De wijsheden voor een gelukkig leven. Mijn leefregels.

Het boek van Jordan B. Peterson “12 rules for life” heeft me aan het denken gezet over de vraag welke regels voor het leven ik aan anderen, en in het bijzonder aan mijn kinderen en verder nageslacht zou willen meegeven. Dat komt omdat ik bij hem wel wijsheden herken die, soms in een wat andere vorm of met een andere tekst, ik zelf ook heb gehanteerd of die ik in de loop van het leven zelf heb ontwikkeld. In veel gevallen heel erg laat of soms wellicht zelfs te laat. Soms kende ik ze wel intuïtief, maar ik heb ze nooit erg bewust toegepast.  In mijn leven is er helaas nooit iemand geweest die me op het belang van leefregels voor een gelukkig leven heeft gewezen. Van mijn vader en moeder heb ik op dit punt helemaal niets meegekregen. Ook van mijn broers en andere familieleden heb ik voor het leven aan waarden en normen niets bijzonders meegekregen. Het meeste kreeg ik nog mee van padvinderij en in het bijzonder van Reinier Kerner, die net als Peterson, ook al was gevormd door zijn Christelijke geloof.  Ik heb  mijn zekerheden met vallen en opstaan en soms zelfs met schade en schande mezelf bijgebracht. Net als mijn beide broers het ook allemaal zelf moesten bedenken en we daar ook nog wonderwel in geslaagd zijn, elk op de eigen manier. Ik wou dat ik wat handvatten had meegekregen. Niet dat ik ze dan klakkeloos zou hebben toegepast, vast en zeker niet. Maar als ik ze eerder had gekend, dan had ik ook eerder vastgesteld dat ik ergens op de verkeerde weg was en had ik eerder kunnen corrigeren. Zelfs als ik zo eigenwijs was, wat ik ongetwijfeld was en nog steeds ben, om die regels eerst compleet te negeren en eerst zelf mijn eigen fouten had willen maken.

Er zijn ook belangrijke verschillen tussen mij en Peterson. Uit berichten over hem begreep ik dat hij een religieuze Christen zou zijn. Hij haalt dan uiteraard zijn normen en waarden vooral uit de Bijbel en ik niet. Ik heb niets met de Bijbel. Ik vind niet daar geen behartigenswaardige zaken in staan, maar de Bijbel is, net als de Koran en andere religieuze boeken, mij te vaak gebruikt om oorlogen te voeren en mensen van een ander geloof letterlijk en figuurlijk een kopje kleiner te maken. Zelfs ‘te vuur en te zwaard.’ En met God aan de kant van de wreedaards. Dat kan mijn leidraad niet zijn. Niet dat ik van mening ben dat je nooit geweld zou mogen gebruiken. Ik ben geen pacifist. Ik vind dat een volk zich moet kunnen verdedigen en zelfs – in zeer specifieke omstandigheden – in de aanval moet kunnen gaan. Zoals gebeurd is tegen Hitler bijvoorbeeld. De overheid heeft het monopolie op geweld.

Eerst nog even de levenswijsheden van Peterson:

Levenswijsheid 1.

Stand up straight with your schouders back. Sta rechtop met je schouders naar achteren.

Levenswijsheid 2.

Treat yourself like someone you are responsible for helping. Dit vond en vind ik een moeilijke. Vertaald is het zoiets als: Behandel jezelf alsof je een persoon bent die je moet helpen.

Levenswijsheid 3.

Make friends with people who want the best for you. Raak (en blijf) bevriend met de mensen die het beste met je voorhebben.

Levenswijsheid 4.

Compare yourself to who you were yesterday, not to who someone else is today.

Vergelijk jezelf met degene die je gisteren was, niet met iemand anders vandaag.

Levenswijsheid 5:

Do not let your children do anything that makes you dislike them. 

Laat je kinderen geen dingen doen, waardoor je ze niet meer leuk zou vinden. 

Levenswijsheid 6:

Set your house in perfect order before you critisize the world. 

Dus: Verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Leefregel 7: Pursue what is meaningful (not what is expedient). Doe wat betekenis heeft (en niet wat haast heeft).

Leefregel 8: Tell the truth – or at least, don’t lie.  Vertel de waarheid, of tenminste: lieg niet.

Leefregel 9: Assume that the person you are listening to might know something you don’t.  Veronderstel dat de persoon naar wie je nu luistert, iets weet dat jij niet weet.

