Dat ‘even’ viel alleen flink tegen. Het duurde ‘een eeuwigheid’. Maar uiteindelijk kwam ik er aan. Het bleek echter een Praxis-tuincentrum te zijn. Logisch ook. In het logo van Praxis staat een hamer en dan is het eerste waar je aan denkt natuurlijk: een tuincentrum. Het eerste dat de klant ook in een tuincentrum wil hebben is uiteraard ook een hamer. Ik kan niet zo snel verzinnen waarvoor dan, want ik snap nog net dat je een plantje niet de grond intimmert, hoewel ik die techniek misschien niet ken. Ze hadden er zowaar na enig zoeken toch ook nog een hoekje ‘gereedschappen’ en daar vond ik werkelijk de door mij zo begeerde plakhaakjes. Vier haakjes voor 5 euro. Je moet daar als niet-autobezitter dan wel heel erg veel moeite voor doen, maar het gaat. Dan met de bus terug naar huis. Kwam daar even na het middaguur aan. Eerst even lunchen dus.
Na de lunch op de trein gestapt naar Meppel, waar al meer dan een week mijn LP’s met koormuziek liggen die ik heb laten digitaliseren. Dat digitaliseren is in Utrecht gebeurd en door de scanners naar Meppel gebracht. Dat was dan ook weer een flinke wandeling van het station naar de Primera. Daar aangekomen, meldde de medewerkster na lang zoeken, dat het pakket weer was teruggestuurd. Bij PostNL wordt namelijk een niet afgehaald pakket na een week weer teruggestuurd, aldus deze medewerkster. Ik betoogde dat in dit geval dit pakket niet door PostNL was verzonden, maar door een eigen transportdienst van de Scanner. Dus het pakket moesten ze nog hebben. Ze haalde er een collega bij. Maar ook deze medewerkster was onvermurwbaar: ze hadden het pakket niet meer, want het was alweer teruggestuurd. Het verhaal deed me meteen denken aan de twee medewerksters bij het tuincentrum in Assen, toen ik vroeg of ze gele aardbeien hadden. Bij hoog en laag hielden ze toen ook beiden vol dat ze die niet hadden, terwijl een ervaren collega meteen met mij naar de gele aardbeien toeliep. Ik liep dus weer terug naar het station van Meppel en onderweg op een bankje schreef ik even een e-mailtje naar het Scanpaleis over wat me was overkomen. De Scanner belde me vrij snel terug. Hij had inmiddels overleg gehad met de beheerder van de Primera in Meppel en inderdaad was mijn pakket er gewoon wel. Ik dus weer terug naar die Primera. De twee medewerksters zagen me wel toen ik binnenkwam, maar ze durfden me niet aan te kijken. De beheerder van de winkel zag me en bood me meteen zijn excuses aan. Hij had binnen enkele seconden het pakket in zijn handen. Ik verweet hem uiteraard meteen luid en duidelijk, dat hij zijn medewerksters nooit had geïnstrueerd, dat er verschillende soorten pakjesafhalers waren. Daarom ging het verkeerd. Die meiden konden er niks aan doen. Die wisten niet beter.
Wat leren we hier nu van? Ten eerste ga ik verdere digitalisering niet meer door deze scanner laten doen. Het was puur afhankelijk van het feit dat zowel de scanner-baas als de primera-baas allebei aanwezig waren. Als één van beiden afwezig was geweest, was het compleet fout gelopen. Dat is me te riskant.
Ten tweede: samen met de ervaring van die twee eveneens jonge vouwen met de gele aardbei, zou je bijna concluderen, dat als ik ergens kom ik meteen maar op zoek moet gaan naar een oudere man of vrouw. Want ik heb blijkbaar voor de gemiddelde scholier veel te moeilijke vragen. Hierna ben ik toch nog maar in Meppel een hapje wezen eten. Het was inmiddels een uur of zes geworden. Ik was er de enige klant, dus erg druk was het er niet. Ik kwam tegen half acht weer op station Haren aan. En ben toch ook nog maar langs de supermarkt in de Oostwijk gegaan en was dus even over acht uur thuis. Eerst even een groot glas melk, en daarna op de bank neergevallen, waar ik pas weer tegen middernacht vanaf kwam. Ik had deze dag bij elkaar 14,0 kilometer gelopen, ofwel ruim 20.000 stappen. Een absoluut record van de laatste zeker tien en misschien wel twintig jaar.
Vrijdag 1 augustus 2025. Over mijn vader, Arie van Leeuwen.
En ik kreeg gisteren dan eindelijk een e-mail terug van onze oosterburen uit Wolfsburg, over mijn vader, die daar van 1941 – 1945 gastarbeider was bij de Volkswagenfabrieken. Dat was geen bericht van VW, want die reageren nergens op, maar van het stadsarchief van de gemeente Wolfsburg. Mijn langjarige ervaring bij alle Nederlandse archiefdiensten, zonder uitzondering, is steeds geweest dat de mensen die bij zo’n archief werken, altijd zeer behulpzaam zijn en veel kennis van zaken hebben. Die mensen vinden het fijn om niet alleen met hun vak bezig te zijn, maar ook anderen met minder kennis en ervaring daarmee te helpen. De Wolfsburgers beloofden dat zij contact voor mij zouden opnemen met hun collega’s bij VW. Waarschijnlijk communiceren Wolfsburgers onderling wel met elkaar. Ik wist al, van het enorme werk van Mommsen, dat het stadsarchief van de gemeente Wolfsburg dagboeken en veel zogenaamde Erlebnisberichte van Nederlandse dwangarbeiders uit die tijd moest hebben. Ze meldden me nu dat het er meer dan dertig waren, maar dat mijn vader daarin niet voorkwam. Ze zouden zich beraden hoe ik daar aan moest komen, en daar zou ik dan meer van horen. In elk geval was ik welkom bij hun archief om er zelf kennis van te nemen. Verder deden ze me de suggestie om een zoekopdracht te sturen aan het Archief te Arolsen, in Germanij. Dat is het grootste archief over mensen uit WO II van Duitsland, over vervolgden, dwangarbeiders en (concentratiekamp)gevangenen. Alleen doen ze niet in Duitse militairen uit die tijd, want daarvoor zijn er andere inrichtingen. Maar daar wil ook ook niets van weten, uiteraard. Ik had wel gehoord van Arolsen, maar nooit bedacht dat ik daar ook ook kon gaan zoeken. Ze bleken er een internetzoekmachine te hebben, die niet minder dan 18 verschillende mensen kent die allemaal de naam Arie van Leeuwen hebben. Maar daar zat helaas mijn vader niet bij. Wel meldden ze dat ze nog lang niet klaar zijn met alle kandidaten in hun internetbestanden op te nemen en dat je voor wat nog niet is opgenomen je ze een zoekopdracht kon geven. En dat heb ik dus inderdaad gedaan. Zijn precieze personalia en verblijfplaatsen in het toenmalige Duitse systeem: als gastarbeider van Volkswagen en als gast van het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort, zoals dat toen officieel heette, opgegeven. Ben dus razend benieuwd of uit die diverse acties nog iets voortkomt.
Zaterdag 2 augustus 2025. Nootproblemen.
Uiteraard heb ik gisteren de komst van de nieuwe maand uitbundig gevierd. Onder andere met een stukje verse kabeljauw en worteltjes. Dat was ook wel nodig, omdat ik enorm geblunderd heb. Dan had ik tenminste nog iets vrolijks. Bij aankomst op de vrijdagmarkt bleek de nootjesboer er niet te zijn. En na vragen bij zijn buren, begreep ik deze agrariër met vakantie te zijn. Wat een drama. Het erge is vooral dat ik wist dat hij elk jaar met vakantie gaat, al vraagt hij daar nooit mijn toestemming voor, wat eigenlijk wel zou moeten. We hebben dus een meningsverschil, maar zover ik weet is dit wel het enige. Wel erg genoeg natuurlijk. Ik had uiteraard mij veel eerder moeten vergewissen van zijn vakantieplannen. Het is ook vakantietijd, al ervaar ik dat niet zo. Voor mij is het namelijk altijd vakantietijd. Nu ben ik dus verstoken van die overheerlijke nootjes, en niet alleen deze week, maar ook nog de volgende twee weken. Hoe overleef ik dat nou? De supermarkt is op nootjesgebied absoluut geen alternatief. Dat zou bij elk nootje bij mij een grote weerzin oproepen, als er al geen ergere reacties en gevolgen aan vastzitten. Dus de supermarkt is in elk geval geen optie. Verder hebben we nog een soort delicatessenwinkel, vooral een kaasspecialist, onder de naam “De Kaaskop”. Wat een kaaskop is weet ik alleen nog niet. Die hebben ook nootjes, in grote bakken, die erg lijken op de bakken die de nootjesspecialist ook gebruikt. Qua bakken zit ik dus alvast goed. Mijn nootjesfilie beperkt zich doorgaans tot gemengde noten (de gebrande maar ongezouten variant) en de gebrande en gezouten pistachenoten. De gemengde noten gebruik ik alleen voor mijn zelfgemaakte granola, en dat is waarschijnlijk wel te doen. Dan zitten er ook nog diverse andere smaken doorheen en dan valt de kwaliteit van de nootjes waarschijnlijk niet zo op. Dat ligt anders bij de pistachenoten. Die eet ik helemaal ‘puur’. Maar ik heb nog enkele dagen (misschien nog wel een week) oude voorraad, dus hoe diep de val wordt kan ik pas over een week of zo melden. Er is een kans dat ik bijna drie weken moet afzien. Ik laat het u weten.
