Blog

Dinsdag 11 augustus 2020.

Tot nu toe red ik me aardig in de hitte. In huis wordt het nu maximaal 23 graden, om ’s nachts weer een graadje af te koelen. Zo wordt het elke dag een tikje warmer, maar gelukkig wordt aanstaande donderdag als voorlopig laatste tophittedag voorspeld. Dus dat zijn nog twee of drie nachtjes slapen en me intussen koest houden. Ik heb nog wel in de komende dagen een lunch buiten de deur, maar aan het water afgesproken, maar dat moet overleefbaar zijn.

Maandag 10 augustus 2020.

Het was vanmorgen toch weer 22,0 graden in huis, dankzij lang luchten na de hitte van gisteren. Dan gaat het vanaf nu weer omhoog. Zo overleef ik het wel.

Vanmorgen kreeg ik dan een vraag over een boek, dat naar Zuid-Afrika moet. Zo ver was ik nog nooit. Merkwaardig wel dat het boekje bij mij slechts 5 euro kost, maar dat er dan wel nog € 29,30 aan portokosten bij moet. Blijkbaar is het boekje toch meer waard dan ik dacht. Bovendien moet ik dan toch nog de deur uit, om het te kunnen verzenden. Dat doe ik dan morgenochtend vroeg wel. Dat scheelt dan een pak graden. En naar Zuid-Afrika is het pakje sowieso wel een aantal dagen onderweg.

Zondag 9 augustus 2020.

Mijn huis is weer fris en schoon. Maar nu zie ik toch de temperatuur in huis wel langzaam oplopen. Vanmorgen was het 22,5 graden. Het koelt ook ’s nachts niet echt meer af, zodat er nu elke dag een extra portie hitte wordt toegevoegd. En dat dan tot en met komende vrijdag, zoals het er nu naar uit ziet. Dus langzaam maar zeker wordt het zelfs in mijn huisje te warm voor een noorderling als ik. In Zuid-Europa en verder zuidelijk zijn de mensen aan deze hitte gewend, maar het is niks voor mij.

Ik heb nog eens nagedacht over de vakantieplannen van de heer Van Ranst, gisteren. Ik vind ze helemaal niet zo raar. Nu heb ik geen kerstboom meer, dus ik zal moeten wachten tot december of zo om er weer een te kunnen aanschaffen, maar daarna laat ik hem ook maar staan. Dan hoef ik ook niet meer met vakantie. De laatste jaren worden ons allerlei eeuwenoude tradities afgenomen. Geen Zwarte Piet meer, geen kerststol en geen kerstkransjes meer, en straks wordt de Paashaas ook nog afgeschaft. Ik zie het volgende zomer bij de volgende hittegolf al gebeuren: een lekkere portie ouderwetse erwtensoep met een oliebolletje toe en dat alles onder een fraai versierde kerstboom. Wie kan daar nog bezwaar tegen hebben? En wie wil er dan nog met vakantie?

Zaterdag 8 augustus 2020.

Vanmorgen pal na achten stond ik dus al bij de Jumbo. Bij vertrek van huis was het nog maar 17 graden. Na de Jumbo via de slager weer naar huis. Om kwart voor negen stapte ik weer mijn huis binnen, en intussen was het binnen een uur alweer 23 graden geworden.

Het is met deze hittegolf, het ideale moment om weer eens een flinke pan erwtensoep te maken. Dat gaat morgen dus gebeuren. En ik heb ook alles in huis voor een stevige pan tomatensoep. Dat wordt dus voor maandag of dinsdag. En dan heb ik meteen weer zeker vijftien porties overheerlijke soepen in mijn vriezer staan.

Teleurstellend is wel dat ik nog geen oliebollenkraam heb gezien. Een lekker oliebolletje als toetje na de erwtensoep, gaat er altijd wel in. Nu komt de oliebollenkraam traditioneel hier pas op 1 oktober, maar in Zuidlaren staat hij er inderdaad al vanaf augustus. Een veel betere tijd dan oktober, uiteraard. En zeker nu het zo warm is.

De Belgische tegenhanger van de heer Van Dissel van het RIVM is een zekere heer Van Ranst. Met deze mensen heb ik toch een beetje te doen. Ze worden natuurlijk permanent op de huid gezeten door hun regering, collega’s uit binnen- en buitenland, journalisten, alsmede door het enorme aantal hobbyvirologen en amateurepidemiologen die onze landen rijk zijn: mensen die alles beter weten dan de mensen die we hiervoor hebben aangenomen. De heer Van Ranst werd door een journalist gevraagd wanneer hij met vakantie ging en naar welk land. Van Ranst antwoordde daarop: ‘Mijnheer, ik heb zelfs nog geen kans gezien om de kerstboom af te breken. Dus die mag nu blijven staan.’

Vrijdag 7 augustus 2020.

Buiten werd het 29 graden en binnen niet warmer dan 21 graden. En dat zonder airco, maar uitsluitend te danken aan de isolatie van de woning, het onder enorme bomen staan, gecombineerd met slimme ventilatie. ’s Morgens vroeg dan weer ruim ventileren met open deuren, zodat de binnentemperatuur weer zakt naar 20 graden en dan komt er een nieuwe hete dag. Zo komt deze dromer door de zomer. Soms heb ik zelfs de neiging om even een vest aan te doen, als ik even ril, terwijl de mussen intussen dood van het dak vallen.

De nieuwe GBA-kaarten van de familie Tjeertes, leverden diverse verrassingen op. Het ging om de broers en zussen van mijn oma van moederskant Tjeertes (overleden in 1939, dus die heb ik nooit gekend). Ik had de gegevens daarvan (geboorte, huwelijk en overlijden) overgenomen van de familie Tjeertes, die een keurig net overzicht had (hadden) gemaakt, met al die gegevens compleet. Ik vond het ook knap van deze auteur(s) dat ze de verbinding van deze West-Friese familie met Friesland en in het bijzonder met Bolsward hebben kunnen maken. Ik vond hun redenering knap en overtuigend. Dus ik heb die gegevens letterlijk overgenomen, omdat ik hun hele werk zo overtuigend vond. Het moest wel kloppen. De enige reden waarom ik de GBA-kaarten toch heb opgevraagd, was omdat ik me had voorgenomen om de officiële documentatie van mijn kwartierstaat deze keer ook helemaal rond en sluitend te willen hebben.

Er zaten meerdere verrassingen in die GBA-kaarten. Er was zelfs een naam verschreven. Een echtgenoot van één van die zussen van mijn oma heette volgens het overzicht dat ik had, ‘Coster’, maar op de GBA-kaart stond toch echt duidelijk ‘Cost’. Ik snap de vergissing wel. ‘Cost’ is een merkwaardige familienaam, terwijl ‘Coster’ wel heel bekend is, die ook nog eens makkelijk in het gehoor ligt. En voor je het weet wordt ‘Cost’ dan ‘Coster’. In sommige gevallen klopte de dag en naam wel, maar het jaartal niet. Of de geboorteplaats was toch anders. Ik had staan ‘Vledder’ maar dat moest volgens de GBA-kaart toch echt Frederiksoord zijn.

Effect van die correcties op MyHeritage, was dat ik vrijwel meteen nieuwe ‘matches’ van ze kreeg. Zo zie je maar weer. Genealogie is een bijzonder vak. En bovendien blijkt weer eens dat schone schijn bedriegt. Omdat het er allemaal zo netjes verzorgd en compleet uitzag, ging ik ervan uit dat alle gegevens wel zouden kloppen. Niet dus.

Donderdag 6 augustus 2020.

Buiten op dit moment (11.00 uur) 25,8 graden, binnen nog altijd 20,0 graden.

Na de enorme explosie in Beirut van gisteren, met meer dan 100 doden en duizenden gewonden, verraste Twitteraar Daniël Verlaan me nog het meest. Hij stelde (een beetje vrij vertaald, maar de centrale begrippen zijn van hem): ‘Wel verfrissend dat ik vandaag veel reacties zie van amateurexplosieexperts in plaats van van hobbyvirologen. ‘

Verder kan ik eindelijk weer verder met mijn kwartierstaat, nu het CBG weer een aantal GBA-kaarten heeft gestuurd. Zo’n aanvraag duurt nu gauw een week of zes. Dus dat schiet niet erg op. Maar goed, we zetten nu wel weer enkele stappen.

Woensdag 5 augustus 2020.

Vandaag was het voorlopig de laatste dag dat ik in redelijke temperatuur nog een dagdeel weg kon blijven, want vanmiddag pas kwam het boven de 25 graden en dat is voor mij – in de zon – teveel van het goede. Dus heb ik daar maar even gebruik van gemaakt, door enkele boodschappen in de stad te gaan doen. Grotendeels slaagde deze opzet. Nu kan ik voorlopig alleen nog maar meteen om 08.00 uur in de morgen naar een dichtbije winkel als ik nog iets nodig heb.

Inmiddels is het op dit moment (16.00 uur) hier buiten 26 graden, terwijl de temperatuur binnen nog altijd 20,0 graden aanwijst. Morgen wordt het nog warmer, naar het schijnt, dus zal het binnen ook wel heel langzaam gaan oplopen.

Dinsdag 4 augustus 2020.

Het was een frisse dag, met een hitteperiode in het vooruitzicht. Dus nog maar even genieten, totdat ik me weer in mijn koele huisje ga opsluiten. Ook nog even bedenken wat ik nog in huis moet halen, zodat ik niet tijdens tophitte boodschappen hoef te doen. Dat kan dan vandaag nog of anders morgenochtend.

Verder neem ik me voor binnenkort weer eens naar Duitsland te trekken, naar een Nederlandse boekhandelaar aldaar, die veel werken over WO II voert. Ik zag in zijn nieuwsbrief weer enkele exemplaren staan die ik wel zou willen hebben. Ik wil ze dan eerst even inzien, want fotoboeken heb ik al meer dan genoeg. Ik let dan op tekst en kaartenmateriaal, als doorgewinterde kartofiel.

Maandag 3 augustus 2020.

Het onderzoek van het technische keuringsrapport had nogal wat voeten in de aarde. Veel opzoekwerk, want ik wil begrijpen wat er staat en wat vervolgens het risico is voor de toekomstige bewoners. Wat me enorm opviel was dat de keurder van de Vereniging Eigen Huis, van alles en nog wat vaststelde aan goede en minder goede dingen, en standaard als oplossing van een probleem gaf om niet uit te zoeken wat er nu eigenlijk loos was, de oorzaak dus, maar volstond om een cosmetische reparatie te adviseren. Als het er maar mooi uitziet. En als je haar maar goed zit. Dus wat zich nu precies onder de vloer, op het dak of in de muren afspeelt wordt niet onderzocht, maar moet wel mooi worden afgewerkt, zodat het er goed uitziet. En dat gebeurde me toch iets te vaak.

Bovendien werden sommige onderwerpen, wel erg oppervlakkig bekeken. Het dak werd op zicht vanaf de straat beoordeeld, en voor asbest – dat wel werd aangetroffen – moest een gespecialiseerd bedrijf worden gevraagd, maar het was wel hoogst urgent, kolom 1 dus.

Ook vond ik de keus voor de kolommen (1. moet meteen, 2. moet binnen vijf jaar 3. is woningverbetering) soms twijfelachtig. Vooral als gemeld wordt dat de oorzaak van een probleem niet bekend is, maar dat reparatie wel vijf jaar kan wachten (kolom 2).

Het deed me erg denken aan de reactie van de bevoegde autoriteiten als er bij een brand of ander ongeval giftige stoffen vrijkomen. De standaardreactie is dan, dat nog onbekend is welke stoffen er zijn vrijgekomen, maar dat er geen gevaar is voor de volksgezondheid, en dat je dan wel ramen en deuren moet sluiten. Hoe weet je nou of er al dan niet gevaar is voor de volksgezondheid, als je niet weet om wat voor stof of stoffen het gaat? Wat me dan ook altijd verbaast is dat geen enkele journalist daar dan een vraag over stelt. Het is blijkbaar heel normaal dat we geen idee hebben wat er in de lucht zit aan giftige stoffen, maar dat al wel bekend is dat het ongevaarlijk is.

Zondag 2 augustus 2020.

Mijn huisje is weer piekfijn in orde. Altijd weer een genot om mee te maken. Dat went of verveelt nooit. En het was weer een heel warme dag, maar binnen werd het nooit warmer dan 21 graden. Dat is ook zo fijn om elke keer weer te beleven als het zulk warm weer is: veel wooncomfort. En we krijgen nog een aantal van deze dagen, later deze week.

Verder ben ik bezig geweest om het technische keuringsrapport van het (mogelijk) komende huis van mijn zoon door te nemen en van commentaar en tips te voorzien.

Zaterdag 1 augustus 2020.

Het werd inderdaad een zeer warme dag. Vandaar dat ik ’s morgens al boodschappen ben gaan doen. Dat scheelt gauw een graadje of vijf. Niettemin kwam ik knap bezweet weer thuis. In de middag heb ik weer eens mijn hogedrukspuit gebruikt voor mijn achterplaatsje. Ik heb meerdere apparaten, die ik maar weinig gebruik, zoals de hogedrukspuit, de stoomspuit en de bladblazer. Maar als ik ze dan gebruik zijn ze alle drie bijzonder nuttig. Met heel weinig inspanning krijg je zaken dan zeer grondig schoon. Het was dan ook een lust voor het oog, om het achterplaatsje weer grondig schoon te zien. Ik neem me voor – nog een keer dus – om deze spuit daar vaker te gebruiken. Het is intussen augustus dus binnenkort gaan ook de blaadjes weer van de bomen vallen. En dat wil ik dan – met behulp van de blazer – proberen beter bij te gaan houden. Dat bijhouden is overigens een ontmoedigende bezigheid, want zodra je klaar bent vallen de volgende blaadjes alweer.

Intussen ben ik ook al langs geweest bij de plaatselijke fotograaf mét het Oestereetsertje. Deze winkel wordt bestuurd door een duo: de ene is de fotograaf en de andere is de lijstenmaker. Ik sprak met de lijstenmaker. Het gesprek gaf me veel vertrouwen. Voordeel is natuurlijk dat je bij de plaatselijke baas ook mee kunt kijken hoe je het schilderij precies hebben wilt. En – anders dan de vorige winkel, die keus had uit vier of vijf soorten lijsten – heeft de plaatselijke winkel er honderden verschillende. Dus wordt de goede keus toch weer moeilijk. Het is ook nooit goed. Volgende week is de andere helft van het duo terug van vakantie en dan gaan we verdere plannen maken.

Vrijdag 31 juli 2020.

Vandaag moet het dan bloedheet worden, en dat betekent dan vroeg de boodschappen doen en vanmiddag gaan spuiten. Het afgelopen etmaal is het enige boeiende geweest dat ik bij de Blokker enkele borstels heb gekocht, voor het betere boenwerk. Veel spannender kan ik het even niet maken.

Donderdag 30 juli 2020.

Ik heb een tijdje getwijfeld. Het boek van/over Himmler is zo apart en interessant dat het me de moeite waard leek om stukken of conclusies daaruit ergens op deze website te vermelden. Maar ik ben er wel uit. Het komt er niet. Enerzijds is het me teveel werk, voor een zinnige samenvatting van 1152 bladzijden, en anderzijds zegt het boek – hoe interessant ook – weinig over mijn leven. Deze website is vooral interessant en bedoeld voor mijn nageslacht, waarvan ik er overigens op dit moment niet één ken. En juist daarom kunnen zij dan later – wie ze ook zijn – of nog zullen zijn – , als ze de tijd ervoor rijp achten, nog kennis kunnen nemen van wie deze voorouder van ze was. Daarom is de genealogie op deze website belangrijk, want dat is ook de genealogie, althans ten dele, van hen. Daarom zijn mijn ‘leefregels’ belangrijk. Die hebben bepaald en bepalen nog steeds juist sterk wie ik was en nog ben. Met die ogen ga ik in de loop van de komende jaren deze website toch eens opschonen.

Woensdag 29 juli 2020.

Er moet nóg een handtekening van mijn vader bestaan. Toen mijn broer Jan trouwde was het nog nodig om daarvoor toestemming te hebben van je vader en je moeder. Dat toestemmingsformulier met zijn handtekening moet dus nog in het betreffende gemeentehuis liggen, in dit geval van Wassenaar. Jan gaat het papier daar binnenkort ook ophalen. Daarna kunnen we pas zeggen of we een probleem hebben opgelost of er nog een hebben bijgemaakt.