Leefregel 10: Be precise in your speech.  Wees precies in wat je zegt.

Leefregel 11: Do not bother children when they are skateboarding. Hinder kinderen niet als ze aan het skateboarden zijn.

Leefregel 12: Pet a cat when you encounter one on the street. Aai een kat als je er een in de straat tegenkomt.

Dan hieronder mijn leefregels, met toelichting, die je tenminste voor een deel ook in de leefregels van Peterson zult herkennen.  Er is geen volgorde van belangrijkheid.

Mijn leefregel 1:

Houd contact met en koester de mensen die het beste met je voor hebben.

Dit is zo’n leefregel die ik eerder had willen weten. Achteraf bezien en tot mijn schande heb ik met vele mensen die het beste met mij voor hebben gehad geen enkel contact onderhouden. Ze zijn in mijn levensverhaal op vele pagina’s te vinden. Bovenaan een lijstje zou toch zeker Reiner Kerner hebben moeten staan. Deze regel komt dichtbij die van Petersons’ leefregel 3. Omgekeerd heb ik gemerkt dat ook veel anderen deze belangrijke leefregel niet volgen. Veel mensen hadden er belang bij mij als relatie, in welke vorm ook, aan te houden, maar hebben dat ook niet gedaan. Of zijn er zelfs niet aan begonnen. In plaats van met mij volgden ze dan vaak met iemand anders een relatie, in welke vorm dan ook, en hebben daar dan soms ook veel schade van gehad.

Mijn leefregel 2:

Mijd de mensen voorgoed, waarvan je hebt vastgesteld dat ze niet te vertrouwen zijn: hun afspraken niet nakomen, hebben gelogen met het doel er zelf beter van te worden of anderen te benadelen, hebben gestolen of ander crimineel gedrag, in het bijzonder tegenover kinderen, hebben vertoond.

Ook verslaafden aan drugs, alcohol, gokken en wat al niet meer moet je zien te ontlopen. Behalve natuurlijk als je in een beroep werkzaam bent om die mensen te helpen. Als dat laatste het geval is dan gelden alle overige regels alleen maar sterker. Dit is een leefregel die bij Peterson niet voorkomt. Ik verklaar dat doordat hij een Christen is. Slechte mensen moet je als Christen niet ontwijken maar liever bekeren of trachten ze weer op het rechte pad te brengen. Ook geloven Christenen dat Jezus reeds voor al je zonden gestorven is en als je maar berouw toont al je zonden je vergeven worden. Dat alles geeft volgens mij blijk van een te optimistische levensvisie. Er is namelijk een treurig grote groep mensen die hun leven juist niet wil beteren, geen geweten heeft en ook niet gelovig is. Dus op het goede in mensen vertrouwen is volgens mij een riskante en soms zelfs gevaarlijke strategie. Want als de persoon in herhaling vervalt dan heb je dat soms niet meteen door en kunnen jij of anderen opnieuw het slachtoffer worden. Er is nu eenmaal een vrij grote categorie mensen die niet alleen geen geweten heeft, maar tevens weigert na te denken over de gevolgen voor anderen van zijn of haar wandaden. Of wellicht wel van goede wil zijn, maar niet bij machte om het goede pad te vinden en steeds weer de fout in gaan. Mijn advies: mijd de mensen van wie je hebt vastgesteld dat ze zich jegens zichzelf, jou of anderen en in het bijzonder jegens kinderen schuldig hebben gemaakt aan het hier genoemde verkeerde gedrag.  Als ik deze leefregel gekend had en me eigen had gemaakt, was ik nooit aan de Antilopengroep begonnen bijvoorbeeld, want ik wist bij de start daarvan in 1994 al dat Peter Jacobs volkomen onbetrouwbaar was en regelmatig (vele tientallen keren!!) zijn afspraken met mij en anderen niet was nagekomen. Elke afspraak met de Antilopengroep vroeg ik me weer af of Peter Jacobs wel zou komen. En elke keer kwam hij deze keer wel. Ik heb ongetwijfeld even gedacht dat Peter Jacobs zijn leven intussen had gebeterd. Maar nee. Dat hij nu wel zijn afspraken ineens nakwam, kwam – achteraf bezien – omdat hij er deze keer wel alle belang bij had er te zijn, vanwege zijn bedrogrelatie met Carin, die er dus ook altijd was om dezelfde reden. Als ik deze leefregel eerder had geweten en toegepast, dan was er geen Antilopengroep geweest, in elk geval niet met mij.