Zondag 3 augustus 2025. Historici en getallen.
Het boek “Rome, strategy of empire” heb ik weer uit. Het was toch ook weer een leerzaam boek. Ik koos dit boek, omdat ik werd geprikkeld door het feit dat hierin kennelijk de strategie van de Romeinen wordt beschreven. En daar was ik wel benieuwd naar. Hadden die wel een strategie, en wat was die dan? Positief is, dat dit boek voor het eerst de financiën van de Romeinen beschrijft. Waar hun inkomsten vandaan kwamen en welke kosten ze maakten. In de misschien wel tien of vijftien boeken over de Romeinen die ik al heb, komt daarover geen letter of cijfer in de tekst voor. Historici hebben geen belangstelling voor en/of verstand van getallen. Mensen die geen weet van getallen hebben, gaan dus bijvoorbeeld rechten of geschiedenis studeren. Daar wordt geen getal in behandeld, behalve dan jaartallen. Maar daar hoef je vrijwel nooit mee te rekenen, behalve optellen en aftrekken. En als ze zelf aan schrijven toekomen, en dat doen er velen, want ze zijn vaak wel heel goed met taal, dan komt er in hun schrijfwerk dus ook geen enkel cijfer voor. Maar in dit boek is dat dus wel het geval. En daarvoor: hulde. Je vindt dit verschijnsel zo mogelijk nog sterker bij de Tweede Wereldoorlog. Daarover heb ik zelfs enige honderden boeken, met de meest uiteenlopende onderwerpen en invalshoeken. Maar al die boeken hebben met elkaar gemeen dat er (vrijwel) niets wordt vermeld over wat die oorlog nou de geallieerden, de Duitsers of de Japanners heeft gekost. Er wordt vaak nog wel verteld dat de Amerikanen, nog voordat ze bij die oorlog betrokken raakten, al met de Britten en lend/lease-overeenkomst hadden. De Britten kregen in principe onbeperkt wapens van de V.S., die ze dan later wel eens terug zouden moeten betalen. Maar getallen worden ook in deze mededelingen nooit genoemd. Over de Duitsers wordt vermeld, dat ze er zo goed in slaagden om de werkloosheid terug te brengen tot bijna nul (geen wonder met die miljoenen militairen en die gigantische oorlogsproductie). Maar ook hier ontbreekt elk getal. Hoe financierden ze hun oorlog nou? Geen flauw idee. Met de Japanners is het idem dito. Allemaal heeft het volgens mij dezelfde oorzaak: historici zijn geschiedenis gaan studeren, omdat ze geen gevoel hebben voor getallen, wel voor verhalen.
Maandag 4 augustus 2025. Josephus.
Ben intussen begonnen met het boek Josephus, waarover ik al eerder berichtte. Op één avond kwam ik welgeteld 12 pagina’s ver. Met ongeveer 1200 pagina’s ben ik hier dus ongeveer 100 dagen mee bezig. Het zal hopelijk wel meevallen. Het eerste dat me opviel was dat ze in de eerste eeuw nog geen jaartallen kenden. De jaartallen: zoveel jaar na of zoveel jaar vóór de geboorte van Christus kenden ze nog niet. Alles werd vergeleken: zoveel jaar na de dood van Gerrit of ’ten tijde van het verschijnsel X’ gebeurde er zus en zo. Ik mis zo dus al snel het overzicht. Een tweede probleem waar ik vrij snel tegenaan liep, was de vraag wat Josephus nu voor geloof had. Alle bekende boeken en artikelen gaan ervan uit dat hij Jood was. Maar dan blijkt mij al gauw dat er diverse soorten Joden waren. En bij diverse van die richtingen heeft hij zich achtereenvolgens ook aangesloten. Zo was hij onder andere Esseen (die van de Dode Zeerollen), Stoicijn en hing hij in zekere tijd ook de leer van de Ebionieten aan. Die laatsten waren een soort christelijke Joden (of Joodse christenen). Er waren natuurlijk ook verschillen tussen die richtingen. Joden erkennen de geboorte van Jezus als Messias niet, en ook niet zijn wederopstanding. Maar de Ebionieten geloofden dan weer sommige aspecten van Jezus toch weer wel, maar andere weer helemaal niet. Sommigen leerden dat je je vijanden moest haten en anderen dat je je vijanden juist moest liefhebben. Een frappante uitspraak van hem was, toen zijn medestanders hem voorstelden gevangenen eerst te beoordelen of ze wel besneden waren en anders te vermoorden, dat ieder het recht heeft te geloven naar wat zijn eigen geweten hem ingeeft en dat niemand het recht heeft om met geweld aan een ander zijn lijf te komen. Daarmee was hij zijn tijd tenminste enkele duizenden jaren vooruit, terwijl sommigen tot de dag van vandaag, daar nog heel anders over denken. Dat belooft dus nog wat. Ik kijk uit naar het vervolg.
Donderdag 7 augustus 2025. Sigibert van Campenhout.
Verder ben ik in een voetnoot bij het boek Josephus een andere vertaler van het hele werk van Josephus tegengekomen, en wel ene Sigibertus van Campenhout. Deze Sigibertus vertaalde het verzamelde werk van Josephus nog wel in het Nederlands. Wel was dat in 1724. Terwijl het Engelstalige boek dat ik nu lees, vertaald was in 1734 in het Engels. Ik heb wel het vermoeden dat het Nederlands van 1724 nog wel eens lastiger leesbaar zou kunnen zijn dan het Engels van 1734. Maar ik ga er wel naar op zoek. Maar ook het Engels van 1734 is soms nog knap lastig, en soms ook denk je wel dat je begrijpt wat je leest, naar de huidige betekenis van het Engelse woord, maar is dat woord in de loop der eeuwen van betekenis veranderd. En daar tuin je dan met beide voeten in, als je niet heel erg goed oplet. Een andere hindernis is toch ook wel dat ik de Bijbel eigenlijk niet zo goed ken. Soms wel, maar op andere momenten toch een stuk minder goed. Josephus vertelt de geschiedenis van het Jodendom en voor het begin leunt hij dan uiteraard veel op de Bijbel en dan krijg ik soms het idee dat hij er toch ook zelf dingen bijverzint. Maar dat weet ik pas zeker als ik de Bijbel ernaast leg. Alleen dan gaat het lezen van een boek me wel twee keer zoveel tijd kosten.
Zaterdag 9 augustus 2025. Mijn avonturen met ING.
Ontdekt dat de zoveelste afspraak met ING door hen weer niet is nagekomen. En zonder dat je daar maar een berichtje van krijgt. In dit geval wilde ik voor mijn zakelijke rekeningen een tweede bevoegde aanstellen. Daarvoor speciaal een afspraak gemaakt op een ING-kantoor, hoewel je daarvoor tegenwoordig een flinke reis moet maken. Alle paperassen en handtekeningen in orde gemaakt, ten overstaan van een doorgewinterde ING-er en dan zouden de papieren na maximaal vijf werkdagen bij mij in de bus gevallen moeten zijn. Zelfs na veertien dagen: noppes. Eerst ook nog even op diverse oude adressen gecheckt of ze daar misschien waren aangekomen, maar dat was ook niet het geval. Waarom hoor je dan verder niks? Men gaat daar gewoon op de handen zitten en daarover intussen niets tegen de klant zeggen. Nu maar weer achter mijn contactpersoon bij ING aan lopen. Zal wel weer een volgende wereldreis worden om iets bij ING voor elkaar te kunnen krijgen. Wat een merkwaardige klantvijandige firma is ING toch.
Maandag 18 augustus 2025. Muntjes bij de kassa.
Soms is het belangrijker om te vertellen wat er wel goed gaat en wat er niet verkeerd is, dan om telkens weer de negatieve dingen te vermelden. En vandaag is weer zo’n dag, waarvan ik er de laatste tientallen jaren er zoveel heb gehad. Alles ging goed. Zoals: alweer een schoon huis. Ik kan dat maar niet genoeg vermelden en waarderen. Aan mijn gezondheid mankeert nog altijd helemaal niets, en ik heb ook verder geen enkele zorg, waarvan ik wakker lig. Het belangrijkste dat vandaag niet helemaal perfect was, gebeurde bij de klant voor mij in de rij bij de super, die betaalde met muntstukjes van 5 cent. De hele oppervlakte die de caissière tot haar beschikking had, had ze nodig om die muntjes te ordenen. Daarna de muntjes van de diverse tableaus in haar hand schuiven, waarbij er uiteraard altijd enkele muntjes op de vloer vallen. Dus na het muntjesschuiven moest ze de grond opzoeken om de gevallen muntjes weer te bergen. Gelukkig stond ik in een rij klanten die er allemaal wel de humor van inzagen. Het is natuurlijk een schande dat zo’n caissière niet een fatsoenlijk tafeltje, of nog beter een muntjesteller ter beschikking had, voor de klant die met 5-centsstukjes wil betalen. Dat is toch een wettig betaalmiddel?
Dinsdag 2 september 2025. Stoute schoenen.