Verder wil het dit jaar maar niet gaan zomeren, terwijl we vorig jaar om deze tijd nog temperaturen van boven de 40 graden hadden. Ik heb voortdurend de neiging om op de stillere momenten de kachel te willen aanzetten. Maar tot nu toe kon ik die verleiding weerstaan. De komende dagen zou het dan weer boven de 30 graden moeten worden en dan wordt het weer eens tijd om mijn achterplaatsje weer eens schoon te spuiten.

Dinsdag 28 juli 2020.

Onverwacht kreeg ik van een kind een e-mail met niet minder dan 17 bijlagen. Hij wilde een huis kopen en daar kwam dus heel wat bij kijken. En inderdaad wist ik er toch weer enkele ongerechtigheden uit te halen. Maar ik was er wel enkele uren mee bezig. Dus heb ik toch weer een goede daad verricht.

Voorts ben ik weer een klein stapje verder met de verblijfplaats van mijn vader gedurende WO II. Ik wist al dat een zekere A. van Leeuwen, als “Amerikaner” in kamp Amersfoort te boek stond, maar ik wist niet zeker of dit dan om mijn vader ging. En ik ben er wel uit, al moet ik het nog oplossen. Ik stelde vast dat bij de postwissel van een tientje die hij daar kreeg, hij ook een ontvangstbewijs moest tekenen, op 29 oktober 1942. Dus ik had al een hele tijd zijn handtekening!! We hebben alleen geen andere handtekening van hem. Totdat ik me realiseerde dat hij uiteraard op zijn eigen trouwakte heeft moeten tekenen. Hij trouwde in 1937 met mijn moeder, dus dat is meer dan 75 jaar geleden en dus is die akte al een jaar of zeven openbaar. Dus ik op zoek naar die akte. Maar die is dus nergens te vinden. Alle bestaande kanalen uitgeput, maar: nergens. De gemeente Den Haag loopt weer eens jaren achter op de openbaarmaking. Dus zal ik toch nog een keer naar het Spui moeten, om die akte op te zoeken, en de handtekeningen te vergelijken.

Maandag 27 juli 2020.

En opnieuw heb ik weer een ontdekking gedaan op het terrein van voedsel. Eind vorige week was ik weer eens in de AH en trof daar ‘blanke vla’ aan van het AH-huismerk. Ik had die bij de Jumbo nog nooit gezien en ik wist ook niet dat dat nog mocht.

Gisteravond, zoals ik altijd pas enkele uren na mijn maaltijd een toetje neem, nam ik dus een bakje ‘blanke vla’. En ja hoor. Na een uur of zo kreeg ik toch weer krampjes in de buikstreek en het vertrok ook maar niet tot aan middernacht toen ik ging slapen. De volgende dag ben ik toch maar even op het pak gaan kijken: en warempel er zat weer het beruchte E407 in: carrageen. Dat is dus een verdikkingsmiddel, dat je vooral in Campinaproducten aantreft, alsook o.a. in hun producten Optimel en Chocomel. Waarom moet dat nou, als we tientallen jaren met maizena of met gelatine of een ander bindmiddel onze producten wat dikker hebben gemaakt? Dus ik vermoed dat Albert Heijn zijn huismerkproducten bij Campina betrekt. De Zuivelhoeve zal er ook wel mee te maken hebben, want die doen hetzelfde. Bij Jumbo tref ik die rommel niet aan, net zo min als bij de producten van de Melkunie. Dus Jumbo zal zijn zuivelproducten van het eigen huismerk wel bij de Melkunie vandaan halen. De enige reden die ik kan bedenken is dat carrageen wel goedkoper zal zijn dan gelatine of maizena. En een cent per pak verschil op honderdduizenden pakken per dag loopt toch lekker op.

Zondag 26 juli 2020.

Mijn huisje is weer eens helemaal schoongepoetst. En het ruikt en glimt weer dat het een lieve lust is. Anders dan op veel andere zaterdagen, hoefde ik deze keer de deur niet meer uit: ik had genoeg in huis. Dus kon ik mij weer werpen op mijn opruimplannen en allerlei andere kleine ongein.

In de avond had ik dan de tweede helft van de gisteren al gedeeltelijk gegeten sudderlappen. Dit keer met snijboontjes. Ik eet meestal wel lekker, maar op sommige dagen toch extra lekker. Dat zal behalve met het eten ook met mijn stemming te maken hebben. Gisteravond was het dan nog eens extra lekker. In dit geval speelde ook mee, dat voedsel dat een dag bewaard is, vaak nog lekkerder is dan op de dag van klaarmaken.

Zaterdag 25 juli 2020.

Vrijdag was weer eens dag voor de ‘moeilijke’ boodschappen. Eerst naar de koffiespecialist voor de nodige onderhoudsattributen van mijn koffiezetter. Na geslaagd bezoek doorgelopen naar mijn ‘trouwe’ broekenboer. Hier koop ik ‘altijd’ mijn broeken. Voor de gelegenheid had ik twee oude broeken, daar ooit gekocht, gewassen en meegenomen, zodat de bediende niet aan mijn broekband hoefde te sjorren om achter de juiste maat te komen en ik meteen de juiste lengte van de pijpen meebracht. Je moet wat bedenken in coronatijd. Ik zet ‘altijd’ en ‘trouwe’ tussen haakjes, omdat ik de zaak maar eens per zoveel jaar bezoek. Ik kom daar omdat ik af en toe wel moet, als de zoveelste broek te veel slijtage gaat vertonen. Beide broeken hadden ze niet meer in het nieuw, zodat ik moest uitwijken naar andere broeken van een ander merk. Hetgeen weer betekende dat ik toch nog moest passen. Bah. Met die hoge schoenen van me, is dat een heel gedoe. Ik ben geslaagd voor twee nieuwe broeken, hoewel mijn bedoeling was om er drie te kopen. Van de gelegenheid heb ik gebruik gemaakt om ook even naar hun bestand aan topjes te kijken. Het woord ‘topje’ gebruik ik om alle kleding aan te duiden die zich boven de gordel bevindt. Daar zijn tientallen verschillende benamingen voor, die ik altijd door elkaar haal. En om misverstanden te vermijden noem ik dus alles maar ‘topje’. Ik wil uiteraard het liefst een kanariegeel zomertopje, maar die hadden ze niet. Dan tenminste toch een topje met een borstzakje, want dat vind ik altijd wel handig om een bonnetje of iets anders kleins in te kunnen stoppen. Maar ook topjes met borstzakjes hadden ze vrijwel niet. Zijn topjes met borstzakjes wellicht uit de mode? Zo vroeg ik. Nee dat had er niets mee te maken, het was gewoon een momentopname. Ik was er gewoon op de verkeerde dag. Ik zag nog wel een knalgeel topje van een dikkere stof, voor in de winter, maar daar was dan een merkje op geborduurd. Dus ook dat feest ging niet door. Ik ga voor niemand reclame lopen, waarvoor ik dan nog moet betalen ook.

Vervolgens liep ik door naar onze fotowinkel, om te overleggen over een betere uitvoering van mijn ‘Oestereetstertje’, maar die winkel bleek ‘wegens vakantie gesloten’. Dat was dus voor die winkel ook de verkeerde dag.

Vanaf de fotowinkel is het dan maar enkele tientallen meters naar onze voortreffelijke notenboer, waar ik sinds het uitbreken van de coronacrisis niet meer was geweest, omdat het daar altijd acht rijen breed en zes rijen diep aan klanten stond. Mij niet gezien. Ze hadden het wel opgelost, maar niet echt perfect. Van de acht personen breed hadden ze door het plaatsen van afscheidingen nu rijen van maximaal vier personen breed gemaakt. Maar de zes rijen diep hadden ze niet op kunnen lossen. Aangezien er slechts twee klanten stonden, kon ik een hele rij in beslag nemen en om mijn nootjes vragen. Dat heb ik dan ook weer een keer: de allerlekkerste nootjes.

Vrijdag 24 juli 2020.

Hoe meer ik mij in de schilder Jan Steen verdiep, hoe leuker ik hem en zijn schilderijen vind. Je kunt er een studie van maken. Dat ga ik hoogstwaarschijnlijk niet doen, maar ik wil toch wel straks aan bezoekers van mijn huis kunnen uitleggen wat een schilderij dat er hangt voorstelt en welke symboliek er allemaal in elk schilderij verborgen is. Mogelijk dat ik t.z.t. er een apart hoofdstuk van ga maken op deze website. Maar dat gaat nog wel een aantal maanden kosten.

Verder ben ik weer eens in de verder weg liggende wijk met de supergroenteboer geweest. En heb daar weer allerlei lekkers en gezonds vandaan gehaald.

Tenslotte ben ik begonnen om het jaar 2012 aan oude papieren door te pluizen. Dat leverde nog verrassend veel aanvullingen voor mijn bijdrage voor 2012 op. En ik ben er nog lang niet mee klaar. Een jaarverslag op deze website wordt opgebouwd op basis van de dagelijkse bijdragen op deze website plus mijn agenda van dat jaar. Als je daar nu achteraf alle uitgaven en inkomsten van dat jaar naast zet, zie je opmerkelijke verschillen. Op de heel korte termijn spelen uiteraard emoties nog een belangrijke rol, die jaren later grotendeels of helemaal gesleten zijn. Dan komen de feiten meer tevoorschijn. Het is allemaal niet spectaculair, maar wel opvallend.

Donderdag 23 juli 2020.

Vandaag is het dus ties Sint Salarius, de maandelijkse naamdag van de bekende heilige. De dag waarop je salaris binnenkomt. Ik noem het nog steeds zo, want het is immers uitgesteld loon. Ik heb er al voor gewerkt, dus ik heb het ook verdiend.

Gisteren ben ik eindelijk begonnen om alle stukken van het jaar 2012 nog een keer door te nemen, kijken of ik nog iets in mijn verslag van dat jaar ben vergeten en eventueel aanvullen. En dan alle stukken weg te gooien. Van de fiscus moet je immers de laatste zeven jaren bewaren en ik had dus 2012 al vanaf de jaarwisseling kunnen weggooien. Waar is de tijd gebleven dat ik alle papieren tot in de eeuwigheid heb bewaard? Ik kan het me nog maar nauwelijks voorstellen.

Ook heb ik alvast de papieren van 2017 bij elkaar gelegd. Want op de een of andere manier is dat jaar van deze website verdwenen, en alleen via de papieren kan ik nog enigszins terughalen wat er toen met mij is gebeurd. Waar was ik en wat heb ik gekocht of waarvoor heb ik andere uitgaven gedaan. Dat is dan wel summierder dan de andere jaren, maar ik heb dan nog wel iets.

Woensdag 22 juli 2020.

Ik ben weer eens achter het verblijf van mijn vader in Kamp Amersfoort aan geweest. En ben niet verder gekomen dan ik al was. Ik zal toch echt een verzoek bij het NIOD moeten doen. Onderzoekers van het NIOD hebben duizenden mensen ontdekt die na arrestatie in kamp Amersfoort terecht zijn gekomen, maar die bij Kamp Amersfoort niet bekend waren. Maar omdat er nog mensen uit die groep nog zouden kunnen leven, is het niet openbaar doorzoekbaar. Hoe oud was iemand als hij in Amersfoort terechtkwam? Laat ons zeggen een jaar of twintig in 1945 op zijn minst. Het kan nog iets jonger zijn. Dan zijn we nu ruim 75 jaar verder en dan is de jongste nu dus (tegen de) 95. Dus moet ik een apart verzoek doen over mijn vader, want die is al echt overleden in 1986. Ik had gehoopt dat Kamp Amersfoort intussen de beschikking had over deze gegevens, want het is toch ook in hun belang dat ze weten wie er daar gevangen heeft gezeten, maar dat is ze kennelijk niet gelukt. Over een jaar of vijf dus mogelijk wel.

Verder heb ik een buuf geholpen met de weg te wijzen hoe een goede vriendin meer te weten zou kunnen komen over haar vader. De moeder van deze dame is inmiddels overleden en heeft nooit willen vertellen woe haar vader is. Er gaan wel enkele ingewikkelde verhalen rond, onder andere over afkoopsommen, maar duidelijkheid hebben die niet gegeven. Wat ik kon verzinnen is MyHeritage via een DNA-match. Dan moeten we eerst de voorouders van haar moeder in tenminste vijf generaties vastleggen. Dan zullen er zeker DNA-matches komen, want die krijg ik ook nog regelmatig. De helft van vaderskant en de andere helft van moederskant.

Op deze manier heb ik zelf ook vastgesteld dat ik echt een kind ben van mijn moeder en vader. Omdat de DNA-matches van beide kanten komen. Als mijn vader niet mijn vader zou zijn geweest, dan had ik de helft aan DNA-matches gekregen die ik niet in mijn kwartierstaat had kunnen terugvinden. Ik heb overigens nooit eraan getwijfeld of ik wel het kind van mijn veronderstelde vader zou zijn.

De bedoelde dame krijgt op deze manier ook voor de helft DNA-matches die niet bij haar moeder terug te vinden zijn, dus moeten ze wel familie van haar vader zijn. Het wordt nog een enorm gepuzzel om dan nog uit te maken wie haar vader dan geweest is, en het is misschien zelfs wel onmogelijk. Maar ze komt in elk geval zo wel familieleden van haar vader tegen. Leuk klusje.

Dinsdag 21 juli 2020.

Het wil nog maar niet zomeren. En zo ver het oog reikt, tot begin augustus, zit het er ook niet aan te komen. Het zal wel te maken hebben met de opwarming van de aarde.

Intussen ben ik al dagen, misschien al een week of zo, niet of nauwelijks buiten geweest, zelfs niet voor boodschappen. Het heeft uiteraard tot effect dat ik geleidelijk aan mijn koelkast en vriezer aan het leegeten ben. Dus dat ik ergens eind deze week weer heel veel moet gaan sjouwen om alles weer goed aan te vullen. Toch of juist daarom merk ik aan mezelf dat ik steeds voorzichtiger word, met de coronacrisis die nu heerst. Ik hoef maar een krant op te slaan of de tv aan te zetten, of ik zie overal tafereeltjes van zeer drukke winkelstraten, stranden en andere uitgaansgelegenheden. De discipline bij de burgers is – in heel Europa trouwens- ver te zoeken. Er komt op deze manier gewoon weer een volgende lockdown. In Frankrijk zijn er inmiddels weer meer dan 1000 nieuwe besmettingen per dag en in Spanje zelfs ongeveer 1.500.

Waar komt toch dat bizarre kuddegedrag vandaan, dat mensen elkaar het liefst in zo groot mogelijke aantallen op elkaar kruipen, wetende dat het gevaarlijk is? Een leven lang heb ik juist mensenmassa’s vermeden en gemeden. Zodra er ergens een rij stond en staat haakte en haak ik meteen weer af. Ik wijk dus af, zoveel is wel zeker. Ik heb zelfs, merk ik steeds nadrukkelijker, de neiging tot de tegenreactie: ik blijf juist zoveel mogelijk thuis. En natuurlijk gaan de kuddedieren klagen als ze besmet worden. Mijn verstand staat er bij stil.

Maandag 20 juli 2020.

Ik heb de jaarlijkse traditie van vragen over de afgelopen jaarrekening van De Woonplaats afgemaakt en verzonden aan mijn mede-bestuursleden. Echt opmerkelijk was alleen dat de bestuursversie van wat er met onze laatste interim gebeurde, duidelijk afwijkt van het verslag van de RvC. Dat heeft blijkbaar nog niemand eerder opgemerkt. De RvC-versie lijkt mij het meest voor de hand te liggen, maar ook deze is nog niet helemaal compleet. Dat wordt dus onderwerp van vragen. Het was, zoals elk jaar, weer een hele klus en ik ben blij dat ik hem gedaan heb, ook al duurt het nog even voordat we hem kunnen bespreken. En ik was weer een keer van de straat natuurlijk. Ook niet verkeerd in deze tijden.

Zondag 19 juli 2020.

Mijn huisje is weer helemaal schoon gemaakt. Ik ben nog altijd elke dag blij dat ik daar, intussen ruim een jaar geleden, aan begonnen ben, door een hulp in de arm te nemen. Ik ben er zelfs een beter mens door geworden, vind ik. Als de hulp in aantocht is, enkele dagen tevoren al, begin ik al alles op te ruimen, want ik wil niet dat ze in een chaos of een rommeltje arriveert. En de laatste tijd merk ik zelfs dat ik de neiging krijg dagelijks meer op te ruimen en te ordenen, dan ik misschien wel mijn hele leven heb gedaan. Niet dat ik nou zo’n verschrikkelijk vieze man was. Maar een eeuwige bewaarder was ik zeker. Zowel van papier als van spullen. Ik twijfelde nog of ik deze zomer nog met vakantie zal gaan, en dan bij voorkeur Noorwegen, omdat het zo’n prachtig land is, weinig door toeristen bezocht, zeker in de noordelijker streken, en met de laagste besmettingsgraad van zo ongeveer heel Europa. Ik heb voorlopig de knoop maar doorgehakt, dat ik ook dit jaar niet zal gaan. Ik heb er niet eens een heel erg sterke verklaring voor, dus wie weet verander ik nog van gedachten, als zich een bijzondere situatie voordoet.

