Blog

Zaterdag 6 juni 2020.

De enorme verpakkingstroep van de nieuwe spiegel opgeruimd, zodat mijn hulp morgen weer vrij spel heeft. Vervolgens de pluggen en bouten, alsmede een boortje gehaald, zodat ik de spiegel nu kan gaan ophangen. En opnieuw was het weer mijn uitje, met een bezoek aan de Jumbo. Mijn koelkast was opvallend leeg gekomen, dus dat betekent dat ik ook opvallend veel boodschappen moest doen. Met een beter gevulde koelkast waren de boodschappen soms maar nauwelijks naar huis te sjouwen, dus deze keer moet ik het in twee keer doen. Dus vandaag nog een keer. Opmerkelijk was dat Jumbo mondkapjes verkocht. Broer Jan was er trots op dat hij bij een Shellpomp mondkapjes gekocht had voor € 1,50 per stuk. De Shellpomp ter plaatse is mij te ver weg, dus ik haalde ze maar bij het Kruidvat, hoewel ze daar 3 voor een tientje kostten. Dat is € 3,33 per stuk. Kruidvat is een dure winkel, dat wist ik al. Maar met veel reclame, met vaak ‘één gratis’, krijg je toch veel klanten. Een pot Nivea Soft kost er al gauw een euro of 5, terwijl precies dezelfde pot in Duitsland € 2,35 kost. Dan kun je er makkelijk af en toe één ‘gratis’ weggeven.

Maar gisteren in de Jumbo stonden er pakken voor 50 stuks mondkapjes voor € 19,95. Dat is dus € 0,40 per stuk. En dan nog zal Jumbo er flink aan verdienen. Dat is immers ook geen charitatieve instelling. Van de nood een deugd maken noemden we dat vroeger.

In een dag heeft Groningen het vaantje weer overgenomen van Noord-Holland-noord. Gisteren in deze provincie geen enkele besmetting vastgesteld, geen ziekenhuisopname en geen overledene. Het is hier prettig wonen.

Vrijdag 5 juni 2020.

Intussen is sinds dat ik het vanmorgen ontdekte, het zogenaamde ‘dashboard’ van het RIVM gepubliceerd. Daarin kun je voor Nederland en van elk van de meer dan 20 ‘veiligheidsregio’s’ alle mogelijke getallen tevoorschijn toveren. Van het aantal besmettingen, het aantal ziekenhuisopnames, het reproductiegetal, en nog wat meer, elke dag en door de tijd heen bijgehouden. Voor een getallenmaniak als ik ben is dit een paradijs. Al wist ik na een uurtje of zo smullen, ook nog niet precies wat ik er nu echt mee kan. Want getallen om de getallen, zonder dat je er iets aan hebt, is zelfs mij toch te gortig. Tot nu toe kregen we alleen op de tv, maar in geen enkele krant, de getallen per provincie te zien. En daarvan begreep ik steeds dat de provincie Groningen op alle fronten steeds het laagste scoorde. Nu die cijfers zwart-op-wit staan en bovendien over kleinere gebieden verdeeld, kun je pas zien dat de regio Noord-Holland-noord toch echt de allerlaagste score heeft, namelijk allemaal nullen, op de voet gevolgd door de provincie Groningen. Zo weet ik nu pas dat in deze provincie sinds 8 mei geen enkele ziekenhuisopname voor corona heeft plaatsgevonden, en daarvóór was het ook al minimaal. Gisteren was de besmettingsscore 0,2 per 100.000 inwoners. Met een kleine 600.000 inwoners betekent dit dat gisteren bij één individu een besmetting is vastgesteld. En al vanaf 24 april of zo is het aantal besmettingen per dag nooit meer dan 3 personen geweest met op de meeste dagen nul.

Noord-Holland – noord scoort allen maar lager, namelijk op 0 besmettingen gisteren, omdat het één persoon scheelt. Als je de scores over de afgelopen maand bekijkt scoort Noord-Holland-noord duidelijk slechter dan Groningen, maar toch nog verrassend goed vergeleken bij veel andere regio’s.

Een ‘probleem’ is nog wel dat je niet makkelijk kunt nagaan om hoeveel besmette mensen etcetera het in jouw omgeving gaat. De gegevens worden immers verstrekt als ‘aantal per 100.000 inwoners’. Om het echte aantal personen in jouw streek te kennen moet je dan ook nog weten hoeveel inwoners jouw veiligheidsregio heeft. Maar dat getal wordt niet gemeld. Kinderziekte veronderstel ik.

Er worden nog meer cijfers verwacht. Zo ben ik o.a. razend benieuwd naar de cijfers van de rioolwatermonitoring per regio.

Gisteren werd dan eindelijk mijn nieuwe spiegel gebracht. Heb hem meteen na aankomst maar uitgepakt om even te checken of deze wel heel is. En dat was inderdaad het geval. Nu nog ‘even’ ophangen.

Donderdag 4 juni 2020.

Alweer een coronabriefing van Van Dissel/RIVM en anderen achter de rug. Van die van Van Dissel bleef bij me hangen dat de bestrijding van het virus eigenlijk vrij goed gelukt is, met steeds verder afnemende parameters. Van de mevrouw van de ANBO en de door haar vertoonde statistieken bleef bij mij vooral hangen, dat verreweg de meeste ouderen (boven de 65) zelfs tot op hoge leeftijd gewoon erg actief zijn en doorgaans zelf hun eigen potje koken en zich verzorgen. Het stereotype beeld is immers dat alle 70-+-ers, zonder uitzondering, zwak, ziek en misselijk zijn en vooral ook allemaal even zielig. Op de website van het RIVM staat bijvoorbeeld nog altijd dat je vooral niet bij een 70+-er op bezoek moet gaan, met de suggestie: dat is gevaarlijk.

Ik verbaas me er zelf al een tijdje over dat je inmiddels wel naar kapper, terras en restaurant mag, en zelfs op vakantie naar het buitenland, maar dat je daarbij wel moet thuisblijven. Hoe je dat moet combineren wordt er niet bij verteld. Niet over alle maatregelen wordt even zorgvuldig gecommuniceerd.

Woensdag 3 juni 2020.

Het is de tijd van de geweldzame demonstraties in de V.S. over de dood van / moord op de zwarte heer George Floyd, als gevolg van politiehandelingen. Het loopt maar niet af, al wordt inmiddels wel gemeld dat meer demonstraties nu geweldloos zijn. In Nederland zijn er de naweeën van de giga-demonstratie in Amsterdam.

Intussen zie ik nog nergens, niet in de V.S. en ook niet in Europa een stevige opleving van het aantal coronabesmettingen. In de V.S. blijft het aantal besmettingen wel erg hoog vergeleken met andere landen, maar een forse toename is er niet. In Nederland moet het natuurlijk nog worden vastgesteld, na de demonstratie van gisteren. Ook loopt sinds twee dagen het proces dat iedereen met klachten zich kan laten testen.

Wat ik nou niet snap is dat alleen het eerste etmaal al er een kleine honderdduizend mensen waren die het nummer belden, maar zich helemaal niet wilden laten testen, maar met andere vragen zaten. Aangenomen: over het virus. Blijkbaar is die behoefte er en weten mensen niet hoe ze anders hun vragen beantwoord kunnen krijgen. Zwak communicatiebeleid dus. Zelf zat ik lekker thuis, zonder veel ophef.

Dinsdag 2 juni 2020.

De verschrikkelijke demonstratie in Amsterdam gisteren:

En dan de demonstratie met hetzelfde doel in Brussel, gisteren:

Burgemeester Halsema van Amsterdam was ‘volkomen verrast’ dat het zoveel demonstranten waren. Overal ter wereld duizenden demonstratie. Wat had ze dan in Amsterdam verwacht? Enkele tientallen? In Brussel kon het ook, mits je het goed organiseert. Overigens komt de foto uit Chinese bron. Nederlandse media vermelden het niet. Toen het eenmaal zo ver was vreesde ze voor geweld als ze zou laten ontruimen. Ze heeft dus liever honderden of duizenden besmettingen en doden extra dan geweld te gebruiken. Je hoeft niet te raden bij welke stroming haar sympathieën liggen.

Maandag 1 juni 2020, Tweede Pinksterdag.

Ik kan niet langer zwijgen over de talloze rellen in de V.S. na het overlijden van een zwarte meneer: George Floyd. Protesteren en demonstreren is natuurlijk niets op tegen en dat de mentaliteit bij nogal wat politiekorpsen en anderen aldaar moet veranderen kan ook heel goed waar zijn. Maar om nou voor dat doel hele winkelstraten af te breken en te plunderen, gaat me veel te ver.

Drie zaken hierover:1. De vele demonstraties, waarbij duizenden mensen veel te dicht op elkaar staan, geven onherroepelijk meer besmettingsgevaar met het Coronavirus. Niet alleen in de V.S. maar in de hele wereld. Ook elders in de wereld wordt hiervoor namelijk gedemonstreerd en mensen reizen nu eenmaal veel over de wereld, en dat gaat alleen maar weer verder toenemen.

2. De (of een) dochter van de burgemeester van New York, De Blasio, zou gearresteerd zijn. De berichten spreken elkaar tegen over de reden. Het ene bericht zegt dat ze met ‘een voorwerp’ zou hebben gegooid tijdens een demonstratie, het andere bericht stelt dat ze een bevel om zich te verwijderen negeerde. Twitteraars meldden vervolgens dat ze nu begrijpen waarom De Blasio de Bereden Politie en andere middelen niet heeft ingezet. Dit soort dilemma’s bestaat voor mij niet. Ik zou eerst mijn kind op ondubbelzinnige wijze laten weten geen strafbare feiten te begaan en dat ik anders niet voor de gevolgen kan instaan. En vervolgens zou ik ongeremd doen wat ik moet doen, ongeacht wat mijn kind dan kan overkomen.

3. Ik heb me eens verdiept in emigratie. Het blijkt dat afgelopen jaar ruim 116.000 Nederlanders, mensen die hier geboren zijn, ons land ‘voor goed’ hebben verlaten, omdat ze meenden dat het in een ander land beter voor ze was. Ze hebben het volste gelijk. Als het je hier niet bevalt, dan ga je naar een ander land toe waar het je wel bevalt. Maar er zijn hele volksstammen, minderheden vaak, die het land waar ze wonen willen veranderen zoals het deze minderheid het het beste past en hun gelijk ten koste van alles en iedereen willen halen. Dat is het miskennen van democratie: de meerderheid beslist. Natuurlijk moet elke meerderheid ook rekening houden met de opvattingen van minderheden. Maar als dat naar jouw smaak tientallen jaren onvoldoende gebeurt kun je niet het leven en goed van anderen gaan vernielen. Ga dan naar een land waar ze wel en meer rekening met je houden. Dan maak je jezelf en anderen gelukkiger.

Zondag 31 mei 2020, Eerste Pinksterdag.

Weer werd mijn huisje grondig schoongemaakt. Nog elke keer ben ik daar zo blij mee. Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe mijn huis er nu uit had gezien, als ik hiervoor geen hulp had ingeroepen, bijna een jaar geleden. Dan is het ook nog eens lockdown dus de kans op bezoek is dan nog kleiner dan anders. Dat geeft ook al geen prikkel om eens grondig de spons en bezem doorheen te halen.

Na de ‘hulpactie’ nog weer even de noodzakelijke boodschappen gedaan. Ik vond discipline een tikje minder dan tot voor kort. Ik zag zowaar een paar winkelen, die tot nu toe resoluut bij de ingang werden gescheiden. Ik kon vlot mijn boodschappen doen. Afgezien van het winkelende paar, had ik maar één ouderwets winkelende vrouw voor me, maar gelukkig hoefde ik niet te zijn op plaatsen waar zij wel eens echt de tijd voor nam.

Het is toch raar, dat ik me toch af en toe afvroeg of ik in Aalten niet onnodig risico heb gelopen, met kans op besmetting. Als ik dan ook een verhaal lees over een positief geteste vrouw, die geen enkele klacht had, en alleen maar werd getest omdat haar man met corona naar het ziekenhuis moest. Je kunt dus helemaal te goeder trouw anderen besmetten terwijl je zelf nergens last van hebt, aldus dat artikel. Zo kun je natuurlijk ook zelf besmet raken, terwijl niemand iets verkeerds heeft gedaan. Hoewel de incubatietijd maximaal 14 dagen is, vinden de meeste uitbraken toch plaats binnen 48 uur na de besmetting. Wat dat betreft zijn we inmiddels wel 48 uur verder, en ik voel me nog kiplekker.

Zo vernam ik dat een buurvrouw het weekend naar Utrecht was. Dat zou ik nou niet gauw doen. In Utrecht en de rest van het Westen is wel honderd keer zoveel corona als in het Noorden of Oosten van het land. Maar ik weet natuurlijk niet waarom ze daar is en wie ze daar gaat ontmoeten.

Zaterdag 30 maart 2020.

Gisteren had ik weer eens, voor het eerst sinds begin maart, een auto gehuurd. Het werd een Volkswagen Tuareg. Een stevige auto. Voor mijn been was hij niet helemaal perfect, dus het wordt zeker niet de auto, waarmee ik weer eens naar Zuid-Frankrijk of Scandinavië ga. Die kans is sowieso extreem klein, maar je weet maar nooit waar ik nog eens verliefd op ga worden. Maar ik reed verder wel als een vorst. We hadden voor het eerst in maanden weer een afspraak met het platformbestuur in Aalten, waar zoiets wel kon, als je ruim voldoende afstand van elkaar wil hebben.

In het eerste deel, tot aan Assen, vond ik het niet rustiger of drukker dan anders. Dus het was vrij druk. Ik realiseerde me later dat er ook geen treinen rijden tussen Groningen en Assen, en dat bovendien het traject Haren – Assen door de NS extra ingewikkeld is gemaakt: je gaat per bus, waarmee je ook nog een keer moet overstappen. Dat werkt niet. Ik stel me voor dat vele van die bussen de hele dag leeg heen en weer rijden. De trein of het vervangend busvervoer is dan absoluut geen concurrent voor de auto. Vanaf Assen werd het dan (daarom) een heel stuk rustiger. Wat me vooral ook opviel was dat er ook veel minder vrachtverkeer op de weg was. In normale tijden moest je steeds weer enorme aantallen vrachtwagens voorbij. Dat schoot maar niet op. Het is geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraak, maar ik schatte dat deze keer misschien wel driekwart van het vrachtverkeer weg was en tenminste de helft van het autoverkeer. Dat schoot dus lekker op. Ook op het voornamelijk tweebaansgedeelte vanaf Hoogeveen was het rustig, zowel met personen- als met vrachtauto’s. Ik kwam dus ruim op tijd op de bestemming aan. Je merkte wel dat met zo’n lange pauze er veel moest worden bijgepraat. Op de terugweg: idem dito: rustig.

Terug van de garage naar huis heb ik ook maar weer eens gebust. Dat had ik ook alweer bijna drie maanden niet gedaan. Er was niets veranderd.

Vrijdag 29 mei 2020.

Bij het uitpakken van de spiegel bleek dat hij zwaar beschadigd was. Twee keer is er met iets erg zwaars tegenaan gebeukt. Het glas in honderden stukjes, gelukkig allemaal nog aan elkaar klevend. Meteen de winkel gebeld en na uitleg werd mij een nieuw exemplaar toegezegd. Het gaat allemaal niet van een leien dakje, zoveel is wel duidelijk. Vandaag weer een drukke dag, dus maar een korte bijdrage voor een keer.

Donderdag 28 mei 2020.

Dan kan ik nu eindelijk melden dat het beruchte waterschademuurtje in mijn huis nu inderdaad helemaal behangen is. Dat heeft al met al heel wat voeten in de aarde gehad. Eerst goed droogwrijven en flink opschuren en langdurig (enkele weken) laten opdrogen. Gaatjes en gleufjes afvlakken. Dan drie lagen verf eroverheen, zodat je na de derde laag echt geen ongerechtigheid meer kon waarnemen. Dan het doorzichtige behang er overheen, zodat je elke vlek op de ondergrond kan zien doorschijnen.

En dan is het nu dus een hagelwit strak muurtje geworden. Het slotakkoord in mijn gang wordt dan nog om overal met een vergrootglas, een klein mesje en een klein schaartje langs alle randen te gaan, om alle kleine overgebleven ongerechtigheden hetzij te verwijderen dan wel te corrigeren. Dat gaat vandaag gebeuren. En dan zal ik nooit meer iets behangen of schilderen in deze gang. Als er nu nog iets op dit vlak moet worden gedaan, laat ik het doen.

Dan volgt na vandaag dus het slotakkoord qua schilderen en behangen van mijn woonkamer. Daar zit geen onbehangen muurtje met vlekken meer. Schilderen is dus hoogstwaarschijnlijk daar niet meer nodig. Enkele hele kleine stukjes behang nog, en tenslotte het fijne afwerken nog met vergrootglas, schaartje en mesje. Dat moet in een dag makkelijk gebeurd kunnen zijn. Ik zal er wel iets langer de tijd voor nemen.

Woensdag 27 mei 2020.

