Overpeinzingen, anekdotes en toevallige ontmoetingen, uit mijn leven gegrepen, deel II.

Deel I uit deze serie is al lang en ik vreesde dus dat hij wel eens te lang zou kunnen worden. Vandaar dat ik maar een nieuwe pagina begonnen ben, want de anekdotes, toevallige ontmoetingen en overpeinzingen zullen blijven komen.

5 februari 2018.

Wout van Aart, een sterke Belgische veldrijder, won een belangrijke veldrit. Na afloop moest hij natuurlijk verklaren hoe het kwam dat hij gewonnen had. Hij had er twee redenen voor. De eerste was dat hij op smallere banden had gereden: 30 mm in plaats van de meer gebruikelijke 33 mm. Tja. En de tweede reden was dat na het steeds weer tussentijds schoonmaken van alle bewegende delen van de fiets ze daarbij Dr Oetker bakspray hadden gebruikt. Dat zorgde ervoor dat alle modder en vuil minder makkelijk aan de verschillende bewegende delen bleef plakken. Dat vond ik meteen een heel sterk argument: het gebruik van dr. Oetker bakspray levert winnaars op.

Het is de zoveelste bevestiging van wat ik al jaren beweer: veel voorverpakt eten komt rechtstreeks uit de chemische industrie en kan niet anders dan ongezond zijn. Vermijd het voor consumptie. Die chemicaliën, zoals dr. Oetker bakspray, kunnen natuurlijk wel uitstekend werken bij fietsen die onder de modder en vuil hebben gezeten. Er zit heel veel, vaak jarenlang onderzoek in. Ze doen die spullen niet zomaar op de markt. Ik ga dus maar ook zo’n spuitbus halen, voor de situatie dat ik weer veel of althans veel meer ga fietsen dan ik nu doe. Of voor het onderhoud van andere bewegende delen ………….. Ik wil tenslotte ook wel eens bij de winnaars horen.

Oorlog en vrede.

11 februari 2018.

Inmiddels ben ik met het boek over Jan Pieterszoon Coen begonnen, zoals ik gisteren al meldde. Wat mij na de eerste twintig of zo bladzijden opviel dat deze Coen, zolang hij leefde (1587 – 1629) alleen maar een situatie van oorlog heeft gekend. Van 1568 – 1648 woedde immers de 80-jarige oorlog van Spanje tegen ‘Nederland’. Geen dag vrede dus. Ook tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609 – 1621) gold de wapenstilstand alleen maar voor ons gebied, zo las ik, want dat heb ik nooit geweten, maar niet voor de rest van de wereld, zoals Afrika en Azië, waar de oorlogstoestand en de oorlog ‘gewoon’ verder woedde.  Je realiseert je niet dat een toestand van vrede, waar we nu al zo lang in leven, eigenlijk de uitzondering is, en een toestand van oorlog doorgaans de ‘normale’ situatie was en voor veel volkeren nog steeds is. Ik heb wel al meerdere keren in allerlei gezelschap gezegd, dat ik me gelukkig prijs dat ik – geboren in 1946 – altijd vrede heb gekend. Wat dat betreft ben ik gewoon op een gelukkig moment geboren. Tegelijk zeg ik hiermee natuurlijk ook dat ik een toestand van oorlog best nog wel eens zou kunnen gaan meemaken. Een raar idee, maar wel realistisch.

De politiek die we vanaf WO II hebben gekend lijkt ook wel op zijn eind te lopen. In Duitsland kost het de grootste moeite nog een regering te vormen en in Nederland lukte het ook alleen maar met de grootste moeite. Ook in het Verenigd Koninkrijk en in de V.S. zijn regeringen gevormd met maar een heel minimale voorsprong op de oppositie. In Oost-Europa zijn bijna overal rechtse regeringen aan de macht en in Zuid-Europa lukt het de landen maar niet hun financiën in evenwicht te brengen. Alleen in China en in Rusland is (lijkt) er een hoge mate van stabiliteit. In het Midden-Oosten vliegen landen en volkeren elkaar voortdurend naar de keel. Waar dat nou toch naartoe moet?

Shoppen in de V.S.

Maandag 5 maart 2018. Gezichten en namen onthouden.

Stef Blok is de nieuwe Minister van Buitenlandse Zaken. Ik kende hem al toen hij nog Minister van Wonen was, vanuit mijn activiteiten voor het platform. Ik vond dat bepaald geen verkeerde Minister. Een saaie maar degelijke man, zegt men. De Volkskrant heeft vanmorgen een mooi artikel over hem, en de politiek in het algemeen. Geen verkeerde keus, volgens mij.

In dit Volkskrant-artikeltje stond een stukje, waarvan ik dacht dat het ineens over mij ging.  En wel het volgende:

Stef Blok staat op het Binnenhof bekend als de man die moeilijk gezichten kan onthouden. Collega’s die zich driemaal aan hem hadden voorgesteld, kregen bij de vierde keer de reactie: leuk u eindelijk eens in het echt te ontmoeten. Er lijkt dus sprake van nagenoeg strikt langs elkaar heen levende werelden.

Zo’n situatie heb ik zelf ook al meerdere keren meegemaakt. Meestal reageert de toegesprokene daar boos op, is mijn ervaring. Sommigen weigeren dan de toegestoken hand, en lopen weg met een boos gezicht. Dat moest ik dan weer een keer goed zien te maken. Ik kan niet alleen geen gezichten onthouden, maar ook geen namen. Ik heb dat steeds geweten aan mijn beroep: personeelsbaas in diverse titels, en Hoofd Werving en Selectie. In die hoedanigheden, vooral de laatste, heb ik vele duizenden cv’s en sollicitatiebrieven gezien en gelezen. Als het er geen tienduizenden zijn geweest. Mijn stelling was altijd: alles aan een cv is interessant, behalve de naam van de persoon. Of een persoon nu Jansen of Pietersen heet zegt me helemaal niets. Wel of het een man of vrouw is, de geboortedatum en -plaats, de opleiding en de ervaring van betrokkene, de hobby’s en al het andere dat op een cv en sollicitatiebrief voorkomt. Maar aan de naam van de persoon heb ik voor selectie helemaal niets. En die naam plak ik dus pas veel later op een kandidaat. Als ik dat stadium dus ooit bereik met iemand. Ik heb dus nu ook iemand gevonden die tenminste ten dele hetzelfde gedrag als ik vertoont, op dit punt dan.

De slag bij Samobor, 1 maart 1441.

Vanmorgen had Xinhuanet (onze Chinese vrienden dus) een reportage over het naspelen van de Slag bij Samobor, op 1 maart 1441. Het zal wel aan mij liggen, maar hoewel ik een groot liefhebber ben van geschiedenis en daarover hele stapels boeken heb gelezen, zei me deze slag dus helemaal niets. Ik had zelfs niet het flauwste idee tussen welke partijen dit geweest kon zijn. Dat moest ik dus even gaan opzoeken en dat kostte me best nog wat moeite. Alleen de Engelstalige Wikipedia had er een bericht over, maar ook na lezing daarvan was ik nog altijd niets wijzer. Het ging toen over Ulrich II van Celje, tegenover Stephan Banic.  De laatste verloor de slag, begrijpelijkerwijze. Zo’n nummerloze figuur die het opneemt tegen een heel edelengeslacht, die moest natuurlijk wel verliezen. De inzet was de Hongaars-Kroatische kroon. Ook van die kroon had ik nog nooit gehoord en bovendien schijnt Ulrich II er niet lang van genoten te hebben, toen hij kort daarna door de Turken werd verslagen. Ook na het lezen van diverse artikelen daarover was ik dus niets wijzer. Maar het grootste raadsel is natuurlijk nog wel waarom de Chinezen hier aandacht aan gaven. Hieronder een foto van de heropvoering van deze slag.

Mozes.

Mozes komt van de berg en spreekt het wachtende volk toe. Mozes zegt: ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws. Wat willen jullie het eerste horen? Het volk roept en schreeuwt in koor: “Eerst het goede nieuws!!! OK, zegt Mozes. Het goede nieuws is: “Het is me zojuist gelukt om de oorspronkelijk bedoelde 15 geboden terug te brengen tot slechts 10 geboden.” Het volkt juicht en gaat beginnen met het aanrichten van een feest. “Wacht even, wacht even. ” roept Mozes. “Ik moet ook eerst nog het slechte nieuws vertellen.” Het volk komt weer tot bedaren en als het weer stil is, gaat Mozes verder en zegt: “Het slechte nieuws is, dat overspel nog steeds niet is toegestaan.”.

Vrijdag 9 maart 2018. Lof.

Saoedi-Arabie krijgt nu ook het eerste popoptreden uit zijn geschiedenis, met een in Egypte beroemde vrouwelijke ster, die er blijkbaar voor islamitische begrippen nogal vergaande teksten op na houdt. In het contract daarover staat dan weer wel dat er tijdens het optreden niet mag worden gedanst en gezwaaid. Je kunt natuurlijk ook niet alles tegelijk hebben. Dansen doe ik sowieso nooit en zwaaien eigenlijk ook niet. De laatste keer, enkele jaren terug, was dat geheel per ongeluk. Ik heb er nog steeds spijt van. Voor de toen door mij toegezwaaide geldt nog: sorry, dat was niet de bedoeling. Ik maak natuurlijk wel een uitzondering voor lof.  Lof heb ik al vele jaren naar diverse mensen toegezwaaid. Zelfs dit jaar al een keer. Een jaar zonder lof is een verloren jaar, vind ik.