Vanmorgen maar eens de stoute schoenen aangetrokken. Die stonden al heel lang te verstoffen in een kast. In een uitspraak van de Hoge Raad las ik vanmorgen dat de schrijver duidelijk niet weet hoe je moet omgaan met de zogenaamde ‘versteende uitdrukkingen’ in het Nederlands. Versteende uitdrukkingen zijn woordcombinaties waarin tenminste één woord uit het verleden voorkomt, dat nu niet meer bestaat. Dat kun je dus maar op één manier schrijven, namelijk zoals het ooit geschreven werd. Want als je dat woord vervolgens weer gaat vervoegen alsof het een hedendaags woord is dan voer je een nieuw woord in de taal in, dat niet in het woordenboek staat. En niemand kan dan nagaan wat er dan bedoeld wordt, want het woord of de uitdrukking is in geen enkel woordenboek te vinden. Onze taal kent honderden versteende uitdrukkingen. Die moet je zo en niet anders schrijven. In het recht gaat het dan bijvoorbeeld om ‘met voorbedachten rade” of ‘in koelen bloede’. Buiten het recht is natuurlijk ’te allen tijde’ beroemd. Dat schrijft bijna iedereen verkeerd. En van mij mag dat ook. Zolang je maar begrepen wordt is er niets aan de hand. Maar juist de Hoge Raad mag dat dus niet. Want dat is onze hoogste rechtsinstantie. En dan mag er geen misverstand zijn over wat ze bedoelen. Dan mag er maar één uitleg mogelijk zijn. En ik heb ze dus maar eens een brief hierover geschreven. Eens kijken wat ze daarvan vinden.
Woensdag 3 september 2025. Marcherende vrouwen.
Gisteren dus dus de grote militaire parade in Peking. In aanwezigheid van Xi, Putin en Kim van Noord-Korea. En er was dus ook een hele waslijst aan foto’s daarvan op de officiële Chinese website, die ik nog altijd dagelijks bezoek. De laatste militaire parade was in Moskou op 8 mei 2025, zie aldaar voor mijn bijdrage daarover. Toen viel mij op dat de militaire onderdelen die bemand waren door vrouwen, de vrouwen allemaal lachten. Blijkbaar was dat door iemand voorgeschreven. Drie keer raden door wie.
Ik was dus benieuwd of diezelfde regel ook in China was toegepast: vrouwen moeten lachen. Maar dat was niet het geval. Anders dan bij de Moskouse parade, toen er meerdere onderdelen met uitsluitend vrouwen de revue passeerden, die allemaal lachten, was dat in China anders. Daar was maar één foto met vrouwen, en ze lachten ook niet. Daaronder nog vrouwen uit een Noord-Koreaanse parade, ook niet-lachend.


Woensdag 10 september 2025. Commerciële en sociale huur.
Een nieuwe gedachtengang ontrold, zowel tegenover mijn ‘eigen’ bestuur, als tegen het bestuur van De Woonplaats. Het is voor huurders in de commerciële sector beter om huurder te zijn in de commerciële sector, dan huurder bij een woningcorporatie. Dat komt omdat woningcorporaties verplicht zijn om allerlei groepen te huisvesten die anders relatief kansloos zouden zijn. Commerciële verhuurders hebben die verplichting niet, zodat het ‘rustiger’ wonen is bij een commerciële verhuurder. Ik heb aangeboden om huurders te informeren over de eventuele overgang, bij het project om circa 2000 woningen te gaan verkopen.
Zaterdag 13 september 2025. Josephus.
Het boek ‘Verzameld werk van Josephus’ heb ik uit uit. Dat kostte dus een week of vijf en dat is heel veel tijd voor een enkel boek. Misschien is het nu wel recordhouder. Ik heb er toch wel heel veel van opgestoken. Over de geschiedenis van de eerste eeuw nChr wist ik eigenlijk bijna helemaal niets. Vooral het boek van Josephus “The wars of the Jews’, onderdeel van zijn verzameld werk, gaf mij veel inzicht. Hij beschreef hoe, tot en met zijn tijd, joden zijn bestreden en massaal zijn vermoord. Alleen al tijdens de Joodse Oorlog (ook wel Joodse Opstand genoemd) in zijn tijd van 60 – 74, werden hele steden – de steden die zich verzetten – in het Heilige Land door de Romeinen compleet uitgemoord. Een klein deel bleef steeds gespaard, vooral een klein aantal vrouwen en kinderen, die als slaaf naar Rome werden afgevoerd. Tja. Het was ook onverstandig je tegen de Romeinse overheersers te verzetten, want die waren dan niet zachtzinnig. En dan hebben we het uiteraard nog niet over wat zich na het jaar 100, waar Josephus stopte, tegen de Joden is ondernomen, tot in onze tijd toe.
Zondag 14 september 2025. De Gleichschaltung van journaille en rechters. Van 33 tot 45 en nu.
Dezer dagen het inzicht gekregen dat met de komst van Trump als Amerikaans president, ook de Amerikaanse pers vrijwel meteen is ‘gleichgeschaltet’. Er is haast geen kritisch woord over de man te vinden. Zelfs in Europa zie je daar trekjes van in de media, maar het is hier nog niet zo erg. Het doet me denken aan hoe het ging bij de opkomst van Hitler. De media schreven Hitler al naar de mond, nog voordat de machtsgreep van 30 maart 1933 gebeurd was. Ook in de rechtspraak kwamen er vanaf begin jaren dertig veel meer ‘nazivriendelijke’ uitspraken. En dat waren dan toch bijna allemaal dezelfde rechters (met grotendeels dezelfde wetten), die tot voor kort heel anders over politiek en de staat dachten. Het werd zelfs nog gekker, toen Duitsland geleidelijk aan bevrijd werd vanaf de herfst van 1944 en zeker sinds 8 mei 1945. Bijna alle rechters bleven gewoon in functie, maar kwamen met grotendeels nog dezelfde naziwetten, ineens wel tot veel menswaardiger uitspraken. Ook dat doet zich nu in de V.S. voor. De aanhangers van deze ‘aanpassingen’ door de rechterlijke macht vinden het waarschijnlijk ook vanzelfsprekend. De rechterlijke macht is onderdeel van de maatschappij waarin ze staat en past zich dus ook aan aan de politieke situatie. Hetzelfde geldt dus blijkbaar ook voor het journaille. Er zijn dus helemaal geen vaste waarden. Het is dus wachten op de dag dat Nederland en andere Europese landen gaan uittreden uit het VN-Vluchtelingenverdrag en het EU-verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Ik zal dat zeker nog gaan meemaken.
Vrijdag 19 september 2025. De wolf in de politiek.
Het viel me voor het eerst op dat de programma’s van de diverse partijen voor de komende verkiezingen van 29 oktober, nu wel iets vaker een standpunt over de wolf hebben. Daar was bij de vorige verkiezing van twee jaar geleden nog helemaal niets van te vinden. Bij geen enkele partij. Vandaag voor het eerst gelezen dat ondernemers op de diverse locaties (restaurants en andere uitspanningen) omzet missen, tot wel 70% aan toe, als gevolg van het feit dat gezinnen (en ook enkelingen zoals ik) niet meer naar het bos gaan. Het wordt voor hele gebieden ook afgeraden nog naar een bos te gaan. En dat zie ik dus al jaren met lede ogen aan: dat slappe gedoe rondom de wolf. In Nederland is elke boom gepland. In Nederland is geen vierkante centimeter originele natuur. Nederland is gewoon een groot park. Om daarin wilde roofdieren te laten rondlopen is compleet onverantwoordelijk. Of gewoon idioot.
Zaterdag 20 september 2025. De neergang van D66.
Dan heb ik nu ook weer eens het verkiezingsprogramma van D66 bekeken. Gelezen kan ik niet zeggen, omdat het enorm is. Ik was ooit zowel plaatselijk voorzitter (te Bodegraven), gemeenteraadslid (ook voor Bodegraven) afdelingsvoorzitter in Groningen en lid van Provinciale Staten van Groningen voor die partij. Dat laatste liep af in 1994. En ik beëindigde mijn lidmaatschap van die club in het jaar 2000. en daar heb ik tot op de dag vandaag geen enkele spijt van. Je zou verwachten dat ik tenminste nog enige herkenningspunten in hun huidige partijprogramma zou herkennen. Maar dat was helaas niet het geval. Ooit werd deze partij centraal bevolkt door werkelijk intelligente mensen, maar daar kom in dit programma ook geen spoor meer van tegen. Het verkiezingsprogramma is 86 pagina’s. Aan de heel hoge kant, vergeleken met de andere verkiezingsprogramma’s. Dat is sowieso onverstandig. Hoe meer gedetailleerd je je wensen opschrijft des te meer onderwerpen wil je ook geregeld zien in het regeringsprogramma. Het wordt met D66 dus straks moeilijk maar vooral langdurig onderhandelen. Het andere uiterste was bij de vorige verkiezingen PVV, de éénpersoonspartij. Die had een landelijk programma van slechts één A4-tje. Dan heb je echt geen idee waar deze partij eigenlijk voor staat. Maar bij D66 wordt het nog gekker. Naast het verkiezingsprogramma van 86 kantjes tekst is er ook nog een bijbehorend uitvoeringsprogramma van niet minder dan 125 kantjes tekst. Bij elkaar dus 211 pagina’s tekst, waar straks bij de onderhandelingen rekening mee moet worden gehouden. Daarmee heeft D66 zichzelf voor de volgende regering compleet uitgeschakeld. En dan eist die partij ook nog dat er voor de Kerst al een regering moet zijn. Binnen acht weken dus. Maar dan blijkbaar zonder D66, want met het bespreken van alle punten waar D66 iets van vindt heb je alleen al tot Kerstmis nodig, terwijl de andere partijen dan ook nog iets in te brengen willen hebben. Bovendien hebben hun beide documenten in de titel 2025 – 2030. Zou nou niemand bij D66 weten dat we uiterlijk in 2029 weer nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer zullen hebben? Gegeven de rest van het niveau van wat ik las, vrees ik inderdaad van niet. En wat definitief de deur dichtdoet: over de wolf: geen woord.
Zondag 21 september 2025. De ecologisch verantwoorde werkwijze.