Een bijzondere categorie  mensen zijn zij die zelf niets verkeerds hebben gedaan, maar die wel willens en wetens contacten onderhouden en blijven onderhouden met de bovenvermelde slechte mensen. Juist met deze categorie personen heb ik het heel moeilijk gehad om ze te plaatsen. Kan ik daar zelf wel mee om blijven gaan, of moet ik ze ook mijden? Ergens moet er toch een waterdicht schot komen tussen de boven- en de onderwereld, anders blijf ik toch besmet worden? Dat is precies ook de conclusie die ik in november 2015, na jaren van twijfel, inderdaad heb getrokken: met Carin te breken, hoewel Carin ook eigen fouten maakte. Vermijd dus ook elk contact met mensen die zelf niets op hun kerfstok hebben, maar zelf wel hun eigen contacten met de slechteriken hebben en blijven onderhouden. Tegelijk erken ik dat ik zelf nog altijd op deze leefregel mijn uitzondering maak. Het is echt een heel zware regel. Hij komt bij Peterson niet voor.

Blijft nog de vraag: hoe herken je de mensen die je moet mijden en betekent het ene (bijvoorbeeld liegen over de eigen opleiding) meteen ook dat de persoon ook zijn afspraken (soms) niet zal nakomen, of de persoon ook in andere leugens en bedrog terecht komt of kan komen, geweld kan gebruiken, een verslaving heeft of krijgt of misdrijven pleegt?

Antwoord: In mijn ervaring komen de verschillende elementen doorgaans samen voor, maar niet steeds allemaal tegelijk. Bij mijn weten was Peter Jacobs niet verslaafd en hij gebruikte ook nooit geweld. (?). Maar van liegen over de eigen opleiding, afspraken niet nakomen en andere leugens en bedrog plegen bediende hij zich in overmaat. Broer Paul Jacobs was ook niet gewelddadig of verslaafd, maar leugens en bedrog en andere misdrijven beoefende hij wel. Ik heb met hem heel weinig afspraken gehad, en die we hadden kwam hij wel na. Ik heb te weinig ervaring met hem om hierover te oordelen. Ook Carin kwam niet altijd haar afspraken na, was gespecialiseerd in bedrog van het soort: essentiële informatie bewust verzwijgen, terwijl ze ook kon liegen dat het gedrukt stond, maar was niet verslaafd en beging bij mijn weten ook geen andere misdrijven. Marianne tenslotte was ook iemand die voortdurend afspraken niet is nagekomen. Dat was haar specialiteit: wel afspraken maken, waaraan ze de ander vaak op hoge toon hield, maar haar kant van de deal tegelijk niet nakwam. Bij mijn weten was ze ook niet verslaafd, en bedreef ze ook verder geen misdrijven. Maar liegen kon ze dan weer als de beste.

Dus zodra je één van de genoemde elementen herkent, uiteraard meermalig: wees op je hoede. En als het verschijnsel echt aanhoudt: afscheid nemen.

Mijn leefregel 3.

Spreek de waarheid, maar tenminste: lieg nooit. 

Deze regel lijkt sprekend op leefregel 8 van Peterson. Het merkwaardige is dat ik deze regel al heel lang geleden zelf heb ontwikkeld, zeker al vanaf eind van de tachtiger jaren. Maar hij heeft bij mij altijd alleen gegolden voor cv’s. Zowel die van mezelf als die van anderen. In een cv maakt iedere sollicitant keuzes. Je vertelt er nooit alles. Dan zou immers elk cv een boekwerk worden. In een cv laat je dingen uit je verleden weg, dat doet iedereen, maar je mag toch echt niets onwaars vertellen. Want niet alleen val je vroeg of laat door de mand, maar kun je ook die baan en die werkgever verder wel vergeten. Een aantoonbare leugen in een cv kan reden zijn voor ontslag op staande voet, zelfs als het lang geleden is, tot tientallen jaren geleden toe. Neem als voorbeeld de dokter. Als tientallen jaren later blijkt dat betrokkene nooit een artsendiploma heeft gehaald, dan wordt hij toch op staande voet ontslagen, al werkt hij al decennia tot volle tevredenheid bij die werkgever. Hoewel ik deze regel dus al tientallen jaren ken voor cv’s, heb ik nooit de lijn doorgetrokken dat het niet alleen voor cv’s geldt, maar voor het hele leven. Op dat punt heeft Peterson mij de ogen geopend.