Klussen in huis is toch echt niet mijn ding. Ik doe het omdat het moet. Ik wil er gewoon goed en netjes bij zitten. De plicht drijft me voort. Zo was ik eerst van plan om gisteren het behangen in de gang af te maken, maar ik werd in de middag plots afgeleid doordat ik op de tv tegen het vragenuurtje van de Tweede Kamer aanliep. Al kijkende krijg ik toch iets verbetens over me. Ik wil in de gang in elk geval vandaag verder zijn dan gisteren. Dus heb ik me na het vragenuurtje weer naar de gang gerept en ben begonnen met alles op te meten en de behangbanen vast voor te knippen. Zodat ik ze alleen nog maar tegen de muur hoef te plakken. Er zit nog wel een lichtknop, waar ik nog omheen moet. Dan moet vandaag het behangen in de gang toch echt af zijn.

Ook werd door mijn huisbaas een enveloppe met post van De Woonbond in de bus geduwd die abusievelijk bij hem in Assen in de bus was gedaan. De Woonbond verklaarde onlangs bij hoog en laag dat we toch echt in Haren staan ingeschreven, maar deze stukken waren toch echt aan ons in Assen gericht. Nu moet ik dus alleen nog nagaan van wanneer deze stukken zijn, want wie weet is het wel zo geweest, maar nu niet meer. En dan komt de uitslag: de bijpassende brief heeft geen datum. Op de plek waar de datum hoort te staan, staat “Datum: zie poststempel.” Maar op een ‘port betaald’-brief komt alleen helemaal geen poststempel. Dan komt het oude postpaard weer in me boven. Ik haat het als een brief geen datum heeft. Of een datum zonder jaartal. Ik verbeeld me dat er onder mijn verantwoordelijkheid nooit een stuk de deur is uitgegaan, zonder datum, jaartal en handtekening. En het moeten vele duizenden stukken zijn geweest, in de loop der jaren.

Als het brieven aan een persoon waren, stond (en staat) er ook altijd een geschreven handtekening van me onder. Een gestempelde handtekening heeft voor mij geen enkele waarde. Ik heb wel eens een rechtszaak gevolgd, waarbij een of andere eindverantwoordelijke die verdachte was, zich poogde te verschonen, als zijn handtekening werd aangetroffen op een stuk dat van belang was voor de waarheidsvinding. De verdachte: “Ik heb in mijn leven vele duizenden handtekeningen onder brieven gezet. Denkt u nu echt dat ik bij al die brieven en stukken altijd precies wist wat erin stond?”. En hij kwam er nog mee weg ook. Onbegrijpelijk, wat mij betreft. Bij mij is dat uitgesloten geweest. Als ik verantwoordelijk ben en door mijn bazen dus ook verantwoordelijk wordt gehouden, dan heeft elke handtekening van mij de betekenis dat ik de inhoud van het stuk kende en er mee akkoord was. Ook bij duizenden stukken.

Natuurlijk kwam het in de praktijk wel eens voor dat ik om kwart voor zes in de avond nog stukken van een medewerkster ter tekening kreeg, die nog vóór 18.00 uur de buslichting moesten halen. Dan wisten mijn naaste medewerkers dat ik dan wel in goed vertrouwen mijn handtekening zette, zonder dat ik het stuk echt gelezen had, maar dat ze dan een kopietje voor me moesten achterlaten, zodat ik het achteraf nog kon lezen. En het is daarna gelukkig nooit gebeurd dat ik op mijn handtekening moest terugkomen.

Dit gedrag heb ik van niemand geleerd en ik had er ook nooit een voorbeeld van gezien. Het zit dus gewoon in mij gebakken. Ik ben zo. Verantwoordelijk voor mijn eigen daden. Zonder beperking of uitvlucht.

Helaas heb ik wel vaker meegemaakt dat een getekende brief de handtekeningzetter zich er later probeerde onderuit te wurmen.

Dinsdag 26 mei 2020.

Alweer een thuisdagje. Wat ben ik toch braaf.

Ik schuif nu mentaal toch langzaam maar zeker weer af van mijn genealogie-taken naar het (ver)volmaken van mijn boekenwebsite. Sinds half maart staakt namelijk het CBG met het verstrekken van GBA/BRP-gegevens. Ik heb geen flauw idee wanneer dit weer wordt hervat. Het zijn niet de enige gegevens die ik mis, maar alternatief is dat ik eerst per persoon alle op het internet vindbare gegevens ga opzoeken, hetgeen ik al eerder deed, dus met vrij weinig succeskans en daarna nog een keer alles dunnetjes moet overdoen, als de GBA/BRP-gegevens weer beschikbaar komen, waarna ik opnieuw veel zaken opnieuw zal moeten opzoeken, als ik meer gegevens heb. Een beetje verspilling van energie en tijd dus.

Dan ‘moet’ ik ook nog een 1200 boeken plaatsen hetgeen natuurlijk ook een tijdvreter zal zijn. Elke boek dat ik op die website plaats is weer een boek opgeruimd en dat is toch ook niet verkeerd. En daarbij staat niemand me in de weg. Ik zie wel wat ik ga doen als het CBG weer gaat sturen. Dan heeft mijn voorkeur toch het vervolmaken van mijn kwartierstaat.

Maandag 25 mei 2020.

Eindelijk is dan het schilderwerk in mijn gang helemaal klaar. De druipers heb ik daarbij goed onder controle gekregen. Met een derde laag witte verf, zie je nu de vlekken op de ondergrond niet meer. Nu nog een extra dagje uitharden en dan kan dinsdag het behang er op. En daarna kan ik mijn nieuwe enorme spiegel van 180 x 74 centimeter ophangen. Dan kan ik daarna bij elke keer dat ik mijn huis in kom, mezelf in volle glorie waarnemen. En dat geldt natuurlijk voor elke bezoeker in zijn of haar eigen volle glorie. Wat een belevenis zal dat worden. Als ik nu maar niet daarvan naast mijn schoenen ga lopen, want dat zou helemaal verkeerd zijn. Het valrisico zou enorm toenemen en een val in mijn eigen huis wil ik niet meer meemaken. Dat wordt dus nog oppassen. Maar gelukkig telt een gewaarschuwd mens voor twee, al passen die samen wat lastiger op de spiegel. Even afwachten dus nog.

Verder moet ik oppassen dat ik nu niet de smaak te pakken krijg en dat ik daarna allerlei andere kleine ongerechtigheden ga corrigeren. Ik trek de grens, neem ik me nu voor, als ik voor een volgende stap weer opnieuw een winkel in moet.

Zondag 24 mei 2020.

Gisteren schoot de bijdrage er een keer bij in. Eerst in de morgen de hulp, en daarna werd mijn nieuwe spiegel afgeleverd. Toen nog even halsoverkop enkele vergeten boodschappen ophalen en de dag was alweer voorbij.

In de Jumbo viel me deze keer op, het zal wel toeval zijn, dat twee gezelschappen van elk twee vrouwen aan het shoppen waren. En dan wordt het gedrag van sommige vrouwen bij winkelen nog een slag ingewikkelder. Steeds samen optrekken natuurlijk. Maar dat gaat regelmatig verkeerd, want de ene persoon heeft nu eenmaal een andere voorkeur dan de andere. Dan moet de dame die was doorgelopen, toch nog op verzoek van de vriendin weer even terugkeren om toch alsnog iets te moeten bekijken waar ze al voorbij was. Als je dan zelf ook iets uit dat schap wil hebben, wordt het dus twee keer zo lang wachten. En dat geldt ook voor de meeste volgende schappen. En als er dan twee van deze stellen in die winkel rondlopen, dan ben je dus gemakkelijk twee keer zoveel tijd als nodig, vanwege het vele wachten en teruglopen onderweg. De winkels hebben het zelf ook wel door dat sommigen er een winkeluitje van maken. Steeds weer oproepen vanaf de ingang om doelbewust door de winkel te gaan en er geen gezellig uitje van te maken. Maar het helpt in mijn waarneming geen ene bal. Je zou een medewerker met deze mensen mee moeten sturen om ze bij elke keer dat ze stoppen tot doorlopen te manen. Want ze trekken zich helemaal niets aan van de vele oproepen.

De verf op terpentinebasis geeft bij mij veel druipers. Hij is dan ook veel dunner dan die op waterbasis en heeft een droogtijd van tenminste een etmaal. Hiervoor moet je dus echt een vakman zijn, die voor dit werk gekozen heeft en er dan de nodige jaren ervaring mee heeft opgedaan. Ik doe maar eens in de tien jaar een muurtje en dan is het weer voor tien jaar voorbij. Dat is te weinig om echt ervaring mee op te doen. Maar ondanks het feit dat ik het blijkbaar veel te dik insmeer, heb ik inmiddels wel door dat ook met verf op terpentinebasis je zeker drie lagen zult moeten hebben, als er zoveel watervlekken op de muur zitten als bij mij. Laat staan als je het zo dun zou doen dat er geen druipers volgen, want dan moet het mogelijk nog vaker. Met de verf op waterbasis heb je ook drie lagen nodig. En die verf druipt niet (het drogen begint zodra de kwast van de muur loskomt), zodat je hem lekker dik kunt opzetten. Hij is ook droog en overschilderbaar in maximaal 9 uur, volgens de gebruiksaanwijzing. Dus drie lagen heb je in twee dagen aangebracht. En puntgaaf zonder druipers. En dan nog het prijsverschil. Een blik muurverf op waterbasis kostte me ongeveer een tientje, terwijl een blik verf op terpentinebasis € 46,50 was. Dus de oplossing van een muur met veel watervlekken is: met wijsheid achteraf was dus: neem verf op waterbasis, en breng die drie keer op. Je bent in twee dagen klaar, je hebt geen druipers en het is relatief goedkoop.

Vrijdag 22 maart 2020.

Het blijkt dat verf op terpentinebasis, volgens google, dat voor een perfecte dekking zou moeten zorgen, alleen nog maar voor buiten mag worden gebruikt, maar dat geldt uiteraard voor de professionele schilder, die de hele dag in de lucht moet werken. Bij mij is het na een uurtje gedaan. Bij de doe-het-zelf winkel bleek verf op terpentinebasis zelfs helemaal niet meer te koop. Wel bestaat er een speciaal vlekkenmiddel dat je er vóór het schilderen op moet spuiten of schilderen en zelfs verf waar het antivlekkenmiddel bij in zit. Ben benieuwd.

Vandaag is het weer mijn wekelijkse dag voor een uitje, en ik verheug me er erg op. Wat zal ik nu allemaal weer meemaken? Het is een beetje regenachtig, maar veel stelt het niet voor. We zijn verder met de zoveelste superdroge periode bezig, en ik vraag me wel eens af waar dat naar toe moet. Wordt het hier echt een woestijngebied? Voorlopig doet de kraan het nog, maar voor hoe lang nog?

Donderdag 21 mei 2020, Hemelvaartsdag en Internationale Dag van de Thee.

Vandaag is het dus zowel Hemelvaartsdag en Internationale Dag van de Thee. Ik heb geen idee wat die twee zaken met elkaar te maken hebben, maar ze bestaan allebei echt. De theedag is uitgeroepen door de Verenigde Naties, dus dan weet je het wel. Er is bepaald niet veel ruchtbaarheid aan geven, omdat het reclamebudget hiervoor waarschijnlijk beperkt is. Ik weet het ook van de Chinese website Xinhuanet, en dat is ook niet verwonderlijk, omdat de thee immers, althans volgens de Chinezen, in China is uitgevonden. Ik heb nog niet besloten wat ik vandaag nu precies ga vieren. Hemelvaartsdag in elk geval niet, al was het maar omdat ik niet zou weten hoe. De Internationale Theedag zou nog wel kunnen. Het drinken van een kopje thee lijkt me hiervoor wel voldoende, al zullen de Chinezen dat niet meteen in hun omzet gaan merken. Ik zie nog wel.

Inmiddels ben ik met het verven van de achterwand in de gang begonnen. En voor het eerst stelde ik met deze verf vast dat hij niet voldoende dekt. Hij werd me verkocht als goed dekkende verf, en dat staat ook op het blikje. Tot nu toe ging dat ook goed. Maar door die lekkage die ik daar had, is die muur wel zo smerig geworden, dat één laag verf niet genoeg is. Het betekent natuurlijk ook meteen dat ik nog een blik verf zal moeten kopen. Dat kan alleen vandaag niet, dus dat moet dan morgen, bij mijn wekelijkse uitje.

Woensdag 20 mei 2020.

Het boek van/over Himmler dat ik aan het lezen ben, brengt de ene verrassing na de andere verrassing voor mij. Het zijn verrassingen van zeer verschillende aard.

Gisteravond was er een bericht van mei 1943. In een bespreking komt aan de orde dat ontdekt is dat loden waterleidingen in elk geval giftig zijn en zelfs dodelijk kunnen zijn. Wellicht is het dus iets voor de concentratiekampen. Himmler stelt na de discussie vast dat het dodelijke proces te lang gaat duren en dus ongeschikt is voor de concentratiekampen. Verder besluit hij dat het voor de gewone bevolking natuurlijk moet worden verbeterd, maar dat kan wel na de oorlog gaan gebeuren. Einde bericht.

Het bijzondere van dit bericht is dat loden waterleidingen en dan alleen nog bij nieuwbouw, pas vanaf begin zeventiger jaren in Nederland verboden zijn. Alle bestaande loden waterleidingen zouden gewoon blijven liggen en moesten worden vervangen als de leidingen ter plekke om een andere reden toch moesten worden opgegraven. Dan konden meteen ook de loden waterleidingen worden vervangen. Het gevolg van dit Nederlandse ‘beleid’ is dus geweest dat tot zelfs in dit jaar (2020) er nog basisscholen bleken te bestaan met loden waterleidingen. Voor lood zijn (kleine) kinderen nog gevoeliger dan volwassenen. En daar moest dan eindelijk eens iets mee gebeuren.

Dat loden waterleidingen het leidingwater vergiftigen hetgeen ook tot de dood kan leiden, is dus in 2020 al tenminste 77 jaar bekend. En nog altijd is het niet geregeld.

Het deed me denken aan de grijs gietijzeren gasleidingen van afgelopen jaar. Die kunnen in bepaalde omstandigheden ontploffen. En dat is ook gebeurd. Zowel in Nederland als daarbuiten. Dat levert doorgaans vele gewonden en ook doden op, en een aantal ingestorte huizen. Dit is ook al vele jaren bekend en de oplossing was: als de straat toch om een andere reden moet worden opgebroken, dan worden meteen ook de grijs gietijzeren gasleidingen vervangen. Een dwaalweg. Op deze manier blijven ze nog tientallen jaren in de bodem liggen, met hier en daar een ontploffingen met veel schade aan mensen en gebouwen tot gevolg. Leren mensen iets van de geschiedenis? Heel vaak niet, vrees ik.

Dinsdag 19 mei 2020.

De muur is af. Het witschilderen kan beginnen.

Intussen is mijn keus gevallen op twee spiegels. In dezelfde houtstijl als mijn meubels. De ene spiegel is 60 x 100 centimeter, en de andere 74 x 180 centimeter. Die laatste leek me wel wat groot voor mijn leeftijd, maar ik heb me laten overtuigen dat deze spiegel, aan het eind van de gang geplaatst, wel een erg ruimtelijke indruk geeft. Bovendien kan dan iedere gast meteen bij binnenkomst zien of er aan haar of zijn outfit ook iets mankeert. Van Hooft tot Voeten.

Ik hou er dus wel rekening mee dat ze besteld moeten worden, en dan is puur toevallig de muur waar ik sinds gisteren aan begonnen ben, ook wel af. Alsof het zo gepland was.

Daarna komen de overige heel kleine stukjes behang die nog moeten worden afgewerkt aan de beurt. Maar dat is dan zaak van later en dat kan ook wel heel geleidelijk. Dan stop ik weer. Want ik ga pas verder met inrichten als ik weer wat makkelijker winkels gaan bezoeken. Ik kan natuurlijk wel via het internet bestellen, maar ik ben een echte visuelerik: ik wil graag zien wat ik koop en niet op een plaatje.

Tenslotte ben ik nog op zoek gegaan naar een nieuw dekbedovertrek. Ik vermoed dat de firma Smulders daar marktleider in is. Ze maken er in elk geval de meeste reclame mee. Dus heb ik hun website maar eens bezocht. Ze hebben een enorme keus. Mijn vorige aankoop betrof een hoes van polyester. Maar die stof beviel me totaal niet. Hij is glad. En glibbert dus overal langs en vanaf. Ook van het dekbed zelf. Binnen de kortste keren zit het hele dekbed op een hoopje in de hoes. Dat dit een serieuze stof is om dekbedden mee te omhullen, snap ik niet.

Geeft niet. Ik moet er bij de volgende aankoop gewoon op letten dat het katoen is en niets anders. Want bij stoffen met moeilijke woorden erin kom je er in de praktijk pas achter welke bezwaren die hebben, zoals bij polyester.

Dan het motief. Opvallend is weer, bijna net zo erg als bij de pyjama’s, dat de meeste patronen en motieven in fletse kleuren zijn. Ik wil graag een vrolijker kleurtje. Waarom moet ik toch met alle geweld in een sombere omgeving mijn bed induiken? In een zo mogelijk nog somberder pyjama?

Je kunt ze ook in een patroon krijgen bijvoorbeeld van en natuurlandschap. Dan krijg je wel echte en natuurlijke kleuren. Maar waarom dan plaatjes van olifanten of bergen?