Vrijdag 17 juli 2020.

Opnieuw een heel rustig dagje. En opnieuw is dit waarschijnlijk de ‘stilte voor de storm’: de komende dagen worden vast een stuk drukker. De dag dus vooral besteed aan opruimen. Dat waren dus weer twee volle vuilniszakken naar de afvoer. En ik ben er nog lang niet, dus vandaag wordt hoogstwaarschijnlijk weer zo’n dag.

Verder heb ik opnieuw CNN ontdekt. Daar was ik jaren geleden flink ‘verslaafd’ aan, maar die verslaving was al een hele tijd voorbij. Hij is nu dus weer teruggekomen. Dat komt omdat we in een zo spannende tijd leven. Met het coronavirus dat vrijwel ongehinderd voortwoedt in de V.S. staan we mogelijk zelfs aan de vooravond van de ondergang van dit grote land. Een ‘deskundige’ zei gisteren al dat als aan deze epidemie in de V.S. niks gedaan wordt, zoals nu, dat “we over enkele maanden geen land meer hebben.” Ik kan uiteraard de toekomst niet voorspellen, maar het zou misschien wel kunnen. En dan? Als de V.S., de grote stabiliserende factor in de wereld, tevens wereldpolitie-agent, wegvalt als machtsfactor waar zijn we dan aan overgeleverd? China, Rusland of Europa? Geen van drieën lijken me erg aantrekkelijk. Of geen van drieën en dan zijn we overgeleverd aan de chaos aan conflicten en oorlogen waar deze wereld al honderden jaren zo beroemd door is geworden. Dat is nu eenmaal eigen aan mensen: ze slaan elkaar het liefste het hoofd in. En aan de vooravond van dat alles staan we nu. Ik ga zeker nog meemaken hoe het allemaal anders zal gaan dan sinds 1945.

Donderdag 16 juli 2020.

Gisteren was ik weer eens bij Albert Heijn. Daar kom ik maar af en toe. Daar heb ik meerdere redenen voor. Ik erger me bijvoorbeeld bijna steeds aan het merkwaardige assortimentsbeleid van deze winkelier. Het bijzonder goede AH Kookboek, 12 maanden, is nog altijd verkrijgbaar, maar vanaf het eerste nummer bleek dat ingrediënten voor diverse recepten niet bij Albert Heijn te koop zijn. In de loop van de jaren werd het aantal niet-maakbare recepten steeds groter. Het assortiment verandert, maar het AH-kookboek niet. Blijkbaar hebben het ‘hoofd van de afdeling inkoop’ en het ‘hoofd recepten’ ruzie met elkaar, maar in elk geval praten ze nooit met elkaar. En het valt daar niemand op.

Een ander probleem is dat als ik dan eindelijk iets in de winkel vind dat ik graag vaker wil hebben, dat enige tijd later het artikel uit het assortiment is gehaald. Blijkbaar hebben het ‘hoofd inkoop’ en ik een totaal verschillende smaak. Mijn smaak komt meer overeen met die van het ‘hoofd recepten’.

Nog weer een ander probleem is het kassabeleid van AH. Men ging alhier van tien kassa’s naast elkaar over op slechts twee kassa’s met voor het overige betalingen per handscanners. Het effect was dat bij de beide gewone kassa’s rijen van soms wel tientallen klanten stonden en staan te wachten op afrekenen. Tijdens het boodschappen doen, moet je dan regelmatig zo’n rij kruisen, want die stonden soms tot midden in de winkel. Vergelijk dat nou eens met het kassabeleid van Jumbo. Die hebben ook handscanners, maar meer kassa’s open, waar nooit meer dan vier mensen achter staan te wachten. Vierde in de rij krijgt al zijn boodschappen gratis. Ik heb nog nooit iemand zien weglopen met gratis boodschappen, want iedere medewerker vindt het een sport om ervoor te zorgen dat geen rij te lang wordt. Dat gaat daar vanzelf. Daar heeft de chef geen omkijken naar.

Gisteren dus weer de AH. Ik koop dan daar alleen de spullen die elders niet te koop zijn, of schoonmaakartikelen die mijn hulp graag gebruikt. Soms, als ik zie aankomen dat er straks bij Jumbo of elders veel moet worden gesjouwd, neem ik ook alvast wat sjouwwerk mee. Een zak aardappels bijvoorbeeld.

Woensdag 15 juli 2020.

Dat was weer een superrustig dagje. Toch wel fijn. En er valt dan ook niet zoveel over te vertellen. Zo kom ik natuurlijk wel helemaal tot rust. Ik merk het ook aan het wakker worden. De voorgaande twee dagen werd ik rijkelijk laat wakker, als gevolg van het heel erg drukke weekend. Vanmorgen was ik voor het eerst weer wakker zoals ‘altijd’. Dus ik heb de inhaalslag nu wel weer gedaan. Dus kan ik me vanaf vandaag weer gaan ‘inspannen’. En daar heb ik dus ook al plannen voor. Wordt vervolgd.

Dinsdag 14 juli 2020.

Het is de Franse nationale feestdag en ik heb er niets van gemerkt. Dat is maar goed ook, want ik heb niet zo op Fransen.

Na een hectische week ben ik nu dus echt in rustiger vaarwater aangekomen. Toch heb ik weer een heel waslijstje van allerlei zaken die ik nog moet doen. Er is eigenlijk geen dag dat ik geen taken te vervullen heb. Zouden andere mensen dat nu ook hebben? Zijn er mensen die de hele dag niets om handen hebben, geen afspraken hebben en ook voor zichzelf of anderen nog zaken moeten doen? Het zal wel, maar dat ben ik dus in elk geval niet. Een kleine bloemlezing, lang niet compleet: ik moet achter de leverancier van ‘Het Oestereetstertje’ aan om te overleggen over mijn ervaringen met het origineel. Ik wil ook nog naar een winkel in de buurt die hetzelfde zou doen en met het schilderijtje bij me, kan ik daar dan precies laten zien wat ik nu bedoel. Ik moet nog naar de Blokker, omdat vorige week mijn laatste dubbelwandige koffiemok met oor sneuvelde. Ik moet nog achter het Kadaster aan of ze niet een kaartje hebben waar het verschil tussen gemeentegrond en particuliere grond op staat. Nu staat iemand namens de eigenaar steeds het gemeentelijk groen te onderhouden, voor rekening van de huurders. Via de gemeentelijke belastingen betalen ze daar al een keertje voor. Ik moet echt een afspraak maken voor een bezoek aan de kapper. Ik moet de jaarrekening en het jaarverslag 2019 van De Woonplaats nog verder nakijken. Dat hoeft pas eind augustus, maar ik heb het maar liever af. Ik ben nog op jacht naar platte veters voor een klusje. Eigenlijk moet ik ook nog de laatste kleine stukjes behang afwerken. En dan natuurlijk nog dingen doen voor mijn kwartierstaat en mijn boekensite. Dat doe ik vast niet allemaal vandaag, maar ik weet wel zeker dat ik volgende week om deze tijd weer zo’n lijstje kan maken dat dan grotendeels vernieuwd is. Ik ben voorlopig in elk geval van de straat. Dat is maar goed ook, want het regent hier de hele dag.

Maandag 13 juli 2020.

Dat waren dus enkele dagen afwezigheid. Vandaag hoorde ik premier Rutte bij Pauw zeggen dat hij nooit aankondigt waar hij geen gaat, ‘vanwege de veiligheid’. Hoewel ik geen veiligheidsexpert ben, is dat ook precies de reden dat ik in deze blog nooit vertel waar ik heenga. Er loopt zoveel tuig op de wereld rond, dat ik niemand op een idee wil brengen. Dit heeft tot gevolg dat deze rubriek soms niet wordt aangevuld als ik op reis ben en druk elders bezig ben. Dat was dus ook de afgelopen dagen het geval.

Zaterdag 11 juli ben ik onmiddellijk nadat mijn hulp vertrok per trein naar Den Haag getrokken. In het begin van de middag kwam ik aan bij het Mauritshuis, waarvoor ik online een kaartje had gekocht. Het was de bedoeling dat ik het schilderij “het Oestereetsertje” van Jan Steen, dat ik onlangs in reproductie had gekocht, nu eens in het echt wilde zien, zodat ik kon beoordelen of mijn reproductie nu goed lijkt op het origineel. Het eerste dat opviel was hoeveel suppoosten er in het museum rondliepen. Tientallen. Ik heb een beeld van een museum dat enigszins uitgestorven is, en af en toe tref je op een hoekje een op een stoel zittende suppoost aan, vaak half slapend. Dit is natuurlijk een karikatuur. Ik was in tientallen jaren niet in een museum geweest. Dit bezoek aan het Mauritshuis heeft die herinnering echt grondig veranderd. Ik weet niet of het ook wat met de huidige coronacrisis te maken had. Het kaartje had ik online gekocht, met een vast begintijdstip, en dat was ook verplicht. Zo wisten ze zeker dat er op elk tijdstip niet meer dan een x aantal bezoekers waren. Bij de toegang van elke zaal stond op de grond aangegeven hoeveel bezoekers er tegelijk in die zaal mochten zijn. Dat waren er 2, 5 of 10. Het viel me op dat de bezoekers zich netjes aan de norm hielden. Bij de toegang van een zaal stond altijd wel iemand te wachten, totdat het aantal bezoekers in die zaal het mogelijk maakte om naar binnen te gaan. Ook viel me op dat elke suppoost aan wie ik vroeg waar Jan Steen hing, me meteen de juiste zaal konden melden. Het waren dus waarschijnlijk niet gelegenheidssuppoosten, maar mensen die er hun vaste werkkring hadden.

“Het Oestereetstertje” had ik zo snel gevonden. Ik heb het uitvoerig bestudeerd. Ben er diverse keren naar teruggekeerd om te checken of ik alles goed onthouden heb.

En ik ben er wel uit. De reproductie is een flinke slag donkerder of grauwer dan het origineel. Het blauw van het tafelkleed en het groen van het wandkleed is in het echt een stuk frisser. Dat gold voor meer kleuren. Het origineel is ook gedetailleerder. Op of bij het wandkleed was bijvoorbeeld op de reproductie een bruinachtig ‘ding’ te zien, waarvan ik niet kon zien of bedenken wat het nou was. Pas op het origineel kon ik meteen zien wat het nou voorstelde. Als je het eenmaal weet, zie ik het nu ook wel op de reproductie. Dus ik ga toch eerst eens praten met de leverancier, en mijn licht ook elders opsteken, voordat ik meer werk voor op de muur ga bestellen.

Na mijn vertrek van het Mauritshuis, wilde ik naar broer Jan in Maassluis gaan. De eerste rit met tramlijn 6 naar Leyenburg liep geheel volgens plan. Ik was er zelfs een half uur vóór op het schema. Aangekomen op het tram- en busstation Leyenburg, probeerde ik de juiste bus naar Naaldwijk te vinden alwaar ik over zou stappen naar Maassluis. Het moest – volgens de diverse ov-apps én mijn ervaring een bus zijn van de firma ESB met lijnnummer 33. ESB heeft (bijna) witte bussen. Ik kon de halte maar niet vinden. Ik zag wel een bus van R-Net, met het opschrift “Schiedam via Naaldwijk”, maar dat was een rode bus van een andere firma en die bovendien het lijnnummer 456 droeg. Die was het vast niet. Je kunt immers op talloze manieren naar Naaldwijk komen, en deze zou wel anders gaan dan die van de lijn 33 ESB, waardoor ik mijn aansluiting kon missen. Er was uiteraard ook niemand om iets aan te kunnen vragen. Na veel puzzelen bij de diverse bushaltes op het station en raadplegen van de diverse ov-apps, kwam ik tot de conclusie dat ik dus toch de rode bus van R-Net moest hebben, met lijnnummer 456. Al wist ik het nog altijd niet voor 100% zeker. Ik zou het wel aan de chauffeur vragen. De waargenomen rode bus was inmiddels vertrokken, maar dat was geen probleem, omdat ik immers nog een half uur over had. Ik zou de volgende bus wel nemen, die al op honderd meter afstand klaar stond met de juiste betiteling: lijnnummer 456 naar Schiedam via Naaldwijk. Maar de geplande vertrektijd van deze bus ging geruisloos voorbij zonder dat er beweging in kwam of een chauffeur arriveerde. Na nog een kwartier heb ik Jan maar even gebeld, dat het later zou worden en hij kwam me wel ophalen. Zo geschiedde het.

In de avond gingen we weer naar ons vertrouwde restaurant De Lantaern en we hebben er weer verrukkelijk gegeten.

Zondagmiddag rond het middaguur vertrok ik weer uit Maassluis en ging van station Maassluis, Delft en Leiden naar Groningen terug. Ik kwam slechts enkele minuten te laat om even over half zeven aan bij het afgesproken restaurant voor mijn dinertje met zoon Jeroen. Om tien uur liep ik mijn eigen huisje weer binnen. Ik had weer een avontuur achter de rug.

Vrijdag 10 juli 2020.

Na de superdrukke en superlange woensdag kwam een superrustige donderdag. Na mijn gebruikelijke dagritueel, zoals een vaste lijst van websites bezoeken op het terrein van nieuws, weer en genealogie, en de noodzakelijke huishoudelijke klusjes, wat schriftelijk huiswerk gedaan, overgebleven van de woensdag, en tenslotte wat opgeruimd. Dat was het wel zo ongeveer. Vandaag dus weer een boodschappendag, maar het lijstje moet ik nog maken. Het weekend ziet er weer wat drukker uit.

Donderdag 9 juli 2020.

Opnieuw een dagje Enschede. Met verhelderende discussies over de voorgenomen samenwerking met een andere corporatie en het zojuist uitgebrachte rapport van de visitatiecommissie. Bij het vertrek uit Enschede viel bij het instappen in de auto mijn Apple Watch van mijn pols. Een poging om hem weer om te krijgen mislukte, omdat bleek dat de aanhechtingsgleuf van het bandje was losgekomen. Ik kon het meteen ook niet meer vinden. Wellicht was het al eerder losgekomen, maar het is redelijk zinloos om mijn hele wandelroute weer langs te lopen om zo’n klein dingetje te vinden dat echt overal zou kunnen liggen.

Er zat dus niets anders op om meteen maar een Appledealer op te zoeken. Die bleek in Hengelo (Ov) te zijn. De enige aanwezige medewerker leek op het eerste gezicht niet zo deskundig, maar dat viel in de praktijk reuze mee. Het werd me al pratende duidelijk dat ik bij de Appledealer in Delft, waar ik het bandje enkele maanden geleden had gekocht, een nepbandje had meegekregen, geen origineel Applebandje dus. Dat is nu de zoveelste keer dat ik vaststel dat een nepaccessoire voor bij je Appleproduct lang niet zo degelijk is als het originele Appleproduct. Ik had dat al eerder met een onecht oplaadsnoer, dat veel te heet werd, tot twee keer toe met een andere powerbank die beide al na enkele maanden de geest gaven. Ook een nephoes voor mijn iPhone sleet sneller dan een vlakgom. En nu dus met een bandje voor mijn Apple Watch. Een origineel Apple-product is natuurlijk een stuk duurder. Veel mensen gaan voor de goedkoopte en er zijn altijd lieden die met het grote succes van Apple willen meeliften door accessoires aan te bieden die ‘net zo goed’ zijn, maar een heel stuk goedkoper. Niet dus.

De Appledealer in Hengelo had precies zo’n bandje als ik al had, voor de prijs van plm. 35 euro. Maar dan liep ik natuurlijk het risico dat ik na enkele maanden weer een volgend bandje zou moeten kopen. Enzovoorts. Een origineel Applebandje kostte 99 euro. En meteen bij het uitpakken zag ik al dat het gleufje dat ik bij het nepbandje kwijt was geraakt bij het Applebandje er een heel stuk degelijker uitzag. Dat raak je niet zo makkelijk kwijt.