Zoals bij vrijwel elke regel zijn er hier ook uitzonderingen. Als je getuige was van een crimineel feit, of verdachte, dan kun je maar beter wel de volle waarheid vertellen en al helemaal als je onder ede staat.

Mijn leefregel 4.

Zorg dat je er altijd goed en goed verzorgd uitziet.  

Deze regel lijkt wat op leefregel 1 van Peterson, maar gaat verder. Ik heb – ook weer door schade en schande wijs geworden – pas na mijn pensionering geleerd hoe belangrijk deze regel is. Je mag natuurlijk denken dat het in het leven niet om uiterlijkheden gaat, maar om innerlijke waarden en op het werk om je prestaties en resultaten. Dat is ook zo. Maar tegelijk beoordelen anderen je er toch altijd ook (en sommigen zelfs vooral) op hoe je er uitziet. En trekken daar vervolgens toch hun conclusies over jou uit, bijna ongeacht je prestaties. Achteraf bezien ben ik meerdere promoties misgelopen, omdat ik mij niet goed verzorgde. Ik was altijd goed gewassen en ik stonk ook nooit, en ondergoed, overhemden en sokken droeg ik nooit langer dan een dag. Maar niet altijd waren mijn overhemden goed gestreken of er zaten wel eens vlekken en vlekjes op allerlei plaatsen op mijn kleren, was ik niet goed geschoren, waren mijn schoenen niet gepoetst, zat mijn pantalon niet in de vouw, en/of bleef een kappersbezoek te lang uit.  Bij de RGD en bij KPN heb ik een belangrijke promotie gemist en ging de baan naar iemand die veel minder kwaliteiten dan ik had, maar wel altijd heel strak in de kleren stak en vaker naar de kapper ging, beter geschoren was etcetera. Het is een schrale troost om daarna vast te stellen dat die persoon na zijn benoeming niet de prestaties leverde die van hem verwacht werden en die jij wel had geleverd. Peterson spreekt in zijn leefregel 1 dat je rechtop moet lopen met je schouders naar achteren. Dat is ook waar. Maar wie rechtop loopt met zijn schouders naar achteren en er overigens voor schobberdebonk bijloopt krijgt toch echt die promotie niet. Aan de andere kant: wie er altijd keurig verzorgd bijloopt, maar vervolgens ergens kromgebogen in een hoekje gaat zitten, komt er ook niet. De werkelijkheid zit hem dus in de combinatie van beide: zowel rechtop met de schouders naar achteren als goed verzorgd. In elk geval altijd nét iets beter verzorgd dan je collega’s.

Mijn leefregel 5.

Vergelijk jezelf met degene die je gisteren was en niet met iemand anders vandaag.

Dit is een leefregel, ook bij Peterson, zijn levenswijsheid 4, die ik in feite altijd al hebt gevolgd, zonder me er bewust van te zijn. Tallozen, het overgrote deel van de mensheid zelfs, misschien wel bijna iedereen, vergelijkt zichzelf steeds met iemand anders. Met de buurman die een grotere auto heeft. Met de collega die wel een promotie heeft gekregen en waarom jij dan niet? Ik heb twee voorbeelden.

