Eten en Drinken.

Op 16 februari 2020 heb ik deze pagina, eerst ‘Mijn recepten’ hetend, omgedoopt in Eten en Drinken. Ik realiseerde me namelijk ineens dat ik in mijn blog regelmatig commentaar schrijf op in een winkel aangetroffen voedsel. Ik heb namelijk een gevoelig darmstelsel, en van allerlei chemicaliën, al dan niet als E-nummers vermeld, krijg ik last. Doorgaans is dat diarree, maar soms ‘alleen maar’ een opgeblazen gevoel.

Intussen weet ik wel welke merken ik vooral moet laten staan en welke merken ik dan beter moet nemen. Als ik een nieuw product in de winkel zie staan, dan lees ik eerst even welke ingrediënten erin zitten, van een soort die ik wel zou kunnen gaan kopen, dan zie ik al snel, zelfs alleen al aan de lengte van de lijst, of ik het eens wil proberen of gewoon ook moet laten staan.

In de eerste  plaats kan ik niet tegen kunstmatige zoetstoffen. Daar zijn er vele van. Een beperkte opsomming: aspartaam, cyclamaat, sacharine, sucralose en de ergste van allemaal: xylitol. Daar heb ik maar heel weinig van nodig om voor een urenlang bezoek van het toilet te zorgen. Gewone suiker verdraag ik wel goed, maar er is een andere reden, waarom ik mij hiermee ook matig.

De volgende categorie betreft de conserveringsmiddelen. Ook dit zijn er vele, want bij de E-nummers gaat het van E200 tot en met E299. Ik vermijd ze.

Dan krijgen we de categorie schimmelbestrijders, waarvan thans de meest gebuikte Izamalil is. Dit stofje zit – nog niet zo heel lang – op alle citrusfruit: sinaasappels, mandarijnen, grapefruits en citroenen. Ook op de biologische varianten. Dat stofje zit op de schil en hoort dus niet in de vrucht door te dringen. Dat gebeurt echter wel en dat is ook bekend bij de NVWA. Toch doet men er niets mee. Er moeten blijkbaar eerst enkele doden vallen. Van één sinaasappel, zonder dat ik uiteraard de schil opeet, moet ik binnen een half uur naar de doos, sinds er Izamalil op zit. Het zou tegenwoordig ook op aardappels zitten, maar ik weet nog niet op welke dan wel of niet. Officiële aanbeveling is om de schil van een met Izamalil bespoten citrusvrucht niet te eten. Die schillen zitten in nogal wat recepten. Helaas zijn citrusvruchten zonder een Izamalil-behandeling in Nederland helemaal niet meer te koop, ook niet in de biologische varianten.

Mijn jongste ontdekking betreft dan de zogenaamde verdikkingsmiddelen. Yoghurt, kwark, puddingen, jam en allerlei ander voedsel zijn te dun en kun je dan dikker maken met behulp van een verdikkingsmiddel. Daar gebruikten we vroeger gelatine voor of soms ook maizena. Maar dat is uiteraard te simpel en vooral ook te duur. Pectine (E440(a), werd later gebruikt en tegenwoordig zie ik steeds meer carrageen (E407 en E407a). Het verdikkingseffect bij voedsel met carrageen werkt in mijn darmen precies tegengesteld. Mijn darminhoud wordt er juist een stuk dunner van.

Nu een overzicht van enkele merken, veelal A-merken, die ik probeer te vermijden, wegens hetzij een overmaat aan chemicaliën, dan wel een forse ondermaat aan gewenste voedingsstoffen, dan wel de aanwezigheid van stoffen die bij mij darmproblemen veroorzaken.

Een A-merk is alleen maar een A-merk omdat er zoveel reclame voor wordt gemaakt. Reclame is echter duur, zodat de consument daar bij het aanschaffen van product voor betaalt. Door de hoge omzetten, juist omdat de meeste mensen er toch voor gaan, als ze ‘iets goeds’ willen, kunnen ze ook op de kosten van het product flink bezuinigen: dure grondstoffen verminderen, goedkope vulmiddelen ervoor in de plaats (zelfs water bij vlees). Dan natuurlijk de nodige smaakversterkers en andere kleur- en geurstoffen, stabilisatoren, zoetstoffen en verdikkingsmiddelen,  en het lijkt allemaal net echt. Al jaren heb ik mezelf erop getraind om, als ik in de winkel een product zie dat ik ken van de reclame het te laten staan. Dat gaat steeds makkelijker.

Fout: Conimex. Overmaat aan chemicaliën. Goed: Inpobra en Go-Tan. Hebben dezelfde spullen met veel minder of zelfs helemaal geen foute bestanddelen, die bovendien een heel stuk voordeliger zijn dan die van Conimex.

