Hoofdstuk XIV De herontdekking van mijn verleden vanaf 1968 (2011 – 2015).

De herontdekking van mijn verleden vanaf 1968 (2011-2015)

Het lezen van de onderstaande tekst, zonder eerst kennis te nemen van de Hoofdstukken I t/m XIII, maakt het verhaal onbegrijpelijk en raad ik dus af. In de hieraan voorafgaande teksten wordt immers uitgelegd wie wie is en wat er gebeurde naar het inzicht van dat moment. Zonder die informatie wordt dit Hoofdstuk XIV voor de lezer onbegrijpelijk. Dat zou ik kunnen oplossen door alles opnieuw te vertellen, maar dan wordt dit verhaal tenminste twee keer zo lang, terwijl anderen, die wel de moeite namen om eerst de voorgaande hoofdstukken te lezen, zullen zeggen dat ik maar eindeloos blijf herhalen. Ook het – vanaf 1968 – door de tekst heen voortdurend verspringen van het toenmalig inzicht naar het veel latere inzicht maakt de tekst onleesbaar. Voor de onderstaande oplossing heb ik dus gekozen, maar dat veronderstelt wel dat de lezer eerst de Hoofdstukken I t/m XIII heeft gelezen en ter kennis heeft genomen en daarna pas het onderstaande verhaal leest.

Onderstaande tekst is de herontdekking van mijn verleden vanaf 1968 tot 2015. In feite heeft deze herontdekking geduurd van 6 maart 2011, toen ik mijn eerste herontdekking deed, tot 22 november 2015, toen ik mijn relatie met Carin van de Craats verbrak. Maar ook na die dag kreeg ik door allerlei toevalligheden nog nieuwe inzichten. Daarover onderaan deze pagina meer. Ik heb ervoor gekozen om hiervan één verhaal te maken, in plaats van dit verhaal telkens tussen andere verhalen uit dezelfde periode chronologisch door te laten lopen. Bovendien is het voortschrijden van dit inzicht niet gelijkmatig geweest. Meerdere keren moest ik mijn visie op allerlei elementen herzien, bij nieuwe ontdekkingen of bekentenissen. Het volgende verhaal komt dus het dichtst bij de waarheid, voorzover ik die heb kunnen achterhalen. Betrokkenen zwijgen over de vermelde gebeurtenissen het liefst, heb ik gemerkt. Daar kan ik inkomen, maar dat stimuleerde me juist extra om toch te pogen het verhaal logisch en compleet te maken. Als ik iemand ten onrechte zou beschuldigen, ben ik graag bereid de tekst te corrigeren, als me gemeld wordt hoe het dan wel is gebeurd. Als ik de andere zienswijze geloofwaardig vind zal ik hem in plaats van de mijne stellen. Als ik hem niet geloofwaardig vind wil ik hem er naast vermelden, als het een serieuze en inhoudelijke reactie is.

Het verhaal.

In de tweede helft van 2010 had ik het plan opgevat om alle papieren, foto’s en andere materialen, die ik een leven lang had verzameld eens te gaan ordenen tot een totaal levensoverzicht. Het jaar 2011 leek me daarvoor het ideale jaar, omdat dat immers het jaar was dat ik op 1 december met pensioen wilde gaan. Onder de verzamelde stukken bevonden zich onder andere: al mijn agenda’s vanaf december 1966; al mijn bankrekeningafschriften, vanaf 1965; vergaderverslagen van alle mogelijke groepen en clubs waarmee ik wel eens vergaderd had, vanaf 1963; schoolrapporten, logboeken van padvinderij vanaf 1957 (!); over periodes van soms enkele dagen tot een half jaar, vanaf 1968: de door mij bijgehouden dagboeken; correspondentie die ik gekregen of verstuurd had, zodra er maar een persoonlijk tintje aan zat; een berg foto’s die ik intussen wel al grotendeels gedigitaliseerd had vanaf 1951; en nog een flinke stapel allerhande stukken. Het geheel was wel een diepe gangkast vol, met nog flinke delen in de berging. Het was wel allemaal bewaard, maar met de vele verhuizingen die ik had gehad, was alles door elkaar geraakt. Dus vanaf de 1e januari 2011 nam ik bijna elke dag een willekeurig pakje of doos(je) uit die kast en dat bleken dan bijvoorbeeld de bankrekeningafschriften van 1986 te zijn. Die bladerde ik dan helemaal door en relevante verblijfplaatsen of uitgaven verzamelde ik dan op een staatje ‘1986’, in afwachting van andere stukken uit dat jaar. Daarna kwam mijn agenda van 1995 voor de dag en daarna een dagboek uit 1979, die ik op dezelfde wijze behandelde. Zo groeide langzaam maar zeker mijn levensbeschrijving.

Eenmaal begonnen met de herontdekking van mijn verleden heb ik aanvullende informatie gezocht en gevonden, door allerlei bekenden uit die periode te spreken, vaak meerdere keren, en bezoeken aan archieven en bibliotheken (vooral voor krantenverzamelingen) in het hele land. Helaas is het me nog niet gelukt om Anneke Schenk, Rijna Sauer en Ellen de Bie te spreken te krijgen. Die zou ik graag nog een keer willen spreken. Aan dit drietal zal ik wellicht nog enkele toevoegen.

Zo werkende viste ik op zondag de 6e maart 2011 mijn agenda van 1968 uit de stapel. Ook deze agenda bladerde ik rustig blaadje voor blaadje door en schreef de relevante/belangrijke zaken op een – op dat moment nog blanco – verzamelstaat over 1968. Totdat ik al bladerend in deze agenda aankwam bij het weekend van 5 op 6 oktober 1968. Toen ik de aantekeningen voor dat weekend in die agenda zag staan, leek het of mijn hart een keer oversloeg. Die bladzijde had ik na de 6e oktober 1968 blijkbaar nooit meer gezien. Dat was het weekend met de landelijke padvindersleiding van BE- en Blauwe Vogelgroepen (voor lichamelijk gehandicapte jongens en meisjes) in Vught, waar mijn afspraak voor een avondwandeling: Carin van de Craats met Anneke de Combe, niet verschenen was en ook de getrouwde Peter Jacobs met zijn hond Lizette plots was verdwenen en ik urenlang bij het toegangshek op beide vrouwen heb staan wachten. Toen had ik – hoewel ik op een haar na al 22 was – geen idee wat er aan de hand was en was alleen maar totaal gefrustreerd en verdrietig dat voor de zoveelste keer gebleken was dat (afspraken met) vrouwen niet te vertrouwen zijn. Deze keer, in 2011, toen ik opnieuw dat weekend vermeld zag staan, begreep ik meteen wel wat er toen gebeurd moest zijn. De drie waren de hele nacht samen geweest in een huisje in het bos. En aangezien het Peter gelukt was om met beide vrouwen samen het bed te delen, moest dat vanzelfsprekend voor hem zo snel mogelijk en vervolgens zo vaak mogelijk herhaald worden. Dat had ik in 1968 nog helemaal niet door, maar begreep ik in 2011 meteen. Zo bladerde ik door en zag allerhande afspraken staan die me toen alleen maar raadsels gaven, maar deze keer begreep ik wel wat er precies gebeurd moest zijn. Het was een aaneenschakeling van leugen en bedrog, die doorliep tot in maart 2011. Ik kon grote stukken van mijn levensgeschiedenis gaan herschrijven en dat gaat op deze plek dus ook gebeuren. De periode oktober 1968 – maart 2011 heb ik in de voorgaande hoofdstukken op deze website opgeschreven, zoals ik toen het gebeurde heb beleefd. In het Hoofdstuk XIV dat u nu leest volgt een herziening daarvan, zoals het – met het inzicht vanaf 2011 – werkelijk gebeurd moet zijn. Over diverse periodes vanaf 1968, waarvan ik dacht dat er iets belangrijks gebeurde, zonder dat ik het echt begreep, heb ik toen minutieus een dagboek bijgehouden. Ook van dat weekend van oktober 1968 en van wat er op volgde. Ik had blijkbaar wel de notie dat er iets speciaals gebeurde, maar ik kon absoluut niet plaatsen wat en wat het belang daarvan nou was.