Bij de verzelfstandiging van de PTT in 1989 kwamen de ongeveer 500 hoogst betaalde medewerkers in een aparte categorie, boven de nieuwe CAO terecht. Dat was nog geen 0,5 % van het personeelsbestand, dat toen ruim 100.000 personen omvatte. De genoemde categorie van circa 500 mensen kreeg automatisch, dus ongeacht de functie, een auto van de zaak. Die auto hoorde bij het niveau van de functie. Er was ook een categorie, vlak daaronder, in de top van overheidsschaal 13/14, voor wie de mogelijkheid bestond dat ze het eerste jaar hetzij als CAO-er, dan wel daarboven konden worden betaald. Dat was bijvoorbeeld het geval als de functie zo nieuw was dat hij nog niet definitief kon worden ingedeeld. Dat gold op de verzelfstandigingsdatum (1 januari 1989) natuurlijk voor heel veel functies, omdat een bedrijf nu eenmaal anders is gestructureerd en andere verantwoordelijkheden kent, dan een overheidsinstelling. De volgende keuze was aan de betrokkene (formeel aan zijn baas natuurlijk, maar in de praktijk had ook de betrokkene een of zelfs de mening): Of een (grotere) auto van de zaak, en een veel hoger inkomen, maar dan een duidelijk minder goede pensioenvoorziening of een veel betere pensioenvoorziening, maar dan geen (grotere) auto van de zaak en een minder sterke salarisverbetering en betaling volgens de CAO. De hele categorie voor wie het gold koos onveranderlijk voor een sterkere salarisstijging plus grotere auto met een lagere pensioenuitkering. Er waren slechts twee personen die voor een beter pensioen kozen en dan geen auto van de zaak. De ene persoon was mijn vriend Theo en de andere persoon was ikzelf. Van dat betere pensioen pluk ik al jaren de vruchten en hoop ik nog heel lang de vruchten van te blijven genieten. Het is overigens ongelooflijk hoeveel mensen die plots een auto van de zaak kregen, die ze nooit hadden, verzochten om een grotere en duurdere auto dan waar ze eigenlijk recht op hadden. De categorie ‘top 500’  bestond trouwens voor het overgrote deel uit mannen en dat zal zeker ook wel een factor zijn in het verhaal, hoewel Theo en ik ook beiden mannen waren en zijn. Het verschil wilden ze dan wel uit eigen zak bijbetalen. Dat stonden we niet toe. Ik heb nogal wat opgewonden en boze managers bij mijn bureau gehad die hier buitengewoon kwaad over waren. Ik gaf geen duimbreed toe en heb ze allemaal naar de CEO verwezen. Het heeft me toen wel verbaasd dat de CEO aan enkelen toch een grotere en duurdere auto toestond dan waar ze recht op hadden en het verschil ook niet hoefden bij te betalen. Dat is enerzijds mogelijk wel het prerogatief van de CEO, maar anderzijds bewees dat toch weer eens dat ik veel beter dan wie ook het been onder druk stijf kon en kan houden.

Het tweede voorbeeld betreft mijn huidige (2019) werk bij het huurdersplatform. Gewoonte was daar om de prestaties van de corporatie (klantenoordeel, kosten, etcetera) te vergelijken met wat andere corporaties op dezelfde punten presteerden. Met behulp van de zogenaamde AEDES-benchmark. Dat leverde voortdurend discussies op of de vergelijkingen eigenlijk wel opgingen. Verschillende corporaties registreren zaken verschillend, waardoor de vergelijkbaarheid tussen corporaties onderling in het gedrang kwam. Ik heb toen dus zelf voorgesteld, intussen door alle partijen overgenomen, om de eigen corporatie voortaan uitsluitend nog met zichzelf te gaan vergelijken. De corporatie wil het dit jaar beter doen dan vorig jaar en volgend jaar beter dan dit jaar. Bovendien weet je precies hoe je wat zelf hebt geregistreerd dus daar kunnen geen interpretatieverschillen uit voorkomen, tenzij je bewust een keer anders gaat registreren. Mijn voorstel kwam, voordat ik het boek van Peterson had gelezen. Ik zit gewoon zo in elkaar. Dat ik me nooit vergelijk met anderen, maar alleen met mezelf. Ik kan het iedereen aanraden. Het slaapt en leeft een stuk lekkerder.

Mijn leefregel 6:

Verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Het is al een heel oud gezegde, maar het is nog altijd helemaal waar. Voordat je het gaat hebben over die splinter in het oog van die ander, haal dan eerst nog even die balk voor je eigen oog weg. Als je zelf niet op orde hebt wat je van een ander wel wilt, ben je niet geloofwaardig en heb je geen gezag. Het is ook een een regel die ik zelf het grootste deel van mijn leven niet heb toegepast. En pas de laatste paar jaar de betekenis ervan heb ingezien. Deze regel lijkt erg op leefregel 6 van Peterson. Geen wonder, want hij komt uit de Bijbel.

Mijn  leefregel 7:

Zoek de zekerheden in je leven bij jezelf en niet bij iets of iemand anders.