Deze keer heb ik geprobeerd met een spuitbus van het merk “Eco”, dan verwacht je dat je goed zit, de groene aanslag op de tegels bij mij voordeur te verwijderen. Op mijn achterplaatsje heb ik dat een half jaar geleden met een staalborstel gedaan en dat hielp perfect. Maar het is natuurlijk wel inspannend en tijdrovend. Ik heb tot op de punt en komma de gebruiksaanwijzing van “Eco” gevolgd, maar het hielp geen zier. Of misschien maar een heel klein ziertje. Ook een tweede behandeling maakte vrijwel geen verschil. Ik moet daar dus iets anders op vinden. Het duidelijke voordeel van ecologisch verantwoorde bestrijdingsmiddelen is dat je op deze manier verantwoord met de natuur bezig bent. Het even duidelijke nadeel is dat het totaal niet werkt. Wellicht helpt kokend water wel. Of mijn stoomapparaat. Eens op een klein stukje proberen.
Vrijdag 26 september 2025.
Vanmorgen, bij het dagelijkse doornemen van diverse kranten op het internet, kwam ik een tentoonstelling tegen in Washington DC, vanaf vandaag begreep ik, van Hollandse en Vlaamse schilderessen. 1600 – 1750. De Gouden eeuw en rondom dus. Ik heb nooit geweten dat Nederland (en Vlaanderen) naast de vele grote schilders die we uit die tijd kennen, ook een aantal vrouwelijke schilders had, van – zoals ik dat met mijn lekenverstand kan beoordelen – zeker hetzelfde kaliber. Ze hebben ook- zover ik weet – in Nederland zelfs geen straatnaam. Wat een idee voor het Amsterdamse gemeentebestuur. Zoals daar onder anderen waren Judith Leijster, Rachel Ruysch, Clara Peeters en Michaelina Wautier. Wie had er ooit van ze gehoord? En waarom wordt hun werk uitgerekend in het Amerika van Trump tentoongesteld en niet in Nederland? Trumps’ Amerika is zelfs helemaal tegen inclusie. Hieronder een werk van Judith Leijster. Was dit een zelfportret? Ze woonde vlakbij Frans Hals en veel van haar werken werden aan Frans Hals toegeschreven.

Zondag 28 september 2025. Het jaarlijkse uitje van het huurdersplatform.
Gisteren het jaarlijkse uitje/studiedag van het Huurdersplatform. Deze keer in Lutterzand, ten noorden van Enschede. Het toeristische hoogtepunt was ongetwijfeld het bezoek aan het Lutterzand. Ik had nog nooit van deze streek gehoord, en dat was helemaal onterecht. Ook door de manier van transport, in een open ’treintje’ kwam je rechtstreeks in letterlijke aanraking met de natuur aldaar. Ik werd diverse keren gewaarschuwd dat ik mijn linkerknie binnenboord moest houden, omdat we vaak heel dicht langs bomen en hekken en andere hindernissen reden.

Het was een tocht in dit treintje die bij elkaar zo twee en een half uur heeft geduurd. Het gebied is enorm groot. Daarom is het ook zo raadselachtig dat ik er nog nooit van had gehoord. Onze ‘reisleider’ was een man, een zekere Knol, wellicht familie van mijn huisarts, die zeer goed op de hoogte was, van de natuur, de geschiedenis en alle bezienswaardigheden van deze streek. Ik heb meer opgestoken van deze rit, dan van tientallen wandelingen door de natuur uit mijn verleden. Hij was, zo begreep ik later, bioloog, maar was ook leraar geweest. En dat was op veel manieren te merken. Hij mocht ook op meerdere paden rijden, waar het terrein door een hek was afgesloten. Hij had dan steeds de sleutels van het hek bij zich om het te openen en er voorbij zijnde ook weer af te sluiten. Ik moest ook regelmatig terugdenken aan mijn ex-vriendin Carin, die dit zeker ook een fantastische rit zou hebben gevonden. Ook vond ik opmerkelijk dat op diverse flinke stukken grond, de veehouderij had plaatsgemaakt voor natuur. Hij wist gewoon van elk stuk grond wat de recente maar ook de verre geschiedenis was. Een rit die ik me nog lang zal heugen. De rest van de dag was zowel leerzaam en interessant als gezellig. Bij het diner – waar ik onder andere een meer dan voortreffelijke goulashsoep had – in een druk restaurant, werd geheel in Oostenrijkse stijl (zowel qua inrichting, kaart als aankleding, ook van de bediening) uitgevoerd. De bedienende dames in Dirndl en de bedienende heren in Lederhosen. Halverwege voerden vier van de bedienende dames ook nog een dans op, tot groot genoegen en onder luid applaus van het publiek. Ook dit diner zal me nog lang bijblijven.
Dinsdag 14 oktober 2025. Treinmalheur op zijn Arriva’s.
Dit keer had Arriva treinmalheur en niet de NS. Onderweg naar Enschede is de meest voor de hand liggende treinroute: eerst naar Zwolle met NS en vervolgens met Arriva van Zwolle naar Enschede. Alternatief is: de hele route alles met NS via Deventer. Nog thuis begreep ik al dat er tussen Nijverdal en Wierden een stroomstoring was, en daar dus geen treinen reden, maar die zou volgens planning om kwart over twaalf zijn opgelost. Dan was ik nog zelfs niet in de buurt, dus dat was geen probleem. Eenmaal in de trein begreep ik dat het herstel zou duren tot 13.15 uur. Een uur later dus. Dan was het nog steeds mogelijk om op tijd te zijn, maar dan werd het wel op het nippertje. Eenmaal in de Arrivatrein van Zwolle naar Enschede kwam het bericht dat het repareren nog langer zou duren en zou gaan duren tot kwart over twee. Maar geen nood, want er zijn inmiddels tussen Nijverdal en Wierden snelbussen ingezet. Aangekomen in Nijverdal was het busstation simpel te vinden en ook de halte waar de snelbussen zouden moeten staan was duidelijk. Er was alleen geen snelbus te zien en ook geen gewone bus. Het werd me ook duidelijk dat er tussen Nijverdal en Wierden sowieso geen bussen rijden. Ik wil bij een storing nog wel eens een lijnbus nemen, die zijn vaak minder vol al stoppen ze wel bij iedere halte. Maar dat is dan vaak nog sneller en in elk geval comfortabeler dan de ingezette ‘snelbus’. Enfin het werd dus ruim een half uur wachten op de ‘snelbus’. Een snelbus is in NS-jargon een bus die rechtstreeks gaat van station A naar station B met overslaan van alle tussenliggende stations. Een stopbus stopt dan ook op alle tussenliggende stations. Nu ligt er tussen Nijverdal enWierden geen enkel station, dus een snelbus is in Arrivajargon dus blijkbaar iets anders dan in NS-jargon. Ook na afloop van alles weet ik nog steeds niet wat dan een ‘snelbus’ in Arrivajargon precies is. Het heeft in elk geval niets met snelheid te maken. Het was een typische luxe touringcarbus. Al vaker heb ik uitgelegd dat deze chauffeurs gewoon zijn om op Spanje en / of Oostenrijk te rijden en dan doet het er niet zoveel toe hoe laat je precies vertrekt. Als iedereen aan boord is kun je vertrekken. En ook deze chauffeur was er zo eentje. Hij reed werkelijk op zijn dooie gemakje. Hij had uiteraard bij zo’n kort ritje alle tijd van de wereld. Eenmaal in de bus komt het bericht dat de reparatie toch nog langer zou duren en pas om kwart over drie klaar zou zijn. Op de hele weg naar Wierden heb ik goed opgelet of ik een andere bus zag. Maar die was er niet. Arriva had dus helemaal geen ‘snelbussen’ ingezet, maar slechts één, extra langzame bus. Je verwacht dan dat in Wierden een Arrivatrein klaarstaat die je verder gaat brengen naar Enschede. Maar die was er niet. Er reden zelfs helemaal geen Arrivatreinen van Wierden naar Enschede. Dus de Arrivaservice is: met de trein van Zwolle naar Nijverdal en dan met de ‘snelbus’ naar Wierden en dan zoek je het verder zelf maar uit. Gelukkig bestaat de NS ook nog. En er reed dus wel een NS-trein richting Enschede, maar die gaat niet verder dan Almelo. En vertrekt elk half uur. Uiteraard kwam ik met onze ‘snelbus’ precies tien seconden te laat om die trein te kunnen halen, en dat werd dus een half uur wachten. De ‘snelbus’-chauffeur heeft er geen seconde aan gedacht dat zijn passagiers verder moesten dan Wierden. Anders had hij met groot gemak op tijd bij die trein kunnen zijn. Daarna moet je dan in Almelo de NS-trein naar Enschede nemen, want Arrivatreinen zijn normaal druk op dit stuk, maar die reden helemaal niet. Het gevolg was dat de NS-trein naar Enschede, U raadt het al, ook flink vertraagd was. Vlak voor we in Enschede aankwamen verscheen het bericht dat de vertraging nu zou voortduren tot kwart over vier. Als er nu van meet af aan duidelijke voorlichting was geweest, was ik met de NS via Deventer gegaan en was ik ruim op tijd in Enschede aangekomen. Op de terugweg ben ik dan maar voor alle zekerheid met de NS via Deventer gegaan en dat liep helemaal vlekkeloos.