Juli 2019. Een gave van mij.

Het is een merkwaardige gave van me, die verder nergens op deze website vermeld staat, dat ik soms in een hele berg gegevens, of bij een stapel papieren, zonder aarzelen meteen het gegeven aanwijs of een velletje uit de stapel trek waar iets bijzonders of afwijkends op staat. De toeschouwers in grote verbazing achterlatend, hoe het toch mogelijk was dat ik – bij zoveel gegevens of papier – meteen de vinger op de zere plek kon leggen. Zo zocht ik eens in het Haagse Archief nadere gegevens van een rechtstreekse voorouder van me, die in de 18e eeuw uit Duitsland naar Den Haag was gekomen. Ik had alle registers al doorgezocht en niets gevonden, totdat een archiefmedewerker de suggestie deed om eens te kijken in de registers van het oudemannenhuis uit die tijd. Dat vond ik een goed idee. Ik werd dus verwezen naar een kast met zeker zes enorme folianten. Helaas bleek alles daarin genoteerd te zijn op een bijzonder merkwaardige wijze, maar kennelijk in de 18e eeuw heel normaal, maar er was geen chronologisch register of alfabetisch register op voor- of achternaam. Dat werd dus monnikenwerk, want dat kost weken werk om die ene naam te vinden in duizenden pagina’s, terwijl ik ook niet zeker wist of die naam eigenlijk in al die boeken wel voorkwam. Ik ging dus met een willekeurig deel eens aan een tafel zitten om na te gaan of ik de logica van toen zou kunnen doorgronden of anders het boek gewoon doornemen, bladzijde voor bladzijde. Ik sloeg dus dat enorme boek op een willekeurige plek, ongeveer in het midden, voor me open. En binnen seconden zag ik op precies die ene bladzijde de naam van die voorouder staan. En ik wist meteen waar en wanneer hij in Duitsland was geboren en op welke datum hij in Den Haag was overleden.

Onlangs had ik weer zoiets. In een presentatie, waarin heel veel getallen voorkwamen, zag ik bij sheet nummer zoveel ineens een getal staan bij een begrip, terwijl ik toch zeker wist dat dat zelfde getal bij hetzelfde begrip enkele sheets eerder 10 kleiner was. Eerst was het 2100 en enkele sheets later was het ineens 2110. Tussen honderden andere getallen en gegevens viel me dat ineens op. Ik maakte dus daar een opmerking over en de presentator bladerde enkele sheets terug en stelde ook vast wat ik had vastgesteld. Er stond een verschil waar de getallen hetzelfde hadden moeten zijn. De presentator was meteen een beetje van slag. In de rest van de presentatie meldde ze steeds weer dat de getallen nog moesten worden nagekeken. Ze was duidelijk van slag. Het was allemaal niet van levensbelang, maar ik kan het niet helpen dat ik zoiets ineens kan zien, waar iedereen er verder overheen kijkt. Tot verbazing van de omstanders.

Juli 2019. Het Frans en de Fransen.

Vandaag in The Guardian een ‘long-read’ over de neergang van de Franse keuken en het Franse restaurantwezen. Eens de top van de wereld, maar tegenwoordig kun je in Londen en New York beslist beter eten dan in Parijs, aldus de journalist, tevens globetrotter, die jaren in elk van die steden heeft gewoond. Ik kom niet zo vaak in Frankrijk, want waarom zou ik dat nou doen? Volgens de schrijver is het tegenwoordig in Parijs overal beginnen met paté en daarna is het entrecote, entrecote en nog eens entrecote. Merkwaardig. In het Engels moet er blijkbaar een dakje op de o, maar in het Nederlands wordt dat afgekeurd. Hoe het in het Frans moet interesseert me weinig. Kijk, dat lees ik nou graag: de neergang van iets Frans’. Ook de Franse taal was ooit de wereldtaal en het hele diplomatenkorps sprak in de hele wereld nog Frans met elkaar. Dat is lang voorbij. Tegenwoordig is het Frans een of ander Zuid-Europees streektaaltje. Ik zeg dat zo makkelijk, omdat ik ook Franstaligen in Brussel eens heb zien betogen met een spandoek over het Nederlands: ‘une langue si locale’. Of iets dat hierop lijkt, want mijn Frans is niet zo best. Als Franstaligen dat over het Nederlands kunnen en mogen zeggen, dan mag ik ook zoiets over het Frans zeggen.

En dan is nu ook de Franse keuken op zijn retour. Op de terugweg bedoel ik uiteraard.

Mei 2018. Broekspek.

Ik heb al talloze malen het personeel van mijn slager, dat wel wat van me gewend is, voor verrassingen geplaatst. Deze keer had ik broekspek nodig. Zelfs de tekstverwerker van Apple kent dit woord niet en keurt het af.  Toen ik dus aan een nieuwe medewerkster om broekspek vroeg keek ze me eerst enkele seconden zwijgend aan. Ze wist gewoon niet of ik een grapje maakte of serieus was. Uiteraard bleef ik met een stalen gezicht naar haar terugkijken. Na enige tijd riep ze toch maar naar achteren, waar blijkbaar de slager zelf rondliep, of ze ook broekspek hadden, waarop de slager meteen terugriep: ‘hoeveel?’. Toen was het ijs gebroken. Het moest nu wel een serieuze vraag zijn.

November 2019. Clovis of Chlodovech?

In mijn geschiedenisboek op school stond dat na het vertrek van de Romeinen (rond 476 na Christus) de Frankische koning Clovis uit het huis der Merovingen, over ‘onze streken’ regeerde. Pas na het lezen van meerdere boeken en artikelen over deze periode in onze geschiedenis trek ik heel andere conclusies, waaronder de belangrijkste: er is geen woord van waar.

De eerste vaststelling is al dat een koning met de naam Clovis nooit heeft bestaan. In geen enkele authentieke bron uit die tijd is de naam ‘Clovis’ terug te vinden. De eerste Frankische/Merovingische koning van na 476 heette Chlodovech en ook nooit anders. De naam ‘Clovis’ is een Franse uitvinding. Een naam met twee ch-klanken is immers voor een Franstalige onuitspreekbaar. En daarom verzonnen ze maar een naam die ze wel makkelijk konden uitspreken. Maar Nederlandstaligen hebben geen enkele moeite met het uitspreken van de naam ‘Chlodovech’. Dus waarom we dan een Franse fantasienaam zouden moeten overnemen is me een raadsel.

Ten tweede kun je je afvragen wat met ‘onze streken’ bedoeld zou kunnen zijn. Het meest voor de hand ligt om aan te nemen dat het moet gaan om grondgebied in het huidige Nederland. Maar helaas voor de stellers had volgens mij Chlodovech geen enkel gezag over zelfs maar een klein stukje van het huidige Nederlandse grondgebied. Zo waren de Merovingers wel in Luik, maar niet in Maastricht. Van alle Nederlandse steden die pas in de romeinse tijd zijn ontstaan, vooral aan de zogenaamde Limes, de romeinse grens langs de Oude Rijn, bleven waarschijnlijk alleen Nijmegen en Maastricht bestaan.

Onder andere Voorburg, Katwijk, Leiden, Alphen, Bodegraven en Utrecht bleven niet bewoond en raakten geheel ontvolkt. In Nijmegen bleef wel een bewoning in stand, maar uit geen enkele opgraving en in geen enkele bron uit de Merovingische tijd wordt de plaats na het vertrek van de Romeinen nog genoemd. Er is nog wel eens een Merovingische muntschat gevonden, maar dat is dan ook alles. Het zegt niets over het gezag van de Merovingische koningen dus ook niet over Chlodovech. Maar ook in en over Maastricht, dat wel bewoond bleef, meldt geen enkele bron iets over de eerste Merovingische koningen. De eerste keer dat er iets oververteld wordt is het bezoek van koning Childebert II aan Maastricht in het jaar 597, dus meer dan honderd jaar na Chlodovech.

In de Duitse Wikipedia staat een kaartje met het gezagsbereik van Chlodovech. En dat wordt geheel in Noord-Frankrijk en in België getekend, met een slurfje land vanuit België naar de streek van Rotterdam. Het lijkt me extreem onwaarschijnlijk. Tussen de huidige Belgische grens en Rotterdam is de oudste stad volgens mij Tilburg, waarvan je met enige fantasie kunt zeggen dat hij kort na 700 zou kunnen zijn gesticht. Er was rond 500 in die hele streek geen enkele stad of plaats van enige betekenis. Waarom zou Chlodovech uitgerekend die strook bezet hebben?

In het boek van Bart Van Loo over de Bourgondiërs staat ook een kaartje getekend van ‘Europa rond 500 nChr.’ Ook Bart Van Loo tekent het Frankische Rijk, rond 500 nChr, met gebied in België en Noord-Frankrijk, maar hij heeft een ander slurfje op het huidige Nederlandse grondgebied. Zijn slurfje land is wel 200 kilometer lang en reikt tot ongeveer het zuiden van het huidige Friesland. Ook dat lijkt me heel onwaarschijnlijk. Behalve dan wellicht in Nijmegen (maar daar was Chlodovech/de Merovingers vrijwel zeker nooit) hadden ze in die hele streek niets te zoeken. Er is geen enkele plaats van betekenis.

