Blog

Dinsdag 31 maart 2020.

Er is toch weer het een en ander uit mijn handen gekomen en heb ik dingen gedaan, maar erg veel stelde het niet voor.

Ik had contact met mijn notaris voor een akkefietje en ik heb afscheid genomen, op gepaste afstand natuurlijk, van de hulpverlenersgroep rondom mijn voormalige buurvrouw, die nu haar huis heeft overgedragen. Als ik me niet heb vergist zag ik dezelfde middag nog mogelijke nieuwe bewoners een kijkje nemen. Ben toch blij dat ik niet meer werkzaam ben. Zelfs het gaan naar een winkel bevalt me eigenlijk al niet. Ik broed er nog op om het voortaan maar thuis te laten bezorgen, maar de grote supers zitten nu wel vol met bezorgklussen. Ik blijf het maar volgen tot zich een kans voordoet.

Voor het eerst zag ik vanmorgen nu zelf dat de cijfers voor Nederland eindelijk wat minder negatief zijn. Maar één zwaluw maakt natuurlijk nog geen zomer. Zie verder de aparte coronapagina op deze site. Vanavond mogelijk nieuwe maatregelen van de regering.

Maandag 30 maart 2020.

Op twee manieren ben ik lid van De Woonbond, de landelijke belangenbehartiger van huurders. Via De Woonplaats in Twente/de Achterhoek en via mijn clubje waar ik woon. Ik heb door de jaren heen geen hoge pet op gekregen van deze club. De kwaliteit van de adviseurs is heel wisselend, om het maar eens positief te formuleren. Maar vooral de administratie maakt nogal wat fouten. Enkele weken geleden was ik al eens verrast – ja tóch – dat in een – tevoren afgesproken en overeengekomen – brief van De Woonbond aan onze beheerder in Assen in de definitieve versie het plots ging om onze Stichting, die gevestigd zou zijn in Zuidlaren. Hoe komt men daar nou toch bij? Op een kritische brief daarover kwam geen enkele reactie. Vervolgens stuurt onze beheerder, gevestigd te Assen, aan hen geadresseerde post door die voor ons bestemd was, afkomstig van De Woonbond. Dit kan toch niet zo moeilijk zijn? In onze naam, komt de vestigingsplaats, Haren, voor. De multiplechoicevraag is dan: waar is deze stichting gevestigd?

a. Zuidlaren.

b. Assen.

c. Haren.

De Woonbond heeft de eerste keer de keuze gemaakt voor antwoord a., bij de tweede poging viel hun keus op antwoord b. en aan de derde poging is men nog niet toegekomen. Ben erg benieuwd welke keus men bij de derde poging maakt. Wat is hier nu aan de hand? Het is in mijn ogen ook weer een kwestie van werving en selectie. De mensen of in elk geval tenminste één persoon die met deze administratie bezig is, is totaal ongeschikt voor deze baan en niemand heeft het blijkbaar door.

Zondag 29 maart 2020.

Mijn huis is weer eens opgeknapt en schoongemaakt. Hoe lang nog? En er komt nog altijd niet veel uit mijn vingers.Toch moet er wel wat gebeuren, omdat ik nog diverse onafgemaakte zaken heb liggen.

Zaterdag 28 maart 2020.

Alweer een rustig en klachtenvrij dagje. Ik moet nog iets verzinnen als het gaat om lichaamsbeweging. Dat moet ik toch ook maar in een bepaald dagritme gooien, maar ik ben er nog niet uit hoe dan. Ook om me heen is het superrustig. Zelfs de fietsers op ons voetpad, waar ik me zo vaak aan heb geërgerd, zijn er nu niet meer. Zo zie je maar weer: elk nadeel heb zijn voordeel. Ik kom er alleen nog maar uit om lege potten en flessen weg te werpen en de container weg te zetten, als hij aan de beurt is.

Vrijdag 27 maart 2020.

Gisteren kwam er een mooi gedrukt kaartje in de brievenbus. Het duurde even voordat ik doorkreeg wat dit nu betekende en ik moest er ook een website voor opzoeken. Het gaat om een initiatief van een aantal plaatselijke ondernemers, die het mogelijk maken dat je je boodschappen thuis krijgt afgeleverd. Dan wordt er aangebeld, gaat de bezorger twee meter naar achteren, en maakt een foto van je met de boodschappen. Als bewijsmiddel. Ik snap het wel. Als je hebt gezien hoe uitgestorven de straten hier zijn, dan kan het niet anders of middenstanders moeten dat fors in hun omzet merken. En ik moet ook bekennen dat ik meteen sterk overwoog om er maar gebruik van te gaan maken. De grote supers doen uiteraard niet mee, want die hebben hun eigen bezorgdiensten, maar wel de Ekoplaza. Jammer alleen dat ze bij Ekoplaza allemaal onbekende producten voeren, waarvan je ook niet kunt kijken wat er precies in zit. Uit ervaring weet ik dat er in deze producten ook rommel zit waar ik niet tegen kan, maar dan zou het maar weinig zijn. De slager zit erbij, maar ik heb mijn vriezer nog barstensvol met spullen van de meukvrije slager. Maar tegen de tijd dat dat opraakt ga ik daar wel bestellen. Er zijn nog veel meer winkels hierbij betrokken, maar ik heb op korte termijn geen kinderkleding, juwelen, slijterijspullen en zeer bijzondere kazen nodig. Ik houd het zonder deze spullen nog heel lang uit.

Donderdag 26 maart 2020.

Dat was inderdaad een avonturenrijke dag, gisteren. Op slag van negen uur de deur uitgegaan voor mijn eerste wandeling naar de Jumbo in het centrum. Wat onmiddellijk opviel was dat de straten, ook het winkelgedeelte, compleet uitgestorven waren. Voetgangers heb ik tot aan de ingang van de Jumbo helemaal niet gezien, misschien twee fietsers en minder dan tien auto’s in een wandeling van een kwartiertje grotendeels door een winkelstraat. Er waren wel winkels open, andere gesloten, maar klanten heb ik er niet gezien. Bij de Jumbo aangekomen was het eerste dat opviel dat bij de ingang een wastafel was gemonteerd, met zeep en droogdoekjesautomaat: iedereen moest verplicht handen wassen, voordat hij of zij naar binnen mocht. Het was binnen rustig. Meer dan een stuk of tien klanten waren niet tegelijk binnen. Nog altijd waren er geen navullingen Dettol te koop, en deze keer waren ook de speklapjes uitverkocht. Alle andere spullen waren gewoon te koop. Mijn tas was bijna ondraagbaar, zo vol als hij was. Heel langzaam sjokkend ben ik terug naar huis gegaan.

Zodra alles was weggezet ben ik de deur weer uitgelopen, deze keer op weg naar de bushalte. Ik moest een bankenveloppe bij mijn zoon in Groningen-Zuid afgeven. In de bus zaten drie andere personen, afgezien van de chauffeur. Na enkele haltes moest ik er uit en moest ik dan de rest naar mijn zoons huis lopen. Ik koos een route met zo breed mogelijke wegen, zodat ik eventuele tegenliggers ruim kon passeren. Maar ook bij deze wandeling, van een klein half uurtje, heb ik geen enkele wandelaar gezien. Zelfs het uitlaten van de hond was blijkbaar afgeschaft. Fietsers niet meer dan een handjevol, auto’s ook heel weinig. Je kon makkelijk op deze ontsluitingswegen zwalkend op de rijweg gaan lopen, zonder kans op een ongeval. Een ware spookstad. Bij het huis van mijn zoon aangekomen heb ik de enveloppe in zijn brievenbus gedaan. Zijn huis ligt vlakbij het station Groningen Europapark en ik kwam mooi op tijd om de trein naar Haren, één halte, vier minuten reistijd, te nemen. In de trein waren ook niet meer dan vier mensen, exclusief de conducteur en de machinist.

Aangekomen op station Haren besloot ik toch ook nog maar even naar de andere Jumbo te lopen om nog zaken die ik nog vergeten was mee te nemen, plus een bezoek aan onze supergroenteboer aldaar. Ook bij deze Jumbo was het verplicht de handen te wassen, voor het naar binnen gaan. En was het zo rustig als bij de eerste. Met toch weer een halfvolle tas weer naar huis gelopen. En opnieuw ben ik vrijwel niemand lopend tegengekomen. Tegen half één was ik weer thuis. Heb de spullen weggezet, heb mezelf helemaal uitgekleed en alle kleren in de wasmachine gedaan. Ikzelf onder de douche. Het was toch wel vermoeiend geweest. Dat vele thuiszitten zorgt er wel voor dat mijn conditie fors achteruit is gegaan. Onder de douche stond ik bijna te wankelen. Na schone kleren te hebben aangedaan, languit op de bank gaan liggen. Met enig eten voor de lunch.

Ik heb nu alles voor wel veertien dagen in huis, en ook daarna kan ik me nog een tijdlang redden.

Woensdag 25 maart 2020.

Alweer een dag en opnieuw een dag zonder veel vooruitzichten dat we nu de goede kant opgaan. Het wordt zo wel een hele zit, maar we komen er wel. Vandaag ook weer een dag voor boodschappen. Ben benieuwd wat ik allemaal ga meemaken.

Dinsdag 24 maart 2020.

Inmiddels ben ik begonnen met het boek van Luit van der Tuuk over de Limes in de Lage Landen. Van deze Van der Tuuk heb ik wel meer boeken gelezen en ze verrasten me steeds door hun overtuigende uiteenzetting, ook als dat afweek van de gangbare zienswijze. Nu ben ik nog maar pas begonnen in dit boek, maar bij mijn weten is er in het huidige België geen sprake geweest van een Limes. Dat waren immers Romeinse grensversterkingen langs de (Oude) Rijn. En zover ik weet stroomt de Rijn niet door België, ook toen niet. Maar goed, we gaan het allemaal nog lezen. Wie weet.

Het is natuurlijk maar een dooie boel, maar ik mijd toch met veel overtuiging zoveel mogelijk externe contacten. En ik verveel me ook niet. Maar veel spannends maak ik zo ook niet mee.

Maandag 23 maart 2020.

Het boek Konvooi Door Het IJs van William Geroux heb ik intussen uit. Het gaat over de konvooien met hulpgoederen vanuit Amerika, via IJsland naar de Russische plaatsen Moermansk en Archangelsk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een bijzonder eigenaardig boek. Zoals elke schrijver doet, heeft ook deze Geroux talloze andere auteurs en vele bronnen geraadpleegd. Hij is op bezoek geweest bij vele nabestaanden om zijn verhaal beter te maken. Allemaal prima natuurlijk. Wat mij echter het meeste opviel dat hij daarbij geen enkele Duitse bron heeft geraadpleegd, althans heeft vermeld in zijn overzicht. Het ging bij deze konvooien toch om de strijd van de geallieerden tegen de Duitsers? En hij is bij het raadplegen en opzoeken van bronnen bepaald niet lui geweest. Hij is kennelijk alleen het Engels machtig. Een Noorse bron heeft hij eerst naar het Engels laten vertalen en ook een Nederlandse bron, een boek van Jan den Hartogh onderging hetzelfde lot. Uiteraard heeft hij ook Russische bronnen geraadpleegd, maar ook het Russisch is hij blijkbaar niet of nauwelijks machtig. Opmerkelijk is ook dat aan deze konvooien vooral Britten en Amerikanen meededen, maar ook af en een toe een Nederlands en een Noors schip. Maar over een eventuele Franse of Belgische bijdrage: geen woord. Hij beheerst waarschijnlijk ook het Frans niet. Kan het dan wel een goed boek zijn, met louter eenzijdige informatie? Vermoedelijk niet, maar we weten natuurlijk niet wat we zo missen, noch is er een uitleg waarom geen Duitse bronnen zijn geraadpleegd.

De grappigste uitspraak is wel van een Amerikaanse officier. Hij zei: “Ik begrijp heel goed waarom wij Amerikanen op IJsland zijn. Ik begrijp ook heel goed waarom de Britten op IJsland zijn. Maar wat ik met de beste wil van de wereld niet begrijp is, waarom er IJslanders op IJsland zijn.”

Zondag 22 maart 2020.