Zondag 19 oktober 2025. www.huurdersrechten.nl
Ik maak ook nog plannen voor de komende jaren, onder andere voor een nieuwe website, met rechterlijke uitspraken in huurderszaken. Zo’n website bestaat uiteraard al met www.rechtspraak.nl, maar probleem hiermee is dat die website in huurderszaken zo zwaar ‘vervuild’ is met schier ontelbare uitspraken met betrekking tot echtscheidingen, aan wie het huurrecht van de gezamenlijke woning moet worden toegekend. Of zaken waar het gaat om het huren en verhuren van bedrijfspanden of over ontruimingen bij achterstallige huurbetalingen en nog zo meer van allerlei zaken, die versluieren waar het bij huurdersorganisaties nou om gaat. Ook een organisatie waarvan je mag verwachten dat die er aandacht aan besteedt, zoals de Woonbond, doet hier weinig tot niets mee. Zij koersen vooral op het werk van de Huurcommissie. Ook belangrijk uiteraard, maar het is nog altijd zo dat rechters de jurisprudentie maken en de Huurcommissie volgt. Dan ga ik toch liever naar de bron van alle ontwikkelingen.
Vrijdag 24 oktober 2025. A struggle for Europe.
Het tweede bericht is dat het boek “Struggle for Europe’ van Chester Wilmot uit 1954 uit is. En het lijkt onwaarschijnlijk, maar ik heb er toch weer heel wat erbij geleerd. Het boek heeft voor mij bevestigd dat Eisenhower geen groot strateeg was. Dat vond ik al veel eerder. Maar er is me nu ook veel duidelijker geworden wat Roosevelt, en Churchill eigenlijk dachten. Van Stalin wist ik het al veel eerder. Stalin wilde, trouw aan de communistische leer, in feite een wereldrevolutie en tot die tijd, als voorafje, zoveel mogelijk ‘bekeerde’ naties creëren. Churchill had dat door. Die wilde liever nog dan in Normandië landen, vanuit Italië rechtsaf richting Wenen en Hongarije. Als dat was gebeurd, was Hitler evengoed verslagen, maar hadden we nu een heel andere wereld gehad. Roosevelt dacht dat hij met Stalin goede afspraken kon maken, onder ander over Oost-Europa. Dat deed Stalin ook, maar korte tijd later was hij ze totaal vergeten en deed hij toch wat hij altijd al wilde. En liep hij heel Oost-Europa onder de voet. Roosevelt had overduidelijk nooit het Communistisch Manifest gelezen, om over Das Kapital nog maar helemaal te zwijgen. Hij dacht dat Stalin een gewone president van een gewoon land was, met wie je dus afspraken kon maken. Nee dus. Het boek is een mooie mix tussen de militaire en de politieke geschiedenis van die jaren.
Zaterdag 25 oktober 2025. Dan Wang.
Vanmorgen vroeg, meteen na het wakker worden, kreeg ik een artikel uit het Financieel Dagblad te lezen, over een boek van een zekere Dan Wang: Breakneck. Het is een analyse van de verschillen tussen de Amerikaanse, Chinese en Europese politiek en economie. Amerika is het land van de advocaten (volgens mij juristen), China is het land van de techneuten en Europa kan vooral trots zijn op zijn verleden. Scherper en korter kun je het niet formuleren. Waar die fascinatie van de Amerikanen voor de rechtenstudie toch vandaan komt, snap ik nog steeds niet. Recht is typisch een studie voor mensen die niet kunnen rekenen en dat is maar een beperkt deel van de werkelijkheid. Zijn inzichten sluiten perfect aan bij wat ik al geconcludeerd had toen ik bezig was met de selectie van academici bij KPN 1989 – 1994. Dit wordt het eerste boek, sinds ik lezen kan, dat ik meteen na aankomst ga lezen, en niet eerst het boek uitlees waar ik op dat moment toevallig mee bezig ben. Deze Wang is een Chinees maar leeft en werkt vooral in Amerika, Silicon Valley, is getrouwd met een Oostenrijkse en is pas 35 jaar. Dat is een leeftijd waarop nog zovelen het stadium pas hebben bereikt dat ze net uit het ei zijn. Zijn inzichten, en dan nog slechts gedeeltelijk, kreeg ik pas tussen mijn 50e en 75e levensjaar. Eén voorbeeld: volgens hem waren alle democratische presidentskandidaten in de V.S. jurist. En ongetwijfeld gold dat ook voor veel republikeinen. Dat zegt iets en zelfs veel over waar het met die maatschappij naartoe is gegaan en ook verder naartoe gaat. En tegelijk ken ik maar één andere persoon op deze wereld die ook alle cv’s van alle presidentskandidaten zou gaan bestuderen en daaruit conclusies trekt: ikzelf. Voor wie de wereld beter wil snappen en ook mij beter wil kennen en begrijpen, is het lezen van dit boek een must.
Met de grootst mogelijke afschuw nam ik – zoals veel Nederlanders met mij – kennis van de rechtszaak over het Vlaardingse pleegmeisje. Wat mensen elkaar en vooral kinderen kunnen aandoen, gaat mijn verstand kilometers te boven. Het deed me natuurlijk ook regelmatig terugdenken aan mijn eigen jeugd. Toen ik als zesjarige of zo jarenlang moest kuren vanwege ergens opgelopen gewrichts-tbc. En waarop mijn handen ook permanent waren vastgebonden. Ik zie nog de glunderende gezichten van die verpleegsters voor me, toen ze aankwamen met leren riemen, ter vervanging van de zwachtels waarmee het binden tot dan toe plaats had gevonden. Maar ik en de anderen kinderen er steeds weer in slaagden om die los te peuteren. Dat zou met deze leren riemen niet meer kunnen. En ze kregen gelijk: ze hadden gewonnen. Wat mij overkomen is kan niet in de schaduw staan van wat er met dit meisje gebeurde. Maar ik weet als geen ander dat die gebeurtenissen je je hele leven bij zullen blijven. Tot je laatste ademhaling. En dan de straffen. De eisen zijn nu 11 jaar, plus tbs met dwangverpleging. Ik begreep al dat de straf ook niet echt veel langer kan zijn. Dat is de wet. Voor mij kan dit soort ongedierte nooit lang genoeg in de gevangenis zitten. Zo, dat ben ik weer eens kwijt. Voor details zie mijn geschiedenis over de vijftiger jaren op deze website.
Maandag 10 november 2025. Oorlog.
Het nieuwe boek dat ik nu aan het lezen ben is The Art of War (de Kunst van het Oorlogvoeren) van de Chinees Sun Tzu (ca. 400 vChr.). Er zijn drie grote werken over oorlogvoeren. Dat is dit boek, het boek van Thucydides (een Griek eveneens uit ca. 400 vChr) met History of the Peloponesian War en tenslotte Von Clausewitz (19e eeuw nChr) met Vom Kriege (Over de Oorlog). Wat mij betreft hoort Il Principe van Machiavelli hier ook bij, al gaat dit boek meer over de politiek die voorafgaat aan oorlog. Machiavelli heb ik al en ken ik ook al, en Thucydides is in bestelling. Von Clausewitz komt later nog wel een keer. Zelfs na de eerste 40 bladzijden van Sun Tzu ben ik al een heel stuk wijzer geworden. Vooral over hoeveel er over China al bekend is tussen het werk van Sun Tzu en pakweg de tweede eeuw na Christus. Onder andere ook over oude teksten die in China vanaf 1972 nog zijn opgegraven en zelfs nog altijd worden opgegraven. Daar zijn in onze streken de Dode Zeerollen niks bij. Van dit soort graafwerk in China is hier in in Europa gewoon vrij weinig tot niets van bekend. Van de periode van vier eeuwen vóór tot twee eeuwen ná de geboorte van Christus is van Europa en het Midden-Oosten juist meer niet dan wel bekend. Heel veel zaken uit die tijd zijn en blijven hier in de mist van de geschiedenis verborgen. Wat niet wil zeggen dat er over de Chinese geschiedenis uit die periode niet minstens evenveel discussie is. Geschiedenis is en blijft voor mij een ongelooflijk rijke bron van interessante kennis. Een heel belangrijk leerstuk van Sun Tzu is nu al, zijn eerste regel: val de vijand niet aan waar hij op zijn sterkst is, maar val de vijand aan waar hij op zijn zwakst is. Eisenhower viel bijvoorbeeld de Duitsers aan in Frankrijk en meer in het bijzonder Normandie. Daar stonden toen 11 tot de tanden bewapende en volbezette Duitse panzerdivisies plus enkele tientallen eveneen volbewapende en bezette infanteriedivisies op de geallieerden te wachten. Hier waren de Duitsers op hun sterkst. Bij een landing bij de Elbemond, in Duitsland dus, was daar zelfs geen enkele Duitse divisie te bekennen. Daar had die landing dus moeten plaatsvinden. Daar was ook de verrassing het grootst geweest. In Frankrijk werden ze opgewacht.
Dinsdag 11 november 2025. Sint-Maarten. De canon van Katwijk.