Kortom: niet alleen bestond Clovis niet, maar als Chlodovech bedoeld was, dan heeft hij volgens mij nooit over een stukje van het huidige Nederland gezag gehad. Pas zijn latere opvolgers, in elk geval vanaf Childebert II, begonnen met stukjes van het huidige Nederlandse grondgebied te bezetten. ‘Onze streken’ moeten dan in elk geval buiten het huidige Nederland gelegen hebben.

15 juli 2018. De das.

Een andere vaststelling die je kunt trekken is het antwoord op de vraag: Wie regeerde er na het vertrek van de Romeinen over (delen van) het huidige Nederlandse grondgebied? Het antwoord is: helemaal niemand.

In bijgaande foto viel me meteen iets op. We hebben het idee dat die Chinezen, zekere Chinese kinderen, met al die uniforme kleren aan, een zekere eenheid uitstralen. Dat viel me bij bijgaande foto ineens vies tegen. Wat mij opviel zal overigens maar een enkeling opvallen, vooral dan de enkeling die ooit, lang geleden, eens op padvinderij heeft gezeten. Het gaat me om de dassen die die kinderen omhebben. Je zag toen het verschil tussen een ‘goede’ groep meteen ten opzichte van een ‘verkeerde’ groep, in de wijze waarop ze hun groepsdas droegen. De correcte wijze is: over de kraag heen. Zoals wel meer uiterlijkheden bij padvinders precies tegenover die van alle andere mensen stonden: bijvoorbeeld elkaar de linkerhand geven (want die zou dichter bij het hart uitkomen) of elkaar niet bedanken voor wat je voor elkaar gedaan heb (het spreekt vanzelf dat je elkaar helpt, daar hoef je dus niet voor bedankt te worden). In ‘verkeerde’ groepen droeg ieder lid op zijn of haar eigen manier de groepsdas. Op of onder de kraag: het maakte niet uit.  Ik heb eigenlijk geen idee of deze ‘ouderwetse’ gewoonten bij padvindersgroepen nog wel bestaat. Of ben ik de laatste der Mohikanen (niet bedoeld is hier de gelijknamige padvindersgroep)?

Deze Chinese kinderen maken er wat mij betreft ook maar een potje van. Ik dacht nog even dat de regel in China zou kunnen zijn dat meisjes de das op de ene manier dragen en jongens op de andere manier, maar dat is toch ook niet het geval. Het is gewoon slordig, wat mij betreft.

De dasring.

Vanmorgen vroeg kreeg ik nog een voorbeeld voor de geest, waarbij padvinders in hun gedrag afweken van wat elders in de maatschappij gebruikelijk was. Dat betreft het oprollen van lange mouwen. Padvinders rollen die naar binnen toe op. Het verhaal dat ik erbij hoorde was, dat als je door het bos rende, je met naar binnen opgerolde mouwen niet aan een tak kon blijven hangen. Door deze herinnering realiseerde ik me ook ineens dat ik eigenlijk nooit geweten heb waarom de groepsdas over de kraag heen moest worden gedragen. En vervolgens met een dasring moest worden vastgemaakt, en zeker niet, zoals bijgaande Chinese kinderen (moeten) doen, met een knoop. Met het inzicht van vandaag zie ik de voordelen van de padvindersmethode wel. Aan een das die onder de kraag doorloopt en ook nog eens met een knoop van voren wordt vastgemaakt kun je jezelf – opnieuw in een bos – makkelijk ophangen. Boven de kraag gedragen en met een dasring vastgemaakt, kun je nergens achter blijven haken. Alles laat meteen los. Deze Chinese kinderen komen blijkbaar niet met hun uniform in een bos. Hun mouwen zijn ook niet opgerold, maar het zijn korte mouwen. Bij precies kijken naar de mouwen viel me wel op dat de meisjes blijkbaar nog een soort hemd aanhebben en de jongens niet.

De dasring kon je zelf maken, maar de techniek beheerste vrijwel niemand. Het heeft mij ook veel moeite en oefenen gekost. Ik betwijfel of ik het nog steeds zou kunnen. De meisjes hadden een andere dasring: kant-en-klaar. Maar die moesten dan weer hun eigen fluitkoord vlechten.

Een riskant modelletje, de meisjesdasring. (N.P.G. betekende Nederlands Padvindsters Gilde). Hiermee kon je overal achter blijven haken. Ze veronderstelden wellicht minder in een bos te komen dan de jongens. Of beter op de paden te blijven.

Woensdag 18 juli 2018. De haringen bij Albert Heijn.

Dat had ik dus niet moeten doen, gisteren. Tussen de middag begon het al met een zoute haring op mijn enige boterham. Die kun je bij de super slechts in verpakkingen van twee of drie kopen en dat werden er dus twee, voor op mijn enige dikke zelf gebakken boterham. De enige haringen die bij de AH te koop waren, waren ook nog eens voorzien van zo’n 35%-sticker, waaruit dus bleek dat diezelfde dag nog hun houdbaarheid zou eindigen. Wie de strenge maatregelen kent die top-haringverkopers, zoals onder andere de firma Koning in Rijswijk, en Simonis in Scheveningen hanteren, zoals ik, had beter moeten weten. Genoemde firma’s (en natuurlijk ook andere) bewaren en transporteren hun haringen een fractie boven nul: alles permanent op ijs. In de verpakking die je meekrijgt worden ook nog  ijsklontjes gestopt, voor je transport naar huis. Bovendien wordt er elke verkochte haring voor je neus en waar je bij staat schoongemaakt. Hoe anders gaat het in een supermarkt. Alle haringen worden al ergens centraal schoongemaakt en met machines verpakt. Bij welke temperatuur dat gaat weten we niet. De voorverpakte haringen worden ongetwijfeld gekoeld getransporteerd naar de winkels, maar uiteraard tussen alle andere spullen die ook gekoeld moeten worden vervoerd. Dat hoeft vast niet allemaal bij 0 graden Celsius en ik veronderstel dat dat ook niet gebeurt. Alles bij bijvoorbeeld 4 graden. Vervolgens worden de kratten met gekoelde waar de winkel ingebracht. Je mag alleen maar hopen dat dat met minimaal tijdsverschil gebeurt. Heeft u wel eens opgemerkt hoe lang zo’n kratje dan soms nog onuitgepakt in de winkel staat? Ik heb zo’n rijdend kratje meer dan eens in de winkel bij bijvoorbeeld de melkwaren zien staan als ik binnenkwam en als ik de winkel weer verliet stond het er een half uur of zo later, nog steeds zo.  Je krijgt bij de supermarkt je haringen uiteraard ook niet mee naar huis verpakt in ijs. Je kunt op deze manier gewoon geen kwalitatief heel goede haringen verkopen. In de inmiddels verdwenen haringtesten van het AD stonden supermarkten dan ook altijd laag, zo niet helemaal onderaan. Onze AH heeft er wel eens ingestaan met een voor een supermarkt extreem hoge 6. Een hoger getal voor een super heb ik nooit gezien, wel veel lager, tot een 1 toe, terwijl er ook genoeg achten en hoger werden uitgedeeld. Ik had dus beter moeten weten.

Meteen al een uur na de lunch kreeg ik maagkrampen. En kort daarna zat ik met diarree op de wc. Dat kan alleen maar van de haringen geweest zijn, want van mijn zelfgebakken brood heb ik nog nooit last gehad. ‘Normaal’ voor mij is dat ik bij het opeten van voor mij verkeerd voedsel ik een uur tot twee uur later op de wc zit en maximaal twee uur later alles weer voorbij is. Deze keer was het anders. Met half één de lunch, zou ik met het ‘wc-werk’ om uiterlijk half drie moeten zijn begonnen en daar dan niet later dan half vijf mee klaar moeten zijn. Maar dat was deze keer niet het geval. Ook om half zes, als ik mijn nootjes mag met een glas wijn, was het rot gevoel in de maagstreek nog steeds niet weg en liep ik nog steeds af en toe naar het toilet voor een volgende portie, die wel steeds kleiner werd. Ik had ook nog eens extra voedsel voor het avondeten ingeslagen, zoals ik gisteren al meldde. Dat ging er best wel in en smaakte me ook goed, maar het was natuurlijk niet alleen meer maar ook anders dan anders. Om half negen was het laatste toiletbezoek. En zelfs toen ik tegen middernacht naar bed ging, had ik weliswaar geen aandrang meer, maar was het vervelende buikgevoel nog altijd niet verdwenen. Ik heb vervolgens prima geslapen, maar ook vanaf vanmorgen tot op dit moment (een uur of elf) is mijn buik nog altijd niet 100%.  Dat weet ik dus voorgoed. Voor mij geen haring meer bij een super en helemaal niet als de verkoopdatum ook de datum van uiterste houdbaarheid is.

Vrijdag 11 oktober 2019. PAS.