Opnieuw is mijn huisje weer grondig schoongemaakt. Het was voor het eerst dat ik begon te twijfelen of ik het nog wel een keer zou laten doen. Dat is toch een kwestie van inschatten hoeveel risico je dan loopt, gezien de persoon. Afwachten of ik dan nu iets vreselijks stoms heb gedaan. Voorlopig hoef ik nu ook de deur niet meer uit, maar het moment komt onvermijdelijk weer een keer. Massa’s mensen naar de stranden en de parken, gisteren. Je moet ze echt aan een ketting leggen. In Duitsland gaat nu het aantal besmettingen voor het eerst terug, in China een plaatje van een bar in Shanghai met vrolijke mensen bij elkaar en een autofabriek weer ‘in full swing’. Wanneer dringt het gezond verstand bij de beleidsmakers in Nederland door? En Nederland is weer een plaatsje gestegen op de ladder van ‘meeste coronadoden per land’: van plaats 9 naar plaats 8.

Zie de betreffende pagina voor meer details.

Zaterdag 21 maart 2020.

Nog weer een dag voor de boodschappen, maar nu in andere winkels. Albert Heijn had inderdaad doorzichtige kunststofplaten tussen de medewerkers en de klanten aangebracht, bij de Gall & Gall, toch ook een Aholddochter, viel me op dat er geen enkele maatregel was genomen en bij de Wibra had men een tafel met spullen geschoven tussen de kassa en de klant. Het was overigens de zoveelste vergeefse zoektocht naar handzeepjes. Die zijn nu al weken nergens meer te koop. Zeker niet van een zogenaamd A-merk als Dettol, hoewel dat merk nu dagelijks tv-reclame voor zijn product maakt. Om dat te snappen moet je wel Hogere Marktkunde hebben gestudeerd.

Eén van mijn dagelijkse routines is het lezen van het dagboek van een zekere Wubben, van dezelfde dag als vandaag, maar dan in 1945. Dat doe ik nu al sinds begin februari. Hij was een Nederlandse dwangarbeider die in februari 1945 in de buurt van Dresden dwangarbeid verrichtte. Hij hield daarvan een dagboek bij. Kort na het bombardement van Dresden (13/14 februari 1945) werd hij verplaatst naar een klein stadje een stuk westelijker van Dresden. Wat hij nou voor werk moest doen wordt (nog) niet vermeld. Wat ik wel heel opvallend vind is dat hij elke dag weer, dus nu al een week of zeven, beschrijft wat hij te eten kreeg. Het gaat dan eigenlijk (vrijwel) altijd om drie maaltijden per dag. En behoorlijk afwisselend. Brood met honing, vleesch en allerlei andere producten. ’s Avonds gaat hij met collega’s nogal eens een biertje drinken. En soms kreeg hij bijvoorbeeld een plak tulband bij de koffie. Hij klaagt eigenlijk alleen dat hij geen of te weinig sigaretten krijgt. En dat er regelmatig luchtalarm is. Ik krijg de indruk dat het hem verder heel goed gaat en hij goed eet en drinkt. En dat een week of zes voor het einde van de oorlog. We kennen eigenlijk alleen maar foto’s van die tijd met zwaarvermagerde dwangarbeiders en gevangenen. Maar er zijn blijkbaar toch ook andere dwangarbeiders geweest, die wel goed te eten kregen. Het is me al eerder opgevallen, dat alleen de ellende wordt weergegeven en beter nieuws wordt weggelaten. Bijvoorbeeld bij D-Day (6 juni 1944). De vele boeken en de film vertellen uitsluitend de enorme aantallen doden en gewonden. En de heftigste strijd wordt weergegeven. Ook in de foto’s. Dat is erg genoeg en dat moet natuurlijk ook verteld worden en we moeten natuurlijk ook de betreffende foto’s zien. In werkelijkheid is er op diverse stranden, zoals bijvoorbeeld strand Gold, urenlang niet of nauwelijks gevochten. Maar het is uiteraard niet interessant om te vertellen: dat de Britten op diverse plaatsen gewoon konden uitladen, zonder dat er een schot bij viel.

En nu dan de dwangarbeid in Duitsland. Daar zijn blijkbaar ook sterk van elkaar verschillende verhalen over te vertellen en we lezen en zien alleen maar de ergste.

Vrijdag 20 maart 2020.

Gisteren ben ik dan voor het eerst sinds een week weer eens buiten geweest, voor de boodschappen die ik nog nodig had. Ik probeer dan – in deze barre tijden – toch ook weer zo veel mogelijk aan te vullen, hoewel dat niet urgent is. Opmerkelijk was dat elke winkel zijn eigen maatregelen had genomen, en doorgaans ook anders dan ik in de media had gelezen. Zo had Action de caissière in een doorzichtige ‘tent’ gezet, evenals Kruidvat dat had gedaan. Prima natuurlijk, om je personeel zo goed mogelijk te beschermen. Bij Jumbo had ik dit verwacht, maar daar was dit niet gebeurd. Wel zaten alle caissières er met kunststof handschoenen aan. Dat hadden Action en Kruidvat nog niet bedacht. Daarna nog naar RABO-bank om enig geld te pinnen. Hier hing een relatief groot plakkaat op de deur, met het verzoek niet binnen te komen, als je hoest, verkouden bent, niest, koorts hebt of andere ziekteverschijnselen hebt. Tja. Ieder doet het op eigen wijze.

De aparte pagina over Corona is er. Daar staat het meer algemene nieuws over de ontwikkelingen en mijn visie daarop te staan.

Donderdag 19 maart 2020.

Er zijn nu dagelijks zoveel nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot Corona, dat ik heb besloten hiervoor maar eens een aparte pagina in het leven te roepen. Die komt er in de loop van de dag. Dan kan ik me op deze pagina met de overige zaken bezighouden. Ik raad uiteraard iedereen aan ook de andere pagina goed bij te houden. Ik heb nu eenmaal de kwaliteit dat ik uit gemelde gegevens meer haal en ook andere dingen zie dan het journaille. Dat komt ten dele omdat het beroep van journalist nu eenmaal vooral aantrekkelijk wordt gevonden door mensen die vaardig zijn met taal. Met cijfers hebben de meeste journalisten niks. Ik kan met beide uit de voeten.

De brij aan cijfers die we nu dagelijks krijgen doen me denken aan de tijd dat ik Hoofd Werving en Selectie bij KPN was (toen nog Post en Telecom samen). Ik had de opdracht KPN te brengen bij de top-5 werkgevers van Nederland bij de universiteiten. Van meet af liet ik tal van gegevens bijhouden en in een computer stoppen. Zo’n beetje alles dat telbaar was werd genoteerd: aantallen sollicitanten per dag per universiteit en studierichting, man/vrouw, leeftijd en nog tientallen parameters meer. Op een enorm planbord in mijn kamer hield ik dagelijks zowel markt- als eigen gegevens bij. Iedere bezoeker op mijn kamer keek eerst naar deze cijferbrij en vroeg om enige uitleg. Daar had ik een standaardzin voor ontwikkeld, want een echte uitleg geven was onbegonnen werk. Daar kon ik makkelijk enkele uren over praten, maar dan ging de zin van de afspraak helemaal voorbij. Met een keuze uit al die cijfers, maar vooral de combinatie van cijfers bepaalde ik het beleid. En dus ook de marktbenadering. Maar zeker ook onze eigen logistiek: snelheid en juistheid van handelen. Dat ging bijna altijd tegen de opvatting van alle interne en externe deskundigen, bijvoorbeeld onze reclamebureaus, in. Gelukkig had ik een compleet vrije hand en kon ik desgewenst iedereen negeren.

Na vijf jaar was KPN de populairste werkgever bij alle voor KPN relevante studierichtingen op de Universiteiten. Terwijl ik gestart was met een plaats voorbij de 100. Toen ik mijn baan overdroeg aan mijn opvolger wiste hij als eerste de cijferbrij waar ik nog bij stond, van het whiteboard.

Het heeft – behalve met een gevoel voor cijfers – ook iets te maken met een gevoel voor wat een cijfer in de praktijk in werkelijkheid betekent. Ik wou dat ik dat nog verder kon uitleggen, maar dat kan ik helaas niet. Ik trek conclusies, pas het beleid aan en bereik het beoogde doel. Ik heb nog nooit een miskleun op dit terrein gemaakt. Deze kwaliteit van me pas ik ook al enkele jaren toe in de corporatiesector, waar ik mijn omgeving en mezelf al vele keren over heb verbaasd.

Woensdag 18 maart 2020.

Mijn voorspelling met de coronabesmettingen is inderdaad uitgekomen. En zelfs nog een stuk sterker dan ik gisteren voorspelde. Nederland is inderdaad Japan voorbijgegaan en staat nu op een verdienstelijke 11e plaats van de wereldranglijst. En dan te bedenken dat Nederland heel weinig test en Japan juist heel veel. Het volgende doel is dan uiteraard de tiende plaats. Dat is op dit moment nog het Verenigd Koninkrijk. Die hebben eerst de Nederlandse aanpak voorgestaan, maar zijn daar intussen vanaf gestapt, wegens onwerkbaar. Nederland met nu 1705 besmettingen en het V.K. met 1950. Dat verschil moet in te halen zijn. Of het morgen al zal zijn durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar deze week komen we in de top-tien landen. Dat durf ik wel te stellen. Tendens: verder stijgend.

Bij het aantal doden als gevolg van het coronavirus staan we sinds vandaag wel al in de top-tien. En wel op een fraaie 9e plaats. En dat voor zo’n klein landje. Tendens: verder stijgend. Nederland heeft dus een totaal foute aanpak. Hoe lang zal het duren voordat de zogenaamde deskundigen dat ook doorkrijgen? En hoeveel doden moet dat nog kosten? Ik vrees het ergste. Intussen blijf ik zo lang mogelijk onder de radar. Bronnen voor de cijfers: de New York Times.

Hoe komt het toch dat geen enkele journalist, kamerlid of bn-er dit soort analyses maakt? Ze kunnen allemaal dezelfde cijfers lezen als ik. Nederland doet het fout en blijft hardnekkig fout beleid volgen. Ten koste van veel mensenlevens. O n b e g r i j p e l i j k.

Ik vroeg me ook al af hoe het toch kwam dat een boek als De Bourgondiërs van Bart van Loo en nog meer boeken, elders op deze site beschreven, zoveel fouten bevatten? Pas als ik, nadat meer dan honderdduizend andere lezers het boek hadden gelezen, alsmede vele tientallen critici, een overzicht van de fouten aan de schrijver zend, worden ze gecorrigeerd in de volgende druk. Al die mensen kunnen toch lezen? Er is geen hogere wiskunde voor nodig.

Dinsdag 17 maart 2020.

Mij persoonlijk gaat het inmiddels weer goed. Ik ben weer (bijna) helemaal beter. Ik had gisteren alweer echte trek bij de diverse maaltijden.

Vanmorgen ben ik maar eens in de diverse Coronastatistieken gedoken. Ik zie in cijferopsommingen altijd iets anders dan alle andere waarnemers. Het is mijn talent, dat ik al talloze malen heb ingezet. En inderdaad heb ik weer enkele zaken ontdekt, die ik in kranten en op de tv helemaal niet terugzie: er zijn inmiddels drie landen waar de besmettingsaantallen min of meer stabiliseren: te weten China, Zuid-Korea en Japan. Bij alle overige landen nemen de besmettingen nog elke dag sprongsgewijs toe. Ook in Nederland.

Nederland staat bij het aantal besmettingen thans op een verdienstelijke 12e plaats. Niet slecht voor zo’n klein landje. Tendens: verder stijgend, want bijvoorbeeld afgelopen vrijdag stond Nederland nog 14e op deze lijst. Wat het aantal doden betreft staat Nederland zelfs al 11e. Waar een klein land niet groot in kan zijn.

We moeten er dus achter zien te komen, wat de gemeenschappelijke factor is, waardoor China, Zuid-Korea en Japan zo achterblijven in de groei.

Het eerste toeval wil dat ik in mijn laatste gratis artikel van Bloomberg een interview met een Chinese dokter las over hoe China het nu heeft aangepakt. Hij had slechts twee aanbevelingen. Ten eerste: bescherm de hulpverleners en bespaar helemaal niets op hun kleding al moeten het maanpakken zijn. Er zijn in China aanvankelijk veel te veel artsen en verpleegkundigen besmet geraakt en overleden. Dat hadden we meteen veel serieuzer en sneller moet oppakken. Ten tweede: test, test en nog eens test. Hij merkte op dat in Europa en de V.S. veel te veel selectief wordt getest. “Alleen als het echt nodig is.” Fout. Je kunt deze epidemie niet bestrijden met een blinddoek om. Aldus deze Chinese arts. Die toevoegde dat ook Zuid-Korea inmiddels achter deze waarheid is gekomen, en waar het aantal besmettingen nu ook stabiliseert. Over Japan had hij het niet, maar dat kan ik gewoon aan de statistiek zien. Dus ik vermoed dat ook Japan het inmiddels begrepen heeft.