Voor een deel volgt hier mijn dagboek gecombineerd met mijn herinnering en andere gegevens.
Nadat ik – na eerst urenlang wachten – de hele nacht van 5 op 6 oktober 1968 te Vught wakker had gelegen en had liggen huilen, terwijl het voor de getrouwde hopman Peter Jacobs, wiens vrouw Ellen de Bie niet mee was, bedoelde bed op de herenslaapzaal naast mij de hele nacht leeg was gebleven, ben ik vroeg opgestaan. Verder blijven liggen had geen enkele zin meer. Ruim voor half acht, de start van het ontbijt, was ik al in de ontbijtzaal en ik was daar de allereerste ontbijtganger, na de voortrekkers van de plaatselijke stam, die nog bezig waren de zaal in te richten voor het ontbijt. Maar de allereerste was ik toch niet. In het midden van de zaal, vlakbij een dikke zuil, stonden de drie die we de hele avond (en nacht) tevoren hadden gemist met elkaar te praten: de getrouwde en 26-jarige Peter Jacobs, met zijn hond Lizette, de 18-jarige vrijgezelle Carin van de Craats, mijn vriendin, en de eveneens vrijgezelle 17-jarige Anneke de Combe. Waarom gingen ze niet zitten, zo vroeg ik me die keer af? Nu begrijp ik pas dat hun probleem was dat ze niet konden beslissen hoe dan. Als ze met zijn drieën naast elkaar met Peter in het midden aan onze tafel hadden plaatsgenomen, dan was dat tafereeltje iedereen bij binnenkomst meteen opgevallen. Blijkbaar waren ze die nacht dan gedrieën weggeweest. Die indruk mocht uiteraard vooral niet gewekt worden. Maar de beide ‘dames’ naast elkaar en Peter aan het andere eind van de tafel had ook al een erg vreemde indruk gemaakt. Hadden ze ruzie? Ik gunde ze geen woord en geen blik waardig en ben zelf wel aan tafel gaan zitten, want ik had immers niets te verbergen. Geleidelijk kwamen er meer leden van onze groep aan tafel en uiteindelijk zaten de beide ‘dames’ naast elkaar aan de ene kant van de tafel en Peter Jacobs helemaal aan het andere einde, naast mij. Niemand mocht denken dat de drie iets met elkaar hadden of hadden gehad.
Vlak na het begin van het ontbijt ging een plaatselijke voortrekker op een sinaasappelkistje midden in de zaal staan en vroeg stilte en de aandacht. Ze hadden ‘in ons boshuisje’ een hondenriem gevonden. Is deze soms van een van de deelnemers? En hij hield de riem omhoog. Peter wierp een blik op de riem en stelde vast dat de riem van hem was. Hij kreeg hem dus ook. Aha. Dus Peter was die nacht in een huisje van de groep in het bos geweest. Ik had geen idee waar dat huisje dan zou kunnen zijn en dat Carin en Anneke daar dan tegelijk ook waren geweest is toen totaal niet bij mij of iemand anders opgekomen. De rest van het weekend en de terugweg naar huis heb ik geen woord met de beide ‘dames’ gewisseld. Ik deed toen precies hetzelfde wat ik had gedaan toen Ronnie de Wit en Anita Zwart mij in 1963 hadden bedrogen en hun afspraak met mij niet waren nagekomen.

We gingen na afloop van het weekend eerst met het gehuurde busje en de auto van de Kerners terug naar het Van Pallandthuis aan de Brusselselaan 15 in Scheveningen. Na aankomst bracht Peter Jacobs, zoals toen te doen gebruikelijk was, de mensen zonder eigen vervoer met het gehuurde busje naar huis. Ik weet nog goed dat ik erg gerustgesteld was toen Peter de mensen in de volgende volgorde naar huis bracht, te beginnen met degene die het dichtste bij het Van Pallandthuis woonde: Carin op de Kwekerijweg, vervolgens Anneke in de Blois van Treslongstraat en daarna mij op de Groot Hertoginnelaan en daarna de mensen die nog verder weg woonden, zoals Joop Tijssen en mogelijk ook nog Anneke Schenk. Anderen gingen op eigen gelegenheid. Die volgorde van thuisbrengen zou later veranderen, met juist Anneke en Carin als laatsten, maar na dit weekend werden zij dus als eersten naar huis gebracht. De reden was uiteraard, zo begreep ik nu, dat niemand, vooral ook ik niet, mocht denken dat er iets tussen Anneke, Carin en Peter gaande was. En die truc werkte toen bij iedereen en ook bij mij. Dat was dus in elk geval het probleem niet, stelde ik toen (in 1968) vast.

Die avond, zondag 6 oktober 1968, was ik alleen op mijn kamer op de Groot Hertoginnelaan. Mijn vriend Gerard Laanen, die wel voortrekker, maar geen leider bij de groep was en dus ook niet naar Vught was meegegaan, belde me. Toch handig dat ik al een eigen telefoon had. Wij kletsten wat bij en maakten een afspraak voor komende vrijdagavond 11 oktober bij Gerard, om platen te draaien en whisky te drinken. Ik had gehoopt dat Carin me wel zou bellen, om even uit te leggen waarom het de voorgaande avond zo verkeerd was gelopen en voor een volgende afspraak met elkaar. Zij had immers iets uit te leggen en ik niet. Maar dat gebeurde niet. De telefoon bleef verder die hele zondagavond stil. Na de volgende slapeloze nacht ben ik de volgende morgen gewoon aan het werk bij de SDUB (Staatsdrukkerij en -uitgeverijbedrijf) gegaan. Mogelijk zou Carin dan maandagavond wel bellen, zo hoopte ik. Maar hoewel ik ook deze avond de hele avond thuis was, gebeurde dat wederom niet. Er kwam weer een slapeloze nacht met te veel alcohol op voor mij, en ik ging dinsdag 8 oktober weer naar het werk. Voor de avond van dinsdag 8 oktober 1968 had de leiding van de groep afgesproken in het Van Pallandthuis, ter voorbereiding van de komende bazaar. Alle leiding was aanwezig, behalve uiteraard Peter Jacobs, want er moest gewerkt worden en aan werken had Peter een bloedhekel, dus dan was hij verhinderd. Ik moest ook zelf overwerken tot 20.00 uur, dus ik was er ook pas tegen negen uur. Bij binnenkomst sprak Carin me aan: geen verontschuldiging maar wel met de vraag of ik haar komende vrijdagavond 11 oktober van de Grote Kerk in Den Haag, waar zij plaatopname had voor een langspeelplaat van het pionierskoor Pivana, waarvan ze lid was, naar huis wilde brengen. Ze mocht van haar ouders niet alleen van de Haagse binnenstad naar huis. Helaas was ik verhinderd, want ik had immers al met Gerard afgesproken, zoals hierboven staat, en ik kom mijn afspraken altijd na. Wel bood ik haar aan om haar thuis te brengen na afloop van de verjaardag van akela Kerner, de zaterdagavond daarna, 12 oktober, waarop we beiden zouden zijn. Daarop reageerde ze boos. Nee, haar vraag ging over vrijdagavond en in haar thuis komen zaterdagavond was al voorzien, dus dat hoefde niet. Hopman Peter Jacobs belde deze dinsdagavond het Van Pallandthuis wel op, nadat ik was gearriveerd, met de vraag of het geen goed idee zou zijn om weer eens een weekend met de verkenners te houden. Ik was meteen enthousiast. Of ik dan maar uiterlijk de volgende dag alle verkenners wilde bellen met de vraag of zij ook konden in het weekend van 19 op 20 oktober 1968. Dat zou ik dus gaan doen en heb ik ook gedaan en een etmaal later kon ik hem melden dat het weekend kon doorgaan. Woensdagavond belde Carin me nog wel thuis op, ze had dus mijn nummer, en ook donderdagavond belde ze nogmaals of ik toch niet bereid was om haar vrijdagavond thuis te brengen. Met Gerard kon ik toch ook wel een andere afspraak maken? Beide keren weigerde ik. Koos komt zijn afspraken na. Dat wilde ik haar natuurlijk ook even inpeperen. Die vrijdagavond ben ik dus inderdaad naar Gerard gegaan en heb ik Carin niet thuisgebracht.

Ik had totaal niet door wat er zich achter mijn rug om afspeelde. Met de kennis van nu weet ik dat het thuisbrengen van vrijdag als enig doel had dat de relatie van mij met Carin voorlopig nog even moest aanblijven. Als ze het direct na het weekend met mij had uitgemaakt zou iedereen, inclusief ikzelf, zich hebben afgevraagd of dat iets te maken kon hebben met iets dat in het weekend in Vught gebeurd was. En die relatie mocht niemand leggen. Daarom duurde het uitmaken nog even, totdat niemand meer het verband met Vught zou zien. Het plotselinge verkennersweekend had, met de kennis van nu ook alleen maar het doel een volgende nacht met het trio te organiseren. Maar waarom vroeg Carin me nou op die dinsdagavond, dezelfde avond dat Peter me vroeg een verkennersweekend te organiseren? Waarom gebeurde één van beide of allebei niet tijdens het weekend of op zondag- of op maandagavond? Gecombineerd met het huidige inzicht dat het trio eerst zo snel mogelijk en daarna zo vaak mogelijk van Peter moest worden herhaald, kun je geen andere conclusie trekken dan dat het trio ook op maandagavond met elkaar had afgesproken en daar de plannen heeft gesmeed, onder andere dat Carin het nog niet met me moest uitmaken, maar ik haar een keer – als vertrouwenwekkende maatregel – moest thuisbrengen en dat er een verkennersweekend zou komen, zodat het trio opnieuw een hele nacht zou hebben, maar dan een stuk comfortabeler dan op een stenen vloer, zoals het in het ‘boshuisje’ geweest was. Ze waren dus die maandagavond bij elkaar, maar het werd blijkbaar te laat, zowel voor Carin als voor Peter, om mij diezelfde maandagavond nog te bellen. Noch de ouders van Carin, noch Peters’ vrouw Ellen zouden begrepen hebben of zelfs maar hebben goed gevonden, als Carin, respectievelijk Peter me nog om elf uur in de avond zou bellen. Ze hadden dus maandagavond een afspraak waar het laat is geworden. Te laat om mij nog te kunnen bellen. En dus spraken ze me allebei dinsdagavond pas aan. Deze week was vakantieweek op de scholen, dus het was voor hun ouders niet zo raar dat Carin en Anneke samen naar de bioscoop wilden. Ik wist al dat de enige bioscoop waar ze zonder begeleiding naartoe mochten Metropole was, toen op de hoek van de Groot Hertoginnelaan en de Laan van Meerdervoort gelegen. Daar draaide die avond Sisi, de Weense keizerin, een prima film voor twee meiden van die leeftijd. In werkelijkheid zijn ze daar volgens mij nooit geweest, maar in plaats daarvan met Peter op een voor mij nog onbekende plek. Waar die plek was, ontdekte ik later pas.
Zaterdagavond 12 oktober 1968 waren we inderdaad op de verjaardag van akela Kerner in de Jongeneelstraat en heb ik Carin inderdaad niet thuis mogen brengen. Daar was al in voorzien. Nu kan de lezer dus makkelijk raden op welke wijze. Maar de anderen en ik hadden nog totaal niets door. Die avond goot het met bakken uit de hemel.