Zuivel.

Fout: Campina (Friesland) en Optimel, Chocomel. Overmaat aan zoetstoffen en carrageen als verdikkingsmiddel. Mona, ook van Campina, bevat deze stoffen niet, waarschijnlijk omdat dit vroeger van een andere fabrikant was. Fout: Zuivelhoeve: gebruik van carrageen. Goed: Melkunie, Almhof, Arla. Vooral Almhof en Arla bevatten opmerkelijk weinig toegevoegde stoffen. 

IJS. 

Het meest prominente merk ijs is ongetwijfeld  Hertogh ijs. Ik ben een dolle liefhebber van ijs, dus dan ben ik waarschijnlijk ook extra kritisch. Bij de beoordeling van Hertogh ijs is naar mijn mening zoveel mis, dat ik niet eens aan de ingrediënten ben toegekomen. Als voorbeeld neem ik Advocaatijs van Hertogh. Daar zat tot voor kort 2% advocaat in, maar dat is veranderd. Er zit nu 17% advocaatsaus in, waarvan 15% eierlikeur. Wat advocaatsaus is wordt niet vermeld, maar bij googelen kom je er achter, geen wonder natuurlijk, dat het een saus is met een gedeelte advocaat (doorgaans 15%) en voor het overige allerlei vulmiddelen. In  de Hertogh advocaat saus zit dan 15% eierlikeur en geen advocaat. Als er ook een percentage advocaat in zou zitten dan hadden ze dat vast wel gemeld. Eierlikeur is niet hetzelfde als advocaat uiteraard. Als ik het nu goed snap dan zit in een liter advocaatijs van Hertogh helemaal geen advocaat, maar wel 1,5 % eierlikeur.

We nemen een ander ijsmerk: Dickninge. Dit merk is inmiddels gestopt. Volgens de laatste eigenaar zijn er in Nederland slechts vijf leveranciers van ijs. Ik kan ze niet bedenken. Hertogh, Dickninge (toen), Iglo en ……… Toen Dickninge nog advocaatijs maakte zat daar 5% advocaat in. Dat was al een heel stuk beter dan in het beroemde Hertogh ijs.

Als je op het internet naar een recept voor het zelf maken van advocaat zoekt, krijg je diverse recepten, waarbij het aandeel advocaat schommelt tussen 30 en 50%. Kijk, dan heb je pas advocaatijs. Dan zie je pas wat voor stelletje …….   Hertogh ijs is. Al die zogenaamde A-merken, doen hetzelfde. Veel reclame maken, want daardoor kun je een relatief hoge prijs vragen, en intussen zoveel mogelijk op ingrediënten besparen, zeker de duurdere ingrediënten. En met smaak-, geur-, kleur- en andere middelen en prachtige plaatjes lijkt het net echt en lekker advocaatijs. In het TV-filmpje worden grote bakken met fruit in een machine gegooid, maar ik stel me daarbij altijd voor dat er uiteindelijk nauwelijks twee vruchtjes in elke bak ijs terecht zullen komen. Gisteren (21.2.20) nog even gecheckt hoe het nu zit met de toevoegingen in Hertogh ijs. Als eerste valt op dat geen enkel E-nummer wordt vermeld. Die truc doen voedselfabrikanten wel vaker: E-nummers zijn immers niet populair en daarom gebruik men de stofnaam. Dat staat wetenschappelijker. Voor zover ik al die gemelde stofjes kan plaatsen: Er zitten geen verdikkingsmiddelen, stabilisatoren en schimmelbestrijders bij. Maar dat was in ijs ook niet te verwachten. Wel uiteraard een arsenaal aan zoetstoffen. Geen advocaat in het advocaatijs,  “Advocaat Royaal” geheten. En hoe komt de “Aardbeien Meringue” van Hertogh aan die fraaie rose/rode kleur? Niet van de aardbeien, want daar zitten er te weinig van in om het ijs de gewenste kleur te geven, maar de kleur komt van bietensap. De wereld wil bedrogen worden, dus bedriegt men haar.

Bijgewerkt op 21 februari 2020.

SNERT.

Mijn recept voor echte ouderwetse snert.