Iedereen heeft zekerheden in het leven nodig, waar hij of zij zich aan kan vasthouden. Mijn leefregel is al decennia: zoek de zekerheden voor je leven bij jezelf, van binnen, en niet bij iemand anders.  Anderen gebruiken een ander persoon (man, vrouw, vader of moeder of een ander familielid), een geloof, een boek of een combinatie van deze mogelijkheden. In vroegere eeuwen en bij andere volkeren was het een boom, een rots of iets in het weer. Daar word je zelf niet sterker van. Consequentie van het hanteren van deze leefregel is natuurlijk wel dat anderen zich aan jou vast zullen gaan houden. Ik heb ontelbare malen aan misschien bij elkaar wel enkele honderden mensen, vooral collega’s en medewerkers de leefregel voorgehouden: “Als je het ergens moeilijk mee hebt of krijgt, leun dan maar op mij. Dan vallen we samen om.”. Weinigen hebben dat echt gedaan, althans niet waar ik bij was. Het is natuurlijk een andere manier om te zeggen dat ze rustig zichzelf kunnen vertrouwen. Deze leefregel is bij Peterson niet te vinden, omdat hij immers zijn zekerheden uit zijn Christelijke geloof en in het bijzonder uit de Bijbel haalt. Dan heb je – in die levensvisie – geen andere zekerheden meer nodig.

Mijn leefregel 8.

Doe geen dingen in opdracht van op verzoek van iemand anders, die je zelf nooit eigener beweging zou hebben gedaan. En breek meteen met de persoon die dat toch van je blijft eisen. 

Omdat zoveel mensen hun zekerheden bij iemand anders zoeken, is het maar afwachten of die ander wel zo rechtschapen is. Misschien is het wel een gewetenloze schurk, maar dat heb je soms niet meteen door. Het kan jaren, soms zelfs vele jaren duren voordat je doorkrijgt dat die ander op welke manier dan ook een schurk is. Je gaat doorkrijgen dat de ander niet deugt, als hij (of zij) zaken van je verlangt die je zelf nooit zou hebben gedaan. Vertrouw op jezelf en je eigen normen en waarden. Als een ander daar serieus aan gaat schudden, wordt het tijd om van die persoon afscheid te nemen. En wel meteen. Ik weet natuurlijk heel goed dat dat makkelijker gezegd dan gedaan is. Toch moet je op de een of andere manier met die persoon zien te breken, want doormodderen en buigen voor zijn dominantie gaat steeds meer ten koste van jezelf en je naasten (familie, kinderen, vrienden etcetera). Als je de uitweg niet kunt vinden, vraag dan hulp. Het zal namelijk niet beter worden, maar alleen maar slechter. Ook deze leefregel is bij Peterson niet te vinden. Ook weer als gevolg van zijn Christelijke geloof, waarbij de slechte andere moet worden bekeerd en op het rechte pad gebracht. Dat is meestal – zeker in de hier geschetste gevallen – een zinloze operatie.

Mijn leefregel 9.

Lach.

Uit het boek van ex FBI-directeur James Comey : A higher loyalty.  Zijn waarneming van president Trump was onder andere: ‘Ik heb de man nooit zien lachen. Dat wijst op innerlijke onzekerheid’. Zo had ik het nog nooit gezien, maar had ik ook weer intuïtief altijd wel zo toegepast. Het deed me denken aan mijn eerste avonturen met personeelsselectie bij de Rijks Geneeskundige Dienst  (1972 – 1979). Bij een medische organisatie werken, naast de dokters, nu eenmaal heel veel vrouwen. Op zeker moment kwam ik na een selectiegesprek met een sollicitante mijn kamer af. Nadat ik de kandidate naar de uitgang had begeleid, kwam ik terug bij ons secretariaat, op dat moment bemenst door Leidy van der Bie. Ik zei zoiets als: ‘Dit leek mij een heel geschikte kandidate.’ Waarop Leidy reageerde met: ‘Ja, ja, als het maar lacht hè?’. ‘Het’ moest lachen, was blijkbaar een belangrijk selectiecriterium voor mij, volgens Leidy. Kunnen lachen, ook, ja juist bij een onbekende, betekent dat je jezelf kunt relativeren. En niet bang bent om je gevoelens te uiten. Het is ook: je kwetsbaar kunnen opstellen. Ik heb zonder enige twijfel in de decennia daarna vele malen mensen aangekomen, die ook konden lachen. Maar vast niet allemaal. Het zou een onderzoek waard zijn of je met lachers makkelijker kunt omgaan en minder verkrampt, zoals Trump blijkbaar met nogal wat mensen heeft.

Mijn leefregel 10.

Wees vertrouwd, maar vertrouw niemand.