Gek eigenlijk dat ik bij de Appledealer in Delft nooit die keus heb gehad. Daarna doorgereden naar Bunde voor opnieuw Duitse boodschappen. En daarna naar huis om uit te laden. Vervolgens de auto afgetankt en naar de garage teruggereden, waarna ik lopend en met openbaar vervoer weer terug naar huis ging. Bij de Chinees stopte ik voor het diner. Daarna verder naar huis, alwaar ik om half acht weer aankwam en plofte ik op de bank neer.

En opnieuw was ik, na een lange dag met veel stops en lopen, uitgeteld. Word ik dan toch een dagje ouder?

Woensdag 8 juli 2020.

Dat was dus vooral een lees- en schrijfdag. Eerst kwam de jaarrekening en het jaarverslag van De Woonplaats binnen, met traditioneel zo’n tachtig kantjes tekst en heel veel cijfers. Vervolgens kwam het visitatierapport binnen, met ongeveer 100 pagina’s. Ik heb niet veel anders gedaan. Van de weeromstuit ben ik vergeten om iets uit de vriezer te halen, zodat ik tegen dinertijd iets moest improviseren. Dat lukt altijd wel, al is de combinatie die ik dan eet niet erg logisch. Toch zal ik er niets van krijgen. Op naar nieuwe uitdagingen dus.

Dinsdag 7 juli 2020.

Ik ben er nog niet uit. Ik krijg met het bestuderen van Jan Steens’ werk toch de indruk dat mijn ‘oestereetsertje’ een flinke slag te donker is afgedrukt. Daarom ben ik zo benieuwd hoe het origineel er nu uitziet, dat in het Mauritshuis in Den Haag hangt. Het kaartje heb ik al gekocht. Als het inderdaad tegenvalt, zal ik toch moeten omzien naar een andere leverancier. Of op zijn minst met de huidige eens een gesprekje hebben.

Verder ontving ik vanmorgen de jaarrekening 2019 van De Woonplaats. Dat geeft altijd een hoop werk, terwijl onze volgende bestuursafspraak pas staat op begin september. Ik neem me voor om het toch maar meteen te gaan doen. Dat spaart me weer de stress, als het tegen september loopt.

Verder zou vandaag het rapport van de Visitatiecommissie moeten binnenkomen. Dat heb ik tot op dit moment (10.00 uur) nog niet gezien. Ook dat zal een hoop werk geven en dat had eigenlijk ook al gisteren af moeten zijn. Kortom: er is werk aan de winkel. En dan ook nog eens veel werk.

Maandag 6 juli 2020.

Deze keer heb ik me eens wat diepergaand bezig gehouden met de schilder Jan Havickszoon Steen (Leiden, 1626 – 1679).

Het eerste dat me opviel, was dat zijn schilderijen letterlijk overal op de wereld hangen. Op tientallen plaatsen. In Amerika natuurlijk, in diverse musea, maar ook in Rusland (St. Petersburg), het Louvre, Parijs, Australië, Boedapest, het Verenigd Koninkrijk en nog meer landen. Alle beroemde en bekende musea hebben wel één of meer werken van Jan Steen hangen. Zonder een Jan Steen is je collectie gewoon niet compleet.

Wat me vervolgens opviel was dat de meeste musea bij elk schilderij van hem een uitgebreid verhaal hadden. Er zit in zijn schilderijen gewoon een heleboel symboliek. Als ze bij mij komen te hangen, mag ik wel een boekje maken, met alle betekenissen per schilderij.

Dit schilderij heet in het Engels “The disolute household” Ik heb de Nederlandse naam nog niet gevonden. Het is een zelfportret. De man in het midden zou dan Jan Steen zijn en de achteroverleunende vrouw zijn vrouw. De dame die de wijn inschenkt houdt Jans’ hand vast. Of andersom natuurlijk. Erg ondeugend uiteraard. Vrijwel elk voorwerp op het schilderij heeft wel zijn eigen betekenis.

Zondag 5 juli 2020.

Het was inderdaad nog een keer boodschappen doen. Met nu een ware verrassing. Telkens als ik de deur uitga kijk ik altijd eerst nog even op de buienradar: ik solliciteer niet bewust naar een nat pak. Soms is het onvermijdelijk om door de regen te gaan als ik een afspraak heb.

Het toeval is me dan ook de laatste vele jaren (ik durf haast niet te schatten, maar het zal vast wel tien jaar of meer zijn) te hulp gekomen. Sterker nog: ik kan me gewoon niet herinneren wanneer ik voor het laatst echt als een verzopen kat weer de droogte in kwam. Uit mijn tienertijd op scouting kan ik me wel hoosbuien op mijn dak herinneren.

Ook een keer op kampeerterrein Raaphorst in Wassenaar. Natuurlijk kwam de hoosbui een keer precies op mijn hoofd terecht, toen ik bezig was op houtvuur een hele warme maaltijd te bereiden: aardappelen, groente (het waren sperziebonen weet ik nog) en een karbonaadje. De taakverdeling was en is nog steeds denk ik, dat eentje het vuur aanhield en de ander met het koken bezig was. Ik was deze keer de stoker. Nu had ik al veel ervaring met koken op houtvuur, dus ik vond het geen probleem, toen het ging regenen. Dat komt wel goed. Het ging alleen steeds harder regenen, totdat het hoosde. Wat was ik trots als een pauw toen de aardappels toch begonnen te koken, wat niemand nog had verwacht. Gevolgd door de boontjes. Nu is het alleen nog de kunst om het vuur nog twintig minuten brandend te houden. En ook dat lukte wonderwel, zodat ook de karbonaadjes gaar werden. Als een stelletje verzopen katten hebben we in onze tenten gesmuld van onze zelfgemaakte warme maaltijd. Zodra ik me van het vuur terugtrok was het binnen de kortste keren gedoofd met zoveel regen. Ik heb me vaak afgevraagd en zelfs nu nog, of ik dit kunststukje nog een keer zou kunnen herhalen. Ik denk het wel, maar het is nu natuurlijk nergens meer voor nodig.

Gisteren ging ik dus de deur uit en ik had tegen mijn vaste gewoonte in niet naar de buienradar gekeken. Het zag er bij mijn vertrek ook prima uit. Ik ging weer eens naar de buitenwijk, zo’n 1600 meter van mijn huis, weet ik sinds kort. Ik doe mijn boodschappen in de diverse winkels en ga weer terug naar huis. Halverwege komt er me toch een hoosbui los, waar de honden geen droog brood van lustten. Schuilen onderweg kan eigenlijk niet. Ik kon niet bedenken waar dan. Dus er zat niets anders op dan stug door te lopen. Ik kwam inderdaad totaal doorweekt thuis aan. Meteen heb ik, direct achter de voordeur, al mijn kleren uitgetrokken, me afgedroogd en droge kleren aangedaan. En toen pas heb ik de boodschappen in de koelkast en andere kasten gedaan. Het was daarna even bijkomen, maar tot nu toe heb ik er niets aan overgehouden. Mijn weerstand is blijkbaar nog altijd prima op orde.

Zaterdag 4 juli 2020.

Dat was weer mijn wekelijkse uitje: naar de supermarkt. Ik had weer veel te veel nodig om te sjouwen, dus dat wordt morgen nog een keer. Jammer, maar het is niet anders.

Het Oestereetstertje van Jan Steen (1658) is in goede orde ontvangen, maar waar ik al bang voor was bevalt de lijst me niet: veel te licht. Ik kreeg meteen wel een tip waar ze in deze buurt mooie lijsten hebben en daar ga ik dan maar eens heen. Maar ook wil ik dit werkje nog eerst wel vergelijken met het origineel, dat in het Mauritshuis in Den Haag hangt. Want als ik meer werk van deze firma ga aanschaffen, dan moet ik wel zeker weten dat het ook echt vlakbij het origineel zit. Dus het duurt toch nog wel even voordat ik op dit punt alles op een rijtje heb.

Vrijdag 3 juli 2020.

Gisteravond merkte ik al en vanmorgen was het duidelijk dat ik weer helemaal het ventje ben. Ik kan de wereld weer aan.

Wel had ik weer een rustige dag. Nog even een spoedklusje voor De Woonplaats, dat komt er wel eens tussendoor. Verder de dag vooral besteed aan het bijwerken van van alles en nog wat.

Donderdag 2 juli 2020.

Het waren drukke dagen. Woensdagmorgen om half zes op, want om half tien was mijn eerste vergadering in Enschede. Ik heb dan geen zin om meteen uit bed achter het stuur te kruipen, maar weer eerst even bij de wereld komen. Het was Van der Valk Enschede, waar we met zes personen een vergaderzaaltje hadden gehuurd. Dat bleek 300 euro te gaan kosten met de lunch erbij zou dan wel 600 euro kunnen gaan worden. Dat vonden we unaniem volstrekt bespottelijk. Dan kreeg je natuurlijk wel kreeft en allerlei ander lekkers, maar daar zat niemand op te wachten. We namen dus een simpele lunch en voor mij was dat dan uitsmijter spek. Dan kreeg je wel vijf eieren, en allerlei spullen er omheen. Een half uur na de start van de lunch had ik weer eens darmproblemen. Het was de tweede keer in enkele jaren dat ik een maaltijd bij Van der Valk nam (de vorige keer was dat bij Van der Valk Nootdorp) en beide keren kreeg ik prompt darmproblemen. Dan kan bijna geen toeval meer zijn. In Nootdorp was het overigens veel heftiger dan gisteren, maar toch. Ik pas voortaan wel op met eten bij Van der Valk.

Na de lunch was er vergadering op het kantoor van De Woonplaats. Dat was de eerste dag dat het kantoor van De Woonplaats sinds de uitbraak van de corona-epidemie, 12 maart, weer geopend was, met veel voorzorgsmaatregelen omkleed. Beide vergadering verliepen succesvol. Daarna terug naar huis.

Om een uur of vijf was ik weer thuis, en ben dan meteen – traditioneel – gaan aftanken en de auto gaan wegbrengen. Om half zeven was ik weer terug en ging naar de Chinees. Dat was ook voor de eerste keer sinds 12 maart. Bij de Chinees realiseerde ik me dat ik mijn huissleutels in de huurauto had laten liggen, maar die winkel was nu wel gesloten. Om half acht liep ik mijn huisje weer in en plofte meteen neer op de bank. Ik realiseerde me voor het eerst dat ik na zo’n lange dag wel totaal uitgewoond was. Dat moet de leeftijd zijn, waar ik tot nu toe van dacht dat ik daar nog totaal geen last van had. Dus wel.

De volgende morgen opnieuw naar Van der Valk, dit keer in Assen, voor een gesprek van onze bewonerscommissie met onze beheerder. Dat gesprek verliep in goede sfeer. Via de garage, om nog even mijn sleutels op te halen, was ik om lunchtijd weer terug. Dit keer blijf ik heel rustig, zodat ik de ‘schade’ van gisteren en vanmorgen weer helemaal kan inhalen.

Dinsdag 30 juni 2020.

Vandaag moet dan mijn eerste schilderij(tje): het oestereetstertje van Jan Steen worden bezorgd. Vanmorgen vroeg al het bericht gekregen, dat de bezorger onderweg is. Ben benieuwd. De eerste van vele of de eerste en tevens de laatste van dit plan. Het schilderijtje kwam mooi op tijd.

Voor het overige was het een rustig dagje met allerlei klein bier: voorbereiding van drie flinke vergaderingen deze week, werk aan mijn kwartierstaat, allerlei persoonlijke en zakelijke administratie.

Maandag 29 juni 2020.

Het enorme boek “Die Organisation des Terrors”, het calendarium (uitgebreide agenda) van Heinrich Himmler (1.1.43 – 14.3.45) heb ik uit. 1152 bladzijden welgeteld. Ik vond het het meest informatieve boek over WO II dat ik ooit gelezen heb, terwijl ik toch honderden boeken over dat onderwerp heb en heb gelezen. Het gaat, enigszins verrassend, vrijwel niet over de eigenlijke oorlogsvoering. De bekende data van Stalingrad, Normandië, Market Garden en het Ardennen Offensief gaan onvermeld voorbij alsof ze nooit hebben bestaan. En juist omdat het niet over de oorlog zelf gaat, komen alle andere onderwerpen daaromheen juist wel ruim aan bod. En dat leverde vele verrassingen op, teveel voor een rubriek als deze. Ik overweeg een aparte pagina op deze website hieraan te wijden.

Ik heb nog niet besloten aan welk boek ik vandaag ga beginnen, maar het gaat vrijwel zeker de herlezing van een reeds eerder gelezen boek worden.

Zondag 28 juni 2020.

Het was gistermiddag hier merkwaardig weer. De temperatuur liep steeds weer op en ging dan weer terug. Wel drie of vier keer. Daardoor twijfelde ik steeds of ik nog een keer naar buiten zou gaan voor enige vergeten boodschappen. Ik heb absoluut geen zin om in de bloedhitte te lopen en zeker niet naar het verst afgelegen winkelcentrumpje. Toen het om een uur of vier voor de derde keer gezakt was naar 21 graden, nam ik de gok. Om die tijd gaat de temperatuur toch niet voor de vierde keer weer omhoog? Het was maar goed dat ik de weersverwachting niet had bekeken, want intussen was voor de provincie Groningen code oranje afgegeven, wegens hevig onweer met veel regen en wind. De lucht was wel wat dreigend maar ik nam de gok. Het was wel wat broeierig weer, inderdaad alsof er onweer in de lucht hing. Toch heb ik hooguit een heel klein beetje motregen gehad. En bliksem of wind heb ik helemaal niet meegemaakt. Na ongeveer anderhalf uur was ik weer terug. Pas na thuiskomst merkte ik dat er code oranje gold, en dat een onweersgebied, vlak voor mijn huis in tweeën was gesplitst, waarbij beide helften mijn wandelgebied hebben gemeden. Maar niet ver van mij vandaan zijn er heel wat bomen ontworteld en daken van huizen geblazen. Zonder geluk vaart niemand wel.

Zaterdag 27 juni 2020.

Na gisteren lijkt de hittegolf alweer voorbij te zijn. Voor mij hoeft het ook niet, al is het bij mij binnen dan toch altijd wel aangenaam.

Het was weer eens zo’n dag voor allerlei kleine klusjes: rekeningen betalen en uitschrijven, hier en daar het behang nog wat afwerken en een schroefje vastzetten. Niets spectaculairs dus.


Telefoontje van de gemeente gehad in verband met mijn bezwaarschrift. Of ik bezwaar heb tegen een bezoek aan/van de gemeente-arts. Reactie: nee, maar dat kan niet in de plaats komen van afdoening van het bezwaarschrift, omdat ik daarna naar het medisch tuchtcollege wil.

Vrijdag 26 juni 2020.

Ik had er een dag geen gelegenheid voor om deze rubriek bij te werken. Bezoek, waarvoor ik het een en ander in huis moest halen, en qua eten het een en ander moest voorbereiden. Bovendien kwam daar deze keer dan een vergeefse tocht naar een slager bij. Ook dat kostte weer uren. Onze slager is wegens verbouwing deze week gesloten, dus ik moest uitwijken naar een andere Groningse slager. Toen ik vroeg of ze kalfsvlees hadden, kreeg ik te horen: ‘Groningers eten geen kalfsvlees’. Wel heb ik ooit. Ik ben toch ook al 41 jaar een Groninger en ik eet wel af en toe kalfsvlees, bovendien heeft mijn vaste slager alhier het ook, maar die is er alleen niet deze week. Dus vervolgens ben ik naar een nog andere slager gegaan die luistert naar de naam “Het Herenhuis”. Een beetje een aparte naam voor een slager, maar aan de naam te zien was dit wel een kanshebber om kalfsvlees te kunnen kopen. En dat klopte ook. Maar al met al was ik met veel loopwerk in de bloedhitte, wel uren lang bezig. Het is dan een groot genoegen om dan je goed geïsoleerde woning weer binnen te lopen: een koelkast.

Donderdag dan mijn bezoek. Met nog een plant als geschenkje. Zo langzaam aan wordt mijn huis een plantentuin. Zoals ik het nog nooit heb gehad. Het kan verkeren, zei Bredero al, maar het was dus niet verkeerd. Het was gezellig en de maaltijd – met Vitello Tonnato – dus met o.a. kalfsvlees – was goed geslaagd, al zeg ik het zelf. Bij hun vertrek in de vroege avond blijft er dan wel een enorme afwas achter. Het deed me denken aan de tijden van mijn eetclub. Die had de regel dat alle lusten en lasten voor de gastheer of -vrouw waren. Het was verboden elkaar te helpen. Dat zou er namelijk makkelijk toe leiden dat de een meer behulpzaam is dan de ander, met wrijving tot gevolg. Om nog maar te zwijgen van de mogelijkheid dat de beide dames steeds aan het afwassen waren. Als dan de club bij mij kwam, was het altijd mijn doel en ook de sport om alles weer schoon en opgeruimd te hebben, voordat ik tussen de klamme lappen dook. Dan stond ik de volgende morgen altijd weer in een schoon en opgeruimd huis op. Dus dat gebeurde ook deze keer. En ik dook niet later het bed in dan anders, maar wel in een opgeruimd en schoon huis.

