Overpeinzingen, anekdotes en toevallige ontmoetingen, uit mijn leven gegrepen, deel II.

Deel I uit deze serie is al lang en ik vreesde dus dat hij wel eens te lang zou kunnen worden. Vandaar dat ik maar een nieuwe pagina begonnen ben, want de anekdotes, toevallige ontmoetingen en overpeinzingen zullen blijven komen.

5 februari 2018.

Wout van Aart, een sterke Belgische veldrijder, won een belangrijke veldrit. Na afloop moest hij natuurlijk verklaren hoe het kwam dat hij gewonnen had. Hij had er twee redenen voor. De eerste was dat hij op smallere banden had gereden: 30 mm in plaats van de meer gebruikelijke 33 mm. Tja. En de tweede reden was dat na het steeds weer tussentijds schoonmaken van alle bewegende delen van de fiets ze daarbij Dr Oetker bakspray hadden gebruikt. Dat zorgde ervoor dat alle modder en vuil minder makkelijk aan de verschillende bewegende delen bleef plakken. Dat vond ik meteen een heel sterk argument: het gebruik van dr. Oetker bakspray levert winnaars op.

Het is de zoveelste bevestiging van wat ik al jaren beweer: veel voorverpakt eten komt rechtstreeks uit de chemische industrie en kan niet anders dan ongezond zijn. Vermijd het voor consumptie. Die chemicaliën, zoals dr. Oetker bakspray, kunnen natuurlijk wel uitstekend werken bij fietsen die onder de modder en vuil hebben gezeten. Er zit heel veel, vaak jarenlang onderzoek in. Ze doen die spullen niet zomaar op de markt. Ik ga dus maar ook zo’n spuitbus halen, voor de situatie dat ik weer veel of althans veel meer ga fietsen dan ik nu doe. Of voor het onderhoud van andere bewegende delen ………….. Ik wil tenslotte ook wel eens bij de winnaars horen.

Oorlog en vrede.

11 februari 2018.

Inmiddels ben ik met het boek over Jan Pieterszoon Coen begonnen, zoals ik gisteren al meldde. Wat mij na de eerste twintig of zo bladzijden opviel dat deze Coen, zolang hij leefde (1587 – 1629) alleen maar een situatie van oorlog heeft gekend. Van 1568 – 1648 woedde immers de 80-jarige oorlog van Spanje tegen ‘Nederland’. Geen dag vrede dus. Ook tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609 – 1621) gold de wapenstilstand alleen maar voor ons gebied, zo las ik, want dat heb ik nooit geweten, maar niet voor de rest van de wereld, zoals Afrika en Azië, waar de oorlogstoestand en de oorlog ‘gewoon’ verder woedde.  Je realiseert je niet dat een toestand van vrede, waar we nu al zo lang in leven, eigenlijk de uitzondering is, en een toestand van oorlog doorgaans de ‘normale’ situatie was en voor veel volkeren nog steeds is. Ik heb wel al meerdere keren in allerlei gezelschap gezegd, dat ik me gelukkig prijs dat ik – geboren in 1946 – altijd vrede heb gekend. Wat dat betreft ben ik gewoon op een gelukkig moment geboren. Tegelijk zeg ik hiermee natuurlijk ook dat ik een toestand van oorlog best nog wel eens zou kunnen gaan meemaken. Een raar idee, maar wel realistisch.

De politiek die we vanaf WO II hebben gekend lijkt ook wel op zijn eind te lopen. In Duitsland kost het de grootste moeite nog een regering te vormen en in Nederland lukte het ook alleen maar met de grootste moeite. Ook in het Verenigd Koninkrijk en in de V.S. zijn regeringen gevormd met maar een heel minimale voorsprong op de oppositie. In Oost-Europa zijn bijna overal rechtse regeringen aan de macht en in Zuid-Europa lukt het de landen maar niet hun financiën in evenwicht te brengen. Alleen in China en in Rusland is (lijkt) er een hoge mate van stabiliteit. In het Midden-Oosten vliegen landen en volkeren elkaar voortdurend naar de keel. Waar dat nou toch naartoe moet?

Shoppen in de V.S.

Maandag 5 maart 2018. Gezichten en namen onthouden.

Stef Blok is de nieuwe Minister van Buitenlandse Zaken. Ik kende hem al toen hij nog Minister van Wonen was, vanuit mijn activiteiten voor het platform. Ik vond dat bepaald geen verkeerde Minister. Een saaie maar degelijke man, zegt men. De Volkskrant heeft vanmorgen een mooi artikel over hem, en de politiek in het algemeen. Geen verkeerde keus, volgens mij.