Dit is één van de weinige leefregels die ik van mijn moeder heb meegekregen. Van mijn vader kreeg ik, door de omstandigheden helemaal niets mee.  Vele keren ben ik er ingetuind. Of het nou om geldwisselaars ging in een Oost-Europees land, die me na een zielig verhaal over ernstig zieke familieleden, bij het geldwisselen met vlugge vingers geld afhandig hebben gemaakt, of een Venetiaanse gondelier, waarbij ik zo dom was om niet tevoren de prijs af te spreken van een gondelvaart over de Venetiaanse kanalen en die me na afloop van het tochtje een hoop geld afhandig heeft gemaakt. En zoveel anderen. Denk niet dat het je bij naaste familieleden niet kunt overkomen, dat ze je een oor aannaaien waar je bij staat. Hoeveel kinderen, drugsverslaafde of andere kinderen, hebben hun eigen ouders niet aan de bedelstaf gebracht? Een onwaarschijnlijk verhaal moet je altijd controleren bij een onafhankelijke bron. Als iets te mooi is om waar te zijn, is het ook niet waar. Het hoeft niet eens kwaadwillendheid te zijn. Mijn door-en-door eerlijke broer vertelde me nog niet zo lang geleden dat, ook volgens zijn even eerlijke dochter én de belastingtelefoon, aan je ex betaalde pensioendelen, als alimentatie mag aftrekken van de belasting. Juist omdat ik die mensen zo vertrouw heb ik dat vervolgens zelf ook geprobeerd via de belastingtelefoon en het lukte inderdaad gemakkelijk.  Toch heb ik voor alle zekerheid het op deze wijze extra verkregen geld maar even op een aparte rekening weggezet. Veel later kwam dezelfde broer met het bericht dat de fiscus de aftrek toch had afgekeurd. Inmiddels heb ik in april 2018 aangifte inkomstenbelasting 2017 gedaan, zonder de aftrek. En inderdaad rolde daar een mega-aanslag uit. Gelukkig maar dat ik precies het vereiste geld al op die aparte rekening had, zodat ik er eigenlijk niets van heb gemerkt. De moraal van dit verhaal: wees vertrouwd, maar vertrouw niemand. En als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is het ook niet waar.

Ik houd het hier voorlopig bij. Tien regels vind ik ook wel mooi. Af en toe zal ik deze bladzijde  nog wel eens nalezen en bezien of ergens iets toch verbetering of aanvulling behoeft en dat zal ik dan doen.

Naschrift:

Een 11e regel die ik niet heb opgenomen, terwijl ik hem wel altijd heb gevolgd, maar voor anderen heel nuttig kan zijn om in te voeren is de volgende.

Probeer een ander niet te veranderen in degene die je graag wil dat hij of zij is. 

Die pogingen zullen nagenoeg altijd of zelfs altijd falen. Het is een illusie om te denken dat de ander zijn gedrag of instelling verandert omdat jij het wil.

Daar op volgt naadloos: verwacht niet dat de ander verandert in degene die jij graag wil dat hij is, als je samen een kind hebt, of een volgend kind.

In mijn ervaring zijn het veel vrouwen die zulke naïeve ideeën hebben, maar het zal ongetwijfeld ook bij mannen voorkomen, al heb ik daar geen voorbeeld van.

Nog een voorbeeld van een leefregel, wellicht dus nummer 12.

Probeer na een ondervonden trauma voor je zelf een toekomstige datum te kiezen, waarop je het wil hebben verwerkt, waarna je doorgaat met je leven, zonder steeds terug te kijken op het trauma. 

Dit is een ontzettend moeilijk na te komen regel. Velen lukt het ook niet, hetgeen bij een aantal trauma’s ook wel verstelbaar is. Toch is deze regel belangrijk. Ondervonden leed moet je niet eindeloos over blijven piekeren, over praten en van wakker liggen. De schuldige heeft namelijk intussen nergens last van, terwijl jij er – als je niet uitkijkt, voor altijd mee blijft zitten en je uiteindelijk helemaal sloopt. Dan heeft de schuldige – lachend nog wel – uiteindelijk helemaal zijn zin.

Ik heb gepoogd mij eigen trauma’s te verwerken, voor de laatste trauma’s met toepassing van deze regel. Bij de eerste kende ik de regel nog niet.

In volgorde:

Het Zeehospitiumtrauma. Hoewel ik me nog altijd zeer veel, ook veel details herinner, heb ik er eigenlijk nooit van wakker gelegen. Het is nu eenmaal zo gegaan en ik kon en kan er niets aan veranderen.