Woensdag 24 juni 2020.

Het project om van allen tot en met de derde generatie en gedeeltelijk de vierde generatie compleet te hebben, als het om de GBA-kaarten gaat, is geslaagd. Ik moet het nog wel een keer goed nakijken, want een foutje zit er met zoveel gegevens gauw in.

Verder ben ik bezig geweest om het project om de fijne afwerkingen van mijn behangwerk verder te brengen. Ik ben ineens wel erg actief, blijkbaar.

Aan buitenprojecten kwam ik dus het afgelopen etmaal niet toe. Maar dat gaat ongetwijfeld wel weer komen.

Dinsdag 23 juni 2020.

Na maandenlang te hebben stilgelegen, ben ik ineens toch weer een stuk opgeschoten met mijn kwartierstaat. Ik wil in elk geval proberen vandaag de eerste drie generaties echt af te hebben. In de betekenis dat ik dan precies weet welke GBA-kaarten en eventuele andere gegevens ik dan nog moet hebben. Intussen ben ik ook al begonnen met generatie IV, dus er zit ineens vaart in. En nu weet ik ook dat het een keer afkomt.

Van al mijn beslommeringen is nog een megaproject: mijn plm. 1500 boeken op mijn qatrazewebsite plaatsen. Ook dat is op een dag klaar.

En dan zullen voorlopig ook nog de gebruikelijke werkzaamheden voor de diverse clubs waar ik lid van ben doorgaan. Ik ben het nog niet zat.

Maandag 22 juli 2020.

Het was weer een rustig dagje. Wel heb ik de deurstopper gemonteerd, zodat de deur, ook als je hem hard zou dichtslaan, of als je eens een groot voorwerp naar binnen of naar buiten moet slepen, nog altijd een centimeter of zes van de spiegel vandaan is.

Wel heb gisteren een snelle normverschuiving bij mezelf waargenomen. Mijn kwartierstaat ben ik tien jaar geleden begonnen met de overtuiging dat ik nergens bewijzen voor wilde gaan opgeven, vanuit het idee dat ik niemand wilde overtuigen van de juistheid van mijn gegevens, behalve mezelf. Als ik overtuigd was, dan kon ik het vermelden. Wat een ander daarvan dacht moest hijzelf maar weten. Dat standpunt viel op den duur niet vol te houden. Ik kreeg steeds maar weer vragen waar ik een gegeven vandaan had gehaald en dan kon het soms zelf ook niet meer terugvinden.

Ik wilde de gegevens wel compleet hebben en van nogal wat mensen van wie ik wel de geboortedatum en het huwelijk kende, kon ik de overlijdensdatum niet terugvinden. Gewoon omdat die nog niet openbaar waren. De enige manier om die terug te vinden en zo de persoon ‘compleet’ te maken, was het opvragen van de GBA-kaart. Dat deed ik als eerste, in maart 2020, van de kinderen van het echtpaar 0012 en 0013. Ik ben er maar meteen toe overgaan om zowel op mijn website als bij MyHeritage te vermelden dat ik van een persoon de GBA-kaart bezit. Toen ik dat van de week bijwerkte, ontdekte ik dat ik van sommige kinderen wel de overlijdensdatum had, maar geen GBA-kaart had opgevraagd. Dan kan iedereen desgewenst een GBA-kaart ter inzage krijgen. Zolang de aantallen niet de spuigaten gaan uitlopen.

Zo verschoof mijn norm gisteren opnieuw, en besloot ik voortaan maar van alle mensen op mijn kwartierstaat de GBA-kaart op te gaan vragen. Voor zover uiteraard betrokkene vanaf 1 januari 1939 is overleden, omdat van mensen die vóór die datum zijn overleden geen GBA-kaart bestaat.

Ik moet nog beslissen wat ik ga doen met de mensen die ook geen GBA-kaart (of -lijst) hebben, omdat ze nog niet overleden zijn. Vraag ik die elk jaar of in elk geval periodiek opnieuw aan vanaf een bepaalde leeftijd? Iedereen gaat immers een keer dood.

Dan heb ik nog de gegevens nodig van mensen die vóór 1 januari 1939 zijn overleden. Ik neem me voor om ook van die mensen op mijn website en MyHeritage de aanwezigheid van de geboorte-akte, de huwelijksakte en overlijdensakte te gaan vermelden. Daar ben ik natuurlijk nog wel een tijdje zoet mee, maar voordeel is dat ik dat heel systematisch kan gaan doen: gewoon op volgnummer.

Zondag 21 juli 2020.

Dat was dus mijn tweede winkelbezoek in een week, wat niet vaak is voorgekomen. En dat hoeft hoogstwaarschijnlijk voorlopig ook niet meer. Mijn koelkast puilt weer uit.

Historisch was gisteren ook de dag dat – nog – president Trump zijn eerste verkiezingsbijeenkomst sinds begin maart hield. De zaal – met 19.000 plaatsen – was voor circa tweederde gevuld, aldus diverse media. Later bleek dat er niet veel meer dan 6.000 mensen waren. Ben toch benieuwd of dat over twee tot drie weken nog een opleving gaat veroorzaken, van het aantal coronabesmettingen. Bij de grote dambijeenkomst, van mei, waarover iedereen schande sprak, bleef een opleving toch uit. Slechts één demonstrant liep het virus op, aldus de media. Wel waren er meer dan 100 anderen in Amsterdam die toen het virus opliepen, maar die waren – volgens eigen zeggen – niet op de Dam. Nu staan mensen – blijkbaar alle mensen – erom bekend dat ze elke dag meerdere keren liegen, dus er was ook voor velen een goede reden om te melden dat ze niet op de Dam waren. Een zo grote opleving was nergens anders dan in Amsterdam in de verste verte waar te nemen, en andere bijeenkomsten waren er toen niet, dus je mag aannemen dat er weer eens flink gelogen is. En er slechts één eerlijke demonstrant was. Toch moet ook gezegd dat de uiteindelijke schade wel meeviel. Maar ik neem toch echt het risico niet. Mij niet gezien op een demonstratie, al ben ik het er nog zo mee eens. Liever een levende lafaard dan een dode held.

Zaterdag 20 juni 2020.

Dat was weer een boodschappendag. En dus weer sjouwen. Maar het kan ongelukkig uitkomen, als je in dezelfde wandeling zowel aardappels, melk, nagerecht, wijn en frituurvet nodig hebt. Dan is het haast niet meer te tillen. Dus heb ik mij beperkt en zal ik dus nog een keer moeten.

Een andere ontdekking was, dat ik merkte dat de badkamerdeur, als die helemaal opengaat, met zijn kruk precieus door de spiegel gaat. Nu gooi en smijt ik niet met de deuren, dus het valt wel mee. Bovendien is het voordeel van alleen wonen, dat je ook nooit ergens ruzie over krijgt. Als ik al ruzie heb dan is het met mezelf en dan krijg ik dus ook nog eens altijd gelijk. Nog nooit heb ik trouwens ergens met een deur gesmeten. Ik heb overigens toch maar besloten dat ik een deurstopper op de naastbijgelegen plint ga monteren en heb hem meteen maar aangeschaft. Daar bleken nog meerdere modelletjes van te bestaan. Zowel in kleur als in grootte. Ik heb maar voor de witte gekozen (de onschuld), en dan de grootste maat. De grootst mogelijke onschuld dus. Ik kan ook niet verzinnen waar ik ergens schuldig aan was, of het moet heel lang geleden zijn geweest, zeventiger jaren of zo, met enkele parkeerbonnen en iets te hard rijden. Maar daar heb ik allemaal ruimschoots de vereiste boetedoening voor gedaan, dus die tellen volgens mij nu niet meer mee.

Vrijdag 19 juni 2020.

Eindelijk, voor het eerst in zeker een jaar, heb ik weer eens tijd besteed aan zowel het bijwerken van mijn kwartierstaat op deze website, als ook bij MyHeritage. De aanpak is dat ik telkens, gewoon beginnend vanaf nummer 0001 (ikzelf), steeds van elk voorgaand echtpaar systematisch de complete gezinsreconstructie probeer te maken. Daarvoor heb ik steeds de GBA-kaarten (ooit: de Gemeentelijke Basis Administratie, tegenwoordig Basis Registratie Personen, BRP genoemd) van de ouders en hun kinderen nodig. Die vraag ik dan op bij het CBG (Centraal Bureau Genealogie) in Den Haag.

Ook ben ik ertoe overgegaan om op mijn MyHeritagesite, maar ook op deze website, bij een persoon op te nemen, dat ik de GBA-kaart in mijn bezit heb. Als ‘bewijs’ dat het klopt. Tikfouten uiteraard daargelaten. Wie twijfelt aan de juistheid van mijn gegevens krijgt desgewenst de GBA-kaart ter inzage. Zolang het natuurlijk qua aantallen niet uit de hand loopt. Ik moet nu nog van alle voorgaande gezinnen het bezit van de GBA-kaart bij MyHeritage melden, en dat wordt nog een operatie van de lange adem. En van alle volgende gezinnen komt er natuurlijk een moment dat er geen GBA-kaarten meer van bestaan. Die zijn er pas van iedereen die vanaf 1 januari 1939 in Nederland is overleden. Dan houdt het op en zal ik andere bewijsmiddelen moet overleggen. Dat zien we later dan wel weer.

Donderdag 18 juni 2020.

Ik kreeg bericht dat mijn schilderijtje ‘Het oestereetstertje’ op dinsdag 30 juni wordt verzonden. Dus dan kan ik hopelijk weer verder met mijn huis. Verder had ik gisteren mijn eerste ervaring met elektronisch vergaderen. Met Microsoft Teams. Vier personen op een scherm en dan live. De kwaliteit was vrij goed, zowel met beeld als geluid. Maar geef mij toch maar een lijfelijke aanwezigheid. Dan zie je ook elkaars lichaamstaal bij discussies en die mis je nu compleet. Van de weeromstuit heb ik helemaal verzuimd om mijn aan mezelf opgelegde verplichting na te komen van een wandeling. Daar moet ik dus voor boeten. Vanmorgen vroeg dan mijn tandarts, of liever mondhygiëniste. Alles was weer in orde na tandsteen verwijderen. Ik kan er dus weer een half jaar tegen.

Woensdag 17 juni 2020.

Dat werd dus mijn eerste bezoek aan Duitsland en een Duitse supermarkt sinds het uitbreken van de coronacrisis.

In bus en trein liep alles goed en zoals verwacht. Het mondkapje vond ik vervelend en is bepaald niet mijn hobby. Bij aankomst in Weener stonden daar niet, zoals zo vaak, enkele Duitse politieagenten. Ik heb me altijd afgevraagd waarom die daar steeds stonden, om nadat de trein leeg was, ook weer meteen te vertrekken. Mogelijk is mijn route naar Duitsland een bekende grensovergang voor mensen die de belangstelling van de Duitse politie hebben. Mij is nooit iets gevraagd en ik kon ook altijd meteen doorlopen. Maar deze keer waren die agenten er niet. Gelukkig mag je buiten ook zonder mondkapje lopen dus dat was wel prettig.

Bij aankomst bij de Combi-supermarkt, mijn favoriete super in Duitsland, bleek, dat anders dan in Nederland, de winkelwagentjes niet werden schoongemaakt. Ze stonden op de vertrouwde plek en je had dus een muntje nodig, en kon hem er na gedane boodschappen ook gewoon weer terugzetten. Er was ook geen mogelijkheid voor handen wassen, zodat je direct met je wagentje de winkel in kon. Wel met een mondkapje op, uiteraard.

Aan een buurvrouw legde ik na afloop uit, dat Duitsers zo vaak vuile handen hebben gemaakt, dat ze het ook helemaal gewend zijn om met vuile handen te winkelen. Handen wassen hoort niet bij de Duitse cultuur. Ik kocht mijn benodigdheden, onder andere koffie, keukenpapier en lekkere soepjes en ging weer naar huis. Toen ik gisteravond mijn koffieapparaat bijvulde met de nieuwe bonen, zag ik tot mijn schrik dat ik inderdaad nog maar voor één kopje koffiebonen in het apparaat had zitten. Ik had dus geen dag later moeten gaan, want dan had ik zonder gezeten. Het was niet druk. Ook viel op dat de caissières niet achter een doorzichtig scherm zaten, maar in een soort doorzichtige kooi, rondom. Je kon ze absoluut niet aanraken. Ook dat is in de Nederlandse supermarkten van tegenwoordig heel anders.

Kortom: het was weer een leerzame en nuttige dag.

Verder is nieuws dat ik vanmorgen van het CBG de al begin april aangevraagd persoonskaarten per e-mail ontving. Blijkbaar hebben ze de service weer opgestart. Dus kan ik nu ook weer verder met de nieuwe gegevens verwerken en weer nieuwe vragen stellen. Zo komt mijn kwartierstaat op deze website weer verder af.

Dinsdag 16 juni 2020.

Ook ik merk de laatste dagen in mijn omgeving de signalen dat mensen er genoeg van krijgen. Ik ken enkelen die zich weer begeven in grotere gezelschappen, of de beperkingen in de restaurants maar onzin vinden. Voor mij is duidelijk dat deze mensen teveel risico nemen. Ik geef direct toe dat deze epidemie, corona, COVID-19, zich bijzonder grillig gedraagt. Van de enorme demonstratie van duizenden op de Dam in Amsterdam is ruim veertien dagen later nog niet een enorme uitbraak waargenomen. Het is ook weer niet niks, want na veertien dagen heb ik toch echt een toename van de besmettingen in de regio Amsterdam gezien van maximaal 75 personen op één dag en bij elkaar wellicht een paar honderd. Deskundigen weten dan zogenaamd niet wat daarvan de oorzaak is, maar verzin dan maar een andere reden. Dat is geen vergelijking met de regio Groningen, waar doorgaans geen enkele dagelijkse besmetting er meer bijkomt of hooguit één of twee, maar doorgaans gewoon nul. Het kan dus wel.

Maar ook na de enorme demonstraties in de V.S. met duizenden demonstranten per plaats, leverde nog altijd niet een enorme opleving van het aantal besmettingen op, al blijft het aantal dagelijkse besmettingen en doden daar ongekend hoog.

Ik ben er aardig in te komen met een dagelijks wandelingetje. Al duurt het vast nog wel een paar weken voordat ik weer enigszins mijn oude peil van fitheid bereik.

De eerste proef met het gebruik van poleramidehydroxichloride om de darmgang te verbeteren, zodat ik bij een wandeling niet meer voor verrassingen kom is alvast mislukt. Ik heb al een leven lang de ervaring dat een medicijn bij mij of totaal niet helpt en geen enkele reactie veroorzaakt, of juist een zeer heftige reactie geeft. De eerste indruk van dit medicijn leverde in elk geval op, dat ik geen enkele reactie van mijn lijf waarnam. Nu ga ik natuurlijk nog wel de dosis langzaam opvoeren, maar veel vertrouwen in een goede uitkomst heb ik nog niet.

Maandag 15 juni 2020.

Dan heb ik nu eindelijk mijn eerste schilderijtje besteld voor mijn wandbekleding. Het werd dus ‘Het oestereetstertje’ van Jan Steen uit ongeveer 1658. Zie de bijdrage van 9 juni 2020 voor een plaatje. De bedoeling is dat ik eens kan zien wat voor soort materiaal het is dat ik heb uitgekozen, of de kleuren en de lijst met ophangmateriaal naar mijn zin zijn. De enige concessie die ik wil doen is de lijst. Die is nu van hout, maar duidelijk van een lichtere kleur dan mijn meubilair. Eens kijken of die niet met een of ander sopje een tint donkerder kan krijgen. Het is dus een experimenteerschilderijtje. Als alles goed gaat en het me allemaal bevalt, volgen er grotere en meer. Allemaal van Jan Steen want dat is keus genoeg. Als het niet bevalt heb ik nog geen plan B.