Gisteren kondigde ik al aan dat ik vandaag iets wilde vertellen over het Parental AlienationSyndrome (PAS), dat in het Nederlands het Ouderverstotingssyndroom blijkt te heten. Ik las bijna per ongeluk, want ik zocht er helemaal naar, een artikel over het PAS, dat onder de paraplu “Child Affected by Parental Relationship Distress” sinds juni 2016 in het DSM-5 is opgenomen. Het DSM-5 is een soort handboek voor psychiaters, waarin alle mogelijke mentale en persoonlijkheidsstoornissen worden beschreven. Hoewel oorspronkelijk van de vereniging van Amerikaanse psychiaters, wordt het tegenwoordig in een groot deel van de wereld van de psychiatrie gehanteerd. Ook in Nederland. Door psychiaters en verzekeraars, onder andere. Dat is natuurlijk handig en nuttig zodat psychiaters onderling, maar ook met patiënten en verzekeraars bijvoorbeeld, het over hetzelfde hebben, als ze een bepaald begrip gebruiken. Het boek wordt natuurlijk regelmatig aangepast aan nieuwe inzichten en ontdekkingen. Het duurt soms jaren of zelfs tientallen jaren, voordat een nieuw inzicht ook in het PAS wordt opgenomen. Het PAS bestaat al heel lang. Ik ben er zelf een slachtoffer van uit mijn jeugd en daarom vind ik het ook zo interessant, dat het nu blijkbaar erkend is als een echte stoornis. 

Volgens de DSM-5-psychiaters bestaan er slechts twee oorzaken voor het ontstaan van PAS bij een kind. De ene oorzaak is als het kind door één of beide ouders wordt mishandeld, misbruikt of verwaarloosd. Dan is het logisch dat een kind, overigens doorgaans op latere leeftijd, niet als klein kind verwacht ik, niets meer met die ouder(s) te maken wil hebben. De andere oorzaak is, als de ene ouder, na eenscheiding, de andere ouder zwartmaakt en neerzet als een verschrikkelijk persoon, doorgaans met toevoeging van meer bijvoeglijke en/of zelfstandige naamwoorden. Dan ontstaat er ook een verwijdering tussen de zwartgemaakte ouder en het kind en raakt het kind als bijna vanzelfsprekend aan de andere, zwartmakende, ouder juist extra gehecht, vooral als die ouder voor het kind altijd even aardig en lief is. In de praktijk is dan in verreweg de meeste gevallen de zwartgemaakte de vader en de zwartmaker de moeder. Er bestaat wel een vereniging ‘dwaze vaders’ (www.dwazevaders.nl), die de belangen van deze vaders poogt te behartigen, maar de tegenhanger bij de moeders bestaat niet, zover ik weet. 

Het opmerkelijke is ook dat – in die situaties van scheiding – de stoornis bij het kind terecht komt en dus niet bij de vader. Er bestaat bij mijn weten geen psychisch verschijnsel, waarbij de vader of moeder een syndroom krijgt als gevolg van de verwijdering van een kind. 

In de V.S. – waar anders – hebben advocaten de mogelijkheid van deze erkenning nu aangegrepen voor het verkrijgen van genoegdoening. Er is vooral dit jaar, 2019, een ware lawine aan rechtszaken ontstaan, nu eenmaal ontdekt is dat het om een erkende ‘ziekte’ gaat. Dat kan volgens mij juridisch op drie manieren. De eerste is dat vaders nu voor rechtbanken de volledige voogdij over de kinderen opeisen, en aan de moeders wordt ontzegd, als is aangetoond dat de ene ouder de andere zwartmaakt. Die moeders denken met hun gedrag dat ze de andere ouder daarmee treffen, maar in werkelijkheid treffen ze er niet hem maar hun kinderen mee. In de eerste 300 zaken van dit jaar gaan Amerikaanse rechters daar in 82% van de gevallen met deze redenatie in mee en krijgt de vader de volledige voogdij en wordt de voogdij aan de moeder ontnomen. Het is natuurlijk fout als een ouder willens en wetens de kinderen beschadigt. En dat doen deze moeders. 

De tweede mogelijkheid, die ik zelf bedacht, is de mogelijkheid om een schadevergoeding of smartengeld te krijgen van de andere ouder. Daar heb ik nog niets over gelezen. Maar ik weet niet hoe het zit met minderjarigen die iets eisen van een volwassene. Of dat dat pas later kan. 

En de derde mogelijkheid die ik kon verzinnen, is natuurlijk dat het strafrecht nog een rol kan krijgen. Ook daar heb ik nog niets van gelezen, maar het lijkt me toch strafbaar als iemand een kind willens en wetens beschadigt. 

Dus eindelijk worden de rollen nu omgedraaid. In Nederland is bij mijn weten nog geen zaak geweest met deze overwegingen. Want het DSM-5 is ook in Nederland de standaard. Er komt nu vast ook een vereniging ‘dwaze moeders’ of zoiets. Maar het zou ook wel erg snel zijn als de tsunami aan rechtszaken in de V.S. dit jaar pas op gang is gekomen. Het is bij veel zaken zo gegaan. Eerst nemen de V.S. het voortouw en later volgen dan de andere westerse landen, zoals Nederland. Op het gebied van muziek, mode, gewoonten en het recht. Het is een kwestie van tijd dus. 

Overigens, voor alle duidelijkheid: ik ga ervan uit dat in de overgrote meerderheid van de echtscheidingen ouders elkaar niet zwart zullen maken. Dat hoop en verwacht ik toch. Maar als het wel gebeurt, dan gaat het in mijn ervaring meestal zoals ik hierboven beschreven heb,

Morgen iets over mijn eigen geschiedenis met PAS.

 Zaterdag 12 oktober 2019.

Dan nu mijn persoonlijke kant en ervaring met PAS, zoals gisteren beschreven in het algemeen. Mijn vader ging in september 1948 het huis uit, zo blijkt uit de GBA/BRP. Mijn broers waren toen 9 en 7 jaar en ik nog geen twee. Ik heb daar dus geen enkele herinnering aan en ook niet aan mijn vader. Toen ik weer thuis kwam, zie desgewenst mijn jongste geschiedenis op deze site, was ik 11 en mijn beide broers waren toen dus 16 en 18. Onze moeder, die ook typisch zo’n moeder was die onze vader voortdurend zwartmaakte, had haar werk met mijn beide broers dus al gedaan toen ik mij bij hen voegde. Ik kan mij niet herinneren dat mijn moeder zo vaak in woorden bij mijn vader stilstond. Als het onderwerp ‘vader’ al heel af en toe voorbijkwam, dan was haar blik voldoende om te weten wat zij erover dacht. Ik heb dus dezer dagen aan mijn broers gevraagd wat moeder in de tijd van mijn afwezigheid, van mijn 4e tot mijn 12e jaar, over onze vader heeft verteld. Voor mij was wel helemaal duidelijk dat mijn vader een vreselijke man was, zonder dat er veel woorden aan werden vuil gemaakt. 

Pas een aantal jaren later, het zal februari 1962 zijn geweest, toen ik dus 15 jaar was, ben ik met mijn broers naar de 92e verjaardag van mijn opa in Delft gegaan. Daar zag ik voor het eerst mijn vader. Ik heb geen woord met hem gesproken en zover ik mij herinner, hebben ook mijn broers dat niet gedaan. Ik kan me ook niet herinneren dat ik toen een gesprek met iemand anders heb gevoerd, zoals met zijn dochter en dus mijn tante Ida. We zaten daar volgens mij maar stilletjes en hooguit een uurtje. Vader was uiteraard voor ons, de drie broers, persona non grata. Daar sprak je sowieso niet mee. Ik kan me wel enkele verhalen van opa herinneren over zijn werk, als molenmaker. Enkele jaren later gingen we nog een keer naar opa’s verjaardag. We hadden dat blijkbaar aangekondigd, want toen we met zijn drieën aankwamen zat er wel hetzelfde gezelschap van de vorige keer, maar bleek opa intussen overleden te zijn. Dat moet dus op 8 februari 1966 geweest, zijn 96e verjaardag, toen ik intussen 19 was geworden. Toen we vaststelden dat opa overleden was, zijn we boos weer vertrokken. We voelden ons genomen. Dat was de tweede en ook laatste keer, dat ik mijn vader heb gezien en opnieuw niet heb gesproken. 

Pas vele jaren later ontdekte ik in deze eeuw, dat ik nog een zus bleek te hebben, uit het tweede huwelijk van mijn vader. Die hebben we inderdaad gevonden, in Neede, en die kon ons, toen we met zijn drieën bij haar op bezoek gingen, vertellen wie onze vader nu in haar beleving was geweest. En toen kwam er een heel ander verhaal en een heel andere persoon tevoorschijn dan onze moeder ons steeds had wijsgemaakt. Mijn vader was – volgens mijn zus – een heel lieve en zachtmoedige man, die ook heel erg goed was voor zijn dochter. Dochter Tineke kon het heel goed met haar vader vinden, veel beter dan met haar moeder. Vader en dochter refereerden samen aan zijn vrouw en haar moeder als ‘die draak’. Vader was een doetje en had niets in te brengen. Mijn vader heeft gewoon twee keer de voor hem verkeerde vrouw getroffen, zo kwamen we samen tot de conclusie. Nog later bleek Tineke nog een dochter te hebben die óns vond. Ook met haar hebben we kennisgemaakt. En ook zij kon uit eigen ervaring vertellen wie onze vader was geweest. En hoewel moeder en dochter onderling gebrouilleerd bleken, was het verhaal over onze vader, haar opa, vrijwel identiek aan dat van haar moeder. Haar opa was een lieve man en een goedzak. 