Sinds kort heb ik ontdekt dat de gemeente Katwijk een eigen canon heeft. Dat is een soort overzicht van de geschiedenis van een plaats, streek of land. Zo is er een canon van Nederland. Met daarin de eeuwige strijd of daar dan de vroegere helden, Jan Pieterszoon Coen, Piet Hein en nog zo wat van deze lieden daar wel een plaats in moeten hebben, gegeven hun persoonlijke geschiedenis met de slavernij of andere – nu – criminele handelingen. In de canon van Katwijk komt ook de mij goed bekende Dr. Warns, directeur-geneesheer van het Rotterdamsch Zeehospitium te Katwijk aan Zee voor, als held ongetwijfeld, maar bij mij meer bekend als criminele pedofiel en kwakzalver, die veel malen onbevoegd mijn knie heeft geopereerd. Nu pas las ik dat in dit Zeehospitium ook een echte chirurg is aangesteld geweest. Maar niet wordt vermeld vanaf wanneer dan. Jarenlang heeft dr. E.H.J. Warns, longarts, zelf – geheel onbevoegd – de chirurgische operaties gedaan, waaronder bij mij. In de Canon van Katwijk komen bij het onderwerp Zeehospitium, diverse aperte onjuistheden voor. Zoals de melding dat er al vanaf 1934 medicijnen beschikbaar kwamen voor de behandeling van tbc. Penicilline werd al uitgevonden in 1928, en de diverse medicijnen tegen tbc werden uitgevonden in 1944, 1946 en vooral in 1952 en 1954. Maar ze werden geen van alle toegepast in Katwijk. In 1954 kwamen de eerste berichten uit de V.S. dat voor tbc-genezing juist veel beweging belangrijk was. En deze aanpak – tbs-patiënten moeten juist bewegen – is tot en met vandaag de genezingsmethode, maar de Nederlandse specialisten, waaronder ‘dokter’ Warns, bleven liever trouw aan het vastbinden van de kind-patiënten. Dat vonden ze prettiger. Ik zal een en ander aan het gemeentebestuur van Katwijk laten weten. Gelukkig kan ik mijn verblijf in Katwijk ook bewijzen, met de diverse brieven en foto’s die ook op deze website zijn te vinden.
Zaterdag 15 november 2025. Bezoek aan Jan en aan Kaat Mossel.
Dat waren weer enkele dagen bij mijn broer Jan in Maassluis. Het gaat helaas niet zo goed met hem als ik had gehoopt en verwacht. Een bezoek aan een nieuwe schoenmaker ging niet door omdat in en rondom Rotterdam het verkeer urenlang muurvast stond. Wel hadden we onze maaltijd op donderdag bij restaurant Kaat Mossel. Dit restaurant bestaat dit jaar 35 jaar, zo lieten plakkaten in het restaurant zien. Twee jaar geleden was ik er voor het laatst, alleen, toen Jan in het ziekenhuis in Rotterdam lag, nadat ik er heel lang niet was geweest. En toen was het zoals ik me van veel jaren geleden ook herinnerde: subliem. En deze keer, afgelopen donderdag dus, was het opnieuw top-of-the-bill. Wat kunnen ze hier goed koken. We hadden sliptongetjes. En die zijn vaak veel te vet. Niet heel goede koks, gebruiken veel te veel vet, om geen risico te lopen dat ze te droog worden of zelfs aanbranden. Het is een kunst om precies genoeg vet te gebruiken. En die kunst beheersen ze bij Kaat Mossel als geen ander. Het restaurant met vele tientallen tafels was ook tot de laatste stoel uitverkocht en dat voor een doordeweekse donderdagavond! Reserveren is dus de hele week door een vereiste. Hoe kun je topkwaliteit handhaven in een periode van 35 jaar? Bij Kaat Mossel weten ze dat. Vrijdagmorgen had Jan vrij plots pijn aan het been. En dat had absoluut niet gemogen. Het was niet veel, maar het had nul moeten zijn. Heb hem op het hart gebonden toch vooral zo snel mogelijk hulp te zoeken.
Woensdag 19 november 2025. Grafstenen fotograferen.
Nu weer eens heel wat anders. Een afwijkende hobby van me is om af en toe foto’s van grafstenen te maken. Dat is niet vaak, minder dan tien keer per jaar. Ik heb wel eens overwogen om daarvoor een bepaalde begraafplaats te ‘adopteren’ zoals die dagelijks door www.online-begraafplaatsen.nl worden bijgehouden. Maar heb daar toch van afgezien. Ik doe het veel te weinig om echt een begraafplaats af te kunnen maken. Ik heb gewoon niet meer zoveel tijd van leven. Ik vind het ook nog lastig om dan een bepaalde begraafplaats te kiezen. In de buurt ligt dan nog het meest voor de hand, maar daar verzon ik twee bezwaren tegen. Het eerste bezwaar is dan dat ik in de valkuil kan lopen om daar elk verloren uurtje heen te gaan. Het is immers vlakbij. Dan kom ik aan andere zaken te weinig toe. Bovendien heb ik geen enkele binding aan deze plaats. Dan liever iets Haags. Maar dat is natuurlijk heel ver weg. Ik heb nog een ander ‘probleem’. En dat is dat ik zeven dagen per jaar vrij mag reizen door heel Nederland. Dat mag op werkdagen dan niet in de spits, zodat ik die dagen nooit kon gebruiken voor mijn reizen naar Twente en de Achterhoek, omdat ik dan altijd op heen- en/of terugweg in de spits zou moeten. Ook de Woonbondclub, vergaderend te Utrecht, komt daarvoor niet in aanmerking om dezelfde reden. Het liefst reis ik dan daarvoor op zaterdag of zondag, want dan heb ik geen enkele reistijdbeperking. Dan reis ik bijvoorbeeld naar Limburg, de Betuwe of zelfs Zeeland en zoek dan tevoren uit welke begraafplaats nog helemaal niet voorkomt. Zo draag ik toch mijn steentje bij aan het bewaren van ons erfgoed. En dat is voor iemand met mijn achtergrond en belangstelling toch een goede zaak.
Zaterdag 29 november 2025. De historiciteit van de Bijbel.
Intussen ben ik vrijwel op de helft van het boek “Geschiedenis van de Joden” van Simon Schama. En intussen ben ik wat preciezer terechtgekomen bij het antwoord op de vraag: vanaf wanneer is de Bijbel historisch? Ik wist al dat tot en met Salomo er geen archeologische vondsten zijn gedaan die het bestaan van Salomo (en zijn voorouders) aannemelijk maken. Geen Eerste Tempel, geen Paleis, geen enorme rijkdommen. Er is zelfs nooit een potscherf uit die tijd gevonden. Jeruzalem bestond in die tijd, (plm 1000 vChr.) volgens Schama, slechts uit een verzameling hutten. Wel weet ik nu dat koning Hizkia (plm 700 vChr) wel echt moet hebben bestaan. De waterwerken die in de bijbel staan en waarvan de aanleg in zijn bewind worden genoemd, bestaan nog steeds. En in die ’tunnels’ is onlangs een tekst aangetroffen in het Oud-Hebreeuws van die tijd. Ook citeert Schama regelmatig Josephus, ook al omdat het de enige historicus is geweest die iets over de Joden van de eerste eeuw heeft geschreven. Daardoor krijg ik nu ook een iets andere mening over Josephus.
Zondag 21 december 2025. De jongensnaam Jezus.
Het gebeurt me niet vaak, dat ik een uitgekozen documentaire op de TV zie, en dat ik na afloop teleurgesteld ben. Ik kan er eigenlijk altijd wel iets van opsteken. Maar gisteren had ik wel zo’n zeldzame dag. Ik had gekozen voor een nieuwe documentaire over Jezus, op basis van archeologische vondsten in het Heilige Land. Er werden voor mij inderdaad nieuwe archeologische vindplaatsen behandeld, waaronder één waar Jezus brood en vis had vermenigvuldigd. Jammer alleen dat geleerden het er niet over eens zijn waar dat precies is geweest. Er zijn meer plaatsen aldaar met dezelfde naam. Dus we kregen twee mogelijke vindplaatsen te zien. Op één van die vindplaatsen is op een steen een inscriptie ontdekt met (naar ik aanneem in het Hebreeuws of in het Aramees) “Heer Jezus”. En dat zou belangrijk zijn om vast te stellen dat hij daar geweest is. Maar nee, dat is het juist helemaal niet. Van Josephus weten we dat hij niet minder dan veertien mensen heeft gekend (of van gehoord had, zodat het de moeite was er iets over te vertellen), die allemaal Jezus hebben geheten. Het was daar gewoon in die tijd een heel veel voorkomende jongensnaam. Als Josephus er al veertien heeft gekend, dan zullen het er in werkelijkheid nog veel meer geweest zijn. Hij noemde ze overigens allemaal met een toevoeging, zoals zoon van …. of afkomstig uit ….. (een plaats). De inscriptie op een steen met Heer Jezus zegt dus helemaal niets. Dat moet die hoofdarcheoloog daar toch hebben geweten? Daar hebben ze toch voor die opgraving niet een of andere amateur aangesteld? Hoe geloofwaardig is dan de rest van die documentaire?
Vrijdag 26 december 2025. Tweede Kerstdag.
Voor het eerst zag ik nu een verdediging van de chemische industrie, die ons voedsel verzorgt, waarom dat zo zou moeten blijven. Blijkbaar heeft de Amerikaanse Minister van Volksgezondheid, al heet die functie daar anders, een zekere Kennedy, geopponeerd tegen het UPF (Ultra Processed Food), waar ook onze supermarkten vol mee staan. Nu ben ik het met weinig bij deze Kennedy eens, zijn vaccinatie-ideeën zijn ronduit gevaarlijk, maar zijn standpunt m.b.t. UPF deel ik wél. En de reactie van de chemische industrie aldaar was: let wel, als u de UPF uit de winkels wil verbannen, dan kan er wel eens een explosie van prijsverhogingen komen en wordt voedsel voor heel veel mensen onbetaalbaar. En hier kan ik wel in meegaan. Bij heel veel van die chemische ingrediënten denk ik al veel langer dat ze veel goedkoper zijn dan de verse en natuurlijke producten, terwijl je er toch – als maker of leverancier – een goede prijs voor kunt rekenen en dat verhoogt dus de winst. Berucht zijn dan de zogenaamde vulmiddelen. Dan worden de soep, de kroket en talloze andere voedingsmiddelen in plaats van met natuurlijke middelen gevuld met chemicaliën, die maar een fractie kosten van wat er anders in zou moeten gaan. En toch hetzelfde effect hebben: het product krijgt de juiste omvang en dikte en met smaakstoffen denk je toch dat je iets echts en zelfs lekkers eet. In hun standpunt zit zeker iets waars. Het probleem wat ik er toch mee heb is dat industriëlen die louter voor hun winst gaan, bepalen wat jij en ik moeten eten. Ik hoop het nog mee te maken dat dit nu eens echt tot politici gaat doordringen.