Het volgende weekend was er dus inderdaad het verkennersweekend. In het van Pallandthuis, want Peter wilde niet kamperen op Raaphorst, wat we onder hopman Kerner, die zelf een zwaar gehandicapte rolstoeler was, altijd wel deden. Bij binnenkomst kon niemand er omheen dat de verkenners weekend hadden (19 op 20 oktober). Overal lag bagage en de keuken lag vol met etenswaar. Binnen vijf minuten na afloop van de andere bijeenkomsten, om half vijf, liepen Carin en Anneke, al omgekleed in civiel al proestend en lachend, zonder iemand te groeten, de deur van het Van Pallandthuis uit, terwijl de leiding altijd nog een tijdje nableef. Waar ze zo snel naartoe moesten hebben ze tegen niemand verteld, hetgeen ook al erg ongebruikelijk was. Oubaas Kerner kreeg er genoeg van. Op de eerste de beste volgende bijeenkomst heeft hij van iedereen geëist dat je groet als je aankomt en ook weer groet als je vertrekt. Het was nu voor de tweede keer geweest dat beide ‘dames’ wegliepen zonder iemand iets te zeggen of te groeten. Blijkbaar hadden ze dat niet van hun ouders meegekregen. Toen die avond van het ingelaste troepweekend de jongens op bed lagen, om een uur of tien, vertelde Peter me dat hij zich niet lekker voelde en dat hij thuis ging slapen. Ik had daar geen probleem mee. De lezer hoeft opnieuw niet drie keer te raden, wat er die nacht gebeurde en met wie hij samen was. Hij zou er de volgende morgen wel weer zijn. En inderdaad verscheen Peter in de loop van de volgende morgen weer.

Na weken puzzelen en reconstrueren wat er in die periode nou werkelijk is gebeurd, anders dan ik toen dacht dat er aan de hand was, ben ik nog in maart 2011 naar Carin – sedert januari 1995 opnieuw mijn vriendin, dacht ik – getogen en heb daar mijn ontdekkingen over het verleden aan haar gemeld. Carin kon zich het weekend van 5 op 6 oktober 1968 te Vught niet herinneren. En ook niet wat erop is gevolgd. Dat nu leek me extreem onwaarschijnlijk, of zeg maar liever: onmogelijk. Zoveel trio’s hebben verreweg de meeste mensen niet gehad, en die je hebt meegemaakt weet je je echt nog wel te herinneren. Het duurde enige maanden en meerdere gesprekken, voordat Carin toegaf dat het inderdaad zo gegaan is, zoals ik had verondersteld. Ze kon me zelfs details geven, van zaken waar ik niet bij was geweest en die ik dus ook niet kon weten. Zo vertelde ze dat het trio op 5 oktober 1968, direct na het weglopen van het gezelschap, eerst naar het dorp Vught was gelopen om wat drinken voor de nacht in te slaan. Later vertelde ze nog meer details van zaken die ik niet kon weten en zij wel. Maar heel veel bleef voor mij, ondanks veel en vaak doorvragen, compleet duister.

Na weken en maanden in 2011 en later vrijwel dagelijks staren op die agenda’s, dagboeken en allerlei andere informatiebronnen, het bezoek aan een rij plaatselijke bibliotheken en archieven door het hele land en gesprekken met meerdere mensen die het hadden meegemaakt, en het voortdurend afpeigeren van mijn geheugen, begon ik een patroon te ontdekken. In die tijd viel het mij al op dat perioden van vaak wel maanden, waarbij de verkenners erg actief waren, ook doordeweeks, soms wel drie avonden per week, werden afgewisseld met perioden, ook vaak maandenlang, waarin helemaal niets met de verkenners gebeurde, behalve dan de zaterdagse opkomsten. Op doordeweekse avondafspraken verscheen Peter Jacobs heel vaak helemaal niet of veel te laat. Hij liet heel vaak de overige leiding en soms zelfs de jongens compleet in de steek. En langzaam drong deze keer tot me door dat de troep actief was in perioden dat Peter een buitenechtelijke relatie had. Als zo’n relatie tijdelijk niet meer bestond viel de troep terug in totale inactiviteit. Zo viel me op dat inderdaad vanaf die 5e oktober 1968 ik wel drie avonden per week een afspraak met Peter had, maar gedurende precies de hele maand december 1968 geen enkele afspraak en de vele afspraken weer begonnen op precies 1 januari 1969 en opnieuw stopten op 1 maart 1969. Ik besprak deze merkwaardige gang van zaken met Carin. Wat was er nou in december 1968 gebeurd? Was Peter bijvoorbeeld een maand lang in het buitenland of zo? En ineens werd Carin mededeelzaam. Ze wist het weer. De hele maand december 1968 lag Ellen de Bie, Peters’ vrouw, in het ziekenhuis met een of andere huidziekte. Die maand had Peter dus geen afspraken voor padvinderij nodig, want hij kon gewoon elke avond en nacht zijn gang gaan. Blijkbaar kwam Ellen mogelijk zelfs pas op oudejaarsdag 1968 weer thuis, want in de avond van de 1e januari 1969 was er weer een padvinderijafspraak. Dat was extreem ongebruikelijk op zo’n dag en dat is daarvoor en daarna ook nooit meer voorgekomen. Die afspraken van wel drie keer per week stopten opnieuw op of kort voor 1 maart 1969 tot zeker het eind van het jaar 1969. Op 1 maart 1969 was de trioperiode blijkbaar voorbij. Anneke de Combe was haar latere echtgenoot Cees Kuipers tegengekomen en met hem een relatie begonnen, want enige maanden later kreeg ook de groep van Anneke een verlovingsbericht en nog later het huwelijkskaartje. Volgens Carin raakte zij ongeveer tegelijkertijd dat Anneke Cees had ontmoet, bevriend met ene Jaap de Bruijne. Dat was een Duinwolf, een stamgenoot (voortrekker) van Paul Oomen en Wilbert Nieuwstraten, die ik ook wel gekend heb. Ik geloofde wel dat Carin en Jaap een relatie hebben gehad, maar die was volgens mij pas jaren later, in 1974. Omdat de neef van Peter en Paul Jacobs, ene Rob Rapmund, ineens vanaf begin 1969 regelmatig op de groep opdook, en deze Rob samen met Carin kookstaf werd van het welpenzomerkamp van 1969, ben ik van iets anders overtuigd geraakt. Anneke kwam haar Cees tegen en haakte af van het trio. Dat vond Peter sneu voor zichzelf, maar ook voor Carin. Maar Peter had nog wel een leuke vrijgezelle neef, Rob Rapmund. Nu weet ik ook waarom Rob zijn neef Peter altijd beschouwde als zijn broer: Peter Jacobs schoof aan zijn neef Rob Rapmund zijn afgedankte vriendinnen af. Peter zou zichzelf wel redden. Hoe kwam het dat padvindstersleidster Carin en buitenstaander Rob Rapmund de zomer van 1969 ineens meegingen met het welpenkamp? Dat was nooit eerder gebeurd of nodig geweest, want er was altijd voldoende jonge leiders- en leidstersaanwas. Vanaf maart 1969 verdwenen er echter steeds meer jonge leidsters van de groep. Het was iedereen een raadsel waarom ineens het verloop van jonge vrouwelijke leiding zo groot was. De conclusie moet zijn dat Peter inderdaad vanaf 1 maart 1969 heeft getracht zichzelf te redden. Het was namelijk heel makkelijk voor hem geweest om twee jonge leidsters in zijn bed te krijgen, zelfs tegelijk, en dat zou hij gewoon weer proberen. Er liep nog genoeg jong vrouwelijk volk rond in het van Pallandthuis, waarmee hij het kon proberen. Dat heeft dus tot gevolg gehad dat zoveel jonge leidsters van de groep verdwenen, terwijl tegelijk het Peter niet meer lukte om opnieuw een jonge leidster te verschalken, gegeven het feit dat vanaf 1 maart 1969 de troep weer geruime tijd compleet inactief bleef. Als Peter weer een nieuwe buitenechtelijke relatie had gekregen, was immers ook de troep op doordeweekse avonden weer ‘actief’ geworden. De relatie tussen Carin en Rob Rapmund bleef een klein jaar in stand. Vanaf begin 1970 werd de troep weer actief, met weekends en meerdere avonden per week, dus Peter had weer een buitenechtelijke relatie, en opnieuw met Carin. Carin stelde op een avond in 2011 nog met mij, dat zij wel zeker wist dat er al een relatie tussen Anneke de Combe en Peter was, voordat zij zich daarbij vanaf 5 oktober 1968 aansloot. Dat moet dan toch ook uit jouw agenda blijken, aldus Carin? Ja dat moet ook, alleen had ik nog niet vóór 5 oktober 1968 gekeken, maar alleen naar wat er op 5 oktober 1968 gebeurde en naar wat erop volgde. Dat kon ik meteen even alsnog doen. En inderdaad was de troep al actief vanaf half april 1968, met gemiddeld twee avonden per week. Dat moet dan de relatie, ook volgens Carin dan, met Anneke geweest zijn. Die was dus medio april 1968 al begonnen, toen Anneke dus nog maar 16 was. De meerderjarigheidsgrens lag toen in 1968 en ook nog tot 1986 op 21 jaar.