Pas de laatste paar jaar ben ik me gaan afvragen, waarom ik toch nooit contact met mijn vader heb gezocht. Ook mijn broers hebben dat nooit overwogen. Ik had natuurlijk met hem eindeloze gesprekken kunnen hebben en hem zo uit eigen ervaring heel goed hebben leren kennen. Wat zou daar op tegen geweest zijn? Het is gewoon nooit in me opgekomen. Wij hebben gewoon de helft van onze ‘roots’ gemist. En dat allemaal als gevolg van PAS. Blijkbaar is het zo dat als de band tussen vader en kind eenmaal gebroken is, als gevolg van PAS, dat vader noch kind het initiatief tot een herstel van het contact zullen nemen. Maar op latere leeftijd kan het kind er wel last van krijgen. De vader blijkbaar nooit. Onze vader heeft dus ook nooit zijn kleinkinderen gekend. 

Zo blijkt dus het leerstuk te zijn dat het inderdaad bij PAS zo is, dat niet de vader het meest wordt getroffen, maar juist het kind. Het is alleen wat merkwaardig dat PAS, volgens het DSM-5, alleen bij kinderen. Ik heb zelf nu de ervaring dat PAS op latere leeftijd terug kan komen. Dat is ook niet zo vreemd. Als mensen ouder worden gaat het lange geheugen steeds beter werken, ten koste van het korte geheugen. optreedt

5 augustus 2018. Links activisme door de jaren heen:

7 augustus 2018: Zoek de lantaarnpaal.

In een nieuwsbericht stond dat een dame met haar auto tegen een lantaarnpaal was gebotst op de  Oterlekerweg  in Stompetoren.

Er werd een printje uit Google Street View bijgevoegd. De vraag is nu: zoek de lantaarnpaal. Je vindt hem wel, maar het zal toch een hele tour zijn om hem met je auto te raken.

En als u hem vindt: hoe krijg je het voor elkaar daar op deze weg tegenaan te botsen?

10 augustus 2018. Waterstanden.

Gisteren ging ik dan inderdaad vrij onverwacht al vroeg met de trein naar Nijmegen. In Nijmegen bus 80 genomen naar Millingen aan de Rijn, hoewel deze plaats niet aan de Rijn ligt, maar aan het Bijlandsch kanaal. Aan de bushalte Millingen Grensstation, op enkele passen van de grens met Duitsland, uitgestapt. Ik heb daar overigens geen grensstation gezien, wat dat ook mag zijn. De reis met deze bus 80 was op zich al een uitje. Ik zat vrijwel de hele busreis alleen in deze bus en kreeg zo een privé-rondleiding. De rit voert door de gemeente Berg en Dal en deze gemeente doet inderdaad zijn naam eer aan. Hij lijkt in veel opzichten op Wassenaar of Bloemendaal, met vele grote vrijstaande huizen, tussen veel groen, maar het verschil is wel dat veel van deze huizen een ver en vrij uitzicht hebben over een glooiend landschap. Schitterend. In Wassenaar en Bloemendaal kijk je toch vooral uit op je eigen tuin of op de heg van de buren. Vanaf de grens Duitsland inlopend kom je al na een paar honderd meter bij het dorpje Bimmen.

Op de achtergrond zie je de Rijndijk al liggen. Bimmen is een dorpje van niks. Hooguit een paar honderd huizen, waar absoluut niets te beleven is. Geen winkel of winkeltje, geen kroeg of café, geen enkele attractie. De enige attractie die mijn iPhone meldde was een brievenbus van de Deutsche Bundespost. Die wordt waarschijnlijk elke dag een keer geleegd, en dat kun je dan desgewenst bijwonen. Dat is alles. Zelfs een bankje om op te zitten heb ik niet gezien. Mijn iPhone meldde overigens nog wel een ‘kroeg’ met de naam Bei Gemma, maar daar aangekomen bleek het pand niet alleen gesloten maar zelfs in afbraak te zijn, zonder vermelding of en zo ja wat er dan voor in de plaats zou komen. Volgens mij kan geen enkele ondernemer hier een droge boterham verdienen.  Enfin, in het dorp de toegang naar de Rijndijk opgezocht en gevonden en die vervolgens opgegaan.

Ik had dit plekje uitgezocht omdat de Rijn bij Lobith (aan de overkant) vandaag op ongeveer 6,97 meter stond: de laagste stand in tientallen jaren. De laagste stand ooit was 6,89 maar het zou vanaf vandaag gaan regenen. Toen ik Duitsland weer uitliep zag ik toen ik mij omkeerde het onderstaande bordje staan.

Pas bij maken van dit artikel veel me op wat voor vlaggen er op de achtergrond hangen. De Duitse vlag is de Duitse staatsvlag, niet de zogenaamde civiele vlag, die het moet stellen zonder wapen in het midden en die wordt gebruikt door burgers en bijvoorbeeld bij sportwedstrijden. Merkwaardig. Daar achter hangt de Nederlandse vlag maar wel ondersteboven. Waarom bezoekers in dit plaatsje (toch) zo welkom zijn en wat er dan voor ze te zien of te doen is, is mij een raadsel. De brievenbus die dagelijks geleegd wordt is volgens mij het enige vertier en de enige bezienswaardigheid in Bimmen. Meteen over de grens in Nederland staat dan een bankje waarop je desgewenst kunt zitten. Let ook even op de bijzondere steentjes van deze Duitse weg: het zijn precies dezelfde steentjes die ook liggen direct na de grensovergang met Duitsland bij Nieuweschans in Groningen.

Een paar honderd meter verder in Nederland staat dan De Gelderse Poort: een behoorlijk groot restaurant, vlakbij de pont naar de overkant van de Rijn, naar Lobith. Die pont was trouwens uit de vaart, vanwege de lage waterstand. Bij dit restaurant een uitsmijter ‘De Gelderse Poort’ besteld en genuttigd. Verrukkelijk, maar ontzettend groot. Aldaar ook onderstaande foto’s gemaakt van de Rijn (of het Bijlandsch Kanaal) bij zeer laag water.

Staande op de aanlegplaats van het pontje. Let op de scheefgezakte boot.

Op dezelfde aanlegplaats staand, maar dan naar rechts, richting Duitsland, kijkend.  Ik nam deze foto’s vanaf een vast punt, zodat ik later, als de Rijn juist heel hoog staat, deze foto’s ter vergelijking kan maken.

Tot hier was het nog altijd droog en had ik nog geen drupje regen gezien. Van hieruit naar de bushalte bij het Millingse gemeentehuis gelopen en daar de bus naar station Nijmegen genomen. Aldaar op de Arrivatrein naar Mook Molenhoek gestapt. Het geluk zat me weer eens mee want de trein zou niet verder gaan dan Cuijk, wegens panne, maar zover hoefde ik ook niet. Vanaf station Mook Molenhoek naar de Maas gelopen, omdat ik ook daar het laagwater wilde zien en vastleggen.

Eerst de foto naar links genomen van de Maasdijk:

Let op het bordje: De Limburgers heten u welkom.  Daar zal dus de grens tussen Gelderland en Limburg liggen.

Vervolgens vanaf dezelfde plek een foto naar rechts, van de splitsing van de Maas en het Maas-Waalkanaal.

Vanaf hier naar Van der Valkrestaurant Molenhoek gelopen en daar gebruik gemaakt van het toilet. Terug naar de bushalte van lijn 83 voor de terugweg naar station Nijmegen. De vijf minuten dat ik daar moest wachten begon het net lichtjes te regenen en ook te onweren. Eenmaal in de bus zittend begon het te stortregenen en heftig te bliksemen en te donderen. De buschauffeur reed compleet ongestoord verder, alsof er niets aan de hand was, al kon hij volgens mij niet veel door zijn voorruit zien omdat zijn ruitenwissers het watergeweld niet aankonden. Hij kende blijkbaar de weg op zijn duimpje. Aangekomen op het busstation Nijmegen stortregende het nog steeds en in de twintig meter lopen naar de stationshal werd ik nog mooi even kleddernat. Daar de trein terug naar het noorden genomen.  Om half zes kwam ik weer terug aan op het station en liep nog even naar de supermarkt. Het regende lichtjes, maar met bij elkaar een minuut of twintig lopen, werd ik toch nog flink nat. Nog voor zes uur was ik terug in huis.

Dinsdag 14 augustus 2018: Oerdegelijk Duits constructiewerk.

Een bezoek aan het plaatselijke Atlantikwall Museum:

Oerdegelijk Duits constructiewerk, zoals men ziet. Staat er mogelijk straks net zo lang als nu de Egyptische piramiden. Alleen het fietsje, het naambord en de meeuwen zijn niet authentiek, terwijl ik van de zendmast niet helemaal zeker ben. Waarvoor zou die tegenwoordig dienen, als hij actueel is? Camera’s?

11 september 2018. Het pannetje.