Ook in Nederland wordt lang niet iedereen die dat wil of er voor in aanmerking komt, ook echt getest. Onze deskundigen vertellen ook dat selectief moet worden getest. Fout dus.

Aangezien Japan nog pal voor ons staat op de 11e plaats zullen we morgen Japan dus wel voorbij zijn is mijn verwachting.

Nog verrassender was dat de hoogste baas van de WHO, de wereldgezondheidsorganisatie organisatie, vanmorgen in de NYT landen opriep dit voorbeeld te volgen: TEST, TEST en TEST nog meer.

Ik ga toch maar eens een brief aan mijn grote vriend Rutte schrijven. Dan poog ik hem ook van die dwaalweg af te houden om mensen op te roepen niet te hamsteren. In de keus om eenmaal per maand naar de super te gaan of 30 of 31 keer per maand, verkies ik de eerste variant. Als iedereen dat zou doen, zou dat ontelbare contacten met het virus schelen. Rutte is voor veel verantwoordelijk, maar niet voor de schappen in de supermarkt. Daar heeft hij geen verstand van, hij is er niet verantwoordelijk voor en hij gaat er dus niet over.

Maandag 16 maart 2020.

Het kan een wensdroom zijn, maar ik heb het gevoel dat het iets beter met me gaat dan gisteren. Minder hoesten, maar wel ineens een natte neus, die ook al niet bij Covid-19 hoort.

Voorlopig kom ik het huis niet uit. Dat hoeft ook niet, want dankzij het negeren van premier Rutte, die oproept niet te hamsteren, heb ik dat wel gedaan, zodat ik nu voor geruime tijd etenswaren e.d. in huis heb. De voorlaatste nacht had ik slecht geslapen, dus gisteren lag ik bijna de hele dag voor blei op de bank. Ik had ook bijzonder weinig trek. Dat gebeurt me al helemaal nooit. Ik heb wel elke maaltijd iets gegeten, alsmede fruit. Vandaag voel ik, zoals al gesteld, toch wat beter dan gisteren. Ik heb ook beter geslapen, dat zal ook wel helpen.

Zondag 15 maart 2020.

Ik heb weer eens last van een hoestje. Een natte hoest, terwijl een droge hoest hoort bij Covis-19. Daar was ik nou net kort geleden vanaf gekomen en nu begint het opnieuw. Ik weet van de vorige keer dat ik daar ongeveer 15 kalenderdagen voor nodig heb gehad. Ik heb tegelijk geen koorts. Dus het is een gewone verkoudheid, alleen erg kort na elkaar. Het zal wel weer over gaan

Zaterdag 14 maart 2020.

Het Coronavirus Covid-19 woedt nog altijd en niemand weet nog hoe het verder gaat. Een heel rijtje afspraken zijn intussen afgezegd en we doen er zelf, als bestuur van het huurdersplatform, ook aan mee. De komende ALV eind deze maand gaat ook niet door en wordt twee tot vier weken verschoven.

Wel heb ik gelukkig genoeg eten in huis voor zeker een week, en als het nodig is voor wel twee weken. Ik hoef dus de deur niet uit.

Er wordt volop gehamsterd in het land en tot en met de premier, Rutte, bezweren alle hoogwaardigheidsbekleders om dat nou niet te doen, omdat er volop verkrijgbaar is. De discussie die daarop in de media volgt slaat echter de plank volledig mis. Ik heb ook ‘gehamsterd’. Maar de reden voor mij is niet dat ik bang ben dat sommige artikelen niet meer geleverd kunnen worden. De reden is dat ik alleen woon en dat ik niet weet of ik ook nog een keer besmet raak. Dan kan ik twee weken (de incubatietijd, voor zover we weten) thuis uitzingen, zonder dat ik anderen hoef lastig te vallen of kan besmetten. Dat lijkt me een prima reden om wat extra in huis te halen, wat premier Rutte daar ook van mag vinden.

Vrijdag 13 maart 2020.

Bij mijn bezoek aan Gerard, afgelopen vrijdag, kregen we een discussie over verkleinwoorden, waar Nederlanders zo dol op zijn. Een beetje van dit en een beetje van dat. Zo vroeg ik me af wat eigenlijk het gewone woord is dat past bij het verkleinwoord ‘toetje’ in de betekenis van nagerecht. Ik wil nu eens niet zo’n kleintje, maar deze keer wil ik eens een grote toe. Of toet? En om het nog wat ingewikkelder te maken heb ik ineens nog zoveel trek, dat ik er wel twee wil. Twee toes of twee toeten? Gerard hakte de knoop door: het gewone woord dat past bij het verkleinwoord toetje bestaat niet. Het is waarschijnlijk de beste oplossing. Maar dat levert natuurlijk wel de volgende vraag op: kun je iets dat niet bestaat verkleinen? Een vraag waar zelfs Einstein wel even bij had opgekeken. Maar er is ook een kans dat hij dit vraagstuk als het zoveelste bewijs had gezien van zijn relativiteitstheorieën.

Donderdag 12 maart 2020.

Dat was weer een dagje Dinxperlo. En voor het eerst was ook hier het elkaar een hand geven afgeschaft. We zijn maar met zes mensen en in Groningen, Twenthe en de Achterhoek was nog geen enkel geval van Corona-besmetting vastgesteld. Beter: Covid-19 – besmetting. Over enkele weken pas weer een afspraak en wie weet hoe de vlag er dan bijhangt. In een wetenschappelijke studie van de NYT, die bij mij wel als degelijk overkwam, wordt vastgesteld dat mondkapjes vooral werkzaam zijn in het voorkomen van het besmetten van anderen en de drager niet veel beter beschermen. De beste maatregel volgens deze studie zou inderdaad zijn het regelmatig wassen van de handen en ook het niet-geven van een handdruk.

Na afloop van de vergadering ben ik doorgereisd naar Sellingen, voor een bezoek aan de meukvrije slager. Dit keer had ik qua besteding het hoogste bedrag, boven de 100 euro, sinds ik daar voor het eerst kwam. Nu zit mijn vriezer dus weer stampvol. Aan vlees en vleeswaar heb ik nu zeker een maand genoeg. Deze keer vooral ook met vleeswaar: rosbief, kippenworst en ossenworst. Vooral op de ossenworst verheug ik me. Het is typisch zo’n vleesproduct waarin de voedselmaffia van alles en nog wat kan stoppen om smaak, kleur, snijbaarheid, houdbaarheid en stabiliteit te verbeteren. Je weet echt niet wat je eet.

Woensdag 11 maart 2020.

Wat me bij de huidige corona-crisis zo opvalt is dat in Nederland (en andere landen) nooit het aantal genezenen wordt gemeld. Dat deed en doet China wel. Zoals we het hier doen, krijg je getallen die veel te hoog zijn. Van de Chinese cijfers weten we ook dat het overgrote deel van de mensen geneest van het virus. In Nederland (en veel andere landen) doen we dat niet en dan krijg je dus veel te hoge aantallen ‘zieken’. Het RIVM zegt deze cijfers voor Nederland niet te hebben. Hoe komt dat dan? Het werd me ineens duidelijk. Er is een meldplicht van dokters zodra ze weer een besmetting met het virus hebben vastgesteld. Maar er is geen meldplicht als mensen weer genezen zijn. Er is vast ook geen meldplicht als een persoon die aan het virus leed is overleden. Dus in het aantal gevallen in Nederland zitten ook de genezenen alsmede de overledenen. Op den duur krijg je dan meer zieken dan er inwoners zijn. Aan de andere kant is er een onderschatting, begreep ik, omdat niet iedereen met verschijnselen ook getest wordt, bij gebrek aan voldoende testmateriaal. In China, in de zwaarst besmette stad Wuhan, werden niet minder dan zeventien noodhospitalen uit de grond gestampt. Elk met 100 of meer bedden. Gisteren zijn de laatste twee noodhospitalen weer gesloten, toen de laatste 49 patiënten als genezen weer konden vertrekken.

Het aantal nieuwe besmettingen per dag ligt er nu rond de twintig en het aantal doden beperkt zich tot ongeveer 1 per dag. Dankzij draconische afsluitingen, zoals alleen China dat nog kan (naast Noord-Korea), krijg je het virus onder controle.

Interessanter is dus om het aantal nieuwe besmettingen dagelijks te volgen en het aantal mensen dat overleden is. Dat is ook geen echt vaststaand getal, maar het geeft wel een indicatie van stijging of daling.

Dinsdag 10 maart 2020.

Via de archiefwebsite van Alphen aan den Rijn, vond ik dan toch nog het overlijden van Anna Binkes op 13 oktober 1858 in Oudshoorn. Met de gebruikelijk borgen in acht genomen te hebben is dat nu wel zeker. Dit overlijden staat niet in WieWasWie en ook niet in de toch zeer uitgebreide “Digitale bronbewerkingen.” Het verklaart ook meteen waarom ik dit overlijden niet eerder vond. Ik heb eerder in Boskoop en naaste omgeving gezocht, in WieWasWie en in de digitale bronbewerkingen. Ook het overlijden van haar man Klaas Blom was op die manier snel gevonden, te weten op 21 november 1869. Ik vond ook nog hun vier kinderen, maar die zijn voor mijn kwartierstaat niet relevant. De Britse Ann Binkes te Bristol is dus een merkwaardig toeval. Zo zie je maar weer dat wat jarenlang onoplosbaar leek, met aanhoudend zoeken toch nog gevonden kan worden. Uiteraard heb ik meteen maar de kwartierstaat op deze website aangevuld, alsmede de gegevens op MyHeritage.

Maandag kreeg ik dan mijn nieuwe douchevloer. Nu mag ik 48 uur niet douchen. Ik heb de buren maar vast ingelicht. Ook ontdekte ik dat de ophaaldag voor onze grijze containers door de gemeente verplaatst is van dinsdag naar maandag. Omdat ik hiervan geen bericht heb gehad, was ik dus te laat voor het wegzetten van de container. De zogenaamde ‘Afvalwijzer’ van de gemeente komt jaarlijks uit, tegen de jaarwisseling, met alle dagen waarop het afval wordt opgehaald. Ik kijk die altijd even na om te zien of de afhaaldag niet veranderd is en ik veronderstel dan dat dat ongewijzigd blijft tot het eind van het jaar. Nu blijkt die afhaaldag ook in de loop van het jaar te kunnen wijzigen. Ik kan toch bezwaarlijk elke veertien dagen nakijken of de dag niet veranderd is?

Maandag 9 maart 2020.

Zaterdagmorgen stond de wekker, omdat ik al vroeg een afspraak had. Die afspraak ben ik nagekomen, maar het was met weinig plezier. Dat had niets te maken met de persoon met wie ik de afspraak had, maar met de vermoeidheidsstaat waarin ik nog verkeerde. De rest van de zaterdag heb ik rustig mijn ding gedaan, boodschappen, schaatsen kijken, lezen en een beetje opruimen. De gebruikelijke tijd naar bed en dat betekende dus eindelijk een keer uitslapen. Ik heb het niet precies gemeten, maar een uur of negen slaap was het wel. Ik was weer helemaal het ventje. Ook de zondag was weer een rustig dagje. Wel ik heb ik voor het eerst in misschien wel enkele jaren, een gegeven op mijn kwartierstaat op deze website aangevuld.

Het ging om de echtgenoot van Anna Binkes, 1804 – na 1839. Met haar is iets bijzonders aan de hand. Ik had wel haar doop, in Boskoop, gevonden, maar nooit haar overlijden kunnen ontdekken. Die zou toch zo langzaam aan wel eens in WieWasWie meoten staan. Wel vond ik via MyHeritage dat een zekere Ann Binkes, overleden is in Bristol, V.K., in 1865, maar in het V.K. kon ik geen doop of geboorte van die dame vinden net zo min als haar huwelijk. Wel dat ze volgens de Britten plm 1803 geboren zou moeten zijn. Het is toch wel heel verleidelijk om aan te nemen dat Anna Binkes en Ann Binkes dezelfde persoon zou moeten zijn.