In dit Volkskrant-artikeltje stond een stukje, waarvan ik dacht dat het ineens over mij ging.  En wel het volgende:

Stef Blok staat op het Binnenhof bekend als de man die moeilijk gezichten kan onthouden. Collega’s die zich driemaal aan hem hadden voorgesteld, kregen bij de vierde keer de reactie: leuk u eindelijk eens in het echt te ontmoeten. Er lijkt dus sprake van nagenoeg strikt langs elkaar heen levende werelden.

Zo’n situatie heb ik zelf ook al meerdere keren meegemaakt. Meestal reageert de toegesprokene daar boos op, is mijn ervaring. Sommigen weigeren dan de toegestoken hand, en lopen weg met een boos gezicht. Dat moest ik dan weer een keer goed zien te maken. Ik kan niet alleen geen gezichten onthouden, maar ook geen namen. Ik heb dat steeds geweten aan mijn beroep: personeelsbaas in diverse titels, en Hoofd Werving en Selectie. In die hoedanigheden, vooral de laatste, heb ik vele duizenden cv’s en sollicitatiebrieven gezien en gelezen. Als het er geen tienduizenden zijn geweest. Mijn stelling was altijd: alles aan een cv is interessant, behalve de naam van de persoon. Of een persoon nu Jansen of Pietersen heet zegt me helemaal niets. Wel of het een man of vrouw is, de geboortedatum en -plaats, de opleiding en de ervaring van betrokkene, de hobby’s en al het andere dat op een cv en sollicitatiebrief voorkomt. Maar aan de naam van de persoon heb ik voor selectie helemaal niets. En die naam plak ik dus pas veel later op een kandidaat. Als ik dat stadium dus ooit bereik met iemand. Ik heb dus nu ook iemand gevonden die tenminste ten dele hetzelfde gedrag als ik vertoont, op dit punt dan.

De slag bij Samobor, 1 maart 1441.

Vanmorgen had Xinhuanet (onze Chinese vrienden dus) een reportage over het naspelen van de Slag bij Samobor, op 1 maart 1441. Het zal wel aan mij liggen, maar hoewel ik een groot liefhebber ben van geschiedenis en daarover hele stapels boeken heb gelezen, zei me deze slag dus helemaal niets. Ik had zelfs niet het flauwste idee tussen welke partijen dit geweest kon zijn. Dat moest ik dus even gaan opzoeken en dat kostte me best nog wat moeite. Alleen de Engelstalige Wikipedia had er een bericht over, maar ook na lezing daarvan was ik nog altijd niets wijzer. Het ging toen over Ulrich II van Celje, tegenover Stephan Banic.  De laatste verloor de slag, begrijpelijkerwijze. Zo’n nummerloze figuur die het opneemt tegen een heel edelengeslacht, die moest natuurlijk wel verliezen. De inzet was de Hongaars-Kroatische kroon. Ook van die kroon had ik nog nooit gehoord en bovendien schijnt Ulrich II er niet lang van genoten te hebben, toen hij kort daarna door de Turken werd verslagen. Ook na het lezen van diverse artikelen daarover was ik dus niets wijzer. Maar het grootste raadsel is natuurlijk nog wel waarom de Chinezen hier aandacht aan gaven. Hieronder een foto van de heropvoering van deze slag.

Mozes.

Mozes komt van de berg en spreekt het wachtende volk toe. Mozes zegt: ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws. Wat willen jullie het eerste horen? Het volk roept en schreeuwt in koor: “Eerst het goede nieuws!!! OK, zegt Mozes. Het goede nieuws is: “Het is me zojuist gelukt om de oorspronkelijk bedoelde 15 geboden terug te brengen tot slechts 10 geboden.” Het volkt juicht en gaat beginnen met het aanrichten van een feest. “Wacht even, wacht even. ” roept Mozes. “Ik moet ook eerst nog het slechte nieuws vertellen.” Het volk komt weer tot bedaren en als het weer stil is, gaat Mozes verder en zegt: “Het slechte nieuws is, dat overspel nog steeds niet is toegestaan.”.

Vrijdag 9 maart 2018. Lof.

Saoedi-Arabie krijgt nu ook het eerste popoptreden uit zijn geschiedenis, met een in Egypte beroemde vrouwelijke ster, die er blijkbaar voor islamitische begrippen nogal vergaande teksten op na houdt. In het contract daarover staat dan weer wel dat er tijdens het optreden niet mag worden gedanst en gezwaaid. Je kunt natuurlijk ook niet alles tegelijk hebben. Dansen doe ik sowieso nooit en zwaaien eigenlijk ook niet. De laatste keer, enkele jaren terug, was dat geheel per ongeluk. Ik heb er nog steeds spijt van. Voor de toen door mij toegezwaaide geldt nog: sorry, dat was niet de bedoeling. Ik maak natuurlijk wel een uitzondering voor lof.  Lof heb ik al vele jaren naar diverse mensen toegezwaaid. Zelfs dit jaar al een keer. Een jaar zonder lof is een verloren jaar, vind ik.