De olifanten en andere exotische dieren kun je waarschijnlijk beter in landen verkopen waar ze die beesten ook beter kennen. En bergen zullen waarschijnlijk het populairst zijn in landen zoals Zwitserland. Ik heb vergeefs gezocht naar een foto van een fraai polderlandschap of een mooie oude molen. Voor mijn part van de Afsluitdijk of de Edammer kaasmarkt. Maar nee, die bestaan niet. Ook niet bij de mogelijke andere leveranciers. Ik heb het vermoeden dat deze dekbedovertrekken wel bestaan, maar alleen verkocht worden in Zwitserland. Ik blijf maar tobben, met al mijn problemen.

Maandag 18 mei 2020.

Van de Kropswolder Molen heb ik intussen bericht. Ze verkopen geen zuurdesem, maar ze zijn wel van plan om binnenkort zuurdesempoeder te gaan verkopen. Dat was dus absoluut niet mijn bedoeling. Bij het googelen van dit product kom ik tot de conclusie dat dit doorgaans ook een mix is van allerlei stofjes, waaronder ook het beruchte E471 kan zitten. Met ROOD aangegeven in de E-nummerlijst. Ik weet weliswaar niet wat de Kropswolder Molen van plan is er allemaal in te stoppen, maar ik heb toch maar liever het echte natuurproduct. Onbegrijpelijk ook dat een firma die zoveel geweldige natuurlijke producten verkoopt, nu ineens een chemisch stofje wil toevoegen ‘broodverbeteraar’, in plaats van het echte spul. Dit wordt nog verder zoeken naar zuurdesem. Wordt vervolgd.

Al enkele maanden geleden ben ik gestopt met het verder aanpassen en opknappen van mijn woning. Het behangen was bijna af, maar vooral in de gang moest nog een stukje in afwachting van de reparatie van de douchevloer. En vervolgens moest er nog wandversiering komen, en klein meubelgoed, zoals een wijnrek, een spiegel en een bijzettafeltje. Ik heb vervolgens, ergens eind februari of begin maart, zonder veel na te denken besloten om de boel de boel te laten, maar wel perfect te gaan (laten) onderhouden. Pas in de loop van de weken daarna ben ik de rechtvaardiging daarvan gaan bedenken. En die was als volgt:

We beleven een ongekende pandemie. Die het blijkbaar vooral op ouderen gemunt heeft. Voorbeelden hoe iets moet en wat vooral niet moet zijn er niet. Ik heb geen flauw idee of en hoe lang ik deze ziekte kan en zal overleven. Tegelijk ontvang ik helemaal niemand in mijn huis, met uitzondering van mijn hulp en ook met haar hou ik dan maximale afstand in acht. Het verder opknappen van mijn huis zou betekenen dat ik nog een hele tijd winkel in en winkel uit zal moeten gaan en waarom eigenlijk? Om vervolgens nog altijd niemand te ontvangen? Prioriteit nummer 1 moet voor mij nu zijn dat ik graag deze periode wil overleven. En daarna kunnen we wel weer gaan ‘feestvieren’ onder mensen.

Bij mijn genealogische hobby, is het voornaamste werk voor mijn kwartierstaat om de persoonsgegevens verder in te vullen. Ik heb doorgaans wel de namen maar niet alle persoonsgegevens (geboorte, huwelijk(en) en overlijden). Daar heb ik toch echt het cbg voor nodig, maar die hebben deze service nu ook al een tijdje gestaakt.

Dan blijven nog mijn websites, mijn boekenverkoop, die bepaald vrij goed verloopt, mijn leeswerk en op veel afstand mijn activiteiten voor de beide huurdersclubs waar ik bestuurslid van ben. Dus ik heb genoeg te doen.

Gisteren kreeg ik dan toch ineens de geest: ik ga die foeilelijke muur in mijn gang aanpakken. De spullen daarvoor heb ik al een tijdje in huis en inmiddels is de douchevloer gerepareerd en is het er ook niet meer nat. Dus het kan nu ook. Eerst de gangkast opgeruimd, zodat daar zaken als stofzuiger en stoomapparaat in kunnen en niet meer zomaar ergens in een hoekje in huis staan. Dat is intussen gebeurd. Ik heb opnieuw een hoop spullen weggegooid. Vervolgens die lelijke muur opgeschuurd en dat is intussen ook al gebeurd. Dan kan ik nu overgaan tot het wit schilderen van die muur, voordat het behang erop gaat. Anders schijnen de watervlekken op de muur door het behang heen. Ik weet alleen nog niet of ik hiervoor wel genoeg verf heb. Dat merken we wel en is snel genoeg bijbesteld.

Zondag 17 mei 2020.

Het zuurdesemverhaal had nog een vervolg. Nadat mijn hulp gisteren haar dingen had gedaan, ben ik maar even in de telefoon geklommen. Eerst even Warme Bakkerij Haafs. Dan hoef ik in elk geval mijn plaats niet meer uit, als ze dat willen verkopen. Ze hebben zonder de minste twijfel zuurdesem in huis, want ze gebruiken het zelf voor hun zuurdesembroden. Ik kreeg een ‘superzakelijke’ dame aan de lijn en vroeg of ze ook zuurdesem verkochten. Niet het brood, maar het stofje. Er kwam direct een zeer kordaat of zelfs een bits antwoord: nee, dat verkopen we niet. Ze bedoelde dan: dat willen we niet verkopen, want ze hebben het immers permanent en volop in huis. Dit was de eerste keer sinds november 1989 dat ik weer eens probeerde klant bij de Firma Haafs te worden, en het verliep precies zo als in 1989: zeer teleurstellend. Dus dat betekent dan dat ik ook de komende 31 jaar bij deze Firma geen klant zal zijn. Ze willen het zelf zo.

Vervolgens heb ik eerst nog even zuurdesem en ‘Robèrt’ gegoogeld. Toen vond ik dat deze Robèrt van Beckhoven al jaren jurylid is bij het tv-programma: Heel Holland Bakt. Tevens is hij bakker in Noord-Brabant. Heel Holland Bakt is nog steeds een superpopulair programma, mede gepresenteerd door André van Duin. Met een miljoenenpubliek. Dat verklaart meteen waarom AH de producten van Robèrt in de roulatie nam. Maar het is een raadsel waarom ze er dan mee gestopt zijn, want Heel Holland Bakt bestaat nog altijd en is nog altijd heel populair.

Toen heb ik opgezocht of deze Robèrt dan ook een winkel of wellicht zelfs winkels had, en/of een webshop. En warempel hij heeft een winkel en een webshop. En bezorgt ook aan huis. Geweldig dus. Zijn winkel staat dan wel in de buurt van Oisterwijk in Noord-Brabant, en in zijn webshop kun je o.a. ook zijn zuurdesem bestellen en dat wordt dan ook thuisbezorgd. In de hele provincie Noord-Brabant. Daar heb ik dan ook weer niks aan.

Vervolgens maar eens de meest dichtbije andere Albert Heijn-vestiging gebeld. Wie weet hebben die nog wat. Ik kreeg een zeer klantvriendelijke AH-medewerker aan de lijn. Hij moest het even opzoeken maar kwam vrij snel met het bericht dat inderdaad alle producten van Robèrt uit de roulatie zijn genomen. Maar, zo zei ik, een ander filiaal van AH zou dan nog wel iets kunnen hebben? Ja dat kan, en dat kan ik ook wel even meteen voor u nakijken voor de hele provincie Groningen. Geweldig, wat een service. Na een minuut of zo kwam zijn bericht: in de hele provincie Groningen is bij geen enkel filiaal van AH nog een product van Robèrt te koop. Maar, zo zei hij er meteen achteraan: ik begrijp daar niks van. Robèrt is razendpopulair in Nederland, want is jury bij Heel Holland Bakt.
Eén van de populairste programma’s van het land. Ik ga er meteen werk van maken, want u bent ook niet de eerste die hier naar vraagt.

In arren moede ben ik dan toch maar een brood gaan kopen.

Na deze laatste operatie zeeg ik vervolgens met een glaasje water op mijn bank neer. Wat nu? Opnieuw googelen dan maar. Het zal toch wel ergens te koop zijn? En ineens zag ik het licht. Natuurlijk, dat ik daar nou niet eerder aan heb gedacht: de Kropswolder Molen. Die staat op loopafstand van mijn huis. Nou ja, loopafstand, het zal toch nog wel een kleine tien kilometer zijn. Maar er rijden ook bussen en er is zelfs een treinstation. Dus het moet letterlijk en figuurlijk wel haalbaar zijn. De Kropswolder Molen levert aan onze plaatselijke Jumbo alle mogelijke soort meel en bakproducten. Tientallen verschillende producten in deze sfeer. Ik heb er zelfs nog een keer, in mijn experimenteerfase met broodbakken, gluten besteld, hoewel ze dit product niet op hun website voerden. Het werd zonder probleem meteen geleverd. Inmiddels was het al over vijven en was ook die winkel gesloten. Dus heb ik ze maar even een e-mailtje gestuurd met de vraag of ze ook zuurdesem verkochten. De winkel was intussen dicht en het antwoord moet ik dus nog krijgen.

Zaterdag 16 mei 2020.

Mijn wekelijkse uitje werd deze keer een teleurstelling. Ik ging speciaal naar de Albert Heijn, omdat zij – en niemand anders hier, bij mij weten – zuurdesem verkopen. Maar bij het betreffende schap aangekomen, stonden er nog wel de bordjes met meel en zuurdesem van het merk Robèrt, maar het schap was leeg. De eerste de beste medewerker aangeschoten, of dit tijdelijk zo was en of er misschien ‘achter’ nog aanvulling stond of wanneer het er dan wel weer zou zijn. De medewerker moest even zoeken met een handapparaatje en daaruit bleek dat de spullen er inderdaad niet waren: voorraad nul. Dus ‘achter’ stond er dan ook niets. Nu moest hij nog even ‘achter’ informeren wanneer het schap dan weer gevuld zou zijn en dat kostte hem blijkbaar moeite. Na verloop van tijd kwam hij terug met de mededeling dat de spullen uit het assortiment waren genomen: ze komen helemaal niet meer.

Dat is nou potjandorie de zoveelste keer bij Albert Heijn. Elke keer als ik er een aantrekkelijk product zie, dat nergens anders te koop is, is het binnen de kortste keren weer verdwenen en komt het ook niet meer terug. Dit assortimentsbeleid zorgt er dus voor dat je bij Albert Heijn niets kunt kopen dat je ook niet ergens anders kunt kopen en dan doorgaans voordeliger. Dat is blijkbaar een bewuste keuze. Dan kun je dus net zo goed ergens anders heen gaan voor je boodschappen. En dat deed ik al in zeker mate, maar dat ga ik nu dus zelfs versterken. Spontaan denk ik – uit het recente verleden – dan aan: kleine potjes met mosselen. Precies goed voor een snackje bij de borrel of wijn. Ooit te koop bij AH, maar daar nu alleen nog in 500 gram-verpakking te koop. Voor het grote gezin. Of als hele maaltijd bedoeld. Biologische sinaasappels, bevatten minder Izamalil, dat bij mij buikloop veroorzaakt. Bij AH ooit wel te koop, maar al jaren niet meer. Wel bij Jumbo. En nu dus zuurdesem. Als je iets aparts wil, moet je niet naar AH. Daar hebben ze alleen de standaardproducten die ze in grote hoeveelheden kunnen verkopen en dan voor een stevige prijs natuurlijk, doorgaans duurder dan elders. Ik snap nog altijd niet waarom AH eigenlijk nog zo populair is.

In de winkel stond ik even in dubio. In normale tijden had ik de manager gevraagd en hem mijn halfvolle karretje teruggeven en was ik de winkel uitgelopen. Dan hoef ik de andere spullen van Albert Heijn ook niet meer. Nu twijfelde ik. In dat geval moest ik namelijk toch mijn boodschappen ergens anders gaan halen. En dat levert alleen maar extra risico op. Dus het verstand won het van de emotie.

Mijn wekelijkse uitje was dus deze keer vergald. Nog zeven nachtjes slapen. Dan mag ik weer een uitje. Dat wordt dan zeker een andere keuze dan die van deze dag.

Vrijdag 15 mei 2020.

Het is weer de dag van mijn wekelijkse uitje. Voor de verandering kies ik deze keer voor Albert Heijn. Sommige spullen kan ik namelijk alleen maar bij AH kopen, zoals zuurdesem voor mijn broodbakkerij. Echt iets om naar uit te kijken vandaag, met de nog altijd geldende lockdown. De Jumbo wordt natuurlijk op den duur toch wat saai. Maar uiteraard nog altijd beter dan niks. Wat een opwinding dus vandaag nu ik van mezelf eens naar een andere winkel mag.

De bezorgde wijn is ongetwijfeld prima, maar ik heb me van tevoren iets niet gerealiseerd. De bedoeling was uiteraard dat ik voortaan, met maar één keer per week boodschappen doen, ik minder hoef te sjouwen als ik de wijn thuis laat bezorgen.

Nu de wijn is aangekomen, blijken het allemaal flessen wijn te zijn, afgesloten met een kurk. In de super kies ik altijd een fles met een dop met schroefdraad. Dat komt omdat ik in mijn eentje nooit een hele fles wijn op een dag leegdrink. Ik doe er tenminste twee en soms wel drie dagen mee. Met een kurksluiting is het altijd behelpen. De lieve buurvrouw van me vond me op een keer maar wat zeuren, en gaf me een kunststoffen wijnflesstop. Probleem opgelost, dachten we. Maar dat viel in de praktijk toch tegen. Bij toepassen van de kunststof dop, kwam ik er achter dat bij wijnflessen de wijdte van de opening van de fles niet gestandaardiseerd is. In de ene wijnfles moet je de dop met nogal wat kracht er induwen, terwijl in een volgende fles de kunstdop er gewoon invalt, zonder enige inspanning. Dat laatste is dus zeker niet de bedoeling, maar teveel kracht moeten zetten natuurlijk ook niet. Bij een te smalle dop, heb je grote ellende als je de fles eens laat omvallen als je hem per ongeluk een keer aanstoot. Terwijl veel kracht te moeten zetten naar de ene of de andere kant uitschieten altijd op de loer ligt. Ik moet dus een kunstdop hebben die taps toeloopt. De ene keer gaat hij dan verder de flessehals in dan de andere keer. Of flessen met schroefdraad. Maar dat meldt geen enkele wijnleverancier op zijn website. Dus dat wordt voortaan maar wel sjouwen.

Toch vreemd eigenlijk. Dat de EU alles dat los en vast zit of in de natuur groeit en bloeit heeft gestandaardiseerd. Een banaan en een komkommer moeten een bepaalde kromming hebben, anders mogen ze niet worden verkocht. Maar bij wijnflessen mag het rustig een allegaartje blijven, zoals nu. Het ligt voor de hand te denken dat dat komt, om tegemoet te komen aan de zeer traditionele wijnindustrie, die vooral gevestigd is in de knoflooklanden.

Donderdag 14 mei 2020.

De wijn werd inderdaad bezorgd, dus dat ‘probleem’ is opgelost.

Het is maar goed dat ik aan De Woonbond nog niet toekwam, omdat in de loop van de middag mij duidelijk werd dat ook de al ruim een maand geleden gevraagde en toegezegde adreswijziging nog altijd niet was gerealiseerd. Dat kan ik dan vandaag in één keer meenemen.

Verder had ik weer eens problemen met mijn KPN-verbindingen. Plots viel aan het eind van de morgen het internet uit, alsmede de vaste telefoon en de tv. Zowel bij allestoringen.nl als op de KPN-website bleek er een landelijke storing te zijn. Gelukkig heb ik mijn gsm en iPad via een andere provider. Heel geleidelijk zag ik het aantal storingsmeldingen op ‘allestoringen’ verminderen, terwijl in de loop van de middag de KPN-website aangaf dat er geen storing meer was. Dus ben ik maar eens de router opnieuw gaan opstarten. Dat hielp helemaal niets. Er bleef maar één lampje op de router branden, wat ik ook deed. Ook resetten hielp niet. Vervolgens bleek er een digitale hulptool te zijn. Voor het gebruik daarvan moet je dan je tiencijferige KPN-klantnummer invullen, alsmede de laatste zoveel cijfers van je bankrekening. Er stond een plaatje bij waar het klantnummer te vinden is op de rekening. Nu zijn alle KPN-rekeningen digitaal en alleen op de KPN-webstie te vinden als het internet het ook doet. Dus hoe je daar nu achterkomt als het internet het niet doet, vertelt het verhaal niet. Via een omweg – mijn iPhone – achterhaal ik mijn klantnummer en kan ik de tool toch nog gebruiken. De uitkomst was dat de verbinding prima was en dat het probleem zich dus in mijn huis moest bevinden.

Vervolgens leidt de tool je dan door alle processen die ik al een keer had doorgelopen: stroom eraf en na zoveel tellen er weer op, de router resetten etcetera. Ik kende de uitslag van deze testen al: er gebeurde helemaal niets. Niet meer dan één lampje brandde ooit. Op de laatste pagina van de tool staat dan dat je nu een KPN-monteur zult moeten inroepen en wat die dan kost. Nou dat moet dan maar. De extra hulp aangeklikt en dan verschijnt de mededeling dat in verband met corona er geen monteur kan komen. Wat nu? Krijg ik dan nu mijn abonnementsgeld terug?