De volgende gebeurtenissen mogen niet onvermeld blijven. Peter Jacobs was begin zestiger jaren overgegaan tot het Mormoonse geloof en heeft vervolgens daarna diverse van zijn familieleden bekeerd, zoals zijn moeder, zijn neef Rob Rapmund en zijn zus Margaret. Bij de Mormoonse kerk heeft hij vervolgens ook nog een padvindersgroep opgericht voor kinderen van de Mormoonse ouders. De groep heeft hij de naam John Taylorgroep gegeven. John Taylor was blijkbaar, zo begreep ik toen, een vooraanstaande Mormoon geweest, maar ik heb toen niet gevraagd of uitgezocht wat dat dan voor man was geweest.  Ook in 2011 ben ik eens gaan duiken in de vraag wie nou toch de Mormoon John Taylor is geweest. Ik ontdekte dat het moet gegaan zijn om een oude leider van de Mormoonse kerk, in die kerk ook wel president of profeet genoemd, uit het begin van de negentiende eeuw. Het bijzondere was dan wel dat ik ontdekte dat John Taylor de laatste profeet/president van de Mormonen was die een aanhanger was van de veelwijverij die de Mormonen gekend hebben. John Taylor was zelf met een hele rij vrouwen tegelijk getrouwd. De V.S. verboden de veelwijverij en zijn laatste jaren was John Taylor ook op de vlucht voor de Amerikaanse overheid. Zijn opvolger heeft bij de Mormonen vervolgens meteen de veelwijverij afgeschaft. Een bepaalde verdienste van John Taylor, waardoor zijn naam voor een padvindersgroep werd gebruikt heb ik niet kunnen vinden. Hij was uiteraard nooit padvinder geweest, want die beweging bestond nog niet in zijn tijd. Hij heeft ook geen speciale verdienste met jeugd gehad en evenmin kon ik iets vinden in zijn leven dat te maken had met buitenleven of wat dan ook dat met padvinderij te maken kon hebben. Hij had ook al geen enkele band met Nederland gehad en is er bij mijn weten ook nooit geweest. Zijn enige verdienste was dat hij de laatste Mormoonse profeet was die voorstander was van veelwijverij en het ook zelf praktiseerde. Wie haalt het nu in zijn hoofd om een padvindersgroep te noemen naar een persoon die als enige verdienste had dat hij de veelwijverij beoefende? De lezer kan zelf oordelen en het desgewenst opzoeken. Als u iets anders vindt waarom John Taylors naam gebruikt kan zijn voor een Mormoonse padvindersgroep, wil ik het graag weten.

Een andere vraag die ik voor Carin had, was waar de plaats delict toch is geweest. In een zoveelste gesprek met Carin vroeg ik haar dit, met de toevoeging: het is toch niet in het Van Pallandthuis geweest? Nu zat Carin op dat moment en nog steeds (2023) in het bestuur van het van Pallandthuis en ze verzorgde ook nog steeds een deel van het vervoer van de kinderen. Ze kon dit onmogelijk in het onzekere laten, want voor je het weet zou dan blijken of het gerucht ontstaan dat ze zelf het Van Pallandthuis had misbruikt voor een doel waarvoor het niet was gebouwd. Dus ze meende dat – begrijpelijkerwijs – meteen maar uit de wereld te moeten helpen en zei overduidelijk en luid: nee, het is nooit in het Van Pallandthuis gebeurd. Nooit. O.K. Dat is dan duidelijk, maar waar dan wel? Koos: “Het gebeurde toch niet in het echtelijk bed van Peter en Ellen, in de Daniël Catterwijckstraat in Rijswijk? Carin: Nee, daar is het ook nooit gebeurd. Koos weer: Het lijkt me toch ook sterk dat Peter voor elke afspraak ergens een kamer had of huurde. Carin: nee er is ook nooit een kamer voor afgehuurd. Waar gebeurde het dan wel? Carin: gewoon in de open lucht of in de auto. Het leek me extreem onwaarschijnlijk dat de zeer gemakzuchtige Peter Jacobs daar niets beters op had weten te verzinnen. Die ging vast niet in de stromende regen of bij vrieskou of storm ergens in de open lucht de liefde bedrijven. En ineens wist ik het. Peter was in april 1964 getrouwd. Hij had ongetwijfeld nog zijn oude kamer bij zijn moeder op de Karel Doormanlaan 111 in Rijswijk. Dáár is het dus steeds gebeurd. Koos aan Carin: klopt dat? En Carin zweeg ineens en gaf hierover ook later verder geen reactie meer. Ik wist genoeg. Dat betekende dus tevens dat moeder Jacobs, die altijd zo’n lief, onschuldig en aardig oud vrouwtje leek, en in 2004 overleed, in werkelijkheid medeplichtige was van Peters’ wandaden en medeplichtige was aan Peters’ (en waarschijnlijk ook aan Pauls’) wandaden. Die appels waren dus niet ver van de boom gevallen.

In het vroege voorjaar van 1970 begon het gedoe met niet nagekomen afspraken voor padvinderij met Peter opnieuw, toen het contact tussen hem en Carin hersteld was. Rob had ongetwijfeld aan Peter gemeld dat het uit was met Carin en dat was voor Peter de kans om opnieuw de relatie met haar voort te zetten, aangezien hij nog steeds geen nieuwe vriendin – naast zijn vrouw Ellen – had kunnen vinden. Ook alle jonge vrouwelijke leiding van de groep heeft blijkbaar een contact met Peter Jacobs geweigerd, maar wilden daarna wel van de groep af. Carin kon en/of wilde daar blijkbaar niet aan ontsnappen. Weer kwamen er vele afspraken met en over de verkenners en weer verscheen Peter meestal niet, altijd weer zonder bericht van verhindering. Deze keer had de nieuwe overige leiding, Paul Oomen, Wilbert Nieuwstraten en ik er schoon genoeg van. Het zomerkamp was in 1970 in Ootmarsum. Een van de nog niet opgeloste vragen die ik nog had en heb was, hoe Peter nou omging met de zomerkampen. Dan was hij immers zeven complete nachten verlost van zijn vrouw Ellen, en daar zou hij dan geen enkel gebruik van hebben gemaakt? Het lijkt me uitgesloten. En later realiseerde ik me dat Peter de enige was die eigen vervoer had in het kamp en dus de boodschappen deed, waarvoor hij steeds vele uren wegbleef. In 1970 had hij Carin weer als buitenechtelijke vriendin, en van het kamp van 1970 heb ik nog foto’s van het bezoek van Peters’ tweelingbroer Paul met diens vrouw Margriet. Als Carin met Paul en Margriet, met wie ze altijd dik bevriend was, was meegelift, dan had ze vast haar gezicht niet in het verkennerskamp laten zien. Dan lag ze in de buurt ergens op Peter te wachten. Toch staat me niet bij dat Peter in de kampen ’s nachts wel eens weg was. Wel deed hij vaak en zelfs altijd elke dag de boodschappen, als enige autobezitter, en bleef dan steeds heel erg lang weg. Vele uren lang per keer. Tenminste een dagdeel. In de zomer van 1969 had hij geen buitenechtelijke vriendin, maar in de zomer van 1968 nog wel: Anneke de Combe. Ook van het zomerkamp van 1968 heb ik geen dagboek bijgehouden. Als we nog even verder teruggaan in de tijd dan had hij ook in de zomer van 1967 geen vriendin, want bijna het hele jaar 1967 lag padvinderij doordeweeks helemaal stil en waren er ook geen weekends. De oudste drukke padvindersperiode die ik in mijn agenda’s heb genoteerd is van december 1966 tot in februari 1967. Toen had hij blijkbaar ook een buitenechtelijke vriendin en ik heb zelfs een idee wie dat is geweest. Of zijn geweest, want ik heb voor deze periode twee kandidates, beiden van padvinderij. In december 1966 begon mijn oudste agenda, dus van daarvóór heb ik hier geen steun aan.