Vrijdag 9 januari 2026. De specialist.
Er is het afgelopen etmaal weer veel gebeurd. Eerst het bezoek aan de KNO-arts voor mijn oren. Deze KNO-arts, mevrouw Boelstra, was de vriendelijkheid zelve. Het klikte enorm tussen ons, alsof we elkaar al jaren kenden, hetgeen toch niet het geval was. Aan het eind van het gesprek verstoutte ik me te zeggen: met alle respect dokter, maar ik wil nog even kwijt dat ik vind dat u heel mooie sokken aanhebt. Ze moest er goed om lachen. Het is uiteraard geen gespreksonderwerp tussen een specialist en een patiënt. Ze had ook heel mooie sokken aan, anders had ik uiteraard die opmerking niet gemaakt.
Woensdag 14 januari 2026. Mijn ijsgang.
Voor het eerst in enkele dagen ging ik weer op pad. De waslijst die ik op kon opschrijven van boodschappen die ik nog nodig had, was opmerkelijk lang. De dooi had inmiddels flink doorgezet, dus dat zou geen probleem meer hoeven zijn. Mijn hulp vertelde me al een dag eerder dat het niet glad meer was. Dus die bevestigde dat het een dag later zeker weer moest kunnen. Ik was nog geen 200 meter van huis of ik lag alweer op de straat. Dat is me in jaren niet meer gebeurd. En deze keer was het niet vanwege mijn doorknikkende enkels, maar gewoon omdat het veel te glad voor me was. Het was een stukje van de weg waar een laag ijs op lag, die dus inderdaad aan het dooien was. En dus nat van boven en dus spekglad. En het was niet mogelijk om met een omweggetje die ijsvlakte te vermijden. Ik hield er gelukkig helemaal niets aan over. Zelfs geen kapotte broek of pijnlijke hand, omdat ik doorgaans, als het voorkomt, zowel op mijn linkerknie als op een hand val. Ik was helemaal schadevrij dus. De rest van de wandeling ging over grote stukken geheel ijsvrije ondergrond, met af en toe eenzelfde soort ijsvloer, als waar ik al op gevallen was. Maar elke keer was er een route omheen, doorgaans via aangrenzend gras. Op de terugweg kwam ik opnieuw op de ijsvlakte terecht. Maar deze keer ging ik op de rijweg lopen. En daarvan was één spoor helemaal ijsvrij. Gelukkig wilde er op hetzelfde moment niemand anders zijn. En ik kwam dus met twee welgevulde grote boodschappentassen weer veilig thuis. Dat avontuur hebben we dus ook weer gehad.
Maandag 19 januari 2026. De service van ING.
Voor de zoveelste keer heb ik getracht een contact met ING te leggen. De vorige keer lukte dat alleen nog maar door ze een ouderwetse brief te schrijven. Daarop werd wel gereageerd. Zo wil ik bijvoorbeeld weten of mijn nieuwe iPhone en mijn komende hoortoestellen wel verzekerd zijn volgens mijn polis. Want alle leveranciers willen graag ook meteen een verzekering afsluiten bij een afgeleverd product. Maar waarom zou ik dat doen als ik al verzekerd ben? En ik kan het in die lawine aan papier die ik gekregen heb niet terugvinden. Gelukkig staat dan in de laatste brief hierover van ING een telefoonnummer dat je voor verdere informatie over verzekeren kunt bellen. Dus dat nummer heb ik dan vrijdag gebeld. Maar helaas krijg je dan een robot die je vertelt dat de wachttijd meer dan een half uur is. 31 minuten is meer dan een half uur, maar 24 uur ook. “Probeer het later nog eens”. dus later nog eens geprobeerd en ook nog enkele dagen later, maar telkens is de wachttijd ‘meer dan een half uur’. Een alternatieve mogelijkheid is dan om via het internet een gespreksverzoek doen voor een gesprek op kantoor. Dan krijg je een fraai pallet op je computer, met mooie plaatjes erbij, met de diverse keuzemogelijkheden: voor lenen, voor sparen, voor beleggen en voor hypotheken. ‘Voor verzekeren’ staat niet bij het keuzepakket. Dus deze variant geeft ook al geen mogelijkheden om de gevraagde informatie te krijgen. Dan blijft dus maar weer één mogelijkheid over, die ook de vorige keer over aan ander onderwerp de enige mogelijkheid was: een papieren brief schijven. Of gewoon helemaal vertrekken bij deze ‘dienstverlener’.
Zondag 22 februari 2026. Het Heilige Land.
Nu weet ik welke koning van Israel, als eerste ook historisch kan worden gevonden. Ik wist al dat koning Hizkia in berichten van andere naties en bij opgravingen een historische figuur was, en daarvoor van Jozua en eerder is nog niets gevonden. En nu blijkt dat koning Omri de sleutelfiguur was. (geboren ca. 940 vChr, geregeerd van ca. 900 – 875 vChr) die ook nog in diverse verslagen van andere nabije volkeren genoemd is, en wiens naam ook bij opgravingen is gevonden. Maar van zijn voorganger Zimri ontbreekt elk historisch spoor. Omri leefde en regeerde dus maar enkele tientallen jaren na Salomo, maar hij noemt zijn illustere voorganger nergens. Over Salomo zelf is ook niets historisch bekend, noch is van de door hem gebouwde Eerste Tempel en zijn paleis ooit een steen gevonden.
Het boekje over de Kanaänieten heb ik nu ook uit. Ik begrijp nu beter wat voor ingewikkelde geschiedenis dat is, daar in het Midden-Oosten in wat het Heilige Land genoemd wordt. En hoeveel er eigenlijk nog totaal onbekend is over die oude geschiedenis daar (van plm 4000 vChr tot de komst van de Romeinen in 63 vChr). Pas vanaf dan wordt het iets duidelijker, maar blijven veel vragen bestaan. Wel vindt er nog heel veel studie plaats over oude geschiften en worden er ook nog veel opgravingen verricht. Dus het verhaal is nog lang niet af. In de bibliografie van dit boekje komen nog wel een paar boeken voor die ik nog ga opzoeken. Of ik ze vind is nog de vraag.
Dinsdag 24 februari 2026. Koos en elektriciteit.
Een heel ander verschijnsel dat me al een leven lang volgt, heb ik nu weer meegemaakt in de nieuwe Jumbo alhier, die dus ook een nieuw kassasysteem heeft. Al tientallen jaren heb ik een soort haat- liefde verhouding met alles dat op elektriciteit gaat. Of eigenlijk is het alleen haat. Ik heb heel vaak meegemaakt dat een splinternieuw gekocht elektrisch apparaat het bij thuiskomst niet bleek te doen. Daar kan ik een waslijst van maken. Dat maakte dat ik al jaren in de winkel al wil vaststellen of het apparaat het werkelijk doet. Dat moet men mij eerst even aantonen. Er wordt altijd heel vreemd gekeken als ik dat vraag. Ik heb zelfs een keer meegemaakt dat ik zelf heb vastgesteld dat een aangeschaft scheerapparaat het in de winkel werkelijk deed, maar bij thuiskomst toch niet. Teruggegaan naar de winkel bleek hij het in de winkel deze keer toch ook niet te doen. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. Ik heb tientallen voorbeelden. Ook heb ik eens in een supermarkt ervoor gezorgd dat het hele beveiligingssysteem uitviel, toen ik door de automatische deur naar buiten wilde lopen. Menige kassa waar ik wilde afrekenen viel uit op het moment dat ik wilde betalen. Dat had ik al een tijdje niet meer gehad, toen ik enkele dagen na de opening deze maand van de nieuwe Jumbo wilde afrekenen. Het hele kassasysteem staakte alle diensten toen ik aan de beurt was. Ook van de andere kassa’s. Niemand begreep wat er aan de hand was, behalve ik dan. Daar gaan we weer, dacht ik alleen maar. En toen ik daar gisteren voor de tweede keer kwam en wilde afrekenen viel precies op dat moment het kassasysteem opnieuw uit. Ik leg het niet uit. Niemand zal me geloven. Ik ga ervan uit dat op de dag van mijn uitvaart ook dan de elektriciteit in het betreffende gebouw zal uitvallen. Dat wordt dan mijn afscheidsgroet aan de wereld. Dat zal ik zelf uiteraard niet meer meemaken.
Woensdag 4 maart 2026. Save the Children.