Even op de bank gaan zitten. Wat nu dan? Ik realiseerde me ineens dat ik nog de vorige router in de berging had staan. Die had ik enkele maanden geleden ingewisseld, omdat hij regelmatig piepte. Ik moest de oude router aan de leverancier van de nieuwe mee teruggeven, maar toen ik dat probeerde keek de bezorger me aan met een blik alsof ik een oneerbaar voorstel deed. Nee dat nam hij niet mee terug, wat het hoofdkantoor van KPN ook zegt. Achteraf bleek dat de voortdurende pieps niet van de router kwamen, maar van de CO-melder, als melding dat de batterijtjes op waren. Dus er mankeerde niets aan de router en nu had ik er dus twee. Dus ik naar de berging en installeerde de oude router weer. En dat ging als een zalfje. Alles deed het weer. Alle problemen waren opgelost. Met meer geluk dan wijsheid, dat dan wel.

Ik vroeg me wel nog af hoe ze het dan doen als je van provider wilt wisselen en je daarvoor een monteur in je huis nodig hebt. Komt er dan wel een monteur? En hoe doen de andere providers dit dan?

Woensdag 13 mei 2020.

Mijn jongste broer gaf uitkomst. Hij wist te vertellen dat wij thuis sanseveria’s (Vrouwentongen) hadden staan. Dat herinnerde ik me inderdaad weer, en we wisten geen van beiden wat voor bloemen die dan zouden hebben. Die hebben ze dan ook nooit gehad, zo concludeerden wij. Ik ga er nu dan ook definitief van uit dat in mijn buurt, in de huizen waar ik heb gewoond, nooit eerder dan gisteren ooit iets heeft gebloeid.

De dag heb ik verder doorgebracht met het achter de broek zitten, van mensen die iets hadden beloofd te doen of iets zouden hebben moeten doen. Zoals de wijnleverancier die meer dan een week na mijn bestelling nog niets van zich had laten horen, terwijl de belofte was dat het bestelde de volgende dag zou komen. En het excuus was dus, zoals te verwachten was: het was zo druk. Beloof het dan niet, of laat iets van je horen. Het bestelde zou dan vandaag moeten worden afgeleverd. Ben benieuwd. Of De Woonbond, van wie ik nog altijd na een maand niet het laatste woord over onze puntentelling had ontvangen. Bovendien hadden ze nog altijd hun fout om ons adres te veranderen in een adres in Assen hersteld. Dat was ook al zeker een maand geleden gevraagd. En zo waren er nog een paar. Stuk voor stuk niet zo vreselijk belangrijk, maar opgeteld toch knap ergerlijk.

Dinsdag 12 mei 2020, Internationale Dag van de Verpleging.

Ik wist het ineens weer, toen ik vanmorgen een Chinees blad opsloeg, die als opening een gezelschap verpleegsters liet zien, met mondkapje uiteraard. Met vermelding dat het vandaag dus inderdaad de Internationale Dag van de Verpleging was. Florence Nightingale was immers geboren op 12 mei 1820 in Florence, Italië. Toen ik nog Hoofd P.Z. van ziekenhuizen was, werd het daar ook elk jaar gevierd op deze dag. Maar ik ben helemaal kwijt op welke manier we dat dan deden. Iets bij de koffie? Iets op je revers? Ik lees er in Nederlandse kranten eigenlijk nooit iets over, zelfs niet in deze crisistijd, maar in China is het blijkbaar nog tamelijk populair, blijkbaar ook buiten de ziekenhuizen.

Verder viel me vanmorgen op dat bij twee dezelfde planten voor mijn raamkozijn een bloem was gekomen. Een rode bloem in de vorm van een blad. Ik weet niet zo snel hoe die plant eigenlijk heet, maar het is zoiets als Armetiria. Ik heb natuurlijk meteen aan mijn hulp gevraagd, die hier zondag nog was, of die planten toen ook al bloeiden. Dan is dit een echt historische dag, en niet alleen vanwege Florence Nightingale. Ik kan me namelijk niet herinneren dat er, zo lang ik leef, een plant in mijn buurt tot bloei is gekomen. Dat is zeker niet gebeurd vanaf het moment dat ik zelfstandig ging wonen, in 1967, tot heden. Maar of er bij mijn moeder ooit een plant heeft gebloeid durf ik niet met zekerheid te zeggen. Waarschijnlijk niet. Ik ga natuurlijk aan mijn broers nog vragen of zij zich thuis een bloeiende plant konden herinneren en of onze moeder ook groene vingers had.

Aangezien ik niets met dieren heb, en we thuis ook geen huisdier hadden, weet ik wel zeker dat er ook nooit een dier in mijn buurt tot bloei is gekomen.

Blijft over of er wel eens een mens in mijn buurt tot bloei is gekomen. Ik verbeeld het me wel, en ik hoop het tenminste, maar ik ga natuurlijk hier geen namen van kanshebbers noemen.

Maandag 11 mei 2020.

Vanmorgen was weer eens een van die zeldzame ochtenden dat ik wakker werd en me meteen mijn droom kon herinneren. Dat is hooguit eenmaal per jaar.

Het was weer zoals vanouds een bijzonder rommelige droom, waarbij ik vaak niet weet waarom iets gebeurde en opnieuw kwam er geen enkele mij persoonlijk bekende persoon in voor. Dat zijn bij mij de normale gegevens.

Het begon met de vraag van een mij totaal onbekende, of ik niet voor vier personen rabarber kon maken. De onbekende had wel iets met onze regering te maken, maar de precieze connectie kende ik niet. Natuurlijk kan ik voor vier personen rabarber maken. Dan moest ik dat maar doen en het resultaat in een schaal bij een of ander congrescentrum, op een bepaalde dag en tijd afgeven. Zo gezegd, zo gedaan.

Ik kwam met mijn schaal rabarber bij het congrescentrum op de afgesproken tijd aan en werd naar binnen geloodst. Ik kwam terecht bij de persoon die mij de vraag over de rabarber had gesteld. Hij begroette mij heel vriendelijk en nam de schaal rabarber in ontvangst. Ik mocht wel even in de enorme ruimte rondlopen om even te kijken waar de bijeenkomst over ging. Zo gezegd, zo gedaan. Het werd me overigens totaal niet duidelijk wat het thema van deze bijeenkomst was en waar al die standjes die er stonden voor dienden. Het was er vrij druk.

Helemaal aan het eind van de enorme ruimte was een flink stuk leeg gelaten. Tegen de achterwand stond een kloek bureau, waarachter een gedrongen en vrij zware gestalte, geheel gekleed in het zwart en met zeer korte haren zat. Binnen enkele seconden meende ik toch echt dat deze figuur wel eens Kim-jong-un kon zijn, de baas van Noord-Korea. Ruim om zijn bureau heen was het helemaal leeg gelaten, zowel qua meubilair als qua mensen. Wellicht om een vrij schootsveld te hebben.

Na vrij korte tijd kwam er een bediende, die een schaal naar deze figuur bracht. Ik herkende meteen mijn schaal met rabarber. Hij kreeg er een bord bij met bestek. Hij begon uit mijn schaal rabarber op zijn bord te scheppen, zag mij op enige afstand staan een wenkte me om naderbij te komen. Dat deed ik dus. Wij spraken niet met elkaar, want mijn Noord-Koreaans is nog heel primitief, en zijn Nederlands is waarschijnlijk ook niet zo sterk. Maar hij was wel heel vriendelijk, en glimlachte voortdurend naar me. Hij legde kleine hapjes van zijn bord weer terug in de schaal. Waarschijnlijk omdat er naar zijn smaak blijkbaar iets aan mankeerde.

Hij liet blijken dat ik wel weer kon vertrekken, voordat hij een hap genomen had, en ik liep dus van hem vandaan, met mijn rug naar hem toe. Ik werd twintig meter verder, in het gebied waar weer mensen waren, aangesproken door een tweetal dames. Ze hadden het tafereeltje waargenomen, maar zeiden dat hij maar enkele hapjes had genomen. Misschien vind hij het niet zo lekker. Dat kan natuurlijk. Of hij eet altijd zo. Of hij was beledigd, omdat ik met mijn rug naar hem toe bij hem wegliep. We zullen het nooit weten, omdat hier de droom eindigde.

Als ik nu geweten had dat de rabarber voor Kim-jong-un was, dan had ik er vast meer suiker in gedaan. Voor iemand met zijn postuur, had ik vast aangenomen dat het een zoetekauw moest zijn. En ook had ik tevoren eventuele klontjes of andere ongerechtigheden verwijderd. Maar ik begreep de logica wel. Als ik het geweten had had ik ook iets onbedoelds in zijn eten kunnen doen. Maar deze gedachten kwamen pas in me op, toen ik al min of meer wakker was.

Wie kan me vertellen of rabarber inderdaad tot het lievelingsvoedsel van Kim-jong-un hoort?

Zondag 10 mei 2020.

Gisteren was het dan weer zover dat er weer verse doperwten waren, las ik plots op een website. Daarvoor moet ik dan wel extra ver lopen en bovendien een tweede winkelbezoek in een week doen, wat tegenwoordig eigenlijk tegen mijn principes is, maar ja. Nood breekt wetten, zegt het spreekwoord. Bovendien mag je in verband met de geldende lockdown alleen noodzakelijke verplaatsingen doen, en dit betrof overduidelijk een noodzakelijke verplaatsing. Dus ik had genoeg redenen om ze toch maar even op te gaan halen. En als ik dan toch in die winkel sta, neem ik meteen maar mee, wat ik de dag eerder nog vergeten was. Of bij de super niet te koop is.

Merkwaardigerwijze waren er nog geen verse kapucijners. Die kwamen in voorgaande jaren tegelijk met de verse doperwten op de markt. De aanwezige leerling-groenteboer verzekerde me er echter van dat ook de verse kapucijners ‘binnenkort’ wel zullen komen. Dat betekent dan wel, dat ik ook volgende week enkele van mijn principes over boord zal moeten zetten. Tijdelijk natuurlijk, dat dan weer wel.

Zaterdag 9 mei 2020.

Het was superrustig in de Jumbo. Er stond zelfs, zodra ik het vanaf een paar honderd meter kon ontwaren, helemaal niemand bij het fonteintje om je handen te wassen. En er kwam bij het aanlopen ook niemand uit. Men had karretjes en mandjes naar buiten verplaatst. Dus dat was even wennen, maar verder viel er niets bijzonders op te merken. Het viel me deze keer weer wat nadrukkelijker op dat de winkelende heren bewust voor de afstand kozen. En ruimte maakten als je ergens langs wilde. Op mijn beurt maakte ik uiteraard ook ruimte voor anderen als dat nodig was. Ook viel me op dat het schap toiletpapier vrijwel leeg was, maar ik had nog geen toiletpapier nodig. Dat valt gewoon op in zo’n stelling: ineens een flink gapend gat. Ik heb geen idee of er weer een nieuwe hamstergolf bezig was, maar daar las ik verder niks van.

In het koekjessschap waren de spritsen verwisseld met de knappertjes. Een serieuze fout uiteraard. Bijna onvergeeflijk. Voor je het weet zit je namelijk met spritsen thuis, terwijl je knappertjes wilde hebben. Nu lijken die pakken ook erg op elkaar en moet je lezen wat er in zit. Het meisje dat ik te hulp vroeg, meende ook dat het dezelfde producten waren. Totdat ik haar opriep ook echt even het pak te lezen. Daarna kwam alles weer goed tussen ons.

Vrijdag 8 mei 2020.

Vandaag verheug ik me weer op mijn wekelijkse uitje. Deze keer heb ik voor de supermarkt gekozen. Dat was ook al mijn keus in de afgelopen x weken. En kan ik mij weer verwonderen over vooral de winkelende dames. Heen en weer en nog een keer terug. Of die uitvoerig de diverse sauzen bestuderen. Maar het kan ook wel bij de eieren, het toiletpapier of de melk gebeuren. Bij alle artikelen met een ruime keus, namelijk. En dan krijgen we natuurlijk de traditionele groepsvorming in de winkel. Ik heb al meegemaakt dat enkele winkelende dames de tijd namen om onderlinge nieuwtjes uit te wisselen, waarmee ze een gang compleet blokkeerden, of bekenden die elkaar in de winkel tegenkomen en elkaar hartelijk op de schouders slaan. Geen handen schudden natuurlijk, want dat mag niet, dat weten ze wel. En schouderklopjes alleen met een afstand van anderhalve meter uiteraard. Morgen doe ik wel weer verslag van mijn avonturen.

In Science Daily een artikel over een onderzoek waarin tien landen met elkaar hebben samengewerkt, waaronder de V.S. en China. (?!). Het klonk me betrouwbaar en geloofwaardig in de oren. Er zijn zoveel halfzachte tot volkomen idiote middeltjes tegen COVID-19 gepubliceerd, dat je gauw vergeet dat er ook nog serieus onderzoek wordt gedaan.

Bij onderzoek in verschillende landen bleek dat de ouderen met corona met een lager vitamine D-gehalte de meeste complicaties hadden en ook twee keer zo vaak overleden. Vitamine D krijg je van de zon en vooral uit vette vis (hier vooral haring en makreel). Dat lijkt me niet raar. Ouderen komen sowieso minder buiten en al helemaal met deze crisis, dus dat gaat ten koste van hun vitamine D gehalte. Osteoporose tiert welig bij de oudere medemens. Dat ze in zwakkere toestand in het ziekenhuis worden opgenomen, klinkt me ook al niet vreemd in de oren. Ik neem me dus voor dat als de zon schijnt, de komende paar dagen, dat ik zoveel mogelijk buiten ben en bij de boodschappen zowel haringen als makreel meeneem. Eventueel uit blik. En ik raad het uiteraard iedere oudere ook aan.

Donderdag 7 mei 2020.

Dan zijn gisteravond nieuwe versoepelingen bekendgemaakt, in het kader van de strijd tegen het COVID-19-virus. Ik snap het wel. Deze regering en alle regeringen staan permanent onder druk om toch te gaan versoepelen. Veel mensen willen blijkbaar niet langer thuis zitten. Maar tegelijk houd ik toch een beetje het hart vast. Als dat maar goed gaat. En het vervelende is dat het best een tijdje duurt voordat we er bij het aantal doden iets van gaan merken. De incubatietijd is immers tenminste twee dagen en kan oplopen tot wel zes dagen. Dan komen er pas verschijnselen. Vervolgens wordt de betrokkene getest, maar de uitslag daarvan laat ook een aantal dagen op zich wachten. Tenslotte is er – vooral in Nederland – een permanente achterstand van een aantal dagen van de registratie van het aantal doden. Dus als het fout gaat merken we daar pas op zijn vroegst een week (of misschien wel twee weken) later wat van aan de cijfers.

Tegelijk loopt de situatie in de V.S. compleet en ook gierend uit de hand. Nog steeds. Er zijn nu al meer doden gevallen dan Amerikaanse doden bij de oorlogen tegen Vietnam, Irak en Afghanistan bij elkaar. Tegelijk is de Amerikaanse reactie tegen het virus nog altijd dramatisch slecht. Er is geen enkele regie of koers te ontwaren. Iedere staat en vaak ook nog iedere county voert zijn eigen beleid. Men gaat de economie weer open zetten, zonder dat er veel beschermingsmaatregelen zijn genomen. De ramp wordt hier steeds groter.

Tegelijk is het in het Verenigd Koninkrijk ook niet goed gesteld. Dagelijks 4000 tot 6000 nieuwe besmettingen en 600 tot 700 doden. Ook hier is, net als in de V.S., een complete onderschatting van het probleem aan de orde, met als gevolg zijn ze veel te laat begonnen met maatregelen.

Woensdag 6 mei 2020.

Het Himmlerboek geeft elke keer weer nieuwe inzichten en ik ben nu pas op blz 65 van de 1152. Twee voorbeelden.

1. Een Poolse legereenheid die aan de kant van de Duitsers vocht in januari 1943, werd aangevallen (door de Russen naar ik aanneem) en besloot om geen enkel schot terug te vuren. De Duitsers konden maar net een nederlaag voorkomen. De plaatselijke SS-kommandant vraagt vervolgens aan Himmler of hij ermee akkoord gaat dat al deze Polen meteen standrechtelijk mochten worden doodgeschoten. Ja, daar was Himmler akkoord mee, maar er moest van hem nog een extra straf bijkomen. Hun vrouwen en kinderen moesten worden opgespoord en afgeleverd in de concentratiekampen Lublin of Auschwitz. Verder geen commentaar.