Gisteren vond ik haar huwelijk in Nederland. Zij trouwde op 29 maart 1835 te Oudshoorn met een zekere Klaas Blom. Ze kregen vier kinderen, waarvan de laatste op 18 juni 1839 geboren werd te Oudshoorn. Vervolgens heb ik getracht het overlijden van deze Klaas Blom te vinden, maar ook dit was een vergeefse zoektocht. Ook het overlijden van Klaas Blom is in Nederland niet geregistreerd, netzomin dus als van zijn vrouw Anna Binkes. Het maakt de kans dat ook hij meegegaan naar Bristol en dat het om hetzelfde paar moet gaan weer groter. Nu moet ik dus nog het overlijden van Klaas Blom in het V.K. gaan zoeken en naar de overlijdensdata van hun vier kinderen. Eerste probleem: wat is Klaas in het Engels? James??

Zondag 8 maart 2020.

Als ik dan tegen middernacht bij mijn broer aankom, dan gaan we uiteraard ook niet meteen naar bed, maar praten we eerst nog even bij. Het werd half drie. Op magische wijze, maar in elk geval zonder enige vorm van wekker, word ik bij Jan altijd rondom acht uur wakker, ongeacht het moment van slapen gaan. En dat gebeurde ook deze keer weer. Het was dus een korte nacht. Nadat Jan eerst nog even weg moest, zijn wij vervolgens naar de Apple dealer in Delft gegaan, want ik was de oplader voor de telefoon vergeten. Dat ding is natuurlijk nieuw en dat zit nog niet rotsvast aan mijn dagelijkse routine verbonden. Van de gelegenheid maakte ik gebruik om ook maar een ander polsbandje te kopen. We waren op tijd bij de Lantaern en het diner was als vanouds weer verrukkelijk. Het toetje was Coup Lantaern:

Met onder andere boerenjongens, advocaat, ijs, aardbeien en slagroom.

Het werd uiteraard weer laat, maar niet zo laat als de voorgaande nacht. De volgende morgen, vrijdag, ging ik eerst met de bus naar Delft en van daar uit wandelen naar station Voorburg. Ik merk dan toch wel dat ik al een tijd niet geoefend heb. Vervolgens door naar Gerard in Scheveningen, alwaar het wederom een gezellige boel werd, maar vooral een leerzame avond.

In de avond met de tram naar het Centraal Station en vandaar weer terug naar Haren. Om kwart voor één liep ik mijn huisje weer in.

Zaterdag 7 maart 2020.

Zo was ik ineens enkele dagen van huis. Ik had nog wel een vaag plan om onderweg in de trein nog enkele kleine bijdragen voor deze rubriek te maken, maar het kwam er niet van.

Als eerste ging ik naar de jaarvergadering van de Historische Vereniging Moordrecht te Moordrecht, woensdagavond. Ik besloot als eerste het diner te nemen bij de plaatselijke Chinees: China Palace. Ik vind het altijd de beste en makkelijkste oplossing om bij de plaatselijke Chinees te eten. Je hoeft er nooit te reserveren, want Chinees (of Indisch) eten is toch enigszins uit de mode, het is er dus altijd rustig, en het eten is doorgaans goed, lekker en voordelig. Dit restaurant is gelegen pal aan de Hollandse IJssel. Het was donker en ik zat zo dat ik uit het raam keek, als ik opkeek. Het was verrassend dat ik zoveel lichtjes voorbij zag gaan, van links naar rechts en van rechts naar links. En ook van voren naar achteren, want het restaurant is vlakbij de aanlegplaats is van de pont naar Gouderak aan de overkant. Wat is er een druk scheepvaartverkeer!

Vervolgens naar de vergaderzaal getogen. Het was er druk. De vereniging heeft iets meer dan 500 leden, waarvan er plm. 150 aanwezig waren. Eerst uiteraard de gebruikelijke huishoudelijke zaken. Na de pauze een voordracht met plaatjes van Moordrecht in de Tweede Wereldoorlog. In elke zaal moet ik een strategisch plekje kiezen, zodat niemand over mijn gestrekte been kan struikelen. Als ik ergens midden in de zaal ga zitten, moeten er permanent mensen voor me langs, ook als er een andere weg mogelijk is. De beste plek is dus helemaal achterin de zaal, op een stoel waar ik het been kan strekken, zonder iemand in de weg te zitten. Niemand hoeft verder naar achteren te lopen, want dat gaat helemaal niet. Ik zat pal voor een dichte deur, wellicht een soort nooduitgang. Al tijdens de pauze zag ik een mogelijk probleem opdoemen. Ik had geen idee hoe lang de presentatie zou gaan duren, maar ik moest beslist uiterlijk om kwart voor tien weg, om de laatste bus te kunnen halen die me naar mijn broer in Maassluis zou brengen. Als de toespraak dan nog bezig zou zijn, moest ik de hele zaal doorlopen en zou ik iedereen vreselijk storen. een dame in mijn buurt schoof haar stoel naar mij toe, want ze wilde blijkbaar even kennismaken met mij, een persoon die zeker geen Moordrechtse autochtoon was. We maakten kennis, met ook waarom ik er was, en ik vertelde en passant van mijn ‘probleem’ van het dwars door de presentatie gaan lopen. Volgens haar was dat geen enkel probleem. Bij het begin van de presentatie schoof ze weer terug naar haar plekje bij het gezelschap waar ze bij hoorde. De presentatie was interessant. Spreker kon boeiend vertellen en wist ook onvoorstelbaar veel van vrijwel alle personen die op de foto’s voorkwamen. Alsof het om mensen ging die hij de afgelopen week nog was tegengekomen. De meesten, misschien wel allemaal op de geprojecteerde kinderen na, zullen echter niet meer in leven zijn. De toespraak was aangekomen bij het bevrijdingsfeest dat eind augustus 1945 in Moordrecht gehouden werd. Op een oor na gevild dus. Maar ik moest toch echt weg. Die bus zou niet op mij wachten. Ik had geen keus meer. Ik stond dus op om weg te lopen. Op vrijwel hetzelfde moment stond er niet ver van mij vandaan een andere meneer ook op. De presentatie was dus nog net niet beëindigd. De staande meneer, die ik absoluut niet kende, liep op mij af en ging mij voor de deur in, waar ik tegenaan zat. We kwamen in een stikdonkere gang, maar hij wist blijkbaar precies de weg. Na wat bochten gemaakt te hebben en door diverse deuren gegaan te zijn, kwamen we bij een laatste deur en de heer zei: als het goed is, is deze deur afgesloten, maar ik weet waar de sleutel is. Hij viste de sleutel op, maakte de deur open en ik stond buiten. Achteraf bezien heeft de dame met wie ik in de pauze sprak geregeld dat ik, zonder de bijeenkomst te storen, via een soort sluipgang buiten kon komen. Ik ben de dame en de heer veel dank verschuldigd. Ik haalde mooi op tijd de laatste bus. en kwam even na middernacht bij broer Jan in Maassluis aan.

Morgen het vervolg van mijn paar daagjes weg.

Woensdag 4 maart 2020.

Inmiddels heb ik het boek Een Amerikaanse prinses van Annejet van der Zijl uit. Ik zag er een beetje tegenop, omdat ik hiervan – vermoedde ik – weinig tot niets kon leren. Het verhaal van een Amerikaanse vrouw, hoewel zelf van tamelijk bescheiden afkomst, die talloze bekende wereldburgers heeft leren kennen, waaronder de Nederlandse koninklijke familie. Zo was ze een soort eregast bij meerdere familiegebeurtenissen van de Oranje’s en was ze ook peetmoeder van een van de kinderen van Juliana. Ze leefde van plm 1875 tot 1955. Het is me in de loop van het lezen toch steeds meer gaan boeien. Echt veel heb ik niet opgestoken overigens. Wat me opnieuw opviel dat, hoewel ik bezig was met de zestiende druk, en de schrijfster een heel arsenaal (tientallen) van vooraanstaande mensen als hulp heeft gehad, er toch enkele storende fouten in het boek staan. Bij een eerder bericht aan haar over een ander boek van haar kreeg ik een vriendelijke reactie dat al mijn opmerkingen op het eerste gezicht terecht waren en dat ze het eerst nog aan haar ‘redactieraad’ zou voorleggen en vervolgens in een volgende druk de verbeteringen zou aanbrengen. Ook in het boek De Bourgondiërs van Bart van Loo, trof ik enkele storende fouten aan en ook hij heeft een arsenaal van goede en deskundige mensen om zich heen. Ook in zijn boek was ik toevallig met de zestiende druk bezig en was hij al geruime tijd tevoren de grens van 100.000 lezers gepasseerd. Ook aan hem heb ik een brief gezonden met mijn kanttekeningen en ook van hem kreeg ik bevestiging dat hij de verbeteringen in de achttiende druk zou opnemen. Hoe kan dat nou toch? Honderdduizenden mensen lezen een boek, dat tevoren door vele deskundige handen is gegaan, en ik ben dan blijkbaar de eerste en zelfs de enige die er fouten uithaalt. Het is of een talent van me of een kwaal. Het zijn ook fouten van verschillende soorten. Soms loop een zin niet, zodat ik niet precies snap wat bedoeld wordt, soms neemt de schrijver iets aan, zonder het te controleren, soms klopt een historisch feit niet of – en dat komt het meest voor – een telling klopt niet. Dat laatste snap ik wel. De schrijvers zijn uiteraard bijzonder taalvaardig, en dat gaat vaak gepaard met een minder sterke vaardigheid in rekenwerk.

Van alle drie een voorbeeld. In het eerste boek over Prins Bernhard, staat dat Juliana in WOII in Canada verhuisde, tegen de geboorte van Margriet. Ze ging wat groter wonen in verband met de komende gezinsuitbreiding, was de veronderstelling van de schrijfster. Als je het nagaat ging ze van een huis met 70 kamers naar een huis met ‘slechts’ 50 kamers. Dus Juliana ging juist kleiner wonen. Waarom dat was weet ik niet, maar die verhuizing had waarschijnlijk niets met de komende gezinsuitbreiding te maken.

Bart van Loo schreef dat sultan Mehmed op 29 mei 1454 Constantinopel (thans Istanboel) veroverde. Helaas is dat niet waar. Het was uiteraard op 29 mei 1453.

In De Amerikaanse prinses vertelt de schijfster dat Allene, de hoofdpersoon in het boek, voor de tweede keer trouwde. Haar aanstaande schoonvader had er bij het stel op aangedrongen om snel te trouwen, omdat hij niet lang meer te leven had. Dus trouwde het stel zo snel mogelijk en wel op 27 december 1904. En inderdaad, zo staat er een volle pagina verder, overleed haar schoonvader binnen een half jaar na het huwelijk op 23 juli 1905. Als die twee data in dit stukje zo dicht bij elkaar staan ziet ‘iedereen’ wel dat de tweede zin niet klopt. In het boek zit er nog anderhalve pagina tekst tussen. En dan valt het blijkbaar niemand meer op. Geen lezer en ook niemand van haar groep vooraanstaande ondersteuners bij het totstandkomen van het boek.

Het zijn natuurlijk geen wereldschokkende zaken. Ik erger me ook niet. Ik ben eerder verbaasd. Dat met zoveel deskundige hulp en honderdduizenden lezers niet alle fouten eruit gehaald zijn. En dat ik blijkbaar de eerste en ook enige ben die het ziet.

Dinsdag 3 maart 2020.

Zo las ik gisteren dat we moeten vrezen voor de komende Kerst. Vrijwel alle kerstversieringen komen namelijk uit China. En die worden dan rond deze tijd besteld. Dan starten ze daar de productie op en dan worden ze per schip – dat er zes weken of zo over doet – verscheept naar o.a. Nederland, waar ze dan vanaf 6 december te koop zijn, maar de laatste jaren is dat al een heel stuk eerder. De bestellingen zijn wel weg, maar er is in China geen productie en niemand weet wanneer die productie weer wordt opgestart. De Chinezen hebben nu eerst andere prioriteiten. Ze zijn zelf namelijk niet zulke liefhebbers van Kerst. Tjonge. Hoe moet dat nou? Het is ook niet te hamsteren, want nergens in Nederland verkopen ze nu kerstversiering. Hoewel ….. In de stad Groningen is er een winkel die uitsluitend kerstartikelen verkoopt. Het hele jaar door. Die is begin september vorig jaar geopend. Deze keten “It’s all about Christmas” zou in Nederland al tien vestigingen hebben en nog een elfde in België. Ik ga er maar gauw eens heen. Want hier zal het hamsteren ook wel beginnen als het al niet bezig is. Anders wordt het dit jaar een uiterst sobere kerst, met kale kerstbomen en alleen maar lichtjes. Of komen die lichtjes ook alleen maar uit China?