Na het uitbreken van de oorlog tussen de V.S. en Israel enerzijds en Iran anderzijds, afgelopen week, doet Nederland zijn best gestrande Nederlanders uit die contreien weg te halen. Te beginnen met kinderen, zieken en zwangere vrouwen, aldus onze nieuwe regering-Jetten. Het deed me denken aan die actie van Save the Children om kinderen van vluchtelingen te gaan redden op de Middellandse Zee. De boot voer voorbij in het Journaal, met een spandoek van begin tot einde van het schip met de tekst in de grootst mogelijke letters: SAVE THE CHILDREN. En ik vroeg me meteen af hoe ze dat zouden gaan doen. Dan varen ze midden op de Middellandse Zee en dat komen ze zo’n rubberboot tegen, volgepakt met vluchtelingen. En wat gebeurt er dan? De eerste vraag is dan: wat is nu een kind precies? Laten we aannemen: alle mensen beneden de 18 jaar. Het mag van mij ook een andere grens zijn, maar je moet ergens van uit gaan. Maar hoe zie je vanaf een afstand wie er nou wel en wie er nou niet 18 is? Er zit niets anders op dan dat je dan iedereen die op het oog achttien is, aan boord neemt. Je mag ook aannemen dat ze geen van allen een identiteitsbewijs bij zich hebben. Die nemen de mensensmokkelaars namelijk als eerste weg. Eenmaal aan dek van de reddingsboot stellen de redders vast dat sommigen duidelijk boven de 18 zijn, maar mee zijn geslipt. Wat doen ze dan met die mensen? Meteen weer overboord zetten, terug in de rubberboot? En mogen dan de moeders van de geredde kinderen wel mee? Het kunnen natuurlijk ook heel kleine kinderen zijn, die ze zojuist hebben gered. Blijven die moeders ook achter in de rubberboot? En dan de vaders. Ook weer terug in de rubberboot? Of worden dan ook meteen alle vaders en moeders gered, maar blijven dan de alleenreizende mannen en vrouwen, zeker de bejaarden, wel in de rubberboot achter? Die moeten maar door iemand anders gered worden. Daar is SAVE THE CHILDREN toch niet voor? Ik ga u vertellen wat er in werkelijkheid gebeurt. In werkelijkheid worden namelijk alle mensen gered die in een rubberboot worden aangetroffen. Niemand uitgezonderd. En dat gebeurt ook als er helemaal geen kinderen in die boot zitten of zelfs als er een boot voorbij komt met allemaal bejaarden. Dan wordt ook iedereen aan boord genomen en gered. Maar waarom maken ze dan zoveel reclame dat ze de kinderen gaan redden, als ze bedoelen dat ze iedereen gaan redden? Antwoord: omdat kinderen zulke fantastische weekmakers zijn. Als je zelfs al geen kinderen wil redden, ben je dan nog wel een mens? Ik ben dus ook benieuwd hoe de Nederlandse regering die keuzes gaat maken. Kinderen worden zonder hun ouders mee naar Nederland genomen? En iedereen die klaagt over pijn wordt ook meegenomen, of komt daar nog een medische keuring bij? En dan de zwangeren. Die krijgen toch wel een test voordat ze aan boord gaan? En alle alleenreizenden, zeker de bejaarden, moeten achterblijven? Wie gelooft dat nou?
Donderdag 5 maart 2026. Staand speechen.
Er zijn talloze grote uitvinders geweest, en ook ontdekkers, die voor het eerst iets deden of waarnamen. Ze zijn vrijwel allemaal in de geschiedenis weggezakt: we hebben vaak geen idee (meer) wie iets heeft ontdekt. Tot ik gisteren weer zo’n kwestie tegenkwam in het boek Plinius de Jongere. In zijn tijd (rondom het jaar 100) was het gebruikelijk en heel normaal dat een spreker voor een zaal dat zittend deed. Dan was er een podium met een stoel erop en daarop zat de spreker. Bijvoorbeeld in de Romeinse Senaat. Maar ook als iemand bij een grote maaltijd een woordje wil zeggen. Die gaat nu ook staan. Ook de sprekers in de Tweede Kamer bijvoorbeeld gaan allemaal staan als ze het woord krijgen. Er is een keer iemand geweest die voor het eerst ging staan bij het houden van een toespraak. Omdat hij dacht dat dan zijn toespraak beter over zou komen. En dat was deze Plinius de Jongere. Deze bleef ineens staan op het podium. Dat was een ware revolutie en een ongekend schandaal. Maar hij kreeg uiteindelijk veel waardering en werkelijk iedereen deed hem na. Tot op de dag van vandaag. Het was al veel langer zo dat als iemand uit het gezelschap een opmerking wilde maken of een vraag aan de spreker wilde stellen, hij of zij dan wel eerst moest opstaan. Dan kon de spreker meteen zien wie hem wat wilde vragen. Wanneer dat begonnen is: gaan staan als je een vraag wil stellen. Dat moet ik nog uitzoeken.
Zaterdag 7 maart 2026. De oorlog tegen Iran.
Ik nam ook kennis van de opvatting van president Trump dat hij verder gaat met de oorlog tegen Iran, totdat Iran zich onvoorwaardelijk overgeeft. Unconditional surrender. Ach en wee. Ik heb al decennia tal van historische werken over de strijd tegen Islamieten gelezen. Of het nou over de veroveringen van de Turken ging, de Kruistochten of de conquista en de reconquista. Dit soort Islamieten en misschien wel alle, maar zeker het soort, dat nu in Teheran aan de macht is, zal zich nooit overgeven. Die offeren nog liever alles op, zelfs tot de laatste Iranees. Overgave verbiedt – in hun visie – hun geloof. Je mag ook met je (ongelovige) vijanden geen vrede sluiten. Alleen een tijdelijke wapenstilstand is toegestaan. Want dat geeft de ‘strijders’ de mogelijkheid om weer op krachten te komen, zodat ze later verder kunnen gaan. En intussen hebben de Iraniërs dat inmiddels ook verklaard: het bewind zal zich nooit overgeven. De keren in de afgelopen eeuw dat de Amerikanen deze ‘unconditional surrender’ hebben geeist, waren bij mijn weten alleen bij de Duitsers en de Japanners in WO II. Tegen de Duitsers ging dat alleen maar door ze militair op de grond te verslaan. Alleen de luchtoorlog, hoewel die toen ook tegen de Duitsers heel intensief was: hele steden werden weggevaagd, maar ze gaven zich niet over. Tegen de Japanners gebeurde dat niet, maar dat lukte alleen na het afwerpen van twee atoombommen. Dat is dus de keus voor de Amerikanen. Boots on the ground, of atoombommen. Het laatste zie ik niet gebeuren, en het eerste is dan onvermijdelijk. En dat ligt slecht bij het Amerikaanse volk. Of met de staart tussen de benen afdruipen. Ik heb geen idee hoe je uit dit zelf geschapen dilemma zou moeten komen.
Zondag 8 maart 2026. Afspraken maken met dogmatici.
Nog zo’n verschijnsel dat Amerikaanse presidenten met elkaar gemeen hebben is dat ze denken dat ze met iedereen een ‘deal’ kunnen maken: afspraken. Dan veronderstel je dat de tegenstander er hetzelfde over denkt dan jij. En bovendien dat een afspraak ook de ander bindt. Zo dacht president Roosevelt aan het eind van WO II dat hij met Stalin een afspraak kon maken, waar hij zich ook aan zou houden. Zoals vrije verkiezingen in de door de Sovjet-Unie bevrijde gebieden. Dat had hij wel met Stalin afgesproken, maar hij had geen kennis genomen van de werken van Marx en Engels, noch van het ‘Communistisch Manifest’. Dan had hij geweten dat een afspraak met communisten – die de wereldverovering nastreefden – voor die communist geen betekenis heeft. En dus werden die verkiezingen in Oost-Europa nooit gehouden. Precies dezelfde fout maakt president Trump nu. Die denkt dat je met fanatieke Islamieten een afspraak kunt maken. En dat ze zich vroeg of laat wel zullen overgeven. Vergeet het maar. Ook deze Islamieten streven wereldheerschappij na en wie niet meedoet moet worden gedood. En die zullen dus elke afspraak willen maken, maar zich er nooit aan houden. Het doet me ook denken aan de uitspraak van Louis van Gaal: ben ik nou zo slim of zijn die anderen nu zo dom?
Maandag 9 maart 2026. Waarom is het gymnasium de beste schoolkeus?
Plinius heb ik nu uit. En ik moet bekennen dat het me absoluut niet is tegengevallen. Ik heb altijd gedacht dat het gymnasium de beste school moet zijn, na de basisschool, voor wie het aankan, omdat Latijnse uitdrukkingen en woorden tot de dag van vandaag in tal van publicaties, boeken en gesprekken gebruikt blijven worden. Dat je dan snapt wat iemand zegt of wat je leest lijkt me een enorm voordeel. Ik heb het in elk geval gemist in mijn voorgeschiedenis. Maar na het lezen van Plinius kom ik tot de ontdekking dat het ook nog om iets heel anders gaat: het leren van normen en waarden, en die vervolgens verpakken in taal. Het Romeinse Rijk werd niet zomaar heel groot. Daar zit een wereld aan gedachten achter. Deden de Romeinen dan niets fout? Wel degelijk! Ze hielden slaven, en Plinius ook. Weliswaar waren de slaven van Plinius – anders dan bij de meeste andere slavenbezitters – niet geketend, volgens hemzelf dan, maar verder hadden ze niets in te brengen. Ook vindt hij – als Romeins senator – dat als bleek dat een persoon was gefolterd, deze onmiddellijk moest worden vrijgelaten. En zo merk je dat ze naast heel nobele gedachten ook kinderen van hun tijd en wereld waren. Ik ga nu toch ook nog Tacitus bestellen. Vanwege zijn geschiedenis, niet vanwege zijn taalvaardigheid. Godsdienstig was Plinius zeker ook niet. Ik heb slechts één keer gelezen waarin hij bad. Naar alle Romeinse goden tegelijk. Als het bijvoorbeeld al over Diana ging (de godin van de jacht) ging het eigenlijk er alleen maar over dat het jachtseizoen weer was geopend.