2. De Reichsarzt – SS, de hoogste medische baas bij de SS blijkbaar, meldt aan Himmler dat gebleken is dat van de op dat moment in Frankrijk gelegerde Leibstandarte Adolf Hitler (LAH) 7000 mannen gonorroe hadden opgelopen. De Reichsarzt – SS kreeg vervolgens de opdracht van Himmler, om van alle bordelen in die streek alle vrouwen periodiek (tweemaal per week) te gaan testen op geslachtsziekten. En dat moest ook bij de ‘Kontrolldirnen’. Mijn vraag was: Wat is een Kontrolldirne? Google moest uitkomst brengen. Bij het intoetsen kreeg ik uitsluitend 19e eeuwse documenten te zien. Blijkbaar was het begrip in 1943 al ouderwets. En na enig speurwerk in deze oude documenten, bleek een Kontrolldirne ook een vrouw van lichte zeden te zijn, maar dan niet werkzaam via een bordeel. We zouden dat nu dus een zzp-er noemen. Ofwel: alle vrouwen met wie die SS-ers contact hadden gehad moesten dus tweemaal per week worden onderzocht. Een soort contact-onderzoek avant-la-lettre dus. Hetzelfde wat nu de taak is van de GGD-en bij besmettelijke ziekten, maar (nog?) niet gebeurt. Dit soort berichten heb ik geen enkel ander boek over WO II gelezen. Zou dat voor alle Duitse militairen gelden? Of alleen voor de SS-ers? En hoe zat dat bij de geallieerden?

Dinsdag 5 mei 2020, Bevrijdingsdag.

Het vlaggenwerk verliep gisteren voorbeeldig, behalve dan het beginmoment, omdat ik toch echt eerst iets wou hebben gegeten. En ook vanmorgen hangt de vlag weer fier te wapperen.

In het boek over Himmler ben ik nu 60 bladzijden gevorderd en nu al vallen me een aantal bijzonderheden op, die ik nog niet kende, hoewel ik toch heel veel boeken over WO II heb gelezen en bezit. Ten eerste viel me op dat Himmler echt zelf alle touwtjes in handen had. Of het nu over Gestapozaken, Waffen-SS-zaken, KZ-zaken, en noem al die andere zaken waar hij verantwoordelijk voor was maar op: hij nam zelf veel zo niet alle belangrijke beslissingen. Ontelbare massamoorden van soms vele duizenden mensen zijn rechtstreeks terug te voeren op zijn persoonlijke beslissing. Hij had niet een bepaalde specialiteit binnen zijn veelheid aan taken. Die is me dan nog niet opgevallen.

Hij had zelf, zeker vanaf 1943, heel goed door – zo begrijp ik nu uit dit boek – dat de miljoenen in de Duitse oorlogsindustrie ingezette dwangarbeiders (krijgsgevangenen, andere gevangenen, Joden etc.) met een gemiddelde overlevingstijd van deze mensen van plm een jaar, geen efficiënte inzet van arbeidskracht was. Ze zouden beter te eten moeten krijgen en een betere medische verzorging moeten hebben en dan kon je veel meer uit deze groep halen. Dan konden ze gewoon jaren mee. Nu moest je ze telkens weer vervangen door steeds nieuwe groepen gevangenen. En bovendien moest je steeds in alle bezette gebieden razzia’s houden, o.a. ook in Nederland, om arbeidskrachten te ronselen, terwijl je een overdaad aan mensen ter beschikking had. Hij wist dat dit een inefficiënte en compleet zotte aanpak was, maar hij heeft met zijn kennis niets gedaan. Ik weet nog niet waarom eigenlijk niet. Die Duitsers schoten dus permanent in beide eigen voeten. Maar goed ook, natuurlijk.

Himmler kon niet kaartlezen. Een wel heel bijzondere eigenschap voor een aanvoerder van grote veroveringslegers. Ook dat zal hebben bijgedragen aan hun ondergang.

Dan valt ineens de naam Walter Schellenberg uit de lucht. Op het eerste gezicht dacht ik dat ik die naam niet eerder in het boek was tegengekomen. Voor alle zekerheid bladerde ik nog even terug. Maar nee, die naam stond er niet eerder. Nog even in het persoonsregister gekeken: daar staat hij wel vele malen genoemd, maar pas vanaf pagina 70 en daar was ik nog niet. Maar wie was hij dan? Het onvolprezen Wikipedia geraadpleegd. Dit was dus de SS-er die namens Himmler helemaal aan het eind van de oorlog met de westelijke geallieerden heeft onderhandeld over een gedeeltelijke overgave, met als gevolg dat Hitler Himmler op het laatste nippertje voor zijn eigen dood, van al zijn verantwoordelijkheden ontsloeg. En hij nog een nieuwe Reichsführer SS benoemde: een zekere Karl Hanke, vanaf 29 april 1945, van wie ik verder nog nooit had gehoord.

Verrassend in dit boek was wel dat me nu pas duidelijk werd dat die vredescontacten al liepen, tenminste vanaf oktober 1943. In opdracht van Himmler, maar zonder dat Hitler dat wist. Als Hitler het had geweten, dan was Himmler al veel eerder uit de geschiedenisboeken verdwenen. Dan was de geschiedenis mogelijk en zelfs waarschijnlijk heel anders gelopen. Tevens weten we nu dat Himmler al in de loop van 1943 doorkreeg dat Duitsland de oorlog niet meer kon winnen en dat je beter kon onderhandelen uit een positie van kracht dan vanuit een verloren positie. Dat heeft Hitler nooit begrepen. Gelukkig maar.

Kortom: het is een moeilijk leesbaar, maar bijzonder interessant boek. Maar ik haal slechts een gemiddelde van 15 pagina’s per dag en dat is lager dan het gemiddelde van 20 dagen per dag bij andere boeken. Dat betekent dus dat ik er – in dit tempo – 1152: 12 = 77 dagen nog mee bezig ben. Maar in de praktijk langer, omdat ik ook af en toe wel eens wat anders doe.

Maandag 4 mei 2020

Vandaag dodenherdenking, met verzoek van het Nationaal Comité 4/5 meiviering om vandaag – eenmalig naar men zegt – de gehele dag de vlag halfstok uit te hangen. Van 06.10 – 21.10 uur, zo voegt het Comité toe. Om 06.10 uur sliep ik nog, maar bovendien ging hier de zon niet om 06.10 uur op maar zelfs al om 05.51 uur. De zon gaat hier ook niet onder om 21.10 uur, maar al om 21.08 uur. Het is weer typisch zo’n advies, qua tijdstippen dan, dat uitsluitend geldt voor Amsterdam, zonder rekening te houden met al het andere Nederland dat ‘ver weg’ is. In Maastricht gaat het bijvoorbeeld om 06.03 en om 21.03. Tegen achten hing ik dus de vlag halfstok uit. Omdat mijn buurvrouw dat graag wil en ik daar geen probleem mee heb. Zoiets doe je toch niet op je nuchtere maag, zoals het Comité graag wil? Voor vanavond moet ik wel de wekker zetten, want de vlag mag hier natuurlijk niet na zonsondergang (21.08) nog hangen.

Zondag 3 mei 2020.

Vanmorgen in de Telegraaf, maar ook in diverse Vlaamse kranten het bericht van acteur Tom Waes, met zijn avonturen in – blijkbaar – een Belgische supermarkt. Waar geen enkele orde leek te worden gehandhaafd, paren rustig naar binnen mochten en de anderhalvemeterregel door niemand in acht werd genomen of werd gehandhaafd. Wat een verschil tussen zijn ervaring en mijn ervaring hier, bij mijn bijdrage van gisteren. Ik vraag me dan meteen af: is dat nu het verschil tussen een Hollander en een Vlaming, of kun je die tafereeltjes zoals bij hem ook bij ons in een grote stad aantreffen? En is mijn ervaring hier ook aan te treffen in kleinere plaatsen in Vlaanderen? Of zijn nu juist de Groningers zo braaf? Dat Hollanders bepaald ook niet zo braaf zijn bleek gisteren wel uit de bezoeken aan enkele grote steden, Tilburg, Den Bosch en Utrecht worden genoemd, waar je inmiddels ook over de hoofden kon lopen, zo begreep ik. Waarom hebben zoveel mensen slechts één hersencel, zoals een politie-agent van sommigen vaststelde? Als als gevolg van dit gedrag de besmettingsgraad weer flink oploopt, staan diezelfde mensen bovenop de barricaden, als er daardoor een nieuwe lockdown moet worden ingevoerd. De scheldpartijen zullen dan weer niet van de lucht zijn. En van oud-premier Balkenende komt een nieuwe oproep dat het kabinet met meer perspectief moet komen. Terwijl diezelfde mensen door hun onverantwoordelijke gedrag ervoor zorgen dat de problemen niet worden opgelost, maar alleen maar worden verergerd.

Zaterdag 2 mei 2020.

Dat was alwéér een dagje uit. Deze keer had ik het idee dat het op straat wel iets rustiger was geworden, maar bij de Jumbo was het zelfs mogelijk iets drukker dan vorige week. Het viel me zelfs tot twee keer toe op, bij zowel het naar binnen als bij het naar buiten gaan, dat van echtparen die naar binnen wilden, er slechts één naar binnen mocht en de wederhelft buiten moest blijven wachten. Deze mensen wilden er blijkbaar samen iets gezelligs van maken. Het was in de winkel ook echt te merken dat het wat drukker was dan de vorige week om dezelfde tijd. Dat merkte je vooral – helaas moet ik het weer zeggen – aan vele vrouwen die er een echt winkeluitje van maken. ‘Kijken, kijken, niet kopen, niet kopen’, was de uitdrukking die ik in de bazaar van Istanboel van diverse handelaren aldaar in het Nederlands toegeroepen kreeg. Ik heb het over de zestiger jaren. Blijkbaar stonden Nederlanders daar toen al bekend om. In de winkel gisteren waren het wederom vrouwen die heen en weer langs de schappen liepen, zonder er iets uit te pakken. En de anderen klanten wachtten dan geduldig tot die vrouwen klaar zijn met heen en weer lopen en moeten dan ook steeds zelf mee naar voren en naar achteren. Een dame zag ik er ook even echt haar gemak van nemen, door bij de afdeling augurken één voor één de potjes van de plank af te halen en eens op haar gemakje de hele tekst door te lezen. Ze trok er echt even de tijd voor uit. Voor de keuze van augurken moet je niet over één nacht ijs gaan, uiteraard en moet je echt even de tijd nemen. Dat is bekend.

Anderen die ook augurken of zilveruitjes wilden moesten dan geruime tijd op haar wachten. Daarna, toen de doorlopende klanten bij het broodbeleg aankwamen, moesten ze opnieuw geruime tijd wachten op een volgende vrouw, die op haar dooie akkertje alle potjes van dat schap stuk voor stuk aan het bestuderen was. Ook belangrijk.

Een andere dame met een rollator, ik schat haar boven de tachtig, maar ik ben ook heel slecht in het schatten van leeftijden, liep door de winkel met ogen op steeltjes. Ze wist duidelijk niet wat ze meemaakte. Ogenschijnlijk had ze de afgelopen weken geen radio of tv aangehad en geen krant gelezen. Op de kruispunten van de diverse gangen bleef ze vervolgens staan, om eens op haar gemak het hele tafereeltje – met het beste uitzicht – gade te slaan, waardoor ze meerdere gangen tegelijk blokkeerde. Het was telkens een hele wandeling omlopen om elke keer haar op een kruispunt te vermijden. Anders had ik er misschien nog gestaan. Voor mijn lichaamsbeweging waren deze extra wandelingen natuurlijk wel goed.

Bij mijn vertrek zag ik dat er inderdaad bij de ingang een bord stond, om vooral je boodschappen te pakken en door te lopen en van je bezoek geen winkeluitje te maken. Blijkbaar was het het winkelpersoneel ook opgevallen, wat mij al eerder opgevallen was. Maar ik betwijfel of het bord ook werkelijk iets heeft geholpen. Je moet waarschijnlijk een soort supermarktpolitie hebben, die elke klant die niet doorloopt of wil teruglopen naar waar ze al geweest was, tot de orde te roepen.

Vrijdag 1 mei 2020.

Inmiddels is het me, na twintig pagina’s van het boek over Heinrich Himmler gelezen te hebben, duidelijk dat ik aan een mega-operatie van ongekende omvang ben begonnen. Voor mij dan toch. Het boek begint met een uitleg wat er allemaal aan organen onder hem viel. Dat waren er misschien wel tientallen. En elk van die organen hadden een baas, die allemaal ook bij naam en toenaam bekend waren. Mij zeggen die namen bijna geen enkele keer iets. Van alle grote schurken die in de Nazitijd Duitsland hebben geleid, de Grote Vier, zullen we ze maar even noemen, was Adolf natuurlijk de grootste. Hij was de ideoloog en bemoeide zich in de praktijk vooral met de oorlogsvoering. Als ex-korporaal en schilder had hij hier dan ook de meeste ervaring mee, dus dat lag voor de hand. De beruchte Goebbels, bemoeide zich eigenlijk alleen met de propaganda. Niet onbelangrijk natuurlijk, maar wel overzichtelijk. Goering was dan de baas van de Luftwaffe, ook groot, maar ook weer overzichtelijk. Maar Himmler was de eigenlijke uitvoerder van alle moorddadige plannen van het regime, bemoeide zich zelfs ten dele ook met de oorlogvoering, omdat hij immers zeker twintig SS-divisies onder zijn bevel had. Toch bij elkaar enkele honderdduizenden mannen.

Het moeilijke voor mij van dit boek is, dat dus begint met de introductie van enkele tientallen namen van mannen, die de diverse takken van sport aanvoerden en met wie Himmler dus vaak sprak, dat ik die namen niet na één keer lezen kan onthouden. Ik ontkom er niet aan om toch te proberen te onthouden wie waarvoor nu verantwoordelijk was, anders raak ik op bladzijde 21 de weg al kwijt en kom ik nooit bij pagina 1152 aan.

Ik ben nu eenmaal niet sterk in het onthouden van namen. Het zal wel beroepsdeformatie zijn. Mijn stelling was: alles aan een cv is interessant en zegt iets over de persoon, behalve de naam. Er moest wel een heel goede reden zijn als ik besloot een naam te onthouden. Alle andere namen die ik dagelijks tegenkwam vergat ik meteen weer: ik zag dat blijkbaar als overtollige ballast voor mijn geheugen. Vele malen heb ik meegemaakt dat ik voor de tweede, derde of zelfs vierde keer aan dezelfde persoon werd voorgesteld. Dat kon niet iedereen waarderen, om het maar eens vriendelijk te zeggen. Gezichten kon ik namelijk ook al niet onthouden.

Nu word ik dus ineens gedwongen wel namen te gaan onthouden. Anders kan ik hele boek niet volgen. Ik zal maar een eigen staatje gaan maken, dat ik zal proberen uit het hoofd te gaan leren, of anders als spiekbriefje te gebruiken, als ik bij het lezen een naam toch niet kan plaatsen.

Het eerste dat me al is opgevallen, is dat het inderdaad allemaal mannen waren. Behalve zijn vrouw en dochter, die beiden heel ver van hem vandaan woonden, en zijn maîtresse, die doorgaans dichterbij was, komt geen enkele vrouw in het boek voor. Tot nu toe dan. Maar ik verwacht die ook niet. Het is de aard van het regime en de tijdgeest. Maar bovenal natuurlijk de mannen die uiteindelijk eindverantwoordelijk waren, die daar volgens mij borg voor staan.

Donderdag 30 april 2020.

De mogelijke verkoudheid zette niet door. Ik mankeer weer helemaal niks. Dus het zal wel een stofje in de lucht zijn geweest, of zoiets. Ik miste gisteren de wekelijkse briefing van het RIVM over de Coronacrisis. Maar misschien komt hij wel vandaag nog. Wel begreep ik dat de regering voortaan maar eens per veertien dagen verantwoording hierover aan de Kamer aflegt. En wat nu als het RIVM iets spannends te melden heeft, waarvoor vragen van de Kamer nodig zijn? Of zich een andere calamiteit voordoet? Dan moeten ze dus blijkbaar eerst een week (extra) wachten. Tja.

Voorts heb ik gisteren, na bestelling, het boek “Die Organisation des Terrors”, van Uhl en anderen gekocht. Het is de agenda van Heinrich Himmler, over de periode 1 januari 1943 – 16 maart 1945. Het boek heeft 1152 bladzijden, dus het is weer eens een enorme pil. Het is dan ook niet louter zijn agenda, maar ook een toelichting per dag. Het interessante van dit boek is, dat het echt bronmateriaal is. De stukken zijn in mei 1945 uit Berlijn meegenomen door het Rode Leger en naar Moskou gebracht en daar geheim gehouden. Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 konden onderzoekers bij de stukken en daarvan is dit dus nu de eerste uitgave. Je moet het in de geschiedenis van WO II meestal doen met wat anderen van zo’n crimineel vonden. Daar hebben talloze schrijvers een goede broodwinning aan gehad, en waarschijnlijk nog steeds. Ik vorm liever mijn eigen mening aan de hand van originele bronnen. Himmler was natuurlijk misschien wel de grootste boef van allemaal, op die ene na natuurlijk. Hij verenigde ook vele functies in zich: Baas van de SS, met tenminste 20 SS-divisies aan het front. Hij was verantwoordelijk voor de gang van zaken in de concentratiekampen. Hij was Hoofd van de beruchte Gestapo. Hij was Minister van Binnenlandse Zaken van die regering, en daarmee ook verantwoordelijk voor delen van wetgeving en voor de (rechts)vervolging. En hij had nog vele andere verantwoordelijkheden. Teveel haast om op te noemen. Zoveel zelfs, dat ik me wel heb afgevraagd waar hij zich nou echt persoonlijk mee bezig hield. Waar lag zijn hart nou, indien hij een hart had. Op al die vragen hoop ik in de komende maanden een antwoord te krijgen.