Maandag 2 maart 2020.

Inmiddels ga ik ervan uit dat mijn verkoudheid nu helemaal weg is. Die heeft dan geduurd van 11 februari tot en met 1 maart en dat zijn dan volgens mij 20 dagen. Ik heb het in het verleden nooit goed bijgehouden, maar ik vermoed dat dit toch wel een record is. De standaard hebben we dan nu voor een volgende keer.

Gisteren boodschappen gedaan in een wel heel aparte sfeer. Ik had al gelezen dat er een soort run op alle soorten zeep aan de gang zou zijn, en dat heb ik nu inderdaad met eigen ogen gezien. Ik heb al jaren twee van die ‘automatische’ handpompjes zeep: als je je hand er onder houdt komt er een beetje zeep tevoorschijn, genoeg om je handen mee te wassen. Het ene exemplaar staat in de keuken en het andere in de badkamer. Bij het opnemen van mijn hulpvoorraden viel me ineens op dat ik maar één navulling had, dus ik wilde er nog eentje bij halen. Aangekomen bij het zeepschap, trof ik voornamelijk lege planken aan. Ik heb het daar inderdaad nog nooit zo leeg gezien. Er stonden nog hooguit een stuk of tien artikelen met soorten handzeep, tegen normaal enkele honderden. Laat er nou nog precies één navulling voor mijn handzeeppompje staan. Die was dus voor mij. Zonder geluk vaart niemand wel, bleek maar weer. Volgende boodschap was dan toiletpapier. Aangekomen bij het toiletpapierschap vielen me opnieuw de enorme gaten in het schap op. Er wordt blijkbaar ook toiletpapier gehamsterd. Normaal neem ik meteen een pak met 24 rollen mee, maar die waren er niet meer. Ik kon nog net wel twee pakken van elk 12 rollen pakken. Tjonge. Wat is er toch aan de hand? Je zou verwachten dat bij drogist en apotheker de mondkapjes en de koortsthermometers op zouden zijn en in de super de griep- en verkoudheidsmiddelen, maar die laatste stonden er nog in volle omvang.

Zondag 1 maart 2020.

Het meest opmerkelijke nieuws van vandaag is toch wel de relatief enorme stijging van het aantal bezoekers aan mijn websites in de maand februari 2020. Nadat eerst een aantal maanden het twaalfmaandelijks gemiddelde daalde van afgerond 519 in juni 2019 tot 451 in januari 2020, steeg het gemiddelde in februari weer naar 486. Daarmee is de achterstand nog maar ongeveer halverwege ingelopen en het zegt nog helemaal niets over de verdere voortgang. In absolute aantallen was er zelfs sprake van een record sedert mei 2001, met 931 bezoekers en de stijging van maand op maand de grootste sinds januari 2001.

Hoewel het volgende ook wel elders op deze website te vinden is, is het wel even aardig om de geschiedenis nog even op te halen. Ik kan helaas niet meer achterhalen wanneer ik met mijn eerste website begonnen ben, maar het gaat zeker terug tot begin 2000 en waarschijnlijk nog wat verder terug. In elk geval hadden de maanden vóór oktober 2000 minder dan 800 bezoekers. Vanaf begin oktober 2000 ben ik gaan werken met Adwords van Google. Dan word je met een advertentie bovenaan op een zoekvraag gesteld, en betaal je voor elke klik op deze advertentie. Dat leverde enkele honderden extra bezoekers per maand op.

Dat leverde in oktober 2000 1008 bezoekers op en in november 2000 1072 bezoekers. Kort voor Kerst 2000 begon mijn campagne met radioreclame op BNR-radio en Classic FM en dat leverde in december 4231 bezoekers op. In januari 2001 werden dat er 15.045. Begin februari 2001 verviel geheel onverwacht mijn superopdracht voor de Hogeschool Holland te Diemen, hetgeen betekende dat ik mijn radiocampagne moest staken. Februari 2001 leverde het toch nog 9459 bezoekers op. Maart 2001 werden het er nog 2461 en in april 2001 kregen we nog 1680 bezoekers. Daarna kukelde het aantal bezoekers fors naar beneden en gingen we naar maximaal 700 bezoekers per maand, met een nieuwe top pas in oktober 2018 met 722 bezoekers. Tenslotte volgt dan februari 2020 met 948 bezoekers. Ik heb ooit nog gedroomd dat we de aantallen van oktober en november 2000 (met 1008 en 1072 bezoekers) nog wel zouden kunnen halen en dat uitzicht is vanaf vandaag een stuk realistischer geworden, vooral omdat ik nog plannen heb om het bezoek verder te stimuleren. Maar de bezoekersaantallen van de periode december 2000 tot en met april 2001 zal ik wel nooit meer halen. Das war einmal…….

Zaterdag 29 februari 2020.

Ook de hele vrijdag kwam het telefoontje van de vloerenboer niet. Ik heb opgestoken van die ‘oudste man ter wereld’, de Japanner Watanabe van 112, dat hij als regel om oud te worden had: je niet ergeren, maar blijven glimlachen. Ik erger me dus ook niet. Ik realiseerde me dat ik ook met de kapotte douchevloer nog prima kan douchen en dat het repareren van die vloer belangrijker is voor de eigenaar dan voor deze huurder. Ik wacht wel wat er gaat gebeuren, of niet gaat gebeuren.

Dit weekend dan mijn favoriete schaatswedstrijd, het Wereldkampioenschap Allround. Een schaatser heb ik wel eens horen uitleggen dat ook het allrounden een specialisme is. Het is een kunst om vier wedstrijden van heel verschillende afstand (500, 1500, 5000 en 10000 meter bij de mannen en 500, 1500, 3000 en 5000 meter bij de vrouwen) gemiddeld het snelst te rijden. En het blijft dus ook spannend tot de laatste rit.

Vrijdag 28 februari 2020.

En ineens kon ik mijn blog niet meer aanvullen. Dat komt af en toe voor, en niemand kan me dan vertellen hoe dat komt. Dus moet ik dan maar weer een nieuwe blogpagina maken. De oude blogpagina is nog wel op de website te vinden en te lezen, maar ik kan hem niet meer veranderen. Dat gaf meteen maar aanleiding, nu gisteren toevallig het jaar 2019 helemaal af kreeg en nu op één pagina staat, om ook maar meteen een pagina ‘Hoofdstuk XXII, het jaar 2020’ te maken.

Het is nu dus zaak om de oude bloggegevens op deze blogpagina te krijgen en de oude te verwijderen. Dat kan even duren, zeker als ik dat niet met knippen en plakken kan. Dat moet ik nog ontdekken. Het afgelopen etmaal zou ik een nieuwe douchevloer krijgen, maar tien minuten na de beoogde starttijd kreeg ik telefoon dat de tegellegger ziek is. Ik zou om ca. 16.00 uur worden teruggebeld voor een nieuwe afspraak, maar, u raadt het vast al, dat telefoontje kwam niet.

Donderdag 27 februari 2020.

Het kan aan mij liggen en mijn standpunt is ook niet wetenschappelijk verantwoord, maar het komt de laatste paar weken vrijwel elke dag voor dat ik tussen de regengebieden door mijn boodschappen moet doen. Daarvoor ging ik gewoon of ik stelde – na een blik op de buienradar – mijn vertrek een half uurtje uit. Tegenwoordig moet ik ’s morgens vroeg al gaan plannen tussen welke twee regengebieden door ik die dag naar buiten ga. Het zal wel weer overgaan, maar opvallend is het wel. 

Als het klopt krijg ik vandaag een nieuwe douchevloer. De huidige lekte naar de gangkast en de gang toe en is in december al provisorisch gedicht. Ik heb begrepen dat een nieuwe laag tegels op de vorige wordt geplaatst. Dat heeft tot gevolg dat het drempeltje tussen doucheruimte en de rest van de badkamer lager wordt. Daarom moet ook dat drempeltje worden verhoogd. Nu heb ik dus twee problemen: ik heb er wel speciaal om gevraagd, maar ik weet nog niet of de nieuwe tegels even stroef zijn als de vorige. Als ze net zo glad zijn als de muurtegels, wordt een douche nemen voor mij levensgevaarlijk. Temeer omdat ik onder de douche uiteraard ook geen Apple Watch met valdetectie draag. Dus bij uitglijden komt er niemand. Dit probleem kan vanavond opgelost zijn. Het andere probleem is dan dat ik naar de doucheruimte toe voortaan een iets hoger drempeltje moet nemen. Die hoogte ben ik al twintig jaar gewend en is vanaf vandaag ineens anders. Als dat maar geen struikeling oplevert. Op de terugweg natuurlijk precies hetzelfde. Dat zal vast wel enkele keren enkele blauwe tenen opleveren, om van vallen nog maar te zwijgen. Het zal tijd kosten voordat ik er weer helemaal aan gewend zal zijn.

Woensdag 26 februari 2020.

Vandaag weer eens naar de kapper geweest. Dat mocht wel weer een keertje. Voor het eerst naar een nieuwe kapsalon: “Stijlvol Haren”, die in feite bemand wordt door Angela, die bij Onnes al mijn favoriete kapster was. Ze is intussen voor zichzelf begonnen, met een keurige inrichting en nog geen honderd meter van haar vorige werkkring af. 

Nog altijd is de verkoudheid niet weg. Het is weliswaar draaglijk en ik kan er zo honderd mee worden, maar ik heb het toch maar liever helemaal weg. Ik heb het nu langer dan bij de laatste keer, in oktober 2018, toen het na vijftien dagen helemaal over was. De vorm was nu milder dan toen, maar wel hardnekkiger.

Dinsdag 25 februari 2020. 

Inmiddels ben ik begonnen met van deze hele website printjes te maken. En met ‘Mijn leven’ ben ik nu gekomen tot en met het jaar 2012. Ik wil gewoon niet nog een keer meemaken dat ik te laat merk dat een pagina helemaal verdwenen is. Als ‘Mijn leven’ af is, is de Kwartierstaat aan de beurt. Ook hier mag geen bladzijde verloren gaan, want dat zou bijna onherstelbare schade betekenen. Tenslotte volgen dan de overige pagina’s. Verreweg de meeste pagina’s, zeker van “mijn leven” zal ik niets meer aan veranderen. Ik moet er wel aan denken dat als ik het toch wel doe, ik ook meteen weer een printje maak. 

Gelukkig hebben we de stromen regen van de afgelopen dagen voorlopig weer gehad, zodat ik de deur weer wat makkelijker uit kan. 

In de Telegraaf vandaag het bericht dat de oudste man ter wereld is overleden: een Japanner die 112 jaar werd. De oudste vrouw is 117, ook een Japanse. En, zoals altijd, werd hem de vraag gesteld wat toch het geheim is van een lang leven. 

Zijn antwoord was: De laatste jaren verbleef Watanabe in een bejaardentehuis in datzelfde Niigata. Tot vorige zomer deed hij dagelijks sport- en wiskundeoefeningen. Het geheim voor een lang leven was, volgens de man, zich niet ergeren en steeds een glimlach op het gezicht hebben.

Ik heb de meest zotte antwoorden van hoogbejaarden gezien. Onlangs nog meldde een Nederlandse 100-plusser dat het geheim was: elke dag veel vette jus en af en toe een glaasje advocaat. 

De methode van de heer Watanabe lijkt me de eerste waar wel eens een grond van waarheid in zou kunnen zitten. Het is ook frappant, dat hij overleed een half jaar nadat hij met zijn sport- en wiskundeoefeningen gestopt was. Bovendien lijkt me het motto ‘niet ergeren’ ook een goede raad. Ergernis sloopt je. Het kost me ook steeds minder moeite me om me niet te ergeren en het verleden het verleden te laten. Wel hoort daar volgens mij bij dat je bronnen van ergernis, zoals slechte mensen, waarvan ik er helaas wat teveel heb ontmoet in mijn leven, zoveel mogelijk moet zien te ontlopen en die relaties radicaal te verbreken.

Maandag 24 februari 2020.

Nog altijd ben ik mijn verkoudheid niet helemaal kwijt, al merk ik wel dat het steeds minder wordt. Ook voel ik me minder zwabberig. Gisteren was blijkbaar ook het veldlopen en veldrijden afgelast, want er kwamen natuurfilms voor in de plaats. Jammer, want bij lelijk weer zijn die sporten juist op zijn leukst voor de kijker. Maar ik wil natuurlijk ook niet dat iemand ernstig gewond raakt. 