Het trauma opgelopen bij Ronnie de Wit en Anita Zwart.  Begin zestiger jaren. Zie aldaar voor de details. Hier heb ik wel, vele jaren zelfs, van wakker gelegen. Het sop de kool niet waard, achteraf bezien. Na mijn tienertijd was ik het kwijt, maar ik weet ook hiervan nog steeds vele details.

Het trauma opgelopen door toedoen van Carin van de Craats en Peter Jacobs en diens even gewetenloze criminele familieleden:  1968 – 2011.  Door de enorm lange duur was ik er even bang voor dat me dit nooit meer zou verlaten. In periodes heb ik hier talloze nachten van wakker gelegen. Na het beëindigen van mijn relatie met Carin (2015) en meteen daarna het overlijden Peter Jacobs, merkte ik dat het me lukte hiervan toch afstand te nemen. Ik denk er nog maar zelden aan.

Het trauma opgelopen door de vele leugens en het vele bedrog van Marianne de Kemp. Van 1985 (huwelijk met haar) tot 2009 (onze jongste werd 18). Hiermee heb ik het nog steeds moeilijk, al lig ik er ook niet meer van wakker. Dat je je kinderen gebruikt om je zin ten koste van alles en iedereen (en ook ten koste van diezelfde kinderen) door te drijven, vind ik nog altijd niet te verkroppen.  Dit is de laaghartigste van alle trauma’s.

Vanaf 2009 respectievelijk 2015 leid ik een rustig en interessant leven met leuke mensen om me heen.  Ik ben wel enorm op mijn hoede dat niet nogmaals iemand naast me kan opstaan die me weer wat wil aandoen.

Als iemand van de veroorzakers van mijn trauma’s contact met me wil opnemen met oprechte spijt over wat ze heeft aangericht wil ik haar ontvangen. Ik reken er niet op en verwacht het ook niet. Gewetenloze mensen voelen die behoefte namelijk helemaal niet.

Familiebanden.

Een filosofisch probleem is: hoe belangrijk zijn nou (naaste) familie voor een mensenleven. Ik heb zelf mijn vader en mijn familie van vaderskant niet of nauwelijks gekend, dankzij de levenshouding van mijn moeder, maar ik heb geen idee wat ik daaraan nou gemist heb. Je weet immers niet wat je niet weet. Ik heb voor mijn gevoel, na een heel moeilijke aanloopperiode tot aan mijn twaalfde, en ondanks dat ik helaas een aantal keren tegen erg foute mensen ben aangelopen, toch het gevoel dat ik een nuttig en eerlijk leven heb gehad en, juist omdat ik van die slechte ervaringen heb geleerd, ook voorlopig nog zal blijven hebben. Ik ben niet rijk geworden, vooral ook omdat ik dat zelf ook nooit heb nagestreefd, maar mij ontbreekt ook niet iets wat ik dolgraag zou willen hebben, maar niet kan krijgen of kopen. Zou het nou zoveel anders (en vooral ook zoveel beter) zijn gegaan als ik wel met mijn vader en zijn verdere familie om zou zijn gegaan? Het had waarschijnlijk wel geholpen om (eerder) te kunnen vaststellen wie ik nou eigenlijk was.

Als ik om me heen kijk zie ik dat het beeld bij anderen erg wisselend is. Ik heb zeker drie goede vrienden die (vrijwel) compleet hebben gebroken met zo ongeveer al hun familieleden en toch – zo op het oog althans – een heel compleet en succesvol leven hebben gehad en nog steeds hebben.

Ik ken weer anderen die juist wel een sterke familieband hebben met familie van zowel vaders- als moederskant, en daar nu juist zo gelukkig mee zijn.

Ik heb zelf een soort mengvorm getroffen, niet nagestreefd dus, waarbij ik met ongeveer de helft van mijn familie goed en regelmatig omga, maar voor de andere helft de mensen niet of nauwelijks ken. Ik ben dan wel zo eigenwijs en zelfbewust om tegen mezelf te zeggen, dat familieleden (en anderen) die met mij hebben gebroken daar vooral zelf het meeste nadeel van hebben gehad. Niet ik dus. Maar dit kan dus hoogmoed zijn. Ik ben goede contacten nooit uit de weg gegaan.

Voor het laatst bijgewerkt op 12 augustus  2019.