Woensdag 29 april 2020.

Vanmorgen werd ik wakker met zoiets als een natte neus. Die heb ik hoogst zelden, maar het kwam en komt mogelijk toch wel eens een enkele keer voor. Is dat nu het begin van een volgende ‘verkoudheids’periode of is er iets anders aan de hand? Alleen de tijd kan het leren. Gelukkig is het niet de dag dat ik een afspraak heb of boodschappen moet doen, dus ik kan het nog wel even aankijken. Corona zal het vast niet zijn, omdat dat immers gekenmerkt wordt door droge hoest en koorts. Dat heb ik allebei zeker niet. Maar ik loop toch liever niet te niezen en te snuiten in de supermarkt. Dat geeft vast een hoop gedoe.

Ik ben me er de laatste weken erg van bewust wat mijn lijf precies doet. Al valt er niet altijd chocola van te maken. Toch ben ik erg gerust: ik ben supervoorzichtig met contacten en ga absoluut niet meer dan strikt noodzakelijk naar buiten. En binnen houd ik mijn huisje schoon. Ik zou niet weten wat ik nog meer kan doen. Daar komt nog bij dat de besmettingsgraad in de provincie Groningen verreweg de laagste is van Nederland. Al een aantal dagen komt er zelfs geen enkele besmetting meer bij, noch een overlijden als gevolg van Corona.

Ik heb daar ook een verklaring voor. Mijn gehele werkende leven, zolang ik in Groningen heb gewoond, vanaf november 1989 dus, is het me opgevallen dat vrijwel niemand – zowel zakelijk als privé – naar Groningen komt. De route is vrijwel altijd de andere kant op. Groningen is voor alle andere Nederlanders gewoon veel te ver weg om naar toe te gaan. Ook is het een algemeen bekend gegeven dat de afstand Den Haag – Groningen vele malen langer is dan de afstand Groningen – Den Haag. West- en zuidnederlanders hebben geen enkele rem om voor een kleinere of grotere vakantie met de auto naar Zuid-Frankrijk, Spanje of Oostenrijk te gaan, en dat gebeurt dan ook ontzettend veel. Maar een ritje Amsterdam of andere plaats naar Groningen is echt te veel gevraagd. Dat is onmenselijk. Zakelijk willen mensen dan nog wel een afspraak ‘ergens halverwege’ maken en stellen dan bijvoorbeeld Utrecht voor. Ze realiseren zich dan niet dat de aftand van Rotterdam, Den Haag of Amsterdam naar Utrecht, ergens tussen 50 en 60 kilometer ligt, terwijl de afstand Utrecht – Groningen nog snel tegen de 200 kilometer zal zijn. Zelfs een afspraak echt halverwege, bijvoorbeeld in Harderwijk, vinden ze al onredelijk ver. Het is nog sterker: ik kan me geen enkele landelijke vergadering of bespreking herinneren die in Groningen is gehouden. Zelfs de reclamebureaus die we in mijn KPN-tijd van opdrachten voorzagen, met miljoenencontracten, vergaderden het liefst bij hen op kantoor in Amsterdam of Rotterdam bijvoorbeeld. Het argument was dan dat ze alle documentatie en deskundigen meteen bij de hand hadden voor al onze eventuele vragen.

Maar ook in mijn privé-kennissen- en familiekring is het verre reizen naar Groningen altijd taboe geweest. Van mijn niet-Groningse familie- en vriendenkring, kan ik me zo snel maar twee personen voor de geest halen die ooit – in inmiddels ruim 30 jaar dus – bij mij thuis waren en zelfs die slechts eenmalig. De ene is mijn nog altijd Maastrichtse vriendin, de andere is mijn inmiddels alweer geruime tijd overleden vriend Wilbert. En ere wie ere toekomt: ook mijn verre achterneef en zijn vrouw uit Leusden, zijn enkele keren naar Groningen afgereisd. Die is dan natuurlijk vertrekkend vanuit Leusden al ‘halverwege’ aan het begin van zijn reis, maar toch: zij moeten met ere genoemd worden. Bij deze.

Geschiedenis is inmiddels dat ook mijn beide broers heel af en toe in Groningen kwamen. Dat is gezien hun lichamelijke conditie ook al weer vele jaren verleden tijd, die ook niet meer terug zal komen.

Ik zie dan nog wel mijn toenmalige vriendin Carin over het hoofd, die vele tientallen malen in Groningen is geweest (1995 – 2015). Maar ook bij haar – bij Den Haag – was ik veel vaker.

Dat alles verklaart de heel erg lage besmettingsgraad hier. Geen mens gaat vrijwillig naar Groningen en Groningers blijven thuis.

Zo houden we het hier rustig en ‘van vreemde smetten vrij’.

Dinsdag 28 april 2020.

Mijn kinderen zie ik niet regelmatig, zeker niet in deze periode. Maar gisteren was toch de dag dat ik ze weer ontdekte op onverwachte plekken. Het internet is toch een mooie uitvinding. Maar het komt ook, omdat ik er een zeer onconventionele manier van zoeken op nahoud. Ik kan ook bijna niet uitleggen, hoe ik dat dan doe. Het is voor een groot deel intuïtie, maar er zit ook een logische gedachtegang achter. Het is zinloos om op het internet ‘Jan Jansen’ te gaan zoeken, ook niet met een plaatsnaam erbij, tenzij het een heel klein plaatsje is. En zelfs in het laatste geval krijg je dan weliswaar de door jou gezochte Jan Jansen, maar alleen voor wat hij in dat kleine plaatsje heeft gedaan. Al zijn activiteiten buiten dat kleine plaatsje blijven dan verborgen. Maar als de door jou gezochte Jan Jansen een verzamelaar is van Chinees porselein en bovendien vertaler Spaans is, dan zoek ik dus naar “Chinees porselein” en “vertaler Spaans”, zonder de naam van de persoon te vermelden. De combinatie van die twee eigenschappen, zo schat ik in, is zo schaars dat de door mij gezochte Jan Jansen op die manier vanzelf tevoorschijn komt. En niet alleen met de naam van dat kleine plaatsje erbij en zonder dat er een andere Jan Jansen bij staat. Het hier gegeven voorbeeld is natuurlijk voor 100% fictief. Maar het verklaart wel enigszins, hoop ik toch, waarom ik op het internet zo vaak en vooral ook vaak snel, zaken vindt, waar anderen steeds tevergeefs naar gezocht hebben.

Maandag 27 april 2020, Koningsdag.

Er was even enige twijfel bij mij. Moest ik ‘Koningsdag’ wel in de kop vermelden? Heb het toch maar gedaan, zoals u ziet. Ik vier Koningsdag (en Koninginnedag eerder) eigenlijk nooit. Ik zou ook niet weten hoe dan. Ik zie me nog niet met een kleedje met tweedehands spullen op de markt gaan zitten. Nu niet, maar ook de vorige 72 keer niet. Aparte oranje spullen gaan kopen, om aan te doen, mee te versieren of om op te eten: nooit gedaan. Ik heb ook nooit zelf een ‘oranje’ gerecht gemaakt op die dag. Speciale bijeenkomsten op die dag bijgewoond: nooit. Het enig dat ik ter gelegenheid van Koning(s)(inne)dag heb gedaan is: de vlag uithangen voor mijn buurvrouw. Vanmorgen dus weer. En ik doe dat ook met veel overtuiging. Omdat het mijn buurvrouw is. Als er ooit een stemming in dit wijkje moet worden gehouden: voor of tegen de vlag uit op koningsdag, dan zal ik voor stemmen. Omdat mijn buurvrouw dat belangrijk vindt.

Het doet me denken aan de uitdrukking: “Persoonlijk houd ik niet zo van paardrijden” zei het paard. “Maar ik doe graag een ander een plezier.”. Als mijn buurvrouw dus hier zou vertrekken, dan houd ik ook weer met die gewoonte op. Tenzij natuurlijk haar opvolg(st)er dezelfde opvatting heeft.

Zondag 26 april 2020.

Op een dag in maart 2011 kwam ik door het openslaan van een oude agenda, uit 1968, er geleidelijk achter dat ik veel gebeurtenissen die ik tussen 1968 en 2011 had meegemaakt, heel anders moest bezien. Een heel rijtje mensen om me heen en met wie ik omging, heeft er al die jaren lang een dubbele agenda op nagehouden. En ineens kreeg ik dat op die dag in maart 2011 door. Het is allemaal op deze website terug te vinden.

Gisteren had ik opnieuw zo’n moment. Door een schijnbaar onnozele opmerking van een acteur in een nagespeelde ‘true crime’-documentaire, realiseerde ik me dat het gespeelde voorval me wel erg bekend voorkwam: ik had ook zoiets meegemaakt en wel in 1986. En nog even doordenkende kwam ik tot de conclusie dat ik ook mijn leven ten minste van 1986 tot 1991, met uitlopers tot en met vandaag, met heel andere ogen kon en moest bekijken. Het betrof iets totaal anders dan mijn vorige herontdekking, met ook heel andere mensen. Ik moet het eerst nog even laten bezinken, voordat ik hierover op deze website in details ga treden.

Wat merkwaardig toch. Ben ik een leven lang nu zo’n onnozele of tenminste goedgelovige hals geweest, die gewoon nooit doorhad wat er gebeurde als anderen, die hij vertrouwde, in werkelijkheid probeerden hem beentje te lichten? Of overkomt dat andere mensen ook, dat ze achteraf, jaren later zelfs, tot de ontdekking komen welke adders hij geheel onbedoeld en per ongeluk aan zijn borst heeft gekoesterd?

Zaterdag 25 april 2020.

Intussen heb ik mijn wekelijkse uitje weer gehad. Deze keer was de bestemming: de supermarkt. Dat was ook de laatste paar keer al de bestemming van mijn wekelijkse uitje. Ik kan er maar geen genoeg van krijgen. Er is ook zoveel te doen en te beleven. En daar ben ik voorlopig ook nog niet klaar mee, vermoed ik.

Deze keer heb ik er echt eens op gelet. Houden de mensen nu echt de onderlinge afstand van 1,50 meter aan? Maar even belangrijk: houden ook mensen rekening met elkaar?

En ik moet zeggen, zeker 90% poogt de onderlinge afstand op tenminste 1,50 meter te houden. Een enkeling let niet op of kan het niet schelen. Zo viel me op dat een meneer mij meteen na de ingang voorbijliep, terwijl hij niet in de rij voor het handen wassen had gestaan. Wat doe je dan? De man aanspreken lijkt me compleet zinloos. Hij hoort in elk geval tot de categorie mensen die zich van god nog gebod iets wenst aan te trekken. Hem aanspreken voert slechts tot een onderlinge ruzie, om van erger maar te zwijgen. Het personeel informeren? Er moet maar net iemand van het personeel langslopen en dan liefst natuurlijk een persoon die het nodige gezag uitstraalt. De jongste bediende lijkt me hier minder geschikt voor.

Dik meer dan de kleine tien procent die sowieso de voorgeschreven afstand niet in acht neemt, is de categorie die winkelt zoals hij of zij dat anders ook zou doen en gedaan heeft. Bijvoorbeeld langzaam langs het schap loopt, om halverwege tot de ontdekking te komen dat hij of zij in het schap iets vergeten is en daardoor het schap nogmaals in tegengestelde richting afgaat. Als het gangpad smal is, en ik kwam iets later aan, dan blijf ik netjes wachten totdat mijn voorganger klaar is. En als deze dan weer teruggaat moet ik ook weer terug net als degene die achter mij al wachtte. De heen-en-weerloper heeft intussen totaal niet in de gaten, dat hij of zij anderen hindert, door steeds heen en weer in die gang te lopen. Het zijn, in mijn waarneming, inderdaad (vrijwel) alleen de vrouwen die zo winkelen.

Een Japanse minister heeft voorgesteld om alleen de mannen de boodschappen te laten doen. Vrouwen lopen in een winkel, volgens hem dan, anders dan mannen. Een man gaat meteen naar het schap waar in staat wat hij nodig heeft, terwijl een vrouw veel vaker echt aan het ‘winkelen’ is: heen en weer loopt, en allerlei producten bekijkt die ze helemaal niet wilde hebben, en dan ook laat staan. Dit gedrag verhoogt natuurlijk het besmettingsgevaar. Het leverde deze minister een storm van kritiek op van de plaatselijke vrouwenbewegingen. Discriminatie!! Hij slikte vervolgens zijn mening over alle vrouwen in, maar stelde nog wel vast dat dit gedrag van vrouwen bij het shoppen in elk geval wel voor zijn familie gold.

Het is, nu ik eens goed heb opgelet, zeker niet zo dat alle vrouwen dit ‘winkelgedrag’ vertonen. De meeste vrouwen gaan ook alleen maar naar de artikelen die ze willen hebben, pakken het en lopen weer verder. Een man heb ik nog nooit dit ‘winkelgedrag’ zien vertonen: heen en weer lopen in de gangen en van alles bekijken dat uiteindelijk bijna nooit in het karretje verdwijnt. En sommige vrouwen doen dit inderdaad wel zo. Wat ook de conclusie weer geeft: deze vrouwen hebben blijkbaar totaal niet door dat ze met dit gedrag anderen hinderen en ook het besmettingsgevaar verhogen. Empathie is bij deze vrouwen niet zichtbaar aanwezig.

Vrijdag 24 april 2020.

Dan heb ik nu eindelijk, sinds gisteren, mijn testament en zelfs ook een levenstestament. Niet dat ik nu zoveel heb weg te geven, maar ik heb een hekel aan ruzie, zelfs van een ruzie na mijn dood over mij. En ik hou ervan dat de zaken netjes geregeld zijn. Nu moet ik nog wel blijven oppassen. Een tante van mij die enkele jaren geleden overleed, had ook een testament. Als executeur had ze de man van een nicht aangewezen. Deze man was echter al meerdere jaren vóór de tante overleden, terwijl ze haar testament daarop niet had aangepast. Het ligt voor de hand dat dan de nicht de volgende executeur zou moeten zijn, maar dat ging gegeven de onderlinge relatie tussen nicht en tante ook niet goed. Dus hebben dan maar de kinderen van de overleden man de nalatenschap geregeld.

Deze zaak ging dan nog min of meer goed, maar de notaris vertelde gisteren van een nog vervelender zaak. Hij was die dag ook bezig met de uitvoering van een testament van een overleden meneer, die in zijn testament had opgenomen dat zijn enige erfgenaam, een met naam en toenaam vermelde dame was, zonder dat in het testament stond welke relatie hij nou met die dame had. Het stel bleek al jaren geleden met veel ruzie uit elkaar gegaan te zijn. Maar de man had het testament onveranderd gelaten. De familie kwam nu verhaal halen. Er was dus niets meer aan te doen. Althans niet door de notaris. Als ik het goed snapte had er wellicht nog iets gedaan kunnen worden, als hij bijvoorbeeld in het testament had vermeld welke relatie hij met haar had. Want als die relatie er niet meer was, dan verviel ook de aanspraak. Nu zullen ze een rechtsgang moeten maken. Wat leren wij hiervan? Dat ik steeds in de gaten moet blijven houden, dat als de situatie wijzigt, ook het testament moet meeveranderen.

Donderdag 23 april 2020.

Intussen ben ik weer enige tijd bezig met het boek ‘De Katharen.’ Na boeken als ‘De Tempeliers’ en ‘De Friezen’, verwacht je weer een boek over de politieke, economische, culturele en militaire opkomst en ondergang van een volk of grote groepering. Maar dat blijkt bij de Katharen, althans dit boek, heel anders te liggen. Weliswaar waren ze zeer aanwezig in Zuid-Frankrijk, zo ze er niet de facto een stuk grondgebied hebben bezet, terwijl ze in andere gebieden, zoals Vlaanderen en het Rijnland ook nadrukkelijk aanwezig waren. Bij benadering: elfde tot dertiende eeuw. In de geschiedenis van de Katharen gaat het er meer om in wat ze geloofden. En dan krijg je een heel ander soort boek. Hoewel het best populair geschreven is, is het onvermijdelijk om de diverse Christelijke leerstellingen die voor, tijdens en direct na hun tijd in Europa heersten door te nemen. Want dan kom je er pas achter wie ze waren en waarom er een einde aan hun tijd kwam. En dan passeert een keur aan soorten ketters de revue: dan worden o.a. besproken: de manicheeërs, de albinenzen, de bogomielen, en de speronisten. De spellingcorrector wil hier steeds Albanezen, homofielen en peronisten van maken. Alleen ‘manicheeërs’ keurt hij goed. Bij elk van die richtingen is er dan natuurlijk ook nog een orthodoxe en een meer vrijzinnige variant. Een belangrijk geloofspunt van de Katharen is dat ze geloofden dat er twee goden waren. Een slechte en een goede. De duivel, die immers ook heel machtig is en kan wat geen mens kan, wordt dan ook beschouwd als een soort god: de slechte uiteraard. De slechte god heeft dan de wereld en de mensen geschapen, want de wereld en de mensen zijn immers slecht. Sommige Katharen meenden dan dat de duivel de eerste zoon van de goede god was en is. Dan is Jezus dus de tweede zoon. De slechte god, de duivel, gaat dan over alles wat stoffelijk is, wat je kunt zien en aanraken, en de goede god gaat dan over het onstoffelijke. Al die richtingen wijken onderling uiteraard op onderdelen weer van elkaar af. Ze hebben allemaal wel iets met elkaar gemeen, dankzij de inquisitie: ze werden uiteindelijk allemaal of bekeerd tot het ware geloof of verdwenen op de brandstapel. In Zuid-Frankrijk zijn er op talloze plaatsen nog herinneringen aan hen te bewonderen. Het boek is nog niet uit. Er komt dus misschien nog meer interessants.