Veel regen gisteren en opnieuw vandaag, dus als het even kan ga ik de deur niet uit. Gelukkig heb ik genoeg in huis. Gevolg is natuurlijk wel dat leuke of andere ontmoetingen nu minder of niet voorkomen. We halen de schade wel weer in.

Zondag 23 februari 2020.

Na de schoonmaak van mijn koelkast en vriezer heb ik weer een hoop verse spullen gehaald. Alles is weer als vanouds, maar nu in een veel schonere kast en met versere spullen. 

Het afgelopen etmaal heb ik ontdekt dat het jaar 2017, Hoofdstuk XIX, van de website was verdwenen. Hij staat nog wel, ‘aan de achterkant’ als verwijderde pagina te boek, maar ik heb nog geen idee hoe ik hem weer teruggezet krijg. Dat verwijderen was in elk geval geen bewuste actie. Maar blijkbaar kun je met een onbedoelde klik zomaar een hele pagina kwijt zijn. Ik hoop dat ik hem nog terugkrijg, maar anders zal ik hem opnieuw moeten maken. Dat zal niet meevallen. Ik heb natuurlijk wel back-ups, maar ik weet niet hoe lang geleden deze verwijdering heeft plaatsgevonden. Dus een back-up van het jaar 2017 is er vast niet meer. Apple verwijdert mijn oude agenda na anderhalf jaar, evenals bijvoorbeeld de OV-chipkaart. Wat ik nog wel heb zijn mijn financiële gegevens. Dan kan ik in elk geval nog zien waar ik geweest ben. Want overal waar ik geweest ben heb ik wel iets moeten betalen. Nu was 2017 niet zo’n heel spannend jaar, dus het is waarschijnlijk geen drama. Andere jaren en periodes zijn een stuk belangrijker voor mijn leven geweest. Dus ik moet of dagelijks nagaan of er niet iets ongewensts is gebeurd, of ik moet een geprinte versie maken. Of allebei. 

Intussen begint mijn pagina “Eten en drinken” alweer aardig voller te worden. Het betekent ook dat ik weer wat langer stilstond bij de diverse artikelen in de supermarkt. Zo vond ik onder andere dat de “Aardbeien Meringue” van Hertogh ijs, roodgekleurd wordt door het gebruikte bietensap. Niet door de aardbeien, wat door de overvloed aan fruit bij de reclame gesuggereerd wordt, want die zitten er in de praktijk gewoon te weinig in voor een redelijke roodkleuring. Bij “Eten en drinken” meer details. Morgen meld ik maar weer eens welke aanpak ik met deze website heb gevolgd en volg.

Zaterdag 22 februari 2020. 

Blijkbaar hebben we nog wat regen tegoed, want die valt vandaag en morgen volop. 

Mijn koelkast en vriezer worden vandaag schoongemaakt en dat heb ik ook voorbereid: alle inhoud heb ik beoordeeld op houdbaarheid, dubbele en gebruiksfrequentie. Ik sta wel eens in de supermarkt, bijvoorbeeld als ik voor nasi inkoop. De ketjap staat dan niet op mijn lijstje en ik vraag me dan af of ik nog wel ketjap in huis heb. Omdat ik geen zin heb om twee keer te lopen koop ik dan voor alle zekerheid een flesje ketjap. Bij thuiskomst blijkt dat ik die nog had, zodat ik dan nu twee flesjes heb. Of voor een gerecht heb ik bijvoorbeeld Hoisinsaus of Thaise vissaus nodig, maar als de maaltijd dan achter de rug is, gebruik het restant nooit meer. Dus dat werd grondig selecteren en heel veel weggooien. Ook lette ik er een week op dat ik geen bederfelijke spullen kocht, zodat ik de koelkast en vriezer zo leeg mogelijk heb. Zometeen heb ik dus weer een schone en grondig opgeruimde koelkast. Die natuurlijk ook meteen weer moet worden gevuld met nieuwe bederfelijke waren.

Vrijdag 21 februari 2020.

In de afgelopen week heb ik weer boeken aangeschaft. Een vijftal deze keer. Ik kreeg gisteren het boek Radbod uit. Het eerste boek dat ik vanaf vandaag ga lezen is De Amerikaanse Prinses van Annejet van Zijl. Te leen gekregen van een buurvrouw. Dan zal volgen “Konvooi door het IJs” over geallieerde transporten tijdens WO II naar Archangelsk. Ik dacht dat ze steeds naar Moermansk gingen, omdat Archangelsk niet ijsvrij is in de winter. Het volgende boek wordt dan de Limes in de Lage Landen. Door de vorige boeken ben ik toch nieuwsgierig geworden naar het ontstaan in de Romeinse tijd van een hele rij steden van Katwijk tot Nijmegen, die vervolgens weer allemaal verdwenen, nog ruim voordat de Romeinen weer vertrokken, om enkele eeuwen later allemaal opnieuw te worden opgericht. Dan het boek “De Friezen”, over het ontstaan van Holland. En tenslotte een boek “De Catharen”. Hier ben ik wel tot tegen of in de zomer zoet mee. 

Opmerkelijk snel en makkelijk heb ik volgende week weer een afspraak met onze voltallige bewonerscommissie. Om met vijf mensen, vrijwel allemaal actief in de maatschappij, een datum te prikken waarop iedereen kan is soms een heel avontuur. Maar dit keer ging het vlot en goed. Dat mag ook wel eens een keer. 

Nog altijd ben ik niet helemaal hersteld van mijn verkoudheid. Het is maar goed dat ik dit af en toe opschrijf, want dat is dan kennis nuttig voor een volgende keer. De vorige keer, in oktober 2018, duurde deze periode 15 dagen en nu ben ik ‘pas’ op de 12e dag. Dus het zou maandag over moeten zijn. Ben benieuwd of hier inderdaad een soort systeem in zit.

Donderdag 20 februari 2020.

Vanmorgen vroeg een splinternieuwe ontdekking uit mijn verre verleden gedaan. Of eigenlijk uit een tijd zelfs dat ik er nog nét niet was. De adresboeken van de gemeente ‘s-Gravenhage 1939 – 1942 zijn op het internet gezet. Zowel de hoofdbewoners alfabetisch met erachter het adres, als alle straten met huisnummers en wie er achter elk nummer hoorde. Ik kende het verhaal van mijn broers al, dat zij in de Usselincxstraat op nummer 152 woonden, een bovenwoning, en dat ze in de oorlog (om precies te zijn op 3 mei 1943) nog verhuisd zijn naar nummer 150, een benedenwoning. Dat werd dus mijn eerste officiële woonadres in 1946. Het verhaal is dat het huis op nummer 150 leeg kwam, omdat de bewoners door onze vriendelijke oosterburen, met onbekende bestemming werden afgevoerd. Nu was er dus de kans om eens te zien wie er dan in 1942 in het huis op nummer 150 woonden. En dan blijkt het te gaan om een zekere E. Lens. Het is dus dankzij deze E.Lens en wat de Duitsers van hem vonden, dat mijn eerste woonadres op nummer 150 was. Anders was het nummer 152 geweest. Een feit van wereldschokkende betekenis, dat zal de lezer wel met me eens zijn. 

Woensdag 19 februari 2020.

Eigenaardig dat de HEMA-pyama geen voorkant of achterkant blijkt te hebben. Niet bij de broek een ook niet bij de jas. De kraag zit dus een beetje krap rond de hals. Dat is dus een vinger in de kraag steken, naar beneden trekken en even vasthouden. Dan rekt ie vanzelf een beetje op. Genoeg om niet langer te irriteren. Ook het ontwerp is dus behoorlijk fantasieloos. Beetje Mao-achtig. Hier is duidelijk nog een wereld te winnen. 

Het hoestje blijft maar hardnekkig aanwezig. Van de vorige keer, oktober 2018, weet ik nu dat hij ongeveer veertien dagen aanhoudt. Dat zou dus tot ergens in het komende weekend zijn. Ben benieuwd of dit ook deze keer gaat kloppen. 

Vandaag is ook het maandtotaal van al mijn websites samen het hoogste sinds begin 2001 met 735 bezoekers. En dan zitten we nog maar op de 19e van de maand.

Dinsdag 18 februari 2020.

Gisteren heb ik dan weer eens een nieuwe pyjama gekocht. De enige oude die ik nog had en gebruikte had ik decennia geleden aangeschaft. Dat hij nog altijd heel was, is me altijd een raadsel gebleven. Hij is nu dan ook afgeschaft. Ik kan me ook helemaal niet herinneren in welk tijdvak – decennium – ik hem heb aangeschaft. Het is in elk geval vóór mijn huwelijk geweest (1985), maar hij zou makkelijk nog een stuk ouder geweest kunnen zijn, misschien zelfs wel uit mijn tienertijd stammend. 

Tevoren had ik mij natuurlijk eerst grondig in de pyamawereld verdiept. Mijn hulp en mijn broer waren het zonder overleg met elkaar meteen helemaal eens: koop hem bij de HEMA. Maar zoals mijn broer zijn HEMApyama beschreef, met keuze uit één modelletje: effen donkerblauw of een blauw ruitje, blijkbaar afhankelijk van het seizoen, leek het me supersaai. Dus toch ook maar even het internet afgestruind, of er niet wat vrolijker modelletjes te koop zijn. 

Van meer dan tien internetwinkels, waaronder in elk geval de grootste en bekendste heb ik alle modelletjes bestudeerd. De conclusie was onontkoombaar: het is bij alle leveranciers saaiheid troef, als het om pyjama’s gaat. Donkerblauw of donkergrijs zijn de meeste voorkomende kleuren. Rode, gele, witte of groene pyjama’s heb ik nergens gezien. Pyama’s met een plaatje of een vrolijk motiefje, heb ik ook helemaal niet gezien. Om zekerder te zijn dat ik geen leverancier had gemist heb ik “pyjama” ook nog eens in Google ingetoetst en vervolgens bij Afbeeldingen gekeken. Dan zie je in een oogopslag pyjama’s in alle mogelijke soorten en maten voorbij komen, zeker als je verder gaat scrollen. Als er al een leuke pyjama voorbijkwam was hij steevast alleen in kindermaatjes verkrijgbaar (meestal t/m 6 jaar zelfs maar). Dat er voor in de slaapkamer niet wat gezelliger en vrolijker modelletjes te koop zijn, vind ik onbegrijpelijk. Dit moet een gat in de markt zijn. Jammer alleen dat ik deze oefening niet wat eerder heb gedaan. 

Bij de HEMA was de keus simpel. Er was maar één pyjama in de maat XL te koop en die heb ik dus maar genomen: zwarte broek met donkerblauw topje.

Maandag 17 februari 2020.

Dat was weer een dagje thuis, maar ik zal er nu toch echt een keer uitmoeten. Gek eigenlijk dat ik vaststel dat ik zo makkelijk een huismus kan zijn. Het stoort me totaal niet, eerder integendeel. Toch kom ik echt wel onder de mensen. In mijn buurtje, in Twenthe en de Achterhoek en door het land verspreid op diverse plaatsen. Maar een aantal dagen of een hele week alleen maar thuis, vind ik ook helemaal geen probleem. 

Intussen is de nieuwe pagina op deze website “Eten en drinken.” gestart. Toen ik eenmaal hiermee bezig ging, realiseerde ik me pas, hoe weinig ik eigenlijk hiervan weet. En dat geldt bij uitbreiding voor veel meer mensen, misschien wel bijna alle mensen: je weet niet wat je eet. Alleen de mengers bij de voedselmaffia weet dat. Zouden die mensen hun eigen recepten ook proeven en eten? 

Vanmorgen een artikeltje over het menu van de oermens gelezen. Tot verrassing van de onderzoekers bleek dat die mensen helemaal niet gezonder aten dan wij tegenwoordig. In de onderzochte plekken bleek dat ze veel vis aten, vooral van soorten waarin veel zware metalen zaten. Ook stond er veel vet (vooral ook van landdieren) op het menu. Ook al niet gezond. Brood en aardappelen waren nog niet uitgevonden, dus dat aten ze niet. Onze voorouders wisten niet beter en konden ook niet veel anders. Van alleen maar vruchten kon je niet blijven leven. 

Tegenwoordig eten we wat de voedselmaffia in de schappen legt. Behalve dan de kleine minderheid, waar ik mezelf ook toe reken, die kritisch is op wat ze eet.