Ik begin nu toch te mijmeren over vakant ie. Noordkaap lijkt me wel wat. Ik ben wel eerder hoog in Noorwegen geweest, maar toch niet in Noordkaap. Voordeel is wel dat het overal erg rustig is, dus accommodatie zal er genoeg zijn. Ik moet eerst eens uitrekenen hoeveel tijd ik daarvoor nodig heb. Bovendien zijn zowel Denemarken als Noorwegen laag besmet door corona. Maar hoe ik nu kom van Denemarken naar Noorwegen (via Zweden of met een boot) heb ik nog niet besloten. Een ander twijfelpunt is nog hoeveel kilometer ik per dag aankan. Op tweebaanswegen deed ik voeger 400 tot 500 kilometer per dag. En heen een weer naar Aalten of Dinxperlo op een dag doe ik ook nog regelmatig. Dat is toch ook ruim meer dan 400 kilometer. Maar om dat elke dag te doen is nog wel iets anders. Ik zie er niet tegenop, maar ik ben toch wel een dagje ouder. Niets forceren is voorlopig mijn motto.

Tenslotte weet ook nog niet hoe de ontwikkelingen bij De Woonplaats zullen gaan en wanneer mijn diensten worden verlangd. Voorlopig zijn het dan ook nog maar ideeën.

Zondag 14 juni 2020.

Zaterdag kreeg mijn huis weer een grote schoonmaakbeurt. Het is altijd weer een genoegen om mee te maken. Hoewel ik bij mijn boodschappen van gisteren het verkeerde briefje had meegenomen, zodat ik niet precies wist wat ik eigenlijk nodig had, bleek ik bij thuiskomst er maar één boodschap naast te zitten: bami-/nasivlees. Ik had blijkbaar bij het maken van het briefje bedacht dat ik wel weer eens Indisch of Chinees zou kunnen eten, maar in de winkel wilde me dat niet meer te binnen schieten. Dan maar geen Indisch of Chinees deze week. Ik heb meer dan voldoende keus in huis, deze week uit andere lekkere en goede maaltijden. Dus ik ben de deur niet meer uit geweest. Althans niet voor boodschappen, wel voor het eerst een ‘zinloos’ wandelingetje van een drie kwartier gemaakt ten behoeve van mijn conditie.

Gisteravond na de maaltijd maar nog vóór mijn toe ben ik eerst even languit op mijn bank gaan liggen. Het is een heerlijke bank en hij ligt ook zo lekker. Na het journaal bleef ik nog even ongeïnteresseerd tv-kijken, want ik had nog geen keus gemaakt. Na verloop van tijd werd ik wakker. Ik had duidelijk diep geslapen, want ik kwam van ver. Het eerste dat me opviel was dat het buiten alweer een beetje licht werd, dat ik nog op de bank lag, dat de tv het nog steeds deed, en dat ik dus blijkbaar een groot deel van de nacht op de bank had liggen slapen. Was het nog de moeite om naar bed te gaan? Eens kijken hoe laat het eigenlijk was. En tot mijn grote verbazing stond daar: 21.25 uur. Ik dacht zelfs nog heel even dat de klok misschien kapot was, want dat kon toch niet waar zijn?

Toen drong het toch langzaam tot mij door dat het inderdaad nog avond was en dat het ook niet al een beetje licht was maar nog een beetje licht. Dan was naar bed gaan nog even niet aan de orde. Ik had dus een klein uur geslapen. Het volgende programmapunt dat ik dus had af te werken was dan mijn toe.

Ik ging op de gebruikelijke tijd naar bed, rond middernacht. En ik werd ook weer op de gebruikelijke tijd wakker. Ik had dat extra slaapje dus blijkbaar nodig.

Vrijdag 12 juni 2020.

Woensdagmiddag op de terugweg van de garage naar huis had ik wel een mondkapje meegenomen. Bij het binnenstappen in de bus, wilde ik het omdoen, maar dat viel nog niet mee. Ten eerste wist ik niet wat nu de binnenkant en wat nu de buitenkant was, of zou er geen verschil zijn? Ik gokte maar dat de lichtblauwe kant de buitenkant zou moeten zijn, omdat ik meer mensen met een lichtblauwe buitenkant heb gezien. Vervolgens de vraag of er nog verschil is tussen de onderkant en de bovenkant. Je neus steekt er immers een flink stuk uit, dus zou daar in het ontwerp rekening mee zijn gehouden? Het zou ook nog per mondkapje kunnen verschillen. De jonge vrouwelijke buschauffeur schoot in de lach bij mijn enorme gehannes met het mondkapje tijdens het instappen. Alles wat je voor het eerst doet is lastig, bleek maar weer eens. In de verlengde/gelede bus zaten bij elkaar wel vier mensen, mezelf en de buschauffeur inbegrepen. Dus het was niet erg druk. Ik kreeg zo wel een goede band met de buschauffeur. Bij het uitstappen kreeg ik weer een brede grijns van haar en een duim omhoog. Die beantwoordde ik uiteraard op dezelfde manier. Al denk ik niet dat die grijns van mij met mondkapje op nu zo duidelijk was.

De donderdag moest ik toch weer bijkomen van de inspanningen van de woensdag en kwam er dus niet veel uit mijn vingers. Wel heb ik mijn sinds kort verplichte wandeling gemaakt. Dit keer naar de slager. Vrijdag is dan mijn wekelijkse uitje naar de supermarkt. Dat dagelijkse geren moet toch invloed krijgen op mijn conditie zou ik toch denken.

Woensdag 10 juni 2020.

Nog weer een stevige wandeling, gisteren, omdat ik vergeten had om een mondkapje bij me te steken. En kon ik dus de bus niet nemen. Dus eigenlijk meer gelopen dan in deze fase goed voor me is. Dat weet ik dan meteen als ik weer thuis ben: zijg neer op de bank en ben er dan bijna niet meer vanaf te branden. Ik moet toch wat systematischer aan mijn conditie werken. Al was het maar elke dag eventjes ‘een rondje om de kerk’. Voordat zo’n nieuwe gewoonte er weer in zit, om bij een wandeling een mondkapje bij me te steken, duurt eventjes bij mij. Of misschien is het ook de leeftijd wel.

Dinsdag 9 juni 2020.

Met de gangspiegel op zijn plaats, moet ik nu nog bepalen waar ik de kleine spiegel ga ophangen. Ik kom er maar niet uit. Op de meest geschikte plaats zit toch duidelijk een dubbel stopcontact in de weg, dus dat moet ik vergeten. Pas als die hangt ga ik me serieus bezighouden met de wandbekleding. Ik zit nog steeds op de tour van enkele schilderijen van Jan Steen: zijn wereldberoemde Huishouden. Ik heb wel enkele leveranciers gevonden van fraaie en betaalbare reproducties, maar ik ben nog niet uit de vereiste lijsten. Liefst natuurlijk passend bij mijn interieur: wild eiken. Maar of dat te koop is?

Bijvoorbeeld deze:

Het vrolijke huisgezin uit 1668. Ook wel ‘Soo de ouden songen pypen de jonghen’. Hangt in New York.

Of ook deze:

Het oestereetstertje. Leuk woord ook. Hangt in het Mauritshuis.

Maandag 8 juni 2020.

Het is dan eindelijk gelukt: de gangspiegel hangt. En wat vooral zo meeviel was het volgende. Als je iets zwaars, zoals deze spiegel, aan twee haakjes moet ophangen, die je allebei tijdens het ophangen niet kunt zien, evenmin als de oogjes waarin de haakjes moeten passen, dan ben ik bijna eeuwig aan het passen. De ene keer valt dan het ene haakje precies in het goede oogje, maar weigert het andere haakje aan de andere kant ook zo fijn mee te doen. Dan begin je opnieuw en dan gaat het omgekeerd: dan valt het andere haakje precies in het oogje en weigert het eerste haakje om gezellig mee te doen. Vaak genoeg ben ik dan na zoveel pogingen gestopt om eerst weer op krachten te komen. Een spiegel van enige tientallen kilo’s heel precies voor je uit blijven tillen doet een aanslag op mijn spieren en zenuwgestel. Deze keer had ik het zo perfect mogelijk voorbereid. Met heel lichte streepjes op de muur, zodat ik – althans in theorie – precies op de juiste hoogte en breedte de spiegel kon vasthouden, tegen de muur drukken en dan heel voorzichtig laten zakken. En tot mijn stomme verbazing zat hij toen in één keer goed. Geen beweging meer in te krijgen, terwijl ik toch helemaal niets kon zien van wat ik nu aan het doen was. Dat kan ik dus toch ook nog, maar het kan natuurlijk ook een eenmalige toevalstreffer zijn geweest.

Vanaf nu kan ik dus elke keer dat ik mijn buitendeur in kom, mezelf in volle glorie aanschouwen. Wat een belevenissen gaan dat worden. Ik verheugde me er al meteen op.

Maar de eerste blik, je kunt het ook een proefblik noemen, viel toch erg tegen. Dat was wel even schrikken, bij wie ik daar zag staan. Tjonge wat een naar uitzicht. Geen wonder dat ik maar niet aan de vrouw kom. Ik moet nog een berg werk gaan verzetten.

Zondag 7 juni 2020.

Zaterdag moest het er toch nog een keer van komen: boodschappen. En deze keer moest ik zelfs opvallend veel winkels bezoeken. ’s Morgens was er weer eens een oogje van mijn schoen gesprongen, zodat ik toch naar de schoenenboer moest. Voor er een misverstand komt: ik noem in principe alle winkeliers ‘boer’, met een voorvoegsel afhankelijk van het product. Dus o.a.: notenboer, groenteboer, melkboer, brillenboer, schoenenboer, beddenboer en juwelenboer. Dat praat makkelijker. Maar het zijn uiteraard in principe stuk voor stuk vakmensen op hun eigen terrein. Na de schoenenboer, ook nog even naar de vleesboer, de groenteboer en de superboer. Omdat die winkels op heel verschillende routes liggen deed ik het dus in twee etappes. Dat had ook het voordeel dat de draaggewichten beter konden worden verdeeld. Maar twee keer boodschappen op routes die allebei ook nog eens stuk langer waren dan normaal, plus het nodige sjouwwerk, betekende dat ik zelden zo blij was om, na het inruimen, meteen languit op de bank te gaan liggen. Mijn conditie is – van dat vele thuiszitten – echt hopeloos. Het was intussen tegen half zes. En ik ben er daarna alleen maar vanaf gekomen om even een kant-en-klare hap uit de keuken te halen en voor toiletbezoek. Om een uur of negen viel ik dan ook in een diepe slaap. Om een uur of elf werd ik spontaan wakker en tegen middernacht ging ik naar bed. En viel meteen weer in slaap. ‘Je had het nodig’ zou mijn moeder gezegd hebben.

Voordeel is nu natuurlijk wel dat mijn koelkast en voorraadplanken weer stampvol liggen. Ik hoef voorlopig de deur niet meer uit. En ik nu weer fris en fruitig ben.

Zaterdag 6 juni 2020.

De enorme verpakkingstroep van de nieuwe spiegel opgeruimd, zodat mijn hulp morgen weer vrij spel heeft. Vervolgens de pluggen en bouten, alsmede een boortje gehaald, zodat ik de spiegel nu kan gaan ophangen. En opnieuw was het weer mijn uitje, met een bezoek aan de Jumbo. Mijn koelkast was opvallend leeg gekomen, dus dat betekent dat ik ook opvallend veel boodschappen moest doen. Met een beter gevulde koelkast waren de boodschappen soms maar nauwelijks naar huis te sjouwen, dus deze keer moet ik het in twee keer doen. Dus vandaag nog een keer. Opmerkelijk was dat Jumbo mondkapjes verkocht. Broer Jan was er trots op dat hij bij een Shellpomp mondkapjes gekocht had voor € 1,50 per stuk. De Shellpomp ter plaatse is mij te ver weg, dus ik haalde ze maar bij het Kruidvat, hoewel ze daar 3 voor een tientje kostten. Dat is € 3,33 per stuk. Kruidvat is een dure winkel, dat wist ik al. Maar met veel reclame, met vaak ‘één gratis’, krijg je toch veel klanten. Een pot Nivea Soft kost er al gauw een euro of 5, terwijl precies dezelfde pot in Duitsland € 2,35 kost. Dan kun je er makkelijk af en toe één ‘gratis’ weggeven.

Maar gisteren in de Jumbo stonden er pakken voor 50 stuks mondkapjes voor € 19,95. Dat is dus € 0,40 per stuk. En dan nog zal Jumbo er flink aan verdienen. Dat is immers ook geen charitatieve instelling. Van de nood een deugd maken noemden we dat vroeger.

In een dag heeft Groningen het vaantje weer overgenomen van Noord-Holland-noord. Gisteren in deze provincie geen enkele besmetting vastgesteld, geen ziekenhuisopname en geen overledene. Het is hier prettig wonen.

Vrijdag 5 juni 2020.

Intussen is sinds dat ik het vanmorgen ontdekte, het zogenaamde ‘dashboard’ van het RIVM gepubliceerd. Daarin kun je voor Nederland en van elk van de meer dan 20 ‘veiligheidsregio’s’ alle mogelijke getallen tevoorschijn toveren. Van het aantal besmettingen, het aantal ziekenhuisopnames, het reproductiegetal, en nog wat meer, elke dag en door de tijd heen bijgehouden. Voor een getallenmaniak als ik ben is dit een paradijs. Al wist ik na een uurtje of zo smullen, ook nog niet precies wat ik er nu echt mee kan. Want getallen om de getallen, zonder dat je er iets aan hebt, is zelfs mij toch te gortig. Tot nu toe kregen we alleen op de tv, maar in geen enkele krant, de getallen per provincie te zien. En daarvan begreep ik steeds dat de provincie Groningen op alle fronten steeds het laagste scoorde. Nu die cijfers zwart-op-wit staan en bovendien over kleinere gebieden verdeeld, kun je pas zien dat de regio Noord-Holland-noord toch echt de allerlaagste score heeft, namelijk allemaal nullen, op de voet gevolgd door de provincie Groningen. Zo weet ik nu pas dat in deze provincie sinds 8 mei geen enkele ziekenhuisopname voor corona heeft plaatsgevonden, en daarvóór was het ook al minimaal. Gisteren was de besmettingsscore 0,2 per 100.000 inwoners. Met een kleine 600.000 inwoners betekent dit dat gisteren bij één individu een besmetting is vastgesteld. En al vanaf 24 april of zo is het aantal besmettingen per dag nooit meer dan 3 personen geweest met op de meeste dagen nul.

Noord-Holland – noord scoort allen maar lager, namelijk op 0 besmettingen gisteren, omdat het één persoon scheelt. Als je de scores over de afgelopen maand bekijkt scoort Noord-Holland-noord duidelijk slechter dan Groningen, maar toch nog verrassend goed vergeleken bij veel andere regio’s.

Een ‘probleem’ is nog wel dat je niet makkelijk kunt nagaan om hoeveel besmette mensen etcetera het in jouw omgeving gaat. De gegevens worden immers verstrekt als ‘aantal per 100.000 inwoners’. Om het echte aantal personen in jouw streek te kennen moet je dan ook nog weten hoeveel inwoners jouw veiligheidsregio heeft. Maar dat getal wordt niet gemeld. Kinderziekte veronderstel ik.

Er worden nog meer cijfers verwacht. Zo ben ik o.a. razend benieuwd naar de cijfers van de rioolwatermonitoring per regio.

Gisteren werd dan eindelijk mijn nieuwe spiegel gebracht. Heb hem meteen na aankomst maar uitgepakt om even te checken of deze wel heel is. En dat was inderdaad het geval. Nu nog ‘even’ ophangen.

Donderdag 4 juni 2020.

Alweer een coronabriefing van Van Dissel/RIVM en anderen achter de rug. Van die van Van Dissel bleef bij me hangen dat de bestrijding van het virus eigenlijk vrij goed gelukt is, met steeds verder afnemende parameters. Van de mevrouw van de ANBO en de door haar vertoonde statistieken bleef bij mij vooral hangen, dat verreweg de meeste ouderen (boven de 65) zelfs tot op hoge leeftijd gewoon erg actief zijn en doorgaans zelf hun eigen potje koken en zich verzorgen. Het stereotype beeld is immers dat alle 70-+-ers, zonder uitzondering, zwak, ziek en misselijk zijn en vooral ook allemaal even zielig. Op de website van het RIVM staat bijvoorbeeld nog altijd dat je vooral niet bij een 70+-er op bezoek moet gaan, met de suggestie: dat is gevaarlijk.

Ik verbaas me er zelf al een tijdje over dat je inmiddels wel naar kapper, terras en restaurant mag, en zelfs op vakantie naar het buitenland, maar dat je daarbij wel moet thuisblijven. Hoe je dat moet combineren wordt er niet bij verteld. Niet over alle maatregelen wordt even zorgvuldig gecommuniceerd.

Woensdag 3 juni 2020.