Woensdag 22 april 2020.

Tot mijn verrassing kregen we een brief over de komende huurverhoging per 1 juli a.s. van onze verhuurder. De verrassing was uiteraard niet de brief, want die krijgen we elk jaar, maar de inhoud. ‘In verband met de coronacrisis’ gaat de komende huurverhoging niet in per 1 juli maar per 1 september 2020. Zo maar een gebaar van de verhuurder. De verrassingen zijn de wereld nog niet uit.

En ik heb weer een boek verkocht. Dat drukt me er weer eens op dat ik nog veel meer boeken op die website moet zetten. Ik kom er maar niet toe. En je zou toch zeggen dat ik deze keer genoeg tijd zou moeten hebben. Niet zozeer vanwege de omzet, hoewel dat mooi is meegnomen, maar om boeken kwijt te raken en voor de contacten. Maar vooral: het houdt me scherp.

Dinsdag 21 april 2020.

Het bezwaarschrift is op het nippertje, maar wel net op tijd de deur uit. Opgelucht. Het was niet alleen lastig schrijven, maar ook veel terugzoeken in oude correspondentie en contact opnemen met allerlei mensen en instellingen. Het bezwaarschrift besloeg uiteindelijk 3 kantjes dichtgedrukt, met een stuk of dertig bijlagen. Je zult natuurlijk altijd zien dat als je het even net niet kunt hebben, er meteen diverse mensen om je aandacht vragen. Dat kon dus even niet. Jammer dan. Alles moet zijn tijd hebben. Vanaf vandaag ga ik de opgelopen ‘schade’ wel inhalen.

Maandag 20 april 2020.

Er is op het gewone front niet zoveel te melden. Eigenlijk staat alles in mijn huishouden in het teken van de gewone dingen, behalve dan het huishouden en eten en drinken. Ik ben nog bezig met mijn bezwaarschrift tegen de afwijzing van trapondersteuning door de gemeente Groningen. Dit is echt een tijdvreter, maar ik hoop hem toch vandaag of morgen de deur uit te hebben. Ik ben af en toe bezig met een verkoop van mijn boekensite. En ik ben nog bezig met het wel en wee in dit wijkje. Vragen van mensen beantwoorden en ze zelf ook weer stellen aan onze beheerder. Even een paar dagen druk nu, maar ik ga ervan uit dat ik tegen het eind van de week weer ins rustiger vaarwater gekomen zal zijn.

Zondag 19 april 2020.

Hoe landen de coronacrisis toch verschillend kunnen aanpakken. Je leest er maar weinig over, maar wat je wel via via te lezen krijgt verbaast dan soms wel.

Singapore, bijvoorbeeld met 6 miljoen inwoners, heeft het eerst geprobeerd met de beroemde vrijwillige app, maar zonder lockdown. Toen bleek dat dat niet genoeg hielp, omdat niet meer dan 1 miljoen mensen de app hadden gedownload, is Singapore alsnog overgegaan op een lockdown. Maar inmiddels gaat het minder goed met Singapore. De app is een goed idee, maar niet als het vrijwillig gaat, lijkt hier de boodschap.

Zuid-Korea deed het dan weer heel anders. Die voerden ook snel de app in, maar ik kreeg het idee dat dat niet vrijwillig is gegaan. Want hier werd er wel massaal gebruik van gemaakt, zodat men snel voor heel veel mensen kon vaststellen of men risico liep en werd er contactonderzoek gedaan. Er werd in Zuid-Korea, met grofweg driemaal zoveel inwoners als Nederland, nooit een lock down ingevoerd, dus iedereen kon steeds gaan en staan waar hij wilde, maar men heeft met de app, verplicht naar ik aanneem, en zonder lockdown bereikt dat er tot nu toe slechts 232 mensen zijn overleden, en al dagen af en toe nog een overlijdensgeval (of wellicht ook eens twee) wordt gemeld. Dit is dus blijkbaar de sleutel: snel en intensief gebruik van de app plus contactonderzoek, en dan kan een lock down ook achterwege blijven.

De keus is dus blijkbaar: geen privacy, hetgeen dan duizenden mensen het leven spaart, of wél privacy met 3.500 Nederlandse doden meer. Voor mij zou die keus niet zo moeilijk en zelfs heel erg makkelijk zijn. In Nederland hebben we nog geen app en als die komt staat ons mogelijk het lot van Singapore te wachten. En contactonderzoek is al vrij snel na het begin in Nederland afgeschaft: te veel werk.

Verder gaat hier alles zijn gangetje.

Zaterdag 18 april 2020.

Gisteren had ik dan mijn wekelijkse dagje uit, waarop ik me al zeven nachtjes had verheugd. Het werd een groot succes en het was gezellig. Deze keer was het doel de plaatselijke supermarkt van Jumbo. Het viel me meteen na het verlaten van mijn huis en zodra ik in de bewoonde wereld kwam al op dat er meer verkeer op straat was, dan een week geleden, bij mijn vorige dagje uit met dezelfde bestemming. Zowel voetgangers, fietsers als automobilisten waren duidelijk aanwezig, terwijl het nog maar een week geleden op dezelfde dag uitgestorven was. Wel viel me op dat mensen op straat en in de winkel nog wel vrij goed de ‘social distancing’ beoefenden: steeds met een flinke boog om elkaar heen lopen. Elkaar dan wel vrijwel steeds vriendelijk begroetend, alsof men wil zeggen: ik maak deze omweg niet voor jou/u, maar omdat het verstandiger is. Pas over een week kom ik er achter of dit ook verwatert.

Ik heb mijn hele lijstje kunnen afwerken, en dat was ook voor het eerst. De tas werd toch weer behoorlijk zwaar en ik vroeg me voor het eerst af wanneer de handvatten het gaan begeven. Bij thuiskomst en bij het uitpakken pas begon ik me te realiseren wat ik toch nog vergeten was. Die artikelen stonden dan ook niet op mijn lijstje, maar niets kan niet een weekje wachten.

En meteen begon weer een nieuwe periode van zeven nachtjes slapen, waarvan ik er op dit moment alweer eentje heb gehad, voor mijn volgende dagje uit.

Vrijdag 17 april 2020.

Juist omdat ik de laatste tijd zo weinig beweging heb, matig ik mij steeds meer met het eten. Anders zou ik helemaal dichtgroeien. En overgewicht kan de laatste tijd erg gevaarlijk zijn, heb ik begrepen. Ontbijten doe ik niet of met cruesli en lunchen met slechts één doorgaans goed belegde boterham. Ik wil wel eens uitschieten met het avondeten, maar dat komt dan omdat bij de super zo vaak geen eenpersoonsportie van iets te koop is, en dan wordt het meteen veel te veel voor mij alleen. Dus dat compenseer ik dan door er, als het kan twee dagen over te doen, of de volgende dag iets heel kleins te nemen. Gisteravond was dat dus een klein blikje paddestoelensoep en verder niks. Snoepen tussendoor doe ik ook al vrijwel niet. Snoep en snacks zijn bij mij, als ik ze al eens heb, typisch impulsaankopen. Maar nu ik slechts eenmaal per week de boodschappen haal, werk ik vlot mijn lijstje af en wil dan weer zo snel mogelijk buiten staan. In die tijd komen er dan bij mij geen impulsen van enige betekenis vrij.

Het boek “De Friezen” van Luit van der Tuuk, heb ik inmiddels uit. Het gaat daarbij niet alleen over de (voormalige) bewoners van het huidige Friesland. Toen de Romeinen plm 50 voor Christus onder Julius Caesar in onze streken aankwamen, stopten ze bij de Oude Rijn. Die liep toen overigens van ‘Arnhem’ via Utrecht, Woerden, Leiden en Katwijk naar de Noordzee. De stammen die aan de andere kant van de Rijn woonden noemde Caesar al ‘Friezen’, al waren er ook Cananefaten (Zuidwest-Nederland) en Bataven (Oost-Nederland). Later probeerden de Romeinen ook het gebied ten noorden van de Rijn te veroveren, met de bedoeling tot aan de Elbe te komen. Dat plan gaven ze later weer op. Ook de Merovingen (481 – 751) bemoeiden zich niet met het gebied benoorden de Oude Rijn, en pas de Karolingen (751 – 987) gingen weer de Oude Rijn over en kregen het toen aan de stok met de Friezen. De Friezen bewoonden dus vooral een brede kuststrook van het tegenwoordige Zuid- en Noord- Holland, Friesland en Groningen, Duitsland tot in Denemarken toe. Het duurde tot in de twaalfde eeuw voordat ze allemaal waren bedwongen. Het probleem van de Friezen uit die hele lange tijd van meer dan duizend jaar was dat ze geen schrift hadden. Er is geen enkel geschreven bericht van hen bekend. We moeten dus hun hele geschiedenis reconstrueren met wat anderen over hen te vertellen hadden en van archeologische opgravingen. Een interessant boek.

Gisteren dus begonnen met het boek ‘De Katharen’ van John van Schaik. Zij waren er grofweg van 1150 – 1244 en vooral in Zuid-Frankrijk. Daar hebben ze tot vandaag veel sporen achtergelaten. Ze waren wel Christenen, maar ze hielden er wel heel aparte opvattingen op na. De ‘gewone’ Christenen van de die tijd noemden ze ketters. En ongetwijfeld ook vice versa.

Een voorval uit dit boek. Bisschop Bonifatius, dezelfde als degene die in 754 bij Dokkum werd vermoord, toen hij tevergeefs probeerde de Friezen te kerstenen, schreef in 746 een brief waarin hij zich beklaagde over een priester die doopte in de naam van patria, filia et sanctus spiritus. Nu ben ik geen latinist, maar ik zag wel meteen dat dit niet klopte. Er staat nu dus dat hij doopte in de naam van het vaderland, de dochter en de Heilige Geest. Dat moest natuurlijk zijn: in de naam van pater, filius et spiritus sanctus.

Donderdag 16 april 2020.

Ook gisteren was het nog een keer: eieren troef. En daarmee kwamen mijn paasfeesten voor dit jaar tot een einde.

Ik las een artikel van en over een Amerikaanse wiskundige. Hij verklaarde geen viroloog te zijn, maar dat je volgens hem met wiskundige formules het hele verloop van de Coronacrisis kon uitrekenen. Volgens hem is de crisis na 40 dagen op zijn hoogtepunt en is na 70 dagen alles weer voorbij. Ik voel daar wel een beetje in mee. Op de speciale pagina over de huidige crisis meer details.

Gisteren voor het eerst in weer jaren zelf kroketten gemaakt.

Op de pagina ‘eten en drinken’ meer details. Daar heb ik deze dagen ook een artikel geplaatst over de diverse soorten cruesli.

Woensdag 15 april 2020, Vierde Paasdag.

Op Derde Paasdag, gisteren dus, heb ik mijn eerste ei van het paasfeest van dit jaar gegeten. Plus o.a. zelf gebakken croissantjes, jams en lekkere slaatjes van de topgroenteboer. Waarschijnlijk ga ik vandaag, op Vierde Paasdag, nog in de herkansing. Dan hebben alweer een succesvol Pasen gehad.

Verder kwam ik er achter dat bij het CBG het verstrekken van persoonskaarten en persoonslijsten stilligt vanwege de coronacrisis. Het enige dat blijkbaar doorloopt zijn de vaste abonnementen hierop, voorzover die per e-mail worden afgehandeld. Blijkbaar kan dat op afstand worden geregeld. Ik zie overigen niet in, waarom dan een heel kantoor moet worden stilgelegd, hetzelfde dat ik bij De Woonbond tegenkwam. Als iemand in zijn eentje op kantoor is, of in elk geval een eigen ruimte heeft, kan hij toch geen anderen besmetten of zelf besmet raken? Maar misschien zie ik het te simpel. Dat is dus een tegenvaller, want nu ligt ook deze hobby van mij weer stil, net nu ik hem weer had opgestart. Of ik moet het rigoureus gaan aanpakken. Dan moet ik een lijst maken van alle aanvragen die ik heb gedaan, zodat ik achteraf kan checken of ik alles dan wel binnen heb gekregen, als het weer opstart. Ik moet eens gaan nadenken hoe ik dit ga aanpakken. Nadeel is natuurlijk wel dat ik t.z.t. als het werk daar weer wordt opgepakt, ik veel uitslagen terugkrijg, met de bijbehorende rekeningen. Jammer, maar dat zal ik ook wel weer overleven.

Dinsdag 14 april 2020, Derde Paasdag

De Pasen zijn in heel Nederland weer voorbij, maar niet bij mij thuis. Ik heb zelfs nog geen enkel ei gegeten, hoewel ik er meer dan voldoende van in huis had en heb. Ik had veel te veel lekkers in huis gehaald en aangezien matiging een belangrijke eigenschap is, heb ik het Paasfeest dus deze keer over meerdere dagen verspreid. Vandaag vier ik dus mijn derde Paasdag. Met voor het eerst deze Pasen enkele eieren, enkele vers gebakken lekkere croissantjes en allerlei ander lekkers. En dan heb ik nog genoeg over om morgen nog een vierde Paasdag te gaan vieren. Het avondeten houd ik dan op beide dagen simpel: aardappels, een groente en bijvoorbeeld een bal gehakt. Of een speklapje. Anders kom ik toch weer teveel aan en matig ik onvoldoende. Zoals het er nu naar uit ziet, zal ik dan vanaf donderdag weer gewoon mijn maaltijden gebruiken.

Maandag 13 april 2020, Tweede Paasdag.

Achteraf is gebleken dat ik voor het correct vieren van de Paasdagen veel te veel aparte dingen in huis heb gehaald. Ik kan zo wel vier Paasdagen vullen, en ik heb dus besloten het Paasfeest dit jaar met tenminste twee dagen te verlengen, dus een derde en een vierde Paasdag toe te voegen aan de kalender. Daar heeft verder niemand last van, dus dat moet maar kunnen. Ik kom in elk geval de komende week niets te kort.

Verder vond ik het nog te koud om mijn achterplaatsje weer eens grondig onder handen te nemen, want dat wordt weer eens tijd. Bovendien is het één van de weinige plekken waar ik geheel onbeschermd en ongeremd kan verblijven, dus daar wil ik dan ook wel eens gebruik van gaan maken. Ik moet nog even geduld hebben.

Gisteren had ik weer eens mijn topfavoriete soep. Een verpakking meukvrije bottenbouillon en daaraan toegevoegd wat draadjesvlees, een beetje soepgroente en tenslotte enkele ‘betere’ tomaten, zoals de Tasty Tom van Albert Heijn. Bij bijna elke hap zeg ik dan weer: ‘wat is dit toch een heerlijk maaltje.’ Dit is echt genieten.

Zondag 12 april 2020, Eerste Paasdag.

Dat was dus weer een boodschappendag. En gelukkig hoefde ik me deze keer niet ongans te sjouwen. Vorige week had ik blijkbaar alle ‘gewichtige’ boodschappen voorlopig weer in huis gehaald en dat hoefde niet meteen nog een keer. Hoewel Groningers toch wel een gehoorzaam volkje zijn, liep ik tegen een eigenaardigheid aan, die diverse van mijn (voor)oordelen weer helemaal bevestigden. In een gang in de super bij de diepvries hadden drie winkelende dames elkaar gevonden. Ze voerden met elkaar een geanimeerd gesprek en ze moesten ook regelmatig lachen. Probleem was natuurlijk met drie karretjes en drie personen vlakbij elkaar dat niemand er meer langs kon, en er een ware file achter deze dames ontstond. Na enige minuten stonden er ook achter mij wachtende mensen met hun karretje, zodat ik letterlijk niet meer voor- of achteruit kon. Het bleef heel gezellig bij de drie dames vooraan, want het duurde toch wel een tijdje totdat alle nieuwtjes van de dag voldoende waren uitgewisseld. Ik kon het geduld niet langer opbrengen. Ik liet dus – net als anderen in de rij – mijn karretje staan en ging zonder karretje alvast de dingen die ik wilde hebben bij elkaar sprokkelen. Dan zou ik wel als laatste de afdeling diepvries bezoeken, waar ik ook iets uit nodig had, als de dames helemaal klaar waren met hun gesprek. Helemaal aan de andere kant van de winkel werd ik aangesproken door een medewerker van de winkel. Waarom ik niet met een karretje winkelde, want dat was verplicht. Ik maakte verontschuldigingen en vertelde de reden. Hij ging meteen naar de afdeling diepvries, maar of de dames daar toen nog stonden heb ik niet meegemaakt. Toen ik weer bij mijn karretje was, was de file inmiddels opgelost. De dames waren klaar met hun gesprek of ze waren weggestuurd.