Zondag 16 februari 2020.

Storm Dennis woedt. De derde storm in een week. Het zal wel weer overgaan. 

Ik verander de pagina ‘recepten’ op deze website. Hij gaat heten: Eten en drinken. Op allerlei plaatsen staan mijn verterings-ervaringen met allerlei producten en het leek me raadzaam die bij elkaar te zetten. Reacties hierop zijn natuurlijk welkom. Ik weet gewoon niet hoe vaak het voorkomt dat bepaalde aan ons voedsel toegevoegde chemicaliën, al dan niet onder een E-nummer, tot darm- of andere problemen leiden. Als ik dat aan een winkelier vraag, dan ben ik echt de enige en ze kijken me daarbij aan met een blik van een mengeling van ongeloof en onbegrip. Maar dat geloof ik uiteraard niet. Ik ga er vandaag nog aan beginnen, maar het zal wel even duren voordat het helemaal af is, als het al ooit zover komt. 

Ik ben nog altijd niet helemaal beter, al merk ik wel dat het elke dag een stukje beter wordt.

Zaterdag 15 februari 2020. 

Vanmorgen overschreed het aantal bezoekers op deze website met 569 bezoekers het ‘oude’ maandrecord sinds het jaar 2000 dat stond op 566 bezoekers. En we zitten nog maar precies op de helft van deze maand. Inderdaad is sedert plm anderhalve week er een stevige opleving van het aantal bezoekers van deze website gaande, nadat het eerst een maand of drie juist een stuk rustiger was. Zoals gebruikelijk heb ik weer geen idee wat de oorzaak is. 

Valentijnsdag is weer voorbij en ik heb opnieuw geen enkel aanzoek gehad. Het is toch wat. Ik ben toch een actieve, aantrekkelijke en intelligente man, die uitstekend voor zichzelf kan zorgen en geen problemen van enige betekenis heeft. Ik hoop maar dat de oorzaak is dat vrouwen die ‘in de markt’ zijn, verwachten dat de man het initiatief zal nemen. Dan kunnen ze in mijn geval lang wachten, want dat initiatief zal van mij niet komen. Tenzij zich een zeer uitzonderlijke situatie voordoet. Mijn fantasie schiet alleen te kort, hoe zo’n zeer uitzonderlijke situatie er dan uit zou kunnen zien.

Vrijdag 14 februari 2020.

Valentijnsdag. Een verschijnsel dat ik zeker al tientallen jaren kende, waarschijnlijk zelfs van ergens in mijn twintigertijd. Omdat ik zo lang alle mogelijke herdenkingsdagen heb genegeerd, heb ik me ook nooit afgevraagd, wat precies de betekenis van een bepaalde dag was. 

Zo weet ik nog altijd niet waar Pinksteren nu precies over gaat, en waarom dat feest jaarlijks met twee vrije dagen gevierd moet worden. En dat terwijl ik in mijn jonge jaren toch heel veel aan kerkbezoek heb gedaan en ik op school altijd goed heb opgelet. Dat vele kerkbezoek was overigens niet vanwege mijn overtuiging. De eerste kerkbezoeken, vanaf eind vijftiger jaren al, kort nadat ik uit het ziekenhuis was ontslagen, waren het gevolg dat onze padvindersgroep een zogenaamde X-groep (Chi-groep) was: een protestants-christelijke groep onder een gelovige leider. Uit een soort solidariteit, ik hoorde er toch bij?, ging ik dan vaak mee naar allerlei vieringen of zelfs naar de aparte padvinderskerkdienst in de Nieuwe Kerk aan het Spui. Toen ik vanaf plm 1970 verantwoordelijkheden kreeg voor personeel, ging ik bij huwelijken, als we een uitnodiging hadden gekregen, ook altijd naar de kerkdienst, als die er was, en niet naar het stadhuis. Dat gaan naar de kerk had ik zelf besloten, dat was geen voorschrift of richtlijn van mijn werkgever. Mijn collega’s en opvolger deden dat niet meer. Ik ging in dat geval naar de kerk uit respect voor het bruidspaar. De kerkdienst was voor hen blijkbaar de echte huwelijkssluiting, en het stadhuis toch meer een formaliteit. 

Ook naar uitvaarten van medewerkers ging ik als het even kan naar de kerk. Maar wat er allemaal precies gezegd werd en waarom ontging mij toch grotendeels, al pik je overal wel wat van op. 

Valentijnsdag is ook zo’n dag. Uiteraard is dat geen Christelijke feestdag, en wie dat vieren wilde deed maar, als ik maar niet hoefde. En precies hierdoor was ik mij er ook niet van bewust wat zich tussen allerlei lieden om me heen afspeelde. En waarmee ze alle mensen om hen heen, ook mij, bedrogen. 

Nu ben ik me juist daardoor heel erg bewust van wat Valentijnsdag is, al is er thans niemand meer om me heen die me hiermee zou willen belazeren. Ik heb van allemaal al jaren geleden afscheid genomen. Dat weten we natuurlijk pas echt als deze dag weer voorbij is. Er kan nog post komen en de telefoon of de deurbel kunnen nog gaan. Ik verwacht helemaal niets en zelf zal ik het ook niet vieren.

Donderdag 13 februari 2020.

De verkoudheid slaat nu toch wel flink toe. Het gaat ongetwijfeld wel weer een keer over.

Voor de tweede keer kreeg ik nu getallen, waarbij het aantal overleden mensen aan het nieuwe virus, wordt vergeleken met het aantal mensen dat ervan genezen is. De ‘populaire’ berichtgeving vergelijkt voortdurend het aantal overledenen met het aantal besmettingen, en dan kom je op een sterftekans van circa 2%. Maar dat is niet eerlijk. Het duurt immers een tijdje voordat de ziekte na besmetting ook echt toeslaat. Dan krijg je met 2% een veel te optimistisch getal. Het is beter om – op dezelfde meetdag – het aantal overledenen te vergelijken met het aantal mensen dat van de kwaal genezen is. En dat is naar de jongste stand: 1368 overledenen en 5950 mensen die ervan genezen zijn. En dat is een sterftekans van 18,7 %. 

Met mijn huidige conditie en zonder liggende taken, doe ik op een dag niet zoveel. 

En we hebben een nieuwe huismeester: Arie ging en Robert kwam.

Woensdag 12 februari 2020.

Intussen heb ik het afgelopen etmaal een verkoudheid opgelopen. Voorlopig alleen natte neus en af en toe wat hoesten. Geen koorts en ik voel me verder prima. 

Een maand of vijf/zes geleden dienden zich meer dan twintig democratische kandidaten voor het presidentschap van Amerika aan. Ik heb daar een beetje hoofdschuddend kennis van genomen. Ik ga niet al die kandidaten uitpluizen om vast te stellen wie ik de beste zou vinden. Afwachten tot het veld flink is uitgedund, was mijn motto. Totdat ik een interview las met James Comey, de voormalige baas van de FBI, door Trump ontslagen. Comey was een leven lang Republikein, totdat hij door Trump ontslagen werd en toen Democraat werd. Hij meldde dat zijn 1e keus Amy Klobuchar was. Dat was toen zelfs bij de meeste Amerikanen een volslagen onbekende. Zijn 2e keus was Pete Buttigieg, die al iets bekender was. Ik las Comey’s boek ‘A higher loyalty’ en ik vond zijn oordeel doorgaans heel goed, ook als het over anderen ging. Na deze ‘aanbeveling’ ben ik wat dagelijkser de Amerikaanse verkiezingen gaan volgen. Het viel op dat bij alle peilingen maandenlang Klobuchar nooit hoger kwam dan 5% en doorgaans lager. In Iowa, vorige week, met opnieuw een peiling dat ze circa 5% zou gaan halen, maar bij de resultaten werd ze vijfde en zat ze plots dicht tegen de 10%. En gisteren in New Hampshire werd opnieuw voorspeld dat ze niet meer dan 5% zou gaan halen, maar intussen werd ze derde, met een percentage van 19,8. Twee kandidaten die tot nu steeds hoge ogen gooiden, Biden en Warren, haalden nu geen 10% meer. En opnieuw gooiden kandidaten de handschoen in de ring. Het zijn er nu nog vijf of zes. Het zou me niet verbazen als Amy Klobuchar nog een stuk verder gaat komen. Koos voor Amy Klobuchar!!

Dinsdag 11 februari 2020.

De schade van de storm in mijn wijkje viel enorm mee. Wel de gebruikelijke hoeveelheid takken op de paden, maar geen grote hindernissen, tenzij ze natuurlijk al waren weggehaald. Dat hebben we dus ook weer netjes overleefd. 

Een opkomende verkoudheid was wat me vandaag het meeste opviel. Ook dat zal wel weer overgaan al vind ik het altijd wel weer een beetje lastig. Ik zal toch af en toe de deur weer uit moeten. Goed aankleden dan.

Maandag 10 februari 2020. 

Geluncht met een zoon in de Stad. Gezellig en informatief. Met het oog op de verwachte storm en regengebieden had ik uitgerekend dat ik het beste eerst de huurauto kon terugbrengen naar de garage. Ik had me niet gerealiseerd dat de wandelweg van de garage naar de binnenstad vooral gaat over totaal open vlaktes. En het waaide al behoorlijk hard, maar het bleef voorlopig wel vrijwel droog. Ik had moeite om op de stoep te blijven en langs water lopend had ik mogelijk ook nog een nat pak gehad, als ik niet erg oplettend was geweest, maar dan anders dan waar ik rekening mee had gehouden. Het slaagde allemaal en ik was perfect op tijd in het restaurant. Op de terugweg naar het station, waarvandaan mijn bus moest gaan en ook ging. Na het uitstappen ging ik ook nog even naar de Jumbo. Pas van de Jumbo naar huis lopend, plm 500 meter, begon het voor het eerst maar meteen ook serieus te regenen. Ik kwam dus op de valreep alsnog kleddernat thuis. Ik had bij vertrek de verwarming al tamelijk hoog gezet, omdat ik al vreesde dat ik niet helemaal droog zou blijven en liep dus meteen de warmte in. Als ik nu nog eerst de auto had moeten wegbrengen, met onvermijdelijk enkele kilometers lopen, was ik pas echt zielig geweest. Voorlopig ga ik nu de deur niet uit, dus ik weet ook nog niet hoeveel schade de storm in mijn buurtje heeft opgeleverd.

Zondag 9 februari 2020.

De dag van storm Ciara. Morgenochtend weten we meer. En helaas zal ik vandaag dus toch nog even de deur uitmoeten. Maar daar staat dan tegenover dat volgens het KNMI de storm pas vanaf vanavond 20.00 uur Groningen zal bereiken en dan hoop en verwacht ik dat ik toch echt wel weer een tijd binnen zal zijn. Gelukkig is het niet koud, dus zelfs als ik een bak water over me heen krijg dan ben ik snel genoeg weer thuis. Kortom: ik overleef het hoogstwaarschijnlijk wel. 

Zaterdag was het weer eens een cursusdag, dit keer te Aalten. Hoewel ik niet verwacht had heb ik er toch weer het nodige van opgestoken, te gebruiken zowel in mijn wijkje als in de Achterhoek en Twenthe. 

Zaterdag 8 februari 2020. 

En ik blijf me maar verbazen, al weet ik al jaren hoe de hazen lopen. Van de nu lopende Corona-epidemie, vooral in China, vraag ik me al van het begin af hoe vaak mensen hiervan genezen. Elke dag een nieuw cijfer van het aantal doden en het aantal nieuwe besmettingen, maar nooit een cijfer van het aantal genezen mensen in dezelfde periode. Er zullen toch ook wel mensen beter worden? Die cijfers zullen zeker ook bestaan maar geen enkele krant meldt ze. Je moet er heel erg naar zoeken. En inmiddels heb ik een bron gevonden. Het antwoord is dus: voor de vuist weg genezen er ongeveer anderhalf keer zoveel mensen, als dat er doden vallen. Ik weet niet zeker of dat dan betekent dat je overlijdenskans dus ongeveer 40% is. Maar de grootste vraag is wel: waarom mogen we dat niet weten? Waarom meldt geen enkele krant of ander medium het aantal genezenen? Misschien simpel weg omdat dat het goede nieuws is. En we krijgen per definitie alleen het slechte nieuws te horen. Dat hoort blijkbaar bij de beroepscode van journalisten.

Vrijdag 7 februari 2020.