Het is de tijd van de geweldzame demonstraties in de V.S. over de dood van / moord op de zwarte heer George Floyd, als gevolg van politiehandelingen. Het loopt maar niet af, al wordt inmiddels wel gemeld dat meer demonstraties nu geweldloos zijn. In Nederland zijn er de naweeën van de giga-demonstratie in Amsterdam.

Intussen zie ik nog nergens, niet in de V.S. en ook niet in Europa een stevige opleving van het aantal coronabesmettingen. In de V.S. blijft het aantal besmettingen wel erg hoog vergeleken met andere landen, maar een forse toename is er niet. In Nederland moet het natuurlijk nog worden vastgesteld, na de demonstratie van gisteren. Ook loopt sinds twee dagen het proces dat iedereen met klachten zich kan laten testen.

Wat ik nou niet snap is dat alleen het eerste etmaal al er een kleine honderdduizend mensen waren die het nummer belden, maar zich helemaal niet wilden laten testen, maar met andere vragen zaten. Aangenomen: over het virus. Blijkbaar is die behoefte er en weten mensen niet hoe ze anders hun vragen beantwoord kunnen krijgen. Zwak communicatiebeleid dus. Zelf zat ik lekker thuis, zonder veel ophef.

Dinsdag 2 juni 2020.

De verschrikkelijke demonstratie in Amsterdam gisteren:

En dan de demonstratie met hetzelfde doel in Brussel, gisteren:

Burgemeester Halsema van Amsterdam was ‘volkomen verrast’ dat het zoveel demonstranten waren. Overal ter wereld duizenden demonstratie. Wat had ze dan in Amsterdam verwacht? Enkele tientallen? In Brussel kon het ook, mits je het goed organiseert. Overigens komt de foto uit Chinese bron. Nederlandse media vermelden het niet. Toen het eenmaal zo ver was vreesde ze voor geweld als ze zou laten ontruimen. Ze heeft dus liever honderden of duizenden besmettingen en doden extra dan geweld te gebruiken. Je hoeft niet te raden bij welke stroming haar sympathieën liggen.

Maandag 1 juni 2020, Tweede Pinksterdag.

Ik kan niet langer zwijgen over de talloze rellen in de V.S. na het overlijden van een zwarte meneer: George Floyd. Protesteren en demonstreren is natuurlijk niets op tegen en dat de mentaliteit bij nogal wat politiekorpsen en anderen aldaar moet veranderen kan ook heel goed waar zijn. Maar om nou voor dat doel hele winkelstraten af te breken en te plunderen, gaat me veel te ver.

Drie zaken hierover:1. De vele demonstraties, waarbij duizenden mensen veel te dicht op elkaar staan, geven onherroepelijk meer besmettingsgevaar met het Coronavirus. Niet alleen in de V.S. maar in de hele wereld. Ook elders in de wereld wordt hiervoor namelijk gedemonstreerd en mensen reizen nu eenmaal veel over de wereld, en dat gaat alleen maar weer verder toenemen.

2. De (of een) dochter van de burgemeester van New York, De Blasio, zou gearresteerd zijn. De berichten spreken elkaar tegen over de reden. Het ene bericht zegt dat ze met ‘een voorwerp’ zou hebben gegooid tijdens een demonstratie, het andere bericht stelt dat ze een bevel om zich te verwijderen negeerde. Twitteraars meldden vervolgens dat ze nu begrijpen waarom De Blasio de Bereden Politie en andere middelen niet heeft ingezet. Dit soort dilemma’s bestaat voor mij niet. Ik zou eerst mijn kind op ondubbelzinnige wijze laten weten geen strafbare feiten te begaan en dat ik anders niet voor de gevolgen kan instaan. En vervolgens zou ik ongeremd doen wat ik moet doen, ongeacht wat mijn kind dan kan overkomen.

3. Ik heb me eens verdiept in emigratie. Het blijkt dat afgelopen jaar ruim 116.000 Nederlanders, mensen die hier geboren zijn, ons land ‘voor goed’ hebben verlaten, omdat ze meenden dat het in een ander land beter voor ze was. Ze hebben het volste gelijk. Als het je hier niet bevalt, dan ga je naar een ander land toe waar het je wel bevalt. Maar er zijn hele volksstammen, minderheden vaak, die het land waar ze wonen willen veranderen zoals het deze minderheid het het beste past en hun gelijk ten koste van alles en iedereen willen halen. Dat is het miskennen van democratie: de meerderheid beslist. Natuurlijk moet elke meerderheid ook rekening houden met de opvattingen van minderheden. Maar als dat naar jouw smaak tientallen jaren onvoldoende gebeurt kun je niet het leven en goed van anderen gaan vernielen. Ga dan naar een land waar ze wel en meer rekening met je houden. Dan maak je jezelf en anderen gelukkiger.

Zondag 31 mei 2020, Eerste Pinksterdag.

Weer werd mijn huisje grondig schoongemaakt. Nog elke keer ben ik daar zo blij mee. Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe mijn huis er nu uit had gezien, als ik hiervoor geen hulp had ingeroepen, bijna een jaar geleden. Dan is het ook nog eens lockdown dus de kans op bezoek is dan nog kleiner dan anders. Dat geeft ook al geen prikkel om eens grondig de spons en bezem doorheen te halen.

Na de ‘hulpactie’ nog weer even de noodzakelijke boodschappen gedaan. Ik vond discipline een tikje minder dan tot voor kort. Ik zag zowaar een paar winkelen, die tot nu toe resoluut bij de ingang werden gescheiden. Ik kon vlot mijn boodschappen doen. Afgezien van het winkelende paar, had ik maar één ouderwets winkelende vrouw voor me, maar gelukkig hoefde ik niet te zijn op plaatsen waar zij wel eens echt de tijd voor nam.

Het is toch raar, dat ik me toch af en toe afvroeg of ik in Aalten niet onnodig risico heb gelopen, met kans op besmetting. Als ik dan ook een verhaal lees over een positief geteste vrouw, die geen enkele klacht had, en alleen maar werd getest omdat haar man met corona naar het ziekenhuis moest. Je kunt dus helemaal te goeder trouw anderen besmetten terwijl je zelf nergens last van hebt, aldus dat artikel. Zo kun je natuurlijk ook zelf besmet raken, terwijl niemand iets verkeerds heeft gedaan. Hoewel de incubatietijd maximaal 14 dagen is, vinden de meeste uitbraken toch plaats binnen 48 uur na de besmetting. Wat dat betreft zijn we inmiddels wel 48 uur verder, en ik voel me nog kiplekker.

Zo vernam ik dat een buurvrouw het weekend naar Utrecht was. Dat zou ik nou niet gauw doen. In Utrecht en de rest van het Westen is wel honderd keer zoveel corona als in het Noorden of Oosten van het land. Maar ik weet natuurlijk niet waarom ze daar is en wie ze daar gaat ontmoeten.

Zaterdag 30 maart 2020.

Gisteren had ik weer eens, voor het eerst sinds begin maart, een auto gehuurd. Het werd een Volkswagen Tuareg. Een stevige auto. Voor mijn been was hij niet helemaal perfect, dus het wordt zeker niet de auto, waarmee ik weer eens naar Zuid-Frankrijk of Scandinavië ga. Die kans is sowieso extreem klein, maar je weet maar nooit waar ik nog eens verliefd op ga worden. Maar ik reed verder wel als een vorst. We hadden voor het eerst in maanden weer een afspraak met het platformbestuur in Aalten, waar zoiets wel kon, als je ruim voldoende afstand van elkaar wil hebben.

In het eerste deel, tot aan Assen, vond ik het niet rustiger of drukker dan anders. Dus het was vrij druk. Ik realiseerde me later dat er ook geen treinen rijden tussen Groningen en Assen, en dat bovendien het traject Haren – Assen door de NS extra ingewikkeld is gemaakt: je gaat per bus, waarmee je ook nog een keer moet overstappen. Dat werkt niet. Ik stel me voor dat vele van die bussen de hele dag leeg heen en weer rijden. De trein of het vervangend busvervoer is dan absoluut geen concurrent voor de auto. Vanaf Assen werd het dan (daarom) een heel stuk rustiger. Wat me vooral ook opviel was dat er ook veel minder vrachtverkeer op de weg was. In normale tijden moest je steeds weer enorme aantallen vrachtwagens voorbij. Dat schoot maar niet op. Het is geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraak, maar ik schatte dat deze keer misschien wel driekwart van het vrachtverkeer weg was en tenminste de helft van het autoverkeer. Dat schoot dus lekker op. Ook op het voornamelijk tweebaansgedeelte vanaf Hoogeveen was het rustig, zowel met personen- als met vrachtauto’s. Ik kwam dus ruim op tijd op de bestemming aan. Je merkte wel dat met zo’n lange pauze er veel moest worden bijgepraat. Op de terugweg: idem dito: rustig.

Terug van de garage naar huis heb ik ook maar weer eens gebust. Dat had ik ook alweer bijna drie maanden niet gedaan. Er was niets veranderd.

Vrijdag 29 mei 2020.

Bij het uitpakken van de spiegel bleek dat hij zwaar beschadigd was. Twee keer is er met iets erg zwaars tegenaan gebeukt. Het glas in honderden stukjes, gelukkig allemaal nog aan elkaar klevend. Meteen de winkel gebeld en na uitleg werd mij een nieuw exemplaar toegezegd. Het gaat allemaal niet van een leien dakje, zoveel is wel duidelijk. Vandaag weer een drukke dag, dus maar een korte bijdrage voor een keer.

Donderdag 28 mei 2020.

Dan kan ik nu eindelijk melden dat het beruchte waterschademuurtje in mijn huis nu inderdaad helemaal behangen is. Dat heeft al met al heel wat voeten in de aarde gehad. Eerst goed droogwrijven en flink opschuren en langdurig (enkele weken) laten opdrogen. Gaatjes en gleufjes afvlakken. Dan drie lagen verf eroverheen, zodat je na de derde laag echt geen ongerechtigheid meer kon waarnemen. Dan het doorzichtige behang er overheen, zodat je elke vlek op de ondergrond kan zien doorschijnen.

En dan is het nu dus een hagelwit strak muurtje geworden. Het slotakkoord in mijn gang wordt dan nog om overal met een vergrootglas, een klein mesje en een klein schaartje langs alle randen te gaan, om alle kleine overgebleven ongerechtigheden hetzij te verwijderen dan wel te corrigeren. Dat gaat vandaag gebeuren. En dan zal ik nooit meer iets behangen of schilderen in deze gang. Als er nu nog iets op dit vlak moet worden gedaan, laat ik het doen.

Dan volgt na vandaag dus het slotakkoord qua schilderen en behangen van mijn woonkamer. Daar zit geen onbehangen muurtje met vlekken meer. Schilderen is dus hoogstwaarschijnlijk daar niet meer nodig. Enkele hele kleine stukjes behang nog, en tenslotte het fijne afwerken nog met vergrootglas, schaartje en mesje. Dat moet in een dag makkelijk gebeurd kunnen zijn. Ik zal er wel iets langer de tijd voor nemen.

Woensdag 27 mei 2020.

Klussen in huis is toch echt niet mijn ding. Ik doe het omdat het moet. Ik wil er gewoon goed en netjes bij zitten. De plicht drijft me voort. Zo was ik eerst van plan om gisteren het behangen in de gang af te maken, maar ik werd in de middag plots afgeleid doordat ik op de tv tegen het vragenuurtje van de Tweede Kamer aanliep. Al kijkende krijg ik toch iets verbetens over me. Ik wil in de gang in elk geval vandaag verder zijn dan gisteren. Dus heb ik me na het vragenuurtje weer naar de gang gerept en ben begonnen met alles op te meten en de behangbanen vast voor te knippen. Zodat ik ze alleen nog maar tegen de muur hoef te plakken. Er zit nog wel een lichtknop, waar ik nog omheen moet. Dan moet vandaag het behangen in de gang toch echt af zijn.

Ook werd door mijn huisbaas een enveloppe met post van De Woonbond in de bus geduwd die abusievelijk bij hem in Assen in de bus was gedaan. De Woonbond verklaarde onlangs bij hoog en laag dat we toch echt in Haren staan ingeschreven, maar deze stukken waren toch echt aan ons in Assen gericht. Nu moet ik dus alleen nog nagaan van wanneer deze stukken zijn, want wie weet is het wel zo geweest, maar nu niet meer. En dan komt de uitslag: de bijpassende brief heeft geen datum. Op de plek waar de datum hoort te staan, staat “Datum: zie poststempel.” Maar op een ‘port betaald’-brief komt alleen helemaal geen poststempel. Dan komt het oude postpaard weer in me boven. Ik haat het als een brief geen datum heeft. Of een datum zonder jaartal. Ik verbeeld me dat er onder mijn verantwoordelijkheid nooit een stuk de deur is uitgegaan, zonder datum, jaartal en handtekening. En het moeten vele duizenden stukken zijn geweest, in de loop der jaren.

Als het brieven aan een persoon waren, stond (en staat) er ook altijd een geschreven handtekening van me onder. Een gestempelde handtekening heeft voor mij geen enkele waarde. Ik heb wel eens een rechtszaak gevolgd, waarbij een of andere eindverantwoordelijke die verdachte was, zich poogde te verschonen, als zijn handtekening werd aangetroffen op een stuk dat van belang was voor de waarheidsvinding. De verdachte: “Ik heb in mijn leven vele duizenden handtekeningen onder brieven gezet. Denkt u nu echt dat ik bij al die brieven en stukken altijd precies wist wat erin stond?”. En hij kwam er nog mee weg ook. Onbegrijpelijk, wat mij betreft. Bij mij is dat uitgesloten geweest. Als ik verantwoordelijk ben en door mijn bazen dus ook verantwoordelijk wordt gehouden, dan heeft elke handtekening van mij de betekenis dat ik de inhoud van het stuk kende en er mee akkoord was. Ook bij duizenden stukken.

Natuurlijk kwam het in de praktijk wel eens voor dat ik om kwart voor zes in de avond nog stukken van een medewerkster ter tekening kreeg, die nog vóór 18.00 uur de buslichting moesten halen. Dan wisten mijn naaste medewerkers dat ik dan wel in goed vertrouwen mijn handtekening zette, zonder dat ik het stuk echt gelezen had, maar dat ze dan een kopietje voor me moesten achterlaten, zodat ik het achteraf nog kon lezen. En het is daarna gelukkig nooit gebeurd dat ik op mijn handtekening moest terugkomen.

Dit gedrag heb ik van niemand geleerd en ik had er ook nooit een voorbeeld van gezien. Het zit dus gewoon in mij gebakken. Ik ben zo. Verantwoordelijk voor mijn eigen daden. Zonder beperking of uitvlucht.

Helaas heb ik wel vaker meegemaakt dat een getekende brief de handtekeningzetter zich er later probeerde onderuit te wurmen.

Dinsdag 26 mei 2020.

Alweer een thuisdagje. Wat ben ik toch braaf.

Ik schuif nu mentaal toch langzaam maar zeker weer af van mijn genealogie-taken naar het (ver)volmaken van mijn boekenwebsite. Sinds half maart staakt namelijk het CBG met het verstrekken van GBA/BRP-gegevens. Ik heb geen flauw idee wanneer dit weer wordt hervat. Het zijn niet de enige gegevens die ik mis, maar alternatief is dat ik eerst per persoon alle op het internet vindbare gegevens ga opzoeken, hetgeen ik al eerder deed, dus met vrij weinig succeskans en daarna nog een keer alles dunnetjes moet overdoen, als de GBA/BRP-gegevens weer beschikbaar komen, waarna ik opnieuw veel zaken opnieuw zal moeten opzoeken, als ik meer gegevens heb. Een beetje verspilling van energie en tijd dus.

Dan ‘moet’ ik ook nog een 1200 boeken plaatsen hetgeen natuurlijk ook een tijdvreter zal zijn. Elke boek dat ik op die website plaats is weer een boek opgeruimd en dat is toch ook niet verkeerd. En daarbij staat niemand me in de weg. Ik zie wel wat ik ga doen als het CBG weer gaat sturen. Dan heeft mijn voorkeur toch het vervolmaken van mijn kwartierstaat.

Maandag 25 mei 2020.