Een van mijn (voor)oordelen is dat vrouwen over even weinig empathie beschikken als mannen. Bij verreweg de meeste mannen en vrouwen is het verschijnsel volgens mij zelfs totaal afwezig. Die ervaring haal ik uiteraard uit dat stijve been van mij, waarvan ik bijna nooit heb meegemaakt dat een omstander, vrouw of man, daar ooit rekening mee hield. Bij een etentje, een geplande wandeling, of allerlei andere activiteiten. Terwijl de organisatoren mij en mijn handicap heel goed kenden. Een mens is blijkbaar niet bij machte – een zeer zeldzame uitzondering daargelaten – om zich te verplaatsen in een ander. Die drie vrouwen hadden het een flinke tijd heel gezellig met elkaar in die winkel en ze vroegen zich geen van drieën ook maar een seconde af waarom zich achter hen een enorme file ontwikkelde. Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken, is het feitelijke motto van heel veel mensen.

Ik zie het bijvoorbeeld ook aan het voetpad bij mij voor de deur, waar langs veel oude mensen wonen. Op een voetpad is het verboden te fietsen, maar ik zie het iedereen doen. Ook brommers en motoren rijden er af en toe. Zelfs vaders en moeders met kinderen doen het heel regelmatig. Die ouders leren hun kinderen dus dat in het leven alleen jijzelf belangrijk bent. Motto is: als jij je zin maar krijgt. Wat anderen daar voor last van hebben is voor jou geen probleem. Intussen moeten de oudjes met hun rollators voortdurend oppassen en uitwijken. Dat er nog geen ongelukken gebeurd zijn is meer geluk dan wijsheid.

Zaterdag 11 april 2020.

Alles verliep weer volgens plan. Van de Mattheus Passion zal ik nooit genoeg krijgen. Ik weet nog dat ik als net begonnen voortrekker, dus het moet in april 1966 geweest zijn, voor het eerst de Mattheus Passion bijwoonden, gegeven in de Grote of St. Jacobskerk te ‘s-Gravenhage. Ik vond het een verschrikking. Urenlang naar muziek luisteren, waarvan ik geen noot begreep. Hoewel mijn moeder steeds een groot liefhebster zei te zijn van klassieke muziek, stond er eigenlijk nooit klassieke muziek op. We hadden wel radiodistributie en later ook nog tv. Ze was een fan van Maria Callas, en van Edith Piaf. Twee totaal verschillende zangeressen. We zaten urenlang op van die houten kerkstoeltjes en dat is niet echt mijn favoriete soort zitplaats, om het maar eens mild te formuleren. Die eindeloze herhalingen van muziek waar ik nog nooit iets mee te maken had gehad. Ik was blij en opgelucht toen het voorbij was. Zowel lichamelijk een wrak als geestelijk murw gebeukt. Toch zijn we een jaar later opnieuw gegaan en meteen die tweede keer al herkende ik al stukken van vorig jaar en was het ook niet zo’n bezoeking. Was dit in Diligentia? Daar zaten we dan ook op theaterstoelen met een pluchen bekleding. Dat zat natuurlijk een stuk prettiger. Het kan ook zijn dat we eerst naar Diligentia gingen en een jaar later naar De Grote Kerk. Pas bij de derde keer kon ik hele stukken echt waarderen en al tientallen jaren vind ik de Mattheus de mooiste muziek die er ooit gemaakt is. Gisteren kreeg ik opnieuw bij ‘Erbarme Dich’ de tranen in mijn ogen.

Vrijdag 10 april 2020.

Goede Vrijdag. De traditionele uitvoering van de Mattheus Passion van J.S. Bach. Die sla ik al sinds vele jaren eigenlijk nooit over. Deze keer keer geen live-uitzending, want de circa 100 uitvoeringen zijn allemaal afgelast vanwege de Covid-19 pandemie. Dus op de TV krijgen we een ingeblikte versie. Ik zal het verschil vast niet merken. Die Mattheus is wel een tijdvreter. Dan moet ik vandaag ook nog boodschappen doen, dus ik heb het voor mijn doen in deze tijd behoorlijk druk.

Donderdag 9 april 2020.

Langzaam maar zeker ben ik doende mijn gedrag te veranderen. Het zit hem in kleine dingen: ik was meer dan eerder: vesten, truien, broeken en kleedjes bijvoorbeeld. Het opsta- en aankleedritueel. Waarom zou ik na het douchen deodorant gebruiken, als ik de rest van de dag helemaal niemand meer tegenkom? Ik ruik absoluut niet dat ik stink, en warm wordt het in mijn huis met de tegenwoordige isolatie ook niet meer. Dat gedeo is alleen maar macht der gewoonte, uit de tijd dat ik wel elke dag wel onder de mensen kwam. Wassen en tandenpoetsen hebben wel hun functie, meer dan anders zelfs, vanwege het stoppen van de tandarts en de noodzaak je tegen besmetting te beschermen. Alleen voor de kapper moet ik nog iets bedenken. Het menu verandert ook langzaamaan. Ik probeer nog meer dan anders genoeg afwisseling en ook genoeg vitamines en mineralen binnen te krijgen. Toch probeer ik mijn lichte overgewicht nog iets terug te brengen, omdat het Covid-19 virus blijkbaar dol is op mannen met overgewicht. We redden ons wel. Voorlopig voel ik me nog steeds pico bello.

Woensdag 8 april 2020.

Heb toch maar besloten niet naar Duitsland te gaan. Het mag blijkbaar wel, maar wordt ontraden. Elke keer dat – de laatste jaren zelfs – ik met de trein aankwam in Weener, stonden er politiemensen te kijken wie er uitstapte. Dat was al lang voor deze coronacrisis. Als dan de trein leeg was vertrokken ook de agenten weer. Ik vroeg me wel steeds af of ze niets beter te doen hadden, of dat ze echte treinterroristen wilden opvangen, of zo. Ze zullen er dus deze keer zeker ook staan en ik zie me al in discussie gaan met ze. Ze zullen me vast wel doorlaten, maar ik heb geen zin in gedoe. Dan moet ik over een week of zes nog kiezen op welke koffie ik dan overga. Dus de ernstigste gevolgen van deze crisis voor mij persoonlijk zijn dus ten eerste: vrijwel meteen geen supernootjes meer. Dat heeft dus nootjesdeficiëntie tot gevolg. En nu dus het tweede gevolg: over een week of zes niet meer mijn favoriete koffie. Het zijn zware gevolgen, geef dat maar toe.

Dinsdag 7 april 2020.

Dat was een dag met verwarrende berichten over de toegang tot Duitsland. Eerst het bericht dat de Duitse Minister van Binnenlandse Zaken, Seehofer, heeft voorgesteld om de grenzen met Nederland nu ook te sluiten, vanaf aanstaande vrijdag. Aangezien ik nog maar een kilo koffie heb, betekent dat dat ik dezer dagen toch nog een keer boodschappen in Duitsland moet gaan doen. Later de mededeling van kanselier Merkel, dat Nederland voor Duitsland economisch te belangrijk is om dat te doen. Het blijft dus bij een oproep niet te komen en quarantainemaatregelen. Zowel merkwaardig als begrijpelijk. Een groot deel van de Duitse groente- en fruitconsumptie komt uit Nederland. Je moet er niet aan denken dat er lange rijen vrachtauto’s met bederfelijke spullen voor de grenzen komen te staan. Aan de andere kant: de Duitse grenzen met de meeste andere buurlanden zijn wel vooral gesloten: met Denemarken, Luxemburg, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Tsjechië. Alleen Nederland, België en Polen waren uitgezonderd. Ook de grens met België wordt nu niet afgesloten, hoewel ik me niet zo snel voor de geest kan halen wat zo belangrijk voor Duitsland is aan België. De chocola? De frieten? Over Polen wordt in de media niets bericht. Ik begreep en begrijp ook al niet wat er aan Polen voor Duitsland zo belangrijk is. Zelfs kan ik geen voorbeeld bedenken. Enfin. We gaan toch maar dezer dagen nog een keertje naar Weener. En we zien wel wat we dan tegenkomen.

Maandag 6 april 2020.

Gisteren heb ik voor het eerst dit jaar weer eens groot deel van de dag de achterdeur open gehad. Met hordeur natuurlijk. Ik heb geen zin in nog een muizenplaag. Nog los van de vraag of deze beesten ook niet drager kunnen zijn van virussen of andere ziekteverspreiders.

Er zijn eindelijk enkele heel voorzichtige signalen dat we in enkele landen kleine lichtpuntjes zien bij de ontwikkeling van de huidige coronaplaag. Zie voor de details mijn aparte pagina Op deze website Nieuws voor Nederland …… Daar ontleed ik het nieuws hierover en relativeer zaken of schets ze duidelijker dan soms in koppen van kranten staat. Ik ben geen viroloog of dokter, maar ik heb al een leven lang een grote liefde voor cijfers. Ik zie zaken aan cijferreeksen die anderen niet opvallen. En de conclusies die ik er dan uit trek zijn soms tegengesteld aan die van de deskundigen, die dan wel verondersteld worden op hun vakgebied deskundig te zijn, maar een minder goed gevoel hebben voor de ontwikkeling van cijferreeksen. Ik heb hiermee bijna altijd gelijk.

Zondag 5 april 2020.

Zaterdagmiddag ben ik nog naar Oosterhaar geweest voor nog wat ‘vergeten’ boodschappen. Daar zaten deze keer o.a. frituurvet (al gauw enkele kilo’s), geen primaire levensbehoefte, wel makkelijk, wijn (nog lang niet op, maar af en toe aanvullen kan geen kwaad) en een zak aardappels bij, alsmede enkele heerlijke artikelen van onze supergroenteboer. Het werd toch weer een enorme sjouwerij. Al binnen honderd meter begon ik me af te vragen of ik nu toch echt niet teveel hooi op de vork had genomen. Ik heb het gehaald, maar ik was compleet gesloopt. Het duurde de nodige uren voordat ik was uitgehijgd was en ook weer normaal aanspreekbaar was. Nu kan ik er echt wel weer een hele tijd tegen en kom ik het huis niet meer uit, tenzij voor een echt heel kleine boodschap.

Mijn huisje zag er weer keurig uit, nadat mijn hulp geweest was. Ik betrap mezelf erop dat ik nog altijd steeds ‘fanatieker’ wordt bij het schoonhouden van mezelf en mijn huis. Overal met doekjes achteraan en veel handen wassen. Nog vaker dan ik toch al deed doeken en doekjes, sponsjes en borsteltjes vervangen of wassen. Vaker een nieuwe toiletborstel en afwasborstel. Topprioriteit is nu toch wel dat ik deze periode wil overleven. Al het overige is daaraan ondergeschikt.

Voor het eerst asperges gegeten.

Zaterdag 4 april 2020.

Sinds een dikke week heb ik gisteren weer eens boodschappen gedaan. Bijna alleen bij de Jumbo, hoewel ik ook een nieuwe toiletborstel bij Blokker heb gekocht. Die toiletborstels, heb ik onlangs me voor het eerst gerealiseerd, zijn toch een bron van allerlei bacteriën en andere viespeukerij. Ik maakte hem nooit echt schoon, al zou ik ook niet weten hoe dan. Ik deed vaak vele jaren met dezelfde toiletborstel en alleen als hij kapot ging of echt niet meer toonbaar was kocht ik wel eens een nieuwe. De nieuwe van gisteren is al de derde in een jaar. Ik heb ook het idee dat ik ze steeds sneller vervang. Ik heb ook geen idee hoe vaak je je toiletborstel moet vervangen of hoe je hem anders schoon kunt maken.

Bij de Jumbo waren er weer enkele kleine procedures veranderd, ten opzichte van vorige week. De winkelwagentjes staan nu allemaal in de winkel in plaats van buiten en gebruiken niet meer de muntslotjes. Blijkbaar is dat ook een bron van smerigheid, zoals alle geld. Elk weer ingeleverd karretje wordt meteen door een hulpsinterklaas gereinigd, zodat iedere klant met een schoon wagentje winkelt. Aangezien het bepaald niet druk was, aan het eind van de morgen, was het ook simpel om de voorgeschreven anderhalve meter afstand tot een ander mens in acht te nemen. Het werd toch weer een enorme sjouwpartij.

Vrijdag 3 april 2020.

De reactie op de vraag over de puntentelling van onze woningen bleek per post te zijn gestuurd en te liggen op het kantoor van De Woonbond, waar niemand bij kan als gevolg van de coronacrisis. Daar kunnen we dus niet mee verder. Hoe de merkwaardige verhuizingen van onze club eerst naar Zuidlaren en daarna naar Assen gingen, kon niet worden opgehelderd. Maar zal worden gecorrigeerd naar het oorspronkelijke adres waar onze club al vele jaren staat geregistreerd. En dan maar weer opletten dat we niet per ongeluk opeens opnieuw verhuizen, zonder dat we dat weten.

Mijn favoriete commentator is, zoals ik al vele malen heb betoogd, Amir Taheri. Vooral zijn vele beeldspraken verrassen me telkens weer. Vanmorgen had hij weer zo’n geweldig commentaar. Het ging over afspraken met Iran, maar het kan over ontelbare andere afspraken ook gaan. Citaat:

The trouble with all this is that we have already been there, done that and bought the t-shirt. 

Vooral de toevoeging ‘and bought the t-shirt’ is dan weer zo’n verrassing. Leuk wel.

Donderdag 2 april 2020.

Dat was nog maar weer een keer een dagje thuis. Ik heb onder andere ’s morgens de technische briefing van het RIVM en anderen over het coronavirus op de tv gevolgd, alsmede in de middag de Kamerbehandeling daarvan. De Kamerbehandeling werd op Nederland 1 abrupt, midden in een zin van een spreker, afgebroken. Details en mijn mening hierover op de aparte pagina elders op deze website.

De consulent van De Woonbond heb ik nu inderdaad bereikt: hij werkte thuis. Ik wilde twee dingen weten: heb je al een reactie van onze beheerder over de puntentellingskwestie? Antwoord: Heb je die dan niet ontvangen? Ik weer: nee. Reactie: ik zal hem je alsnog opsturen. Mijn tweede vraag: hoe komt het dat onze club door jullie eerst verhuist is naar Zuidlaren is, en na mijn commentaar daarop nu in Assen blijkt te zijn gevestigd. Reactie: zwijgen. Ik moet dat nagaan bij onze ledenadministratie. Je hoort er meer van.

Mijn commentaar: wat moet het een chaos zijn bij de Woonbond. Werkelijk alles loopt er administratief en organisatorisch fout. Bovendien geloof ik niet dat iemand bij de ledenadministratie spontaan ons adres heeft veranderd in een adres in Assen. Daar heeft hij of zij een opdracht voor gekregen. Maar van wie?

Woensdag 1 april 2020.

Het wil nog maar geen voorjaar worden. Als ik het goed snap kan vanaf zondag de achterdeur, met hor natuurlijk, weer eens open. Voor de broodnodige frisse lucht.

’s Morgens nog gepoogd contact te leggen met de consulent van De Woonbond, die telefonisch in gesprek was en bleef. Ik zou worden teruggebeld. Maar dat gebeurde dus niet. Er zijn blijkbaar mensen die het in deze barre tijden ontzettend druk hebben. Alleen bij een huurdersbond kan ik me er niet zoveel bij voorstellen. Vandaag nog maar weer eens proberen. Ook op het CBG moet ik nu al voor de derde week wachten op de aangevraagde persoonskaarten. Blijkbaar hebben die het ook razend druk. Dat begrijp ik dan beter. Veel mensen zitten werkeloos thuis en pakken hun hobby weer op. Ook hier maar weer lijdzaam afwachten. Het komt wel een keer.

Maandag 30 maart 2020.

Op twee manieren ben ik lid van De Woonbond, de landelijke belangenbehartiger van huurders. Via De Woonplaats in Twente/de Achterhoek en via mijn clubje waar ik woon. Ik heb door de jaren heen geen hoge pet op gekregen van deze club. De kwaliteit van de adviseurs is heel wisselend, om het maar eens positief te formuleren. Maar vooral de administratie maakt nogal wat fouten. Enkele weken geleden was ik al eens verrast – ja tóch – dat in een – tevoren afgesproken en overeengekomen – brief van De Woonbond aan onze beheerder in Assen in de definitieve versie het plots ging om onze Stichting, die gevestigd zou zijn in Zuidlaren. Hoe komt men daar nou toch bij? Op een kritische brief daarover kwam geen enkele reactie. Vervolgens stuurt onze beheerder, gevestigd te Assen, aan hen geadresseerde post door die voor ons bestemd was, afkomstig van De Woonbond. Dit kan toch niet zo moeilijk zijn? In onze naam, komt de vestigingsplaats, Haren, voor. De multiplechoicevraag is dan: waar is deze stichting gevestigd?

a. Zuidlaren.

b. Assen.

c. Haren.

De Woonbond heeft de eerste keer de keuze gemaakt voor antwoord a., bij de tweede poging viel hun keus op antwoord b. en aan de derde poging is men nog niet toegekomen. Ben erg benieuwd welke keus men bij de derde poging maakt. Wat is hier nu aan de hand? Het is in mijn ogen ook weer een kwestie van werving en selectie. De mensen of in elk geval tenminste één persoon die met deze administratie bezig is, is totaal ongeschikt voor deze baan en niemand heeft het blijkbaar door.

Zie de pagina “2020” of de pagina ‘Overpeinzingen, deel 2’ voor oudere berichten.