Met half om half spliterwten en hele erwten. In veel recepten, bijna alle zelfs, worden uitsluitend spliterwten gekozen. Dat is lekker makkelijk, want die hoef je niet te weken en dan ben je meteen klaar. Probleem is dan dat als je alles gaat pureren, of het maar lang genoeg opstaat,  je in de uiteindelijke erwtensoep geen enkele erwt meer kunt zien. Dan krijg je een egale groene emulsie, die wat mij betreft dan even goed gemaakt kan worden met uitsluitend chemicaliën. De chemische industrie is vandaag de dag heel goed in staat om een egaal groene substantie te maken die net naar erwten of erwtensoep smaakt, net zo ruikt en er ook net zo uitziet alsof het om erwtensoep zou gaan, maar waar geen erwt aan te pas is gekomen. Dat is natuurlijk ook veel goedkoper, want erwten zijn ongetwijfeld veel duurder dan de diverse chemicaliën. Ik verdenk al die soepfabrikanten ervan, ja ook de meeste slagers, groentewinkels en delicatessenwinkels, dat ze op deze wijze ook hun erwtensoep maken, want de klant ziet, ruikt en proeft toch het verschil niet met de echte erwtensoep, ze maken zo veel minder kosten en halen zo ook een hogere winstmarge. Van mijn moeder weet ik al dat ze altijd half om half hele en spliterwten gebruikte. Die hele gedroogde erwten moet je dan eerst tenminste acht uur in de week zetten, lastig natuurlijk, en dan moet je ze apart van de spliterwten nog eens anderhalf uur koken. De ook anderhalf uur gekookte spliterwten ontdoe je dan, indien nodig, van overtollig water en moet je dan pureren. De hele erwten kun je dan samen met de varkenspoot, de hamschijf en/of de krabbetjes hun anderhalf tot twee uur geven. Daarna haal je de botten eruit en snij je het vlees nog even klein. Het laatste half uur doe je er dan nog de winterwortel, de knolselderij, de prei en de uien bij en ik doe er dan zelf dan nog een hoeveelheid in stukjes gesneden varkensvlees bij. Bij sommige slagers heet dat varkenspoulet. Een vreselijk woord. La poule is Frans voor kip en dan zou varkenspoulet ‘kippenvlees van het varken’ moeten zijn of ‘varkensvlees van de kip’. Bij anderen heet het bamivlees. Tenslotte gaat er dan nog rookworst bij. Geen Unox of huismerk natuurlijk, maar zelfgemaakte rookworst van de vakslager. Zo krijg je een echte Oud-Hollandse snert, waar je nog echt de erwten in kunt zien en waar je lepel rechtop in blijft staan als je hem loslaat. Pas bij het opdienen doe ik er dan nog een beetje zout bij. Vervolgens verdeel ik het dan over een stuk of tien bakjes van ongeveer 400 gram voor in de vriezer en dan heb ik even zoveel maaltijden voor de winter. Snert die nog eerst een dag (in de koeling) staat is nog lekkerder.

De hoeveelheden. Een goede pan snert kun je niet in een klein pannetje maken. Dat is precies ook de reden dat ik een grote pan maak, die ik dan in porties invries. Ik maak het op ervaring, zodat ik gewoon niet weet hoeveel ik er van wat in doe. Ik ga dat nog voor u uitzoeken.

Mijn recept voor vleessalade.

Benodigdheden:

riblappen, 400 gram had ik, de kleinste verpakking, maar dat is wel erg veel vlees.

vastkokende aardappels, zeker een ons of zes.

augurkjes, een stuk of zes middelgrote, kleingesneden (maar niet té klein)

zilveruitjes, een stuk of 20.

peterselie, een kwart tot een eenderde supermarktbakje.

mayonaise of halvanaise: een halve tube.

peper en zout, naar smaak.

De hoeveelheden heb ik vandaag laten afhangen van het feit dat riblappen bij de super altijd in (te) grote hoeveelheid verpakt zijn. Bij de slager kun je het gewicht vragen dat je wil hebben. Dan volstaat de helft (dus ongeveer 2 ons). Dus dit recept wordt zoals het boven staat wel erg vlezig, maar dat vind ik niet verkeerd. De meesten zullen minder vlees nemen.

De riblappen aan beide zijden peperen en zouten en vervolgens in stukjes snijden.

Deze stukjes in een braadpan mikken, waar eerst een klontje boter in was gedaan waarbij het schuim al is weggetrokken.

De vleesstukjes aan alle kanten aanbraden en vervolgens, nét onder water zetten aan de kook brengen en vervolgens vier uur op een laag sudderpitje laten staan.

Afhankelijk van de gebruikte pan, af en toe kijken of er nog voldoende vocht in zit en indien nodig met wat heet water bijvullen.

Aardappels schillen en aan de kook brengen en een kleine twintig minuten laten koken en afgieten. Koud laten worden. Eerst buiten, later in de koelkast.

Augurkjes en peterselie klein snijden.

Als alles klaar is, alle ingrediënten in een geschikte bak doen en goed door elkaar scheppen.

Verder laten afkoelen in de koelkast.

Bij opdienen moet er voor mij dan nog de nodige peper bij, maar dat kan per persoon verschillend zijn.

Smullen maar.