Wel heb ik nog van december 1963 tot en met januari 1965 een complete verzameling van alle troepraadverslagen. Het was de tijd dat Kerner nog hopman was en Peter assistent-verkennersleider: vaandrig. Ik was nog verkenner. Van die troepraden, waar ook alle PL’s en APL’s aan meededen, was ik de secretaris en Reinier Kerner voorzitter. In mijn laatste paar maanden als verkenner werd ik de voorzitter en Rob van den Burgh de secretaris. Kerner – wie anders – had mij geleerd hoe je een vergaderverslag schrijft: eerst de naam van de vergadering, dan datum, tijd en plaats noemen. Vervolgens een opsomming van wie er aanwezig waren, daarna de mensen die verhinderd waren en daarvan een bericht van verhindering hadden gestuurd en tenslotte de deelnemers die er wel hoorden te zijn en eveneens verhinderd waren, maar zonder een bericht van verhindering te hebben gestuurd. Peter Jacobs trouwde op 22 april 1964 met Ellen de Bie. Op alle troepraden tot deze huwelijksdatum was Peter Jacobs gewoon aanwezig. Op de eerste vergadering daarna, in mei 1964, was hij afwezig, mét bericht van verhindering. Op alle volgende vergaderingen tot en met januari 1965 was hij afwezig zónder bericht van verhindering. Het gedoe met Peter Jacobs dat hij er voortdurend niet was, zonder dat hij een bericht van verhindering had gestuurd, als hij een buitenechtelijke relatie had, begon dus al vrijwel meteen nadat hij met Ellen was getrouwd. Dus ik houd het erop dat hij al heel snel na dit huwelijk een buitenechtelijke vriendin moet hebben gehad, zeker tot en met januari 1965. Dan komt er een gat in mijn informatie, maar in december 1966 had hij nog steeds of opnieuw deze of een andere vriendin.

Dan heeft u nog tegoed waarom Peter geen hikes en droppings wilde, zoals in het oorspronkelijke verslag al stond en wat ik toen niet begreep. Daar kwam nog bij dat hij ook niet met de troep met het zomerkamp naar het buitenland wilde. Bij een hike of een dropping is het namelijk onvermijdelijk dat de verantwoordelijk leider, de hopman, persoonlijk aanwezig is. Ook gedurende de hele opvolgende nacht. De jongens konden immers op zo’n trektocht door voor hen onbekend terrein makkelijk verdwalen. Dan moest de hopman, die ook nog eens de enige was met eigen vervoer, present zijn. Zelfs Peter wilde niet meemaken dat die gasten door de politie thuis moesten worden gebracht en de hopman intussen afwezig was. Hij zat niet op padvinderij om het Spel van Verkennen te spelen. Hij zat wel en zelfs alleen maar op padvinderij om jonge leidsters te kunnen versieren en in zijn bed te krijgen. Dat ging niet samen met zijn persoonlijke aanwezigheid bij een padvindersactiviteit, zeker niet ’s avonds en ’s nachts. Dus dat gebeurde dan ook niet. Hetzelfde geldt voor een buitenlands kamp. Dan was hij zelfs tien nachten zonder zijn echtgenote en dan kon hij die nachten helemaal niet voor zijn buitenechtelijke uitspattingen gebruiken. Dus een buitenlands kamp was voor Peter Jacobs ook nooit aan de orde.

Direct na het zomerkamp van 1970 zijn de drie andere verkennersleiders er dus werk van gaan maken, dat Peter Jacobs van de groep moest verdwijnen. En ergens in oktober 1970 is dat inderdaad gebeurd in een proces met Kerner, dat met diverse afspraken enige maanden heeft geduurd. In september of oktober 1970 nog maakte Carin het weer goed met mij en kregen we weer een relatie. Achteraf bezien, maar dat had ik toen nog steeds totaal niet door, wat was ik toch naïef, was de enige functie daarvan, dat Carin mij kon uithoren over wat er intussen over Peter binnen de groep werd gezegd, hetgeen ze dan netjes kon overbrieven aan Peter. Na zijn vertrek hebben we het alleen binnen de groep gewoon nooit meer over Peter gehad. Hij had voor ons geen enkele verdienste of betekenis gehad en we waren blij van hem verlost te zijn. Dus toen Peter bij de nieuwjaarsbijeenkomst van 1971 zijn afscheid had gekregen, kon Carin het half februari 1971 (ook weer: niet meteen, maar eerst een paar weken wachten) weer in zijn opdracht met me uitmaken, hetgeen ze ook braaf heeft gedaan. Dat Koos, Wilbert en Paul de mensen waren die Peter van een geweldige reeks alibimogelijkheden voor zijn vrouw Ellen hadden beroofd, en daarmee mogelijkheden tot vreemdgaan, daar moesten ze later voor betalen.

Daarna ben ik met Carin, op haar initiatief, nog tweemaal een relatie begonnen, die Carin ook weer twee keer beëindigd heeft, zoals bij haar gebruikelijk zonder opgaaf van een reden. Alles gebeurde in opdracht van Peter Jacobs, moet ik nu aannemen. De laatste keer dat ik in deze periode met Carin een afspraak had was in februari 1975. Zie aldaar voor de details zoals ik ze toen beleefde. Toen zou ze zelf het initiatief nemen voor een volgende afspraak, maar dat heeft ze niet meer gedaan. Voor mij hoefde het ook niet meer, want ik had intussen ontdekt dat niet alle vrouwen zo slecht waren, als ik tot dan toe had geloofd en had ik juist vele afspraken met meerdere vrouwen of – bij perioden – een vaste relatie met een enkele vrouw. Ik had Carin niet meer nodig.

Het volgende raadsel heb ik o.a. nog niet opgelost. Na januari 1971, het afscheid van Peter Jacobs van de toen nog Van Laergroep, heb ik Peter jarenlang niet meer gezien of een ander contact mee gehad. Pas in begin 1995, bij de ernstige ziekte van Reinier Kerner, heb ik Peter weer opnieuw gezien. Kort daarna richtte Peter de Antilopenclub op. In de vele gesprekken met Carin vanaf maart 2011, wat er toch in al die jaren, allemaal achter mijn rug om was gebeurd, liet ze bijna terloops vallen dat Peter begin 1975 in een flat op de van Vredenburchweg in Rijswijk woonde. Zij dacht zelfs nog dat dat nog samen met Ellen was, maar Peter zelf vertelde mij in 2011 dat zijn relatie met Ellen in 1974 eindigde. Aangezien bij Carin nog een kerst- een nieuwjaarskaartje met poststempel van 21 december 1974 van Peter en Ellen samen lag, betekende dat dat de relatie tussen Peter en Ellen ergens tussen 21 december en 31 december 1974 geëindigd moet zijn. Ik heb nooit de verhuizing van Peter en zijn vrouw Ellen van de Daniel Catterwijckstraat naar de van Vredenburchweg (ergens tussen begin 1971 en eind 1974) meegemaakt en daar ook nooit bericht van gekregen. Dat was heel vanzelfsprekend uiteraard, omdat Peter en ik in die jaren geen enkel contact met elkaar onderhielden. Carin en Peter wel, vrijwel onafgebroken zelfs, weet ik sinds 2011. Wie schetst echter mijn verbazing dat ik in 2017 wel ineens een verhuiskaartje van Peter tussen mijn spullen aantrof, ter gelegenheid van zijn verhuizing naar de Vlaanderenlaan in Nunspeet, daterend van juni 1976. Er staat niet bij waarvandaan hij verhuisde, maar dat zal dan de van Vredenburchweg geweest moeten zijn. Het poststempel is van (maandag) 21 juni en de verhuisdatum staat op (donderdag) 24 juni 1976, dus dat is blijkbaar op heel korte termijn geregeld geweest.