Vanmorgen was het dan weer eens zover. Ik herinnerde me de volgende droom van vannacht. Het gebeurde – zoals altijd – op een voor mij totaal onbekende plaats of stad. Er kwam geen enkele bekende in voor, hetgeen soms wel eens gebeurt, maar deze keer dus niet. Ik liep af op een Italiaans afhaalrestaurant. Het was er binnen en buiten erg druk, en buiten hing aan de gevel een grote menukaart, die je ook van een afstandje nog goed kon lezen.  Het was allemaal in het Nederlands, dus ik veronderstel dat het ergens in Nederland of België was. Bovenaan op de menukaart stond de dikgedrukte zin, dat je bij bestellen een pannetje bij je moest hebben,  zodat het bestelde daar in kon worden meegenomen. Toevallig (?) had ik een pannetje bij me, in elk geval groot genoeg voor één portie, dus ik was blijkbaar van plan alleen en thuis of ergens alleen binnen te gaan eten. Ik vroeg me wel meteen af hoe dat dan zou moeten gaan als je een pizza wilde bestellen (grote pan mee, of krijg je die dan toch in een doos?), maar aangezien ik geen pizza wilde bestond dat probleem dus niet voor mij. Ik ging met mijn pannetje naar  binnen en kon plaatsnemen aan een grote tafel, met mijn pannetje voor me op de tafel, waar bij elkaar wel enkele tientallen mensen rondom omheen aan zaten, maar geen van alle anderen had een pannetje bij zich. Achter de zitters stonden nog ten minste evenveel staande klanten, die ook geen van allen – zo te zien – een pannetje bij zich hadden.  Een bijzonder zenuwachtige en sterk zwetende medewerker (het was een warme zomerdag) nam de bestellingen op. Hij gebruikte daarbij een voor mij totaal onnavolgbare volgorde van de bestellingen. Hij sloeg mij over. Ik had geen idee waarom, maar ik werd er in het geheel niet ongerust van. Tenslotte kon ik zitten en dan kan er van mij altijd veel. Hij heeft hier vast ervaring mee en dus ook een soort plan of aanpak, al begreep ik niet wat dat plan of die aanpak dan zou kunnen zijn. Na verloop van enige tijd werden de bestellingen aan de bestellers afgeleverd, in eigen verpakkingen van het restaurant, bij niemand werd hun (niet) meegenomen pannetje gebruikt. Er verschenen dus lege plekken aan de tafel en ook rondom de staanders om ons heen. Meteen kwam er een volgende ronde voor het opnemen van bestellingen en opnieuw werd ik overgeslagen. Ik vond het nog altijd heel gewoon. Ik moest gewoon wat meer geduld hebben. Bij de derde of vierde bestelronde, inmiddels was de ruimte behoorlijk leeg geworden, zag de medewerker voor het eerst mij zitten en vroeg me wat ik kwam doen. Ik legde uit dat ik graag iets wilde bestellen en dat ik daarom ook een pannetje bij me had, precies zoals het ook op de buitenmuur was voorgeschreven. Hij keek me aan alsof ik van een andere wereld kwam.  Einde droom.

Dinsdag 25 september 2018. Het schoonhouden van mijn huis.

Door het vele gedoe kom ik tegenwoordig te weinig toe aan het schoonhouden van mijn huisje. Dat doet me denken aan vroeger, toen ik nog elke dag naar het werk ging. Dan maakte ik elke dag van maandag tot en met vrijdag heel lange dagen en was ik elke avond weer blij dat ik weer tussen de klamme lappen kon kruipen. Om het andere weekend had ik dan mijn kinderen met wie ik dan natuurlijk ook bezig was: boodschappen doen, de maaltijden verzorgen en met de kinderen allerlei clubs, vrienden en vriendinnen aflopen. Elke zondagavond als ik ze weer bij hun moeder had afgeleverd, zeeg ik dan toch behoorlijk afgedraaid op de bank neer en kwam er urenlang ook niet meer vanaf.  In de tussenliggende ‘vrije’ weekends zou ik dan tijd hebben moeten vrijmaken om het huis dan flink op te poetsen, maar daar kwam het dan ook vaak niet echt van. Ik was namelijk ook nog actief voor allerlei clubs, vooral de politiek (lid van Provinciale Staten en plaatselijk afdelingsvoorzitter), was een echte tijdvreter.  En ik moest op de zondag de komende week voorbereiden. Mijn huis moet in die tijd voor mijn kinderen wel een rommeltje geweest zijn, heel anders dan ze bij hun moeder gewend waren, waar het ongetwijfeld altijd spic en span was. Maar die werkte of niet, of niet meer dan halve dagen, dus die had ook veel meer tijd dan ik om haar huis op orde te houden. Wat ik de afgelopen dagen dus meemaak is een kleine en korte variant op de tijden van toen. Ik hoop en verwacht de achterstand komend weekend helemaal te hebben ingelopen.

Vrijdag 2 november 2018. Goede doelen.

Gisteren een persoon aan de deur met een schitterende en forse brochure over het vele dierenleed dat er in Nederland heerst. Ze begon met een heel verhaal, maar ik ken de uitkomst al: ik zal er geen stuiver aan geven. Dus ik onderbrak haar, want anders had ik er nog geruime tijd gestaan met dezelfde uitkomst, met de melding dat ik haar veel succes wenste, maar dat ik niets wilde bijdragen. Ze leek hoogst verontwaardigd. Ik kan het aan deze mensen nooit uitleggen dat er in Nederland ongeveer 17 miljoen goede doelen zijn en dat een mens, als hij wat wil schenken, dan een keus zal moeten maken. En die keus heb ik al gemaakt. Het is ook niet doenlijk om ieder van die goede doelen zelfs maar één cent te geven, want dat zou me nog altijd 170.000 euro gaan kosten en zoveel geld heb ik bij lange na niet. En wat heeft een goed doel aan één losse cent van mij? Bovendien is een volgend probleem dat ik nooit weet hoeveel van mijn schenking er aan de strijkstok van de overheadkosten blijft hangen. En hoeveel er dus werkelijk voor het eigenlijke doel beschikbaar komt. Ze verklaren bij zo’n vraag dan natuurlijk om strijd dat bij hún doel alles of vrijwel alles naar het doel gaat. Maar dat is voor de simpele gever nooit te controleren. Voor andere goede doelen is het algemeen bekend dat veel geld gaat naar de overhead, in het bijzonder naar de directie. Nu op steeds meer plekken de mogelijkheden worden beperkt om grote salarissen uit te delen, moeten de graaiers toch ergens naartoe? Dan zijn de goede doelen een mooi en eerzaam alternatief. Hier kun je nog geruisloos met tonnen naar huis, en kun je ook nog in een fraaiere auto rijden, omdat er altijd mensen genoeg zijn die geld voor goede doelen geven. Als het geld naar het buitenland gaat dan weet je al helemaal niet wat er met je geld wordt gedaan. Het geld gaat dan veel te vaak naar allerlei ongure machthebbers die zichzelf verrijken of er wapens van kopen, of het gaat naar mensenhandelaren die ervoor zorgen dat talloze gelukszoekers naar onze landen komen, met behulp van deze ‘menslievende’ organisaties. Zo importeren we onze eigen problemen. Zeker draag ik wel mijn steentje bij aan een betere samenleving. In de eerste plaats natuurlijk door het betalen van belasting, waarmee de regering met steun van de meerderheid van de volksvertegenwoordiging, dezelfde goede doelen al steunt. En daarnaast doe ik liever goed aan mijn medemensen op een plek waar ik het kan overzien: dichtbij huis. Zoals bij de woningcorporatie. Dan kan ik zien wat er van mijn inspanningen terecht komt. Er is voor iedereen van goede wil meer dan genoeg te doen om een steentje bij te dragen aan het levensgeluk van anderen.

Donderdag 8 november 2018. De geweldige service van XS4all.

Gisteren dan eindelijk de proef op de som. Volgens diverse onderzoekingen, o.a. van de Consumentenbond, is XS4All de meest klantvriendelijke internetprovider, met de beste service. Sinds nog niet zo lang doen ze ook aan het hosten van websites. Maar eens proberen wat ze me te bieden hebben, want daar ben ik naar op zoek voor mijn vier websites, waarvan drie zakelijk en eentje, deze dus, privé. Mijn vraag past op geen enkel formuliertje, dus eerst maar even telefonisch contact zoeken.

Hun website leverde meteen al een probleem op. Ze hebben twee telefoonnummers voor klanten: eentje voor zakelijke klanten en eentje voor particuliere klanten. Welk nummer moet ik nou hebben? Ik ben namelijk allebei. Dat is meteen het eerste verschil met mijn totnutoe meest favoriete dienstverlener: Apple. Bij Apple is er maar één klantennummer en je krijg binnen enkele seconden meteen contact met een persoon met wie je ‘alles’ kunt bespreken en oplossen. Bij XS4All begin ik dus maar met het bovenste nummer: voor particulieren klanten. Bij XS4All krijg je dan meteen een keuzemenu. Die menu’s haat ik zo, omdat ik altijd verschillende vragen tegelijk beantwoord wil hebben (of geen van alle) en ik nooit weet wat ik dan moet kiezen. Ik kies dan altijd het verkeerde nummertje en wordt daarna dan eindeloos doorverbonden. Na gisteren meerdere van die hatelijke keuzemenu’s te hebben afgewerkt, volgt een bandje met de tekst: “Al onze medewerkers zijn in gesprek, een ogenblik geduld alstublieft.” Dat is dus precies hetzelfde als bij al die ander wanpresterende zakelijke dienstverleners, als het om service gaat. Het kan natuurlijk nog helemaal goed komen, als je dan toch binnen korte tijd wordt doorverbonden met iemand die je ook meteen goed helpt. Maar nee. Dat was niet het geval.  Na precies 26 keer de mededeling gehoord te hebben “Al onze medewerkers zijn in gesprek, een ogenblik geduld alstublieft”, kreeg ik na 13 minuten een medewerker aan de telefoon. Deze begon meteen zijn excuses aan te bieden voor de lange wachttijd. Ik heb natuurlijk 100 keer liever meteen contact met een deskundige medewerker, dan 13 minuten wachten met excuses. Maar goed, hij was dan tenminste nog persoonlijk wel attent. Na uitgelegd te hebben wat ik precies wilde zei hij eerst dat ik een en ander net zo goed met zijn nummer als met het zakelijke nummer kon bespreken, maar hij kwam uiteindelijk wel met het definitieve bericht dat hij het antwoord op mijn vragen toch schuldig moest blijven. Hij moest me daarvoor toch doorverbinden met een collega. Het is niet anders, ik wist het van tevoren.