Juli 2019. Een gave van mij.

Het is een merkwaardige gave van me, die verder nergens op deze website vermeld staat, dat ik soms in een hele berg gegevens, of bij een stapel papieren, zonder aarzelen meteen het gegeven aanwijs of een velletje uit de stapel trek waar iets bijzonders of afwijkends op staat. De toeschouwers in grote verbazing achterlatend, hoe het toch mogelijk was dat ik – bij zoveel gegevens of papier – meteen de vinger op de zere plek kon leggen. Zo zocht ik eens in het Haagse Archief nadere gegevens van een rechtstreekse voorouder van me, die in de 18e eeuw uit Duitsland naar Den Haag was gekomen. Ik had alle registers al doorgezocht en niets gevonden, totdat een archiefmedewerker de suggestie deed om eens te kijken in de registers van het oudemannenhuis uit die tijd. Dat vond ik een goed idee. Ik werd dus verwezen naar een kast met zeker zes enorme folianten. Helaas bleek alles daarin genoteerd te zijn op een bijzonder merkwaardige wijze, maar kennelijk in de 18e eeuw heel normaal, maar er was geen chronologisch register of alfabetisch register op voor- of achternaam. Dat werd dus monnikenwerk, want dat kost weken werk om die ene naam te vinden in duizenden pagina’s, terwijl ik ook niet zeker wist of die naam eigenlijk in al die boeken wel voorkwam. Ik ging dus met een willekeurig deel eens aan een tafel zitten om na te gaan of ik de logica van toen zou kunnen doorgronden of anders het boek gewoon doornemen, bladzijde voor bladzijde. Ik sloeg dus dat enorme boek op een willekeurige plek, ongeveer in het midden, voor me open. En binnen seconden zag ik op precies die ene bladzijde de naam van die voorouder staan. En ik wist meteen waar en wanneer hij in Duitsland was geboren en op welke datum hij in Den Haag was overleden.

Onlangs had ik weer zoiets. In een presentatie, waarin heel veel getallen voorkwamen, zag ik bij sheet nummer zoveel ineens een getal staan bij een begrip, terwijl ik toch zeker wist dat dat zelfde getal bij hetzelfde begrip enkele sheets eerder 10 kleiner was. Eerst was het 2100 en enkele sheets later was het ineens 2110. Tussen honderden andere getallen en gegevens viel me dat ineens op. Ik maakte dus daar een opmerking over en de presentator bladerde enkele sheets terug en stelde ook vast wat ik had vastgesteld. Er stond een verschil waar de getallen hetzelfde hadden moeten zijn. De presentator was meteen een beetje van slag. In de rest van de presentatie meldde ze steeds weer dat de getallen nog moesten worden nagekeken. Ze was duidelijk van slag. Het was allemaal niet van levensbelang, maar ik kan het niet helpen dat ik zoiets ineens kan zien, waar iedereen er verder overheen kijkt. Tot verbazing van de omstanders.

Juli 2019. Het Frans en de Fransen.

Vandaag in The Guardian een ‘long-read’ over de neergang van de Franse keuken en het Franse restaurantwezen. Eens de top van de wereld, maar tegenwoordig kun je in Londen en New York beslist beter eten dan in Parijs, aldus de journalist, tevens globetrotter, die jaren in elk van die steden heeft gewoond. Ik kom niet zo vaak in Frankrijk, want waarom zou ik dat nou doen? Volgens de schrijver is het tegenwoordig in Parijs overal beginnen met paté en daarna is het entrecote, entrecote en nog eens entrecote. Merkwaardig. In het Engels moet er blijkbaar een dakje op de o, maar in het Nederlands wordt dat afgekeurd. Hoe het in het Frans moet interesseert me weinig. Kijk, dat lees ik nou graag: de neergang van iets Frans’. Ook de Franse taal was ooit de wereldtaal en het hele diplomatenkorps sprak in de hele wereld nog Frans met elkaar. Dat is lang voorbij. Tegenwoordig is het Frans een of ander Zuid-Europees streektaaltje. Ik zeg dat zo makkelijk, omdat ik ook Franstaligen in Brussel eens heb zien betogen met een spandoek over het Nederlands: ‘une langue si locale’. Of iets dat hierop lijkt, want mijn Frans is niet zo best. Als Franstaligen dat over het Nederlands kunnen en mogen zeggen, dan mag ik ook zoiets over het Frans zeggen.

En dan is nu ook de Franse keuken op zijn retour. Op de terugweg bedoel ik uiteraard.