Hierboven de voorkant en de achterkant van het betreffende kaartje. De grote vraag is natuurlijk waarom ik dit kaartje kreeg. Bij Peter gebeurde tegenover mij nooit iets zonder dubbele reden en mét dubbele moraal, maar welk nut voor hem dit kaartje nu kon hebben (gehad) is mij nog een raadsel. Ik ben in elk geval nooit bij hem op de Vlaanderenlaan 20 in Nunspeet geweest en ik heb het telefoonnummer daar ook nooit gebeld. Een andere vraag is nog hoe Peter Jacobs aan mijn adres kwam. Ik woonde vanaf 7 juni 1972 op dit adres in Maassluis, terwijl wij elkaar vanaf januari 1971 niet meer hadden gezien of gesproken. De enige van de Wegelaergroep die na januari 1971 nog contacten met Peter Jacobs onderhield was Carin van de Craats. Bovendien hadden zowel Peter als Carin nog steeds de illusie dat ik in 1976 nog net zo onnozel was als in oktober 1968. Dat was sinds mei 1974 echter niet meer compleet het geval. Er is ongetwijfeld door dit stel opnieuw getracht mij weer voor een of andere karretje van Peter te spannen, maar dat is dan niet meer gelukt. Ik was intussen wijzer geworden, al wist ik nog lang niet alles. Ook van na dit kaartje kan ik me gedurende vele jaren geen enkel contact meer met hem herinneren. Van zijn verhuizing naar de Kempenlaan 24 te Nunspeet, in 1984, wellicht na een tussenstap, heb ik ook geen kaartje gekregen. Peter kon blijkbaar niet meer verzinnen welk nut ik nog voor hem daarmee kon hebben en ik trapte er ook niet meer in. In oktober 2018 trof ik op het Facebookaccount van Peter Jacobs aan dat hij met Marja Rotmans getrouwd is op 13 februari 1977. Hoewel Peter bij de scheiding van Ellen (dec 74) en tot zijn huwelijk met Marja (feb 1977) tegelijk ook een relatie had met de eveneens vrijgezelle Carin, heeft hij blijkbaar de voorkeur gegeven aan een huwelijk met Marja met tegelijk een buitenechtelijke relatie met Carin dan andersom. En daarmee heeft Carin ook blijkbaar ingestemd.

Na februari 1975 volgde voor het overige een periode van ongeveer twintig jaar, dat ieder, zowel Carin als ik, de eigen gang ging. Ik trouwde, kreeg kinderen en raakte ook weer gescheiden. Carin kreeg ook een relatie met een zekere Jan en die verloor ze ook weer door zijn overlijden.
In januari 1995 kregen Carin en ik opnieuw contact, voor het eerst weer in bijna twintig jaar, als gevolg van de ernstige ziekte waaraan de oude Kerner was gaan lijden. Men zie in 1995 wat dat allemaal behelsde. Maar wat ik opnieuw of liever nog steeds niet doorhad was dat Carin tegelijk met mij wederom of zelfs volgens mij nog steeds een onafgebroken relatie had met Peter Jacobs, die inmiddels in december 1974 van Ellen de Bie feitelijk was gescheiden, nog niet formeel,  en op 13 februari 1977 opnieuw was getrouwd met Marja Rotmans. Ik heb me natuurlijk in 2011 en later ook afgevraagd waarom Carin met mij in januari 1995 weer een relatie begon, terwijl ze al een relatie met Peter Jacobs had. De enige verklaring die ik kan bedenken is, dat het weigeren van een afspraak met mij, door mij wel eens – in hun visie – kon worden uitgelegd als dat ze al met iemand anders een relatie had en was ik wellicht gaan wroeten. Haar relatie met Peter Jacobs moest immers voor iedereen geheim blijven. Maar dan kende ze me toch erg slecht. Als zij een afspraak met mij geweigerd had, had ik dat gewoon als feit geaccepteerd, zonder me verder iets af te vragen. Zo was ik en zo ben ik nog steeds.

De Modus Operandi (werkwijze) van vreemdgangers, waaronder Peter Jacobs.
Mannen (en uiteraard ook vrouwen) die structureel vreemd willen gaan, moeten daarvoor liefst structurele oplossingen bedenken. Dat zijn dus regelmatig terugkerende uren dat betrokkene thuis afwezig is. Idealiter ook in de weekends en met regelmatig terugkerende nachten, waarbij de afwezigheid voor de wederhelft volkomen logisch en zelfs vanzelfsprekend is. Het allermooiste is natuurlijk een club waarin veel (jonge) vrouwen rondlopen, want dan hoef je ook niet ver naar prooi te zoeken. Padvinderij is om al deze redenen voor de vreemdganger de ideale vrijetijdsbesteding. Padvinders hebben hun bijeenkomsten doorgaans in het weekend, maar vergaderen doordeweeks in de avond, of hebben ook wel andere doordeweekse bijeenkomsten, kamperen graag, dus ze zijn ook nachten weg, vooral in de weekends. Als er dan ook nog een bekwame sukkel op zo’n groep rondloopt – zoals ik was – die bij zijn afwezigheid alle taken goed kon waarnemen, is dat helemaal ideaal. Toen padvinderij voor Peter door ons onmogelijk was gemaakt, omdat hij uit de groep was gezet, moest hij uiteraard omzien naar een andere vrijetijdsbesteding met hetzelfde effect. Hij werd weliswaar direct assistent districtscommissaris voor verkenners, van het district Den Haag Noord, en dat zal zeker wel enige mogelijkheden gegeven hebben, zoals een al dan niet fictief bezoek aan een avondprogramma of een weekend van een groep, maar dat er in elk van die groepen net zo’n bekwame sukkel rondloopt als ik was, is toch niet zo waarschijnlijk. Veel jonge vrouwen kwam hij bij die vrijetijdsbesteding niet tegen, want groepsbezoeken duurden uiteraard nooit lang genoeg om echt even kennis te maken.
Tot 1971 had Peter eigenlijk geen andere vrijetijdsbesteding voor zijn vreemdgaan nodig. Hij kreeg een overmaat aan kansen voor vele avonden en ook regelmatig een nacht en die kansen heeft hij ook gebruikt. Behalve dat districtscommissariaat weet ik niet en kon het ons uiteraard ook niets schelen, welke mogelijkheden hij vanaf 1971 nog meer voor zichzelf creëerde.
Na 1 januari 1995 bleek overigens al snel dat hij blijkbaar mogelijkheden tekort was gekomen. Hij had weliswaar elk jaar twee of drie avonden en nachten trouw het North Sea Jazzfestival bezocht, waarbij hij bij zijn moeder bleef slapen, die nog altijd op de Karel Doormanlaan 111 te Rijswijk woonde, en uiteraard, zo weten we nu, had hij daar ook nog gezellig gezelschap. Daarnaast werd hij lid van een watersportvereniging, want booteigenaren willen uiteraard graag varen en blijven dan soms ook weg. Vast ook wel af en toe met een nacht. En er zijn zeker ook vaak jonge vrouwen in de buurt. Hij moest dan natuurlijk wel een bootje hebben, maar een klein bootje hoefde geen kapitaal te kosten. Voorts werd hij o.a. Vrijmetselaar en lid van Probus. Dat zijn echter mannenclubs, waar vrouwen toch min of meer taboe zijn. Dat is een nadeel, maar het schiep wel zeer betrouwbare alibi’s voor hem.

Het was dus een uitgelezen kans voor Peter toen in 1995 bleek dat de Wegelaergroep in bestuurlijke en financiële problemen zat. Peter richtte een club op, Antilopen geheten, waarvan deze sukkel, die nog steeds niets doorhad, deel van moest zijn, alsmede anderen. Deze club zou de Wegelaergroep moeten bijstaan met adviezen en geld, en kwam in de eerste jaren vier tot zes maal per jaar bijeen. Het heeft de Wegelaergroep in het 15-jarig bestaan van deze Antilopen (1995 – 2010) geen enkel advies opgeleverd en evenmin ook maar een stuiver aan geld. De werkelijke reden van het bestaan van deze club had dan ook niets met de Wegelaergroep te maken, maar had als enige functie het scheppen van avonden waarop hij weer een avondje of zelfs af en toe een nacht vrij was voor zijn vriendin, Carin. Deze keer verscheen Peter doorgaans wel, maar bleef hij ongetwijfeld overnachten bij zijn moeder, die nog altijd op de Karel Doormanlaan 111 te Rijswijk woonde, terwijl hijzelf inmiddels met vrouw en kinderen in Nunspeet woonde.

Met Pasen 2000 toen Carin bij de Jacobsen, waar anders, haar 50e verjaardag vierde en zij in dat hele weekend geen afspraak met mij kon maken, en ik ook niet op haar feest mocht komen, zonder een reden op te geven, weten we nu dus ook met wie ze toen wel een afspraak moet hebben gehad. En deze afspraak duurde dus zelfs het gehele Paasweeekend, vanaf Goede Vrijdag tot en met Tweede Paasdag.