En hij voegde de daad bij het woord. Vervolgens kwam ik bij een volgende automaat terecht die deze keer 32 keer achter elkaar de zin uitsprak: “Al onze medewerkers zijn in gesprek, een ogenblik geduld alstublieft.” Het duurde dus deze keer 16 minuten voordat een levend persoon opnam. Deze persoon, van wie ik aannam dat hij dan ook, net als zijn voorganger, moet hebben gezien hoe lang ik al wachtte, gaf geen excuses. Ook aan hem moest ik dan het hele verhaal nog een keer vertellen. Ik moet helaas bekennen dat hij meteen met vaktermen begon te smijten, waardoor ik niet meer goed begreep wat hij bedoelde. Bij herhaling probeerde ik hem vragen te stellen in gewoon Nederlands, maar hij was niet echt bij machte naar mijn niveau af te dalen: hij bleef maar vaktermen terugroepen. Voor zover ik hem dus begrepen heb, moest ik de conclusie trekken dat wat ik wilde – de instellingen van de WP-software bij alle websites hetzelfde – bij XS4All niet kon. Ik moest maar bij Google gaan kijken of er een firma was die dat kon leveren. Ze wilden wel hosten, dus mijn websites in beheer nemen, maar ik mocht er geen vragen bij stellen. Ik had er zeker vrede mee gehad als ze mijn vraag dan hadden uitbesteed, of me naar een firma hadden verwezen die dat wel kon. Het ging me er ook niet om dat het gratis moest. Ik wilde daar best voor betalen. Maar het kon allemaal niet. Ze willen wel hosten, maar je mocht geen vragen stellen en ik moest de oplossing maar gaan Googelen.

Drie kwartier na de start begreep ik er echt geen jota van hoe het komt dat XS4All zo hoog scoort op dienstverlening. Niet eens omdat ze geen oplossing hadden, maar de combinatie van alles. Niet weten welk nummer je moet bellen. Die vreselijke keuzemenu’s  die je alleen maar verder het moeras in helpen. Het lange wachten om doorverbonden te worden. Tot twee keer toe zelfs. Het vele liegen. Iedereen met enige verantwoordelijkheid bij XS4All moet toch weten dat de wachttijden geen ‘ogenblik’ zijn. Dat is gewoon niet waar. En toch gaan ze schaamteloos door met over de wachttijden te liegen. En dat dan in mijn geval bij elkaar wel 58 keer. Mensen, of dan tenminste één, die er overduidelijk niet op geselecteerd zijn om te kunnen afdalen naar het niveau van de klant. En die zelf zonder enige uitleg met vaktermen beginnen die in het gesprek nog niet waren gebruikt. Dat is vragen om communicatiestoornissen.

Onbegrijpelijk dat deze firma zo hoog eindigt en dat al jarenlang. Hoe slecht moeten de anderen dan niet presteren? Of zou het geld kosten om zo hoog te eindigen?

Zaterdag 10 november 2018. De telefonische service van KPN.

Gisteren kreeg ik het ineens op mijn heupen, dankzij een bekende die iets op mijn vaste voice-mail had ingesproken waarop ik niet reageerde. Ik reageer daar inderdaad nooit op. De meeste van mijn relaties weten dat wel, dus het gebeurt maar weinig, dat er iets wordt ingesproken. Het zou – volgens haar – heel simpel zijn om via KPN, mijn vaste provider, het doorschakelen naar de voicemail te blokkeren. Om een heel andere reden voelde ik daar wel voor. Elke keer dat de vaste telefoon gaat, schakelt hij na drie of vier keren overgaan automatisch door naar de voicemail. Dat heeft dus tot gevolg dat ik elke keer een benenbrekerige sprint moet trekken om de telefoon op tijd op te kunnen nemen. Het leek me dus wel wat als de telefoon gewoon zou overgaan totdat ik hem al dan niet opneem, zonder voicemail. Tegelijk wist ik ook wel dat zo’n simpel lijkende handeling bij mij in de praktijk op schier onoverkomelijke ellende zou gaan stuiten. Dit gaat een hoop gedoe, tijd en ergernis kosten, wist ik al. Eerst maar eens de website van KPN bezocht. En, nee maar, er staat een wel heel simpele handleiding in, hoe je het uitschakelen van je voicemail kunt bereiken. Dan moet je een bepaald nummer bellen en dan de aanwijzingen volgen. Het viel me wel meteen op dat dat hetzelfde nummer was waarmee je ook de voicemail kunt inschakelen. Ik werd al een beetje argwanend. Als dat maar goed gaat. Ik belde het opgegeven nummer en van een automatische mevrouw moest ik eerst een code maken. OK. Dat moet dan maar. Na succesvol de code te hebben ingevoerd vroeg dezelfde automatische dame om een keuze te maken uit drie mogelijkheden om een welkomstboodschap in te spreken. Maar dat wou ik uiteraard niet. Ik wil juist van die voicemail af. Dan is het toch een beetje onzin om eerst een welkomstboodschap te moeten inspreken, die je meteen daarna weer moet verwijderen. Wat ik ook probeerde, ook toen ik het helemaal opnieuw deed, ik bleef stranden op de noodzaak een boodschap in te moeten spreken. Ik wist wel dat het niet zo simpel was wat ik wilde: ergens vanaf komen.

Vervolgens maar het algemene servicenummer van KPN gebeld. Dan moet je je natuurlijk door enkele keuzemenu’s worstelen, waar niet de mogelijkheid tussenstond wat ik wilde: ik wil van mijn voicemail af. De meneer die ik kreeg kon me ook niet uitleggen wat ik dan verkeerd had gedaan, maar daarom niet getreurd, want hij kon het zelf – uiteraard na verificatie van mijn klantgegevens – wel voor mij uitschakelen. Prima dus. Ik moest even aan de lijn blijven, want dat was zo gepiept. Maar na geruime tijd wachten kwam deze medewerker van KPN weer bij me terug aan de telefoon en vertelde me dat het hem niet was gelukt om mijn voicemail uit te schakelen. Zoals gebruikelijk: dat lukte bij iedereen anders altijd wel, en ik ben het enige uitzonderlijke geval op de wereld waarbij het niet lukte. Wie gelooft dat nog? Maar nu nog steeds niet getreurd, want er was ook nog een derde methode om mijn voicemail uit te schakelen. Daartoe moest ik achter mijn computer plaatsnemen. Zo gezegd zo gedaan. Hij moest dan mijn computer overnemen en ik deed precies wat hij me voorschreef. Maar op het moment suprême ging de overname en dus het uitschakelen toch nog verkeerd. Na diverse herhaalde pogingen lukte dus ook de derde methode niet. Gelukkig was er ook nog een vierde manier. Hiertoe moest ik een account openen voor MijnKPN en dan kon ik het makkelijk zelf. Hij stuurde me een e-mail met alle aanwijzingen. Die heb ik vervolgens braaf opgevolgd, en – het wonder geschiedde – inderdaad kon ik nu de voicemail uitschakelen. Je moet dan natuurlijk eerst wel toestemming geven en aan de voorwaarden voldoen, die zoals bij allemaal, totaal onleesbaar zijn. Bij dit soort toestemmingen wil ik dan altijd nog wel uitschakelen om allerlei ‘aanbiedingen’ en andere reclame te ontvangen, maar de knop hiervoor kon ik niet vinden. Dat wordt dan de prijs die ik voor het uitschakelen van de voicemail moet betalen, vrees ik: een lawine aan reclamefolders per e-mail en per post en zelfs telefonische aanbiedingen, waar ik geen enkele belangstelling voor heb. De volgende operatie wordt dan om deze papierstroom uit te schakelen. Daar zullen vast ook wel weer meerdere manieren voor zijn, maar dat zien we dan wel weer. Het is het zoveelste bewijs: wat een supersimpele handeling lijkt te zijn is bij mij altijd een urenlange martelgang langs allerlei bureaucratieën met vele totaal zinloze handelingen.

Na een uurtje heb ik nog even gecheckt of hij nou echt onbeperkt overging, zonder naar wie of wat dan ook door te schakelen en dat was ook zo. Operatie geslaagd. Nu komt de volgende operatie.

12 november 2018. Franse gemeenten.