Sinds enkele maanden ben ik een toetjesliefhebber geworden. Merkwaardig is dat toch. Tientallen jaren doe ik het zonder toetje, of alleen bij bijzondere gelegenheden, en ineens krijg ik de geest en ga ik over op toetjes. En aangezien ik elke keer kijk wat de voedselmaffia in de toetjes stopt, word ik ook zo langzaamaan een toetjesspecialist. Gisteren had ik dan voor het eerst iets van Almhof. En in het bijzonder hun vanillekwark. Ik hield al bij het oppakken van zo’n beker in de winkel mijn hart vast. Voor dit product wordt veel tv-reclame gemaakt en dat is vrijwel altijd een voorteken voor een hoop gif in het product. Maar merkwaardig genoeg kon ik dat op de verpakking bij ‘ingrediënten’ niet vinden. Geen enkel E-nummer wordt vermeld en ook niet een ingrediënt met een moeilijk woord dat ik herkende als een poging de koper te misleiden door het E-nummer te vermijden en in plaats daarvan de naam van het stofje te vermelden. E-nummers hebben immers een slechte naam en moeilijke woorden begrijpen de meeste klanten toch niet. 

Nu nog de proef op de som. Nadeel van hun verpakking, bekers met 500 ml, dat het zoveel is voor een enkel toetje. Voordeel is dan wel weer, dat als je er veel van eet, je eerder ergens last van krijgt, al was het maar een opgeblazen gevoel. Na de gebruikelijke wachttijd na de maaltijd van twee uur, ben ik aan de beker begonnen, en langzaam maar zeker heb ik hem helemaal leeg gelepeld. Dan is het Grote Wachten aangebroken, tenminste opnieuw twee uur. En er gebeurde ………. helemaal niets. Ik had zelfs geen opgeblazen gevoel. 

Ik zou niet weten met welk ander toetje in die hoeveelheid ik dit kan presteren, behalve natuurlijk als ik het zelf maak. Volgende keer neem ik ook nog Almhof yoghurt, maar het zou me zeer verbazen als dit bij hun yoghurt anders zou zijn. 

Dit was mijn beste toetje ooit, afgezien van de zelfgemaakte. Dat vermoedde ik al toen ik de ingrediënten op de verpakking las, maar het bleek ook in de praktijk. 

Van de toetjes heb ik nu goedgekeurd de merken: Almhof, Melkunie, Danio en huismerk Jumbo (al vind ik hun kwark wel wat dun voor kwark). 

Afgekeurd heb ik inmiddels: Campina samen met hun bijmerken Optimel en Mona en (niet van Campina): Zuivelhoeve. 

Ik raad natuurlijk zulke grote toeten (toetjes kun je niet meer zeggen) als ik nam af, want overdaad schaadt altijd. Ook moet je je niet veel voorstellen van de hoeveelheid vruchten in vruchtenyoghurt. Maar verder is er nog genoeg keus en is nu mijn topfavoriet Almhof. 

Donderdag 6 februari 2020.

Het meest opvallende nieuws het afgelopen etmaal in mijn leven was wel dat het afgelopen etmaal, woensdag 5 februari 2020 er 127 pageviews (bekeken bladzijden) op deze website zijn geweest, en dat is een absoluut record sinds het jaar 2000. 

Nog in 2016 waren er nog een aantal hele maanden waarin er nog geen 127 bezoekers waren, dus plm 4 per dag. Dat is dus ineens een breuk met het beeld van de afgelopen paar maanden, waarin de bezoekersaantallen eerst heel langzaam terugliepen en vervolgens stabiliseerden. Maar deze peiling is natuurlijk maar van één dag, dus het kan voor de maand februari van 2020 nog altijd alle kanten uit. 

Verder was het weer een dagje Enschede. Weer eens per trein. En opnieuw liep de treindienst weer helemaal vlekkeloos. Inhoudelijk liep alles weer naar wens en ben ik voor even van huiswerk af. Komt vanzelf weer terug.

Woensdag 5 februari 2020.

Een gebeurtenisloze dag heb ik achter de rug met kleine voorvallen. Zo vernam ik het nieuws dat een directe buurvrouw van me, waar ik al heel lang naast woon, misschien wel 15 jaar, vanaf komende vrijdag vertrekt. Haar verstandelijke vermogens gingen heel langzaam achteruit, zoals bij zovelen op deze leeftijd, zodat haar naasten vonden dat ze maar beter in een verzorgde omgeving kan verblijven. Dat betekent dat mijn ‘verplichting’ van haar container steeds buitenzetten, over enkele weken voorbij is. Een zorgje minder dus.

Dinsdag 4 februari 2020.

Gisteren had ik weer eens raapstelen. Nieuwe oogst. Ik heb nog steeds niet helemaal door wanneer ongeveer welke groente verschijnt. Mei wordt de maand van de verse kapucijners en verse doperwten, maar dat de raapstelen al begin februari komen had ik toch niet paraat. Dit soort groenten zijn nog altijd seizoensgebonden groenten en (dus) niet bij de supermarkt te koop. Ik neem ze zolang ze er zijn. Wat me ook verrast is dat blijkbaar nog niemand heeft bedacht dat je ze ook het hele jaar door beschikbaar kan stellen, bijvoorbeeld door ze in kassen te gaan kweken of in Egypte. Aardbeien stonden vele jaren bekend als ‘de zomerkoninkjes’, maar ze zijn intussen het hele jaar door te koop. En gewoon uit Nederlandse kassen. Dus ze zijn sindsdien andere koninkjes geworden, maar ik heb even niet paraat waarvan dan wel. 

Verder heb ik me meteen maar even verdiept in de precieze relatie van de families Kraan en Van Leeuwen. De in het artikel genoemde Kranen heb ik inderdaad allemaal in mijn kwartierstaat, met tevens diverse details die ik zelf ook al had gevonden. Zoals het feit dat de meeste Kranen niet konden lezen of schrijven, maar soms toch een mooie carrière maakten, bijvoorbeeld als schepen van Moordrecht.

Verwarrend voor mij is wel dat dezelfde straatnamen in Moordrecht nog wel steeds bestaan, maar wat bijvoorbeeld vroeger een woonstraat was is tegenwoordig een industriewijk. Toch heeft de schijfster ook details die ik niet heb. Die moeten dan dus uit andere bronnen komen dan uit de doop-, huwelijks- en begraafboeken, die ik heb uitgeplozen. Bijvoorbeeld notariële akten. Ik ben hiermee dus nog niet klaar.

Maandag 3 februari 2020.

Inderdaad werden er zondag nog drie wedstrijden gereden, maar deze keer was er maar één medaille voor een Nederlander: voor de ongenaakbare Matthieu van der Poel, zoals al door vrijwel iedereen was voorspeld. Toch niet verkeerd als bij de zes wedstrijden vier keer het goud naar een Nederlander ging en acht van de in totaal achttien medailles naar Nederland gingen. Het had de hele nacht geregend en het regende nog steeds tijdens de wedstrijden, dus dat gaf een spectaculaire strijd. 

Voorts was mijn lijfblad Moerdregt er weer, van de historische Vereniging Moerdregt (oud voor Moordrecht).

Ik ben lid van deze club omdat mijn oervader, Jan Leenderts van Leeuwen (zie generatie X op deze website) hier heeft rondgelopen, alsmede diverse van zijn nazaten. Er zijn ongetwijfeld nog veel oudere Van Leeuwens, maar wie dat zijn, en waar die woonden daar ben ik nog niet achter. Voor het eerst sinds ik een jaar of twee lid ben stond er een artikel in over die begintijd (plm 1700), aan de hand van de belevenissen van de familie Kraan, aan wie ik inderdaad verwant ben. Jan Leenderts wordt niet genoemd, maar wel een andere Van Leeuwen, en wel C.J. van Leeuwen, die nog altijd in Moordrecht woont en zelfs in hetzelfde huis als vele van zijn voorvaderen gewoond hebben. Dat was toch wel een verrassing. Ik moet het nog eens op mijn gemak uitpluizen en vergelijken met wat ik nu al heb (ook op deze website) van de genoemde persoonsnamen. De Kranen hebben o.a. de rugnummers 282, 564, 1128 en 2256. (generatie X tot en met XIII) en het verhaal in Moerdregt gaat zelfs terug tot 1622.

Zondag 2 februari 2020.

Gisteren de eerste dag van het WK Veldrijden in Zwitserland. Er werden drie wedstrijden gereden, na elkaar: de eerste voor jonge vrouwen, vergeef me dat ik niet exact de leeftijden weet. Deze werd gewonnen door een Nederlandse, met twee van de drie podiumplaatsen voor Nederlandse deelneemsters. Vervolgens een race voor jonge talentvolle mannen, welke race eveneens werd gewonnen door een Nederlander, met ook weer twee van de drie podiumplaatsen voor Nederlanders. Tenslotte de race voor ‘elite-vrouwen’, zoals het in deze sport heet: de zwaarste categorie bij de vrouwen. En ook deze race werd gewonnen door een Nederlandse, Alvarado, met dit keer het hele podium oranje. Van de negen tot nu toe uitgegeven medailles waren er zeven voor een Nederlander. En het is niet eens dat er zoveel Nederlanders winnen dat ik het zo’n leuke sport vind. Ik vond altijd al en ik vind nog steeds dat de beste moet winnen, al zou het een Chinees of een Zambiaan zijn. Vandaag zijn er, als ik het goed heb, nog drie races en volgens vriend en vijand is de winnaar bij de elite-heren Matthieu van der Poel in elk geval alvast een zekere winnaar. 

Het bijzondere is dat de Nederlandse TV vanmiddag alleen de race voor de elite-heren uitzendt. Een rijtje Nederlandse wereldkampioenen in een officieel erkende sport en bijna niets daarvan op de Nederlandse TV. Wie het wil zien moet op de VRT of Eurosport afstemmen. 

Gisteren heb ik vastgesteld dat het stokoude tapijtreinigingsmiddel dat ik vond nog uitstekend functioneert bij een wijnvlek op mijn nieuwe tapijt. Het middel is van Shout. Shout heeft ook een variant voor het verwijderen van vlekken in de was. En het functioneert ook daar beter dan Oxi Action, dat is alleen maar erg duur vanwege de vele reclame die ze maken, maar is duidelijk minder goed.

Zaterdag 1 februari 2020.

Alweer een maand voorbij. Elke 1e van de maand kijk ik het aantal bezoekers op mijn websites na, alsmede de meterstanden van gas en elektra. Het bezoekersaantal in januari was vrijwel precies even groot, op twee bezoekers na, als het aantal van december 2019. Dat betekent dat er nu drie maanden achter elkaar (november, december en januari) een heel stabiel beeld van het aantal bezoekers is. Als ik tot nu toe meldde dat de bezoekersaantallen een grote grilligheid vertonen, dan is het nu drie maanden achter juist elkaar heel erg stabiel. Stabiliteit dus als onderdeel van de grilligheid. Dat hadden we nog niet eerder. 

Voor wat het energiegebruik is over januari 2020 weer een verdere teruggang gerealiseerd. Het elektriciteitsgebruik laat nu al zeker een jaar lang elke maand een lager gebruik zien. Het gasgebruik is, na een lichte stijging van twee maanden over november en december, in januari toch weer gedaald. Ik had bij de start – pakweg een jaar geleden – al het gevoel dat mijn maandbedrag te hoog werd vastgesteld, maar daar had ik geen probleem mee. Ik krijg immers liever terug dan dat ik bij moet betalen. Ik ga ervan uit, gelet op het overwegend dalende gebruik, dat ik dus vrijwel zeker zal terugkrijgen. Eind van deze maand weten we dan zeker meer. Ik reken nergens op, zodat ik straks waarschijnlijk alleen maar pure winst heb.

Voor oudere vermeldingen verwijs ik u naar het jaaroverzicht, “Het jaar 2020”, en eventueel voorgaande jaren, en naar de pagina’s ‘Overpeinzingen’. De oudste berichten worden geleidelijk steeds overgebracht naar het jaaroverzicht, als het om voor mij historische gebeurtenissen gaat en dat jaaroverzicht blijft dan doorgaans beperkt tot een feitenrelaas. Als er bijzondere bijdragen, ontmoetingen of overpeinzingen waren, dan verzamel ik die op de pagina’s ‘overpeinzingen etc. ‘. Dat zijn doorgaans – vind ik zelf – zeer lezenswaardige stukjes. Zijn het ervaringen met voedsel, dan verhuist dat naar de pagina ‘Eten en Drinken’.