Peters’ medeplichtige criminele moeder, die op leeftijd raakte en met wie het niet meer zo goed ging, verhuisde echter in mei 2003 naar Ermelo. In Ermelo was ze dichter bij haar beide zoons, die inmiddels in Epe en Nunspeet woonden, en dat was dus van haar uit te billijken. Nadeel was dat het huis aan de Karel Doormanlaan 111 te Rijswijk dan niet langer beschikbaar was voor de criminele activiteiten van haar zoons. Een jaar later – in het voorjaar van 2004 – overleed hun moeder. Het is frappant om vast te stellen dat de Antilopenclub van 1996 tot en met 2002 vier tot zesmaal per jaar samenkwam, in 2003 nog tweemaal bij elkaar kwam en vanaf 2004 nog slechts één keer per jaar. De Antilopen hadden blijkbaar vanaf midden 2003, met het verhuizen van moeder Jacobs naar Ermelo, hun nut verloren. Hetzelfde gebeurde met het North Sea Jazz Festival, elke zomer in juli. Carin ging hier, naar eigen zeggen, altijd – vanaf de eerste keer in 1974 al – met Peter mee en bleef dan enkele nachten bij zijn moeder slapen. Carin kwam net zo min voor de muziek als Peter, maar voor iets heel anders, zoals we nu begrijpen. In juli 2003 ging Carin nog maar één dag mee, toen zij doorkreeg dat Peter niet meer bij zijn moeder terecht kon en hij niet bij Carin wilde blijven slapen. Dat vond hij blijkbaar te riskant. In 2004 ging Carin niet meer mee en was het ook voor Peter voor het laatst. Ook het North Sea Jazz Festival had voor Peter en Carin vanaf de zomer van 2004 zijn functie verloren.

Carin en Peter bleven echter ook na 2004 elkaar ontmoeten. Bijvoorbeeld nam hij haar ook na 2004 nog altijd op Valentijnsdag mee uit eten. Carin was en bleef Peters’ Valentijn, eerder dan zijn vrouw. Dat ging een keer bijna verkeerd, toen ik toevallig op Valentijnsdag bij Carin verbleef, vanwege een zwaar verstuikte enkel. Dus nam hij mij maar mee op diner. En ik had nog altijd totaal niets door, hoewel ik al 55 of in die buurt was. Ook kwam ze altijd op de 28e juli op de verjaardag van de tweeling Paul en Peter, tevens verjaardag van hun moeder, zolang ze nog leefde. En tenslotte was Carin altijd present op de 19e september op de verjaardag van Margriet, de vrouw van Paul Jacobs. Voor Marja (Peters tweede vrouw) moest het zo lijken dat Carin voor Paul of Margriet Jacobs kwam. Aangezien Margriet mee zat in het complot vond die het wel goed zo, terwijl Paul en Margriet wel wisten dat ze voor (de verjaardag van) Peter kwam. Op een vraag van mij aan Carin, voor wiens verjaardag ze nou eigenlijk steeds kwam op die 28e juli, antwoordde ze, na enig nadenken: voor allebei de broers. Tel uit je winst. Een enkele keer heb ik geheel per ongeluk op de 28e juli met Carin afgesproken. Ik had uiteraard tot 2011 niet door dat ze op die dag verhinderd was, en zij kon mij niet zeggen dat ze verhinderd was en zeker niet waarom. Bijvoorbeeld in 2008. Toen hadden Carin en ik, samen met mijn zoons een vakantie in Duitsland. Ze had al vanaf de start zwaar de smoor in en ik begreep totaal niet waarom. Om het minste of geringste hadden we ruzie, wat we daarvoor en daarna nooit hadden gehad. De hele vakantie eindigde ermee, dat het totaal brak tussen ons. Pas met de kennis van nu heb ik een verklaring: ik had haar geheel per ongeluk een leuk feest bij haar favoriete gewetenloze criminele vrienden en vriendinnen op de 28e juli door de neus geboord.

Bij al het gespit in het hele land in talloze bronnen had ik in 2011 of 2012 bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag ook nog ontdekt dat in 1991 de tweelingbroer van Peter, Paul Jacobs veroordeeld was voor het misbruiken van kinderen. Dit is nu voor iedereen op het internet te vinden bij www.kb.nl Dit kindermisbruik moest blijkbaar volgens meerdere krantenberichten die ik over deze zaak daarna had gevonden al in de zestiger jaren begonnen zijn en liep ook gewoon door nadat hij daar al eerder door Justitie voor was terechtgewezen. Goede kans dat het tot op de dag van vandaag doorloopt, want dit soort lui, die op kinderen jagen, zijn immers doorgaans niet te stoppen. Aan die veroordeling in 1991 ging zijn arrestatie, na een stuk of zes aangiftes vooraf, in september 1989. In die jaren kreeg je nog voor het tientallen jaren misbruiken van kinderen een taakstraf. Je kunt het haast niet geloven.
Hieronder enkele krantenartikelen over deze zaak.



Wie kennis wil nemen van de uitspraak van de rechtbank van Zutphen, met achttien kantjes tekst wat teveel van het goede voor deze website, moet maar even contact met me opnemen.

Op 25 november 1989 was er dan de reünie van de Wegelaergroep voor 25 jaar Van Pallandthuis. Er zijn nog foto’s van een bijeenkomst bij Carin thuis van het clubje dat voorafgaand aan die reünie bij Carin thuis samenkwam. Daar was ook Paul Jacobs bij, kort daarvoor voor de tweede keer gearresteerd wegens jarenlang kindermisbruik, hoewel Paul nooit leider of lid van de Wegelaergroep was geweest. Ook aanwezig was de eerdergenoemde neef Rob Rapmund, hoewel ook Rob Rapmund nooit leider of lid van de Wegelaergroep was geweest. Anneke Kuipers-de Combe was er uiteraard ook en zij was ook alleen maar hulpje en geen leidster en ook geen lid geweest. De mensen die wel jarenlang leider bij de groep waren geweest, zoals Gerard Laanen, Wilbert Nieuwstraten, Paul Oomen en ik waren er niet, omdat ze niet waren uitgenodigd. Hou zou dat nou toch gekomen zijn? Ook de eigen assistentes van Carin in haar actieve padvindsterstijd, zoals Anneke Schenk en Annemarie Machielsen,  waren geen van allen uitgenodigd.

Carin vierde dus, zeker tot en met 2010, zowel de verjaardag van een recidivist en veroordeelde kindermisbruiker, als de verjaardag van een gewelddadige kinderverkrachter. Ze zal er wel erg trots op zijn. Vanaf 2012, toen ik door had gekregen wat er werkelijk achter mijn rug om gebeurde, heb ik steeds op die ‘feestdagen’ met haar afgesproken op zowel de 28e juli, de 19e september als op Valentijnsdag, totdat ik mijn relatie met haar op 22 november 2015 beëindigde.

Nog in 2011 ben ik zelf, ook een keer samen met Carin, op zoek gegaan naar het huisje in Vught. Vught heeft twee padvindersgroepen, maar ik herkende feilloos meteen waar het geweest moet zijn. Het huisje waar het in oktober 1968 gebeurd moest zijn bleek nog geen twintig meter van de toegangspoort te staan, waar ik uren tevergeefs heb staan wachten. Bij daglicht kon je het vanaf de toegangspoort makkelijk zien liggen. Het was toen echter een stikdonkere en doodstille nacht. Zelfs als ze gefluisterd hadden, had ik ze gehoord. Dus ze moesten zich urenlang stil hebben gehouden. Dat vonden ze vast niet erg, omdat ze immers andere bezigheden hadden, waarbij je niet per se geluid hoeft te maken. Als je op het pad staat met je rug naar de poort kwamen we van links aan, van het dorp Vught en zo zijn we uiteraard ook weer vertrokken. Het huisje stond echter aan hetzelfde pad, maar dan rechts uit de poort. Ik heb toen nooit vermoed dat het zo dichtbij is geweest. Het was een heel klein huisje, bestemd voor het neerzetten van vuilnisemmers die langs de weg periodiek werden opgehaald en geleegd. Het was hooguit twee meter bij iets minder dan twee meter, had geen raam, maar wel kieren in de wanden en een golfplaten dak. De vloer was van stoeptegels. Er was geen licht of een andere voorziening. Op de deur zat geen slot in 2011 en ongetwijfeld ook niet in 1968. Het kan niet erg comfortabel zijn geweest. Als het had gewaaid of geregend, hadden inzittenden daar zeker iets van gemerkt, maar dat was toen niet het geval. Carin ontkende bij haar eerste bezoek nog dat ze zich er iets van herinnerde. Ik ben er later nogmaals geweest en in 2014 bleek het te zijn afgebroken. Het is er niet meer. Gelukkig had ik het dus net op tijd gevonden en gelukkig hebben we ook de foto’s nog.

Op 20 juli 2011 heb ik nog een eetafspraak met Peter Jacobs gehad in restaurant ’t Eibertje in Nunspeet. Als ik terugblik op de vragen die ik had voorbereid, dan wist ik nog maar een heel beperkt deel van wat hierboven staat. Het was de bedoeling dat het de laatste keer was dat ik die schurk zou ontmoeten en spreken.

Zoals hierboven al staat beëindigde ik op 22 november 2015 mijn relatie met Carin.

Op 30 juli 2016 overleed Peter Jacobs na een val in een huisje in Frankrijk. De wereld was er een klein stukje minder crimineel door geworden.

Tekst van mijn blog van 5 augustus 2017:

Zoals ik al eerder meldde heb ik dan nu nog een slotanalyse over Peter Jacobs, die op deze website vele malen is genoemd.