Eindelijk is dan het schilderwerk in mijn gang helemaal klaar. De druipers heb ik daarbij goed onder controle gekregen. Met een derde laag witte verf, zie je nu de vlekken op de ondergrond niet meer. Nu nog een extra dagje uitharden en dan kan dinsdag het behang er op. En daarna kan ik mijn nieuwe enorme spiegel van 180 x 74 centimeter ophangen. Dan kan ik daarna bij elke keer dat ik mijn huis in kom, mezelf in volle glorie waarnemen. En dat geldt natuurlijk voor elke bezoeker in zijn of haar eigen volle glorie. Wat een belevenis zal dat worden. Als ik nu maar niet daarvan naast mijn schoenen ga lopen, want dat zou helemaal verkeerd zijn. Het valrisico zou enorm toenemen en een val in mijn eigen huis wil ik niet meer meemaken. Dat wordt dus nog oppassen. Maar gelukkig telt een gewaarschuwd mens voor twee, al passen die samen wat lastiger op de spiegel. Even afwachten dus nog.

Verder moet ik oppassen dat ik nu niet de smaak te pakken krijg en dat ik daarna allerlei andere kleine ongerechtigheden ga corrigeren. Ik trek de grens, neem ik me nu voor, als ik voor een volgende stap weer opnieuw een winkel in moet.

Zondag 24 mei 2020.

Gisteren schoot de bijdrage er een keer bij in. Eerst in de morgen de hulp, en daarna werd mijn nieuwe spiegel afgeleverd. Toen nog even halsoverkop enkele vergeten boodschappen ophalen en de dag was alweer voorbij.

In de Jumbo viel me deze keer op, het zal wel toeval zijn, dat twee gezelschappen van elk twee vrouwen aan het shoppen waren. En dan wordt het gedrag van sommige vrouwen bij winkelen nog een slag ingewikkelder. Steeds samen optrekken natuurlijk. Maar dat gaat regelmatig verkeerd, want de ene persoon heeft nu eenmaal een andere voorkeur dan de andere. Dan moet de dame die was doorgelopen, toch nog op verzoek van de vriendin weer even terugkeren om toch alsnog iets te moeten bekijken waar ze al voorbij was. Als je dan zelf ook iets uit dat schap wil hebben, wordt het dus twee keer zo lang wachten. En dat geldt ook voor de meeste volgende schappen. En als er dan twee van deze stellen in die winkel rondlopen, dan ben je dus gemakkelijk twee keer zoveel tijd als nodig, vanwege het vele wachten en teruglopen onderweg. De winkels hebben het zelf ook wel door dat sommigen er een winkeluitje van maken. Steeds weer oproepen vanaf de ingang om doelbewust door de winkel te gaan en er geen gezellig uitje van te maken. Maar het helpt in mijn waarneming geen ene bal. Je zou een medewerker met deze mensen mee moeten sturen om ze bij elke keer dat ze stoppen tot doorlopen te manen. Want ze trekken zich helemaal niets aan van de vele oproepen.

De verf op terpentinebasis geeft bij mij veel druipers. Hij is dan ook veel dunner dan die op waterbasis en heeft een droogtijd van tenminste een etmaal. Hiervoor moet je dus echt een vakman zijn, die voor dit werk gekozen heeft en er dan de nodige jaren ervaring mee heeft opgedaan. Ik doe maar eens in de tien jaar een muurtje en dan is het weer voor tien jaar voorbij. Dat is te weinig om echt ervaring mee op te doen. Maar ondanks het feit dat ik het blijkbaar veel te dik insmeer, heb ik inmiddels wel door dat ook met verf op terpentinebasis je zeker drie lagen zult moeten hebben, als er zoveel watervlekken op de muur zitten als bij mij. Laat staan als je het zo dun zou doen dat er geen druipers volgen, want dan moet het mogelijk nog vaker. Met de verf op waterbasis heb je ook drie lagen nodig. En die verf druipt niet (het drogen begint zodra de kwast van de muur loskomt), zodat je hem lekker dik kunt opzetten. Hij is ook droog en overschilderbaar in maximaal 9 uur, volgens de gebruiksaanwijzing. Dus drie lagen heb je in twee dagen aangebracht. En puntgaaf zonder druipers. En dan nog het prijsverschil. Een blik muurverf op waterbasis kostte me ongeveer een tientje, terwijl een blik verf op terpentinebasis € 46,50 was. Dus de oplossing van een muur met veel watervlekken is: met wijsheid achteraf was dus: neem verf op waterbasis, en breng die drie keer op. Je bent in twee dagen klaar, je hebt geen druipers en het is relatief goedkoop.

Vrijdag 22 maart 2020.

Het blijkt dat verf op terpentinebasis, volgens google, dat voor een perfecte dekking zou moeten zorgen, alleen nog maar voor buiten mag worden gebruikt, maar dat geldt uiteraard voor de professionele schilder, die de hele dag in de lucht moet werken. Bij mij is het na een uurtje gedaan. Bij de doe-het-zelf winkel bleek verf op terpentinebasis zelfs helemaal niet meer te koop. Wel bestaat er een speciaal vlekkenmiddel dat je er vóór het schilderen op moet spuiten of schilderen en zelfs verf waar het antivlekkenmiddel bij in zit. Ben benieuwd.

Vandaag is het weer mijn wekelijkse dag voor een uitje, en ik verheug me er erg op. Wat zal ik nu allemaal weer meemaken? Het is een beetje regenachtig, maar veel stelt het niet voor. We zijn verder met de zoveelste superdroge periode bezig, en ik vraag me wel eens af waar dat naar toe moet. Wordt het hier echt een woestijngebied? Voorlopig doet de kraan het nog, maar voor hoe lang nog?

Donderdag 21 mei 2020, Hemelvaartsdag en Internationale Dag van de Thee.

Vandaag is het dus zowel Hemelvaartsdag en Internationale Dag van de Thee. Ik heb geen idee wat die twee zaken met elkaar te maken hebben, maar ze bestaan allebei echt. De theedag is uitgeroepen door de Verenigde Naties, dus dan weet je het wel. Er is bepaald niet veel ruchtbaarheid aan geven, omdat het reclamebudget hiervoor waarschijnlijk beperkt is. Ik weet het ook van de Chinese website Xinhuanet, en dat is ook niet verwonderlijk, omdat de thee immers, althans volgens de Chinezen, in China is uitgevonden. Ik heb nog niet besloten wat ik vandaag nu precies ga vieren. Hemelvaartsdag in elk geval niet, al was het maar omdat ik niet zou weten hoe. De Internationale Theedag zou nog wel kunnen. Het drinken van een kopje thee lijkt me hiervoor wel voldoende, al zullen de Chinezen dat niet meteen in hun omzet gaan merken. Ik zie nog wel.

Inmiddels ben ik met het verven van de achterwand in de gang begonnen. En voor het eerst stelde ik met deze verf vast dat hij niet voldoende dekt. Hij werd me verkocht als goed dekkende verf, en dat staat ook op het blikje. Tot nu toe ging dat ook goed. Maar door die lekkage die ik daar had, is die muur wel zo smerig geworden, dat één laag verf niet genoeg is. Het betekent natuurlijk ook meteen dat ik nog een blik verf zal moeten kopen. Dat kan alleen vandaag niet, dus dat moet dan morgen, bij mijn wekelijkse uitje.

Woensdag 20 mei 2020.

Het boek van/over Himmler dat ik aan het lezen ben, brengt de ene verrassing na de andere verrassing voor mij. Het zijn verrassingen van zeer verschillende aard.

Gisteravond was er een bericht van mei 1943. In een bespreking komt aan de orde dat ontdekt is dat loden waterleidingen in elk geval giftig zijn en zelfs dodelijk kunnen zijn. Wellicht is het dus iets voor de concentratiekampen. Himmler stelt na de discussie vast dat het dodelijke proces te lang gaat duren en dus ongeschikt is voor de concentratiekampen. Verder besluit hij dat het voor de gewone bevolking natuurlijk moet worden verbeterd, maar dat kan wel na de oorlog gaan gebeuren. Einde bericht.

Het bijzondere van dit bericht is dat loden waterleidingen en dan alleen nog bij nieuwbouw, pas vanaf begin zeventiger jaren in Nederland verboden zijn. Alle bestaande loden waterleidingen zouden gewoon blijven liggen en moesten worden vervangen als de leidingen ter plekke om een andere reden toch moesten worden opgegraven. Dan konden meteen ook de loden waterleidingen worden vervangen. Het gevolg van dit Nederlandse ‘beleid’ is dus geweest dat tot zelfs in dit jaar (2020) er nog basisscholen bleken te bestaan met loden waterleidingen. Voor lood zijn (kleine) kinderen nog gevoeliger dan volwassenen. En daar moest dan eindelijk eens iets mee gebeuren.

Dat loden waterleidingen het leidingwater vergiftigen hetgeen ook tot de dood kan leiden, is dus in 2020 al tenminste 77 jaar bekend. En nog altijd is het niet geregeld.

Het deed me denken aan de grijs gietijzeren gasleidingen van afgelopen jaar. Die kunnen in bepaalde omstandigheden ontploffen. En dat is ook gebeurd. Zowel in Nederland als daarbuiten. Dat levert doorgaans vele gewonden en ook doden op, en een aantal ingestorte huizen. Dit is ook al vele jaren bekend en de oplossing was: als de straat toch om een andere reden moet worden opgebroken, dan worden meteen ook de grijs gietijzeren gasleidingen vervangen. Een dwaalweg. Op deze manier blijven ze nog tientallen jaren in de bodem liggen, met hier en daar een ontploffingen met veel schade aan mensen en gebouwen tot gevolg. Leren mensen iets van de geschiedenis? Heel vaak niet, vrees ik.

Dinsdag 19 mei 2020.

De muur is af. Het witschilderen kan beginnen.

Intussen is mijn keus gevallen op twee spiegels. In dezelfde houtstijl als mijn meubels. De ene spiegel is 60 x 100 centimeter, en de andere 74 x 180 centimeter. Die laatste leek me wel wat groot voor mijn leeftijd, maar ik heb me laten overtuigen dat deze spiegel, aan het eind van de gang geplaatst, wel een erg ruimtelijke indruk geeft. Bovendien kan dan iedere gast meteen bij binnenkomst zien of er aan haar of zijn outfit ook iets mankeert. Van Hooft tot Voeten.

Ik hou er dus wel rekening mee dat ze besteld moeten worden, en dan is puur toevallig de muur waar ik sinds gisteren aan begonnen ben, ook wel af. Alsof het zo gepland was.

Daarna komen de overige heel kleine stukjes behang die nog moeten worden afgewerkt aan de beurt. Maar dat is dan zaak van later en dat kan ook wel heel geleidelijk. Dan stop ik weer. Want ik ga pas verder met inrichten als ik weer wat makkelijker winkels gaan bezoeken. Ik kan natuurlijk wel via het internet bestellen, maar ik ben een echte visuelerik: ik wil graag zien wat ik koop en niet op een plaatje.

Tenslotte ben ik nog op zoek gegaan naar een nieuw dekbedovertrek. Ik vermoed dat de firma Smulders daar marktleider in is. Ze maken er in elk geval de meeste reclame mee. Dus heb ik hun website maar eens bezocht. Ze hebben een enorme keus. Mijn vorige aankoop betrof een hoes van polyester. Maar die stof beviel me totaal niet. Hij is glad. En glibbert dus overal langs en vanaf. Ook van het dekbed zelf. Binnen de kortste keren zit het hele dekbed op een hoopje in de hoes. Dat dit een serieuze stof is om dekbedden mee te omhullen, snap ik niet.

Geeft niet. Ik moet er bij de volgende aankoop gewoon op letten dat het katoen is en niets anders. Want bij stoffen met moeilijke woorden erin kom je er in de praktijk pas achter welke bezwaren die hebben, zoals bij polyester.

Dan het motief. Opvallend is weer, bijna net zo erg als bij de pyjama’s, dat de meeste patronen en motieven in fletse kleuren zijn. Ik wil graag een vrolijker kleurtje. Waarom moet ik toch met alle geweld in een sombere omgeving mijn bed induiken? In een zo mogelijk nog somberder pyjama?

Je kunt ze ook in een patroon krijgen bijvoorbeeld van en natuurlandschap. Dan krijg je wel echte en natuurlijke kleuren. Maar waarom dan plaatjes van olifanten of bergen?

De olifanten en andere exotische dieren kun je waarschijnlijk beter in landen verkopen waar ze die beesten ook beter kennen. En bergen zullen waarschijnlijk het populairst zijn in landen zoals Zwitserland. Ik heb vergeefs gezocht naar een foto van een fraai polderlandschap of een mooie oude molen. Voor mijn part van de Afsluitdijk of de Edammer kaasmarkt. Maar nee, die bestaan niet. Ook niet bij de mogelijke andere leveranciers. Ik heb het vermoeden dat deze dekbedovertrekken wel bestaan, maar alleen verkocht worden in Zwitserland. Ik blijf maar tobben, met al mijn problemen.

Maandag 18 mei 2020.

Van de Kropswolder Molen heb ik intussen bericht. Ze verkopen geen zuurdesem, maar ze zijn wel van plan om binnenkort zuurdesempoeder te gaan verkopen. Dat was dus absoluut niet mijn bedoeling. Bij het googelen van dit product kom ik tot de conclusie dat dit doorgaans ook een mix is van allerlei stofjes, waaronder ook het beruchte E471 kan zitten. Met ROOD aangegeven in de E-nummerlijst. Ik weet weliswaar niet wat de Kropswolder Molen van plan is er allemaal in te stoppen, maar ik heb toch maar liever het echte natuurproduct. Onbegrijpelijk ook dat een firma die zoveel geweldige natuurlijke producten verkoopt, nu ineens een chemisch stofje wil toevoegen ‘broodverbeteraar’, in plaats van het echte spul. Dit wordt nog verder zoeken naar zuurdesem. Wordt vervolgd.

Al enkele maanden geleden ben ik gestopt met het verder aanpassen en opknappen van mijn woning. Het behangen was bijna af, maar vooral in de gang moest nog een stukje in afwachting van de reparatie van de douchevloer. En vervolgens moest er nog wandversiering komen, en klein meubelgoed, zoals een wijnrek, een spiegel en een bijzettafeltje. Ik heb vervolgens, ergens eind februari of begin maart, zonder veel na te denken besloten om de boel de boel te laten, maar wel perfect te gaan (laten) onderhouden. Pas in de loop van de weken daarna ben ik de rechtvaardiging daarvan gaan bedenken. En die was als volgt:

We beleven een ongekende pandemie. Die het blijkbaar vooral op ouderen gemunt heeft. Voorbeelden hoe iets moet en wat vooral niet moet zijn er niet. Ik heb geen flauw idee of en hoe lang ik deze ziekte kan en zal overleven. Tegelijk ontvang ik helemaal niemand in mijn huis, met uitzondering van mijn hulp en ook met haar hou ik dan maximale afstand in acht. Het verder opknappen van mijn huis zou betekenen dat ik nog een hele tijd winkel in en winkel uit zal moeten gaan en waarom eigenlijk? Om vervolgens nog altijd niemand te ontvangen? Prioriteit nummer 1 moet voor mij nu zijn dat ik graag deze periode wil overleven. En daarna kunnen we wel weer gaan ‘feestvieren’ onder mensen.

Bij mijn genealogische hobby, is het voornaamste werk voor mijn kwartierstaat om de persoonsgegevens verder in te vullen. Ik heb doorgaans wel de namen maar niet alle persoonsgegevens (geboorte, huwelijk(en) en overlijden). Daar heb ik toch echt het cbg voor nodig, maar die hebben deze service nu ook al een tijdje gestaakt.

Dan blijven nog mijn websites, mijn boekenverkoop, die bepaald vrij goed verloopt, mijn leeswerk en op veel afstand mijn activiteiten voor de beide huurdersclubs waar ik bestuurslid van ben. Dus ik heb genoeg te doen.

Gisteren kreeg ik dan toch ineens de geest: ik ga die foeilelijke muur in mijn gang aanpakken. De spullen daarvoor heb ik al een tijdje in huis en inmiddels is de douchevloer gerepareerd en is het er ook niet meer nat. Dus het kan nu ook. Eerst de gangkast opgeruimd, zodat daar zaken als stofzuiger en stoomapparaat in kunnen en niet meer zomaar ergens in een hoekje in huis staan. Dat is intussen gebeurd. Ik heb opnieuw een hoop spullen weggegooid. Vervolgens die lelijke muur opgeschuurd en dat is intussen ook al gebeurd. Dan kan ik nu overgaan tot het wit schilderen van die muur, voordat het behang erop gaat. Anders schijnen de watervlekken op de muur door het behang heen. Ik weet alleen nog niet of ik hiervoor wel genoeg verf heb. Dat merken we wel en is snel genoeg bijbesteld.

Voor oudere bijdragen verwijs ik naar het jaaroverzicht 2020 of de anekdotes, deel 2.