Frankrijk blijkt niet minder dan 35.502 gemeentes te hebben, met ook evenveel burgemeesters. Meer dan twintigduizend Franse gemeentes hebben dan minder dan 500 inwoners. Frankrijk heeft 40% van alle Europese burgemeesters. Het criterium was blijkbaar – zo las ik – bij de Franse revolutie van 1789 dat bij elke kerk ook een burgemeester hoort. Merkwaardig dat juist voor Frankrijk, fanatiek aanhanger van de scheiding van kerk en staat, dit criterium geldt. Misschien wel om te voorkomen dat ergens in het land er invloed is van de geestelijkheid, zonder tegenhanger van de overheid. Tegenwoordig zou ik een ander criterium kiezen. Bijvoorbeeld in elke plaats met een zwembad of een treinstation ook een burgemeester. Daar kun je natuurlijk van mening over verschillen, maar daar moet een poldermodel op te bedenken zijn.

1 december 2018. De rij bij de kassa.

Ik blijf me maar aangetrokken voelen tot mensen vóór me in de rij, die over de een of andere kwestie bij de kassa moeilijk gaan doen. Ik heb daar een heel fijne neus voor, zoals ik al vaker heb verteld. Dus ik had het weer getroffen met de klant in mijn rij die voor me stond. Voor moeilijk doen bij een kassa zijn er ook heel veel varianten. De variaties zijn werkelijk onuitputtelijk. Ik kan er een boek mee vullen. De variant van gisteren was dan weer een nieuwe: dit had ik nog niet eerder meegemaakt.

Bij het inpakken van haar boodschappen van de lopende band, terwijl ze dus al had afgerekend en ik al geholpen werd door de caissière,  kwam ze tot de conclusie dat haar boodschappentas niet alle aangeschafte boodschappen kon bevatten. Dus mijn behandeling werd door haar op doortastende wijze onderbroken met de vraag aan de caissière of ze niet een gedeelte van de boodschappen op de lopende band kon laten liggen, want dan ging ze eerst naar huis met wat ze wel kon meenemen en dan zou ze later wel terugkomen voor de rest. Op deze variant was de jongedame achter de kassa niet ingewerkt. Er moest dus overleg plaatsvinden met een beter bezoldigde medewerkster. Die kwam na enige discussie tot de conclusie dat dat niet mocht. Wat wel kon was een lege doos pakken, daar het restant boodschappen indoen, en die in bewaring geven bij de servicebalie. Het idee om voor 50 eurocent bij die kassa een tweede boodschappentas te kopen had ik meteen al bedacht, maar dit werd niet besproken en ik heb het ook niet gemeld. Ik heb namelijk ook geleerd dat ik me met kassaproblemen van degene die voor me staat niet moet bemoeien, want daar gaat het niet beter of sneller van. Enfin, toen de commotie voorbij was en de klant met gevulde doos naar de servicebalie was vertrokken, kon mijn behandeling weer worden voortgezet.  Dat had ook tot gevolg dat de medewerkster alle door haar al eerder gestelde vragen (wilt u zegeltjes in de diverse soorten, heeft u een bonuskaart, wilt u de bon mee, etcetera) nogmaals moest stellen, want ze was intussen met mij ook compleet de weg kwijtgeraakt. Ik had daar begrip voor.

Ik heb geleerd dat ik me over dit soort zaken niet moet opwinden. Het hoort bij mij: een probleem van degene die voor me in de rij voor de kassa  staat, waarop ik dan een tijd moet wachten, voordat het is opgelost. En het lukt me ook steeds beter om alles geheel gelaten over me heen te laten komen en na afloop rustig weg te lopen.

December 2019. De jacht op de kerststol en het kerstkransje.

De jacht op de Kerststol is nog niet voorbij. Ik had verwacht dat Jumbo ze wel zou hebben, maar die hebben ook alleen maar feeststollen. Bij Jumbo alhier zit er op Sinterklaasdag ook altijd de echte Zwarte Piet achter de kassa, dus die zijn wat minder politiek correct dan bij Albert Heijn. Maar nee. Ook Jumbo heeft geen Kerststol. Ik heb wel van de gelegenheid gebruik gemaakt of ze ook nog kerstkransjes hebben. Want die vind ik ook wel lekker. Zeker in deze tijd. Ze hebben in talloze varianten wel zogenaamde ‘kransjes’. Van chocola, deeg en in allerlei kleuren en maten, maar geen kerstkransjes. Ik vond in het totale assortiment zegge en schrijve één echte kerstkrans. Die was van chocola en in megaformaat. Zeker 20 centimeter doorsnee. Hij was wel mooi versierd, opgemaakt en verpakt. En er stond echt ‘Kerstkrans’ op de verpakking. Bij Jumbo weet je nooit of dat een bewuste provocatie is, of dat deze enkeling aan de censor is ontsnapt. Intussen meldde een goede vriend me wel dat de Kerststol in Duitsland Weihnachtsstoll heet, maar toen ik dit woord ging googelen, kreeg ik uitsluitend Christstollen van allerlei merken te zien. Nu nog zien te achterhalen wat Kerstkransje in het Duits is. Wellicht Christkränzchen ? Een tongbreker, dus daar zullen de Duitsers wel iets op gevonden hebben. Of ze bestaan er niet, omdat ze er geen woord voor hebben. Bij een bezoek aan Leer in Duitsland later in de maand, kort voor de Kerst, had ik de grootste moeite om nog een Christstolle te vinden. Een Feststolle of zoiets heb ik er helemaal niet gezien. Ik vond er maar eentje, na een bezoek aan zeker tien banketbakkers en supermarkten. Die heb ik dus meteen maar gekocht. Ook een speurtocht naar kerstkransjes, of wellicht ook hier gewone kransjes leverde in Duitsland helemaal niets op. Die kennen ze in Duitsland blijkbaar niet.

Het is toch wat dat steeds meer begrippen worden afgeschaft, omdat we anders sommige medemensen voor het hoofd kunnen stoten, die er overigens geen enkel probleem van maken om mij voor het hoofd te stoten. De Kerstboom en het hele Kerstfeest zijn of worden binnenkort afgeschaft. Dat moet een lichtjes boom respectievelijk het lichtjes- of het winterfeest worden. Let maar op. Met Pasen komen er problemen met dierenliefhebbers. De Paashaas moet ook worden afgeschaft. Zo’n haas met een mandje met eieren op zijn rug is toch dierenmishandeling?

Op maandag 23 december kreeg ik een envelopje bezorgd, zonder afzender, met daarin een houten hartje te zitten, bedekt met een stukje bont.

Op het poststempel is alleen een W vrij duidelijk zichtbaar. Er zijn tegenwoordig zes sorteercentra bij PostNL: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Nieuwegein, Den Bosch en Zwolle. Het zou dan nog om Nieuwegein en Zwolle kunnen gaan, maar de naam is vrij klein dus ik ga ervan uit dat het om Zwolle gaat. Dus het komt ergens uit noord- of oost-nederland. Het handschrift komt me wel vaag bekend voor, maar vergelijkingen die ik nog kon maken met handschrift van bekenden, leverden geen match op. Ra, ra, van wie is dit presentje?

Het is me eerder overkomen. Het moet zijn 1963 of daaromtrent geweest zijn. Ik zat op school op het Grotiuslyceum en ik woonde in de Wieringsestraat in Scheveningen. Ik kreeg thuis een klein felicitatiekaartje voor mijn verjaardag, maar ook zonder afzender. Toen mijn Tante Tonia dit vernam nam ze me mee naar een helderziende op het Zieken in Den Haag. Het is de enige keer in mijn leven geweest dat ik naar een helderziende ben geweest. In een zaaltje stonden stoelen voor plm 25 mensen. Aan de kant stond een tafel, waarop iedere bezoeker een voorwerp legde: een foto, een sieraad, een sleutel of een brief. En nu dus ook mijn kaartje. De artiest kwam als laatste het zaaltje binnen en hij kon onmogelijk weten welk voorwerp op de tafel van wie in het zaaltje was. Eén voor één pakte hij een voorwerp van de tafel en begon erover te vertellen. Een persoon in het zaaltje reageerde wel. Toen hij bij mijn kaartje aankwam vertelde hij als eerste dat het kaartje in veel handen was geweest, en dat maakte het lastiger om het kaartje te duiden. Niettemin vertelde hij dat hij een school zag, met aan de ene kant van de gangen de leslokalen en aan de andere kant glas dat uitzicht bood op sportvelden. Het klopte precies met het Grotiuslyceum. In die gangen stonden dikke palen. Achter zo’n paal zag hij twee meisjes staan giechelen. Aha. Het kaartje kwam dus van twee meisjes. Vervolgens kreeg hij een ander beeld. Hij keek nu vanuit een woonhuis naar buiten en hij zag duinen, met een pad de duinen in richting zee. Langs het pad naar zee stonden vele fietsen geparkeerd. Frappant. Hij beschreef perfect waar ik woonde in de Wieringsestraat, en wat ik zag als ik naar buiten keek. Ik kom er nog wel eens als ik de Duinenmars loop begin april, en de situatie is nog precies zo. Dat was het Hij vroeg me wel een voorwerp niet meer in zoveel handen te geven, want dat vertroebelde het beeld erg.

Ik ben er nooit achter gekomen van wie dit kaartje was gekomen. En nu gebeurt het me dus weer. En weer ben ik er niet achter gekomen. Deze keer heb ik niet overwogen naar een helderziende te gaan.