Het is eerst van belang om het tijdstip, augustus 2017, voor deze publicatie te rechtvaardigen.

Zoals bekend hebben doden geen privacy. Privacy is immers ‘ de persoonlijke levenssfeer’ van een mens en zodra iemand overleden is heeft betrokkene uiteraard ook geen levenssfeer meer. Je kunt een overledene ook op geen enkele manier meer beledigen, smaden of kwetsen. De persoon kan immers niet beledigd, gesmaad of gekwetst raken.

Ook een graf(steen) is openbaar toegankelijk en daar mag je van alles van vinden, dat niet zo snel strafbaar zal zijn. Ook een foto ervan maken bijvoorbeeld. De verschillende begrafenis- en grafstenensites die er zijn maken van deze algemene openbaarheid ook gebruik door hun websites te vullen met berichten over honderdduizenden overledenen.
Desgewenst kunnen nabestaanden bij deze sites een verzoek doen om zaken van hun overledenen, bijvoorbeeld de grafsteen, niet openbaar te maken en daar voldoen deze sites – geheel vrijwillig dus – ook aan, maar voor een beperkte tijd, bijvoorbeeld een jaar. Dit alleen uit piëteit met de nabestaanden, want wettelijk is er geen enkele beperking.

Dat is de reden dat ik eerst een jaar heb gewacht met de volgende beschrijving. Zijn nabestaanden kunnen er immers niets aan doen dat hij was wie hij was en deed wat hij gedaan heeft. Dat is hun ook op geen enkele manier te verwijten en dat wil ik ook niet. Ik beschrijf ook bewust zijn nabestaanden niet, in elk geval niet op de persoon toegesneden.

Dan nu wat mij nog opviel vanaf zijn overlijden tot aan vandaag, inmiddels ruim twee jaar geleden.

Het was in de eerste plaats opmerkelijk dat van Peter Jacobs’ meer dan 90 Facebookvrienden, zegge en schrijve één persoon een kort bericht ter nagedachtenis van hem op Facebook heeft geplaatst. De overige ongeveer 99% hebben geen woord aan hem gewijd. Blijkbaar heeft niemand dat een probleem gevonden of niet de moeite waard iets over hem te melden. Nog bij één ander persoon heb ik op het internet iets van rouw kunnen vinden, maar ook weer heel kort. Op de speciale condoleancewebsite van Yarden, de begrafenisondernemer, heeft helemaal niemand een condoleance geplaatst.
Hij werd ‘in besloten kring’ begraven. Dat is ook al opmerkelijk. Naar eigen zeggen was hij immers een persoon met veel belangrijke en welgestelde contacten. Lid van de Vrijmetselaars en Probus. Beroemd was zijn uitspraak op een vergadering van de Antilopenclub, die volgens de meeste leden was opgericht om de padvindersgroep bestuurlijk en financieel bij te staan, dat gebrek aan geld, onder andere voor bijvoorbeeld nieuwbouw van hun clubhuis van meer dan een miljoen Euro, volgens Peter in elk geval geen probleem van de Wegelaergroep kon zijn, ‘want dat was toch een kwestie van je relaties aanboren’. Die club heeft bijna vijftien jaar bestaan, maar van Peters’ aangeboorde relaties heeft de Wegelaergroep nooit een rooie cent gezien. Of iets anders tastbaars gemerkt. Hij was lid van een vrijmetselaarsloge, lid van de plaatselijke afdeling van Probus, een Rotary-offshoot, actief lid van de redactie van het clubblad en webmaster van een watersportvereniging en in elk geval ook tientallen jaren lid van diverse padvindersgroepen en daaraan aanverwante clubs. Hij moet toch ook veel mensen van zijn werk gekend hebben en van andere clubs waar hij lid van was, gegeven de redenen waarom hij lid van deze clubs was, namelijk om vrouwen te ontmoeten en vervolgens te versieren. Van die andere clubs weet ik gelukkig verder niets, want die lijst kan nog wel eens een stuk langer zijn dan hier is vermeld. En geen van al die mensen – het moeten er bij elkaar honderden geweest zijn – die hem hebben gekend hebben de moeite genomen iets van zijn overlijden te vinden. Ook op de diverse websites van de clubs waar hij actief lid van was, is geen woord over zijn overlijden verschenen.
Wat een naargeestig einde van een zo breed geliefde man met zoveel belangrijke en welgestelde relaties.

Dan nog de vraag waarom hij ‘in besloten kring’ begraven werd. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Bijvoorbeeld omdat nabestaanden niet geconfronteerd wilden worden met een stoet aan treurende voormalige vriendinnen en/of juist anderen die men liever niet bij zijn uitvaart zag, zoals waarschijnlijk onder andere ik. Een volgende reden kan zijn, omdat nabestaanden het niet eens konden worden over de uit te nodigen mensen of wie wat zou gaan zeggen. En tenslotte is een heel banale reden, dat men er het geld niet voor (over) had.

Kort na de uitvaart ben ik voor het eerst bij zijn graf geweest. Het was opvallend dat er op het graf, waar ook zijn vader, moeder en broer in liggen, slechts één nieuwe plant stond. Blijkbaar was die geplaatst bij zijn begrafenis. Dus ook tijdens en kort na zijn uitvaart is er blijkbaar niemand met een groet langs geweest met een herinnering, zoals een plantje. Ook de grafstenen op dit graf waren onveranderd. Ik moest dan ook eerst even bij de begrafenisondernemer informeren in welk graf hij eigenlijk lag. Volgens de begrafenisondernemer kan het wel ‘tot een jaar’ duren, voordat een grafsteen is aangepast.
Ook bij volgende bezoeken bleven de grafstenen ongewijzigd en moest je het weten dat hij daar lag. Na enkele maanden stond er in 2017 ineens een plantje bij: een phlox. Het is dat die naam er op een kaartje bij stond, anders had ik niet geweten wat dat voor plant was. Het is een bijzondere keus en net als met de daar nog in mei 2015 geplaatste ‘Margriet in hengselmand’ moet die keus voor een phlox dus ook een betekenis hebben. Welke symboliek heeft de phlox? Ik vond: ‘onze zielen zijn verenigd’. Wie zou dat nou hebben geplaatst? Na een week of zes of zo is zo’n plant wel totaal vergaan, maar ook meer dan twee(!!) jaar na zijn begrafenis stond het restant van deze plant er nog steeds. Pas in de loop van van 2019 is de plant die er bij zijn begrafenis is geplaatst weer, heel erg dood uiteraard, verwijderd, maar de even dode phlox is blijven staan. Het verwijderen van de begrafenisplant zal gebeurd zijn door iemand uit het begrafenisgezelschap en die van ver weg was gekomen. Deze persoon heeft deze plant namelijk wel geplaatst maar niet meer weggehaald. Er is hoogstwaarschijnlijk ook geen bijeenkomst na een jaar bij zijn graf geweest en ook niet na twee jaar. Dan had er wel een verse plant gestaan of was tenminste die totaal vergane phlox wel verwijderd. En ook na bijna drie jaar, in het voorjaar van 2020, waren de grafstenen nog altijd geheel onveranderd. Zijn naam en personalia zijn nog altijd niet vermeld. Op 28 augustus 2021 stelde ik nog vast dat er nog niets aan het graf en de grafsteen was veranderd, maar op 6 mei 2022 bleek ineens dat het graf flink was schoongemaakt en een nieuwe grafsteen was gelegd, waarop nu ook de naam en data van Peter Jacobs was vermeld. Ruim vijf en een half jaar later. Zoveel tijd had de familie blijkbaar nodig gehad om het geld ervoor bij elkaar te krijgen. Of wellicht had iemand met voldoende geld en een bijzondere band met Peter wel een bedrag gedoneerd.

Wat een naargeestig einde en wat een nog naargeestiger nagedachtenis is deze man, die zichzelf zo belangrijk vond, en zo trots was op zijn uitgebreide en welgestelde relatienetwerk, beschoren geweest.

Daarmee sluit ik het boek ‘Peter Jacobs’. Ik kom er zelf niet meer op terug, tenzij zich nog iemand bij mij zou melden met een interessant gegeven. Echter, zijn vaste kompanen, die moeten hebben geweten van zijn buitenechtelijke avonturen, gekoppeld aan het bedrog dat hij tallozen heeft geleverd, waaronder ik, zijn er nog wel en met elk van hen heb ik nog wel een appeltje te schillen. Zoals daar zijn: Paul Jacobs, Margriet Jacobs, Rob Rapmund, Anneke Kuipers-de Combe en Carin van de Craats. Als er nieuwe informatie komt dan zou ik op elk van hen nog wel terug kunnen komen. Maar zij waren altijd al en zijn ongetwijfeld nog steeds sterren in het verzwijgen van hun eigen wandaden en die van Peter Jacobs, dus die kans is niet zo groot.

Tekstversie van 11 september 2022 en is nu wel af.  Kleine correcties op 17 januari 2023. Alleen bij een nieuwe ontwikkeling volgt nog een aanpassing.